<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR3430_1</dcterms:identifier><dcterms:title>nr 05.02 Wegsleepverordening gemeente Zevenaar</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:creator><dcterms:modified>2009-01-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zevenaar Post, 19-1-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Wegsleepverordening gemeente Zevenaar</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet artikel 149, Wegenverkeerswet 1994 artikel 173 lid twee en het Besluit wegslepen van voertuigen.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-01-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-01-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-10-23</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling bij gemeentelijke herindeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>05-003</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>openbare orde en (brand)veiligheid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Aanwijzingsbesluit bewaarplaats weggesleepte voertuigen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>nr 05.02 Wegsleepverordening gemeente Zevenaar</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Zevenaar,</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 26
                        maart 2002,</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 173, tweede
                        lid van de Wegenverkeerswet 1994 en het Besluit wegslepen van
                        voertuigen;</al><al>overwegende dat het wenselijk is om in voorkomende gevallen op de weg
                        staande voertuigen te kunnen verwijderen, over te brengen en in bewaring te
                        stellen;</al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>Wegsleepverordening gemeente Zevenaar</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al></li><li nr="b."><al>wet: de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="c."><al>besluit: het Besluit wegslepen van voertuigen;</al></li><li nr="d."><al>voertuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, onder al RVV
                                1990;</al></li><li nr="e."><al>motorrijtuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid,
                                onder c van de wet;</al></li><li nr="f."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen worden
                            verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld in het belang van het
                            vrijhouden van wegen en weggedeelten</titel></kop><al>Als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170, eerste lid, onder c van
                        de wet worden alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente aangewezen
                        voorzover ze behoren tot een van de in artikel 2 van het besluit bedoelde
                        soorten van wegen en weggedeelten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Plaats bewaring voertuigen en openingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als plaats van bewaring van weggesleepte voertuigen wordt aangewezen het
                            bedrijfsterrein van bergings- en sleepdienst van de fa. Van Amerongen,
                            Boulevard Heuvelink 2b-4 te Arnhem.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openingstijden van de in het eerste lid bedoelde bewaarplaats
                            zijn:</al><al>maandag tot en met zondag van 24.00 tot 00.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan een tijdelijke plaats van bewaring aanwijzen indien
                            een specifieke situatie </al><al> daartoe aanleiding geeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Kosten overbrengen en bewaren voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De kosten van het overbrengen van een voertuig naar de bewaarplaats
                                bedragen:</al></li><li nr=" a."><al>voorrijkosten maandag tot en met zondag, dag en nacht: € 90,00;</al></li><li nr="b."><al>sleepkosten maandag tot en met vrijdag, overdag van 08.00 uur tot
                                18.00 uur: € 158,35;</al></li><li nr="c."><al>sleepkosten zaterdag, zondag, feestdagen en maandag tot en met
                                vrijdag van 18.00 uur tot 08.00 uur: € 183,20.</al><al/></li><li nr="2."><al>De kosten van het bewaren van een voertuig bedragen:</al></li><li nr="a."><al>€ 45,00 voor de eerste 24 uur of een gedeelte daarvan;</al></li><li nr="b."><al>€ 25,00 voor elk volgende dag of een gedeelte daarvan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in het geval
                            van gebleken onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan wel het
                            ontbreken van een behoorlijk zichtbare kentekenplaat</titel></kop><al>Wanneer gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 130,
                        vierde lid, 164, zevende lid, en 174, eerste lid van de wet, zijn artikel 1,
                        3 en 4 van deze verordening van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 01 mei 2002.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Wegsleepverordening gemeente
                        Zevenaar.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 24 april 2002.</al></slotformulering><ondertekening>De voorzitter, De secretaris,</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Algemene toelichting</label><nr/><titel/></kop><al/><tussenkop>ALGEMENE TOELICHTING</tussenkop><al>Op 1 januari 2002 zijn in werking getreden de Wet van 21 februari 1997, houdende
                    de wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994), ook wel de wijziging van
                    de wegsleepregeling genoemd, en het bijbehorende Besluit wegslepen van
                    voertuigen. Artikel 170 tot en met 173 WVW 1994 zijn geheel vervangen door
                    nieuwe bepalingen. De wijzigingswet is bij de Invoeringswet van de derde tranche
                    van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), deel II, nog aangepast in verband met
                    de overgang van de bepalingen over de uitvoering van bestuursdwang uit de
                    Gemeentewet naar de Awb. </al><al>Kort samengevat houden de wijzigingen in de wegsleepregeling voor de gemeente
                    Zevenaar het volgende in.</al><tussenkop>Bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen</tussenkop><al>Het uitvoeren van de wegsleepregeling is geen bevoegdheid meer van de
                    burgemeester, maar van het gehele college van burgemeester en wethouders. Het
                    wegslepen van een voertuig moet worden gezien als een bijzondere vorm van
                    bestuursdwang. In de Awb zijn algemene regels gesteld over de toepassing van
                    bestuursdwang. Deze regels zijn voor een groot deel ook van toepassing op het
                    wegslepen van voertuigen. In de WVW 1994 wordt een aantal bepalingen uit de Awb
                    niet van toepassing verklaard. Tegen besluiten tot het wegslepen van voertuigen
                    staat op grond van de Awb bezwaar en vervolgens beroep open. </al><tussenkop>Uitgebreide werking</tussenkop><al>Op grond van de oude (lees steeds: huidige) WVW 1994 mochten op de weg staande
                    voertuigen alleen worden weggesleept in het belang van de veiligheid op de weg,
                    de vrijheid van het verkeer of het vrijhouden van invalidenparkeerplaatsen.</al><al>Op grond van de herziene regeling in de WVW 1994 en het daarop gebaseerde
                    Besluit wegslepen van voertuigen is het laatstgenoemde criterium uitgebreid.
                    Zowel de VNG als een aantal grote(re) gemeenten hebben hier sterk op
                    aangedrongen bij zowel het ministerie van Verkeer en Waterstaat als de Tweede
                    Kamer. Er zijn immers meer locaties denkbaar waar fout parkeren als zeer
                    hinderlijk wordt ervaren zonder dat de veiligheid op de weg of de vrijheid van
                    het verkeer direct in het geding is. Direct optreden tegen dergelijke fout
                    geparkeerde voertuigen kan in bepaalde gevallen zeer wenselijk zijn. Hierbij kan
                    worden gedacht aan het onbevoegd parkeren op laad- en loshavens,
                    taxistandplaatsen, marktterreinen, voetgangersgebieden en dergelijke. Deze wegen
                    en weggedeelten worden aangewezen in onderhavige verordening, zodat de gemeente
                    (lees: het college) gebruik kan maken van deze bevoegdheid.</al><al>In zowel de oude als de nieuwe regeling geldt dat een voertuig niet zonder meer
                    kan worden weggesleept wanneer aan een van de genoemde criteria wordt voldaan.
                    Degene die met de uitvoering van de wegsleepregeling is belast, dient per geval
                    na te gaan of in dat specifieke geval het wegslepen van het desbetreffende
                    voertuig absoluut noodzakelijk is. Het wegslepen van een voertuig dat om 4.00
                    uur ’s nachts in strijd met een van de genoemde criteria is geparkeerd, zal
                    doorgaans als niet of minder urgent moeten worden beschouwd. In zo’n geval kan
                    het opmaken van een proces-verbaal door een opsporingsambtenaar volstaan. </al><tussenkop>Verhouding Wet-Mulder en bestuursdwang</tussenkop><al>Wanneer een voertuig fout geparkeerd staat en wegsleepwaardig is, zijn er in
                    principe twee naast elkaar bestaande manieren om hiertegen op te treden.
                    Allereerst door politie en justitie op grond van de Wet
                    administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet-Mulder) via het
                    opmaken van een proces-verbaal. Daarnaast door het uitvoeren van bestuursdwang
                    (lees: het laten wegslepen en bewaren van dat voertuig) door het college van
                    burgemeester en wethouders.</al><al>In de <cursief>oude</cursief> wegsleepregeling bestond er een onlosmakelijk
                    verband tussen beide vormen van optreden. Voordat tot het wegslepen van een
                    voertuig kon worden overgegaan, moest altijd eerst een proces-verbaal op grond
                    van de Wet-Mulder worden opgemaakt. Indien het desbetreffende proces-verbaal
                    werd geseponeerd of wanneer vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging door de
                    rechter volgde, dienden ook de kosten van het wegslepen en bewaren van het
                    voertuig te worden terugbetaald. </al><al>In de <cursief>nieuwe</cursief> wegsleepregeling wordt deze koppeling
                    losgelaten. Het opmaken van een proces-verbaal op grond van de Wet-Mulder,
                    voordat tot het wegslepen van een voertuig kan worden overgegaan, is niet meer
                    vereist, maar <cursief>kan</cursief> nog steeds wel samengaan. Opgemerkt wordt
                    dat het wel noodzakelijk is om de geconstateerde parkeerovertreding zo goed
                    mogelijk vast te leggen wanneer alleen gebruik wordt gemaakt van de
                    bestuursdwangbevoegdheid. Voor eventuele latere bezwaar- en beroepsprocedures op
                    grond van de Awb is het verstandig de geconstateerde parkeerovertreding zo goed
                    mogelijk vast te leggen in een schriftelijk document en bij voorkeur vergezeld
                    te laten gaan van een foto die de feitelijke situatie weergeeft.</al><al>Een eventueel sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging door justitie,
                    respectievelijk de rechter naar aanleiding van een proces-verbaal is niet zonder
                    meer een reden om ook de kosten van de bestuursdwang terug te betalen. Het
                    college van burgemeester en wethouders maakt in een eventuele bezwaarprocedure
                    een zelfstandige afweging.</al><tussenkop>Verordening</tussenkop><al>In artikel 170 e.v. WVW 1994 is het kader aangegeven waarbinnen het college van
                    burgemeester en wethouders gebruik kan maken van zijn bevoegdheid tot het
                    wegslepen van voertuigen. Hoewel de bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen
                    in de wet is neergelegd, kan het college pas goed van deze bevoegdheid
                    gebruikmaken wanneer de gemeenteraad in een verordening nadere regels heeft
                    gesteld over de toepassing van deze bevoegdheid, zoals in artikel 173, tweede
                    lid van de wet wordt voorgeschreven. In deze verordening dienen in elk geval
                    regels te worden gesteld over:</al><lijst><li nr="­"><al>de aanwijzing van de plaats(en) waar de weggesleepte voertuigen worden
                            bewaard;</al></li><li nr="­"><al>de berekening van de kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van het
                            wegslepen en bewaren van voertuigen;</al></li><li nr="­"><al>de eventuele aanwijzing van wegen en weggedeelten waar op grond van
                            artikel 170, eerste lid, onder c WVW 1994 voertuigen mogen worden
                            weggesleept.</al></li></lijst><al>Aangezien in artikel 173, tweede lid van de wet wordt aangegeven dat de nadere
                    regels bij gemeentelijke verordening moeten worden gesteld, kunnen de hiervoor
                    genoemde onderwerpen niet worden gedelegeerd aan het college van burgemeester en
                    wethouders. De uitwerking van de nadere regels van de verordening kan wel door
                    het college van burgemeester en wethouders geschieden (bijvoorbeeld door middel
                    van beleidsregels).</al><tussenkop>Wegsleepwaardige overtredingen</tussenkop><al>Zoals hiervoor reeds aangegeven mochten op grond van de bepalingen uit de oude
                    WVW 1994 op de weg staande voertuigen alleen worden weggesleept in het belang
                    van de veiligheid op de weg, de vrijheid van het verkeer of het vrijhouden van
                    invalidenparkeerplaatsen. In vele bestaande wegsleepregelingen van de
                    burgemeester is concreet aangegeven in welke gevallen er sprake kan zijn van een
                    wegsleepwaardige overtreding. Hiervoor is vaak aansluiting gezocht bij de
                    delictsomschrijvingen uit de WVW 1994 of het RVV 1990. </al><al>Zo’n aanpak kan uit praktisch oogpunt wellicht wenselijk zijn omdat degene die
                    met de uitvoering van de wegsleepregeling is belast, direct uit de regeling kan
                    afleiden of een voertuig mag worden weggesleept. Toch hebben wij gemeend bij het
                    opstellen van een model-wegsleepverordening voor een andere aanpak te moeten
                    kiezen. </al><al>Enerzijds omdat een gemeente zichzelf nodeloos beperkingen kan opleggen wanneer
                    in de verordening zelf concreet wordt aangegeven welke wegsleepwaardige
                    overtredingen worden onderscheiden. Op grond van het nieuwe artikel 170, eerste
                    lid WVW 1994 kunnen immers voertuigen waarmee én een verkeersregel wordt
                    overtreden én waarvan de verwijdering noodzakelijk is in verband met het belang
                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>de veiligheid op de weg of</al></li><li nr="b."><al>de vrijheid van het verkeer of</al></li><li nr="c."><al>het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen</al></li></lijst><al>zonder meer worden weggesleept.</al><al>Anderzijds omdat het gevaar bestaat dat de delictsomschrijvingen uit de
                    wegenverkeerswetgeving en de wegsleepverordening niet naadloos op elkaar
                    aansluiten. Wanneer dit het geval is, bestaat er de kans dat de gemeente in
                    eventuele bezwaar- en beroepsprocedures om formele redenen in het ongelijk wordt
                    gesteld. Daarnaast geldt uiteraard ook dat zaken niet dubbel moeten worden
                    geregeld. Bovendien zou bij elke wijziging in de desbetreffende onderdelen van
                    de wegenverkeerswetgeving ook de wegsleepverordening moeten worden aangepast. Om
                    die redenen is ervoor gekozen om de delictsomschrijvingen niet in de verordening
                    op te nemen, maar te volstaan met een wegsleepverordening waarin alleen zaken
                    zijn geregeld die gemeenten aanvullend moeten en kunnen regelen.</al><al>Om toch enig houvast te bieden bij de toepassing van de wegsleepverordening
                    wordt in bijlage 2 aangegeven in welke concrete gevallen er sprake kan zijn van
                    een wegsleepwaardige overtreding van de wegenverkeerswetgeving. </al><al>Ook wijzen wij nog op het bepaalde in artikel 170, zesde lid WVW 1994. Hierin
                    wordt bepaald dat een voertuig niet kan worden weggesleept indien de
                    rechthebbende het voertuig verwijdert voordat met de overbrenging wordt
                    begonnen. In de wet wordt niet expliciet aangegeven wanneer met de overbrenging
                    wordt begonnen. In de dagelijkse praktijk wordt ervan uitgegaan dat pas met de
                    overbrenging wordt begonnen wanneer het voertuig zich in de takels van het
                    wegsleepvoertuig bevindt. Indien de rechthebbende zich eerder bij zijn voertuig
                    meldt, mag het voertuig niet meer worden weggesleept. Wel zal de rechthebbende
                    alle aan de voorbereiding van de overbrenging verbonden kosten dienen te
                    vergoeden, waarbij met name kan worden gedacht aan de voorrijkosten van het
                    sleepvoertuig en administratieve kosten. </al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>2</nr><titel/></kop><al/><tussenkop>WEGSLEEPWAARDIGE SITUATIES</tussenkop><al>Hierna zijn onder A diverse wegsleepwaardige overtredingen van de
                    wegenverkeerswetgeving opgenomen waarbij het motief ligt bij de
                    verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer. Zoals reeds in de
                    algemene toelichting is aangegeven zal van geval tot geval beoordeeld moeten
                    worden of de geconstateerde parkeerovertreding ook daadwerkelijk sleepwaardig
                    is.</al><al>In <cursief>onderdeel a</cursief> gaat het om overtreding van artikel 10 RVV
                    1990. Bestuurders van voertuigen, met uitzondering van fietsen, bromfietsen en
                    invalidenvoertuigen (zie artikel 5 tot en met 7 RVV 1990), gebruiken de rijbaan.
                    Zij mogen hun voertuig niet parkeren op een trottoir, voetpad of fietspad.</al><al>In <cursief>onderdeel b</cursief> gaat het om overtreding van het bepaalde in
                    artikel 23, 43, tweede lid, en 81 RVV 1990 en bord E2 van bijlage 1 bij het RVV
                    1990.</al><al>In <cursief>onderdeel c</cursief> is er sprake van overtreding van het bepaalde
                    in artikel 24, 25, 38 e.v. en 46 RVV 1990 en bord E1 van bijlage 1 bij het RVV
                    1990. </al><al>In <cursief>onderdeel d</cursief> wordt gedoeld op overtreding van het bepaalde
                    in artikel 82 RVV 1990.</al><al>In <cursief>onderdeel e</cursief> gaat het om overtreding van het bepaalde in
                    artikel 5 WVW 1994, het kapstokartikel. Op grond van deze bepaling is het
                    verboden zich zodanig te gedragen dat er gevaar op de weg wordt of kan worden
                    veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt of kan worden gehinderd. De
                    inhoud van deze bepaling is zo ruim dat ongewenst gedrag op de weg, i.c.
                    ongewenst parkeren, dat niet reeds in onderdeel a tot en met d is geregeld,
                    doorgaans onder deze bepaling kan worden gebracht.</al><al>Vervolgens zijn onder B diverse wegsleepwaardige overtredingen van de
                    wegenverkeerswetgeving opgenomen, waarbij het motief <cursief>niet</cursief>
                    zozeer ligt bij de verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer, maar
                        <cursief>wel</cursief> bij het vrijhouden van wegen en weggedeelten. In de
                    oude wettelijke regeling werd een specifiek voorbeeld van een locatie genoemd
                    waar voertuigen mochten worden weggesleept wanneer hier door onbevoegden werd
                    geparkeerd, namelijk de gehandicaptenparkeerplaats. In de praktijk bleken er
                    aanzienlijk meer locaties denkbaar te zijn waar het wegslepen van voertuigen
                    noodzakelijk werd geacht zonder dat er direct sprake was van
                    verkeersonveiligheid of belemmering van de doorstroming van het verkeer. In
                    artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen is concreet aangegeven op
                    welke <cursief>soorten</cursief> wegen en weggedeelten voertuigen mogen worden
                    weggesleept in het belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten. Deze
                    soorten wegen en weggedeelten zijn eerder onder a tot en met i nader
                    aangeduid.</al><tussenkop>A. Veiligheid op de weg en vrijheid van het verkeer</tussenkop><al>Als gevallen waarin verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van
                    voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg en de vrijheid van het
                    verkeer (zie artikel 170, eerste lid, aanhef en onder a en b WVW 1994)
                    noodzakelijk kunnen zijn, kunnen worden genoemd:</al><tussenkop>Plaats op de weg</tussenkop><al>a. een voertuig is tot stilstand gebracht op een trottoir, voetpad of fietspad,
                    tenzij het een fiets, bromfiets of invalidenvoertuig betreft (zie artikel 10 en
                    artikel 5 tot en met 7 RVV 1990). </al><tussenkop>Laten stilstaan</tussenkop><al>b. een voertuig is tot stilstand gebracht:</al><lijst><li nr="1."><al>op een kruispunt, rotonde of een overweg;</al></li><li nr="2."><al>op een fietsstrook of de rijbaan langs een fietsstrook;</al></li><li nr="3."><al>op een oversteekplaats of binnen een afstand van 5 meter daarvan;</al></li><li nr="4."><al>in een tunnel;</al></li><li nr="5."><al>bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering of, indien
                            die markering niet is aangebracht, op een afstand van minder dan 12
                            meter van het bord, tenzij het stilstaan dient voor het onmiddellijk
                            laten in- en uitstappen van passagiers;</al></li><li nr="6."><al>op de rijbaan langs een busstrook;</al></li><li nr="7."><al>op een busbaan of een busstrook met uitzondering van een lijnbus;</al></li><li nr="8."><al>langs een gele doorgetrokken streep of in strijd met bord E2 van bijlage
                            1 RVV 1990; </al></li><li nr="9."><al>op de rijbaan, inclusief de invoeg- en uitrijstrook, van een autosnelweg
                            of autoweg, of, behoudens in noodgevallen, op de vluchtstrook, de
                            vluchthaven of de berm van zo’n weg. </al></li></lijst><al>(Zie artikel 23, 43, tweede lid, en 81 RVV 1990 en bord E2 van bijlage 1 bij het
                    RVV 1990.)</al><tussenkop>Parkeren</tussenkop><lijst><li nr="c."><al>een voertuig is geparkeerd:</al></li><li nr="1."><al>bij een kruispunt op een afstand van minder dan 5 meter daarvan;</al></li><li nr="2."><al>voor een inrit of een uitrit;</al></li><li nr="3."><al>buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg;</al></li><li nr="4."><al>langs een gele onderbroken streep of in strijd met bord E1 van bijlage 1
                            RVV 1990;</al></li><li nr="5."><al>op een wijze waardoor er sprake is van dubbel parkeren;</al></li><li nr="6."><al>binnen een erf, waarbij – voorzover het een motorvoertuig betreft – geen
                            gebruik is gemaakt van de parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid
                            of aangewezen;</al></li><li nr="7."><al>op een weg waarvoor een geslotenverklaring geldt;</al></li><li nr="8."><al> zonder dat de voorgeschreven voertuigverlichting in werking is
                            gesteld;</al></li></lijst><al>(Zie artikel 24, 25, 38 e.v. en 46 RVV 1990 en bord E1 van bijlage 1 bij het RVV
                    1990.)</al><tussenkop>Bevel of aanwijzing </tussenkop><al>d.een voertuig is tot stilstand gebracht in strijd met een bevel of een
                    aanwijzing, gegeven door een daartoe bevoegd en als zodanig kenbare ambtenaar of
                    ander persoon;</al><al>(Zie artikel 82 RVV 1990.)</al><tussenkop>Gevaarlijk of hinderlijk gedrag</tussenkop><al>e. een voertuig is overigens zodanig tot stilstand gebracht of geparkeerd dat
                    gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg
                    wordt of kan worden gehinderd.</al><al>(Zie artikel 5 WVW 1994, het zogenaamde kapstokartikel.)</al><lijst><li nr="B."><al>Vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen</al><al>Verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van voertuigen in het
                            belang van het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen (zie
                            artikel 170, eerste lid, aanhef en onder c WVW 1994 en artikel 2 Besluit
                            wegslepen van voertuigen) kunnen noodzakelijk zijn in het geval dat een
                            voertuig geparkeerd is:</al></li><li nr="a."><al>op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E1 van bijlage 1 van
                            het RVV 1990 of door middel van een gele onderbroken streep als bedoeld
                            in artikel 24, lid 1 onder e RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse
                            een parkeerverbod geldt;</al></li><li nr="b."><al>op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E2 van die bijlage
                            of door middel van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel
                            23, lid 1 onder g RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een verbod
                            stil te staan geldt;</al></li><li nr="c."><al>op een parkeerplaats nader aangeduid door bord E4 van die bijlage (al
                            dan niet met onderbord) voorzover:</al></li><li nr="-"><al>het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep
                            voertuigen;</al></li><li nr="-"><al>het voertuig op een andere dan de aangegeven wijze is geparkeerd;</al></li><li nr="-"><al>het voertuig op andere dagen of uren dan aangegeven is geparkeerd;</al></li><li nr="d."><al>op een taxistandplaats, nader aangeduid door bord E5 van die bijlage,
                            tenzij het parkeren gebeurt met een taxi;</al></li><li nr="e."><al>op een gehandicaptenparkeerplaats, nader aangeduid met bord E6 van die
                            bijlage:</al></li><li nr="-"><al>tenzij het parkeren gebeurt met een gehandicaptenvoertuig;</al></li><li nr="-"><al>tenzij gebruik wordt gemaakt van een geldige en duidelijk zichtbaar
                            aangebrachte gehandicaptenparkeerkaart;</al></li><li nr="-"><al>die gereserveerd is voor een bepaald voertuig, tenzij het parkeren
                            gebeurt met dat voertuig;</al></li><li nr="f."><al>op een laad- en losplaats, nader aangeduid door bord E7 van die bijlage
                            (met uitzondering van de aangegeven dagen of uren), tenzij de bestuurder
                            van het voertuig bezig is met het onmiddellijk laden en lossen van
                            goederen;</al></li><li nr="g."><al>op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E8 van die bijlage
                            voorzover het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep
                            voertuigen;</al></li><li nr="h."><al>op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E9 van die bijlage en
                            bestemd voor vergunninghouders, tenzij het parkeren gebeurt met het
                            voertuig waarvoor een parkeervergunning is afgegeven;</al></li><li nr="i."><al>in een voetgangersgebied, nader aangeduid door bord G7 of C1 van die
                            bijlage met uitzondering van aangegeven dagen en uren.</al></li></lijst></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>3</nr><titel/></kop><al/><tussenkop>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</tussenkop><tussenkop>Artikel 1: Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>In deze bepaling is een aantal begrippen omschreven dat diverse malen in deze
                    verordening terugkomt. De omschrijving van deze begrippen spreekt voor zich.
                    Veelal wordt verwezen naar definities uit bestaande wetgeving.</al><tussenkop>Ad d. Voertuig</tussenkop><al>Het begrip ‘voertuig’, zoals in artikel 1, onder al RVV 1990 is omschreven, is
                    ruim. Hieronder vallen niet alleen motorvoertuigen, maar ook fietsen en
                    bromfietsen, invalidenvoertuigen, trams en wagens. Al deze voertuigen vallen
                    derhalve onder de werking van deze wegsleepverordening. </al><al>Ook in de APV van Zevenaar is een bepaling opgenomen over de verwijdering van
                    fietsen en bromfietsen van de openbare weg (zie artikel 5.1.12). Deze bepaling
                    is aanvullend op wat de wegenverkeerswetgeving beoogt te regelen. In artikel
                    5.1.12 van de APV spelen namelijk andere belangen een rol, zoals de openbare
                    orde en veiligheid, het uiterlijk aanzien en de openbare gezondheid.</al><tussenkop>Ad e. Motorrijtuig</tussenkop><al>Het begrip ‘motorrijtuig’ is apart omschreven omdat artikel 5 van de verordening
                    alleen betrekking heeft op dit soort voertuigen.</al><tussenkop>Artikel 2: Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen
                    worden verwijderd,</tussenkop><tussenkop>overgebracht en in bewaring gesteld in het belang van het vrijhouden van
                    wegen en </tussenkop><tussenkop>weggedeelten</tussenkop><al>Zoals hiervoor in de algemene toelichting is gememoreerd, is de bevoegdheid tot
                    het wegslepen van voertuigen in de wet zelf geregeld. Voor het wegslepen van
                    voertuigen <cursief>in het belang van de veiligheid op de weg of de vrijheid van
                        het verkeer</cursief> hoeven geen wegen en weggedeelten te worden
                    aangewezen. Van deze bevoegdheid kan op <cursief>alle </cursief>wegen en
                    weggedeelten binnen de gemeente gebruik worden gemaakt. </al><al>Voor het wegslepen van voertuigen <cursief>in het belang van het vrijhouden van
                        wegen en weggedeelten</cursief> kunnen op grond van artikel 170, eerste lid,
                    aanhef en onder c, en artikel 173, tweede lid, aanhef en onder c WVW 1994 bij
                    gemeentelijke verordening wegen en weggedeelten worden aangewezen. In artikel 2
                    van het Besluit wegslepen van voertuigen is nader aangegeven om welke soorten
                    van wegen en weggedeelten het kan gaan, zoals onder andere
                    gehandicaptenparkeerplaatsen, taxistandplaatsen, laad- en loshavens,
                    parkeerplaatsen voor vergunninghouders, voetgangersgebieden en dergelijke.</al><al>Het is aan de gemeenteraad om in deze wegsleepverordening de wegen en
                    weggedeelten aan te wijzen waar het college van burgemeester en wethouders van
                    deze bevoegdheid gebruik kan maken. In de tekst van deze verordening is de
                    ruimste variant opgenomen: <cursief>alle</cursief> wegen en weggedeelten binnen
                    de gemeente zijn aangewezen. <cursief>Kortom</cursief>, een voertuig kan in het
                    belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten slechts worden weggesleept
                    wanneer deze wegen en weggedeelten <cursief>én</cursief> behoren tot de soorten
                    van wegen en weggedeelten, zoals bedoeld in artikel 2 van het Besluit wegslepen
                    van voertuigen, <cursief>én</cursief> zijn aangewezen in de
                    wegsleepverordening.</al><al>Voor de volledigheid wordt nog eens opgemerkt dat een parkeerovertreding, zoals
                    in deze bepaling bedoeld, op zich niet zonder meer voldoende is om over te gaan
                    tot het wegslepen en in bewaring stellen van een voertuig. Per geval zal tevens
                    moeten worden beoordeeld of de specifieke parkeerovertreding het wegslepen en in
                    bewaring stellen van het desbetreffende voertuig ook rechtvaardigt. Indien
                    bijvoorbeeld een voertuig midden in de nacht op een laad- en loshaven wordt
                    geparkeerd terwijl alle winkels en bedrijven dicht zijn, zal het normaal
                    gesproken niet weggesleept mogen worden. Het voertuig zal doorgaans pas mogen
                    worden weggesleept wanneer de winkels en bedrijven weer opengaan of enige tijd
                    daarvoor.</al><tussenkop>Artikel 3: Aanwijzing sleepbedrijf, plaats bewaring voertuigen en
                    openingstijden</tussenkop><al>Vanwege de redactie van artikel 173, tweede lid WVW 1994 moet(en) de plaats(en)
                    van bewaring van voertuigen door de gemeenteraad worden aangewezen. Delegatie
                    aan het college van burgemeester en wethouders is niet mogelijk.</al><al>In onvoorziene omstandigheden is het denkbaar dat de burgemeester op grond van
                    zijn bijzondere bevoegdheden ter handhaving van de openbare orde tijdelijk ook
                    andere terreinen aanwijst als plaats van bewaring van voertuigen. </al><al>De openingstijden kunnen wel nader door het college van burgemeester en
                    wethouders worden vastgesteld omdat ze niet expliciet genoemd zijn in artikel
                    173 WVW 1994. Eventueel kunnen ze ook in de verordening zelf worden opgenomen,
                    maar dan zullen ze doorgaans minder flexibel zijn.</al><al>Het is raadzaam om de locatie(s) van de bewaarplaats(en) zodanig te kiezen dat
                    ze ook goed bereikbaar is (zijn), bijvoorbeeld met het openbaar vervoer, voor de
                    mensen die hiermee te maken krijgen. Ook de openingstijden dienen redelijk ruim
                    te worden gekozen. Openstelling van de bewaarplaats(en) alleen gedurende
                    werkdagen lijkt niet voldoende omdat iemand hierdoor onevenredige schade kan
                    lijden, die mogelijk op de gemeente wordt verhaald.</al><tussenkop>Artikel 4: Kosten overbrengen en bewaren voertuigen</tussenkop><al>In artikel 13 tot en met 15 van het Besluit wegslepen van voertuigen is geregeld
                    welke soorten van kosten die verbonden zijn aan het wegslepen en in bewaring
                    stellen van voertuigen, aan de overtreder in rekening kunnen worden gebracht.
                    Het gaat hierbij niet alleen om personele en materiële kosten die direct verband
                    houden met het wegslepen en in bewaring stellen van voertuigen, maar ook om
                    kosten die verbonden zijn aan bekendmaking van beschikkingen, verkoop,
                    eigendomsoverdracht om niet of vernietiging van voertuigen, inclusief de taxatie
                    van deze voertuigen, renteverlies, WA-verzekering en dergelijke.</al><al>In de wegsleepverordening hoeven deze kostencomponenten niet allemaal
                    inzichtelijk te worden gemaakt. Volstaan kan worden met een uitsplitsing van de
                    kosten die verbonden zijn aan het wegslepen van voertuigen enerzijds en de
                    bewaring van deze voertuigen anderzijds. Uiteraard dienen de opgenomen kosten
                    wel in overeenstemming te zijn met de genoemde kostencomponenten. De gemeente
                    dient uiteraard wel voor zichzelf en eventueel derden inzicht te hebben in de
                    wijze waarop de genoemde kosten zijn berekend. Deze berekening zal ook in
                    eventuele bezwaar- en beroepsprocedures de gerechtelijke toets moeten kunnen
                    doorstaan.</al><al>In het tweede lid van deze bepaling worden de kosten van bewaring van voertuigen
                    geregeld. De aangegeven tijdseenheid begint op het moment van in bewaring nemen
                    van een voertuig en eindigt 24 uur later. </al><al>Artikel 5: Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in het geval
                    van gebleken onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan wel het ontbreken
                    van een behoorlijk zichtbare kentekenplaat</al><al>Naast de in artikel 170, eerste lid WVW 1994 bedoelde gevallen zijn in deze wet
                    nog twee gevallen genoemd, waarin het noodzakelijk kan zijn om een voertuig te
                    laten wegslepen en in bewaring te laten stellen. Achtereenvolgens wordt hier
                    gedoeld op:</al><lijst><li nr="-"><al>het niet afgeven van zijn rijbewijs, wanneer dit is ingevorderd, omdat
                            iemand zijn motorrijtuig heeft bestuurd terwijl hij onder invloed was
                            van drogerende stoffen of alcohol en dergelijke (zie artikel 130 en 164
                            WVW 1994);</al></li><li nr="-"><al>de situatie dat een motorrijtuig niet beschikt over een behoorlijk
                            zichtbare kentekenplaat terwijl de eigenaar of houder van dat
                            motorrijtuig niet direct te achterhalen is. Hierbij kan bijvoorbeeld
                            worden gedacht aan voertuigwrakken die geen kenteken meer hebben of aan
                            situaties dat er sprake kan zijn van het ‘knoeien’ met kentekens in
                            geval van autodiefstal.</al></li></lijst><al>Wanneer in dit soort gevallen een voertuig moet worden weggesleept en in
                    bewaring genomen, is er geen sprake van uitoefening van bestuursdwang. Artikel
                    170, eerste lid WVW 1994, waarin de bestuursdwangbevoegdheid is geregeld, is dan
                    ook niet van toepassing verklaard in de genoemde gevallen. In feite gaat het om
                    een vorm van inbeslagname van goederen die ook in het strafrecht voorkomt. </al><tussenkop>Artikel 6: Inwerkingtreding</tussenkop><al>Deze bepaling spreekt voor zich.</al><al>Intrekking van een eventuele <cursief>oude</cursief> wegsleepregeling van de
                    burgemeester is niet nodig omdat deze van rechtswege is vervallen op het moment
                    dat de wijziging van de WVW 1994 in werking is getreden.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>