<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR34327_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening naamgeving en nummering (adressen) Vlissingen 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Vlissingen</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-04-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vlissingen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2010, IV.08</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening naamgeving en nummering (adressen) Vlissingen 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet basisregistraties adressen en gebouwen (Wet Bag)</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-05-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-06-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-05-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Regeling naamgeving en nummering (adressen) Vlissingen 2010</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING NAAMGEVING EN NUMMERING (ADRESSEN) VLISSINGEN
            2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                            onder:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="27*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="69*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>Adres:</al></entry><entry colname="col3"><al>door het college aan een verblijfsobject, een
                                                standplaats of een ligplaats toegekende benaming,
                                                bestaande uit een combinatie van de naam van een
                                                openbare ruimte, een nummeraanduiding en de naam van
                                                een woonplaats.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>Afgebakend terrein:</al></entry><entry colname="col3"><al>een terrein met een kunstmatige of natuurlijke
                                                afbakening, waarop zich geen verblijfsobjecten
                                                bevinden en dat betreedbaar en afsluitbaar is.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>College:</al></entry><entry colname="col3"><al>het college van burgemeester en wethouders van
                                                Vlissingen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>Convenant:</al></entry><entry colname="col3"><al>het tussen de Minister van Volkshuisvesting,
                                                Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Vereniging
                                                van Nederlandse Gemeenten en de Koninklijke TPG Post
                                                BV gesloten Kader Convenant en Nader Convenant
                                                inzake postcodes.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>Ligplaats: </al></entry><entry colname="col3"><al>door het college als zodanig aangewezen plaats in
                                                het water, al dan niet aangevuld met een op de oever
                                                aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, die is
                                                bestemd voor het permanent afmeren van een voor
                                                woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden
                                                geschikt vaartuig.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2"><al>Nummeraanduiding:</al></entry><entry colname="col3"><al>door het college als zodanig toegekende aanduiding
                                                van een verblijfsobject, een standplaats, een
                                                ligplaats en een afgebakend terrein dat bestaat uit
                                                een of meer Arabische cijfers, al dan niet met
                                                toevoeging van een letter- en/of
                                                cijfercombinatie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry colname="col2"><al>Openbare ruimte:</al></entry><entry colname="col3"><al>door het college als zodanig aangewezen en van een
                                                naam voorziene buitenruimte die binnen één
                                                woonplaats is gelegen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.</al></entry><entry colname="col2"><al>Pand:</al></entry><entry colname="col3"><al>kleinste bij de totstandkoming functioneel en
                                                bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die
                                                direct en duurzaam met de aarde is verbonden en
                                                betreedbaar en afsluitbaar is.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i.</al></entry><entry colname="col2"><al>Rechthebbende:</al></entry><entry colname="col3"><al>een ieder die krachtens eigendom of een beperkt
                                                zakelijk recht of een persoonlijk recht zodanig
                                                beschikking heeft over een onroerende zaak dat hij
                                                naar burgerlijk recht bevoegd is om in die zaak te
                                                handelen zoals in de verordening is voorgeschreven,
                                                alsmede de beheerder.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>j.</al></entry><entry colname="col2"><al>Standplaats:</al></entry><entry colname="col3"><al>door het college als zodanig aangewezen terrein of
                                                een gedeelte daarvan dat is bestemd voor het
                                                permanent plaatsen van een niet direct en duurzaam
                                                met de aarde verbonden en voor woon-, bedrijfsmatige
                                                of recreatieve doeleinden geschikte ruimte.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>k.</al></entry><entry colname="col2"><al>Uitvoeringsvoorschriften:</al></entry><entry colname="col3"><al>nadere bepalingen inzake naamgeving en nummering
                                                (adressen).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>l.</al></entry><entry colname="col2"><al>Verblijfsobject:</al></entry><entry colname="col3"><al>de kleinste binnen één of meerdere panden gelegen en
                                                voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden
                                                geschikte eenheid van gebruik die ontsloten wordt
                                                via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare
                                                weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, die
                                                onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke
                                                rechtshandelingen en in functioneel opzicht
                                                zelfstandig is.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>m.</al></entry><entry colname="col2"><al>Wijk- en buurtindeling:</al></entry><entry colname="col3"><al>een indeling van de gemeente in wijken en buurten
                                                conform de eisen die het CBS aan deze indeling
                                                verbindt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>n.</al></entry><entry colname="col2"><al>Woonplaats:</al></entry><entry colname="col3"><al>door het college als zodanig aangewezen en van een
                                                naam voorzien gedeelte van het grondgebied van de
                                                gemeente.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>o.</al></entry><entry colname="col2"><al>De wet:</al></entry><entry colname="col3"><al>Wet basisregistraties adressen en gebouwen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>Naamgeving en begrenzing van woonplaatsen, toekennen van namen aan de
                            openbare ruimte, het nummeren van verblijfsobjecten, ligplaatsen,
                            standplaatsen en afgebakende terreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt de grens en de naam van de woonplaats(en) vast en
                                kan desgewenst de woonplaats(en), al dan niet op basis van
                                bouwblokken, in wijken en buurten verdelen en aanduiden met namen,
                                zo nodig met letters en nummers.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kent per woonplaats namen toe aan delen van de openbare
                                ruimte en zonodig aan gemeentelijke gebouwen en bouwwerken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder vaststellen, verdelen, aanduiden en toekennen, zoals bedoeld
                                in het eerste lid en tweede lid, wordt tevens begrepen het wijzigen
                                en intrekken daarvan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt de ligplaatsen en standplaatsen vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kent binnen het grondgebied van de gemeente nummers toe
                                aan verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college bepaalt de afbakening van panden, verblijfsobjecten,
                                standplaatsen en ligplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De toekenning of afbakening, zoals bedoeld in het tweede en derde
                                lid, kan ook op voor personen toegankelijke objecten, zijnde niet
                                verblijfsobjecten of op afgebakende terreinen worden toegepast,
                                indien dat naar oordeel van het college noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onder vaststellen, toekennen en bepalen, zoals bedoeld in het eerste
                                tot en met vierde lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en
                                intrekken daarvan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De door het college toegekende namen, zoals vervat in artikel 2,
                                worden door of in opdracht van de gemeente blijvend zichtbaar en in
                                voldoende aantallen ter plaatse aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan objecten, zoals aangegeven in artikel 3, waarvoor een nummer is
                                vastgesteld moet dat nummer op een doeltreffende wijze zijn
                                aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is eenieder die daartoe niet is bevoegd is, verboden namen aan
                                de openbare ruimte en woonplaatsen, wijken en buurten toe te kennen
                                door deze op zichtbare wijze aan te brengen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is een ieder die daartoe niet is bevoegd, verboden aan een pand
                                of verblijfsobject, stand- of ligplaats of afgebakend terrein
                                nummers toe te kennen door deze op zichtbare wijze aan te
                                brengen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>Plaatsen van naam- en nummerborden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Gedoogplicht naamborden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college het nodig oordeelt dat borden met een wijk- of
                                buurtaanduiding, borden met namen van de openbare ruimte,
                                naamverwijsborden, nummerborden, nummerverzamelborden en andere
                                (verwijs)aanduidingen aan een bouwwerk, gebouw, muur, paal,
                                schutting of een andere soort terreinafscheiding worden aangebracht,
                                draagt de rechthebbende er zorg voor dat de hier bedoelde borden
                                vanwege of op verzoek en overeenkomstig de aanwijzingen van het
                                college worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of
                                verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college het noodzakelijk acht om een naambord, waarop de
                                vervallen naam is doorgehaald, tijdelijk naast het naambord met de
                                nieuwe naam te handhaven zal de rechthebbende dit toelaten als
                                daaraan door het college een termijn van niet langer dan een jaar is
                                verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rechthebbende zorgt er voor dat de in het eerste en tweede lid
                                bedoelde borden vanaf de openbare weg duidelijk leesbaar
                                blijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Verplichting tot aanbrengen van nummerborden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tenzij het college anders heeft besloten, zorgt de rechthebbende van
                                een object er voor dat de nummers, zoals bedoeld in artikel 3,
                                tweede lid, worden aangebracht op een wijze zoals krachtens artikel
                                7 is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De rechthebbende draagt er zorg voor dat de in het eerste lid
                                genoemde nummers binnen vier weken na kennisgeving van het besluit
                                van het college zijn aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen of
                                afgebakend terrein nog niet is voltooid, wordt het nummer binnen
                                vier weken na voltooiing aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het college heeft besloten om een nummerbord, waarop het
                                vervallen nummer is doorgehaald, naast het nummerbord met het nieuwe
                                nummer te handhaven zal de rechthebbende dit toelaten of daar
                                uitvoering aan geven als daaraan door het college een termijn van
                                niet langer dan een jaar is verbonden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan de in het tweede en derde lid genoemde termijn
                                verlengen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>Nadere voorschriften</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Uitvoeringsvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan uitvoeringsvoorschriften vaststellen betreffende het
                                proces en de wijze van:</al><lijst><li nr="a."><al>naamgeving en van begrenzing van woonplaatsen, wijken,
                                        buurten en bouwblokken;</al></li><li nr="b."><al>naamgeving en begrenzing van de openbare ruimte;</al></li><li nr="c."><al>nummering van verblijfsobjecten, ligplaatsen en
                                        standplaatsen en afgebakende terreinen;</al></li><li nr="d."><al>opmaak van formulieren, besluiten en verklaringen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uitvoeringsvoorschriften zijn niet strijdig met het convenant
                                inzake postcodes.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van artikel 4, tweede en derde lid, artikel 5 en artikel
                                6, eerste tot en met het vierde lid, wordt gestraft met een
                                geldboete van de eerste categorie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij en krachtens
                                deze verordening is de afdeling Veiligheid, Vergunningen en
                                Handhaving belast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verordening treedt in werking op de datum van bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Per gelijke datum wordt de ‘Verordening naamgeving en nummering
                                (adressen) Vlissingen’, vastgesteld bij raadsbesluit van 28 april
                                2005, ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Namen en nummers die bij en krachtens de in artikel 9, tweede lid,
                                genoemde verordening aan objecten zijn toegekend, blijven na
                                inwerkingtreding van deze verordening bestaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in afwijking van het eerste lid besluiten dat de op
                                grond van de in het eerste lid genoemde regels en voorschriften
                                aangebrachte namen en nummers binnen een door hen te bepalen termijn
                                moeten worden vervangen door namen en nummers die voldoen aan de bij
                                of krachtens deze verordening gestelde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening naamgeving en
                            nummering (adressen) Vlissingen 2010’.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van Vlissingen op 27 mei
                        2010.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. F. Vermeulen drs. W.J.A. Dijkstra</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de Verordening naamgeving en nummering (adressen)
                        Vlissingen 2010</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><tussenkop>Wettelijke grondslag</tussenkop><al>Op 1 juli 2009 is de Wet basisregistraties adressen en gebouwen (hierna: Wet
                    Bag), in werking getreden. Deze wet omvat ondermeer regels betreffende de
                    methodische registratie van adresgegevens. Met de invoering van de Wet Bag is de
                    gemeente de plicht opgelegd om ten behoeve van de basisregistratie adressen
                    bepaalde, expliciet in de Wet Bag genoemde zaken, van een naam, nummer of
                    begrenzing te voorzien. Voor zover het deze zaken betreft is er sprake van
                    medebewind als bedoeld in artikel 108, tweede lid, van de Gemeentewet. Hoeveel
                    vrijheid de gemeente nog heeft om zelf een regeling rond naamgeving en nummering
                    te treffen wordt aangegeven in artikel 121 Gemeentewet. Dit artikel stelt, dat
                    de gemeentelijke regeling niet in strijd mag zijn met wetten, algemene
                    maatregelen van bestuur en provinciale verordeningen. Deze
                    bevoegdheidsafbakening betekent, dat de gemeente een aanvullingsbevoegdheid
                    heeft op de hogere regelgeving. De gemeente heeft ter voorbereiding daarvan wel
                    rekening te houden met twee grenzen. Een benedengrens (niet treden in de
                    bijzondere belangen van de ingezetenen) en een bovengrens (regels mogen niet in
                    strijd zijn met hogere regelgeving).</al><al>Al met al staat het de gemeente dus vrij om, met het oog op een goede uitvoering
                    van het medebewind, de wijze van naamgeving en nummering in het kader van de Wet
                    Bag nader te regelen. Het gaat hier om het zogeheten ‘vrije medebewind’, omdat
                    in de Wet Bag geen regels worden gegeven voor het meer creatieve proces dat aan
                    de eerder genoemde methodische registratie vooraf gaat; onder andere het
                    bedenken en toekennen van namen aan woonplaatsen en aan delen van de openbare
                    ruimte en de methode van toekennen van nummeren aan objecten en plaatsen.</al><al>Het is de gemeente, in het kader van regeling en bestuur van de eigen
                    huishouding, toegestaan om in de verordening inzake naamgeving en nummering
                    bepalingen op te nemen over zaken waarin de Wet Bag in het geheel niet voorziet.
                    Daaronder vallen bijvoorbeeld zaken als de afbakening en aanduiding van wijken,
                    buurten en bouwblokken, alsmede het nummeren van afgebakende en afsluitbare
                    terreinen en de naamgeving van gemeentelijke bouwwerken. De verordening
                    naamgeving en nummering heeft daardoor een dubbele grondslag nodig. Met
                    betrekking tot de beslissingen, als bedoeld in artikel 6 van de Wet Bag, is er
                    sprake van regeling van bestuur in medebewind, waarvoor artikel 108, tweede lid,
                    en artikel 149 van de Gemeentewet de grondslag biedt. Voor de overige
                    beslissingen betreft het regeling en bestuur op grond van artikel 108, eerste
                    lid en artikel 149 van de Gemeentewet. De twee grondslagen voor deze verordening
                    worden dan ook in de aanhef van de verordening genoemd.</al><al>Op het punt van de taaktoedeling bepaalt de Wet Bag, dat de in artikel 6 van die
                    wet genoemde beslissingen door de gemeenteraad moeten worden genomen, waarmee
                    wordt aangesloten op de voorheen bestaande taaktoedeling op basis van artikel
                    108, eerste lid en hoofdstuk IX van de Gemeentewet. Het is zodoende – mede
                    ingevolge artikel 149 van de Gemeentewet - de raad die, naast het autonome deel,
                    ook het onderwerpelijke medebewindsdeel in een regeling kan uitwerken. In de
                    verordening zelf kan delegatie van beslissingen aan het college worden geregeld
                    op grond van de algemene delegatiebevoegdheid van artikel 156, eerste lid, van
                    de Gemeentewet. Dit is in deze verordening ook het geval. (Zie verder ook hierna
                    onder dualistisch bestel)</al><tussenkop>Belang van naamgeving en nummering (adressen)</tussenkop><al>Adressen vervullen een essentiële functie in het maatschappelijk verkeer. Niet
                    alleen voor dienstverlenende instanties als politie, brandweer, posterijen en
                    ambulancebedrijven, maar ook voor bijvoorbeeld de makelaardij, de advocatuur,
                    het notariaat en het bedrijfsleven. Zij kunnen veelal hun werkzaamheden niet
                    uitvoeren zonder goed sluitende informatie over adressen. Ook de burger heeft
                    belang bij goede adressering van zijn woonverblijf. Hij wenst in brede zin
                    vindbaar te zijn. Adressen vervullen binnen het openbaar bestuur eveneens een
                    wezenlijke functie. Enerzijds is een groot deel van de overheidsregistraties
                    geordend (toegankelijk) op alfanumerieke volgorde van adressen. Anderzijds zijn
                    adressen van wezenlijke betekenis voor het koppelen en maken van selecties uit
                    deze registraties. Het benoemen van delen van de openbare ruimte (voorheen
                    straatnamen) en het toekennen van nummers aan verblijfsobjecten (voorheen
                    huisnummers) is een taak die de gemeente met extra zorg moet omgeven.</al><tussenkop>Algemene wet bestuursrecht</tussenkop><al>Het toekennen van een naam of nummer (adressen) op grond van de verordening is
                    een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het besluit zal
                    aan de formele en materiële eisen van de Awb moeten voldoen. Op grond van de Awb
                    is het mogelijk tegen een besluit een bezwaarschrift in te dienen bij het
                    besluitende bestuursorgaan. Tevens staat de mogelijkheid open om een
                    beroepschrift in te dienen bij de sector bestuursrecht van de
                    arrondissementsrechtbank.</al><al>Met name ten aanzien van naamgeving kan de vraag rijzen of er wel sprake is van
                    een besluit. Deze vraag kan bevestigend worden beantwoord indien het besluit
                    zich richt op bepaalde, concreet aanwijsbare objecten en het besluit gebaseerd
                    is op een publiekrechtelijke regeling die een gedoogplicht inhoudt voor de
                    rechthebbende op onroerende zaken in verband met het op deze objecten aanbrengen
                    van naam- en nummerborden. Op grond van deze verordening zal derhalve sprake
                    zijn van een besluit tot naamgeving of nummering. Ook wijziging of intrekking
                    van een naam of nummer of het afwijzen van een verzoek daartoe valt binnen de
                    reikwijdte van de Awb. Indien een aanvraag voor een naam of een nummering moet
                    worden afgewezen of een besluit tot naamgeving of nummering een belanghebbenden
                    zou treffen, moet worden bezien of artikel 4:7 dan wel 4:8 van de Awb van
                    toepassing is. Deze artikelen houden de verplichting in de aanvrager of
                    belanghebbende te horen voordat het besluit wordt genomen.</al><tussenkop>Dualistisch bestel</tussenkop><al>Maar er is meer te melden over de bevoegdheid inzake naamgeving en nummering;
                    namelijk het dualistische stelsel. De kern van het dualisme is de ontvlechting
                    van de positie en bevoegdheden van de raad en het college. De kaderstellende en
                    controlerende bevoegdheden worden bij de raad gelegd en de bestuursbevoegdheden
                    worden bij het college geconcentreerd. Er kunnen drie typen bestuursbevoegdheden
                    worden onderscheiden in </al><lijst><li nr="1."><al>bestuursbevoegdheden die in de Gemeentewet zijn opgenomen, </al></li><li nr="2."><al>de bestuursbevoegdheden in medebewindswetten en </al></li><li nr="3."><al>de autonome bevoegdheden. De bestuurlijke bevoegdheden die in de
                            Gemeentewet zijn opgenomen zijn met de inwerkingtreding van de Wet
                            dualisering gemeentebestuur (Stb.2002, 111) bij het college gelegd.</al></li></lijst><tussenkop>Naamgeving en nummering kan worden aangemerkt als een autonome
                    bestuursbevoegdheid. </tussenkop><al>Deze bevoegdheid blijft dus nog bij de raad liggen. Pas na de aanvaardig van de
                    grondwetswijziging en een wijziging van de artikelen 108 en 147 van de
                    Gemeentewet kan deze bevoegdheid aan het college worden toegekend. Voorlopig
                    blijft deze bevoegdheid nog bij de Gemeenteraad. Wel kan de raad ervoor kiezen
                    om vooruitlopend op deze wijziging van de Grondwet de bevoegdheid tot naamgeving
                    en nummering aan het college te delegeren. Ter volmaking van het dualistische
                    stelsel ligt dit ook in de rede. Wel blijft ook in het dualistische stelsel de
                    verordende bevoegdheid bij de raad liggen. Dit betekent dat de bevoegdheid tot
                    vaststelling van een verordening op de naamgeving en nummering bij de raad
                    blijft berusten. De raad kan er echter – ook nu al – voor kiezen om de
                    verordende bevoegdheid ter zake van naamgeving en nummering op grond van artikel
                    156 van de Gemeentewet aan het college te delegeren. Daar is in deze verordening
                    ook voor gekozen.</al><tussenkop>Regelen van de gevolgen</tussenkop><al>Bij het gebruik van de bevoegdheid tot naamgeving en nummering moet het college
                    rekening houden met het belang van vooral bewoners en bedrijven. Wijziging van
                    een naam of een nummer treft immers de belangen van bewoners en bedrijven. In
                    bepaalde gevallen kan er sprake zijn van een gemeentelijke gehoudenheid tot
                    regeling van de gevolgen van de wijzigingsbesluiten. Een aantal punten is
                    hierbij van belang:</al><lijst><li nr="1."><al>Tussen het besluit tot wijziging en de uitvoering van de wijziging dient
                            voldoende tijd te liggen, zodat de bewoners en de bedrijven zich op de
                            gewijzigde naam of het veranderde nummer kunnen voorbereiden. Hoe langer
                            deze periode is, hoe minder de gemeenten gehouden is tot compenserende
                            maatregelen. De in artikel 9 genoemde periode kan voor gewone gevallen
                            als een redelijke voorbereiding worden gezien. Gevallen die hiervan
                            afwijken, zoals sterk naar buiten tredende bedrijven met een groot
                            klantenpotentieel, moeten op zichzelf worden bezien. Het verdient
                            aanbeveling in een vroeg stadium contact op te nemen met de betrokken
                            bewoners en bedrijven. De Awb kent deze verplichting op grond van
                            artikel 4:8.</al></li><li nr="2."><al>Voor de gevallen waarin de gemeente gehouden kan worden tot het
                            vergoeden van de gemaakte kosten, is geen algemene norm aan te geven
                            waaruit de hoogte of de vorm van de vergoeding kan worden afgeleid.</al></li><li nr="3."><al>Indien de wijziging bewoners betreft en er een korte
                            voorbereidingsperiode geldt, is het beschikbaar stellen van een aantal
                            adreswijzigingkaarten in de meeste gevallen een redelijke vorm van
                            schadeloosstelling.</al></li><li nr="4."><al>Bedrijven die ook bij een voorbereidingsperiode van een jaar onredelijk
                            in hun belangen worden getroffen, kunnen een aanspraak maken op
                            vergoeding van een deel van de kosten die ze maken. Daarbij zijn de
                            volgende aspecten te overwegen:</al><lijst><li nr="a."><al>de bevoegdheid van de gemeente om tot wijziging te
                                    besluiten;</al></li><li nr="b."><al>het maatschappelijk risico dat een bedrijf dientengevolge is toe
                                    te rekenen, waarbij de keuze voor vermelding van het adres op
                                    verpakkingsmateriaal, winkelruiten, markiezen, bedrijfsauto’s of
                                    productieonderdelen geacht worden tot het ondernemersrisico te
                                    behoren;</al></li><li nr="c."><al>de lengte van de voorbereidingsperiode;</al></li><li nr="d."><al>de specifieke aspecten van het bedrijf; </al></li><li nr="e."><al>de voorraad naar buiten gerichte kantoorbescheiden en
                                    andersoortige productieonderdelen die niet tot het
                                    ondernemingsrisico zijn te rekenen;</al></li><li nr="f."><al>de actualiteit van de onder punt e genoemde zaken; </al></li><li nr="g."><al>het gemiddelde gebruik of de omzet per tijdsperiode van de onder
                                    punt e genoemde zaken; </al></li><li nr="h."><al>de mogelijkheid tot bedrijfseconomische en fiscale afschrijving
                                    van de onder punt e genoemde zaken. </al></li></lijst></li></lijst><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1.</tussenkop><al>De begripsomschrijvingen zijn aangepast aan de omschrijving zoals opgenomen in
                    artikel 1 van de wet. Daardoor zijn de voorheen in de verordening gehanteerde
                    begrippen straatnaam, huisnummer, object, gebouw, complex en bouwwerk komen te
                    vervallen. Verblijfsobject, pand, nummeraanduiding, wijk- en buurtindeling,
                    woonplaats en convenant zijn aan de begripsomschrijvingen toegevoegd. De overige
                    begrippen zijn ongewijzigd gebleven. Voor de goede orde wordt gewezen op het
                    feit dat het begrip ‘openbare ruimte’ onder punt g niet precies overeenkomt met
                    de openbare ruimte die wordt gebezigd in het spraakgebruik.</al><tussenkop>Artikel 2.</tussenkop><al>Het eerste lid regelt het vaststellen en begrenzen van de woonplaats(en). Het
                    totale grondgebied van de gemeente moet in een of meer woonplaatsen worden
                    opgedeeld. Dit betekent, dat de gemeentegrens altijd samenvalt met de
                    woonplaatsgrenzen. Verder biedt het eerste lid de mogelijkheid om woonplaatsen
                    te verdelen in wijken en buurten. In het kader van de Volkstelling 1971 is
                    tussen gemeenten, de provinciale planologische diensten en het Centraal Bureau
                    voor de Statistiek (CBS) een gebiedsindeling overeengekomen, die wordt aangeduid
                    met de term CBS wijk- en buurtindeling. Deze indeling werd noodzakelijk geacht,
                    omdat op provinciaal en landelijk niveau behoefte bestond aan inzicht in de
                    onderverdeling van het gemeentelijk grondgebied. Sinds 1971 heeft het echter
                    ontbroken aan systematisch interbestuurlijk overleg waardoor onduidelijkheid kon
                    ontstaan over de te hanteren wijk- en buurtindeling. De minister van Economische
                    Zaken is voornemens zijn coördinerende rol inzake wijk- en buurtindeling te
                    reactiveren, maar dat heeft nog niet geleid tot nadere bijhoudingsregels. </al><al>Gemeenten doen er voorlopig verstandig aan - bij het opdelen van een woonplaats
                    in wijken en buurten - de CBS-voorschriften inzake de wijk- en buurtindeling uit
                    1970 aan te houden.</al><al>Het tweede lid regelt het per woonplaats benoemen van openbare ruimte. In de Wet
                    Bag zijn geen bepalingen opgenomen over de grenzen van benoemde delen van de
                    openbare ruimte. Daar is in de verordening wel voor gekozen om te voorkomen dat
                    delen van de openbare ruimte, onbedoeld, een dubbele naam krijgen of deels geen
                    naam krijgen vanwege onduidelijkheid over de begrenzingen. Voor de meeste
                    gemeenten is het vastleggen van begrenzingen van benoemde delen van de openbare
                    ruimte al dagelijkse praktijk. Verder is in het tweede lid de naamgeving van
                    gemeentelijke gebouwen en bouwwerken meegenomen. Deze taak kan, naast de
                    naamgeving van woonplaatsen en de openbare ruimte, aan de Commissie voor de
                    naamgeving worden opgedragen.</al><al>Met de wettelijke regeling inzake de naamgeving van de openbare ruimte komt een
                    einde aan discussies over de naamgeving van rijkswegen en provinciale wegen. De
                    Wet Bag schrijft namelijk voor dat alle verblijfsobjecten van een nummer moeten
                    zijn voorzien en dat geldt dus ook voor bijvoorbeeld benzinestations,
                    restaurants of hotels die alleen via een rijks- of provinciale weg zijn te
                    bereiken. Nummers kunnen alleen worden uitgegeven als zij worden gerelateerd aan
                    een door het college vastgestelde naam aan een deel van de openbare ruimte.
                    Gemeenten moeten derhalve ex artikel 6 van de Wet Bag voor rijks- en provinciale
                    wegen een naambesluit nemen. Gemeenten moeten hier verstandig met hun
                    bevoegdheid omgaan. In dit soort gevallen kan worden aangesloten bij de al jaren
                    door veel gemeenten toegepaste werkwijze, waarbij de naamgeving louter wordt
                    gebaseerd op de nummer en het type weg. Bijvoorbeeld door de A3 in een bepaalde
                    woonplaats de naam &lt;Rijksweg A3&gt; toe te kennen. Daarmee blijft de
                    A-nummering in tact en ook het type weg (rijksweg) blijft onveranderd.
                    (E-aanduidingen moeten niet in de naamgeving van rijkswegen worden betrokken.)
                    Zo kan ook bijvoorbeeld de provinciale weg N999 de naam &lt;Provinciale weg
                    N999&gt; worden toegekend. Ook hier blijft het type weg en de N-nummering
                    volledig in tact. Tot op heden heeft de gemeente zich aan deze werkwijze
                    gehouden.</al><al>Anders ligt dat bij de naamgeving van rivieren en wateren van internationale
                    betekenis. Na ampel beraad is besloten over de naamgeving van dit soort openbare
                    buitenruimten geen regels op te nemen in de verordening. Er bestaat voor de
                    gemeente immers geen enkele aanleiding of noodzaak tot het herbenoemen van deze
                    rivieren en wateren. Het behoeft bovendien geen nadere uitleg dat het tot
                    onoverzichtelijke situaties leidt als bijvoorbeeld een rivier per woonplaats een
                    andere naam krijgt toebedeeld. Het toekennen van nummeringen aan een object of
                    plaats dient te worden gekoppeld aan de naam van de openbare ruimte naast
                    voornoemde rivieren en wateren. Als zich de bijzondere situatie al mocht
                    voordoen om een naam van een rivier of water van internationale betekenis te
                    wijzigen, dan kan dat niet eerder plaatsvinden dan na gehouden overleg met het
                    bestuursorgaan die dat aangaat.</al><al>Het derde lid bepaalt, dat onder de termen bepalen, vaststellen, verdelen en
                    toekennen, zoals bedoeld in het eerste en twee lid, tevens het wijzigingen of
                    intrekken daarvan omvat. Deze passage is opgenomen, omdat hierover in het
                    verleden problemen zijn gerezen.</al><tussenkop>Artikel 3.</tussenkop><al>Het eerste en tweede lid regelen het vaststellen van standplaatsen en
                    ligplaatsen en het toekennen van nummers aan verblijfsobjecten, ligplaatsen,
                    standplaatsen en afgebakende terreinen. Hier is niet voor de term huisnummer
                    gekozen, omdat bij afgebakende terreinen, lig- en standplaatsen niet kan worden
                    gesproken van huis. Vandaar dat de term nummeraanduiding wordt gebruikt.</al><al>Een burger kan overigens een aanvraag voor een nummeraanduiding bij het college
                    indienen. Deze aanvraag zal in de regel zijn aan te merken als een verzoek van
                    een belanghebbende om een besluit te nemen in de zin van artikel 1:3, derde lid,
                    van de Awb. Op de afwikkeling van de aanvraag zijn de hoofdstuk 3 en 4 van de
                    Awb van toepassing (zie hierover ook de algemene toelichting). De strekking van
                    het derde lid spreekt voor zich en behoeft geen verdere toelichting. </al><al>Het vierde lid regelt, dat het eerste tot en met het derde lid ook kan worden
                    toegepast op andere betreedbare en afsluitbare objecten - zoals bijvoorbeeld
                    afgebakende terreinen - als het college dat nodig oordeelt.</al><al>Het vijfde lid bepaalt dat onder de termen vaststellen, verdelen en toekennen,
                    zoals bedoeld in het eerste en twee lid, tevens het wijzigingen of intrekken
                    daarvan omvat. Deze passage is opgenomen, omdat hierover in het verleden
                    problemen zijn gerezen.</al><tussenkop>Artikel 4.</tussenkop><al>De toegekende namen moeten overeenkomstig de wens van het college worden
                    aangebracht. De kosten daarvan komen voor rekening van de gemeente. De in het
                    eerste lid vervatte zinsnede ‘in voldoende aantallen ter plaatse’ verdient
                    nadere toelichting. Onder dit begrip wordt verstaan, dat een verkeersdeelnemer
                    bij het oprijden van een kruising van wegen, door in voldoende aantallen
                    aangebrachte naamborden, zonder omkijken en in een oogopslag de naam van de
                    dwarsstraat moet kunnen lezen. Dit betekent doorgaans dat op alle hoeken van de
                    kruising borden dienen te worden aangebracht.</al><al>Het tweede lid bepaalt dat een object of plaats of terrein een door het college
                    toegekend nummer ook feitelijk moet dragen. Het college wordt de mogelijkheid
                    geboden toe te zien op de naleving van het aanbrengen van nummers. Met het oog
                    op de dienstverlening is het immers noodzakelijk dat de nummers, die door het
                    college zijn toegekend, ook ter plaatse terug zijn te vinden. Voor de hieraan
                    verbonden kosten wordt verwezen naar de algemene toelichting.</al><al>Het derde lid verbiedt een ieder die daartoe niet is bevoegd, namen toe te
                    kennen aan delen van de openbare ruimte door naamborden zichtbaar ter plaatse
                    aan te brengen. Het komt steeds vaker voor dat burgers - om de meest
                    uiteenlopende redenen - een straatnaambord in de tuin plaatsen of aan de
                    onroerende zaak bevestigen. Dat geeft veelal verwarring met de door de gemeente
                    toegekende namen aan de openbare ruimte. Het derde lid geeft de gemeente de
                    bevoegdheid om hiertegen op te treden. Voor de goede wordt erop gewezen dat het
                    iedereen vrij staat om een naam toe te kennen aan zijn onroerende zaak, zolang
                    dat geen verwarring geeft met de door de gemeente toegekende namen aan de
                    openbare ruimte.</al><al>Het vierde lid verbiedt een ieder die daartoe niet is bevoegd nummers toe te
                    kennen aan onroerende zaken die privé bezit zijn door deze op zichtbare wijze
                    aan te brengen. Het aanbrengen van zelf gekozen nummers door eigenaren,
                    gebruikers of beheerders aan objecten, plaatsen en terreinen is de laatste
                    decennia hand over hand toegenomen. Bovendien is bij de invoering van de Wet Bag
                    ook gebleken dat nummers vaak zijn verdwenen. Ook worden nummers soms zo
                    abstract vormgegeven dat zij niet meer aan het criteria van doeltreffendheid,
                    zoals bedoeld in het tweede lid, voldoen. Deze criteria kunnen worden uitgewerkt
                    in de uitvoeringsvoorschriften, zoals bedoeld in artikel 7.</al><tussenkop>Artikel 5.</tussenkop><al>Vanuit een weloverwogen algemeen maatschappelijk belang dienen naamborden door
                    of namens de gemeente ter plaatse goed zichtbaar en in voldoende mate te worden
                    aangebracht. Veelal is het noodzakelijk om naamborden te bevestigen aan
                    gebouwgevels, terreinafscheidingen of aan paaltjes die op privéterrein worden
                    geplaatst. De betrokken rechthebbenden zijn verplicht dat toe te laten. Het
                    artikel houdt verder rekening met de omstandigheid dat de borden niet door de
                    gemeente zelf, maar op verzoek van de gemeente door derden worden
                    aangebracht.</al><al>Het tweede lid geeft de gemeente de mogelijkheid om een bord met de oude
                    (doorgehaalde) naam enige tijd te handhaven naast een bord met de nieuwe naam.
                    Op deze wijze wordt voorkomen dat zij, die niet van de herbenoeming op de hoogte
                    zijn, hun bestemming niet kunnen vinden.</al><al>Het derde lid is opgenomen om te voorkomen dat de leesbaarheid/zichtbaarheid van
                    een aangebracht naambord door bijvoorbeeld hoog opschietend groen, zonnescherm
                    of reclamebord wordt belemmerd. Vandaar dat is bepaald dat de rechthebbende
                    ervoor dient te zorgen dat de bedoelde borden vanaf de openbare weg leesbaar
                    blijven.</al><tussenkop>Artikel 6.</tussenkop><al>Met betrekking tot dit artikel wordt gewezen op het feit dat het aanbrengen van
                    nummerborden per gemeente verschillend is geregeld. Sommige gemeenten brengen de
                    nummers zelf aan. Het aanbrengen van de nummers wordt echter ook uitbesteed of
                    overgelaten aan de aannemer. Bijvoorbeeld als onderdeel van het uitvoeren van
                    een bouwwerk. Ten slotte wordt het ook vaak aan de rechthebbende opgedragen om
                    de nummers, conform de gemeentelijke voorschriften, aan te brengen. In de
                    verordening is gekozen voor een formulering waarbij de rechthebbende het nummer
                    dient aan te brengen, tenzij het college anders besluit. Het laatste zal vaak
                    het geval zijn bij nieuwbouwprojecten, waarbij een uniform uitgevoerde nummering
                    wenselijk wordt geacht. Het verdient aanbeveling de verantwoordelijkheid voor
                    het aanbrengen van een nummer in de tekst van het nummerbesluit te regelen.</al><al>In het tweede en derde lid is bepaald dat het door het college toegekende nummer
                    binnen een bepaalde termijn moet zijn aangebracht. Voor gevallen waarin het
                    object nog niet is voltooid, moet het nummer vier weken na de voltooiing zijn
                    aangebracht.</al><al>Het vierde lid biedt de gemeente de mogelijkheid om een bord met het oude
                    (doorgehaalde) nummer enige tijd te handhaven naast een bord met het nieuwe
                    nummer. Op deze wijze wordt voorkomen dat zij, die niet van de hernummering op
                    de hoogte zijn, hun bestemming niet kunnen vinden. Het handhaven van het oude
                    (doorgehaalde) nummer wordt soms bij omvangrijke of ingewikkelde vernummering
                    toegepast.</al><al>Het vijfde lid geeft het college de mogelijkheid de in het tweede en derde lid
                    genoemde termijnen te verlengen.</al><tussenkop>Artikel 7.</tussenkop><al>Het eerste lid biedt de mogelijkheid om uitvoeringsvoorschriften vast te stellen
                    ten aanzien van naamgeving en nummering. Deze uitvoeringsvoorschriften zijn
                    gericht op vast gemeentelijk beleid. Dat kan van belang zijn bij beroeps- en
                    bezwaarprocedures. De uitvoeringsvoorschriften kunnen bepalingen bevatten met
                    betrekking tot de bestuurlijke, taalkundige en inhoudelijke aspecten van de
                    naamgeving, alsmede bepalingen over de wijk- en buurtindeling, de toekenning van
                    nummers, de wijze van nummeren, de uitvoering en plaatsing van borden en
                    voorschriften van administratief-organisatorische aard. Ook kunnen modellen
                    worden voorgeschreven voor verklaringen, besluiten en formulieren. Het tweede
                    lid bepaalt dat de uitvoeringsvoorschriften niet in strijd mogen zijn met het
                    postcodeconvenant.</al><tussenkop>Artikel 8.</tussenkop><al>Het opleggen van verplichtingen, zoals vervat in de verordening, heeft alleen
                    zin wanneer deze verplichtingen bij nalatigheid of overtreding kunnen worden
                    afgedwongen, zodra deze worden overtreden. Het is gebruikelijk aan lichte
                    overtredingen een geldboete van de eerste categorie te verbinden. In het tweede
                    lid wordt de afdeling of dienst aangewezen, die op de naleving van de bepalingen
                    in de verordening moet toezien.</al><tussenkop>Artikel 9.</tussenkop><al>Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de verordening en het vervallen van
                    de oude bepalingen. De strekking van dit artikel spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 10.</tussenkop><al>Het principe van het benoemen van de openbare ruimte en het nummeren van
                    verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen en afgebakende terreinen dateert
                    al uit de vorige eeuw. In de loop der jaren zijn veel opvolgende voorschriften
                    van kracht geweest. Het is niet zinvol bij de invoering van de verordening te
                    eisen dat alle nummers in de gemeente dienen te worden aangepast aan de nieuwe
                    uitvoeringsvoorschriften, zoals vervat in artikel 7. Nummers die onder het oude
                    regime tot stand zijn gekomen, blijven gehandhaafd. Het college heeft wel de
                    mogelijkheid om aanpassing van de nummers te eisen.</al><tussenkop>Artikel 11.</tussenkop><al>Omdat de term huisnummer in principe geen juiste term is voor het nummeren van
                    verblijfsobjecten, afgebakende terreinen, standplaatsen en ligplaatsen en de
                    term straatnaam geen juiste term is voor plantsoenen, wegen e.d., is gekozen
                    voor de nieuwe citeertitel Verordening naamgeving en nummering (adressen).</al><al/><tussenkop>Regeling naamgeving en nummering (adressen) Vlissingen
                    2010</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Openbare ruimte</tussenkop><al>Openbare ruimte is de ruimte die voor iedereen vrij toegankelijk is en een open
                    karakter heeft. Het gaat dan in ieder geval om alle voor het openbaar
                    rijverkeer, of andere verkeer, openstaande wegen of paden, pleinen, plaatsen,
                    plantsoenen, bruggen, viaducten, knooppunten en daarmee vergelijkbare plaatsten
                    of constructies en alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het
                    publiek bevaarbare en anderszins toegankelijk zijn, alsmede daarin begrepen alle
                    bouwwerken die daar deel van uitmaken. Maar ook andere delen van de buitenruimte
                    met een openbare functie en een rol in het maatschappelijke verkeer vallen onder
                    de definitie van openbare ruimte zoals terreinen, spoorbanen en administratieve
                    en landschappelijke gebieden.</al><tussenkop>Artikel 2. Bouwprojecten</tussenkop><al>Bouwprojecten zijn alle vormen van ruimtelijke ontwikkeling die niet tot de
                    openbare ruimte horen. </al><tussenkop>Artikel 3. Beleidsregels naamgeving</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Alle delen van de openbare ruimte die een (belangrijke) rol spelen in
                            het maatschappelijke verkeer worden benoemd, waarbij de naamgeving
                            duidelijk en eenduidig moet zijn.</al></li><li nr="2."><al>In verband met het opstellen van processen-verbaal bij overtredingen en
                            misdrijven, alsmede bij het verlenen van hulp door brandweer, politie en
                            ambulance is het van belang dat op eenvoudige wijze duidelijk kan worden
                            gemaakt waar de overtreding is begaan of het misdrijf is gepleegd, dan
                            wel de hulp moeten worden verleend. Het volstaat dan ook niet om alleen
                            wegen te benoemen, ook andere types openbare ruimten moeten een naam
                            krijgen (denk daarbij aan parken, dijken, bos- en duingebieden
                            etc.).</al></li><li nr="3."><al>Daarbij moet duidelijk en eenduidig zijn welk deel van de openbare
                            ruimte welke naam heeft; naast een naam moet ook de geografische
                            begrenzing worden vastgesteld.</al></li><li nr="4."><al>Er wordt zoveel mogelijk systematisch en buurts- of wijksgewijs
                            naamgegeven.</al></li><li nr="5."><al>De vindbaarheid van een locatie wordt vergroot door de openbare ruimten
                            in een buurt of wijk binnen een bepaald thema een naam te geven. Dit
                            effect kan nog verder versterkt worden door een bepaalde systematiek te
                            hanteren in de naamgeving (bijvoorbeeld alle namen een zelfde
                            achtervoegsel geven zoals -laan, -burg etc.) </al></li><li nr="6."><al>Er wordt terughoudend omgegaan met het hernoemen van openbare
                            ruimte.</al></li><li nr="7."><al>Soms is het om zwaarwegende redenen wenselijk een naam te wijzigen maar
                            in principe wordt hier terughoudend mee omgesprongen. Niet alleen
                            vanwege de kosten en de last die dit voor direct betrokkenen met zich
                            meebrengt maar ook vanuit het oogpunt van bedrijfsvoering is het niet
                            wenselijk; hernoemen en/of hernummeren lijdt gegarandeerd tot problemen
                            in de keten (bijvoorbeeld Belastingdienst). Bovendien doorbreekt het de
                            link met de historie. </al></li></lijst><tussenkop>Artikel 4. Criteria voor naamgeving</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Namen mogen geen aanstoot geven.</al></li><li nr="2."><al>Namen mogen zich niet makkelijk laten verbasteren naar belachelijke of
                            dubbelzinnige namen.</al></li><li nr="3."><al>Namen moeten eenvoudig en eenduidig uit te spreken zijn.</al></li><li nr="4."><al>Namen of begrippen moeten algemeen bekend, dan wel te begrijpen zijn en
                            bij voorkeur samengesteld zijn uit Nederlandse termen. Uitzondering kan
                            gemaakt worden voor lokaal bekende namen of begrippen en buitenlandse
                            namen en begrippen waarvan de betekenis verondersteld wordt algemeen
                            bekend te zijn.</al></li><li nr="5."><al>Namen moeten eenduidig en correct gespeld zijn (voorkeursspelling
                            volgens het Groene Boekje). Uitzondering kan gemaakt worden voor
                            historische namen of begrippen of namen of begrippen in dialect waarvan
                            de schrijfwijze verondersteld wordt algemeen bekend te zijn.</al></li><li nr="6."><al>Namen moeten passen bij de openbare ruimten.</al></li><li nr="7."><al>Nieuwe namen mogen niet gelijk zijn aan of te veel lijken op bestaande
                            namen. </al></li><li nr="8."><al>Namen mogen ten hoogste 80 posities lang zijn (Wet op de
                            basisregistraties adressen en gebouwen).</al></li><li nr="9."><al>Bedrijven worden niet vernoemd. Uitzondering kan gemaakt worden voor
                            bedrijven die op grond van historie en/of traditie op een speciale
                            manier aan stad of streek verbonden zijn of waren.</al></li><li nr="10."><al>Personen worden met grote terughoudendheid vernoemd en dan alleen als
                            ze:</al><lijst><li nr="a."><al>ten minste tien jaar dood zijn. Uitzondering kan gemaakt worden
                                    voor leden van het Koninklijk huis; zij kunnen al tijdens het
                                    leven worden vernoemd;</al></li><li nr="b."><al>van onbesproken gedrag en onomstreden zijn;</al></li><li nr="c."><al>van uitzonderlijk groot belang en beeld bepalend zijn geweest
                                    voor stad of streek of de samenleving in bredere zin;</al></li><li nr="d."><al>en de nabestaanden geen bezwaar hebben tegen vernoeming.</al></li></lijst></li><li nr="11."><al>Historische namen worden alleen gebruikt als de situering ter plaatse
                            geschiedkundig verantwoord is.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 5. Uitvoeringsvoorschrift naamgeving bouwprojecten</tussenkop><al>Met dit uitvoeringsvoorschrift wordt de taakstelling van de Commissie naamgeving
                    en de bevoegdheid van het college uitgebreid met het adviseren (Commissie
                    naamgeving) en naamgeven (college) van bouwprojecten. In het verleden werd dit
                    overgelaten aan de opdrachtgever, architect en/of bouwer maar dit is niet
                    wenselijk gebleken omdat hiermee sturing gegeven wordt aan de uiteindelijke
                    naamgeving van openbare ruimten. De Commissie naamgeving moet hier echter vrij
                    in kunnen adviseren en het college vrij in kunnen besluiten.</al><tussenkop>Artikel 6. Werkwijze naamgeving bouwprojecten</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>In de ontwerpfase of op het moment dat een bouwvergunning wordt
                            aangevraagd, wordt de opdrachtgever, architect en/of bouwer gewezen op
                            het uitvoeringsvoorschrift naamgeving bouwprojecten.</al></li><li nr="2."><al>De opdrachtgever, architect of bouwer kan dan zelf een voorstel doen
                            voor naamgeving van zijn bouwproject of dit overlaten aan de Commissie
                            naamgeving.</al></li><li nr="3."><al>De Commissie toetst het voorstel aan de beleidsregels naamgeving
                            openbare ruimte en adviseert het college over de naamgeving.</al></li><li nr="4."><al>Het college beslist uiteindelijk over de toe te kennen naam van het
                            bouwproject.</al></li></lijst><al/><al>Vlissingen, 27 mei 2010.</al><al>Burgemeester en wethouders voornoemd,</al><al>de secretaris, de burgemeester,</al><al/><al>dr. ir. J.J. van Houdt drs. W.J.A. Dijkstra</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>