<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR342952_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenwijkerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenwijkerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2014, nr. 74115</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing Steenwijkerland 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-12-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-12-16</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014/72e</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Verordening rioolheffing Steenwijkerland 2014.</al><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing
            2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Steenwijkerland;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 30 september 2014,
                        nummer 2014/72;</al><al/><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN RIOOLHEFFING
                        2015.</vet></al><al/><al><vet>(Verordening rioolheffing Steenwijkerland 2015).</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak;</al></li><li nr="b."><al>voor de toepassing van deze verordening wordt als één onroerende
                                zaak aangemerkt:</al><lijst><li nr="1."><al>een gebouwd eigendom;</al></li><li nr="2."><al>een ongebouwd eigendom;</al></li><li nr="3."><al>een gedeelte van een in onderdeel 1 of onderdeel 2 bedoeld
                                        eigendom dat blijkens zijn indeling is bestemd om als
                                        afzonderlijk geheel te worden gebruikt;</al></li><li nr="4."><al> een samenstel van twee of meer van de in onderdeel 1 of
                                        onderdeel 2 bedoelde eigendommen of in onderdeel 3 bedoelde
                                        gedeelten daarvan, die bij dezelfde belastingplichtige in
                                        gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij
                                        elkaar horen;</al></li><li nr="5."><al>een geheel van twee of meer van de in onderdeel 1 of
                                        onderdeel 2 bedoelde eigendommen of in onderdeel 3 bedoelde
                                        gedeelten daarvan of in onderdeel 4 bedoelde samenstellen,
                                        dat naar de omstandigheden beoordeeld één terrein vormt
                                        bestemd voor verblijfsrecreatie en dat als zodanig wordt
                                        geëxploiteerd;</al></li><li nr="6."><al>het binnen de gemeente gelegen deel van een in onderdeel 1
                                        of onderdeel 2 bedoeld eigendom, van een in onderdeel 3
                                        bedoeld gedeelte daarvan, van een in onderdeel 4 bedoeld
                                        samenstel of van een in onderdeel 5 bedoeld geheel;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>een roerende zaak is gelijk aan een onroerende zaak in de zin van
                                onderdeel b; </al></li><li nr="d."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
                                van afvalwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de
                                gemeente;</al></li><li nr="e."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                waterbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="f."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                                grondwater;</al></li><li nr="g."><al>woning: een woning in de zin van artikel 220a, tweede lid, van de
                                Gemeentewet, of een (recreatie)woonschip;</al></li><li nr="h."><al>boerderij: een niet woning, zijnde een samenstel van een woning en
                                bedrijfsonderdelen of een samenstel van bedrijfsonderdelen, die in
                                het kader van agrarische bedrijfsvoering wordt ingezet;</al></li><li nr="i."><al>waarde: de heffingsmaatstaf voor de eigenarenbelasting van de
                                onroerende-zaakbelastingen dan wel voor de eigenarenbelasting van de
                                belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten, zoals die voor het
                                perceel voor het in artikel 7 bedoelde kalenderjaar geldt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam “rioolheffing” wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot
                                    heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een
                                    perceel, verder te noemen: eigenarendeel; en</al></li><li nr="b."><al> van de gebruiker van een perceel, verder te noemen:
                                    gebruikersdeel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een
                            onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                            beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar
                            als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt
                            dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                            beperkt recht is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot het gebruikersdeel wordt als gebruiker
                            aangemerkt</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan
                                    niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                    recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel, niet zijnde een gedeelte
                                    als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 3, voor gebruik is
                                    afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft
                                    afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het eigenarendeel voor woningen wordt geheven naar een vast bedrag
                                per perceel, verhoogd met een vast bedrag indien het perceel direct
                                of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering.</al></li><li nr="2."><al>Het gebruikersdeel voor woningen wordt geheven naar een vast bedrag
                                per perceel, verhoogd met een vast bedrag indien het perceel direct
                                of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering.</al></li><li nr="3."><al>Het eigenarendeel voor niet-woningen wordt geheven naar de waarde
                                van het perceel, verhoogd met een vast bedrag indien het perceel
                                direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke
                                riolering.</al></li><li nr="4."><al>Het gebruikersdeel voor boerderijen wordt geheven naar de waarde van
                                het perceel, verhoogd met een vast bedrag indien het perceel direct
                                of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering.</al></li><li nr="5."><al>Het gebruikersdeel voor niet-woningen, niet zijnde boerderijen,
                                wordt geheven naar de waarde van het perceel, verhoogd met een
                                bedrag, geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het
                                perceel wordt afgevoerd indien het perceel direct of indirect is
                                aangesloten op de gemeentelijke riolering.</al></li><li nr="6."><al>Het aantal kubieke meters water, bedoeld in het vijfde lid, wordt
                                gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater en grondwater dat
                                in de laatste aan het einde van het belastingjaar voorafgaande
                                verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt.
                                Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van
                                twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar
                                tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een
                                kalendermaand voor een volle maand gerekend.</al></li><li nr="7."><al>In afwijking van het zesde lid, wordt bij afwezigheid van een
                                verbruiksperiode voor het perceel in geval van nieuwbouw of verbouw,
                                of als er in de verbruiksperiode geen water naar het perceel is
                                toegevoerd of is opgepompt, het aantal kubieke meters afvalwater
                                gesteld op 500 m3, tenzij aannemelijk is dat er meer dan 500 m3
                                wordt afgevoerd. In de laatste situatie zal de gebruiker worden
                                verplicht een aangifte in te vullen. In dat geval wordt de
                                belastingschuld voor het eerste belastingjaar vastgesteld aan de
                                hand van het waterverbruik in het eerste jaar.</al></li><li nr="8."><al>Indien gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                                pompinstallatie voorzien zijn van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
                                        worden afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                        pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest
                                        kan worden afgelezen.</al></li></lijst><al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
                                hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere
                                wettelijke bepaling.</al></li><li nr="9."><al>Indien wordt aangetoond dat toegevoerd of opgepompt water niet door
                                middel van de gemeentelijke riolering is afgevoerd en indien deze
                                hoeveelheid ten minste 20% van de toegevoerde of opgepompte
                                hoeveelheid water bedraagt, wordt de op voet van het zesde lid
                                bepaalde hoeveelheid afgevoerd water verminderd met de op andere
                                wijze afgevoerde hoeveelheid water.</al></li><li nr="10."><al>Indien voor de direct of indirect op de gemeentelijke riolering
                                aangesloten percelen in verband met het ontbreken van afzonderlijke
                                watermeters niet de hoeveelheid afvalwater kan worden vastgesteld
                                zoals hiervoor omschreven, wordt de verdeelsleutel gehanteerd zoals
                                deze door de respectievelijke gebruikers wordt gebruikt voor de
                                onderlinge verdeling van de waternota van de
                                waterleidingmaatschappij en bij het ontbreken van een dergelijke
                                regeling overgegaan tot een zo reëel mogelijke verdeling op basis
                                van beschikbare gegevens.</al></li><li nr="11."><al>Een belastingplichtige, welke de voor de berekening van de heffing
                                in aanmerking te nemen hoeveelheid water niet of niet uitsluitend
                                van een waterleidingbedrijf heeft afgenomen, is verplicht jaarlijks
                                aangifte te doen van de hoeveelheid op andere wijze toegevoerd of
                                opgepompt water.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarieven woningen</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="9*"/><colspec colname="col2" colwidth="68*"/><colspec colname="col3" colwidth="23*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1. </al></entry><entry colname="col2"><al>Het eigenarendeel bedraagt per perceel</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 36,73.</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>2.</al><al/></entry><entry colname="col2"><al>Het in het eerste lid genoemde bedrag wordt verhoogd met
                                        </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 103,91</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>indien het perceel direct of indirect is aangesloten op
                                            de gemeentelijke riolering.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het gebruikersdeel bedraagt per perceel</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 29,87.</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>4.</al><al/></entry><entry colname="col2"><al>Het in het derde lid genoemde bedrag wordt verhoogd met
                                        </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 78,24</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>indien het perceel direct of indirect is aangesloten op
                                            de gemeentelijke riolering.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven niet-woningen</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="77*"/><colspec colname="col3" colwidth="15*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het eigenarendeel bedraagt per perceel 0,074% van de
                                            waarde, tot een maximum van</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 36,73.</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>2.</al><al/></entry><entry colname="col2"><al>Het op voet van het eerste lid bepaalde bedrag wordt
                                            verhoogd met </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 103,91</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>indien het perceel direct of indirect is aangesloten op
                                            de gemeentelijke riolering.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3. </al></entry><entry colname="col2"><al>Het gebruikersdeel bedraagt per perceel 0,060% van de
                                            waarde, tot een maximum van</al></entry><entry colname="col3"><al/><al>€ 29,87.</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>4.</al><al/></entry><entry colname="col2"><al>Het op voet van het derde lid bepaalde bedrag wordt voor
                                            boerderijen verhoogd met </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 78,24</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>indien het perceel direct of indirect is aangesloten op
                                            de gemeentelijke riolering.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5. </al></entry><entry colname="col2"><al>Het op voet van het derde lid bepaalde bedrag wordt,
                                            indien het perceel direct of indirect is aangesloten op
                                            de gemeentelijke riolering, voor niet-woningen, niet
                                            zijnde boerderijen, verhoogd met:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>1. bij een hoeveelheid water van 500 m3 of minder</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 78,24;</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al/><al/></entry><entry colname="col2"><al>2. bij een hoeveelheid water van meer dan 500 m³ tot en
                                            met 2.500 m³</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 78,24</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>vermeerderd met € 0,70 per m³ vanaf 500 m³</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al/><al/></entry><entry colname="col2"><al>3. bij een hoeveelheid water van meer dan 2.500 m³ tot
                                            en met 20.000 m³ </al></entry><entry colname="col3"><al>€ </al><al>1.478,24</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>vermeerderd met € 1,43 per m³ vanaf 2.500 m ³</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al/><al/></entry><entry colname="col2"><al>4. bij een hoeveelheid water van meer dan 20.000 m³</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 26.503,24 </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>vermeerderd met € 0,70 per m³ vanaf 20.000 m³. </al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor
                            het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de
                            belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                            gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de
                            belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat
                            jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de aanvang van
                            de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                            gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat
                            aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat
                            jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het einde van
                            de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                            perceel in gebruik neemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het eigenarendeel wordt niet geheven van percelen waarvan de gemeente
                            het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gebruikersdeel wordt niet geheven van percelen waarvan de gemeente
                            de gebruiker is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                            maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de
                            op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar
                            één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 5.000,00 en zolang
                            de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso
                            kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in
                            tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van
                            de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet
                            is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand
                            later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid tweemaal
                            achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt met betrekking tot
                            het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische incasso
                            en gelden de betaaltermijnen als genoemd in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De “Verordening rioolheffing Steenwijkerland 2014”, vastgesteld bij
                        raadsbesluit van 17 december 2013, nummer 2013/92c, wordt ingetrokken met
                        ingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de
                        heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare
                        feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening rioolheffing
                        Steenwijkerland 2015”.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, A. ten Hoff</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter, M.A.J. van der Tas</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>