<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR342386_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening handhaving Participatiewet, Bbz, IOAW, IOAZ gemeente Buren</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Buren</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-04-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Buren</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-74391.html">Gemeenteblad van 12-12-2014, nummer 74391</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening handhaving Participatiewet, Bbz, IOAW, IOAZ gemeente Buren</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 8b van de Participatiewet; artikel 35 lid 1, onderdeel c, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en artikel 35 lid 1, onderdeel c, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ)</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuw</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z14-33329</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening handhaving Participatiewet, Bbz, IOAW, IOAZ gemeente Buren
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader
                            worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet,
                            het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004), de Wet
                            inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
                            werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                            arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), de Algemene wet
                            bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de raad: de gemeenteraad van gemeente Buren.</al></li>
              <li nr="b."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                    gemeente Buren.</al></li>
              <li nr="c."><al>de wet: de Participatiewet, de Bbz 2004, de IOAW en de
                                    IOAZ.</al></li>
              <li nr="d."><al>bijstand: algemene bijstand en / of bijzondere bijstand als
                                    bedoeld in artikel 5 van de Participatiewet.</al></li>
              <li nr="e."><al>uitkering: bijstand op grond van de Participatiewet of Bbz 2004
                                    en uitkeringen op grond van de IOAW of de IOAZ.</al></li>
              <li nr="f."><al>benadelingsbedrag: het bruto bedrag dat als gevolg van het niet
                                    of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenverplichting ten
                                    onrechte is verleend als bijstand of uitkering op grond van de
                                    wet.</al></li>
              <li nr="g."><al>aangiftegrens: het bedrag vermeld in de Aanwijzing Sociale
                                    Zekerheidsfraude waaronder in principe geen strafvorderlijke
                                    bevoegdheden worden ingezet</al></li>
              <li nr="h."><al>aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude: de aanwijzing ex artikel
                                    130, vierde lid van de Wet op de rechterlijke organisatie
                                    betreffende Sociale Zekerheids-fraude zoals deze is gepubliceerd
                                    in de Staatscourant 2008, nr. 249.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>Beleid</titel>
          </kop>
          <al>De gemeenteraad stelt het gemeentelijke beleid vast op het gebied van
                        handhaving, waaronder de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van
                        bijstand of uitkering, misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>Opdracht aan het college</titel>
          </kop>
          <al>Het college zorgt voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van
                        bijstand of uitkering alsmede het misbruik en oneigenlijk gebruik van de
                        wet. Het college voert in dit kader het beleid als bedoeld in artikel 2
                        uit.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>Doelstelling</titel>
          </kop>
          <al>Beoogd wordt dat alleen diegenen die daadwerkelijk recht hebben, bijstand of
                        uitkering ontvangen in overeenstemming met de wet. De subdoelstellingen
                        daarbij zijn:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>vergroten spontane naleving van aan de wet verbonden
                                verplichtingen;</al></li>
            <li nr="b."><al>vroegtijdige detectie;</al></li>
            <li nr="c."><al>het optimaliseren van handhavingmiddelen;</al></li>
            <li nr="d."><al>daadwerkelijk sanctioneren.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5.</nr>
            <titel>Verantwoording</titel>
          </kop>
          <al>Het college informeert de gemeenteraad jaarlijks over de uitvoering en de
                        resultaten op het gebied van handhaving van wet.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6.</nr>
            <titel>Afstemming van de uitkering</titel>
          </kop>
          <al>Als de belanghebbende onjuiste, onvolledige of in het geheel geen
                        inlichtingen verstrekt die van belang zijn of kunnen zijn voor de hoogte, de
                        duur van of het recht op (voortzetting van) bijstand of uitkering, verlaagt
                        het college de uitkering of inkomensvoorziening conform de Verordening
                        afstemming Participatiewet, Bbz, IOAW, IOAZ gemeente Buren, onverminderd de
                        eventuele terugvordering van ten onrechte ontvangen bijstand of
                        uitkering.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7.</nr>
            <titel>Aangifte bij Openbaar Ministerie</titel>
          </kop>
          <al>Leidt het niet nakomen van de informatieverplichting tot een
                        benadelingbedrag dat hoger is dan de aangiftegrens, of is er gelet op de
                        inhoud van de Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude een andere reden om
                        aangifte te doen, dan is het college verplicht aangifte te doen bij het
                        Openbaar Ministerie en bevordert het college dat er een proces-verbaal wordt
                        opgemaakt.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8.</nr>
            <titel>De inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.</al>
          <al>Met de inwerkingtreding van deze verordening wordt ingetrokken:</al>
          <al>ode verordening ‘Verordening handhaving WWB, IOAW en IOAZ gemeente Buren’,
                        vastgesteld op 26 juni 2012.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9.</nr>
            <titel>Citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening handhaving
                        Participatiewet, Bbz, IOAW, IOAZ gemeente Buren.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 9 december 2014.</ondertekening>
        <ondertekening>De griffier, G. van Droffelaar</ondertekening>
        <ondertekening>De voorzitter, J.A. de Boer MSc</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <label>Algemene toelichting</label>
        </kop>
        <al>Artikel 8b van de Participatiewet stelt dat de gemeenteraad bij verordening
                    regels stelt in het kader van het financiële beheer voor de bestrijding van het
                    ten onrechte ontvangen van bijstand alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik
                    van de wet. </al>
        <al>Afgezien van de korte bepaling van artikel 8b van de Participatiewet zijn er
                    geen nadere aanduidingen over wat nu precies in de verordening moet worden
                    geregeld. In de Algemene bijstandswet was bepaald dat er in het jaarlijks
                    verplicht gestelde beleidsplan aandacht besteed moest worden aan de bestrijding
                    van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. De Participatiewet kent geen
                    verplichting meer om jaarlijks een beleidsplan vast te stellen. Buren maakt deel
                    uit van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Sociale Recherche Regio
                    Rivierenland. In regionaal verband wordt door het bestuur van de GR een
                    meerjarenbeleidsplan vastgesteld. In het verlengde hiervan wordt er in deze
                    verordening voor gekozen om de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik
                    van de wet periodiek aandacht te geven .</al>
        <al>Er is bewust voor gekozen deze verordening niet de naam fraudeverordening te
                    geven maar om te spreken van handhaving. Door deze naamgeving wordt benadrukt
                    dat het niet alleen gaat om de opsporing van fraude, maar dat het voorkomen van
                    fraude een aspect is dat minstens zo belangrijk is. Handhaving is namelijk niet
                    alleen gericht op de opsporing van gepleegde fraude, maar gaat meer uit van de
                    spontane naleving van de wet- en regelgeving.</al>
        <al/>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikelgewijze toelichting</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Er is voor gekozen om begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet de
                    Bbz 2004, de IOAW, de IOAZ niet afzonderlijk te definiëren in deze verordening.
                    Dit voorkomt dat in geval van wijziging van betreffende definities ook de
                    verordening moet worden gewijzigd.</al>
        <al/>
        <al>De begrippen die niet zijn omschreven in de Participatiewet, IOAW, IOAZ, of die
                    verduidelijkt moeten worden, zijn in het tweede lid omschreven.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 2. Beleid</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Dit artikel regelt dat de gemeenteraad het beleid voor handhaving vaststelt. Dit
                    beleid is opgenomen in een (regionaal tot stand gekomen) meerjarenbeleidsplan,
                    wat wordt vastgesteld door het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling (GR)
                    Sociale Recherche Regio Rivierenland. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 3. Opdracht aan het college</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Dit artikel legt bij het college de verantwoordelijkheid neer voor een
                    rechtmatige en doelmatige uitvoering van de Participatiewet, het Besluit
                    bijstandsverlening zelfstandigen, de Wet inkomensvoorziening oudere en
                    gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet
                    inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
                    zelfstandigen. De gemeenteraad stelt het handhavingsbeleid vast. Het college
                    voert het beleid uit en streeft zoveel mogelijk naar realisatie van de
                    (sub)doelstellingen die genoemd zijn in artikel 4.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 4. Doelstelling</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Er wordt naar gestreefd dat alleen diegenen die daadwerkelijk recht op een
                    uitkering hebben, een uitkering ontvangen die in overeenstemming is met de
                    wet.</al>
        <al>De subdoelstellingen zijn de volgende:</al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>spontane naleving: Cliënten moeten spontaan de juiste en volledige
                            gegevens aan het onderdeel Werk en Inkomen verstrekken zodat deze kan
                            vaststellen, of iemand ook echt recht heeft op een uitkering;</al></li>
          <li nr="2."><al>vroegtijdige detectie: gestreefd wordt naar het zo vroeg mogelijk
                            ontdekken van fraude (door o.a. signaalsturing, risicosturing en
                            themacontroles;</al></li>
          <li nr="3."><al>optimalisering dienstverlening: gestreefd wordt naar het optimaliseren
                            van de controle- en opsporingsorganisatie. Middelen hiervoor zijn
                            kwaliteits- en kwantiteitsverbetering, een duidelijk gestructureerde
                            inzet, alsmede risico- en signaalsturing;</al></li>
          <li nr="4."><al>daadwerkelijk sanctioneren: Gestreefd wordt naar een sanctiesysteem,
                            waarbij de getroffen maatregel ook door de schender van de
                            inlichtingenplicht als een sanctie wordt ervaren.</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 5. Verantwoording</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Het college informeert de gemeenteraad jaarlijks, bij de verantwoording over het
                    beleid en de uitvoering van de Wet werk en bijstand, over de uitvoering en de
                    resultaten op het gebied van handhaving.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 6. Afstemming van de uitkering</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Wanneer de cliënt onvolledige of onjuiste informatie geeft, kan de uitkering
                    (tijdelijk) verlaagd worden conform de Afstemmingsverordening. Wanneer dit heeft
                    geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag ontvangen van bijstand,
                    wordt de uitkering met een hoger bedrag verlaagd.</al>
        <al/>
        <al>Deze verlaging van de uitkering is bedoeld om het nakomen van de verplichtingen
                    en de hoogte van de uitkering op elkaar af te stemmen. Dit staat los van het
                    terugvorderen van uitkering, dat bedoeld is om de situatie (weer) in
                    overeenstemming te brengen met het recht.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 7. Aangifte bij Openbaar Ministerie</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Er is een taakverdeling tussen de gemeenten en het OM over de afhandeling van
                    fraude (schending inlichtingenplicht). Deze taakverdeling is vastgelegd in de
                    Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude. Het aanwenden van strafvorderlijke
                    bevoegdheden kan in beginsel slechts aan de orde zijn bij het redelijk vermoeden
                    dat het nadeel de aangiftegrens of meer bedraagt. </al>
        <al/>
        <al>Indien het vermoedelijke benadelingsbedrag lager is dan de aangiftegrens worden
                    er in beginsel geen strafvorderlijke bevoegdheden aangewend. Met de maatregelen
                    in de Participatiewet kan deze categorie zaken door opleggingvan een
                    bestuurlijke maatregel afgedaan worden.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 8. en 9. Inwerkingtreding en Citeerwijze</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Dit artikel regelt de datum van inwerkingtreding en de naam van de
                    verordening.</al>
        <al/>
        <al/>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>