<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR34207_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Exploitatieverordening Gemeente Dinkelland 2002</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dinkelland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dinkelland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">DinkellandVisie 3 oktober 2002</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Exploitatieverordening Gemeente Dinkelland 2002</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 42 Wet op de Ruimtelijke Ordening, Algemene wet bestuursrecht, Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2002-09-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2002-10-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-05-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Exploitatieverordening 2002</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Dinkelland;</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 juli 2002;</al><al/><al>gelet op artikel 42 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, de Gemeentewet en
                        de Algemene wet bestuursrecht;</al><al/><al><vet><cursief>Besluit</cursief></vet></al><al/><al>vast te stellen de volgende Verordening houdende de voorwaarden waaronder de
                        gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van
                        gronden, genoemd:</al><al/><al>Exploitatieverordening 2002</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>1 ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Algemene begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al><vet>afstand van de gronden aan de gemeente</vet>:
                                        eigendomsoverdracht van gronden aan de gemeente.</al></li><li nr="-"><al><vet> exploitant:</vet> de genothebbende krachtens eigendom,
                                        bezit of beperkt recht of anderszins rechthebbende van een
                                        in het exploitatiegebied gelegen onroerende zaak welke door
                                        het treffen van voorzieningen van openbaar nut gebaat
                                        is.</al></li><li nr="-"><al><vet>exploitatiegebied:</vet> het als zodanig door het
                                        college van Burgemeester en Wethouders danwel de
                                        gemeenteraad aangewezen gebied, dat gebaat wordt door de te
                                        treffen voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="-"><al><vet>exploitatie-opzet:</vet> een gedetailleerde, in eerste
                                        instantie voorcalculatorische, en lopende het
                                        exploitatieproces telkens bij te houden berekening van de
                                        baten en lasten in de grondexploitatie, op basis waarvan de
                                        begroting wordt vastgesteld die behoort bij het
                                        bekostigingsbesluit en op basis waarvan een
                                        exploitatiebijdrage wordt berekend;</al></li><li nr="-"><al><vet>exploitatie-overeenkomst:</vet> de overeenkomst, onder
                                        welke naam dan ook gesloten, waarin de gemeente met de
                                        exploitant de voorwaarden overeenkomt waaronder zij
                                        onroerende zaken in het exploitatiegebied in exploitatie
                                        brengt of daaraan medewerking verleent;</al></li><li nr="-"><al><vet>grondexploitatie:</vet> De door de gemeente vastgelegde
                                        en dynamisch bij te houden financieel-economische
                                        onderbouwing en verantwoording van de ontwikkeling en
                                        realisatie van het exploitatiegebied, waarin alle baten en
                                        lasten, investeringen en opbrengsten ten opzichte van elkaar
                                        worden verrekend en waaruit eerst voorcalculatorisch en
                                        uiteindelijk definitief een exploitatieresultaat kan worden
                                        berekend.</al></li><li nr="-"><al><vet> (medewerking verlenen aan) in exploitatie
                                            brengen:</vet> het (medewerking verlenen aan het)
                                        treffen van voorzieningen van openbaar nut waardoor
                                        onroerende zaken die in het exploitatiegebied liggen gebaat
                                        worden, dat wil zeggen geschikt of beter geschikt voor
                                        bebouwing worden, dan wel anderszins in een voordeliger
                                        positie komen te verkeren;</al></li><li nr="-"><al><vet>(treffen van) voorzieningen van openbaar nut:</vet>
                                        (het verrichten van) onder andere de in lid b vermelde
                                        werken en werkzaamheden binnen een exploitatiegebied,
                                        alsmede het verrichten daarvan buiten het exploitatiegebied
                                        voor zover deze werken direct dan wel indirect profijt
                                        opleveren voor de binnen het exploitatiegebied liggende
                                        onroerende zaken.</al></li><li nr="-"><al><vet>Bekostigingsbesluit:</vet> een besluit van de
                                        gemeenteraad waarin niet alleen overeenkomstig artikel 222
                                        Gemeentewet, wordt besloten in welke mate de aan de
                                        voorzieningen verbonden lasten zullen kunnen worden verhaald
                                        op een daarbij aangeduid gebied, maar waarin ook een
                                        omschrijving van de voorzieningen van openbaar nut en een
                                        begroting van kosten en opbrengsten is opgenomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De volgende werken en werkzaamheden worden tenminste beschouwd als
                                voorzieningen van openbaar nut in de zin van deze verordening:</al><lijst><li nr="-"><al>het dempen van sloten en verrichten van grondwerk met
                                        inbegrip van het egaliseren, ophogen en afgraven van
                                        percelen;</al></li><li nr="-"><al>de aanleg, vernieuwing en wijziging van riolering, met
                                        inbegrip van het realiseren van de daarbij behorende werken,
                                        alsmede waterhuishoudkundige werken zoals drainage;</al></li><li nr="-"><al>het realiseren van alle weg- en waterbouwkundige werken,
                                        waaronder wegen, parkeervoorzieningen, pleinen, trottoirs,
                                        voet- en rijwielpaden, straatmeubilair, alsmede
                                        waterpartijen, watergangen, drainages, bruggen, tunnels,
                                        viaducten en alle andere rechtstreeks met de aanleg daarvan
                                        verband houdende werken;</al></li><li nr="-"><al>de aanleg van plantsoenen en andere groenvoorzieningen,
                                        waaronder begrepen de aanleg en inrichting van openbare
                                        speelplaatsen en speelweiden alsmede de sierende elementen
                                        welke rechtstreeks voortvloeien uit een juiste uitvoering
                                        van een verzorgd bestemmingsplan;</al></li><li nr="-"><al>de plaatsing van openbare verlichting, verkeers- en andere
                                        borden, bewegwijzering van bedrijventerreinen,
                                        verkeersregelinstallaties en brandkranen met de nodige
                                        aansluitingen;</al></li><li nr="-"><al>het verrichten van bodemonderzoek en -sanering van de
                                        ondergrond van openbare voorzieningen, voor zover die niet
                                        op andere wijze verhaald of gesubsidieerd kunnen
                                        worden;</al></li><li nr="-"><al>het treffen van milieutechnisch en ecologisch noodzakelijke
                                        maatregelen en voorzieningen ter uitvoering van een
                                        bestemmingsplan, waaronder geluidsvoorzieningen en
                                        noodzakelijke verplaatsing van milieuhinderlijke bedrijven
                                        buiten het exploitatiegebied en groen-, bos- of
                                        natuurcompensatie;</al></li><li nr="-"><al>de verwerving van de ondergrond van openbare
                                        voorzieningen;</al></li><li nr="-"><al>het slopen van opstallen op, in of boven de ondergrond van
                                        voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="-"><al>alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor een
                                        doeltreffende aanleg van voorzieningen van openbaar
                                        nut.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Voorzieningen van openbaar nut worden door de gemeente aangelegd,
                                tenzij de aanleg behoort tot de taken van een ander
                                overheidslichaam, nutsbedrijf of het college van Burgemeester en
                                Wethouders danwel de gemeenteraad uitdrukkelijk heeft ingestemd met
                                gehele of gedeeltelijke aanleg door of in opdracht van de
                                exploitant. De gemeenteraad neemt geen besluit om aanleg door de
                                exploitant toe te staan dan nadat gebleken is, dat een kwalitatief
                                goede uitvoering zowel feitelijk als financieel is gewaarborgd,
                                daartoe voldoende garantie is gesteld, de door de gemeente
                                noodzakelijk geachte regierol voldoende kan worden gevoerd en ook
                                overigens geen zwaarwegende of beleidsmatige belemmeringen voor een
                                zodanige werkwijze bestaan. De gemeente kan besluiten om de openbare
                                voorzieningen in samenwerking met een marktpartij te ontwikkelen en
                                realiseren, in welk geval de gemeente kan besluiten de regierol in
                                samenwerking met die marktpartij te voeren, of door die marktpartij
                                te laten voeren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Kosten van exploitatie</titel></kop><al>Voor de berekening van kosten en de vaststelling van
                            exploitatiebijdragen, wordt onder kosten van in exploitatie brengen
                            begrepen:</al><lijst><li nr="a."><al>De inbrengwaarde van alle binnen het exploitatiegebied gelegen
                                    gronden, bestaande uit:</al><lijst><li nr="1."><al>de waarde van de grond;</al></li><li nr="2."><al>de waarde van de opstallen die voor de verwezenlijking
                                            van de bestemming niet gehandhaafd kunnen worden;</al></li><li nr="3."><al>de kosten van het vrijmaken van de gronden van
                                            opstallen;</al></li><li nr="4."><al>de kosten van verwijdering van zich in de grond
                                            bevindende funderingen, leidingen, kabels en dergelijke,
                                            alsmede de kosten van boscompensatie;</al></li><li nr="5."><al>de kosten van planschade en overige schadevergoedingen
                                            en schadeloosstellingen en de kosten van het teniet doen
                                            gaan van persoonlijke en zakelijke rechten en
                                            lasten.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>De kosten van aanleg of uitvoering door de gemeente van de onder
                                    artikel 1, lid b omschreven voorzieningen van openbaar nut
                                    binnen het exploitatiegebied.</al></li><li nr="c."><al>De kosten van aanleg van voorzieningen van openbaar nut buiten
                                    het exploitatiegebied inclusief de verwervingskosten voor de
                                    ondergrond, voor zover de binnen het exploitatiegebied liggende
                                    onroerende zaken door deze voorzieningen direct dan wel indirect
                                    gebaat zijn, waaronder voorzieningen zoals bedoeld in artikel 1,
                                    lid b en artikel 2, sub a.</al></li><li nr="d."><al>Alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor het
                                    verlenen van medewerking aan het in exploitatie brengen van
                                    gronden, in ieder geval:</al><lijst><li nr="1."><al>de kosten van planontwikkeling, planvoorbereiding,
                                            planbeheer en plantoezicht; onder deze kosten wordt ten
                                            minste verstaan: de in en externe kosten verband
                                            houdende met het opstellen of vervaardigen van
                                            structuurplannen, bestemmingsplannen, planmatige
                                            uitwerkingen of -wijzigingen, besluiten tot het verlenen
                                            van vrijstelling van een bestemmingsplan alsmede van
                                            overige planologische maatregelen voor zover deze nodig
                                            zijn voor het in exploitatie brengen;</al></li><li nr="2."><al>de in- en externe kosten verband houdende met
                                            onderzoeken, voorbereidingen en toezicht ten behoeve van
                                            de voorzieningen van openbaar nut voor zover deze
                                            verband houden met het in exploitatie brengen van
                                            gronden binnen het exploitatiegebied, zoals de kosten
                                            van archeologisch onderzoek en onderzoek naar
                                            explosieven;</al></li><li nr="3."><al>de in- en externe kosten terzake van het sluiten van
                                            exploitatie-overeenkomsten, alsmede de overige kosten
                                            van het gemeentelijk apparaat, voor zover die
                                            rechtstreeks aan het in exploitatie brengen van gronden
                                            kunnen worden toegerekend;</al></li><li nr="4."><al>de rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten,
                                            verminderd met rente-opbrengsten;</al></li><li nr="5."><al>de kosten van tijdelijk beheer van de ondergrond van
                                            openbare voorzieningen, zijnde de beheerkosten die ten
                                            gevolge van verwervingsbeleid worden gemaakt en niet dan
                                            wel niet geheel door middel van huur- of
                                            pachtopbrengsten worden gedekt;</al></li><li nr="6."><al>overige kosten die in beginsel ten laste van de
                                            grondexploitatie behoren te worden gebracht, waaronder
                                            de bij de gemeente bestendig gebruikelijke omslagfondsen
                                            voor zover deze aan het plangebied kunnen worden
                                            toegerekend.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>2 IN EXPLOITATIE BRENGEN OP INITIATIEF VAN DE GEMEENTE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Vaststelling bekostigingsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Voordat met het treffen van voorzieningen van openbaar nut in een
                                exploitatiegebied wordt begonnen, stelt de gemeenteraad een
                                bekostigingsbesluit voor dat exploitatiegebied vast.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Het bekostigingsbesluit bevat de volgende wettelijke
                                onderdelen:</al><lijst><li nr="1."><al>een tekening van het gebied waarvoor het bekostigingsbesluit
                                        geldt, waarop is aangeduid welke onroerende zaken gebaat
                                        zijn door de aanleg van voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="2."><al>een aanduiding van de mate waarin de kosten, verband
                                        houdende met het verlenen van medewerking aan het in
                                        exploitatie brengen van gronden, op de eigenaren,
                                        erfpachters of gerechtigden van of op van de in het vorige
                                        lid bedoelde onroerende zaken kunnen worden verhaald;</al><al> en wordt daarnaast aangevuld met:</al></li><li nr="3."><al>een omschrijving van de van gemeentewege uit te voeren
                                        voorzieningen van openbaar nut en daarmee verband houdende
                                        werkzaamheden;</al></li><li nr="4."><al>een aankondiging dat de betrokken eigenaren die te kennen
                                        hebben gegeven het gebied zelf te willen gaan exploiteren
                                        binnen een genoemde termijn een aanbod voor een
                                        exploitatie-overeen-komst zullen kunnen ontvangen;</al></li><li nr="5."><al>de bepaling dat, in geval met een exploitant niet tot
                                        overeenstemming kan worden gekomen over een
                                        exploitatie-overeenkomst, kostenverhaal zal kunnen
                                        plaatsvinden door middel van heffing van baatbelasting of
                                        enige daarvoor in de plaats komende belasting;</al></li><li nr="6."><al>een globale begroting van de ten laste en ten gunste van de
                                        onroerende zaken in het exploitatiegebied komende kosten en
                                        baten in de grondexploitatie. De baten bestaan uit:</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>subsidies;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de verwachte verkoopopbrengsten van gronden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>bijdragen in de kosten van aanleg van voorzieningen van openbaar
                                nut, hetzij via overeenkomst hetzij via baatbelasting;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>overige bijdragen.</al><al> Van deze begroting maakt eveneens deel uit een bepaling waarin is
                                opgenomen wanneer en op welke wijze de gemeente ernaar streeft de
                                toerekening vast te stellen van de totale kosten en opbrengsten aan
                                de onroerende zaken in het exploitatiegebied. De toerekening zal
                                zoveel mogelijk plaatsvinden naar de mate van het profijt dat de
                                onroerende zaken hebben van het samenhangend geheel van
                                voorzieningen van openbaar nut.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Voor de berekening van de in lid b. sub 6. bedoelde kosten wordt
                                uitgegaan van de veronderstelling dat het exploitatiegebied in zijn
                                geheel door de gemeente in exploitatie kan worden gebracht.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>In het bekostigingsbesluit kan worden bepaald dat de begroting later
                                door de gemeenteraad wordt vastgesteld. De begroting kan periodiek
                                worden bijgesteld indien loon- of prijswijzigingen of andere
                                optredende wijzigingen met betrekking tot het in exploitatie brengen
                                van gronden binnen het exploitatiegebied daartoe aanleiding
                                geven.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Het bekostigingsbesluit wordt voor de start van de aanleg van de te
                                bekostigen voorzieningen bekend gemaakt op de wijze zoals bedoeld in
                                artikel 139 en verder van de Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Wijze van toerekening naar mate van profijt</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Voor de toerekening van het profijt wordt uitgegaan van de
                                gemiddelde kosten per m² van het kadastrale oppervlak van het
                                exploitatiegebied, te vermenigvuldigen met een factor voor ligging,
                                een factor voor toekomstige bestemming en een factor voor de
                                objectieve gebruiksmogelijkheid van de onroerende zaken waaraan het
                                profijt wordt toegerekend.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Indien op deze wijze de verschillen in profijt van de van
                                gemeentewege getroffen voorzieningen van openbaar nut niet voldoende
                                tot uitdrukking komen in de wijze van toerekening, geschiedt de
                                toerekening op basis van een nader door het college van Burgemeester
                                en Wethouders danwel de gemeenteraad te bepalen grondslag die beter
                                uitdrukking geeft aan de aanwezige verschillen in profijt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Vaststelling exploitatiebijdrage</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De bijdrage in de kosten van exploitatie van exploitatie die de
                                exploitant betaalt bestaat uit:</al><al>Het bedrag dat op basis van de exploitatie-opzet, overeenkomstig de
                                artikelen 1 tot en met 4 aan zijn onroerende zaak kan worden
                                toegerekend, </al><lijst><li nr="-"><al>rekening houdend met de noodzakelijke periodieke
                                        bijstellingen,</al></li><li nr="-"><al>vermeerderd met de kosten van de afstand van de gronden
                                        bestemd voor de aanleg en/of aanpassing van voorzieningen
                                        van openbaar nut en de kosten van kadastrale uitmeting,
                                    </al></li><li nr="-"><al>en verminderd met de inbrengwaarde van de bij de exploitant
                                        in eigendom zijnde en voor exploitatie bedoelde gronden,
                                        alsmede verminderd met de inbrengwaarde van de gronden die
                                        zijn bestemd voor het treffen van voorzieningen van openbaar
                                        nut en door exploitant aan de gemeente worden
                                        afgestaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De waarde van de in lid a bedoelde, door de exploitant ingebrachte
                                grond, wordt door de gemeente en de exploitant gezamenlijk door
                                middel van taxatie vastgesteld. Indien hierover geen overeenstemming
                                kan worden bereikt, wordt deze waarde vastgesteld door een commissie
                                van drie deskundigen, van wie één aan te wijzen door de gemeente,
                                één door de exploitant en een derde door de beide reeds aangewezen
                                deskundigen of, indien zij het daarover niet eens kunnen worden,
                                door de ter zake bevoegde kantonrechter</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Indien de exploitant zelf conform artikel 6, lid c sub 5
                                voorzieningen van openbaar nut aanlegt, bestaat de
                                exploitatiebijdrage uit de bijdrage, zoals deze op grond van lid a
                                van dit artikel wordt bepaald, verminderd met de kosten van de door
                                exploitant uit te voeren werkzaamheden, voor zover deze kosten
                                corresponderen met de exploitatie-opzet. In dit geval stelt de
                                gemeente het gedeelte van de exploitatie-opzet met betrekking tot de
                                werkzaamheden die de exploitant uitvoert bij het aangaan van de
                                exploitatie-overeenkomst aan de exploitant ter beschikking</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inhoud exploitatie-overeenkomst</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Het verhaal van kosten van het in exploitatie brengen van gronden
                                vindt plaats op basis van een exploitatie-overeenkomst, vervaardigd
                                met inachtneming van de voorgaande artikelen. Van de
                                exploitatie-overeenkomst wordt een akte opgemaakt die notarieel kan
                                worden verleden.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De gemeenteraad beslist pas tot het aangaan van een
                                exploitatie-overeenkomst nadat een bekostigingsbesluit is
                                vastgesteld. De gemeenteraad kan delegatie aan het college van
                                Burgemeester en Wethouders verlenen tot het aangaan van
                                exploitatie-overeenkomsten.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>De exploitatie-overeenkomst bevat bepalingen over:</al><lijst><li nr="1."><al>de aard, omvang en kwaliteit van de door de gemeente of
                                        exploitant aan te leggen voorzieningen van openbaar nut,
                                        alsmede de mate waarin van duurzaam bouwen sprake zal
                                        zijn;</al></li><li nr="2."><al>het tijdvak waarbinnen deze voorzieningen worden
                                        uitgevoerd;</al></li><li nr="3."><al>de ten laste van de exploitant komende bijdrage alsmede een
                                        sluitende waarborg voor tijdige betaling daarvan;</al></li><li nr="4."><al>in voorkomende gevallen de afstand van gronden aan de
                                        gemeente, voor zover die gronden zijn bestemd voor de aanleg
                                        of aanpassing van voorzieningen van openbaar nut, en in deze
                                        gevallen het verrichten van onderzoek naar
                                        bodemverontreiniging op kosten van de exploitant;</al></li><li nr="5."><al>in gevallen waarbij het college van Burgemeester en
                                        Wethouders danwel de gemeenteraad besluit de gehele of
                                        gedeeltelijke uitvoering van de door de gemeente aan te
                                        leggen voorzieningen van openbaar nut aan de exploitant op
                                        te dragen: de opdracht of aanlegverplichting en sluitende
                                        waarborgen voor tijdige, kwalitatief goede en duurzame
                                        uitvoering en voor de nakoming van de financiële
                                        verplichtingen van de exploitant, zulks in overeenstemming
                                        met de exploitatie-opzet;</al></li><li nr="6."><al>de wijze waarop de eventuele planschade drukkende op het
                                        exploitatiegebied wordt doorberekend;</al></li><li nr="7."><al>de wijze waarop door de gemeente desgewenst regie wordt
                                        gevoerd en de mate waarin door de exploitant grond
                                        beschikbaar wordt gesteld voor particulier
                                        opdrachtgeverschap</al></li><li nr="8."><al>een betalingsregeling;</al></li><li nr="9."><al>in voorkomende gevallen een taakverdeling;</al></li><li nr="10."><al>in voorkomende gevallen een regeling voor gewijzigde
                                        omstandigheden, wanprestatie, aansprakelijkheid en
                                        faillissement;</al></li><li nr="11."><al>in voorkomende gevallen een verklaring als bedoeld in
                                        artikel 10;</al></li><li nr="12."><al>in voorkomende gevallen de overeengekomen prijs voor de
                                        inbreng van gronden door de exploitant c.q. de
                                        gemeente;</al></li><li nr="13."><al>aanvullende voorwaarden ter waarborging van een goede en
                                        tijdige uitvoering van de werkzaamheden en van de door de
                                        gemeenteraad vastgestelde beleidsdoelen met betrekking tot
                                        het gebruik, de exploitatie en het beheer van het
                                        exploitatiegebied.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>3 IN EXPLOITATIE BRENGEN OP AANVRAAG VAN EXPLOITANT</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Indiening aanvraag voor medewerking</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Een belanghebbende kan bij burgemeester en wethouders een aanvraag
                                indienen voor medewerking aan het in exploitatie brengen van
                                gronden.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts medewerking aan het op
                                aanvraag van exploitant in bouwexploitatie brengen van gronden
                                krachtens een exploitatie-overeenkomst.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd:</al><lijst><li nr="1."><al>een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te
                                        brengen onroerende zaken;</al></li><li nr="2."><al>gegevens, waaruit afdoende blijkt dat de belanghebbende de
                                        eigendom van of het erfpachtrecht op de in exploitatie te
                                        brengen onroerende zaken onherroepelijk heeft verkregen of
                                        kan verkrijgen;</al></li><li nr="3."><al>gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen
                                        (bouw)werkzaamheden;</al></li><li nr="4."><al>gegevens waaruit blijkt dat de belanghebbende financieel in
                                        staat is tot exploitatie over te gaan en de benodigde
                                        zekerheden te stellen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Ingeval door burgemeester en wethouders een aanvraag voor een
                                bouwvergunning, eventueel in combinatie met een aanvraag voor
                                vrijstelling, wordt ontvangen, waarbij in geval van verlening van de
                                vrijstelling en/of bouwvergunning van gemeentewege voorzieningen van
                                openbaar nut moeten worden getroffen, wordt hiervan zo spoedig
                                mogelijk, doch in ieder geval voor de beslissing op de aanvraag
                                mededeling gedaan aan de aanvrager. Daarbij zal een zo nauwkeurig
                                mogelijke raming van de voor rekening van de exploitant komende
                                kosten, verband houdende met het in exploitatie brengen van gronden,
                                worden verstrekt. Tevens zal daarbij aan de aanvrager de gelegenheid
                                worden gegeven tot het indienen van een aanvraag voor
                                medewerking.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders reageren op de aanvraag om medewerking,
                                hetzij met een weigering op grond van artikel 8, hetzij met een
                                aanhouding op grond van artikel 9, hetzij met de aanbieding van een
                                concept-overeenkomst, binnen 24 weken na de dag waarop de aanvraag
                                is ontvangen. De bepalingen in hoofdstuk 2 van deze verordening zijn
                                van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Weigeringsgronden voor een exploitatie-overeenkomst</titel></kop><al>De medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden behoeft onder
                            meer niet te worden verleend indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de in exploitatie te brengen grond is gelegen in een gebied
                                    waarvoor geen bestemmingsplan geldt;</al></li><li nr="b."><al>de door de exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden of de
                                    daartoe benodigde voorzieningen van openbaar nut zouden leiden
                                    tot strijd met het bestemmingsplan, de Woningwet of strijd met
                                    andere wet- of regelgeving;</al></li><li nr="c."><al>het treffen van de voorzieningen, hoewel overeenkomstig een
                                    bestemmingsplan, anderszins zou leiden tot strijd met belangen
                                    van een doeltreffende en duurzame uitbreiding van bebouwing of
                                    herinrichting;</al></li><li nr="d."><al>het in bouwexploitatie brengen van grond anderszins zou leiden
                                    tot ten laste van de gemeente blijvende kosten van voorzieningen
                                    van openbaar nut of tot bezwaren ten aanzien van het
                                    doeltreffend voorzien in watervoorziening, openbare verlichting,
                                    riolering en andere voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="e."><al>de exploitant niet bereid of in staat is om sluitende waarborgen
                                    te stellen voor tijdige, kwalitatief goede en duurzame
                                    uitvoering c.q. nakoming van zijn feitelijke en de financiële
                                    verplichtingen;</al></li><li nr="f."><al>exploitant geen afstand wil doen van gronden ten behoeve van
                                    aanleg van voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="g."><al>exploitant de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut niet
                                    wil onderzoeken op de aanwezigheid van bodemverontreiniging dan
                                    wel de bodem niet wil saneren wanneer dat noodzakelijk is;</al></li><li nr="h."><al>de exploitant niet bereid is de voorzieningen van openbaar nut
                                    door de gemeente te laten aanleggen;</al></li><li nr="i."><al>de door de gemeente noodzakelijk geachte regie niet kan worden
                                    gevoerd of de exploitant niet bereid is grond beschikbaar te
                                    stellen voor particulier opdrachtgeverschap.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Aanhouding aanvraag</titel></kop><al>De reactie op een aanvraag kan worden aangehouden:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de procedure tot goedkeuring of herziening van het
                                    bestemmingsplan dat van toepassing is nog niet is afgerond, tot
                                    vier weken na het onherroepelijk worden van dat bestemmingsplan
                                    of de herziening daarvan;</al></li><li nr="b."><al>ingeval voorzienbaar is dat de in artikel 8 genoemde
                                    belemmeringen op korte termijn zullen kunnen worden weggenomen,
                                    tot vier weken nadat deze belemmeringen zijn weggenomen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>4 RELATIE GRONDUITGIFTE EN ANDERE KOSTENVERHAALSINSTRUMENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Relatie baatbelasting</titel></kop><al>In een gebied waarvoor een bekostigingsbesluit is genomen, zal, indien
                            de exploitant een exploitatie-overeenkomst aangaat, in de overeenkomst
                            worden bepaald dat, met betrekking tot de uitvoering van de in deze
                            overeenkomst genoemde voorzieningen van openbaar nut, geen aanvullend
                            kostenverhaal op basis van baatbelasting ten laste van de betreffende
                            onroerende zaak zal plaatsvinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Voorzieningen van ondergeschikt belang</titel></kop><al>De artikelen 3, 5 en 6 lid a en b van deze verordening zijn niet van
                            toepassing voor voorzieningen van openbaar nut van ondergeschikt belang,
                            zoals een uitweg op de openbare weg of een aansluiting op het openbare
                            riool, al dan niet in het buitengebied. </al><al>In dergelijke gevallen besluit de gemeenteraad onder welke voorwaarden
                            deze voorzieningen van openbaar nut door of met medewerking van de
                            gemeente zullen worden aangelegd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>5 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>Ten aanzien van exploitatiegebieden waarvoor geldt dat op het moment van
                            inwerkingtreding van deze verordening een bekostigingsbesluit is
                            genomen, een exploitatie-overeenkomst is afgesloten of de voorzieningen
                            van openbaar nut reeds in uitvoering zijn, vinden de bepalingen van deze
                            verordening voor dat exploitatiegebied, voor zover nodig, op een aan die
                            situatie aangepaste wijze toepassing. In dat geval stelt de
                            gemeenteraad, indien zulks nog niet zou hebben plaatsgevonden, bij wijze
                            van nadere toelichting op het bestaande bekostigingsbesluit, een
                            begroting van kosten en opbrengsten als bedoeld in artikel 3, lid b sub
                            6, vast en wordt deze begroting aan de exploitant ter beschikking
                            gesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag, volgende op de dag waarop
                            de bekendmaking van de verordening heeft plaatsgevonden. </al><al>Op dat zelfde tijdstip vervalt de "Exploitatieverordeningen van de
                            voormalige gemeenten Denekamp, Ootmarsum en Weerselo", vastgesteld bij
                            besluit van de Raad van respectievelijk 30 maart 1995, 23 februari 1972
                            en 19 september 1996</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Exploitatieverordening
                            Gemeente Dinkelland 2002".</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 12 september
                        2002.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De secretaris, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Mr. F.N. van Brussel Mr. F.P.M. Willeme</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de 'Exploitatieverordening Gemeente Dinkelland
                        2002'</titel></kop><tussenkop>Algemeen:</tussenkop><al>In het kader van de gemeentelijke grondpolitiek zullen regels moeten worden
                    gesteld inzake het verhaal van kosten van de aanleg van voorzieningen van
                    openbaar nut.</al><al>Het kostenverhaal van de aanleg van deze voorzieningen kan op drie verschillende
                    wijzen plaatsvinden. </al><al>Allereerst, en dat verdient de voorkeur, kan dat via de gronduitgifte. In dat
                    geval worden de kosten doorberekend in de uitgifteprijs. Er is dan sprake van
                    actieve grondpolitiek: de gemeente koopt grond, maakt deze bouwrijp en geeft
                    weer uit.</al><al>Het kan echter zijn dat de gemeente geen eigenaar is van de te exploiteren grond
                    en deze ook niet kan verwerven, bij voorbeeld omdat de eigenaar zelf bereid en
                    in staat is de toekomstige bestemming te realiseren. In dat geval is de tweede
                    mogelijkheid aan de orde, kostenverhaal via een exploitatiebijdrage die wordt
                    vastgelegd in een exploitatie-overeenkomst. Krachtens artikel 42 van de Wet op
                    de Ruimtelijke Ordening moet elke exploitatie-overeenkomst in overeenstemming
                    zijn met hetgeen daartoe is vastgelegd in de gemeentelijke
                    exploitatieverordening. </al><al>De derde mogelijkheid om kostenverhaal van voorzieningen van openbaar nut te
                    plegen is via baatbelasting op grond van artikel 222 van de Gemeentewet.</al><al>Met name met het oog op de tweede wijze van kostenverhaal, maar ook ziende op de
                    derde wijze, worden in de 'Exploitatieverordening Gemeente Dinkelland 2002'
                    regels gesteld. Deze verordening voldoet aan de eisen die door artikel 222
                    Gemeentewet, artikel 42 WRO en de AWB worden gesteld en ziet vooruit op het
                    instrumentarium dat door het Rijk op 31 januari 2001 in de grondbeleidsnota ‘Op
                    Grond van Beleid’ wordt geïnitieerd. Nadat deze exploitatieverordening is
                    vastgesteld, zal de baatbelastingverordening hieraan zo spoedig mogelijk worden
                    getoetst en zullen eventuele aanpassingen worden doorgevoerd.</al><al>Uit de jurisprudentie blijkt, dat een exploitatieverordening moet worden gezien
                    als een stelsel van algemene voorwaarden behorende bij een
                    exploitatie-overeenkomst. In de verordening zijn echter ook aanwijzingen
                    opgenomen die noodzakelijk zijn om de mogelijkheid van heffing van baatbelasting
                    te waarborgen, met name gaat het daarbij om de vorm van het
                    bekostigingsbesluit.</al><al>In de exploitatieverordening zijn de volgende uitgangspunten verwerkt:</al><lijst><li nr="1."><al>Duidelijkheid omtrent de voorzieningen van openbaar nut waarvan de
                            kosten worden verhaald, waarbij met name met het milieuaspect rekening
                            is gehouden.</al></li><li nr="2."><al>Indien binnen een bestemmingsplan niet alle gronden door de gemeente
                            kunnen worden verworven, moet het verhaal van de kosten van aanleg van
                            voorzieningen van openbaar nut op andere wijze worden zeker gesteld.
                            Alle betrokkenen hebben er recht op vooraf te weten op welke wijze de
                            gemeente dat zal doen. Daartoe wordt overeenkomstig het bepaalde in
                            artikel 222 van de Gemeentewet, zoals dat sinds 1 januari 2001 geldt,
                            een bekostigingsbesluit genomen, voordat wordt gestart met de aanleg van
                            de te bekostigen voorzieningen. Indien niet tijdig een
                            bekostigingsbesluit is genomen, kan geen baatbelasting worden opgelegd.
                            Het kostenverhaalsbesluit bevat naast de wettelijke eisen ook enkele
                            beleidsmatige elementen. Met name wordt daarin aangegeven hoe de relatie
                            ligt tussen kostenverhaal op basis van de exploitatieverordening en op
                            basis van baatbelasting. In de verordening is daartoe de systematiek van
                            baattoerekening aangepast op en gerelateerd aan de fiscale
                            verhaalsmethode.</al></li><li nr="3."><al>Een exploitatie-overeenkomst kan, in tegenstelling tot hetgeen in de
                            oude verordening het geval was, nu ook op initiatief van de gemeente
                            worden gesloten. Vanwege het onder 2. genoemde beleidsmatige
                            uitgangspunt zal het ook veelal de gemeente zijn die het initiatief
                            neemt. Uiteraard kan een exploitatie-overeenkomst ook worden gesloten op
                            aanvraag van de exploitant.</al></li></lijst><al/><tussenkop>De exploitatieverordening is opgebouwd uit 14
                    artikelen:</tussenkop><al/><al>In <vet>artikel 1</vet> worden allereerst de begripsbepalingen gegeven en wordt
                    verder aangegeven welke werken tenminste worden beschouwd als voorzieningen van
                    openbaar nut in de zin van deze verordening. De verordening is alleen van
                    toepassing, als medewerking wordt verleend aan het in exploitatie brengen van
                    gronden die niet in eigendom zijn van de gemeente. De daartoe opgenomen
                    definitie strookt met de terminologie die ook de wetgever hanteert in artikel
                    222 Gemeentewet. Onder deze definitie vallen ook gebouwde onroerende zaken.</al><al>In tegenstelling tot de oude verordening wordt de aanleg van
                    rioolwaterzuiveringsinstallatie niet meer beschouwd als een voorziening van
                    openbaar nut. Dat is uitdrukkelijk wel het geval met de milieutechnische en
                    ecologische maatregelen die ten behoeve van het plan moeten worden genomen. De
                    kosten van rioolwater-zuiveringsinstallaties en maatregelen van het waterschap
                    in het kader van zijn oppervlaktewaterbeheer, plegen te worden betaald uit de
                    algemeen werkende zuiveringsheffingen van de waterkwaliteitsbeheerder. De
                    exploitatieverordening kan derhalve niet de basis vormen voor het verhaal van
                    deze kosten.</al><al>In principe legt de gemeente de openbare voorzieningen zelf aan. In de artikel 1
                    sub c is ook een garantie opgenomen voor de kwaliteit en de financiële borging
                    ingeval de exploitant zelf de openbare voorzieningen aanlegt. Overigens
                    ontbreekt dit laatste element in de modelverordening van de VNG, maar wordt dat
                    wel in andere modellen gehanteerd. In de praktijk is gebleken, dan deze bepaling
                    een goed bruikbaar extra instrument biedt.</al><al/><al>In <vet>artikel 2</vet> wordt aangegeven wat wordt begrepen onder de kosten van
                    in exploitatie brengen. Dat betreft zowel de kosten van voorzieningen binnen als
                    van voorzieningen buiten het plan. De laatste worden wel aangeduid als kosten
                    van bovenwijkse voorzieningen. Indien dat wenselijk wordt geacht, kunnen de
                    kosten voor bovenwijkse voorzieningen worden doorberekend via een fondsopslag,
                    maar dat vereist wel een beleidsmatige onderbouwing daarvan, alsmede een
                    consequente toepassing van dat beleid. Dat houdt in dat de opslag ook wordt
                    toegepast binnen exploitaties van gebieden waarin alle grond in handen van de
                    gemeente is. De beleidsmatige onderbouwing kan plaatsvinden bij de vaststelling
                    van het structuurplan of op basis van een afzonderlijke beleidsnota, liefst
                    vastgesteld overeenkomstig de regels in de toekomstige derde tranche van de AWB,
                    dat wil zeggen algemeen kenbaar en goed onderbouwd.</al><al>Ten opzichte van de modelverordening van de VNG is tevens een bepaling
                    toegevoegd inzake de kosten van planschade, overige schadevergoedingen en
                    schadeloosstellingen. Ook wordt in sub d in de leden 2 en 3 melding gemaakt van
                    de te maken interne en externe kosten. Dit onderscheid ontbreekt in de
                    modelverordening van de VNG. Hiernaast zijn vooruitlopend op de nieuwe
                    Monumentenwet ook de kosten van archeologisch onderzoek opgenomen als kosten van
                    het in exploitatie brengen van de gronden. Deze toevoeging staat eveneens niet
                    in de Modelverordening van de VNG. Door deze kosten wel te noemen in de
                    exploitatieverordening kunnen de kosten van archeologisch onderzoek,
                    vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Monumentenwet, worden verhaald op de
                    exploitant voorzover wordt voldaan aan de vereisten van baat, toerekenbaarheid
                    en proportionaliteit. Aan het vereist van baat is voldaan indien de kosten een
                    onlosmakelijk verband houden met het in exploitatie brengen van de gronden
                    binnen het plangebied, hetgeen blijkt uit artikel 2 sub d lid 2.</al><al/><al>In <vet>artikel 3</vet> is bepaald dat de gemeente een bekostigingsbesluit zal
                    vaststellen voor het betreffende gebied. Dat is noodzakelijk, omdat pas in de
                    loop van het ontwikkelingsproces van een bestemmingsplan duidelijk wordt in
                    hoeverre de grond door de gemeente kan worden verworven en in hoeverre met
                    particuliere eigenaren tot overeenstemming rond een exploitatie-overeenkomst kan
                    worden gekomen. Zonder bekostigingsbesluit, genomen voordat de eerste feitelijke
                    handelingen voor de aanleg plaatsvinden, kan geen baatbelasting worden geheven
                    volgens artikel 222 Gemeentewet. Het is van het uiterste belang dat binnen de
                    grenzen van de bijbehorende tekening alle in de toekomst gebate percelen zijn
                    betrokken. Is het gebied te groot, dan kan dat bij het maken van een
                    baatbelastingverordening worden gecorrigeerd. Het gebaat zijn wordt vastgesteld
                    op de in een eventueel te maken baatbelastingverordening vast te stellen
                    peildatum.</al><al>Ter vergroting van de rechtszekerheid wordt het bekostigingsbesluit voorzien van
                    enkele elementen die niet door de wet worden geëist, zoals enkele
                    beleidsaanwijzingen, een aanduiding van de voorzieningen die zullen worden
                    getroffen en een kostenbegroting, die periodiek kan worden bijgesteld. De
                    toerekening van kosten aan gebate percelen vindt plaats overeenkomstig de
                    begroting van kosten en opbrengsten en naar mate van de baat die een perceel
                    geniet van de aan te leggen voorzieningen.</al><al>Verder wordt het beleid van de gemeente bij het nemen van het
                    bekostigingsbesluit vastgelegd: allereerst trachten zelf te verwerven, in
                    gevallen waarin dat niet lukt trachten exploitatie-overeenkomsten tot stand te
                    brengen en tenslotte, als er percelen overblijven die wel gebaat zijn door de
                    voorzieningen, maar anders geen bijdrage zouden leveren in de kosten, het
                    opleggen van baatbelasting. In de loop van het ontwikkelingsproces van het plan
                    zal duidelijk worden of er na gereedkoming van de aanleg van de voorzieningen
                    van openbaar nut een baatbelastingverordening moet worden vastgesteld. Daarvoor
                    is twee jaar de tijd vanaf de datum van gereedkomen van de voorzieningen.</al><al/><al>In <vet>artikel 4</vet> is aangegeven met welke eenheid wordt gerekend om te
                    komen tot een verantwoorde omslag van de baat over de gebate percelen. Die
                    rekeneenheid is een omslag naar m<sup>2</sup>, gecorrigeerd naar ligging,
                    toekomstige bestemming en objectieve gebruiksmogelijkheid. In geval er op deze
                    wijze geen billijke omslag kan worden vastgesteld biedt de bepaling de
                    mogelijkheid om dat op andere wijze te doen.</al><al/><al>In <vet>artikel 5</vet> is de berekeningswijze aangegeven van de
                    exploitatiebijdrage die de exploitant krachtens de exploitatie-overeenkomst zal
                    moeten betalen. In geval strijd ontstaat over de toepassing van deze aanwijzing
                    kan een commissie van deskundigen uitkomst bieden. Een bijzondere regeling is
                    van toepassing voor het geval de exploitant zelf de voorzieningen aanlegt.</al><al/><al>De in <vet>artikel 6</vet> ten tonele gevoerde exploitatie-overeenkomst berust
                    uiteraard op wilsovereenstemming. Noch de exploitant, noch de gemeente kan
                    worden gedwongen om een dergelijke overeenkomst te sluiten. Komt een
                    overeenkomst tot stand, dan dient die in overeenstemming te zijn met de
                    exploitatieverordening en de daartoe met name gegeven elementen te bevatten. In
                    het door de Hoge Raad in 1996 gewezen Uden-arrest heeft de Hoge Raad bepaald dat
                    afwijkingen van de verordening, behoudens afwijkingen van ondergeschikt belang,
                    leiden tot onverbindendheid van de exploitatie-overeenkomst. Bovenstaand arrest
                    is bekrachtigd door het arrest d.d. 13 april 2001 ‘Warmond/Polyproject BV’.</al><al>In de modelverordening van VNG was het college van Burgemeester en Wethouders
                    bevoegd tot het aangaan van exploitatie-overeenkomsten. In de nieuwe verordening
                    is dat in principe de gemeenteraad. De gemeenteraad kan het aangaan van
                    exploitatie-overeenkomsten echter delegeren aan het college van Burgemeester en
                    Wethouders. Dit is op deze wijze in onderhavige verordening opgenomen.</al><al>De exploitatie-overeenkomst bevat op grond van de nieuwe verordening bepalingen
                    over de wijze waarop eventuele planschade rustende op het exploitatiegebied
                    wordt doorberekend en de wijze waarop door de gemeente desgewenst regie wordt
                    gevoerd.</al><al/><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al> bevat de voorwaarden waaraan een exploitant moet voldoen die zelf een aanvraag
                    indient tot het sluiten van een exploitatie-overeenkomst. De VNG verordening
                    bevat de uitdrukkelijke uitspraak dat er dan geen bekostigingsbesluit
                    noodzakelijk is. Toch hanteert de VNG-verordening dan wel de daarbij behorende
                    (maar niet vastgestelde) begroting. Met dit principe is in de voorgelegde
                    verordening gebroken. Er is niets tegen om ook in het geval een exploitant
                    uitdrukkelijk om een exploitatie-overeenkomst verzoekt een bekostigingsbesluit
                    te nemen. In geval van calamiteit (bijvoorbeeld bij faillissement van de
                    exploitant) kan dat zijn nut nog bewijzen.</al><al>Bij de aanvraag dienen op grond van lid c sub 4 van de verordening gegevens te
                    worden gevoegd waaruit blijkt dat de exploitant financieel in staat is tot
                    exploitatie over te gaan en de benodigde zekerheden te stellen.</al><al/><al>De weigeringsgronden staan in <vet>artikel 8</vet>, maar zijn niet uitputtend
                    aangegeven. De rechtszekerheid vereist echter bij weigering een goede motivatie.
                    De weigeringsgronden moeten worden gezien als een ondersteuning bij die
                    motiveringseis, de gemeente mag ze hanteren maar hoeft dat niet. Als medewerking
                    aan het sluiten van een exploitatie-overeenkomst wordt geweigerd, kan ook geen
                    medewerking worden verleend aan het treffen van voorzieningen van openbaar nut
                    binnen het eigendomsgebied van de exploitant. De elementen regie en particulier
                    opdrachtgeverschap uit de nota ‘Op Grond van Beleid’ zijn aan de
                    weigeringsgronden toegevoegd, vooruitlopend op de inwerkingtreding van de nieuwe
                    Grondexploitatiewet.</al><al/><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al> geeft nog twee mogelijkheden om de beslissing aan te houden.</al><al/><al>In <vet>artikel 10</vet> wordt voldaan aan de eis van de wet, dat geen
                    baatbelasting mag worden geheven, als er sprake is van kostenverhaal op andere
                    wijze, via de gronduitgifte of een exploitatie-overeenkomst. Een betrokkene kan
                    dus nooit twee keer een bijdrage betalen.</al><al/><al>In <vet>artikel 11</vet> staat een afwijkingsmogelijkheid voor gevallen waarin
                    sprake is van de aanleg van voorzieningen van ondergeschikt belang.</al><al/><al>De <vet>overgangs- en slotbepalingen</vet> spreken voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>