<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR343168_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Jeugdhulp Montferland 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Montferland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Montferland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 24 november 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Jeugdhulp Montferland 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Jeugdwet, art. 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1, vierde lid</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>geen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Jeugdhulp Montferland 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De raad van de gemeente Montferland</vet></al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10
                        september 2014;</al><al/><al>gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 [<cursief>en 8.1.1, vierde
                            lid,</cursief>] van de Jeugdwet;</al><al/><al/><al>overwegende dat de Jeugdwet de verantwoordelijkheid voor het organiseren van
                        goede en toegankelijke jeugdhulp bij de gemeente heeft belegd en dat het
                        noodzakelijk is om regels vast te stellen over:</al><lijst><li nr="1."><al>de door het college te verlenen individuele voorzieningen en overige
                                voorzieningen;</al></li><li nr="2."><al>de voorwaarden voor toekenning van een individuele voorziening, de
                                wijze van beoordeling en de afwegingsfactoren daarbij;</al></li><li nr="3."><al>de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een individuele
                                voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied
                                van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en
                                inkomen;</al></li><li nr="4."><al>de wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget wordt
                                vastgesteld;</al></li><li nr="5."><al>onder welke voorwaarden degene aan wie een persoonsgebonden budget
                                wordt verstrekt, de jeugdhulp kan betrekken van een persoon die
                                behoort tot diens sociale netwerk;</al></li><li nr="6."><al>de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele
                                voorziening of een persoonsgebonden budget alsmede misbruik en
                                oneigenlijk gebruik van de wet;</al></li><li nr="7."><al>regels ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor
                                de levering van jeugdhulp of de uitvoering van een
                                kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering en de eisen die
                                worden gesteld aan de kwaliteit daarvan;</al></li></lijst><al/><al><vet>BESLUIT: </vet></al><al/><al>vast te stellen de:</al><al/><al><vet>Verordening jeugdhulp gemeente Montferland 2015</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1:</nr><titel>Algemene bepalingen:</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                            onder: 1. andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de
                            Jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke
                            ondersteuning of werk en inkomen;</al><lijst><li nr="2."><al>hulpvraag: behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan
                                    jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen,
                                    psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3,
                                    eerste lid, van de wet;</al></li><li nr="3."><al>individuele voorziening: op de jeugdige of zijn ouders
                                    toegesneden voorziening als bedoeld in artikel 2, tweede
                                    lid;</al></li><li nr="4."><al>melding: melding van een hulpvraag als bedoeld in artikel
                                    4;</al></li><li nr="5."><al>overige voorziening: overige voorziening als bedoeld in artikel
                                    2, eerste lid;</al></li><li nr="6."><al>pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de
                                    wet,zijnde een door het college verstrekt budget aan een
                                    jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die
                                    tot de individuele voorziening behoort van derden te
                                    betrekken;</al></li><li nr="7."><al>wet: Jeugdwet<cursief>.</cursief></al></li></lijst><al>8<vet>. </vet>Centrum Jeugd en Gezin c.q. Sociaal team (hierna CJG): een
                            gebiedsgericht multidisciplinair team dat de hulpvraag van jeugdigen en
                            hun ouders oppakt en afhandelt;</al><lijst><li nr="9."><al>college: college van burgemeester en wethouders of een door het
                                    college gemandateerd orgaan;</al></li><li nr="10."><al>hulpvraag: behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan
                                    jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen,
                                    psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3,
                                    eerste lid</al><al> van de wet en zoals bedoeld in artikel 4 van de
                                    verordening;</al></li><li nr="11."><al>jeugdhulp: jeugdhulp, zoals bedoeld in art 1.1. van de
                                    Jeugdwet;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Vormen van jeugdhulp</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De volgende vormen van overige (vrij-toegankelijke) voorzieningen
                                zijn beschikbaar: <cursief>* Preventie/basiszorg, bestaande uit de
                                    functies:</cursief><cursief> • informatie- en (opgroei) advies /
                                    opvoed- en opgroeiondersteuning;</cursief><cursief> •
                                    signalering;</cursief><cursief> • toeleiding naar vrij
                                    toegankelijke hulp</cursief><cursief> • licht pedagogische
                                    hulpverlening:</cursief><cursief> • coördinatie van zorg bij
                                    lichte, enkelvoudige problematiek; </cursief><cursief> *
                                    Basisdiagnostiek;</cursief><cursief> * Toegangsfunctie (voor
                                    individuele voorzieningen);</cursief><cursief> * Meldpunt
                                    Spoedeisende Zorg;</cursief><cursief> * Advies- en Meldpunt
                                    Huiselijk Geweld en Kindermishandeling
                                (AMHK);</cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De volgende vormen van individuele (niet vrij toegankelijke)
                                voorzieningen zijn beschikbaar: <cursief>Specialistische
                                    hulp:</cursief><cursief> * Voortgezette
                                    diagnositiek;</cursief><cursief> * Begeleiding/ambulante
                                    hulp;</cursief><cursief> *
                                    Crisishulp/crisisopvang;</cursief><cursief> * Dag- en
                                    deeltijdbehandeling (zonder verblijf)</cursief><cursief> *
                                    Pleegzorg;;</cursief><cursief> * Verblijf 24-uurs
                                    zorg;</cursief><cursief> * Verblijf deeltijd;</cursief><cursief>
                                    * Jeugdzorg Plus;</cursief><cursief> * Coördinatie van zorg bij
                                    complexere problematiek;</cursief><cursief> *
                                    Jeugdbescherming;</cursief><cursief> *
                                    Jeugdreclassering:</cursief><cursief> * Forensische
                                    jeugdzorg</cursief><cursief> * Dyslexiezorg</cursief></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij nadere regeling vaststellen welke overige en
                                individuele voorzieningen op basis van het eerste en tweede lid
                                beschikbaar zijn.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2:</nr><titel>Toegang</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3a</nr><titel>Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of
                                jeugdarts</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor de inzet van jeugdhulp na een
                                verwijzing door de huisarts, medisch specialist en jeugdarts naar
                                een jeugdhulpaanbieder, als en voor zover genoemde
                                jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alleen als de jeugdige of zijn ouders na verwijzing, als bedoeld in
                                het derde lid, hierom verzoeken, of als de gemeente niet instemt met
                                het oordeel over benodigde hulpverlening van de jeugdhulpaanbieder
                                na verwijzing, legt het college de te verlenen individuele
                                voorziening, respectievelijk het afwijzen daarvan, vast in een
                                beschikking als bedoeld in artikel 6;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere afspraken maken met de huisartsen, de medisch
                                specialisten, de jeugdartsen en de zorgverzekeraars over de
                                verwijzing, zoals bedoeld in lid 1.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3b.</nr><titel>Toegang jeugdhulp via kinderbeschermingsmaatregel en
                                jeugdreclassering</titel></kop><al>Het college zorgt voor inzet van de jeugdhulp die de rechter of de
                            gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een
                            kinderbeschermingsmaatregel, die de rechter, het openbaar ministerie, de
                            selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de
                            justitiële inrichting nodig achten bij de uitvoering van een
                            strafrechtelijke beslissing, of die de gecertificeerde instelling nodig
                            acht bij de uitvoering van jeugdreclassering;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3c.</nr><titel>Toegang jeugdhulp in spoedeisende gevallen</titel></kop><al>In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een
                            passende tijdelijke voorziening, of vraagt het college een
                            spoedmachtiging gesloten jeugdhulp bij de rechter als bedoeld in
                            hoofdstuk 6 van de Jeugdwet. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Procedure toegang jeugdhulp via gemeente</titel></kop><al>Het college stelt nadere regels vast met betrekking tot de procedure van
                            en de voorwaarden voor toekenning, gebruik van het gezinsplan de wijze
                            van beoordeling en de afwegingsfactoren bij een melding of een hulpvraag
                            voor een individuele voorziening bij het CJG. Het college geeft daarbij
                            aan op welke wijze hij jeugdigen informeert over de mogelijkheid en het
                            belang om in bepaalde gevallen een beroep op jeugdhulp te doen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3:</nr><titel>Afweging bij en voorwaarden voor toekennen aanvraag
                            individuele</titel></kop><structuurtekst><al><vet> voorziening</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5a:</nr><titel>Toekenning individuele voorzieningen</titel></kop><al>Het college kent een individuele voorziening toe voor zover volgens de
                            procedure, op basis van artikel 4, is vastgesteld dat de jeugdige: a. op
                            eigen kracht of met zijn ouders of andere personen uit zijn naaste
                            omgeving geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden; b. geen
                            oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk,
                            gebruik te kunnen maken van een overige voorziening; c. geen oplossing
                            kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik
                            te maken van een andere voorziening;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5b:</nr><titel>Toekenning individuele voorziening via Persoonsgebonden
                                budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt een Persoonsgebonden budget in overeenstemming
                                met artikel 8.1.1.van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het tarief voor een Persoonsgebonden budget:</al><lijst><li nr="a."><al>is gebaseerd op een door de cliënt opgesteld plan over hoe
                                        hij het persoonsgebonden budget gaat besteden;</al></li><li nr="b."><al>is toereikend om effectieve en kwalitatief goede zorg in te
                                        kopen; en</al></li><li nr="c."><al>bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende
                                        situatie goedkoopst compenserende maatwerkvoorziening in
                                        natura.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoogte van het persoonsgebonden budgetvoor een voorziening
                                wordt bepaald op ten hoogste de kostprijs van de voorziening die de
                                aanvrager op dat moment zou hebben ontvangen als de voorziening in
                                natura zou zijn verstrekt. Als de naturaverstrekking een tweedehands
                                voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een
                                looptijd gelijk aan de verkorte termijn waarop de voorziening
                                technisch is afgeschreven, rekening houdend met onderhoud en
                                verzekering. Als de naturaverstrekking een nieuwe voorziening
                                betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, rekening houdend met
                                een eventueel door de gemeente te ontvangen korting en rekening
                                houdend met onderhoud en verzekering.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De hoogte van een persoonsgebonden budget voor dienstverlening is
                                opgebouwd uit verschillende kostencomponenten, zoals salaris,
                                vervanging tijdens vakantie, verzekeringen en reiskosten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een persoonsgebonden budget dient door de cliënt binnen zes maanden
                                na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat
                                waarvoor het is verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan in het Besluit nadere regels stellen over de hoogte
                                van het persoonsgebonden budget.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Inhoud beschikking</titel></kop><al>1.In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening
                            wordt in ieder geval </al><al>aangegeven of de voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en
                            wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden
                            gemaakt;</al><lijst><li nr="2."><al>Bij het verstrekken van een individuele voorziening worden in de
                                    beschikking de met de jeugdige of zijn ouders gemaakte afspraken
                                    vastgelegd.</al></li><li nr="3."><al>Als sprake is van een te betalen ouderbijdrage wordt hierover
                                    informatie in de beschikking opgenomen.<cursief>.</cursief></al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4:</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of
                                terugvordering</titel></kop><al>1.Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen een jeugdige of zijn ouders
                            op verzoek of </al><al>onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten
                            en </al><al>omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze
                            aanleiding </al><al>kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een
                            individuele </al><al>voorziening. </al><al>2.Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing
                            aangaande een </al><al>individuele voorziening herzien dan wel intrekken als het college
                            vaststelt dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens
                                    hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige
                                    gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;</al></li><li nr="b."><al>de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele
                                    voorziening of op het </al></li></lijst><al>pgb zijn aangewezen;</al><lijst><li nr="c."><al>de individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend is te
                                    achten;</al></li><li nr="d."><al>de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van
                                    de</al><al> individuele voorziening of het pgb, of</al></li><li nr="e."><al>de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het pgb
                                    niet of voor</al><al> een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd.</al><lijst><li nr="3."><al>Als het college een beslissing op grond van het tweede
                                            lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van
                                            de onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft
                                            plaatsgevonden, dient het college van degene die
                                            opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                                            verschaft geheel of gedeeltelijk de geldswaarde te
                                            vorderen van de ten onrechte genoten individuele
                                            voorziening of het ten onrechte genoten pgb.</al></li><li nr="4."><al>Een besluit tot verlening van een pgb kan worden
                                            ingetrokken als blijkt dat het pgb </al></li></lijst></li></lijst><al>binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging
                            van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Het
                            college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde zorg,
                            al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van pgb’s.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8:.</nr><titel>Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders
                                kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering</titel></kop><al>Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding
                            bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te
                            leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of
                            jeugdreclassering, rekening met: a. de aard en omvang van de te
                            verrichten taken; b. de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in
                            relatie tot de zwaarte van de functie; c. een redelijke toeslag voor
                            overheadkosten; d. een voor de sector reële mate van non-productiviteit
                            van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en
                            werkoverleg; e. kosten voor bijscholing van het personeel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Vertrouwenspersoon</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt ervoor dat jeugdigen en ouders een beroep kunnen
                                doen op een onafhankelijke vertrouwenspersoon;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college wijst jeugdigen en ouders erop dat zij zich desgewenst
                                kunnen laten bijstaan door een onafhankelijke
                                vertrouwenspersoon.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Klachtregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college behandelt klachten van jeugdigen of ouders die
                                betrekking hebben op de wijze van afhandeling van aanvragen als
                                bedoeld in deze verordening, overeenkomstig het bepaalde in
                                Hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht en/of een nog nader
                                vast te stellen regeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanbieders dienen te beschikken over een regeling voor de
                                afhandeling van klachten van hun cliënten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op
                                de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de
                                aanbieders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Inspraak en medezeggenschap</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college betrekt de ingezetenen van de gemeente, waaronder in
                                ieder geval de Sociale Raad, bij de voorbereiding en evaluatie van
                                het beleid betreffende jeugdhulp overeenkomstig de krachtens artikel
                                150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze
                                waarop inspraak wordt verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt cliënten en vertegenwoordigers van cliëntgroepen
                                vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid
                                betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de
                                besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende
                                jeugdhulp, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te
                                kunnen vervullen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan
                                periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen
                                aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate
                                deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het tweede
                                en derde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van deze verordening, kan het
                            college overige nadere regels stellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13:</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige of
                                zijn ouders afwijken van de bepalingen in deze verordening, als
                                toepassing van deze verordening tot onbillijkheden van overwegende
                                aard leidt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffend, waarin
                                deze verordening niet voorziet, beslist het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14:</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor jeugdigen en/of hun ouders die op het moment van
                                inwerkingtreding van de Jeugdwet en deze Verordening Jeugdhulp al
                                een verwijzing in de zin van de Zorgverzekeringswet (Zvw) of een
                                indicatiebesluit in de zin van de Algemene Wet Bijzondere
                                Ziektekosten (AWBZ) of de Wet op de Jeugdzorg (Wjz) hebben, is het
                                overgangsrecht van toepassing zoals bedoeld in artikel 10.1, 10.2 en
                                10.3 van de Jeugdwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer sprake is van overgangsrecht is het college er voor
                                verantwoordelijk dat de jeugdige de jeugdhulp kan voortzetten bij
                                dezelfde aanbieder, indien dit redelijkerwijs mogelijk is. Daarbij
                                geldt dat deze verwijzingen en indicatiebesluiten maximaal een jaar
                                na inwerkingtreding van de Jeugdwet blijven gelden;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid geldt in geval er sprake is van een
                                indicatiebesluit waarin is vastgesteld dat de jeugdige aangewezen is
                                op pleegzorg geen einddatum voor de rechten en verplichtingen die
                                verbonden zijn aan dit besluit jegens het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15:</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16:</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Jeugdhulp Montferland
                            2015.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 30 oktober 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,…………. De voorzitter,……………</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen</vet></al><al/><al>Artikel 1 Begripsbepalingen </al><al>Artikel 2 Vormen van jeugdhulp </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 2: Toegang</vet></al><al/><al>Artikel 3a Toegang jeugdhulp via huisarts, medisch specialist of jeugdarts </al><al>Artikel 3b Toegang jeugdhulp via kinderbeschermingsmaatregel en
                    jeugdreclassering </al><al>Artikel 3c Toegang jeugdhulp in spoedeisende gevallen </al><al>Artikel 4 Procedure toegang jeugdhulp via gemeente </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 3: Afweging bij en voorwaarden voor toekennen aanvraag
                        individuele voorziening</vet></al><al/><al>Artikel 5a Toekenning individuele voorzieningen </al><al>Artikel 5 b Toekennen individuele voorziening via pgb </al><al>Artikel 6 Inhoud beschikking </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 4: Overige bepalingen</vet></al><al/><al>Artikel 7 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of
                    terugvordering </al><al>Artikel 8 Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders
                    kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering </al><al>Artikel 9 Vertrouwenspersoon </al><al>Artikel 10 Klachtenregeling </al><al>Artikel 11 Inspraak en medezeggenschap </al><al>Artikel 12 Nadere regels </al><al>Artikel 13 Hardheidsclausule </al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>