<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR342528_1</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING LANGDURIGHEIDSTOESLAG VOOR DE GEMEENTE LOPPERSUM</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Loppersum</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Loppersum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2014, 67806</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Langdurigheidstoeslag Loppersum 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Werk en Bijstand, art. 8, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Werk en Bijstand, art. 36</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Werk en Bijstand, art. 8, lid 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-04-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-11-26</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2014-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de verordening verordening langdurigheidstoeslag Delfzijl, Appingedam en Loppersum 2011</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING LANGDURIGHEIDSTOESLAG VOOR DE GEMEENTE LOPPERSUM</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Loppersum; </al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        4 maart 2014, inzake de Langdurigheidstoeslag; </al><al>gelet op artikel 8, eerste lid, onder d, artikel 8 tweede lid onder b en
                        artikel 36 van de Wet werk en bijstand en artikel 149 van de
                        Gemeentewet; </al><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al>Vast te stellen de: </al><al><vet>"</vet><vet>VERORDENING LANGDURIGHEIDSTOESLAG</vet><vet>VOOR
                        DE GEMEENTE LOPPERSUM</vet><vet>".</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMEEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="b."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                        gemeente</al><al> Loppersum;</al></li><li nr="c."><al>netto bijstandsnorm: de op de gezinssituatie van toepassing
                                        zijnde bijstandsnorm zoals bedoeld in artikel 21 van de wet plus volledige
                                        gemeentelijke toeslag, exclusief eventuele heffingskortingen;</al></li><li nr="d."><al>langdurigheidstoeslag: toeslag zoals bedoeld in artikel 36
                                        van de wet;</al></li><li nr="e."><al>vermogen: vermogen als bedoeld in artikel 34 van de
                                        wet;</al></li><li nr="f."><al>langdurig: gelijk aan de duur van de referteperiode;</al></li><li nr="g."><al>referteperiode: 60 maanden voorafgaand aan de
                                        peildatum;</al></li><li nr="h."><al>peildatum: de datum waarop in enig jaar het recht op de
                                        Langdurigheidstoeslag</al><al> ontstaat.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>VOORWAARDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><al>2.1. </al><al>Tot de doelgroep van deze regeling behoren personen van 21 jaar of ouder
                            doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, die langdurig een laag
                            inkomen en geen in aanmerking te nemen vermogen hebben en door gebrek
                            aan arbeidsperspectief geen uitzicht hebben op inkomensverbetering, als
                            bedoeld in artikel 36, eerste lid van de wet, én op de peildatum in de
                            gemeente Loppersum woonachtig zijn. </al><al>2.2. </al><al>Geen recht op de Langdurigheidstoeslag hebben personen die op de
                            peildatum of in de referteperiode een uitkering op grond van de Wet op
                            de Studiefinanciering of de Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en
                            Schoolkosten hebben genoten.</al><al>Geen recht op de Langdurigheidstoeslag hebben personen die op de
                            peildatum in een inrichting wonen. Bij een structureel verblijf wordt
                            aangenomen dat er geen vervangingsuitgaven zullen zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Laag inkomen</titel></kop><al>Als laag inkomen in de zin van artikel 36 van de wet wordt aangemerkt,
                            een ononderbroken netto inkomen dat gedurende de referteperiode niet
                            meer bedraagt dan 100 % van de van toepassing zijnde netto
                            bijstandsnorm.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Gebrek aan arbeidsmarktperspectief</titel></kop><al>Er is een gebrek aan arbeidsmarktperspectief als gedurende de
                            referteperiode sprake is van een laag inkomen als bedoeld in artikel 3
                            en belanghebbende geen perspectief heeft diens inkomen door
                            arbeidsinschakeling te vergroten, of geen perspectief heeft op
                            progressie op de arbeidsmarkt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Hoogte Langdurigheidstoeslag</titel></kop><al>5.1.</al><al>De hoogte van de Langdurigheidstoeslag is gelijk aan 38% van de van
                            toepassing zijnde bijstandsnorm voor een gezin, alleenstaande ouder en
                            alleenstaande per maand, naar boven afgerond op hele tientallen.</al><al>5.2.</al><al>De hoogte van deze bijstandsnorm van de maand juli in het jaar
                            voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de aanvraag wordt ingediend, is
                            de basis voor deze berekening.</al><al>5.3.</al><al>De hoogte van de Langdurigheidstoeslag wordt jaarlijks in januari
                            bekendgemaakt en geldt het gehele kalenderjaar.</al><al>5.4.</al><al>Wanneer één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht
                            op langdurigheidstoeslag als gevolg van artikel 11 of artikel 13, lid 1
                            van de wet komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een
                            langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of
                            alleenstaande ouder zou gelden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>6.1. </al><al>Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de
                            uitvoering van deze regeling, voor zover deze niet zijn opgenomen in de
                            wet, deze verordening en toelichting of een uitwerking zijn van deze
                            verordening. </al><al>6.2. </al><al>Het bepaalde in lid 1 van dit artikel is niet van toepassing op
                            alleenstaande ouders en gehuwden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van het bepaalde
                            in deze verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>8.1.</al><al>Deze verordening treedt de dag na bekendmaking in werking en werkt terug
                            tot en met 1 januari 2014. </al><al>8.2.</al><al>De verordening langdurigheidstoeslag Delfzijl, Appingedam en Loppersum
                            2011, vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 28 maart 2011
                            wordt per 1 januari 2014 ingetrokken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: "<vet>Verordening
                                Langdurigheid</vet><vet>s</vet><vet>toeslag </vet><vet>Loppersum
                                2014</vet><vet>"</vet><vet>. </vet></al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de raad van de gemeente Loppersum,</ondertekening><ondertekening>gehouden op 22 april 2014, nr. 18.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>A.Rodenboog, burgemeester</ondertekening><ondertekening>R.S. Bosma, griffier</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Verordening Langdurigheidstoeslag Delfzijl, Appingedam en
                        Loppersum 2014 </titel></kop><al>De doelstelling van deze verordening is het bieden van financiële ondersteuning
                    wanneer men langdurig op een laag inkomen is aangewezen.</al><al>De gemeente kan zelf de hoogte van de Langdurigheidstoeslag vaststellen en de
                    doelgroep bepalen.</al><al>Artikel 36 WWB is de basis gebleven, maar daarnaast is in artikel 8 lid 1,
                    onderdeel d van de WWB een bepaling toegevoegd, waarin wordt bepaald dat
                    gemeenten in een verordening de precieze voorwaarden voor de
                    Langdurigheidstoeslag vastleggen.</al><al>Deze benadering sluit aan bij het uitgangspunt om, daar waar het kan, de
                    gemeente de vrijheid en verantwoordelijkheid te geven zelf invulling te geven
                    aan een regeling en op die manier optimaal maatwerk te kunnen leveren. Een
                    aantal punten vult de wetgever zelf in, onder meer de wijziging van de minimale
                    leeftijd van 23 jaar naar 21 jaar. </al><al>De doelstelling van de Langdurigheidstoeslag blijft onveranderd, te weten het op
                    aanvraag bieden van financiële ondersteuning wanneer men langdurig op een laag
                    inkomen is aangewezen en geen perspectief heeft op verbetering van dit inkomen
                    door bijvoorbeeld werkaanvaarding of –uitbreiding. </al><al>De gemeente kan zelf de hoogte van de Langdurigheidstoeslag vaststellen en de
                    doelgroep bepalen. Een belanghebbende komt slechts eenmaal per 12 maanden voor
                    de Langdurigheidstoeslag in aanmerking. </al><al>Om de doelgroep af te bakenen dient de gemeente een aantal criteria nader in te
                    vullen, zoals het begrip ‘laag inkomen’, wanneer of er sprake is van ‘geen
                    arbeidsperspectief’ en welke termijn aan het begrip ‘langdurig’ verbonden wordt. </al><al>Op grond van artikel 8, in combinatie met artikel 36 van de Wet werk en
                    bijstand, stellen de gemeenteraden van Delfzijl, Appingedam en Loppersum de
                    Verordening Langdurigheidstoeslag Delfzijl, Appingedam en Loppersum 2014 vast. </al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al>In onderstaande toelichting wordt ingegaan op een aantal artikelen, dat
                    toelichting behoeft.</al><tussenkop>Artikel 1 – Begripsbepalingen</tussenkop><al>In dit artikel worden definities gegeven van begrippen die meer dan eens in de
                    verordening voorkomen, en waarvan het van belang is dat er telkens hetzelfde
                    onder wordt verstaan. In een aantal gevallen wordt verwezen naar definities in
                    de wet om ervoor te zorgen dat er zoveel mogelijk aansluiting blijft bij de
                    wetgeving die van toepassing is. </al><al>Gekozen is, de referteperiode vast te stellen op 5 jaar, ofwel 60 maanden
                    voorafgaand aan de peildatum. Hiermee is meteen invulling gegeven aan het begrip
                    ‘langdurig’. Dus over de duur van de referteperiode wordt bepaald of iemand
                    langdurig een laag inkomen en een gebrek aan arbeidsmarktperspectief heeft. </al><tussenkop>Artikel 2 - Doelgroep</tussenkop><al>De doelgroep is in feite iedereen die aan de criteria voldoet welke in deze
                    verordening nader zijn ingevuld. </al><al>Studenten en scholieren zijn uitgesloten van het recht op de
                    Langdurigheidstoeslag. Het gaat hier om personen die in principe wel aan de
                    voorwaarden zouden voldoen maar van wie gesteld kan worden dat een recht op de
                    Langdurigheidstoeslag niet overeen zou komen met de aard en doelstelling ervan. </al><al>Van studenten wordt per definitie gesteld dat zij arbeidsmarktperspectief
                    hebben. Om te voorkomen dat degene met een baan met een minimuminkomen, die zijn
                    positie door het volgen van een avondstudie probeert te verbeteren, niet in
                    aanmerking zou komen, is bepalend of de studerende in de referteperiode
                    studiefinanciering heeft genoten. Studiefinanciering is immers alleen mogelijk
                    bij een dagstudie en bij studenten beneden een bepaalde leeftijd. Als het gaat
                    om gehuwden, of degenen die daarmee gelijk te stellen zijn, waarvan één van
                    beiden een uitkering op grond van de Wet op de Studiefinanciering heeft genoten
                    in een periode waarin beiden niet als gehuwd zijn aan te merken, komt het recht
                    de ander toe, voor zover aan de overige voorwaarden is voldaan. </al><al>Voor personen die op de peildatum structureel in een inrichting verblijven wordt
                    er vanuit gegaan dat er over het algemeen geen vervangingsuitgaven zijn.</al><tussenkop>Artikel 3- Laag inkomen </tussenkop><al>Onder laag inkomen wordt verstaan een netto maandinkomen tot 100% van de
                    bijstandsnorm. </al><tussenkop>Artikel 4 - Gebrek aan arbeidsmarktperspectief</tussenkop><al>Er is een gebrek aan arbeidsmarktperspectief als gedurende de referteperiode
                    sprake is van een laag inkomen als bedoeld in artikel 3 en belanghebbende geen
                    perspectief heeft diens inkomen door arbeidsinschakeling te vergroten of geen
                    perspectief heeft op vooruitgang op de arbeidsmarkt. </al><al>Dus burgers met inkomsten uit arbeid of in verband met arbeid kunnen ook in
                    aanmerking komen voor Langdurigheidstoeslag zolang zij aan de inkomenseis
                    voldoen. Deze burgers hebben een gebrek aan perspectief om door middel van
                    progressie op de arbeidsmarkt het inkomen te vergroten en de wetgever heeft deze
                    groep niet willen uitsluiten van het recht op de Langdurigheidstoeslag. </al><tussenkop>Artikel 5 Hoogte Langdurigheidstoeslag </tussenkop><al>De Langdurigheidstoeslag is een percentage (38%) van de norm gehuwden,
                    alleenstaande ouder en alleenstaande. </al><al>De hoogte van de bijstandsnormen wordt echter enkele malen per jaar vastgesteld.
                    Om geen verschillende Langdurigheidstoeslagen te krijgen, is besloten de norm
                    van één vaste maand als uitgangspunt te nemen voor de berekening. Dit is de
                    bijstandsnorm van de maand juli voorafgaand aan het jaar van aanvraag. </al><al>Het bedrag wat vervolgens uit de berekening volgt, wordt naar boven afgerond op
                    hele tientallen. </al><al>Dit bedrag wordt jaarlijks in januari bekendgemaakt en geldt voor het gehele
                    kalenderjaar. </al><al>In het vierde lid is een regeling in overeenstemming met artikel 24 WWB gegeven
                    voor situaties waarin bij gehuwden één van de beide partners is uitgesloten van
                    het recht op landurigheidstoeslag op grond van artikel 11 WWB (geen Nederlander
                    of niet gelijkgesteld) of artikel 13, lid 1 van de WWB (uitsluitingsgronden
                    zoals detentie). </al><al>De WWB voorziet immers niet in een afwijzingsgrond voor de rechthebbende
                    echtgenoot, terwijl echter het toekennen van het bedrag voor gehuwden in
                    dergelijke situaties ook niet redelijk is.</al><al>Dit vierde lid ziet alleen toe op de situatie dat er bij een echtgenoot sprake
                    is van een uitsluitingsgrond zoals bedoeld in genoemde artikelen. NB Wanneer één
                    van de gehuwden niet in aanmerking komt voor het recht op Langdurigheidstoeslag
                    wegens het niet voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 26 van de wet of
                    deze verordening, hebben beide echtgenoten geen recht op Langdurigheidstoeslag.
                    Het recht op Langdurigheidstoeslag komt gehuwden gezamenlijk toe. Zij moeten
                    daarom ook allebei, zowel afzonderlijk als gezamenlijk, aan de voorwaarden
                    voldoen.</al><tussenkop>Artikel 6 tot en met 9</tussenkop><al>Deze artikelen hoeven geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>