<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR34254_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Achtkarspelen</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-07-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Achtkarspelen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> Gemeente Achtkarspelen</al><al> Gemeente Kollumerland c.a. </al><al>Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang</al><al>Afdeling Werk, Inkomen en Zorg</al><al>December 2009</al><al>Gemeente Achtkarspelen en gemeente Kollumerland c.a.</al><al>de Raad van de gemeente Achtkarspelen;</al><al>en </al><al>de Raad van de gemeente Kollumerland c.a.;</al><al>gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders van </al><al>gelet op het bepaalde in artikel 25 van de Wet kinderopvang en artikel 149
                        van de Gemeentewet, </al><al>overwegende dat het noodzakelijk is de verlening, de voorschotverlening en
                        de vaststelling van de tegemoetkoming van de gemeente in de kosten van
                        kinderopvang bij verordening te regelen;</al><al>besluit</al><al>vast te stellen: </al><al>de Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>de wet: de Wet kinderopvang;</al><al>kinderopvang: het door een geregistreerd kindercentrum of een
                        gastouderbureau bedrijfsmatig verzorgen en opvoeden van kinderen tot de
                        eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen
                        begint ;</al><al>gastouderopvang: kinderopvang als bedoeld in artikel 1, lid 1, sub c van de
                        wet;</al><al>kindercentrum: een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt, anders dan
                        gastouderopvang;</al><al>gastouderbureau: een organisatie die gastouderopvang tot stand brengt en
                        begeleidt;</al><al>ouder: een persoon als bedoeld in artikel 1, lid 1 sub i van de wet;</al><al>partner: een persoon als bedoeld in artikel 3 van de Algemene wet
                        inkomensafhankelijke regelingen;</al><al>tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang door de
                        gemeente;</al><al>het College: het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente
                        Achtkarspelen óf de gemeente Kollumerland c.a.;</al><al>de gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeente Achtkarspelen óf de
                        gemeente Kollumerland c.a.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Tegemoetkoming van de gemeente</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Gemeentelijke doelgroepen</titel></kop><al>De volgende doelgroepen kunnen aanspraak maken op een tegemoetkoming in de
                        kosten van kinderopvang:</al><al>Een WWB, WIJ, IOAW, IOAZ-gerechtigde ouder die gebruik maakt van een</al><al> voorziening gericht op arbeidsinschakeling;</al><al>Een ANW-gerechtigde ouder die gebruik maakt van een voorziening gericht op
                        arbeidsinschakeling;</al><al>Een WWIK-gerechtigde ouder;</al><al>Een ouder die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en die een
                        opleiding volgt en bijstand ontvangt of kan ontvangen;</al><al>Een niet-uitkeringsgerechtigde ouder die als werkzoekende staat ingeschreven
                        bij UWV Werkbedrijf en gebruik maakt van een voorziening gericht op
                        arbeidsinschakeling;</al><al>Een ouder die een inburgeringsvoorziening als bedoeld in de Wi, niet zijnde
                        een voorziening gericht op arbeidsinschakeling, volgt;</al><al>Een ouder die student is en staat ingeschreven bij een school of instelling
                        als bedoeld in paragraaf 2.2 of 2.4 WTOS of artikel 2.8 t/m 2.11 WSF;</al><al>Een WWB-, of WIJ-gerechtigde ouder die een deeltijdbaan heeft;</al><al>Indien de ouder een partner heeft dient deze:</al><al>eveneens aan de criteria als genoemd in lid 1 te voldoen, of:</al><al> b WW-gerechtigd te zijn of als arbeidsgehandicapt te zijn aangemerkt en een
                        reïntegratietraject van UWV Werkbedrijf te volgen, danwel: </al><al>arbeid in dienstbetrekking te verrichten waaruit inkomen wordt genoten.</al><al>Indien de ouder een partner heeft die niet voldoet aan het gestelde in lid
                        2, bestaat geen recht op een tegemoetkoming in de kosten van
                        kinderopvang.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Hoogte van de gemeentelijke bijdrage</titel></kop><al><cursief>Als er een partner is als bedoeld in artikel 2.1, lid 2, sub a:
                        </cursief></al><al>bedraagt de hoogte van de gemeentelijke bijdrage bij de doelgroep genoemd in
                        artikel 2.1, lid 1, sub a., b., d. en e.:</al><al>1/3<sup>de</sup> deel van de kosten van de kinderopvang + de eigen bijdrage
                        van 4,5% van de kosten van kinderopvang bij het oudste kind + de eigen
                        bijdrage van 3,5% van de kosten van kinderopvang bij het tweede en ieder
                        volgend kind.</al><al>bedraagt de hoogte van de gemeentelijke bijdrage bij de doelgroep genoemd in
                        artikel 2.1, lid 1, sub c., f. en g.:</al><al>1/3<sup>de</sup> deel van de kosten van de kinderopvang.</al><al>bedraagt de hoogte van de gemeentelijke bijdrage bij de doelgroep genoemd in
                        artikel 2.1, lid 1, sub h.:</al><al>4,5% van de kosten van kinderopvang (eigen bijdrage) bij het oudste kind +
                        3,5% van de kosten van kinderopvang (eigen bijdrage) bij het tweede en ieder
                        volgend kind.</al><al>2<cursief>. </cursief><cursief> Als er een partner is als bedoeld in artikel
                            2.1, lid 2, sub b of c:</cursief></al><al>bedraagt de hoogte van de gemeentelijke bijdrage bij de doelgroep genoemd in
                        artikel 2.1, lid 1, sub a., b., d. en e.:</al><al>1/6<sup>de</sup> deel van de kosten van de kinderopvang + de eigen bijdrage
                        van 4,5% van de kosten van kinderopvang bij het oudste kind + de eigen
                        bijdrage van 3,5% van de kosten van kinderopvang bij het tweede en ieder
                        volgend kind.</al><al>bedraagt de hoogte van de gemeentelijke bijdrage bij de doelgroep genoemd in
                        artikel 2.1, lid 1, sub c., f. en g.:</al><al>1/6<sup>de</sup> deel van de kosten van de kinderopvang.</al><al>bedraagt de hoogte van de gemeentelijke bijdrage bij de doelgroep genoemd in
                        artikel 2.1, lid 1, sub h.:</al><al>4,5% van de kosten van kinderopvang (eigen bijdrage) bij het oudste kind +
                        3,5% van de kosten van kinderopvang (eigen bijdrage) bij het tweede en ieder
                        volgend kind.</al><al><cursief>Als er geen partner is als bedoeld in artikel 2.1, lid 2, sub a, b
                            of c:</cursief></al><al>bedraagt de hoogte van de gemeentelijke bijdrage bij de doelgroep genoemd in
                        artikel 2.1, lid 1, sub a., b., d. en e.:</al><al>1/6<sup>de</sup> deel van de kosten van de kinderopvang + de eigen bijdrage
                        van 4,5% van de kosten van kinderopvang bij het oudste kind + de eigen
                        bijdrage van 3,5% van de kosten van kinderopvang bij het tweede en ieder
                        volgend kind.</al><al>bedraagt de hoogte van de gemeentelijke bijdrage bij de doelgroep genoemd in
                        artikel 2.1, lid 1, sub c., f. en g.:</al><al>1/6<sup>de</sup> deel van de kosten van de kinderopvang.</al><al>bedraagt de hoogte van de gemeentelijke bijdrage bij de doelgroep genoemd in
                        artikel 2.1, lid 1, sub h.:</al><al>4,5% van de kosten van kinderopvang (eigen bijdrage) bij het oudste kind +
                        3,5% van de kosten van kinderopvang (eigen bijdrage) bij het tweede en ieder
                        volgend kind.</al><al>De uurprijs die bij de vaststelling van de tegemoetkoming in aanmerking
                        wordt genomen gaat een bij Algemene Maatregel van Bestuur vast te stellen
                        bedrag niet te boven.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Aanvraag van de tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Te verstrekken gegevens bij de aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang
                        bevat:</al><al>naam, adres en BSN van de ouder;</al><al>indien van toepassing: naam en BSN van de partner en, indien dit een ander
                        adres is dan het adres van de ouder: het adres van de partner;</al><al>naam, geboortedatum en BSN van het kind of de kinderen waarop de aanvraag
                        betrekking heeft;</al><al>een offerte of contract van het kindercentrum of gastouderbureau dat de
                        kinderopvang gaat verzorgen, waarin in ieder geval wordt aangegeven: het
                        aantal uren kinderopvang per week, de kostprijs per uur en de aanvangsdatum
                        van de opvang;</al><al>een bewijsstuk dat het kindercentrum of gastouderbureau is ingeschreven in
                        het daarvoor geldend gemeentelijk register, indien dit kindercentrum of
                        gastouderbureau is gevestigd buiten de gemeente Achtkarspelen of
                        Kollumerland c.a.;</al><al>gegevens of een verwijzing naar gegevens waaruit blijkt dat de ouder behoort
                        tot de groep personen als bedoeld in artikel 22 van de wet;</al><al>De aanvraag geschiedt met behulp van een door het college vastgesteld en
                        beschikbaar gesteld aanvraagformulier.</al><al>Indien de aanvragende ouder een partner heeft, wordt de aanvraag mede
                        ondertekend door de partner.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Vaststelling noodzaak van kinderopvang op grond van sociaal
                        medische indicatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Te verstrekken gegevens bij de aanvraag sociaal-medische
                        indicatie</titel></kop><al> Vervallen</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Verlening van de tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Besluit tot verlenen van de tegemoetkoming</titel></kop><al>Het college besluit binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag om een
                        tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang.</al><al>Indien het besluit niet binnen bovenstaande termijn kan worden genomen,
                        deelt het college dit aan de ouder mede en geeft daarbij aan op welke, zo
                        kort mogelijke, termijn het besluit tegemoet kan worden gezien.</al><al>Indien de ouder de voor de beoordeling van de aanvraag benodigde gegevens
                        niet of niet tijdig heeft ingeleverd, wordt de beslistermijn opgeschort met
                        ingang van de dag waarop het college de ouder een hersteltermijn biedt om de
                        aanvraag aan te vullen, tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld of de
                        daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.</al><al>Het college deelt het besluit op de aanvraag om een tegemoetkoming in de
                        kosten van kinderopvang door middel van een beschikking aan de ouder
                        mede.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Weigeringsgrond</titel></kop><al>Het college weigert de tegemoetkoming indien de ouder niet behoort tot de
                        personen als bedoeld in artikel 22 van de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr><titel>Beperking van de aanspraak op de tegemoetkoming</titel></kop><al>Het college verstrekt de tegemoetkoming voor het aantal uren kinderopvang
                        per week dat naar het oordeel van het college voor de ouder redelijkerwijs
                        noodzakelijk is voor de combinatie van arbeid en zorg. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4</nr><titel>Inhoud van de toekenningsbeschikking</titel></kop><al>Het besluit tot toekenning van een tegemoetkoming in de kosten van
                        kinderopvang bevat in ieder geval: </al><al>De vaststelling dat de ouder tot een van de gemeentelijke doelgroepen
                        behoort;</al><al>De naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de
                        tegemoetkoming betrekking heeft;</al><al>De naam en adres van het kindercentrum of gastouderbureau waar de
                        kinderopvang plaatsvindt;</al><al>De periode en de omvang van de kinderopvang waarvoor de tegemoetkoming `
                        wordt verleend;</al><al>Het maximaal toegekende bedrag per kalenderjaar of andere periode waarvoor
                        de tegemoetkoming wordt verleend;</al><al>De wijze waarop de tegemoetkoming wordt uitbetaald;</al><al>De verplichtingen van de ouder.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.5</nr><titel>Ingangsdatum</titel></kop><al>De tegemoetkoming wordt verleend met ingang van de datum waarop de
                        kinderopvang van start gaat, doch niet eerder dan de datum aanvraag. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6</nr><titel>Periode waarover de tegemoetkoming wordt toegekend</titel></kop><al>De tegemoetkoming wordt verleend voor de periode van een kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.7</nr><titel>Uitbetaling van de tegemoetkoming</titel></kop><al>De tegemoetkoming wordt in de vorm van voorschotten in maandelijkse
                        termijnen uitbetaald. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Definitieve vaststelling van de tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming</titel></kop><al>De ouder verstrekt binnen vier weken na afloop van het kalenderjaar aan het
                        college een overzicht van de feitelijke kosten van kinderopvang over deze
                        periode.</al><al>Het college stelt de tegemoetkoming binnen acht weken na ontvangst van het
                        overzicht van de kosten vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Verrekening met de voorschotten</titel></kop><al>Indien na verrekening met de verstrekte voorschotten blijkt dat nog een
                        bedrag aan tegemoetkoming moet worden nabetaald, geschiedt dit binnen vier
                        weken na de definitieve vaststelling van de tegemoetkoming.</al><al>Indien na verrekening met de verstrekte voorschotten blijkt dat een bedrag
                        aan tegemoetkoming teveel is uitbetaald, dan vindt terugvordering plaats en
                        dient de ouder de teveel verstrekte tegemoetkoming binnen vier weken na de
                        definitieve vaststelling terug te betalen.</al><al>Het besluit tot vaststelling met eventuele nabetaling of terugvordering
                        wordt door middel van een beschikking aan de ouder medegedeeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr><titel>Opschorting en herziening</titel></kop><al>Indien het college het ernstige vermoeden heeft dat er grond bestaat om de
                        beschikking tot verlening van de tegemoetkoming als bedoeld in artikel 5.4
                        in te trekken of te wijzigen kan het college de verlening van de
                        tegemoetkoming opschorten. Deze opschorting duurt tot en met de dag waarop
                        de beschikking omtrent de intrekking of de wijziging is bekendgemaakt of op
                        de dag waarop sedert de kennisgeving van de opschorting dertien weken zijn
                        verstreken.</al><al>Het college trekt de beschikking tot verlening van de tegemoetkoming als
                        bedoeld in artikel 5.4 in of wijzigt deze ten nadele van de ouder,
                        indien:</al><al>de kinderopvang niet plaatsvindt of niet zal plaatsvinden;</al><al>de ouder en/of de partner niet voldoet aan de verplichtingen;</al><al>de ouder en/of de partner onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt
                        en juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag
                        tot verlening van de tegemoetkoming zou hebben geleid;</al><al>de verlening van de tegemoetkoming anderszins onjuist was en de ouder en/of
                        de partner dit redelijkerwijs had kunnen begrijpen.</al><al>De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de
                        tegemoetkoming is verleend, tenzij bij de intrekking of de wijziging anders
                        is bepaald.</al><al>Het college trekt de beschikking tot definitieve vaststelling van de
                        tegemoetkoming als bedoeld in artikel 6.2. in of wijzigt deze ten nadele van
                        de ouder, indien:</al><al>de ouder en/of de partner na de definitieve vaststelling niet voldoet aan de
                        verplichtingen;</al><al>er sprake is van feiten of omstandigheden waarvan het college bij de
                        defintieve vaststelling van de tegemoetkoming redelijkerwijs niet op de
                        hoogte kon zijn en op grond waarvan de tegemoetkoming lager dan
                        overeenkomstig de verlening van de tegemoetkoming zou zijn vastgesteld;</al><al>de definitieve vaststelling onjuist was en de ouder en/of de partner dit
                        redelijkerwijs had kunnen begrijpen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.4</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><al>Het college vordert de tegemoetkoming die als gevolg van artikel 6.3 ten
                        onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend van de ouder en/of de partner
                        terug.</al><al>De ouder en/of de partner zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de
                        terugbetaling van de tegemoetkoming die wordt teruggevorderd.</al><al>De tegemoetkoming is invorderbaar vanaf een maand na de dag van dagtekening
                        van de beschikking waarbij de vordering is ontstaan.</al><al>Een besluit tot terugvordering van de tegemoetkoming vermeldt hetgeen
                        teruggevorderd wordt, de termijn waarbinnen moet worden betaald, alsmede
                        de wijze waarop het besluit, bij gebreke van tijdige betaling, ten uitvoer
                        wordt gelegd.</al><al>Een besluit tot terugvordering van de tegemoetkoming als bedoeld in dit
                        artikel levert een executoriale titel op in de zin van van het Tweede Boek
                        van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Verplichtingen van de ouder</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1</nr><titel>Inlichtingenplicht</titel></kop><al>De ouder doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging
                        mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs
                        duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de hoogte van de
                        tegemoetkoming of het recht op de tegemoetkoming.</al><al>De ouder verstrekt ter vaststelling van de identiteit aan het college een
                        afschrift van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                        identificatieplicht.</al><al>Indien de ouder een partner heeft, gelden de verplichtingen eveneens voor de
                        partner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2</nr><titel>Bewaarplicht</titel></kop><al>De ouder dient de nota's van het kindercentrum of het gastouderbureau
                        tenminste gedurende het kalenderjaar, waarop deze betrekking hebben, te
                        bewaren ten behoeve van de definitieve vaststelling als bedoeld in artikel
                        6.1 van deze verordening. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening tegemoetkoming kosten
                        kinderopvang. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.2</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2010.</al><al>De Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang, vastgesteld op 30
                        november 2006 (Achtkarspelen) en 14 december 2006 (Kollumerland c.a.), wordt
                        gelijktijdig ingetrokken.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente
                        Achtkarspelen op en de openbare vergadering van de Raad van de gemeente
                        Kollumerland c.a. op </ondertekening><ondertekening>De Raden voornoemd, </ondertekening><ondertekening>de plv. Raadsgriffier, de Voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. R. van der Heide T.J. van der Zwan</ondertekening><ondertekening>de Raadsgriffier, de Voorzitter, </ondertekening><ondertekening>mw. N. Ynema B. Bilker</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>Toelichting Verordening Tegemoetkoming kosten kinderopvang</al><al>Algemeen </al><al>Op 1 januari 2005 is de Wet kinderopvang in werking getreden. De Wet
                        kinderopvang beoogt het ouders of verzorgers gemakkelijker te maken werk en
                        zorg te combineren. Niet alleen werkenden kunnen een beroep doen op de Wet
                        kinderopvang. Een aantal in de wet benoemde doelgroepen kan een beroep doen
                        op de gemeente voor het betalen van een deel van de kosten die zij maken
                        voor kinderopvang. De vergoeding door de gemeente van een deel van de kosten
                        voor kinderopvang wordt aangeduid met de term "tegemoetkoming kosten
                        kinderopvang (gemeente)". </al><al>Artikel 25 Wet kinderopvang bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening
                        regels vaststelt omtrent de tegemoetkoming van de gemeente. Deze regels
                        hebben betrekking op de verlening, de voorschotverlening en de vaststelling
                        van de tegemoetkoming. Deze verordening geeft uitvoering aan deze wettelijke
                        opdracht. </al><al>De tegemoetkoming is een subsidie in de zin van artikel 4.21 van de Algemene
                        Wet Bestuursrecht, te weten: een aanspraak op financiële middelen door een
                        bestuursorgaan verstrekt met het oog op een bepaalde activiteit van de
                        aanvrager. Titel 4.2 van de AWB die regels stelt over subsidies is van
                        toepassing op de tegemoetkomingen. Dit betekent dat op de verstrekking van
                        tegemoetkomingen in de kosten van kinderopvang door gemeenten drie
                        regelingen van toepassing zijn:</al><al>de gemeentelijke Verordening Tegemoetkoming kosten kinderopvang</al><al>de Wet kinderopvang</al><al>de subsidieregels in titel 4.2 van de Awb.</al><al>Aangezien deze Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang specifiek
                        voorziet in de subsidieverstrekking voor de kosten van kinderopvang staat
                        deze daarmee in rangorde boven de Algemene subsidieverordening. </al><al>Hoofdlijnen van het proces van verstrekking van de tegemoetkomingen </al><al>In deze verordening worden de hoofdlijnen van het proces van verstrekking
                        van de tegemoetkomingen door de gemeente vastgelegd. Daarbij zijn twee
                        uitgangspunten gehanteerd. Het eerste uitgangspunt is dat de
                        uitvoeringslasten voor zowel de gemeente als de ouders van de tegemoetkoming
                        zo beperkt mogelijk moeten zijn. Het tweede uitgangspunt is dat de
                        gemeentelijke uitgaven die gemoeid zijn met de verstrekking van de
                        tegemoetkomingen zo goed mogelijk beheersbaar moeten zijn. </al><al>Bepalingen om de beheersbaarheid van de gemeentelijke uitgaven te
                        bevorderen</al><al>De gemeentelijke tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang is een
                        zogeheten "open-einde regeling". Dit betekent dat iedereen die op grond van
                        de wet behoort tot de gemeentelijke doelgroep aanspraak heeft op een
                        tegemoetkoming van de gemeente. </al><al>Om gemeenten in staat te stellen de kosten die gepaard gaan met de
                        verstrekking van de tegemoetkomingen beheersbaar te houden, zijn in de
                        verordening de volgende bepalingen opgenomen: </al><al>de omvang van de aanspraak op een tegemoetkoming van ouders die geen eigen
                        bijdrage in de kosten van kinderopvang hoeven te betalen, wordt aan
                        beperkingen gebonden. In de verordening wordt bepaald dat bij deze groep
                        ouders de tegemoetkoming wordt verstrekt voor het aantal uren kinderopvang
                        per week dat naar het oordeel van het college voor de ouder redelijkerwijs
                        noodzakelijk is om de combinatie van arbeid en zorg mogelijk te maken. </al><al>Er worden geen tegemoetkomingen met terugwerkende kracht verstrekt. Een
                        gemeentelijke tegemoetkoming wordt nooit eerder verstrekt dan met ingang van
                        het tijdstip waarop de aanvraag voor een tegemoetkoming door de gemeente in
                        ontvangst is genomen. </al><al>De tegemoetkoming wordt alleen verstrekt als er daadwerkelijk kinderopvang
                        plaatsvindt. </al><al>De tegemoetkoming wordt uitbetaald in maandelijkse voorschotten. Hierdoor
                        blijft de omvang van eventuele onverschuldigde betalingen die de gemeente
                        van de ouders moet terugvorderen, beperkt.</al><al><cursief>Tegemoetkomingen voor de duur van een kalenderjaar</cursief></al><al>Een tegemoetkoming wordt in principe verstrekt voor de duur van één
                        kalenderjaar. Daarmee wordt aangesloten bij de wijze waarop de betalingen
                        van de kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst plaatsvinden. Dit betekent
                        dat een tegemoetkoming elk jaar opnieuw moet worden aangevraagd. Een
                        uitzondering wordt gemaakt voor de gevallen waarin bij de aanvraag reeds
                        duidelijk is dat de aanspraak op de tegemoetkoming beperkt is tot een
                        bepaalde periode (bijvoorbeeld de duur van een reïntegratietraject die in
                        het trajectplan is vastgelegd of de datum waarop het kind naar de
                        basisschool gaat of de basisschool verlaat).</al><al><cursief>Verstrekking van de tegemoetkoming in twee stappen</cursief></al><al>De verstrekking van de tegemoetkoming vindt plaats in twee stappen. Hiermee
                        wordt aangesloten bij de Awb. De eerste stap is de beschikking tot het
                        verlenen van de tegemoetkoming. Deze beschikking geeft de ouder van de
                        tegemoetkoming een voorwaardelijke aanspraak op de tegemoetkoming tot een
                        bepaald bedrag. De aanspraak is voorwaardelijk omdat op het moment dat de
                        beschikking wordt gegeven nog niet zeker is dat de ouder daadwerkelijk
                        gebruik zal maken van kinderopvang en zich aan de opgelegde verplichtingen
                        houdt. Ondanks het voorwaardelijke karakter schept de subsidieverlening wel
                        een rechtens afdwingbare aanspraak. De tweede stap is de beschikking tot het
                        vaststellen van de tegemoetkoming. In deze beschikking wordt vastgesteld in
                        hoeverre de ontvanger aan de gestelde voorwaarden heeft voldaan en hoeveel
                        het uiteindelijke bedrag van de tegemoetkoming is. Met het vaststellen van
                        de tegemoetkoming wordt de tegemoetkoming definitief. Voordat de
                        tegemoetkoming wordt vastgesteld kan de gemeente onderzoek doen naar de
                        rechtmatigheid van de tegemoetkoming door gegevens van de ouders te
                        controleren en eventueel inlichtingen bij de houders van een kindercentrum
                        of gastouderbureau op te vragen. </al><al>Toelichting per artikel</al><al>Artikel 1.1</al><al>Voor de begripsbepalingen is aangesloten bij datgeen dat in de wetten staat
                        genoemd. </al><al>Artikel 2.1</al><al>Aangezien de wet niet echt doorzichtig is voor wat betreft het kunnen
                        bepalen van de gemeentelijke doelgroepen is gekozen een opsomming hiervan in
                        de verordening op te nemen. Hierbij is rekening gehouden met het besluit van
                        de Minister van de SZW d.d. 18 augustus 2004 inzake het niet in werking
                        laten treden van de artikelen in de Wet kinderopvang die betrekking hebben
                        op de gemeentelijke doelgroep personen met een sociaal-medische indicatie. </al><al>Artikel 2.2</al><al>Omdat ook de hoogte van de gemeentelijke bijdrage in de tegemoetkoming voor
                        kinderopvang voor de verschillende doelgroepen moeilijk uit de wet is af te
                        leiden is dit eveneens opgenomen in deze verordening. </al><al>Artikel 3.1</al><al>De tegemoetkoming wordt door de ouder aangevraagd bij het college (artikel
                        26 Wet kinderopvang). Het moet dan gaan om het college van de gemeente waar
                        de ouder woont (artikel 22, derde lid, Wet kinderopvang). De aanvraag moet
                        schriftelijk gebeuren (artikel 4:1 AWB). </al><al>Omdat een tegemoetkoming voor de duur van een kalenderjaar (artikel 5.6)
                        moet deze elk jaar opnieuw worden aangevraagd. Om de lasten voor de
                        aanvragers zo beperkt mogelijk te houden, verdient het aanbeveling dat de
                        gemeente het aanvraagformulier voor een vervolgaanvraag aan de ouders
                        toestuurt, waarbij het formulier reeds is ingevuld met de gegevens die bij
                        de gemeente bekend zijn. De ouder hoeft dan alleen de mutaties op het
                        aanvraagformulier aan te geven. </al><al>Een verhoging van de tegemoetkoming in verband met een verhoging van het
                        aantal uren of dagdelen kinderopvang, zal ook moeten worden aangevraagd. Een
                        verlaging van de tegemoetkoming in verband met vermindering van de
                        kinderopvang hoeft niet te worden aangevraagd. De ouder moet hiervan wel
                        onmiddelijk mededeling doen aan het college (artikel 28, lid 3 Wet
                        kinderopvang en artikel 7.1). </al><al>Onderdeel d van het eerste lid bepaalt dat bij de aanvraag een offerte of
                        een contract van het kindercentrum of het gastouderbureau dat de
                        kinderopvang gaat verzorgen moet worden gevoegd. Dit betekent dat de
                        aanvraag voor een tegemoetkoming pas bij de gemeente kan worden ingediend
                        als de ouder over een offerte of een contract beschikt. Op basis van de
                        offerte of het contract kan de gemeente de hoogte van de tegemoetkoming
                        vaststellen. </al><al>Het kindercentrum of het gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen,
                        moet ingeschreven staan in een gemeentelijk register (artikel 5, lid 1 Wet
                        kinderopvang). Onderdeel e voorziet erin dat hier een bewijsstuk van wordt
                        overgelegd. Natuurlijk is dit alleen van belang als het een kindercentrum of
                        gastouderbureau is dat buiten de gemeenten Achtkarspelen of Kollumerland
                        c.a. gevestigd is. </al><al>Onderdeel f van het eerste lid bepaalt dat bij de aanvraag gegevens of een
                        verwijzing naar gegevens wordt gevoegd waaruit blijkt dat de ouder behoort
                        tot een gemeentelijke doelgroep. In een aantal gevallen kan de ouder
                        volstaan met een verwijzing naar die gegevens, omdat de gemeente over de
                        gegevens beschikt: </al><al>de ouder of partner ontvangt een uitkering in het kader van de WWB, WIJ,
                        IOAW/IOAZ of Anw én maakt gebruik van een voorziening gericht op
                        arbeidsinschakeling;</al><al>de ouder is een niet-uitkeringsgerechtigde (NUG'er), is als werkzoekende
                        geregistreerd bij UWV Werkbedrijf én maakt gebruik van een voorziening
                        gericht op arbeidsinschakeling;</al><al>de ouder is een vreemdeling die een inburgeringsprogramma als bedoeld in de
                        Wi volgt; </al><al>In andere gevallen zal de ouder de volgende gegevens aan de gemeente moeten
                        verstrekken:</al><al>De ouder ontvangt een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen
                        kunstenaars:</al><al>Een bewijsstuk van de (centrum)gemeente van wie de Wwik-uitkering wordt
                        ontvangen.</al><al>De ouder heeft de leeftijd van 18 jaar nog niet bereikt, volgt scholing of
                        een opleiding en ontvangt algemene bijstand of kan dat ontvangen:</al><al>Een bewijs van inschrijving school of opleidingsinstituut.</al><al>De ouder is ingeschreven bij een school of een instelling als bedoeld in
                        paragraaf 2.2 of 2.4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdragen of in de
                        artikelen 2.8 tot en met 2.11 van de Wet studiefinanciering 2000:</al><al>Een bewijs van inschrijving school of opleidingsinstituut. </al><al>De ouder of diens partner ontvangt een WW-uitkering en maakt gebruik van een
                        voorziening gericht op arbeidsinschakeling:</al><al>Een bewijs van een trajectplan van UWV Werkbedrijf.</al><al>De ouder of diens partner is arbeidsgehandicapte en maakt gebruik van een
                        voorziening gericht op arbeidsinschakeling:</al><al>Een bewijs van een trajectplan van het UWV Werkbedrijf.</al><al>In het derde lid wordt bepaald dat indien de ouder een partner heeft, deze
                        partner de aanvraag mede ondertekent. </al><al>Artikel 4.1</al><al>Vervallen</al><al>Artikel 5.1</al><al>De termijn waarbinnen het college een besluit moet nemen over de aanvraag om
                        een tegemoetkoming is gebaseerd op de termijnen die gelden in het kader van
                        de WWB. Ook de overige systematiek van verlenging beslistermijnen en het
                        bieden van hersteltermijnen, komt rechtstreeks voort uit de WWB-praktijk. De
                        reden hiervoor is dat de kinderopvang in heel veel gevallen moet worden
                        gezien als een onderdeel van het reïntegratie-traject. </al><al>Lid 4 tenslotte regelt dat het besluit als een beschikking (een schriftelijk
                        besluit van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke
                        rechtshandeling dat op een individu gericht is en niet van algemene
                        strekking is) moet worden medegedeeld. </al><al>Artikel 5.2</al><al>Dit artikel bevat de weigeringsgrond. Naast deze weigeringsgrond in dit
                        artikel kent de AWB ook een aantal gronden om de subsidieverlening te
                        weigeren. Ook deze weigeringsgronden zijn van toepassing. Artikel 4:35
                        bepaalt dat de subsidieverlening kan worden geweigerd indien er een gegronde
                        reden bestaat om aan te nemen dat: </al><al>de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;</al><al>de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden
                        verplichtingen;</al><al>de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal
                        afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven
                        en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van
                        belang zijn. </al><al>Het tweede lid van artikel 4:35 bepaalt dat de subsidieverlening voorts in
                        ieder geval kan worden geweigerd indien de ouder:</al><al>in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                        verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking
                        op de aanvraag zou hebben geleid, of</al><al>failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten
                        aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van
                        toepassing is verklaard, danwel een verzoek daartoe bij de rechtbank is
                        ingediend. </al><al>Artikel 5.3</al><al>De Wet kinderopvang regelt uitsluitend de aanspraak van ouders op een
                        tegemoetkoming van de gemeente voor de kosten van kinderopvang en niet de
                        omvang van die aanspraak. Wanneer een ouder op basis van de criteria tot één
                        van de gemeentelijke doelgroepen behoort, heeft deze recht op een
                        gemeentelijke tegemoetkoming. De wet stelt geen beperkingen aan het aantal
                        uren kinderopvang waarvoor de tegemoetkoming wordt verstrekt. Dit past in
                        het systeem van de wet waarin de ouder zélf bepaalt hoeveel kinderopvang hij
                        nodig heeft in verband met de combinatie van arbeid en zorg. </al><al>Om de kosten voor de gemeente te kunnen beheersen, is deze bepaling in de
                        verordening opgenomen die de aanspraak op een tegemoetkoming enigzins
                        beperkt. Dit artikel geeft het college de bevoegdheid om per geval te
                        beoordelen hoeveel kinderopvang de ouder redelijkerwijs nodig heeft om de
                        arbeid die hij verricht te kunnen combineren met zorgtaken. Bij het bepalen
                        van de omvang van de kinderopvang die redelijkerwijs nodig is om arbeid en
                        zorg te combineren, zal ook rekening moeten worden gehouden met
                        omstandigheden als een handicap of chronische ziekte van de ouder(s) of een
                        beperking die de huiselijke situatie meebrengt voor de goede en gezonde
                        ontwikkeling van het kind. Voor deze beoordeling hoeft geen advies te worden
                        aangevraagd. </al><al>Artikel 5.4</al><al>Dit artikel spreekt voor zich. Het behoeft geen betoog dat door het opnemen
                        van al de in dit artikel genoemde onderdelen een gemotiveerde beschikking
                        ontstaat. Ten aanzien van de verplichtingen van de ouders wordt verwezen
                        naar Hoofdstuk 7 van deze verordening. Het besluit is een beschikking in de
                        zin van titel 4.1 van de AWB. Dit betekent dat tegen het besluit bezwaar en
                        beroep kan worden ingesteld. </al><al>Artikel 5.5</al><al>Dit artikel bepaalt de ingangsdatum van verstrekking van de tegemoetkoming.
                        Er zijn twee ingangsdata mogelijk: </al><al>De datum waarop de aanvraag voor een tegemoetkoming door de gemeente in
                        ontvangst is genomen. In deze situatie zal de ouder op het moment dat hij
                        zijn aanvraag indient reeds kinderopvang hebben.</al><al>De datum waarop de kinderopvang van start gaat</al><al>De ingangsdatum van de tegemoetkoming heeft betrekking op het moment waarop
                        de aanspraak op een tegemoetkoming ontstaat. De uitbetaling van de
                        tegemoetkoming vindt pas plaats vanaf het moment dat het besluit tot
                        verlening van de tegemoetkoming is genomen. De betaling vindt dan met
                        terugwerkende kracht plaats tot de datum waarop de aanvraag in ontvangst is
                        genomen. De ingangsdatum van verstrekking van de tegemoetkoming is ook van
                        toepassing op aanvragen voor uitbreiding van het aantal uren kinderopvang.
                        de verhoogde tegemoetkoming wordt verstrekt vanaf het moment dat de aanvraag
                        daarvoor door het college in ontvangst is genomen. </al><al>Artikel 5.6</al><al>De tegemoetkoming wordt in principe voor een heel kalenderjaar verleend.
                        Voor aanvragen die in de loop van een jaar worden toegekend, geldt dat de
                        tegemoetkoming wordt verstrekt tot en met 31 december van het betreffende
                        jaar. Dit betekent dat een ouder elk jaar voor 1 januari opnieuw een
                        aanvraag om een tegemoetkoming bij de gemeente zal moeten indienen. </al><al>Het college kan de tegemoetkoming voor een andere periode vaststellen. Dit
                        is bijvoorbeeld het geval als de aanvrager voor een bepaalde periode recht
                        heeft op een tegemoetkoming, bijvoorbeeld als deze een reïntegratietraject
                        voor een bepaalde periode volgt. Door in zo'n geval de periode van
                        verstrekking van de tegemoetkoming te koppelen aan de duur van het
                        reïntegratietraject (of een andere vorm van arbeid), hoeft de ouder geen
                        actie te ondernemen om de verstrekking van dde tegemoetkoming stop te zetten
                        of hoeft de gemeente geen eventueel ten onrechte uitgekeerde bedragen terug
                        te vorderen. </al><al>Artikel 5.7</al><al>De subsidieverstrekking vindt plaats in de vorm van maandelijkse
                        voorschotten. Dit betekent dat het totale bedrag van de tegemoetkoming
                        waarop de ouder recht heeft, wordt gedeeld in twaalf gelijke delen (indien
                        de aanvraag het gehele tegemoetkomingsjaar betreft). </al><al>De gemeente betaalt de tegemoetkoming uit aan de ouder. De ouder kan, al dan
                        niet op verzoek van het kindercentrum of het gastouderbureau, de gemeente
                        machtigen om de betalingen rechtstreeks aan dat kindercentrum of
                        gastouderbureau te doen. Deze machtiging verandert juridisch gezien niets
                        aan de verhouding tussen de gemeente en de ouder. Ook al wordt het bedrag
                        gestort op de rekening van het kindercentrum of gastouderbureau, er blijft
                        sprake van een betaling van de tegemoetkoming van gemeente aan de ouder. </al><al>Artikel 6.1</al><al>De ouder is verplicht om binnen vier weken na afloop van de periode waarvoor
                        de tegemoetkoming is verleend aan het college een overzicht van de
                        feitelijke kosten van kinderopvang over deze periode te verstrekken. Als een
                        tegemoetkoming voor een kalenderjaar is verleend, dient het overzicht van de
                        kosten uiterlijk vier weken na 31 december bij het college te worden
                        ingediend. Het overzicht van de kosten bestaat uit de verzameling nota's.
                        Bij twijfel over de rechtmatigheid hiervan kan desgewenst een overzicht bij
                        het kindercentrum of het gastouderbureau worden opgevraagd en vergeleken met
                        de ingeleverde nota's. Het college heeft vervolgens acht weken de tijd om de
                        tegemoetkoming definitief vast te stellen. </al><al>In het besluit tot het vaststellen van de definitieve tegemoetkoming wordt
                        bepaald wat precies het bedrag is waar de ouder die de tegemoetkoming heeft
                        aangevraagd recht op heeft. De berekeningswijze die is opgenomen in de
                        beschikking tot verlening van de tegemoetkoming geldt als het uitgangspunt
                        voor het vaststellen van de tegemoetkoming. Dit betekent dat de
                        tegemoetkoming wordt vastgesteld op basis van het aantal uren kinderopvang
                        dat in de beschikking tot verlening van de tegemoetkoming is vastgelegd. Dat
                        is het maximum aantal uren. In de beschikking tot vaststelling van de
                        tegemoetkoming kan wel worden uitgegaan van een lager aantal uren, maar niet
                        van een hoger aantal. </al><al>Artikel 6.2</al><al>Dit artikel regelt de uitbetaling door de gemeente van het nog te betalen
                        deel van de tegemoetkoming en het terug te vorderen deel van het te hoog
                        vastgestelde voorschot. In alle gevallen krijgt de ouder een beschikking. </al><al>Artikel 6.3</al><al>In dit artikel worden de mogelijkheden van opschorting en herziening van de
                        verlening van de tegemoetkoming en de definitieve vaststelling van de
                        tegemoetkoming behandeld. De omschrijvingen zijn rechtstreeks gebaseerd op
                        hetgeen over subsidieverlening en vaststelling in de AWB is geregeld. </al><al>Artikel 6.4</al><al>Indien de beschikking tot het verlenen of het vaststellen van de
                        tegemoetkoming is ingetrokken of ten nadele van de ouder en/of de partner is
                        gewijzigd, kan de gemeente het reeds betaalde bedrag terugvorderen. In
                        artikel 38 van de Wet kinderopvang worden de bepalingen van de WWB over de
                        terugvordering van bijstand van overeenkomstige toepassing verklaard op het
                        terugvorderen van een tegemoetkoming. Dit betekent bijvoorbeeld dat het
                        bedrag dat wordt teruggevorderd kan worden verrekend met de tegemoetkoming
                        die aan de ouder wordt verstrekt en dat er sprake is van hoofdelijke
                        aansprakelijkheid en dat een terugvorderingsbeschikking een executoriale
                        titel oplevert. </al><al>Artikel 7.1</al><al>Ten aanzien van de inlichtingenplicht zijn de bepalingen uit de WWB
                        overgenomen. </al><al>Artikel 7.2</al><al>Het spreekt met het oog op de definitieve vaststelling van de tegemoetkoming
                        als bedoeld in artikel 6.1 voor zich dat de ouder en/of de partner de nota's
                        van het kindercentrum of het gastbureau bewaren en deze na afloop van het
                        kalenderjaar bij de gemeente inleveren. </al><al>Artikel 8.1</al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al>Artikel 8.2</al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>