<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
	<!--export0.91-->
	<!--volledig0.92-->
	<!--wrapper0.90-->
	<!--modificeer_20.90-->
	<!--cvdr2gvop0.94-->
	<!--pre_struct0.90-->
	<!--pre_source0.93-->
	<!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92-->
	<!--metadata_tussenformaat0.91-->
	<meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml">
		<owmskern>
			<dcterms:identifier>CVDR343490_1</dcterms:identifier>
			<dcterms:title>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Buren</dcterms:title>
			<dcterms:language>nl</dcterms:language>
			<dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type>
			<dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Buren</dcterms:creator>
			<dcterms:modified>2017-12-27</dcterms:modified>
			<dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Buren</dcterms:spatial>
		</owmskern>
		<owmsmantel>
			<dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-75337.html">Gemeenteblad, 16-12-2014 nummer 75337</dcterms:isFormatOf>
			<dcterms:alternative>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Buren</dcterms:alternative>
			<dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=6, lid 2">Participatiewet</dcterms:source>
			<overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy>
			<dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject>
			<dcterms:issued>2014-12-09</dcterms:issued>
			<dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights>
		</owmsmantel>
		<cvdripm>
			<overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum>
			<overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-02-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum>
			<overheidrg:betreft>Nieuw</overheidrg:betreft>
			<overheidrg:kenmerk>Z14-33329</overheidrg:kenmerk>
			<overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
				<al>Geen</al>
			</overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving>
			<overheidrg:redactioneleToevoeging>
				<al>Geen</al>
			</overheidrg:redactioneleToevoeging>
		</cvdripm>
	</meta>
	<body>
		<intitule>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Buren</intitule>
		<regeling>
			<aanhef>
				<preambule>
					<al/>
				</preambule>
			</aanhef>
			<regeling-tekst>
				<artikel>
					<kop>
						<label>Artikel</label>
						<nr>1.</nr>
						<titel>Begripsomschrijvingen</titel>
					</kop>
					<al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
					<lijst>
						<li nr="1.">
							<al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                                Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet
                                inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                gewezen zelfstandigen (IOAZ); de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en
                                de Gemeentewet.</al>
						</li>
						<li nr="2.">
							<al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
							<lijst>
								<li nr="a.">
									<al>de raad: de gemeenteraad van gemeente Buren.</al>
								</li>
								<li nr="b.">
									<al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        gemeente Buren.</al>
								</li>
								<li nr="c.">
									<al>belanghebbende: de inwoner van de gemeente Buren van 18 jaar
                                        of ouder tot de pensioengerechtigde leeftijd als bedoeld in
                                        artikel 6, lid 1, onderdeel e, van de Participatiewet.</al>
								</li>
							</lijst>
						</li>
					</lijst>
				</artikel>
				<artikel>
					<kop>
						<label>Artikel</label>
						<nr>2.</nr>
						<titel>Vaststelling van de doelgroep</titel>
					</kop>
					<lid>
						<lidnr>1.</lidnr>
						<al>Het college stelt vast of belanghebbende behoort tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie. </al>
					</lid>
					<lid>
						<lidnr>2.</lidnr>
						<al>Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht:</al>
						<lijst>
							<li nr="a.">
								<al>een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in
                                    artikel 7, lid 1, onderdeel a, van de Participatiewet</al>
							</li>
							<li nr="b.">
								<al>die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk
                                    minimumloon te verdienen en</al>
							</li>
							<li nr="c.">
								<al>die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.</al>
							</li>
						</lijst>
					</lid>
					<lid>
						<lidnr>3.</lidnr>
						<al>Het college stelt vast of een persoon met voltijdse arbeid niet in staat
                            is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel
                            mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.</al>
					</lid>
					<lid>
						<lidnr>4.</lidnr>
						<al>Het college kan externe partijen om advies vragen om te beoordelen of
                            een persoon met voltijdse arbeid niet in staat is tot het verdienen van
                            het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden heeft tot
                            arbeidsparticipatie. </al>
					</lid>
				</artikel>
				<artikel>
					<kop>
						<label>Artikel</label>
						<nr>3.</nr>
						<titel>Vaststelling loonwaarde</titel>
					</kop>
					<lid>
						<lidnr>1.</lidnr>
						<al>Bij het vaststellen van de loonwaarde van een persoon gelden drie
                            minimum criteria:</al>
						<lijst>
							<li nr="a.">
								<al>de loonwaarde-bepaling wordt vastgesteld door of onder
                                    verantwoordelijkheid van een deskundige en</al>
							</li>
							<li nr="b.">
								<al>de loonwaarde wordt bepaald op de werkplek van de belanghebbende
                                    met inbreng van de werkgever en</al>
							</li>
							<li nr="c.">
								<al>op basis van een beschreven objectieve methode.</al>
							</li>
						</lijst>
					</lid>
					<lid>
						<lidnr>2.</lidnr>
						<al>Het college bepaalt in nadere regels de wijze waarop de loonwaarde moet
                            worden vastgesteld. </al>
					</lid>
				</artikel>
				<artikel>
					<kop>
						<label>Artikel</label>
						<nr>4.</nr>
						<titel>Inwerkingtreding</titel>
					</kop>
					<al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.</al>
				</artikel>
				<artikel>
					<kop>
						<label>Artikel</label>
						<nr>5.</nr>
						<titel>Citeertitel</titel>
					</kop>
					<al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening loonkostensubsidie
                        Participatiewet.</al>
				</artikel>
			</regeling-tekst>
			<regeling-sluiting>
				<!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet-->
				<slotformulering>
					<al/>
				</slotformulering>
				<ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 9 december 2014.</ondertekening>
				<ondertekening>Maurik, 9 december 2014</ondertekening>
				<ondertekening/>
				<ondertekening>De griffier, G.van Droffelaar</ondertekening>
				<ondertekening>De voorzitter, J.A. de Boer MSc</ondertekening>
				<ondertekening/>
			</regeling-sluiting>
			<nota-toelichting>
				<kop>
					<label>Algemene toelichting</label>
				</kop>
				<al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 6, tweede lid, van de
                    Participatiewet. Overeenkomstig deze bepaling dient de gemeenteraad bij
                    verordening regels vast te stellen over de doelgroep loonkostensubsidie en de
                    loonwaarde. De regels dienen in ieder geval te bepalen:</al>
				<lijst>
					<li nr="-">
						<al>de wijze waarop wordt vastgesteld wie tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie behoort, en</al>
					</li>
					<li nr="-">
						<al>de wijze waarop de loonwaarde wordt vastgesteld.</al>
					</li>
				</lijst>
				<al/>
				<al>Het college kan op verzoek of ambtshalve vaststellen wie tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie behoort (artikel 10c van de Participatiewet). Personen zoals
                    bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet die
                    mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben en van wie is vastgesteld dat zij
                    met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk
                    minimumloon, behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6, eerste lid,
                    onderdeel e, van de Participatiewet).</al>
				<al/>
				<al>Heeft het college vastgesteld dat een persoon behoort tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie en is een werkgever voornemens met die persoon een
                    dienstbetrekking aan te gaan, dan stelt het college in beginsel de loonwaarde
                    van die persoon vast (artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet). Hiervoor
                    is geen aanvraag vereist. De vastgestelde loonwaarde legt het college vast in
                    een beschikking waartegen zowel de betrokken persoon als diens (potentiële)
                    werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen. </al>
				<al/>
				<al>De loonwaarde is een vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon voor
                    de door een persoon - die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie -
                    verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in
                    die functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en
                    ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort (artikel 6,
                    eerste lid, onderdeel g, van de Participatiewet).</al>
				<al/>
				<al>De loonkostensubsidie zoals beschreven in deze verordening kan uitsluitend
                    worden ingezet als de persoon in kwestie behoort tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de
                    Participatiewet: mensen met een arbeidsbeperking. Deze nieuwe vorm van
                    loonkostensubsidie is niet per definitie tijdelijk, maar kan indien nodig voor
                    een langere periode worden ingezet. Met dit instrument compenseert de gemeente
                    werkgevers voor de verminderde productiviteit van de werknemer (zie Kamerstukken
                    II 2013/14, 33 161, nr. 107, blz. 60).</al>
				<al/>
				<al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet
                    bestuursrecht (hierna: Awb) of de Gemeentewet zijn vanzelfsprekend ook van
                    toepassing op deze verordening. Hiervan zijn in deze verordening daarom geen
                    begripsomschrijvingen opgenomen. Voor de duidelijkheid zijn een aantal
                    belangrijke wettelijke definities hieronder weergegeven.</al>
				<al/>
				<al>
					<cursief>D</cursief>
					<cursief>oelgroep loonkostensubsidie (artikel 6, eerste lid,
                        onderdeel e, Participatiewet</cursief>)</al>
				<al>Personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van wie is
                    vastgesteld dat zij met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen
                    van het wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie
                    hebben;</al>
				<al/>
				<al>
					<cursief>Loonwaarde (artikel 6, eerste lid, onderdeel g,
                        Participatiewet)</cursief>
				</al>
				<al>Vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon voor de door een persoon,
                    die tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort, verrichte arbeid in een functie
                    naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in die functie van een gemiddelde
                    werknemer met een soortgelijke opleiding en ervaring, die niet tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie behoort;</al>
				<al/>
				<al>
					<cursief>Dienstbetrekking (artikel 6, eerste lid, onderdeel f
                        Participatiewet</cursief>
				</al>
				<al>Een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking. </al>
				<al/>
			</nota-toelichting>
			<nota-toelichting>
				<kop>
					<label>Artikelgewijzetoelichting</label>
				</kop>
				<al>
					<vet>Artikel1.Begripsomschrijvingen</vet>
				</al>
				<al/>
				<al>Er is voor gekozen om begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, de
                    IOAW, de IOAZ de Awb of de Gemeentewet niet afzonderlijk te definiëren in deze
                    verordening. Dit voorkomt dat in geval van wijziging van betreffende definities
                    ook de verordening moet worden gewijzigd.</al>
				<al/>
				<al>De begrippen die niet zijn omschreven in de Participatiewet, IOAW, IOAZ, Awb,
                    Gemeentewet of die verduidelijkt moeten worden, zijn in het tweede lid
                    omschreven.</al>
				<al/>
				<al>
					<vet>Artikel 2.Vaststelling van de doelgroep</vet>
				</al>
				<al>In artikel 10c van de Participatiewet is geregeld wanneer wordt vastgesteld of
                    een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort: op schriftelijke
                    aanvraag of ambtshalve. Ambtshalve vaststelling is alleen mogelijk bij:</al>
				<lijst>
					<li nr="-">
						<al>personen die algemene bijstand ontvangen;</al>
					</li>
					<li nr="-">
						<al>personen als bedoeld in artikel 34a, vijfde lid, onderdeel b, artikel
                            35, vierde lid, onderdeel b, en artikel 36, derde lid, onderdeel b, van
                            de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: WIA) tot het moment
                            dat het inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende twee
                            aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve
                            van die persoon in die twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in
                            artikel 10d van de Participatiewet is verleend;</al>
					</li>
					<li nr="-">
						<al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                            Participatiewet;</al>
					</li>
					<li nr="-">
						<al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, en</al>
					</li>
					<li nr="-">
						<al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.</al>
						<al/>
					</li>
				</lijst>
				<al>De loonkostensubsidie geldt voor een persoon van wie is vastgesteld dat hij met
                    voltijdse arbeid niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk
                    minimumloon, maar wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. </al>
				<al>Met betrekking tot het laatst genoemde criterium kan het college advies inwinnen
                    bij externe partijen. Het gaat om advies met betrekking tot het oordeel of een
                    persoon met voltijdse arbeid niet in staat is tot het verdienen van het
                    wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.
                    Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de informatie van het UWV voor zover deze
                    organisatie al het bedoelde oordeel moet bepalen in het kader van de Wajong,
                    beschut werk, en dergelijke.</al>
				<al>Is het UWV nog geen oordeel gevraagd dan kan het college ook zelf vaststellen of
                    een persoon met voltijdse arbeid niet in staat is tot het verdienen van het
                    wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. Het
                    college kan ook advies inwinnen bij een andere externe partij.</al>
				<al>In artikel 10c van de Participatiewet is ook bepaald dat het aan college is om
                    vast te stellen of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort.
                    Binnen de kaders van de wet is het aan de gemeente om vast te stellen op welke
                    wijze zij bepalen of mensen tot de doelgroep loonkostensubsidie behoren en of
                    loonkostensubsidie voor hen wordt ingezet (zie Kamerstukken II 2013/14, 33 161,
                    nr. 107, blz. 62). In artikel 1, tweede lid, is vastgelegd welke criteria
                    daarbij in acht genomen worden. Deze cumulatieve criteria zijn ontleend aan
                    artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet. Daarin is immers
                    wettelijk de doelgroep loonkostensubsidie vastgelegd.</al>
				<al>
					<vet>Artikel3.Vaststelling loonwaarde</vet>
				</al>
				<al>In artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet is bepaald dat als een
                    persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie en een werkgever voornemens
                    is een dienstbetrekking aan te gaan met die persoon, het college de loonwaarde
                    van die persoon vaststelt. Hiervoor is geen aanvraag vereist. De vastgestelde
                    loonwaarde legt het college vast in een beschikking waartegen zowel de betrokken
                    persoon als diens (potentiële) werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen. </al>
				<al>In de nadere regels legt het college vast met welke methode de loonwaarde wordt
                    bepaald en vastgesteld.</al>
				<al>Als een dienstbetrekking tot stand komt, verleent het college loonkostensubsidie
                    aan de werkgever met inachtneming van artikel 10d van de Participatiewet en met
                    inachtneming van nadere en/of uitvoeringsregels welke het college kan stellen
                    betreffende de loonkosten subsidie.</al>
				<al>
					<vet>Artikel4.Inwerkingtreding</vet>
				</al>
				<al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. Vanaf die
                    datum is in artikel 6 , tweede lid, van de Participatiewet de
                    verordeningsopdracht voor de gemeenteraad neergelegd om regels in de verordening
                    vast te stellen over de doelgroep loonkostensubsidie en de loonwaarde. </al>
				<al>
					<vet>Artikel5.Citeertitel</vet>
				</al>
				<al>In dit artikel is de citeertitel van deze verordening neergelegd.</al>
			</nota-toelichting>
		</regeling>
	</body>
</cvdr>