<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR343371_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Stichtse Vecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Stichtse Vecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad,</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-03-31</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-04-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>1e wijziging (artikel 6)</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>SV177</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2014, zoals vastgesteld op 26 november 2013 door de raad van Stichtse Vecht.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rioolheffing 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Stichtse Vecht,</al><al>Gelet op:</al><lijst><li nr="-"><al>artikel 228a van de Gemeentewet;</al></li><li nr="-"><al>het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 oktober
                                2014;</al></li><li nr="-"><al>de bespreking in de werksessie van 4 november 2014;</al></li></lijst><al><vet>besluit</vet></al><al>vast te stellen de </al><al><vet>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing
                            2015</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel : een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig
                                    gedeelte daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                    voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of
                                    transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom,
                                    in beheer of in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>verbruiksperiode : de periode waarop de afrekening van het
                                    waterbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>water : huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater
                                    of grondwater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                            bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                    bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                    afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                    ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen
                                    teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand
                                    voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te
                                    voorkomen of te beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><al>De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit
                            water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt
                            afgevoerd.</al><al>Als gebruiker wordt aangemerkt: </al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan
                                    niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                    recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel - niet een gedeelte als
                                    bedoeld in artikel 4 - voor gebruik is afgestaan: degene die dat
                                    gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun
                            indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt,
                            wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd
                            gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten
                            tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden
                            aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt geheven naar
                            het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt
                            afgevoerd.</al><al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op 90% van het aantal
                            kubieke meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het
                            begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het
                            perceel is toegevoerd of is opgepompt. Indien het water van een
                            waterbedrijf betrokken wordt dan wordt het verbruik gelijk gesteld aan
                            90% van het op de jaarafrekening vermelde aantal kubieke meters
                            waterverbruik over de aaneengesloten periode van twaalf (12) maanden.
                            Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf
                            (12) maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar
                            tijdsgelang bepaald. </al></li><li nr="2."><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                                    pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
                                            worden afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                            pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is
                                            geweest kan worden afgelezen.</al><al> De eerste volzin is niet van toepassing indien
                                            vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water
                                            geschiedt op grond van enige andere wettelijke
                                            bepaling.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Indien wordt aangetoond dat bij gecombineerde objecten (woningen met
                            een bedrijf) bedrijfsmatig minimaal 20% van de toegevoerde hoeveelheid
                            water niet op de riolering wordt geloosd, en een aparte watermeter
                            hiervoor ontbreekt, wordt de hoeveelheid afvalwater per persoon per
                            adres bepaald op 45m³.</al></li><li nr="4."><al>Indien wordt aangetoond dat bij bedrijven, niet zijnde
                            bedrijfsverzamelgebouwen minimaal 20% van de toegevoerde hoeveelheid
                            water niet op de riolering wordt geloosd, en een aparte watermeter
                            hiervoor ontbreekt, wordt de hoeveelheid afvalwater bepaald op
                            300m³.</al></li><li nr="5."><al>Indien voor de in artikel 3 bedoelde percelen in verband met het
                            ontbreken van afzonderlijke watermeters niet de hoeveelheid water kan
                            worden vastgesteld zoals hiervoor omschreven, wordt:</al><al> De belasting vastgesteld op het tarief zoals vermeld in artikel 6 onder
                            a.</al></li><li nr="6."><al>Van nieuwe gebruikers van voor woning bestemde eigendommen wordt,
                            zolang geen gegevens als bedoeld in het eerste lid van dit artikel
                            bekend zijn, de hoeveelheid water bepaald op 45m³ per persoon.</al></li><li nr="7."><al>Van nieuwe gebruikers van niet voor woning bestemde eigendommen
                                    wordt, zolang geen gegevens als bedoeld in het eerste lid van
                                    dit artikel bekend zijn, de hoeveelheid water bepaald op
                                    150m³.</al></li><li nr="8."><al>Het aantal kubieke meters water genoemd in lid 3 t/m 7 zijn
                                    gebaseerd op 100%. Hiervan dient voor de aanslagberekening 90%
                                    te worden genomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><al>Het recht als bedoeld in artikel 2 bedraagt voor het afvoeren van:</al><al>a.0 tot en met 75m³ water € 167,95 per jaar;</al><al>b.76 tot en met 150m³ water € 227,94 per jaar;</al><al>c.151 tot en met 300m³ water € 336,96 per jaar;</al><al>d.indien meer dan 300m³ water wordt afgevoerd, wordt het onder c
                            vermelde bedrag verhoogd met € 88,49 voor elke hoeveelheid van 100m³
                            water of een gedeelte daarvan;</al><al>e.seizoensplaats € 119,96 per jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of,
                                zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop
                                van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over
                                zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde deel
                                als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                                kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop
                                van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor
                                zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde deel
                                als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle
                                kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing, indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                                eigendom in gebruik neemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990,
                                moeten de aanslagen worden betaald binnen twee maanden na
                                dagtekening van de aanslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het gestelde in het eerste lid geldt voor een
                                particulier huishouden, in geval de verschuldigde bedragen door
                                middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven,
                                dat de aanslagen moeten worden betaald volgens het incasso
                                reglement.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste
                                lid gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De ‘Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2014’ van
                            26 november 2013, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13,
                            tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande
                            dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                            datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening rioolheffing
                            2015’.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>25 november 2014</ondertekening><ondertekening>Griffier Voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>