<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR342129_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening tegenprestatie Participatiewet 2015 gemeente Velsen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Velsen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Velsen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch gemeenteblad en De Jutter/Hofgeest, 30-10-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening tegenprestatie Participatiewet 2015 gemeente Velsen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R14.069</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Werk en inkomen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening tegenprestatie Participatiewet 2015 gemeente Velsen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET 2015 GEMEENTE VELSEN</vet></al><al>De raad van de gemeente Velsen; </al><al>gelet op artikel 8a, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet
                        artikel 37 van de IOAW en artikel 37 van de IOAZ; </al><al>besluit vast te stellen de Verordening tegenprestatie Participatiewet
                        2015 gemeente Velsen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene Bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Velsen;</al></li><li nr="b."><al>lange afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt
                                    is redelijkerwijs nog niet mogelijk, waardoor een
                                    re-integratietraject bij IJmond Werkt! niet is ingezet; </al></li><li nr="c."><al>korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt
                                    is redelijkerwijs mogelijk, waardoor een re-integratietraject
                                    bij IJmond Werkt! is ingezet en de loonwaarde is hoger dan 30%
                                    van het wettelijk minimumloon;</al></li><li nr="d."><al>vrijwilligerswerk: werk dat in enig georganiseerd verband
                                    onverplicht en onbetaald wordt verricht, voor anderen of de
                                    samenleving;</al></li><li nr="e."><al>mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een
                                    hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door
                                    personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening
                                    rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de
                                    gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt;</al></li><li nr="f."><al>belanghebbende: de persoon met een uitkering krachtens de
                                    Participatiewet, de IOAW of de IOAZ.</al></li><li nr="g."><al>IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="h."><al>IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>De tegenprestatie naar vermogen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Het opdragen van een tegenprestatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan een belanghebbende met een lange afstand tot de
                                    arbeidsmarkt een tegenprestatie opdragen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan een belanghebbende met een korte afstand tot de
                                    arbeidsmarkt uitsluitend een tegenprestatie opdragen indien
                                    bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen.</al></li><li nr="3."><al>Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college
                                    rekening met de volgende factoren:</al><lijst><li nr="a)"><al>de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht; </al></li><li nr="b)"><al>de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden moeten in
                            aanmerking worden genomen;</al></li><li nr="c."><al>de persoonlijke wensen en kwaliteiten moeten in overweging worden
                            genomen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inhoud van een tegenprestatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college bepaalt welke werkzaamheden geschikt zijn als
                                    tegenprestatie.</al></li><li nr="2."><al>Een tegenprestatie is een onbeloonde maatschappelijk nuttige
                                    werkzaamheid, die:</al><lijst><li nr="a)"><al>naar zijn aard niet is gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt; </al></li><li nr="b)"><al>niet is bedoeld als re-integratie-instrument; </al></li><li nr="c)"><al>wordt verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid; en</al></li><li nr="d)"><al>niet leidt tot verdringing op de arbeidsmarkt.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Duur en omvang van een tegenprestatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegenprestatie kan binnen een periode van 12 maanden slechts één
                            keer woren opgedragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bepaalt de duur en omvang van een tegenprestatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Uitzondering</titel></kop><al>Als een belanghebbende mantelzorg en/ of vrijwilligerswerk verricht
                            gedurende twee of meer dagdelen per week, wordt dat aangemerkt als
                            tegenprestatie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende
                            afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de
                            verordening een bijzondere hardheid zou betekenen voor de
                            belanghebbende.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening tegenprestatie
                            Participatiewet 2015 gemeente Velsen.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Algemene toelichting</label><titel>Verordening tegenprestatie Participatiewet 2015 gemeente Velsen</titel></kop><al>Het college is bevoegd een belanghebbende te verplichten naar vermogen
                            een tegenprestatie te verrichten. Een belanghebbende van achttien jaar
                            of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd is vanaf de dag
                            van melding gehouden naar vermogen een tegenprestatie te verrichten als
                            die wordt opgedragen door het college. Dit is vastgelegd in artikel 9,
                            eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet. De tegenprestatie
                            bestaat uit de plicht om naar vermogen door het college opgedragen
                            onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten, naast of
                            in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op
                            de arbeidsmarkt. Gemeente Velsen is van mening dat de tegenprestatie
                            voor uitkeringsgerechtigden vooral een kans is om te blijven
                            participeren in de samenleving en om een sociaal netwerk, arbeidsritme
                            en regelmaat te behouden.</al><al><cursief>Individuele omstandigheden </cursief></al><al>Het college bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden en de
                            voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de
                            aard, de duur en de omvang van de aan een persoon op te leggen
                            tegenprestatie. Hierbij moet het college de in deze verordening
                            neergelegde criteria in acht nemen. Als het college een tegenprestatie
                            vraagt van belanghebbende, moet het een duidelijke omschrijving geven
                            van de te verrichten werkzaamheden. Het moet voor een belanghebbende
                            immers duidelijk zijn welke tegenpresatie van hem verwacht wordt (zie
                            Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-02-2013, nr. 12/3649,
                            ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ5171). </al><al><cursief>Geen tegenprestatie </cursief></al><al>Indien daarvoor dringende redenen - zoals zorgtaken - aanwezig zijn, kan
                            het college in individuele gevallen tijdelijk ontheffing verlenen van de
                            plicht tot het verrichten van een tegenprestatie (artikel 9, tweede lid,
                            van de Participatiewet). De plicht tot tegenprestatie is niet van
                            toepassing op een belanghebbende die volledig en duurzaam
                            arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4 van de Wet werk en inkomen
                            naar arbeidsvermogen (artikel 9, vijfde lid, van de Participatiewet). De
                            plicht tot tegenprestatie is voorts niet van toepassing op een
                            alleenstaande ouder die in het bezit is van een ontheffing als bedoeld
                            in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet (artikel 9, zevende
                            lid, van de Participatiewet).</al><al>In Velsen wordt geen tegenprestatie opgelegd indien een belanghebbende
                            mantelzorg en/ of vrijwilligerswerk verricht (zie artikel 6).</al><al><cursief>Afstemmen </cursief></al><al>Net als bij het niet nakomen van de arbeids- en
                            re-integratieverplichting geldt voor het niet nakomen van de
                            tegenprestatie dat de bijstand kan worden afgestemd overeenkomstig de
                            gemeentelijke afstemmingsverordening. </al><al><cursief>Tegenprestatie is geen re-integratieinstrument </cursief></al><al>De plicht tot tegenprestatie heeft tot doel om in de samenleving
                            maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten als tegenprestatie
                            voor het ontvangen van een uitkering. Het opdragen van een
                            tegenprestatie heeft niet primair tot doel de re-integratie van een
                            belanghebbende te bevorderen, maar moet worden gezien als een nuttige
                            bijdrage aan de samenleving (TK 2013-2014, 33 801, nr. 7, p. 49-50). De
                            tegenprestatie is daarom naar zijn aard niet gericht op toeleiding tot
                            de arbeidsmarkt en is niet bedoeld als re-integratieinstrument. Voorts
                            mag een tegenprestatie het accepteren van passende arbeid of van
                            re-integratieinspanningen niet belemmeren. Immers, als uitgangspunt
                            geldt werk boven uitkering. </al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting Verordening tegenprestatie
                                Participatiewet gemeente Velsen </vet></al><al>Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven worden hieronder
                            behandeld.</al><al>Artikel 1. Begrippen </al><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, de Algemene wet
                            bestuursrecht of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk gedefinieerd in
                            deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op deze
                            verordening. </al><al><cursief>Lange</cursief><cursief> afstand tot de arbeidsmarkt
                            </cursief></al><al>Uitkeringsgerechtigden met een lange afstand tot de arbeidsmarkt behoren
                            tot de groep die (nog) niet via een traject bij IJmond Werkt! naar een
                            betaalde baan begeleid kan worden. Dit begrip is van belang in verband
                            met de mogelijkheid tot het opdragen van een tegenprestatie. Zie
                            hierover artikel 2 van deze verordening.</al><al>Om te bepalen of iemand een lange of korte afstand tot de arbeidsmarkt
                            heeft en voor wie dus wel of niet een traject bij IJmond kan worden
                            ingezet, kan gebruik worden gemaakt van de Participatieladder (zie de
                            afbeelding). Dit is een instrument waarbij een uitkeringsgerechtigde
                            wordt ingedeeld op één van de zes treden van de ladder. Trede 1 staat
                            voor een zeer lange afstand tot de arbeidsmarkt, op trede zes is men
                            klaar om aan het werk te gaan. Doorgaans vallen personen op de treden 1
                            tot en met 3 onder de doelgroep met een lange afstand tot de
                            arbeidsmarkt en personen op de treden 5 en 6 onder de doelgroep met een
                            korte afstand. Trede 4 kan zowel mensen met een korte als een lange
                            afstand betreffen en is gevoeliger voor trends zoals conjuncturele
                            ontwikkelingen.</al><al><cursief>Korte afstand tot de arbeidsmarkt </cursief></al><al>Uitkeringsgerechtigden met een korte afstand tot de arbeidsmarkt behoren
                            tot de groep die wel via een traject bij IJmond Werkt! naar een betaalde
                            baan begeleid kan worden. Het begrip korte afstand tot de arbeidsmarkt
                            is van belang in verband met de mogelijkheid tot het opdragen van een
                            tegenprestatie. Zie hierover artikel 2 van deze verordening. </al><al><cursief>Vrijwilligerswerk</cursief></al><al>Onder vrijwilligerswerk wordt in het algemeen verstaan: werk dat in enig
                            georganiseerd verband onverplicht en onbetaald wordt verricht, voor
                            anderen of de samenleving (TK 2005-2006, 30 334, nr. 1, p. 2). Deze</al><al>definitie sluit tijdelijke en spontane vrijwilligersverbanden, zoals
                            sociale activering en</al><al>activiteiten voor de samenleving waar een kleine ‘extra’ vergoeding
                            tegenover staat, uit.</al><al><cursief>Mantelzorg </cursief></al><al>In artikel 1 van deze verordening is de definitie opgenomen van
                            mantelzorg. Deze begripsbepaling is gebaseerd op het begrip zoals dat
                            wordt gehanteerd in de Wet maatschappelijke ondersteuning (zie artikel
                            1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet maatschappelijke ondersteuning).
                            Onder mantelzorg wordt verstaan: langdurige zorg die niet in het kader
                            van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door
                            personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks
                            voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van
                            huisgenoten voor elkaar overstijgt. Het begrip 'mantelzorg' is van
                            belang omdat artikel 5 van deze verordening bepaalt dat mantelzorg wordt
                            aangemerkt als tegenprestatie. </al><al>Uit kamerstukken met betrekking tot het begrip 'mantelzorg' zoals
                            neergelegd in de Wet maatschappelijke ondersteuning volgt dat de vier
                            belangrijkste kenmerken van mantelzorg zijn: </al><lijst><li nr="-"><al>er is een bestaande sociale relatie tussen de zorgvrager en de
                                    zorgverlener;</al></li><li nr="-"><al>mantelzorg wordt niet verricht in een georganiseerd
                                    verband;</al></li><li nr="-"><al>het verrichten van mantelzorg is veelal geen bewuste keuze;</al></li><li nr="-"><al>het verlenen van mantelzorg is nooit afdwingbaar.</al></li></lijst><al>Deze kenmerken zijn ontleend aan diverse kamerstukken zoals TK
                            2004-2005, 30 169, nr. 1 (Notitie "De mantelzorger in beeld") en TK
                            2005-2006, 30 131, nr. C. Voor mantelzorg is vereist dat de verleende
                            zorg de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt. </al><al>Artikel 2. Het opdragen van een tegenprestatie </al><al>Het college bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden en de
                            voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de
                            aard, de duur en de omvang van de aan een persoon op te leggen
                            tegenprestatie. Hierbij moet het college de in deze verordening
                            neergelegde criteria in acht nemen. Het college heeft beleidsvrijheid om
                            een tegenprestatie op te leggen. Het college bepaalt uiteindelijk of, en
                            zo ja welke tegenprestatie wordt opgedragen. Tegen een besluit tot het
                            opdragen van een tegenprestatie kan bezwaar en beroep worden aangetekend
                            (TK 2013-2014, 33 801, nr. 7, p. 49).</al><al><cursief>Tegenprestatie opdragen aan personen met lange afstand
                                to</cursief><cursief>t</cursief><cursief>de
                                </cursief><cursief> arbeidsmarkt </cursief></al><al>De gemeenteraad kiest er in deze verordening voor te bepalen dat het
                            college een tegenprestatie in beginsel uitsluitend kan opdragen aan een
                            belanghebbende die een lange afstand tot de arbeidsmarkt heeft. Dit
                            impliceert dat aan belanghebbenden die een korte afstand tot de
                            arbeidsmarkt hebben geen tegenprestatie wordt opgedragen, tenzij sprake
                            is van bijzondere omstandigheden (zie hierover de toelichting bij
                            artikel 2, tweede lid, onder de kop " Belanghebbende met een korte
                            afstand tot de arbeidsmarkt").</al><al>De gemeenteraad heeft hiervoor gekozen opdat personen met een korte
                            afstand zich volledig kunnen richten op de arbeidsplicht en de
                            re-integratieplicht, zoals het naar vermogen verkrijgen van algemeen
                            geaccepteerde arbeid. Bij personen met een korte afstand tot de
                            arbeidsmarkt kan redelijkerwijs worden verwacht dat hun inspanningen
                            eerder zullen leiden tot uitstroom. Daarom wordt in beginsel aan
                            personen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt geen tegenprestatie
                            opgedragen. De tegenprestatie mag immers het accepteren van passende
                            arbeid of van re-integratie-inspanningen niet belemmeren aangezien werk
                            boven uitkering als uitgangspunt geldt. Aan personen met een lange
                            afstand tot de arbeidsmarkt kan het college wel een tegenprestatie
                            opdragen.</al><al><cursief>Belanghebbende met een korte afstand tot de
                                arbeidsmarkt</cursief></al><al>Artikel 2, tweede lid, van deze verordening bepaalt dat het college een
                            belanghebbende met een korte afstand tot de arbeidsmarkt een
                            tegenprestatie kan opdragen als bijzondere omstandigheden dat
                            rechtvaardigen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de situatie
                            waarin geen re-integratieactiviteiten worden verricht door
                            belanghebbende en het verrichten van re-integratieactiviteiten op korte
                            termijn redelijkerwijs niet kan worden verwacht. In dat geval bestaat er
                            ruimte een tegenprestatie op te leggen.</al><al><cursief>Factoren opdragen tegenprestatie </cursief></al><al>In artikel 2, derde lid, van deze verordening is neergelegd met welke
                            factoren het college rekening moet houden bij het opdragen van een
                            tegenprestatie. Deze factoren worden hierna toegelicht. </al><al><cursief>T</cursief><cursief>egenprestatie 'naar
                            vermogen'</cursief></al><al>De werkzaamheden die als tegenprestatie ingezet worden, moeten
                            naar vermogen door een belanghebbende verricht kunnen worden. De term
                            'naar vermogen' heeft betrekking op de mogelijkheden waarover een
                            belanghebbende beschikt om deze werkzaamheden te verrichten. Immers,
                            niet alle onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden kunnen worden
                            opgedragen aan elke uitkeringsgerechtigde (TK 2013-2014, 33 801, nr. 3,
                            p. 30). </al><al><cursief>P</cursief><cursief>ersoonlijke situatie en individuele
                                omstandigheden belanghebbende </cursief></al><al>Bij het opdragen van de tegenprestatie houdt het college rekening met de
                            persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van een
                            belanghebbende, waaronder leeftijd, opleiding en werkervaring (Rechtbank
                            Zeeland-West-Brabant 25-02-2013, nr. 12/3649,
                            ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ5171). Hierbij wordt rekening gehouden met het
                            fysieke en psychische vermogen van een belanghebbende. Bij het opdragen
                            van de tegenprestatie dient het college maatwerk te leveren. Voorts
                            wordt bij opdragen van een tegenprestatie rekening gehouden met
                            praktische omstandigheden zoals reistijd, beschikbaarheid van
                            kinderopvang en/of belanghebbende al maatschappelijke activiteiten
                            verricht. </al><al><cursief>P</cursief><cursief>ersoonlijke wensen en kwaliteiten
                                belanghebbende </cursief></al><al>Bij het opdragen van de verplichting tot tegenprestatie houdt het
                            college rekening met de persoonlijke wensen en kwaliteiten van
                            belanghebbende. De gemeente vindt het immers belangrijk dat een
                            belanghebbende invloed heeft op de keuze van de activiteiten.
                            Belanghebbende kan zelf ideeën aandragen voor de als tegenprestatie te
                            verrichten werkzaamheden. Het college beoordeelt de door belanghebbende
                            zelf aangedragen ideeën en kan besluiten om het voorstel van
                            belanghebbende over te nemen en die werkzaamheden in te zetten als
                            tegenprestatie. Uiteraard moet die werkzaamheid voldoen aan het bepaalde
                            bij of krachtens artikel 3 van deze verordening en moet die werkzaamheid
                            beschikbaar zijn. Het college is niet gehouden te voldoen aan de wensen
                            van een belanghebbende, maar moet deze wel in de beoordeling meenemen.
                            Draagt belanghebbende geen ideeën aan, dan legt het college
                            belanghebbende een lijst met keuzemogelijkheden voor van maatschappelijk
                            nuttige werkzaamheden die voorhanden zijn. Als belanghebbende geen
                            voorkeur kenbaar maakt of er geen keuzemogelijkheid is, legt het college
                            een werkzaamheid op.</al><al>Artikel 3. Inhoud van een tegenprestatie </al><al>Artikel 3 van deze verordening stelt voorwaarden ten aanzien van de
                            inhoud van de tegenprestatie. Het college dient maatwerk toe te passen
                            bij het opdragen van een tegenprestatie. Rekening moet worden gehouden
                            met de individuele omstandigheden van belanghebbende, waaronder
                            leeftijd, opleiding, werkervaring en andere relevante persoonlijke
                            omstandigheden. De werkzaamheden worden immers opgedragen ‘naar
                            vermogen’. Het is dus van belang dat belanghebbende ook in staat is de
                            werkzaamheden te verrichten (zie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
                            25-02-2013, nr. 12/3649, ECLI: NL: RBZWB: 2013: BZ5171).</al><al>Als het college een tegenprestatie vraagt van belanghebbende, moet het
                            een duidelijke omschrijving geven van de te verrichten werkzaamheden.
                            Het moet voor een belanghebbende immers duidelijk zijn welke
                            tegenprestatie van hem wordt verwacht (zie Rechtbank
                            Zeeland-West-Brabant 25-02-2013, nr. 12/3649,
                            ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ5171). </al><al><cursief>Additionele onbeloonde maatschappelijk nuttige
                                werkzaamheden</cursief></al><al>In artikel 3, eerste lid, van deze verordening is bepaald dat de
                            tegenprestatie onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden
                            betreffen die additioneel van aard zijn. De maatschappelijk nuttige
                            werkzaamheden in het kader van de tegenprestatie dienen zich te
                            onderscheiden van werkzaamheden die door de reguliere arbeidsmarkt
                            verricht worden. Het onderscheid tussen betaalde en onbetaalde
                            werkzaamheden is afhankelijk van onder meer economische factoren en van
                            keuzes die mede op basis daarvan door het bedrijfsleven en/of de
                            overheid worden gemaakt (TK 2013-2014, 33 801, nr. 3, p. 30). </al><al><cursief>Niet gericht op re-integratie</cursief></al><al>De tegenprestatie mag niet worden ingezet in het kader van de
                            re-integratie. De tegenprestatie mag bovendien niet direct gericht zijn
                            op toeleiding naar de arbeidsmarkt en is dan ook niet bedoeld als
                            re-integratieinstrument. Het betreffen werkzaamheden die worden verricht
                            naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet mogen leiden tot
                            verdringing op de arbeidsmarkt. Reguliere werkzaamheden kunnen daarom
                            niet als tegenprestatie worden ingezet. De tegenprestatie mag het
                            accepteren van passende arbeid of van re-integratie-inspanningen niet
                            belemmeren. Het uitgangspunt werk boven uitkering staat voorop. Dit
                            volgt uit artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet en
                            de parlementaire geschiedenis (zie TK 2010-2011, 32 815, nr. 3, p. 14). </al><al>Artikel 4. Duur en omvang van een tegenprestatie </al><al>Het college bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden en de
                            voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de
                            aard, de duur en de omvang van de aan een persoon op te leggen
                            tegenprestatie. Hierbij moet het college de in deze verordening
                            neergelegde criteria in acht nemen. </al><al>De omvang van de werkzaamheden en de duur in de tijd dienen in de regel
                            beperkt te zijn. Dat betekent dat het college steeds een afweging maakt
                            op basis van de situatie in welke mate een tegenprestatie verlangd kan
                            worden (TK 2013-2014, 33 801, nr. 30). </al><al>Artikel 4, tweede lid, regelt dat het opdragen van een tegenprestatie
                            binnen een periode van twaalf maanden slechts één keer kan worden
                            opgedragen. Het gaat hierbij om een aaneengesloten periode van twaalf
                            maanden. Deze bepaling waarborgt dat de tegenprestatie relatief gering
                            wordt ingezet. De tegenprestatie dient immers niet in de weg te staan
                            aan de re-integratie van een belanghebbende. Bovendien is het verstandig
                            de tegenprestatie relatief gering in omvang en duur in te zetten om aan
                            de veilige kant van de internationale bepalingen met betrekking tot het
                            verbod op dwangarbeid en verplichte arbeid te blijven (artikel 4 EVRM).
                            Het is onwenselijk om een belanghebbende vaker dan één keer per periode
                            van twaalf maanden in te zetten. Daarbij geldt bovendien dat de
                            tegenprestatie in die periode in totaal slechts voor ten hoogste
                            gedurende zes maanden en zestien uren per week kan worden ingezet. </al><al>Artikel 5. Uitzondering </al><al>Artikel 5 van de verordening bepaalt dat indien een belanghebbende
                            mantelzorg en/ of vrijwilligerswerk verricht dit wordt aangemerkt als
                            tegenprestatie. De regering heeft deze mogelijkheid uitdrukkelijk
                            benoemd in de nota van wijziging met betrekking tot de Wet maatregelen
                            WWB (TK 2013-2014, 33 801, nr. 24, p. 6). Of sprake is van mantelzorg of
                            vrijwilligerswerk wordt getoetst aan de criteria van de begrippen zoals
                            neergelegd in artikel 1 van deze verordening.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>