<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR342271_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sint Anthonis</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sint Anthonis</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.sintanthonis.nl">Elektronisch gemeenteblad gemeente Sint Anthonis</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Sint Anthonis 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.sintanthonis.nl">Gemeente Sint Anthonis</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Algehele herziening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>INT/008926</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>n.v.t.</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Read van de gemeente Sint Anthonis besluit, </al><al/><al>gelet op artikel 212 van de Gemeentewet,</al><al/><al>vast te stellen:</al><al/><al>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor
                        het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie
                        van de gemeente Sint Anthonis.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr>I.</nr><titel>INLEIDINDE BEGRIPPEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a.team:</al><al>Iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met
                            een eigen rechtstrekse verantwoordelijkheid aan het college.</al><al>b.administratie:</al><al>Het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van
                            informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het
                            beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Sint
                            Anthonis en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden
                            afgelegd.</al><al>c.netto schuld:</al><al>Bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen die niet zijn
                            ingezet voor de publieke taak. Onder bruto schuld wordt verstaan het
                            totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteuren en
                            overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet
                            voor de publieke taak wordt verstaan het totaal van langlopende
                            uitzettingen, vorderingen, liquide middelen en overlopende activa.</al><al>d.overheidsbedrijf:</al><al>Onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde
                            een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin een
                            publiekrechtelijke rechtspersoon, al dan niet tezamen met een of meer
                            andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te
                            bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap,
                            waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>II.</nr><titel>BEGROTING EN VERANTWOORDING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Programma-indeling</titel></kop><al>De raad stelt desgewenst bij de aanvang van de nieuwe raadsperiode een
                            nieuwe programma-indeling vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder elk van de programma’s worden bij de begroting de geraamde
                                baten en lasten en bij de jaarstukken de gerealiseerde baten en
                                lasten weergegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de begroting wordt bij de uiteenzetting van de financiële positie
                                een overzicht gegeven van de nieuwe investeringen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt
                                in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het
                                Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht
                                gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de
                                begroting, de meerjarenraming en de investeringen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de
                                geautoriseerde investeringskredieten alsmede de actuele raming van
                                de totale uitgaven weergegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Autorisatie begroting en investeringskredieten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en
                                lasten per programma, het overzicht van algemene dekkingsmiddelen
                                alsmede de in het in artikel 3, lid 2 bedoeld overzicht vermelde
                                nieuwe investeringen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van investeringen, die in de loop van het begrotingsjaar worden
                                gedaan en die niet in het in artikel 3, lid 2 bedoeld overzicht zijn
                                vermeld, legt het college een investeringsvoorstel alsmede een
                                voorstel voor het vaststellen van het ter zake benodigde krediet aan
                                de raad voor. Bij investeringen informeert het college de raad in
                                het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie
                                van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Tussentijdse rapportage en informatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij de behandeling van zowel de voorjaarsnota als de najaarsnota
                                    informeert het college door middel van deze nota’s de raad over
                                    de realisatie van de begroting van de gemeente over het lopende
                                    begrotingsjaar.</al></li><li nr="2."><al>Daarbij wordt ingegaan op de afwijkingen die zich in de
                                    uitvoering van de begroting over het lopende boekjaar hebben
                                    voorgedaan.</al></li><li nr="3."><al>Afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en
                                    lasten en investeringskredieten kleiner dan € 10.000,-- worden
                                    niet nader toegelicht. Ook niet toegelicht worden afwijkingen
                                    die uitsluitend administratief van aard zijn en afwijkingen die
                                    het gevolg zijn van een ten opzichte van de begroting gewijzigde
                                    toerekening aan de programma’s van in eerste instantie op
                                    kostenplaatsen verantwoorde baten en lasten, waaronder ook de
                                    kapitaallasten verstaan dienen te worden.</al></li><li nr="4."><al>Het college informeert vooraf de raad en neemt pas een besluit,
                                    nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en
                                    bedenkingen ter kennis van het college te brengen, voor zover
                                    het betreft niet bij begroting vastgestelde afzonderlijke
                                    verplichtingen inzake:</al><lijst><li nr="a."><al>investeringen groter dan € 25.000,--;</al></li><li nr="b."><al>aankoop en verkoop van goederen en diensten groter dan €
                                            25.000,--;</al></li><li nr="c."><al>het verstrekken van subsidies groter dan €
                                            10.000,--;</al></li><li nr="d."><al>het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties
                                            groter dan € 25.000,--.</al></li></lijst></li></lijst><al>Dit evenwel met uitzondering van de door de gemeente ten opzichte van
                            het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) te verstrekken waarborgen
                            inzake door een toegelaten instelling in de zin van de Woningwet aan te
                            trekken geldleningen, waarvoor de garantie van het WSW van toepassing
                            is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>EMU-saldo</titel></kop><al>Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het
                            collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel
                            3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben
                            overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de
                            begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het
                            college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>III.</nr><titel>FINANCIEEL BELEID</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een
                                    bepaald actief worden lineair in 5 jaar afgeschreven.</al></li><li nr="2."><al>De afschrijvingstermijn voor zowel het saldo van agio en disagio
                                    als de kosten voor het afsluiten van geldleningen is gelijk aan
                                    de looptijd van de lening in kwestie.</al></li><li nr="3."><al>De materiële vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in
                                    artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, worden
                            lineair afgeschreven. Dit evenwel met uitzondering van investeringen
                            inzake aanleg, renovatie en onderhoud van rioleringen. Deze
                            investeringen kunnen ook annuïtair worden afgeschreven.</al><al>Ter bepaling van de lengte van de afschrijvingsduur van een activum
                            wordt de economische levensduur van het onderhavig activum
                            aangehouden.</al><al>Activa met een verkrijgingprijs van minder dan € 10.000,-- worden niet
                            geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen, alsmede activa waarvan
                            de kapitaallasten ten laste van een reserve gebracht worden.</al></li><li nr="4."><al>Aankoop en vervaardiging van activa, die een meerjarig
                                    maatschappelijk nut hebben, worden onder aftrek van eventuele
                                    bijdragen van derden en eventuele bestemmingsreserves ineens ten
                                    laste van de exploitatie gebracht. Hiervan kan bij raadsbesluit
                                    worden afgeweken. In geval van activering bij raadbesluit wordt
                                    het actief lineair afgeschreven over de verwachte levensduur van
                                    het actief of een kortere, door de raad aan te geven
                                    tijdsduur.</al></li><li nr="5."><al>Onder activa met een maatschappelijk nut, zoals bedoeld in
                                    artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording
                                    provincies en gemeenten, worden verstaan investeringen in de
                                    openbare ruimte, die geen economisch nut hebben, hetgeen wil
                                    zeggen dat deze investeringen niet verhandelbaar zijn en/of niet
                                    bijdragen aan het genereren van middelen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en
                                diensten van de gemeente Sint Anthonis, die worden geleverd aan
                                overheidsbedrijven en derden, wordt een systeem van
                                kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast
                                de directe kosten alleen die indirecte kosten betrokken, die
                                rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende
                                diensten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van
                                voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken
                                activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor
                                rioolheffing en afvalstoffenheffing de compensabele BTW en de kosten
                                van het kwijtscheldingsbeleid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de inzet van materiële activa worden naast directe kosten,
                                indirecte kosten en afschrijvingskosten, de rente voor de
                                financiering van het actief toegerekend. Deze rente is een
                                vergoeding voor de inzet van vreemd vermogen en van eigen vermogen.
                                De rentepercentages voor deze vergoeding worden bij de behandeling
                                van de begroting vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Prijzen economische activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de levering van goederen, diensten of werken aan
                                overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende activiteiten
                                de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt
                                tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij
                                afwijking doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten
                                afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek
                                belang van de activiteit wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verstrekken van leningen of garanties aan overheidsbedrijven
                                en derden brengt de gemeente de geraamde integrale kosten in
                                rekening. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor
                                een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of
                                garantie wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan
                                overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding
                                van tenminste de geraamde integrale kosten van de verstrekte
                                middelen. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor
                                een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de
                                kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Raadbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld
                                in de vorige leden zijn niet nodig als sprake is van:</al><lijst><li nr="a."><al>leveringen van goederen, diensten of werken en het
                                        verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere
                                        overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn
                                        bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die
                                        andere overheid;</al></li><li nr="b."><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij
                                        wet opgedragen publiekrechtelijke taak;</al></li><li nr="c."><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een
                                        toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor
                                        prijsvoorschriften gelden;</al></li><li nr="d."><al>een bevoordeling van sociale werkplaatsen;</al></li><li nr="e."><al>een bevoordeling van onderwijsinstellingen;</al></li><li nr="f."><al>een bevoordeling van publieke media-instellingen; en</al></li><li nr="g."><al>een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de
                                        staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese
                                        Unie en daarmee verenigbaar is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Vaststelling hoogte belastingen en retributies</titel></kop><al>Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de
                            gemeentelijke tarieven voor alle belastingen, afvalstoffenheffing,
                            rioolheffing en leges.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van
                                    middelen de volgende kaders in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het aantrekken van financieringen met een looptijd
                                            langer dan één jaar worden tenminste twee prijsopgaven
                                            bij verschillende financiële instellingen gevraagd;
                                            en</al></li><li nr="b."><al>er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten
                                            als bedoeld in artikel 1, onder c) van de Wet
                                            financiering decentrale overheden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college informeert de raad vooraf als de wettelijke
                                    kasgeldlimiet, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet
                                    financiering decentrale overheden, of de wettelijke
                                    renterisiconorm, bedoeld in artikel 1, onder h, van de Wet 
                                    financiering decentrale
                            overheden, dreigt te worden overschreden.</al></li><li nr="3."><al>Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties
                                    en het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het
                                    college indien mogelijk zekerheden.</al></li><li nr="4."><al>Bij het verstrekken van een garantie wordt een voorziening ten
                                    laste van de begroting gevormd ter grote van het risico dat de
                                    gemeente met de garantie loopt. Als in de begroting niet is
                                    voorzien in budget voor deze voorziening dan doet het college
                                    vooraf aan de garantieverlening een voorstel aan de raad voor
                                    een begrotingswijziging.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>IV.</nr><titel>FINANCIËLE ORGANISATIE EN FINANCIEEL BEHEER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval
                            dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                                    gemeente als geheel en in de teams;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang
                                    van activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut,
                                    voorraden, vorderingen, schulden, contracten, enzovoorts;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende
                                    budgetten en investeringskredieten en voor het maken van
                                    kostencalculaties; </al></li><li nr="d."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                    relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante
                                    wet- en regelgeving;</al></li><li nr="e."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van
                                    de daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle op de
                                    rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                    gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                    begroting en relevante wet- en regelgeving.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                    teams;</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden,;</al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten;</al></li><li nr="d."><al>de interne regels voor taken en bevoegdheden, de
                                    verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening
                                    van de financieringsfunctie;</al></li><li nr="e."><al>de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de
                                    baten en lasten aan de producten van de productenraming en de 
                                    productenrealisatie;.</al></li><li nr="f."><al>het beleid en de interne regels voor de inkoop en de
                                    aanbesteding van goederen, werken en diensten;</al></li><li nr="g."><al>het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de
                                    toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen;
                                    en</al></li><li nr="h."><al>het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik
                                    en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en
                                    eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en
                                    verantwoording wordt voldaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><al>Ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening en de
                            rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties zorgt het
                            college voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de
                            informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen.
                            Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>V.</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                2015.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op dat tijdstip vervalt de “Financiële verordening gemeente Sint
                                Anthonis 2007” vastgesteld bij raadsbesluit van 24 september
                                2007.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Financiële verordening gemeente
                            Sint Anthonis 2015”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente
                        Sint Anthonis van 30 oktober 2014. De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mr. A.P.J.L. Keijzers, M.L.P. Sijbers</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel><vet>Artikelsgewijze toelichting op de “Financiële verordening
                                gemeente Sint Anthonis 2015”</vet></titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>Voor de gehanteerde begrippen in de verordening gelden de definities uit
                            de Gemeentewet, de Wet Fido, het Besluit begroting en verantwoording
                            Provincies en Gemeenten (BBV) en het Besluit accountantscontrole
                            Provincies en Gemeenten. Overige begrippen uit de verordening worden in
                            artikel 1 van de verordening gedefinieerd.</al><al>Voor het begrip netto schuld is de definitie gevolgd die de Vereniging
                            van Nederlandse Gemeenten toepast voor het jaarlijkse overzicht met
                            kengetallen over de financiële positie van gemeenten.</al><al>Tot slot is het begrip overheidsbedrijf gedefinieerd om nadere invulling
                            te kunnen geven aan de verplichtingen die volgen uit de Mededingingswet
                            voor het vaststellen van de hoogte van prijzen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Programma-indeling</titel></kop><al>In artikel 8 van het BBV is bepaald dat het programmaplan onder meer uit
                            programma’s dient te bestaan, waarbij een programma een samenhangend
                            geheel van activiteiten is. Met in achtneming van deze bepaling is de
                            gemeenteraad vrij in de keuze van de programma- indeling.</al><al>In artikel 2 van de verordening is bepaald dat de gemeenteraad -indien
                            gewenst- bij de aanvang van iedere raadsperiode tot een nieuwe
                            programma-indeling besluit.</al><al>Neemt de raad zo’n besluit niet, dan geldt voor de nieuwe raadsperiode
                            de indeling uit de vorige raadsperiode.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><al>In dit artikel zijn in aanvulling op het BBV bepalingen opgenomen voor
                            de inrichting van de begroting. Zo wordt de verplichting in het BBV om
                            in de begroting aandacht te besteden aan de investeringen in het tweede
                            lid nader uitgewerkt door te bepalen dat er bij de uiteenzetting van de
                            financiële positie een overzicht van de nieuwe investeringen wordt
                            gegeven.</al><al>Het derde lid bepaalt dat in aanvulling op het bepaalde in het BVV de
                            gevolgen van de begroting en meerjarenraming voor de gemeentelijke
                            schuldpositie inzichtelijk worden gemaakt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Autorisatie begroting en investeringskredieten</titel></kop><al>Dit artikel bevat nadere regels voor de autorisatie van de begroting en
                            investeringskredieten. Op grond van artikel 189 Gemeentewet berust het
                            budgetrecht bij de raad. De raad neemt uiteindelijk de beslissing welke
                            bedragen zij voor taken en activiteiten op de begroting beschikbaar
                            stelt. Gedurende het begrotingsjaar kan de raad op grond van artikel 192
                            Gemeentewet besluiten nemen tot wijziging van de begroting. De gemeente
                            kan slechts uitgaven doen voor de bedragen die hiervoor op de begroting
                            zijn gebracht (vierde lid artikel 189 Gemeentewet).</al><al>De raad kan kiezen op welk niveau hij budgetten beschikbaar stelt. Hij
                            kan er voor kiezen een budget voor een samenstel van activiteiten
                            beschikbaar te stellen. In de verordening is deze keuze, voor wat baten
                            en lasten betreft, vertaald naar het beschikbaar stellen van budgetten
                            per programma.</al><al>Naast lopende uitgaven doen gemeenten investeringen. Ook uitgaven voor
                            investeringen moeten worden geautoriseerd. Voor de autorisatie van deze
                            investeringskredieten is er voor gekozen deze bij begrotingsbehandeling
                            mee te nemen.</al><al>Meestal komen gedurende het begrotingsjaar nieuwe investeringsvoornemens
                            op tafel die bij het opstellen van de ontwerpbegroting nog niet waren
                            voorzien. Lid 2 van het artikel regelt de autorisatie van deze
                            investeringskredieten. Daarbij draagt dit lid aan het college op bij
                            grote investeringen aan te geven wat het effect is op de schuldpositie
                            van de gemeente.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><al>Een belangrijk onderdeel van de planning- en controlecyclus voor de raad
                            zijn de voorjaarsnota en de najaarsnota. Door middel van deze nota’s
                            wordt de raad geïnformeerd over de afwijkingen die zich in de uitvoering
                            van de begroting hebben voorgedaan, waarbij de voorjaarsnota aan de orde
                            gesteld wordt bij de behandeling van de jaarrekening/jaarverslag van het
                            afgelopen jaar en de najaarsnota bij de behandeling van de begroting van
                            het volgend jaar.</al><al>In het derde lid is bepaald welke afwijkingen van de oorspronkelijke
                            ramingen geen nadere toelichting behoeven.</al><al>Het vierde lid omvat een uitwerking van het vierde lid van artikel 169
                            Gemeentewet (zogenaamde “voorhangprocedure”). Dit artikel verplicht het
                            college vooraf aan het aangaan van bepaalde verplichtingen de raad
                            inlichtingen te verstrekken, indien de raad daarom verzoekt of indien de
                            uitoefening van deze bevoegdheden van het college ingrijpende gevolgen
                            heeft voor de gemeente. In betrokken lid verzoekt de raad het college om
                            vooraf aan het aangaan van de opgesomde rechtshandelingen met een
                            financieel gevolg informatie te verstrekken voor zover met het aangaan
                            van deze verplichtingen de in het onderhavig lid genoemde bedragen
                            worden overschreden.</al><al>Betrokken bepalingen ontslaan het college niet van de informatieplicht
                            in andere gevallen. Ook moeten besluiten van het college voor het doen
                            van privaatrechtelijke rechtshandelingen passen binnen de door de raad
                            vastgestelde beleidskaders. Onderhavig lid schept slechts duidelijkheid
                            tussen het college en de raad over wanneer de raad in elk geval vooraf
                            wenst te worden geïnformeerd en in de gelegenheid wil worden gesteld
                            zijn wensen en bedenkingen aan het college kenbaar te maken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>EMU-saldo</titel></kop><al>Voor gemeenten is in de Wet houdbare overheidsfinanciën vastgelegd dat
                            ze aandeel hebben in plafond voor het totale EMU-tekort van Nederland.
                            Wordt dit gemeentelijk aandeel in het EMU-tekort door de gezamenlijke
                            gemeenten overschreden dan kan dat tot een correctieve maatregel van het
                            Rijk leiden of tot een boete uit Europa die naar gemeenten wordt
                            doorvertaald. Maar het kan ook zijn dat de overschrijding niet erg is.
                            Gemeenten krijgen in het voorjaar van het Rijk bericht of het
                            gemeentelijk aandeel in het nationale toegestane EMU-tekort met de
                            lopende begroting dreigt te worden overschreden. Ook wordt dan duidelijk
                            of daarop actie van gemeenten is gewenst. Pas als dit laatste het geval
                            is, moeten gemeenten met een individueel EMU-saldo hoger dan
                            gemeentelijke EMU-referentiewaarde hun begroting neerwaarts bijstellen
                            om de overschrijding van het collectieve aandeel ongedaan te maken.</al><al>In het artikel is opgenomen dat het college de raad informeert bij een
                            overschrijding van het toegestane EMU-tekort voor alle gemeenten. Als
                            daarop actie nodig is van de gemeente, doet het college een voorstel
                            voor het wijzigen van de begroting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Waardering &amp; afschrijving vaste activa</titel></kop><al>De verordening moet volgens artikel 212 Gemeentewet in elk geval de
                            “regels voor waardering en afschrijving activa” bevatten. Artikel 6
                            stelt de regels voor de waardering en afschrijving van de vaste activa.
                            De vaste activa worden verplicht ingedeeld in immateriële vaste activa,
                            materiële vaste activa en financiële vaste activa. De immateriële vaste
                            activa worden verdeeld in de kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor
                            een bepaald actief en de kosten verbonden aan het sluiten van
                            geldleningen en het saldo van agio en disagio. De materiële vaste activa
                            worden onderverdeeld in materiële vaste activa met economisch nut en
                            materiële vaste activa met alleen maatschappelijk nut.</al><al>Het eerste lid bepaalt, dat de kosten voor onderzoek en ontwikkeling
                            voor een bepaald actief lineair worden afgeschreven in 5 jaar. Dit is de
                            maximale afschrijvingstermijn. In het tweede lid is de afschrijvingsduur
                            van zowel het saldo van agio en disagio als de kosten voor het afsluiten
                            van geldleningen gelijk gesteld aan de looptijd van de lening.</al><al>In het derde lid wordt van de materiële vaste activa met economisch nut
                            de afschrijvingstermijn en de wijze van afschrijven vastgelegd. Ten
                            aanzien van deze activa wordt de lineaire afschrijvingsmethode
                            gehanteerd. Dit evenwel met uitzondering van activa, die investeringen
                            inzake aanleg, renovatie of onderhoud van rioleringen omvatten. Ten
                            aanzien van deze investeringen kan ook de annuïtaire
                            afschrijvingsmethodiek worden toegepast.</al><al>De maat voor de afschrijvingsduur is de economische levensduur.</al><al>Niet geactiveerd worden activa met een verkrijgingprijs van minder dan €
                            10.000,--. Dit met uitzondering van:</al><lijst><li nr="•"><al>gronden en terreinen;</al></li><li nr="•"><al>activa waarvan de kapitaallasten ten laste van een reserve
                                    gebracht worden. Onder laatstbedoelde activa vallen:</al></li><li nr="•"><al>leveringen, diensten en werken die verricht worden in het kader
                                    van het uitvoeren van voor onze gemeente opgestelde
                                    beheerplannen en waarvoor reserves in het leven geroepen
                                    zijn;</al></li><li nr="•"><al>leveringen, diensten en werken, waarvan ter egalisatie van de
                                    daaruit voortvloeiende kapitaallasten reserves gevormd
                                    zijn.</al></li></lijst><al>Het vierde lid omvat een definitie van wat onder activa, die slechts een
                            maatschappelijk nut hebben, dient te worden verstaan.</al><al>Het vijfde lid bepaalt dat investeringen in deze activa onder aftrek van
                            bijdragen van derden en bestemmingsreserves ineens ten laste van de
                            exploitatie mogen worden gebracht. Activering van deze activa geeft een
                            opwaartse vertekening van het eigen vermogen.</al><al>Slechts bij uitzondering mogen dergelijke investeringen met toestemming
                            van de raad worden geactiveerd. Dit kan nodig zijn in het geval dat een
                            gemeente een (aantal) zeer grote investeringen in de openbare ruimte wil
                            uitvoeren. Een gemeente kan bij een dergelijk (meerjarige) investeringen
                            de begroting mogelijk niet sluitend krijgen. Dit is echter wel
                            verplicht. Artikel 189 Gemeentewet bepaalt namelijk, dat de begroting in
                            enig jaar in evenwicht is, dan wel evenwicht in de eerstvolgende jaren
                            tot stand wordt gebracht. In een dergelijk geval kan activering van deze
                            investeringen bij wijze van uitzondering uit- komst bieden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><al>Artikel 212 Gemeentewet bepaalt in het tweede lid, letter b dat de
                            verordening in ieder geval de grondslagen dient te bevatten voor de
                            berekening van de door het gemeentebestuur in rekening te brengen
                            prijzen en tarieven voor rechten. De grondslag voor de prijzen en
                            tarieven vormt de kostprijs van de diensten waarvoor prijzen en
                            heffingen in rekening worden gebracht. In artikel 8 van de verordening
                            staan de kaders voor het bepalen van deze kost- prijs.</al><al>In lid 1 is bepaald dat de kostprijs bestaat uit de directe kosten en de
                            indirecte kosten die met de dienst samenhangen.</al><al>Artikel 229b, lid 2, Gemeentewet stelt, dat bijdragen aan
                            bestemmingsreserves en voorzieningen voor noodzakelijke vervanging van
                            de betrokken activa voor bepaling van de geraamde kostprijs en dus voor
                            de bepaling van het tarief of de heffing mogen worden meegenomen. Lid 2
                            van artikel 7 bepaalt, dat deze bijdrage evenals de kapitaallasten van
                            de in gebruik zijnde activa daadwerkelijk worden meegenomen voor de
                            berekening van de geraamde kostprijs.</al><al>Op grond van lid 2 moet ook de compensabele BTW inzake rioolheffing en
                            afvalstoffenheffing voor de bepaling van de kostprijs van deze rechten
                            worden meegenomen. De begroting en jaarstukken zijn exclusief de
                            compensabele BTW. Voor dit soort heffingen is echter in de wet bepaald
                            dat deze compensabele BTW wel meegenomen mag worden in de
                            kostprijsberekening, omdat deze BTW -hoewel deze wordt gecompenseerd-
                            voor gemeenten kosten vormen, aangezien gemeenten wegens het compenseren
                            van de BTW op de algemene uitkering uit het gemeentefonds gekort worden.
                            Voorts bepaalt het tweede lid dat bij rioolheffing en
                            afvalstoffenheffing onder de kosten ook de kosten van het
                            kwijtscheldingsbeleid wordt verstaan.</al><al>Het derde lid geeft aan dat in de kostprijs ook de kosten van de
                            financiering van materiële activa moet worden meegenomen in de vorm van
                            een rente over het eigen vermogen en over het vreemd vermogen. Kaders
                            voor de kostprijzen staan voor heffingen, rechten en leges in artikel
                            229b Gemeentewet en voor prijzen in de artikelen 25i, 25j en 25m van de
                            Mededingingswet.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Prijzen economische activiteiten</titel></kop><al>Als een gemeente goederen, diensten of werken levert aan
                            overheidsbedrijven of derden dan mag zij deze activiteiten niet
                            bevoordelen als het economische activiteiten betreft. Economische
                            activiteiten zijn hier activiteiten waarmee de gemeente in concurrentie
                            met ander ondernemingen treedt. Het bevoordelingverbod houdt feitelijk
                            in dat tenminste een integrale kostprijs voor de levering van goederen,
                            diensten werken en het verstrekken van leningen garanties en kapitaal in
                            rekening moet worden gebracht.</al><al>Van deze verplichting kan worden afgeweken als de activiteiten worden
                            ontplooid in het kader van het publiek belang. Daarvoor is wel nodig dat
                            in een raadbesluit het publiek belang van de activiteit wordt
                            gemotiveerd. Het raadbesluit moet worden aangemerkt als een
                            concretiserend besluit van algemene strekking. Het besluit moet worden
                            bekendgemaakt en open staan voor bezwaar en beroep.</al><al>Voor het verplicht in rekening brengen van minimaal een integrale
                            kostprijs voor de levering van goederen, werken en diensten of voor het
                            verstrekken van leningen, garanties en kapitaal gelden een aantal
                            uitzonderingen. Deze uitzonderingen worden in het vierde lid
                            opgesomd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Vaststelling hoogte belastingen en retributies</titel></kop><al>Het vaststellen van de tarieven voor belastingen, afvalstoffenheffing,
                            rioolheffing en leges is een bevoegdheid van de raad, die niet kan
                            worden gedelegeerd (artikel 156 Gemeentewet). In artikel 8 is bepaald
                            dat de raad de tarieven voor deze belastingen en retributies jaarlijks
                            vaststelt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><al>Artikel 212 Gemeentewet bevat de bepaling dat de financiële verordening
                            in elk geval regels voor de algemene doelstelling en de te hanteren
                            richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie bevat. Artikel 11
                            geeft invulling aan deze plicht. Het artikel bevat kaders voor het
                            financieringsbeleid. De kaders voor de financiële organisatie van de
                            financieringsfunctie staan in artikel 13.</al><al>In aanvulling op de regels uit de wet Financiering decentrale overheden
                            (hierna: Wet Fido) en daaruit volgende besluiten en regelingen stelt het
                            eerste lid een aantal aanvullende kaders. Zo mag geen gebruik worden
                            gemaakt van financiële derivaten.</al><al>Het tweede lid bepaalt dat het college de raad informeert als de
                            kasgeldlimiet of de renterisiconorm dreigt te worden overschreden.
                            Artikel 4 respectievelijk 6 van de Wet Fido geeft aan dat de
                            toezichthouder (provincie) wordt geïnformeerd als de gemeente voor het
                            derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet respectievelijk
                            renterisiconorm overschrijdt en dat de gemeente aan de toezichthouder
                            een plan voorlegt om weer binnen deze limiet te komen. Dit plan dient
                            door de provincie goedgekeurd te worden. Indien hier niet aan wordt
                            voldaan, kan de toezichthouder correctieve maatregelen treffen.</al><al>Gemeenten mogen alleen leningen en garanties verstrekkenen en financiële
                            participaties aangaan voor het behartigen van een publiek belang
                            (artikel 2 Wet Fido). </al><al>Daarbij bepaalt het tweede lid van artikel 160 Gemeentewet dat een
                            besluit tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen,
                            maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge
                            waarborgmaatschappijen niet eerder wordt genomen dan nadat de raad een
                            ontwerpbesluit is toegezonden en hij zijn wensen en bedenkingen ter
                            kennis van het college heeft kunnen brengen.</al><al>Het derde lid draagt het college op bij het verstrekken van leningen,
                            garanties en kapitaal zo mogelijk zekerheden te bedingen om zo het
                            financiële risico waaraan de gemeente bloot komt te staan te
                            verminderen. Dit is, zeker als het om grote bedragen gaat, iets om op te
                            letten. Als instellingen bij een gemeente aankloppen voor een lening of
                            garantiestelling dan hebben de banken er in de regel niet al te veel
                            vertrouwen in.</al><al>Het vierde lid bepaalt dat voor het verlenen van garanties een
                            voorziening wordt gevormd voor het risico dat de gemeente loopt. Daarmee
                            komt de verlening van garanties expliciet onder het budgetrecht van de
                            raad te vallen en is voor ook de verlening van garanties tegen
                            marktconforme tarieven instemming van de raad vereist.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>Onder dit artikel zijn algemene bepalingen voor de inrichting van de
                            gemeentelijke administratie opgenomen.</al><al>Op hoofdlijnen wordt aangegeven welke gegevens systematisch moeten
                            worden vastgelegd en aan welke eisen deze gegevens moeten voldoen.</al><al>Vanuit de financiële administratie moeten gegevens worden aangeleverd
                            voor de financiële verantwoordingsinformatie aan de raad, maar ook aan
                            gedeputeerde staten -in hun rol als toezichthouder-, het rijk, de
                            Europese Unie etc.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Dit artikel omvat de uitgangspunten voor de financiële organisatie.
                            Volgens het eerste lid letter a van artikel160 Gemeentewet is het
                            college bevoegd regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie
                            van de gemeente. Deze bevoegdheid betreft ook het stellen van regels
                            voor de financiële organisatie, blijkt uit het advies van de Raad van
                            State en het Nader rapport uit 2003 over de wijziging van artikel 212
                            Gemeentewet.</al><al>Artikel 13 geeft een opsomming op welke terreinen van de financiële
                            organisatie het college beleid en interne regels moet stellen. Om hier
                            invulling aan te geven ligt het voor de hand dat het college een
                            organisatiebesluit en een treasurystatuut vaststelt en dat het college
                            de volmachten en mandaten alsook de kostenverdeelsleutels voor de
                            kostentoerekening vastlegt.</al><al>Bij het beleid en interne regels voor de inkoop en aanbesteding kan
                            gedacht worden aan een inkoopreglement en ook aan gemeentelijke
                            inkoopvoorwaarden.</al><al>Bij het beleid en interne regels voor steunverlening en
                            subsidieverstrekking gaat het om procedures die naleving van de Europese
                            staatssteunregels en regels voor diensten van algemeen economisch
                            belang, de Algemene wet bestuursrecht en de gemeentelijke
                            subsidieverordening waarborgen.</al><al>In geval van misbruik en oneigenlijk gebruik gaat het om bijvoorbeeld
                            het treffen van voldoende verificatiemaatregelen vooraf van de
                            antecedenten van een aanvrager van een gemeentelijke subsidie, zodat
                            subsidies wel daadwerkelijk worden verstrekt aan rechthebbenden.</al><al>De uitgangspunten voor de financiële organisatie zijn nodig om voor het
                            financieel beheer en beleid aan de eisen voor rechtmatigheid, controle
                            en verantwoording te voldoen. Ze creëren de randvoorwaarden waarop de
                            interne controle en de accountantscontrole kan steunen bij het onderzoek
                            naar de rechtmatigheid van de beheershandelingen en getrouwheid van de
                            jaarrekening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><al>De accountant toetst jaarlijks de gemeenterekening of deze een getrouw
                            beeld geeft van de gemeentelijke financiën en of de
                            (financiële)beheershandelingen die eraan ten grondslag liggen rechtmatig
                            zijn verlopen. Artikel 14 draagt het college op maatregelen te treffen,
                            opdat gedurende het jaar of vooraf aan de accountantscontrole de
                            gemeente zelf nagaat of de cijfers in de administraties een getrouw
                            beeld geven en of de financiële beheershandelingen die aan de baten en
                            lasten en de balansmutaties ten grondslag liggen rechtmatig (zijn)
                            verlopen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De verordening treedt in de plaats van de door de raad op 24 september
                            2007 op grond van artikel 212 Gemeentewet vastgestelde verordening.</al><al>Het artikel bepaalt dat de verordening van toepassing is op alle stukken
                            van het genoemde begrotingsjaar en latere jaren. De jaarstukken van de
                            daaraan voorafgaande begrotingsjaren moeten nog voldoen aan de
                            bepalingen van de op 24 september 2007 vastgestelde verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>In dit artikel wordt de naam gegeven, waarmee men in de gemeentelijke
                            stukken naar deze verordening kan verwijzen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Vaststelling</titel></kop><al>Binnen twee weken na vaststelling door de raad moet het college de
                            verordening aan gedeputeerde staten zenden (artikel 214 Gemeentewet).
                            Gedeputeerde staten kunnen te allen tijde een onderzoek instellen naar
                            het beheer en de inrichting van de financiële organisatie en de
                            verordening ex artikel 212 Gemeentewet (artikel 215 Gemeentewet).</al><al>De financiële verordening heeft enkel interne werking en is dus niet een
                            besluit van algemene strekking in de zin van de Algemene Wet
                            Bestuursrecht. De verordening hoeft dan ook niet te worden gepubliceerd,
                            voordat zij in werking kan treden.</al><al/></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>