<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR343586_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede de regels voor het financieel beheer en de inrichting van de financiële organisatie</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Houten</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-11-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Houten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://www.houten.nl/uploads/tx_elektronischebekendmakingen/announcement/pdf/gmb-0321-2014-024.pdf">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 212 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-02-21</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014-069</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede de regels voor het financieel beheer en de inrichting van de financiële organisatie</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Houten;</al><al>Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 oktober 2014;
                        gelet op de bepalingen in artikel 212 van de Gemeentewet, besluit vast te
                        stellen de volgende: </al><al/><al><vet>VERORDENING OP DE UITGANGSPUNTEN VOOR HET FINANCIEEL BELEID, ALSMEDE DE
                            REGELS VOOR HET FINANCIEEL BEHEER EN DE INRICHTING VAN DE FINANCIËLE
                            ORGANISATIE</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen</label></kop><artikel><kop><label> Artikel 1. Definities </label></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a)"><al>administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en
                                verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het
                                functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie
                                van de gemeente Houten en ten behoeve van de verantwoording die
                                daarover moet worden afgelegd.</al></li><li nr="b)"><al>termijnagenda: bestuurlijke planning voor de behandeling van
                                stukken, waarop ook de producten van de P&amp;C-cyclus staan
                                ingepland.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label> Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording</label></kop><artikel><kop><label> Artikel 2. Programma-indeling </label></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt bij aanvang van een nieuwe raadsperiode een
                                programma-indeling voor de komende raadsperiode vast.</al></li><li nr="2."><al>De raad stelt op voorstel van het college per programma relevante
                                indicatoren vast voor het meten van en het afleggen van
                                verantwoording over de gemeentelijke productie van goederen en
                                diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke
                                beleid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de
                                        lasten en baten per programma weergegeven en bij de
                                        jaarstukken worden onder elk van de programma’s de
                                        gerealiseerde lasten en baten per programma
                                        weergegeven.</al></li><li nr="2."><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de
                                        begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering
                                        het benodigde krediet weergegeven. Voor
                                        vervangingsinvesteringen wordt een totaalbedrag in de
                                        begroting opgenomen.</al></li><li nr="3."><al>In de jaarrekening wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling
                                        van de schuldpositie.</al></li><li nr="4."><al>In de jaarrekening wordt de uitputting van de kredieten
                                        weergegeven.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4. Kaders begroting</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt aan de raad een perspectiefnota aan met
                                        beleids- en financiële kaders voor de begroting van het
                                        volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt
                                        deze perspectiefnota vervolgens vast. </al></li><li nr="2."><al>De ramingen van onderhoudsbudgetten in de begroting worden
                                        gebaseerd op de meerjarige onderhoudsplannen, zoals die door
                                        de raad zijn vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5. Autorisatie begroting, kredieten en (maandelijkse) begrotingswijzigingen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de
                                        lasten en de baten per programma en het overzicht van
                                        algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien.</al></li><li nr="2."><al>Bij de begrotingsbehandeling autoriseert de raad de nieuwe
                                        vervangingsinvesteringen. De raad kan tijdens de
                                        begrotingsbehandeling aangeven, dat zij over een bepaalde
                                        specifieke nieuwe vervangingsinvestering op een later
                                        tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het krediet
                                        wil ontvangen. Dit geldt ook voor alle nieuwe investeringen,
                                        welke tijdens de begrotingsbehandeling nog niet bekend
                                        waren.</al></li><li nr="3."><al>Bij de behandeling van de bestuursrapportages en separate
                                        voorstellen in de raad doet het college voorstellen voor
                                        wijziging van de geautoriseerde budgetten en nieuwe
                                        kredieten en bijstelling van het beleid.</al></li><li nr="4."><al>Voor investeringen/ wijziging geautoriseerde budgetten in de
                                        loop van het begrotingsjaar die niet in de begroting zijn
                                        opgenomen en uitgaan boven de grens zoals genoemd in het
                                        Algemeen delegatiebesluit, legt het college vooraf aan het
                                        aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel of een
                                        voorstel tot wijziging van het geautoriseerde budget aan de
                                        raad voor. Bij investeringen groter dan € 5 miljoen
                                        informeert het college de raad in het voorstel over het
                                        effect van de investering op de schuldpositie van de
                                        gemeente.</al></li><li nr="5."><al>Buiten de reguliere P&amp;C-producten worden, door middel
                                        van een maandelijkse begrotingswijziging, financiële
                                        mutaties doorgevoerd in de begroting. Deze betreffen
                                        wijzigingen die beleidsarm, technisch van aard of
                                        budgetneutraal zijn dan wel mutaties die gedelegeerd zijn
                                        aan het college (exploitatie structureel &lt; € 25.000 of
                                        incidenteel &lt; € 50.000). Deze maandelijkse
                                        begrotingswijzigingen worden door de raad in de
                                        besluitvormende raadsvergadering vastgesteld.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6. Bestuursrapportages</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college informeert de raad door middel van
                                        bestuursrapportages over de verwachte afwijkingen in de
                                        realisatie van de begroting van de gemeente. De momenten
                                        waarop dat gebeurt worden vastgelegd in de planningscyclus
                                        en de termijnagenda. De raad stelt deze
                                        bestuursrapportage(s) vervolgens vast.</al></li><li nr="2."><al>De bestuursrapportage bevat een uiteenzetting van de
                                        bijstelling van het beleid en een overzicht met de
                                        bijgestelde raming van:</al><lijst><li nr="a)"><al>de baten en lasten per programma. </al></li><li nr="b)"><al>het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen.
                                            </al></li><li nr="c)"><al>het effect op het saldo van baten en lasten, volgend
                                                uit de onderdelen a en b.</al></li><li nr="d)"><al>de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan
                                                reserves.</al></li><li nr="e)"><al>het resultaat, volgend uit de onderdelen c en d.
                                            </al></li><li nr="f)"><al>kredieten.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In de bestuursrapportage worden afwijkingen op de
                                        oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van
                                        programma’s en kredieten in de begroting groter dan de
                                        rapportagetolerantie voor de jaarrekening toegelicht.
                                        Administratieve wijzigingen tussen de programma’s worden in
                                        één bedrag gepresenteerd.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7. EMU-saldo</label></kop><al>Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat conform Wet HOF alle
                                gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het
                                EMU-tekort hebben overschreden, informeert het college de raad of
                                een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een
                                aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het
                                wijzigen van de begroting.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 3. Financieel beleid</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 8. Waardering en afschrijving vaste activa</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een
                                        bepaald actief worden lineair in 5 jaar afgeschreven.</al></li><li nr="2."><al>Kosten voor agio en disagio worden direct ten laste van de
                                        exploitatie gebracht.</al></li><li nr="3."><al>Materiële vaste activa met economisch nut worden lineair
                                        afgeschreven. Uitzondering hierop zijn de activa ten behoeve
                                        van de producten riolering en afvalinzameling. Op deze
                                        activa wordt annuïtair afgeschreven.</al></li><li nr="4."><al>De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden
                                        afgeschreven in:</al><lijst><li nr="a)"><al>gronden en terreinen: niet en 10-40 jaar.</al></li><li nr="b)"><al>gebouwen: 15-50 jaar.</al></li><li nr="c)"><al>grond-, weg en waterbouwkundige werken: 8-70
                                                jaar.</al></li><li nr="d)"><al>vervoermiddelen: 6-11 jaar.</al></li><li nr="e)"><al>machines, apparaten en installaties (incl.
                                                theatertechniek): 5-30 jaar.</al></li><li nr="f)"><al>automatisering: 4-11 jaar.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Activa met economisch nut en een verkrijgingprijs van minder
                                        dan € 10.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden
                                        en terreinen. Deze laatst genoemden worden altijd
                                        geactiveerd.</al></li><li nr="6."><al>Aankoop en vervaardiging van activa met een maatschappelijk
                                        nut worden onder aftrek van bijdragen van derden ten laste
                                        van de exploitatie gebracht. Financieel-technische gronden
                                        kunnen de oorzaak zijn om bij raadsbesluit hiervan af te
                                        wijken. Dan wordt het actief lineair afgeschreven over de
                                        verwachte levensduur van het actief of een kortere door de
                                        raad aan te geven tijdsduur.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9. Reserves en voorzieningen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad besluit tot het instellen en opheffen van reserves
                                        en de dotaties en onttrekkingen aan reserves.</al></li><li nr="2."><al>De raad besluit tot het instellen en opheffen van
                                        voorzieningen en de dotaties aan voorzieningen.</al></li><li nr="3."><al>Bij een voorstel voor de instelling van een reserve wordt
                                            <onderstreept>minimaal </onderstreept>aangegeven:</al><lijst><li nr="a)"><al>het specifieke doel van de reserve.</al></li><li nr="b)"><al>de voeding van de reserve.</al></li><li nr="c)"><al>het plafond van de reserve.</al></li><li nr="d)"><al>de looptijd en het bestedingsplan.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Als een bestemmingsreserve binnen de aangegeven maximale
                                        looptijd niet heeft geleid tot besteding, dan valt de
                                        bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene
                                        reserve toegevoegd.</al></li><li nr="5."><al>Bij een voorstel voor de instelling van een voorziening
                                        wordt <onderstreept>minimaal</onderstreept> aangegeven: a)
                                        het specifieke doel van de voorziening.</al><lijst><li nr="b)"><al>de voeding van de voorziening.</al></li><li nr="c)"><al>het plafond van de voorziening.</al></li><li nr="d)"><al>het bestedingsplan.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label> Artikel 10. Kostprijsberekening</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen,
                                        werken en diensten wordt een systeem van kostentoerekening
                                        gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe
                                        kosten ook de indirecte kosten betrokken, die al dan niet
                                        rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende
                                        diensten.</al></li><li nr="2."><al>Bij de indirecte kosten worden de bijdragen aan en
                                        onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke
                                        vervanging van de betreffende activa betrokken evenals de
                                        kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor
                                        rioolrechten en afvalstoffenheffing de compensabele
                                        BTW.</al></li><li nr="3."><al>Voor de rentetoerekening aan de activa wordt het
                                        vastgestelde rekenrentepercentage gebruikt.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11. Vaststelling hoogte belastingen en prijzen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de
                                        hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen. De
                                        raad stelt deze tarieven vast.</al></li><li nr="2."><al>De besluiten voor het vaststellen van de actuele
                                        grondprijzen worden ter kennisgeving aan de raad aangeboden.
                                    </al></li><li nr="3."><al>De besluiten voor het vaststellen van de gemeentelijke
                                        tarieven voor rioolrechten, afvalstoffenheffing, leges en
                                        nieuwe prijzen en het wijzigen van prijzen anders dan
                                        genoemd in het tweede lid worden ter kennisneming aan de
                                        raad aangeboden. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12. Financieringsfunctie </label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college zorgt bij het uitoefenen van de
                                        financieringsfunctie voor:</al><lijst><li nr="a)"><al>het aantrekken van voldoende financiële middelen en
                                                het uitzetten van overtollige gelden om de
                                                programma’s binnen de door de raad vastgestelde
                                                kaders van de begroting uit te voeren.</al></li><li nr="b)"><al>het beheersen van de risico’s verbonden aan de
                                                financieringsfunctie zoals renterisico’s,
                                                koersrisico’s en kredietrisico’s.</al></li><li nr="c)"><al>het beperken van de kosten van leningen en het
                                                bereiken van een voldoende rendement op
                                                uitzettingen.</al></li><li nr="d)"><al>het beperken van de interne verwerkingskosten en
                                                externe kosten bij het beheren van de geldstromen en
                                                financiële posities.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college neemt bij het uitvoeren van de
                                        financieringsfunctie de volgende richtlijnen in acht:</al><lijst><li nr="a)"><al>overtollige liquide middelen worden uitsluitend
                                                uitgezet bij de Nederlandse Staat
                                                (schatkistbankieren) of lagere Nederlandse overheden
                                                en overheidsinstanties, zoals gemeenschappelijke
                                                regelingen en gemeentelijke diensten.</al></li><li nr="b)"><al>overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet
                                                tegen vastrentende waarden, dan wel in producten
                                                waarbij de hoofdsom tenminste aan het eind van de
                                                looptijd in tact is.</al></li><li nr="c)"><al>er wordt geen gebruik gemaakt van financiële
                                                derivaten.</al></li><li nr="d)"><al>voor het aantrekken van financieringen met een
                                                looptijd langer dan 1 jaar worden tenminste 3
                                                prijsopgaven bij verschillende financiële
                                                instellingen gevraagd.</al></li><li nr="e)"><al>overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het
                                                uitzetten van middelen of het verlenen van garanties
                                                luiden in euro.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van
                                        garanties en het aangaan van financiële participaties uit
                                        hoofd van de publieke taak bedingt het college indien
                                        mogelijk zekerheden. Het college motiveert in zijn besluit
                                        het openbaar belang van dergelijke uitzettingen van
                                        middelen, verstrekkingen van garanties en financiële
                                        participaties.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 4. De Paragrafen uit de begroting</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 13. Onderhoud kapitaalgoederen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt tenminste eens in de vier jaar een
                                        rioleringsplan aan. Dit plan geeft het kader weer voor het
                                        beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de
                                        uitbreiding van de riolering en de kosten van het onderhoud
                                        en de eventuele uitbreidingen, alsmede de kwaliteit van het
                                        milieu en eveneens de normkostensystematiek en het meerjarig
                                        budgettair beslag. De raad stelt het rioleringsplan
                                        vast.</al></li><li nr="2."><al>Het college biedt tenminste eens in de vijf jaar een
                                        beheerplan openbare ruimte aan. Dit beheerplan geeft het
                                        kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning
                                        van het onderhoud en de kosten van het onderhoud voor het
                                        openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair
                                        en eveneens de normkostensystematiek en het meerjarig
                                        budgettair beslag. De raad stelt het beheerplan vast.</al></li><li nr="3."><al>Het college biedt eens in de vijf jaar een onderhoudsplan
                                        gebouwen aan. Het plan bevat voorstellen voor het te plegen
                                        onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke
                                        gebouwen en buitensportaccommodaties, evenals de
                                        normkostensystematiek en het meerjarig budgettair beslag. De
                                        raad stelt het plan vast.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 14. Financiering</label></kop><al>De paragraaf Financiering bij de begroting en de jaarstukken bevat
                                naast de verplichte onderdelen: </al><lijst><li nr="a)"><al>de kasgeldlimiet (Wet fido).</al></li><li nr="b)"><al>de renterisiconorm (Wet fido).</al></li><li nr="c)"><al>de liquiditeitsplanning voor het begrotingsjaar en de
                                        financieringsbehoefte voor de komende vier jaar.</al></li><li nr="d)"><al>de rentevisie.</al></li><li nr="e)"><al>de rapportage over het EMU-saldo (Ministeriële
                                        richtlijn).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 15. Weerstandsvermogen &amp; risicobeheersing</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de
                                        begroting en de jaarstukken bevat tenminste:</al><lijst><li nr="a)"><al>een inventarisatie van de weerstandscapaciteit.</al></li><li nr="b)"><al>een inventarisatie van de risico’s.</al></li><li nr="c)"><al>een waardering van het weerstandsvermogen aan de hand van de
                                        ratio weerstandsvermogen.</al></li><li nr="d)"><al>het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de
                                        risico’s.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een nota
                                        risicomanagement en weerstandsvermogen aan. De raad stelt de
                                        nota vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 16. Grondbeleid</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De paragraaf Grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken
                                        bevat tenminste:</al><lijst><li nr="a)"><al>het beleid en een verslag van de ontwikkelingen omtrent de
                                        grondexploitatie.</al></li><li nr="b)"><al>een waardering van het weerstandsvermogen grondexploitaties
                                        aan de hand van de ratio weerstandsvermogen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college legt gelijktijdig met de behandeling van de
                                        jaarstukken de herziene grondexploitaties voor, welke de
                                        raad vaststelt.</al></li><li nr="3."><al>Het college biedt tenminste eens in de vier jaar een nota
                                        grondbeleid aan. De raad stelt de nota vast.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Financieel beheer en interne controle</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 17. Administratie</label></kop><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij dienstbaar
                                is voor:</al><lijst><li nr="a)"><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in
                                        de gemeente.</al></li><li nr="b)"><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de
                                        omvang van activa met economisch nut, activa met
                                        maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen, schulden,
                                        contracten en soortgelijke informatie.</al></li><li nr="c)"><al>het verschaffen van informatie over uitputting van de
                                        toegekende budgetten en kredieten en voor het maken van
                                        kostencalculaties.</al></li><li nr="d)"><al>het verschaffen van informatie over indicatoren met
                                        betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en
                                        diensten en de maatschappelijke effecten van het
                                        gemeentelijke beleid.</al></li><li nr="e)"><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                        doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                                        bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                        begroting en relevante wet- en regelgeving.</al></li><li nr="f)"><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en
                                        van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de
                                        controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                        doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                        gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en
                                        regelgeving.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 18. Interne controle</label></kop><al>Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de
                                jaarrekening voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid
                                van de informatieverstrekking. Ook wordt voor het rechtmatig zijn
                                van de baten en lasten en de balansmutaties de rechtmatigheid van de
                                beheershandelingen getoetst. Bij afwijkingen neemt het college
                                maatregelen tot herstel. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 6. Financiële organisatie</label></kop><artikel><kop><label> Artikel 19. Financiële organisatie </label></kop><al>Het college zorgt voor en legt vast:</al><lijst><li nr="a)"><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en
                                        een eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                        organisatieonderdelen.</al></li><li nr="b)"><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                        verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne
                                        controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de
                                        verstrekte informatie aan beleids- en beheersorganen is
                                        gewaarborgd.</al></li><li nr="c)"><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                        verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                        kredieten.</al></li><li nr="d)"><al>de regels voor taken en bevoegdheden, de
                                        verantwoordingsrelaties en de bijbehorende
                                        informatievoorziening van de financieringsfunctie.</al></li><li nr="e)"><al>de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren
                                        prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                        frequentie van rapportage over de voortgang van de
                                        activiteiten en uitputting van middelen.</al></li><li nr="f)"><al>de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de
                                        lasten en baten aan de producten van de productraming en de
                                        productrealisatie.</al></li><li nr="g)"><al>de regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen,
                                        werken en diensten.</al></li><li nr="h)"><al>de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk
                                        gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 7. Slotbepalingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 20. Intrekken oude verordening en overgangsrecht</label></kop><al>De ‘Financiële verordening’ vastgesteld door de raad op 24 mei 2011
                                wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft
                                op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van
                                het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening
                                in werking treedt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 21. Inwerkingtreding en citeertitel</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Financiële
                                        verordening’. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van 25 november
                        2014. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>F. Backerra a.i.</ondertekening><ondertekening>W.M. de Jong</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>