<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR34205_1</dcterms:identifier><dcterms:title>EXPLOITATIEVERORDENING BLOEMENDAAL 2004</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bloemendaal</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bloemendaal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Bloemendaals Weekblad, 21-10-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Exploitatieverordening Bloemendaal 2004</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de Ruimtelijke Ordening, artikel 42</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-10-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-12-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-02-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2004007311</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>EXPLOITATIEVERORDENING BLOEMENDAAL 2004</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Bloemendaal;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5 oktober
                        2004;</al><al>gelet op artikel 42 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, artikel 222
                        Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht;</al><al> b e s l u i t:</al><al>vast te stellen de volgende </al><al>EXPLOITATIEVERORDENING BLOEMENDAAL 2004</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Algemene begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder</al><lijst><li nr="a."><al>medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden: het door
                                    of met medewerking van de gemeente treffen van voorzieningen van
                                    openbaar nut, waardoor de in het exploitatiegebied gelegen
                                    onroerende zaken gebaat worden;</al></li><li nr="b."><al>exploitatiegebied: een als zodanig door de gemeenteraad
                                    aangewezen gebied, dat gebaat is door de aanleg van
                                    voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="c."><al>exploitant: de genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                                    beperkt recht of anderszins rechthebbende van een in het
                                    exploitatiegebied gelegen onroerende zaak welke door het treffen
                                    van voorzieningen van openbaar nut gebaat is;</al></li><li nr="d."><al>exploitatie-overeenkomst: de overeenkomst, onder welke naam dan
                                    ook gesloten, waarin de gemeente met een exploitant de
                                    voorwaarden overeenkomt waaronder de gemeente voorzieningen van
                                    openbaar nut zal treffen of daaraan medewerking zal
                                    verlenen;</al></li><li nr="e."><al>aangevuld bekostigingsbesluit: een besluit van de gemeenteraad
                                    waarin niet alleen overeenkomstig artikel 222 Gemeentewet, wordt
                                    besloten in welke mate de aan de voorzieningen verbonden lasten
                                    zullen kunnen worden verhaald op een daarbij aangeduid gebied,
                                    maar waarin ook een omschrijving van de voorzieningen van
                                    openbaar nut en een begroting van kosten en opbrengsten is
                                    opgenomen;</al></li><li nr="f."><al>voorzieningen van openbaar nut, waardoor de in het
                                    exploitatiegebied gelegen onroerende zaken gebaat worden: onder
                                    meer:</al><lijst><li nr="1."><al>riolering, met inbegrip van bijbehorende werken;</al></li><li nr="2."><al>wegen, parkeergelegenheden, pleinen, trottoirs, voet- en
                                            rijwielpaden, straatmeubilair, waterpartijen,
                                            watergangen, bruggen, tunnels en andere rechtstreeks met
                                            de aanleg en inrichting van deze voorzieningen en
                                            kunstwerken verband houdende werken;</al></li><li nr="3."><al>plantsoenen en andere groenvoorzieningen, waaronder
                                            begrepen de aanleg en inrichting van openbare
                                            speelplaatsen en speelweiden alsmede de sierende
                                            elementen welke rechtstreeks voortvloeien uit een juiste
                                            uitvoering van een verzorgd bestemmingsplan;</al></li><li nr="4."><al>openbare verlichting en brandkranen met de nodige
                                            aansluitingen;</al></li><li nr="5."><al>waterhuishoudkundige voorzieningen, met inbegrip van
                                            drainagevoorzieningen;</al></li></lijst></li><li nr="g."><al>afstand van gronden aan de gemeente: eigendomsoverdracht van
                                    gronden aan de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Kosten van exploitatie</titel></kop><al>Voor de berekening ten behoeve van de begroting van kosten en ten
                            behoeve van de vaststelling van exploitatiebijdragen, wordt onder de
                            kosten, verband houdende met het verlenen van medewerking aan het in
                            exploitatie brengen van grond begrepen:</al><lijst><li nr="1."><al>De inbrengwaarde van alle binnen het exploitatiegebied gelegen
                                    gronden, zijnde:</al><lijst><li nr="a."><al>de waarde van de grond;</al></li><li nr="b."><al>de waarde van de opstallen, die voor de verwezenlijking
                                            van de bestemming niet gehandhaafd kunnen worden;</al></li><li nr="c."><al>de kosten van het vrijmaken van de gronden van
                                            opstallen;</al></li><li nr="d."><al>de kosten van vrijmaken van de grond van zich in de
                                            grond bevindende resten, zoals funderingen, leidingen en
                                            kabels, en van persoonlijke rechten en lasten, eigendom,
                                            bezit of beperkt recht, zakelijke rechten en lasten,
                                            alsmede de kosten van schadevergoedingen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De kosten van aanleg binnen een exploitatiegebied door de
                                    gemeente van de onder artikel 1, onder f omschreven
                                    voorzieningen van openbaar nut.</al></li><li nr="3."><al>De kosten van aanleg van voorzieningen van openbaar nut buiten
                                    het exploitatiegebied voor zover de binnen het exploitatiegebied
                                    liggende onroerende zaken door deze voorzieningen direct dan wel
                                    indirect gebaat zijn.</al></li><li nr="4."><al>De kosten van:</al><lijst><li nr="a."><al>het dempen van sloten en het verrichten van grondwerken
                                            ten behoeve van voorzieningen van openbaar nut met
                                            inbegrip van het egaliseren, ophogen en afgraven;</al></li><li nr="b."><al>het verrichten van bodemonderzoek en -sanering,
                                            voorzover het de ondergrond van voorzieningen van
                                            openbaar nut betreft en voorzover verhaal bij derden van
                                            de daarmee verband houdende kosten niet in de rede
                                            ligt;</al></li><li nr="c."><al>in verband met de milieuwetgeving of milieutechnisch
                                            noodzakelijke maatregelen en voorzieningen ter
                                            uitvoering van een bestemmingsplan;</al></li><li nr="d."><al>de verwerving van de ondergrond van voorzieningen van
                                            openbaar nut buiten het exploitatiegebied;</al></li><li nr="e."><al>het slopen van opstallen op de ondergrond van
                                            voorzieningen van openbaar nut buiten het
                                            exploitatiegebied;</al></li><li nr="f."><al>alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor
                                            het verlenen van medewerking aan het in exploitatie
                                            brengen van gronden, in ieder geval:</al></li></lijst></li><li nr="1."><al>de kosten van planontwikkeling, planvoorbereiding en planbeheer
                                    en plantoezicht. Onder deze kosten wordt ten minste verstaan: de
                                    kosten verband houdende met het opstellen van structuurplannen
                                    en bestemmingsplannen, het opstellen van planmatige uitwerkingen
                                    of wijzigingen, het vervaardigen van besluiten tot het verlenen
                                    van vrijstelling van een bestemmingsplan alsmede van overige
                                    planologische maatregelen voorzover deze nodig zijn voor het in
                                    exploitatie brengen van gronden binnen het
                                    exploitatiegebied;</al></li><li nr="2."><al>de kosten verband houdende met onderzoeken, voorbereiding en
                                    toezicht ten behoeve van de voorzieningen van openbaar nut
                                    voorzover deze verband houden met het in exploitatie brengen van
                                    gronden binnen het exploitatiegebied;</al></li><li nr="3."><al>de kosten van het gemeentelijk apparaat, voorzover die
                                    rechtstreeks aan het in exploitatie brengen van gronden kunnen
                                    worden toegerekend;</al></li><li nr="4."><al>de rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten,
                                    verminderd met rente- opbrengsten;</al></li><li nr="5."><al>de kosten van tijdelijk beheer van de ondergrond van
                                    voorzieningen van openbaar nut, zijnde de kosten die tengevolge
                                    van een noodzakelijk actief verwervingsbeleid worden gemaakt en
                                    niet dan wel niet geheel door middel van tijdelijke verhuur
                                    worden gedekt;</al></li><li nr="6."><al>overige kosten, die in beginsel ten laste van de
                                    grondexploitatie behoren te worden gebracht.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>In exploitatie brengen op initiatief van de gemeente</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vaststelling aangevuld bekostigingsbesluit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voordat op initiatief van de gemeente met het treffen van
                                    voorzieningen van openbaar nut in een exploitatiegebied wordt
                                    aangevangen, wordt door de gemeenteraad een aangevuld
                                    bekostigingsbesluit voor dat exploitatiegebied vastgesteld en
                                    bekendgemaakt op de wijze zoals bedoeld in artikel 139
                                    Gemeentewet.</al></li><li nr="2."><al>Het aangevuld bekostigingsbesluit bevat in ieder geval de
                                    volgende onderdelen:</al><lijst><li nr="a."><al>aanduiding van het exploitatiegebied en aanwijzing van
                                            de daarin gelegen onroerende zaken die gebaat zijn door
                                            de aanleg van voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="b."><al>aanduiding van de mate waarin de kosten, verband
                                            houdende met het verlenen van medewerking aan het in
                                            exploitatie brengen van gronden, op de genothebbenden
                                            van de in het vorige lid bedoelde onroerende zaken
                                            kunnen worden verhaald;</al></li><li nr="c."><al>omschrijving van de van gemeentewege uit te voeren
                                            voorzieningen van openbaar nut en daarmee verband
                                            houdende werkzaamheden;</al></li><li nr="d."><al>de bepaling dat, in geval met een exploitant niet tot
                                            overeenstemming kan worden gekomen over een
                                            exploitatie-overeenkomst, kostenverhaal zal kunnen
                                            plaatsvinden door middel van heffing van
                                            baatbelasting;</al></li><li nr="e."><al>een begroting van de ten laste van de onroerende zaken
                                            in het exploitatiegebied komende kosten, verband
                                            houdende met het verlenen van medewerking aan het in
                                            exploitatie brengen van grond, en van de ten gunste van
                                            het in exploitatie nemen van gronden komende
                                            opbrengsten. De opbrengsten bestaan uit:</al></li></lijst></li><li nr="1."><al>subsidies;</al></li><li nr="2."><al>verkoop van gronden;</al></li><li nr="3."><al>bijdragen in de kosten van aanleg van voorzieningen van openbaar
                                    nut, hetzij via overeenkomst hetzij via baatbelasting;</al></li><li nr="4."><al>overige bijdragen. Van deze begroting maakt eveneens deel uit de
                                    wijze van toerekening van de totale kosten en opbrengsten aan de
                                    onroerende zaken in het exploitatiegebied, zoveel mogelijk naar
                                    de mate van het profijt dat de onroerende zaken hebben van het
                                    samenhangend geheel van voorzieningen van openbaar nut.</al></li><li nr="3."><al>In het aangevuld bekostigingsbesluit kan worden bepaald dat de
                                    begroting als bedoeld in het tweede lid onder e later door de
                                    gemeenteraad wordt vastgesteld. De begroting kan door de
                                    gemeenteraad periodiek worden herzien. De begroting wordt
                                    bekendgemaakt op de wijze als bedoeld in artikel 139
                                    Gemeentewet.</al></li><li nr="4."><al>Voor de berekening van de in het tweede lid onder e bedoelde
                                    kosten wordt ervan uitgegaan dat het exploitatiegebied in zijn
                                    geheel door de gemeente in exploitatie zal worden gebracht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Wijze van toerekening naar mate van profijt</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de toerekening van het profijt wordt als rekeneenheid
                                    gebruikt het gemiddelde bedrag van de ten nutte van het
                                    exploitatiegebied gemaakte of te maken kosten per m2
                                    grondoppervlakte.</al></li><li nr="2."><al>Onder de grondoppervlakte wordt verstaan de kadastrale
                                    oppervlakte van de onroerende zaken, waar mogelijk ingedeeld
                                    naar de in een bestemmingsplan opgenomen geprojecteerde kavels
                                    (bouw)grond, vermenigvuldigd met factoren voor ligging en
                                    bestemming en objectieve gebruiksmogelijkheid, waarin het
                                    profijt van de van gemeentewege getroffen voorzieningen van
                                    openbaar nut tot uitdrukking komt.</al></li><li nr="3."><al>Ingeval de toerekening op basis van m2 grondoppervlakte geen
                                    geschikte grondslag blijkt te zijn, geschiedt de toerekening op
                                    basis van een nader door de gemeenteraad te bepalen grondslag,
                                    welke voorziet in de aanwezige verschillen in profijt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vaststelling exploitatiebijdrage </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De exploitant betaalt als bijdrage in de kosten verband houdende
                                    met het verlenen van medewerking aan het in exploitatie brengen
                                    van gronden het bedrag dat volgens de in de begroting als
                                    bedoeld in artikel 3, tweede lid onder e uitgewerkte wijze aan
                                    zijn onroerende zaak wordt toegerekend. Dit bedrag wordt
                                    vermeerderd met de kosten vallende op de afstand van de gronden
                                    bestemd voor de aanleg en/of aanpassing van voorzieningen van
                                    openbaar nut en de kosten van kadastrale uitmeting. Bedoeld
                                    bedrag wordt verminderd met de inbrengwaarde van de bij de
                                    exploitant in eigendom zijnde en voor exploitatie bedoelde
                                    gronden en van de gronden welke zijn bestemd voor het treffen
                                    van voorzieningen van openbaar nut die door exploitant aan de
                                    gemeente worden afgestaan.</al></li><li nr="2."><al>De waarde van de in het eerste lid bedoelde grond die door de
                                    exploitant is ingebracht wordt door de gemeente en de exploitant
                                    gezamenlijk door middel van taxatie vastgesteld. Indien hierover
                                    geen overeenstemming kan worden bereikt, wordt deze waarde
                                    vastgesteld door een commissie van drie deskundigen, van wie één
                                    aan te wijzen door de gemeente, één door de exploitant en een
                                    derde door de beide reeds aangewezen deskundigen of, indien zij
                                    het daarover niet eens kunnen worden, door de terzake bevoegde
                                    kantonrechter.</al></li><li nr="3."><al>Indien de exploitant zelf conform artikel 6, derde lid, onder e
                                    voorzieningen van openbaar nut aanlegt bestaat de
                                    exploitatiebijdrage uit de bijdrage, zoals deze op grond van het
                                    eerste lid van dit artikel wordt bepaald, verminderd met de
                                    kosten van de door exploitant uit te voeren werkzaamheden,
                                    voorzover deze kosten corresponderen met de begroting van kosten
                                    zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder e.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inhoud exploitatie-overeenkomst</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verhaal van kosten verband houdende met het verlenen van
                                    medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden vindt
                                    plaats met inachtneming van de voorgaande artikelen. Van de
                                    exploitatie-overeenkomst wordt een akte opgemaakt. Indien de
                                    exploitatie-overeenkomst mede een grondtransactie betreft, is
                                    dit een notariële akte.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders besluiten tot het aangaan van een
                                    exploitatie-overeenkomst op initiatief van de gemeente slechts
                                    nadat een aangevuld bekostigingsbesluit is vastgesteld.</al></li><li nr="3."><al>De exploitatie-overeenkomst bevat in ieder geval bepalingen
                                    over:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard, omvang en kwaliteit van de door de gemeente of
                                            exploitant aan te leggen voorzieningen van openbaar
                                            nut;</al></li><li nr="b."><al>het tijdvak waarbinnen deze voorzieningen worden
                                            uitgevoerd;</al></li><li nr="c."><al>de ten laste van de exploitant komende bijdrage als
                                            bedoeld in artikel 5, eerste lid;</al></li><li nr="d."><al>in voorkomende gevallen de afstand van gronden aan de
                                            gemeente, voorzover die gronden zijn bestemd voor de
                                            aanleg of aanpassing van voorzieningen van openbaar nut,
                                            en in deze gevallen het verrichten van onderzoek naar
                                            bodemverontreiniging op kosten van exploitant;</al></li><li nr="e."><al>in gevallen waarbij burgemeester en wethouders besluiten
                                            de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de door de
                                            gemeente aan te leggen voorzieningen van openbaar nut
                                            aan de exploitant op te dragen: deze opdracht en de
                                            waarborging van een tijdige en kwalitatief goede
                                            uitvoering;</al></li><li nr="f."><al>een betalingsregeling;</al></li><li nr="g."><al>in voorkomende gevallen een taakverdeling;</al></li><li nr="h."><al>in voorkomende gevallen een regeling voor gewijzigde
                                            omstandigheden, wanprestatie, aansprakelijkheid en
                                            faillissement.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>In exploitatie brengen op verzoek van exploitant </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Indiening aanvraag voor medewerking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een belanghebbende kan bij burgemeester en wethouders een
                                    aanvraag indienen voor medewerking aan het in exploitatie
                                    brengen van gronden.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts medewerking aan het
                                    op aanvraag van exploitant in exploitatie brengen van gronden
                                    krachtens een exploitatie-overeenkomst als bedoeld in artikel 6,
                                    met dien verstande dat artikel 6, tweede lid in dat geval niet
                                    van toepassing is.</al></li><li nr="3."><al>Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te
                                            brengen onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>gegevens, waaruit blijkt dat de belanghebbende
                                            genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
                                            van de in exploitatie te brengen onroerende zaken is of
                                            kan worden;</al></li><li nr="c."><al>gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen
                                            (bouw)werkzaamheden.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Ingeval door burgemeester en wethouders een aanvraag voor een
                                    bouwvergunning, eventueel in combinatie met een aanvraag voor
                                    vrijstelling, wordt ontvangen, waarbij in geval van verlening
                                    van de vrijstelling en/of bouwvergunning van gemeentewege
                                    voorzieningen van openbaar nut moeten worden getroffen, wordt
                                    hiervan zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval voor de
                                    beslissing op de aanvraag mededeling gedaan aan de aanvrager.
                                    Daarbij zal een zo nauwkeurig mogelijke raming van de voor
                                    rekening van de exploitant komende kosten, verband houdende met
                                    het in exploitatie brengen van gronden, worden verstrekt. Tevens
                                    zal daarbij aan de aanvrager de gelegenheid worden gegeven tot
                                    het indienen van een aanvraag voor medewerking.</al></li><li nr="5."><al>Burgemeester en wethouders reageren op de aanvraag voor
                                    medewerking, hetzij met een weigering hetzij met de aanbieding
                                    van een concept-overeenkomst, binnen zes maanden na de dag
                                    waarop het verzoek is ontvangen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Aanhouding verzoek</titel></kop><al>De reactie op een aanvraag kan worden aangehouden: </al><lijst><li nr="a."><al>ingeval de procedure tot goedkeuring van een van toepassing
                                    zijnd bestemmingsplan of een herziening daarvan nog niet is
                                    afgerond, tot vier weken na het onherroepelijk worden van (het
                                    betreffende deel van) het bestemmingsplan of de herziening
                                    daarvan;</al></li><li nr="b."><al>ingeval voorzienbaar is dat de in artikel 9 genoemde
                                    belemmeringen binnen afzienbare tijd zullen kunnen worden
                                    weggenomen, tot vier weken nadat deze belemmeringen zijn
                                    weggenomen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Weigeringsgronden voor een exploitatie-overeenkomst</titel></kop><al>De medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden behoeft in
                            ieder geval niet te worden verleend, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de in exploitatie te brengen grond niet is gelegen in een gebied
                                    waarvoor een bestemmingsplan geldt;</al></li><li nr="b."><al>de door de exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden of de
                                    daartoe benodigde voorzieningen van openbaar nut zouden leiden
                                    tot strijd met het bestemmingsplan of de Woningwet;</al></li><li nr="c."><al>het treffen van de voorzieningen, hoewel overeenkomstig een
                                    bestemmingsplan, anderszins zou leiden tot strijd met belangen
                                    van een doeltreffende uitbreiding van bebouwing of
                                    herinrichting;</al></li><li nr="d."><al>het in exploitatie brengen van grond anderszins zou leiden tot
                                    ten laste van de gemeente blijvende kosten van voorzieningen van
                                    openbaar nut of tot bezwaren ten aanzien van het doeltreffend
                                    voorzien in watervoorziening, openbare verlichting, riolering en
                                    andere voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="e."><al>exploitant geen afstand wil doen van gronden ten behoeve van
                                    aanleg van voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="f."><al>exploitant de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut niet
                                    wil onderzoeken op de aanwezigheid van bodemverontreiniging, dan
                                    wel de bodem niet wil saneren wanneer dat noodzakelijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Relatie baatbelasting</titel></kop><al>In een gebied waarvoor een aangevuld bekostigingsbesluit is genomen,
                            zal, indien de exploitant een exploitatie-overeenkomst aangaat, in de
                            overeenkomst worden bepaald dat, met betrekking tot de uitvoering van de
                            in deze overeenkomst genoemde voorzieningen van openbaar nut, geen
                            aanvullend kostenverhaal op basis van baatbelasting ten laste van de
                            betreffende onroerende zaak zal plaatsvinden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Uitzonderingsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bepaalde in artikel 2, onder 1, en de artikelen 3, 5, en 6
                                    van deze verordening is niet van toepassing voor voorzieningen
                                    van openbaar nut van ondergeschikt belang, zoals een uitweg op
                                    de openbare weg of een aansluiting op het openbare riool. In
                                    dergelijke gevallen besluiten burgemeester en wethouders onder
                                    welke voorwaarden deze voorzieningen van openbaar nut door of
                                    met medewerking van de gemeente zullen worden aangelegd.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in artikel 2, onder 1, voor zover geen betrekking
                                    hebbend op de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut, en
                                    artikel 5, eerste en tweede lid van deze verordening kan buiten
                                    toepassing blijven ten aanzien van</al><lijst><li nr="a."><al>een exploitatiegebied dat in de naaste toekomst niet of
                                            niet geheel voor bebouwing in aanmerking komt;</al></li><li nr="b."><al>de in een exploitatiegebied gelegen gronden die in de
                                            naaste toekomst niet voor bebouwing in aanmerking
                                            komen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>Ten aanzien van exploitatiegebieden waarvoor geldt dat vóór het moment
                            van inwerkingtreding van deze verordening een bekostigingsbesluit is
                            genomen of de voorzieningen van openbaar nut reeds in uitvoering zijn,
                            vinden de bepalingen van deze verordening voor dat exploitatiegebied,
                            voor zover nodig op een aan die situatie aangepaste wijze toepassing. In
                            ieder geval stelt de gemeenteraad in die gevallen een begroting van
                            kosten en opbrengsten als bedoeld in artikel 3, tweede lid onder e,
                            vast, en wordt deze begroting bekendgemaakt op de wijze als bedoeld in
                            artikel 139 Gemeentewet. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van zes weken na
                                    de dag van bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>Op hetzelfde tijdstip vervalt de 'Exploitatieverordening 1994',
                                    zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 16 december 1993.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Exploitatieverordening
                            Bloemendaal 2004”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de raad der gemeente Bloemendaal,</ondertekening><ondertekening>gehouden op 14 oktober 2004.</ondertekening><ondertekening>L.A. Snoeck-Schuller , voorzitter</ondertekening><ondertekening>S.H. v.d. Berg , griffier (plv.)</ondertekening><ondertekening>In werking : 3 december 2004</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting op de Exploitatieverordening Bloemendaal 2004</label></kop><al>Algemeen </al><al>Als basis voor deze verordening heeft gediend het VNG-model d.d. 15
                            december 2002, zoals op 28 mei 2003 aangepast. Diverse aanpassingen aan
                            gewijzigde wetgeving, waaronder de Wet dualisering gemeentebestuur, en
                            ervaringen in de praktijk hebben tot een ingrijpend gewijzigde
                            verordening geleid.</al><al>Artikelgewijs </al><divisie><kop><label>Artikel 1 Begripsbepalingen </label></kop><al>Artikel 42 WRO geeft aan dat de exploitatieverordening de voorwaarden
                            bevat waaronder de gemeente medewerking zal verlenen aan het in
                            exploitatie brengen van gronden. Daarnaast geeft het tweede lid van
                            artikel 42 WRO aan dat de exploitatieverordening onder meer
                            voorschriften bevat omtrent het aandeel van de kosten van voorzieningen
                            van openbaar nut dat ten laste wordt gebracht van de gebate gronden. De
                            medewerking kan dus zowel bestaan uit het treffen van voorzieningen van
                            openbaar nut, als uit werkzaamheden die de gemeente verricht teneinde de
                            aanleg van voorzieningen van openbaar nut door een derde (eventueel
                            exploitant zelf) mogelijk te maken. De definitie van medewerking aan het
                            in exploitatie brengen van grond sluit ook aan op de voor de
                            baatbelasting gehanteerde definitie. Dit betekent dat alle eigenaren en
                            genothebbenden van gebate onroerende zaken in een door voorzieningen
                            gebaat gebied, ook de eigenaren van reeds gebouwde percelen, in
                            aanmerking komen voor een exploitatieovereenkomst. In ieder geval dient
                            hiermee in de omslag van kosten rekening te worden gehouden. In de
                            baatbelasting-nieuwe-stijl wordt omschreven wie belastingplichtig is. </al><al>Deze verordening beoogt een zo nauw mogelijke samenhang in de inzet van
                            privaatrechtelijk en fiscaalrechtelijk kostenverhaal. Om die reden is
                            een definitie van een mogelijke contractpartner in het kader van de
                            exploitatieverordening gekozen die de omschrijving van een mogelijke
                            belastingplichtige 'dekt'. Exploitanten kunnen dus zowel voor fiscaal
                            als privaatrechtelijk kostenverhaal in aanmerking komen. Hoewel voor de
                            baatbelasting geldt dat economische eigenaren van gronden die gebaat
                            worden door de aanleg van openbare voorzieningen niet worden geacht
                            'genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht' van die
                            gronden te zijn, zijn zij uitdrukkelijk wel partij voor een te sluiten
                            exploitatieovereenkomst. Om verwarring te voorkomen is daarom in de
                            definitie ook de 'anderszins rechthebbende' expliciet vermeld. In ieder
                            geval valt onder de definitie van exploitant ook de economisch eigenaar
                            en degene die op een andere wijze kan aantonen dat hij de grond in
                            eigendom zal (kunnen) verkrijgen (zie ook artikel 7, derde lid onder b).
                            De aanwijzing van exploitatiegebieden maakt ook toepassing mogelijk op
                            onroerende zaken in stads- en dorpsvernieuwingsgebieden. Het kan met
                            andere woorden zowel om nieuwbouwlocaties als om reconstructie van
                            bestaand bebouwd gebied gaan. Rioolwaterzuiveringsinstallaties en
                            bemalingsinrichtingen komen op de lijst van werken die als voorzieningen
                            van openbaar nut kunnen worden aangemerkt niet meer voor; dit omdat de
                            kosten van deze voorzieningen ten laste van de waterkwaliteitsbeheerders
                            behoren te komen en niet ten laste van de gemeentelijke
                            grondexploitatie. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 2 Kosten van exploitatie </label></kop><al>De gemeente brengt de kosten in rekening verband houdende met het door
                            of met medewerking van de gemeente treffen van voorzieningen van
                            openbaar nut. Dit kan meer zijn dan alleen de directe kosten van de
                            aanleg van voorzieningen van openbaar nut. In dit artikel wordt
                            aangegeven welke voorzieningen voor kostenverhaal in aanmerking komen,
                            en vervolgens welke daarmee samenhangende kosten. Er is een aantal extra
                            kostencategorieën expliciet opgenomen: voorbereiding, toezicht en
                            onderzoek ten behoeve van de voorzieningen van openbaar nut, tijdelijk
                            beheer van gronden, bodemonderzoek en -sanering, in verband met de
                            milieuwetgeving noodzakelijke maatregelen en voorzieningen op, en de
                            verwerving van, de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut en het
                            slopen van opstallen op die ondergrond. Met nadruk zij vermeld dat als
                            exploitatiegebied wordt aangemerkt het totale gebate gebied; dit gebied
                            omvat niet alleen de voor nieuwbouw in aanmerking komende gronden (zoals
                            gebruikelijk bij veel puur gemeentelijke exploitatie-opzetten), maar ook
                            het overige gebate gebied. Omgekeerd kan het exploitatiegebied weer niet
                            gelijk zijn aan het bestemmingsplangebied. Afhankelijk van de
                            doelstellingen van het bestemmingsplan en de daaruit voortvloeiende
                            begrenzing kan het exploitatiegebied kleiner zijn dan het
                            bestemmingsplangebied dan wel groter. Onder de inbrengwaarde van gronden
                            wordt zowel de waarde van de grond zelf als de opstallen, die niet
                            kunnen worden gehandhaafd, begrepen. Omdat het hier grondexploitatie
                            betreft is toch gekozen voor de term 'gronden', hoewel het hier
                            feitelijk de inbrengwaarde van onroerende zaken betreft. Onder de
                            inbrengwaarde wordt ook begrepen de kosten van schadevergoedingen,
                            waaronder ook zeker planschadevergoedingen. Achterliggend idee van de
                            inbrengwaardemethodiek (zie ook de toelichting op artikel 5 van deze
                            verordening) is de toepassing van de fictie van gemeentelijke
                            grondexploitatie op de situatie van particuliere grondexploitatie.
                            Welnu, in een gemeentelijke grondexploitatie zou het voor de hand liggen
                            de van tevoren getaxeerde (te verwachten) planschadevergoedingen mee te
                            nemen. De kosten van bodemsanering komen alleen voor rekening van
                            exploitant voor zover het de gemeente niet lukt de kosten hiervan te
                            verhalen op degene die aansprakelijk kan worden gesteld voor de
                            bodemverontreiniging, en voorzover betrekking hebbend op de ondergrond
                            van voorzieningen van openbaar nut. Dat spreekt weliswaar voor zich,
                            maar voor de duidelijkheid is dit toch in de betreffende bepaling
                            opgenomen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 3 Vaststelling aangevuld bekostigingsbesluit </label></kop><al>Sinds juni 1991 is een bekostigingsbesluit een minimale voorwaarde voor
                            het kunnen heffen van een baatbelasting. Het aangevuld
                            bekostigingsbesluit bevat de krachtens de Gemeentewet verplichte
                            elementen van een bekostigingsbesluit (een aanduiding van het gebate
                            gebied en de mate waarin de aan de voorzieningen verbonden lasten zullen
                            worden verhaald), maar daarnaast ook een aanduiding van de voorzieningen
                            van openbaar nut en een begroting van kosten en opbrengsten. Deze
                            bepalingen (en enkele andere, zoals de aankondiging dat een
                            exploitatieovereenkomst zal kunnen worden aangeboden) vormen ook de
                            onderscheidende kenmerken van het aangevuld bekostigingsbesluit ten
                            opzichte van het 'gewone' bekostigingsbesluit. Het aangevuld
                            bekostigingsbesluit wordt, met behulp van deze bepalingen, ook een kader
                            voor het privaatrechtelijk kostenverhaal door de gemeente. Een
                            bekostigingsbesluit is een besluit dat exclusief fiscaalrechtelijke
                            rechtsgevolgen heeft en beoogt. Een aangevuld bekostigingsbesluit echter
                            is een rechtsfiguur die alleen bestaat in het kader van de
                            exploitatieverordening. Een dergelijk besluit heeft dezelfde
                            fiscaalrechtelijke status als een bekostigingsbesluit. De bevoegdheid
                            tot het vaststellen van het aangevuld bekostigingsbesluit ligt bij de
                            raad, omdat het tevens geldt als bekostigingsbesluit in de zin van
                            artikel 222 Gemeentewet (baatbelasting). Ook na de Wet dualisering
                            gemeentebestuur is de bevoegdheid tot het vaststellen van
                            bekostigingsbesluiten voor de baatbelasting bij de raad gebleven. Met de
                            woorden 'op initiatief van de gemeente' wordt gedoeld op het volgende.
                            Indien de gemeente voornemens is de voorzieningen van openbaar nut aan
                            te leggen, ongeacht of exploitanten daarom hebben gevraagd of niet, dan
                            wordt het initiatief geacht bij de gemeente te liggen. Dit kan betekenen
                            dat de gemeente weliswaar weet dat één (of enkele) exploitanten van zins
                            zijn gronden in exploitatie te brengen, maar ongeacht dat feit zelf van
                            zins is voorzieningen van openbaar nut aan te leggen. Indien de gemeente
                            zelf geen voornemens had aangaande de aanleg van voorzieningen van
                            openbaar nut maar daartoe wel bereid is op verzoek van exploitanten over
                            te gaan, dan is sprake van initiatief van de exploitant. Dat laat
                            onverlet dat gemeenten een (aangevuld) bekostigingsbesluit kunnen nemen
                            indien exploitant het initiatief neemt maar uiteindelijk er niet in
                            slaagt met de gemeente een exploitatieovereenkomst te sluiten. In dat
                            geval ligt een 'gewoon' bekostigingsbesluit overigens meer voor de hand
                            dan een aangevuld bekostigingsbesluit. De exploitant is immers niet
                            bereid een exploitatieovereenkomst aan te gaan, dus aan een basis
                            daarvoor in de vorm van een aangevuld bekostigingsbesluit is geen
                            behoefte meer. Een begroting van de opbrengsten is opgenomen om de
                            exploitant inzicht te verschaffen in de op alle (dus ook gemeentelijke)
                            gronden te verhalen kosten, en in de mate waarin (denk ook aan
                            tekort-locaties) en de wijze waarop die kosten over de exploitanten
                            worden omgeslagen. Dit inzicht kan de bereidheid van de exploitant tot
                            betaling van een bijdrage vergroten. In het aangevuld
                            bekostigingsbesluit kán worden bepaald dat de begroting van kosten en
                            opbrengsten later door de gemeenteraad wordt vastgesteld. De begroting
                            kán ook door de gemeenteraad periodiek worden herzien. Er is niet altijd
                            voldoende tijd om de begroting vast te stellen tegelijk met het
                            aangevuld bekostigingsbesluit. In die gevallen kan worden besloten de
                            begroting later vast te stellen. Deze bevoegdheid berust overigens per
                            definitie bij de raad, aangezien de begroting deel uitmaakt van het
                            aangevuld bekostigingsbesluit (dat op grond van artikel 156, tweede lid
                            onder g Gemeentewet per definitie door de gemeenteraad moet worden
                            genomen). Uiteraard moet er op het moment dat een eerste
                            exploitatieovereenkomst wordt afgesloten wel een begroting zijn; die
                            begroting vormt immers de grondslag voor de berekening van de
                            exploitatiebijdrage(n). Ten overvloede kan hier nog gewezen worden op
                            het belang van de naleving van de voorschriften van de
                            exploitatieverordening in het algemeen en dit voorschrift in het
                            bijzonder. De exploitatieovereenkomst die in het arrest- Uden van 15
                            februari 1996 door de Hoge Raad nietig werd geacht, ontbeerde onder
                            andere een tijdig vastgestelde exploitatie-opzet. Een begroting kan
                            eveneens periodiek worden herzien. Dat betekent dat de
                            exploitatiebijdragen die middels exploitatieovereenkomst in rekening
                            worden gebracht, kunnen worden vastgesteld op grond van (in de tijd)
                            verschillende begrotingen, afhankelijk van het moment waarop de
                            exploitatieovereenkomst wordt aangegaan. Het is echter raadzaam
                            zorgvuldig om te gaan met wijzigingen in de begroting. Grote verschillen
                            kunnen leiden tot vragen over de billijkheid van exploitatiebijdragen in
                            verhouding tot door andere exploitanten eerder betaalde bedragen, en tot
                            druk op de onderhandelingen. Overigens kan in het kader van
                            kostenverhaal via baatbelasting het totaalbedrag aan te verhalen kosten
                            géén verandering ondergaan. In het aangevuld bekostigingsbesluit wordt
                            uitgegaan van de vermelding van een percentage te verhalen kosten (in
                            beginsel 100%). In de baatbelastingverordening, die tot twee jaar na
                            realisatie van de voorzieningen kan worden vastgesteld, kan dan worden
                            aangegeven welk bedrag aan werkelijke kosten worden verhaald. Anders is
                            het als er voor wordt gekozen in het aangevuld bekostigingsbesluit reeds
                            een bedrag te vermelden. Dat bedrag is dan het maximaal via
                            baatbelasting te verhalen bedrag. Bij hantering van een percentage in
                            het aangevuld bekostigingsbesluit functioneert de begroting dus alleen
                            als berekeningsbasis voor exploitatiebijdragen op grond van de
                            exploitatieverordening. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 4 Wijze van toerekening naar de mate van profijt </label></kop><al>Uitgegaan wordt van de situatie dat de gemeente het gebied in zijn
                            geheel tot exploitatie brengt; de berekening is daarom gestoeld op de
                            (fictieve) situatie dat de gemeente alle benodigde gronden heeft
                            verworven en alle kosten omslaat over die gronden, gedifferentieerd naar
                            objectief (dat wil zeggen: aan de grond, niet aan de eigenaar of
                            exploitant) bepaalbare factoren als ligging, bestemming en objectieve
                            gebruiksmogelijkheid. Objectief, dat wil in dit geval letterlijk zeggen
                            gerelateerd aan het object, de onroerende zaak. De vraag of de
                            'toevallige' eigenaar of rechthebbende, gezien het huidige gebruik van
                            de onroerende zaak en/of zijn of haar wensen met betrekking tot de
                            inrichting van het gebied, gebaat is of zich gebaat voelt, is in dit
                            verband niet ter zake. Dat kan ertoe leiden dat bestaande bebouwing
                            objectief gezien gebaat is, wat betekent dat van de rechthebbenden op
                            die onroerende zaken een bijdrage gevraagd kan worden. In het geval van
                            heffing van baatbelasting is er zelfs de plicht deze onroerende zaken te
                            belasten. Alle gebate percelen moeten worden aangeslagen. Wel is het
                            mogelijk middels tariefdifferentiatie bebouwde grond minder te belasten
                            dan (nog) niet bebouwde grond, uiteraard alleen voorzover dit verband
                            houdt met objectief aanwijsbare verschillen in baat. Deze objectief
                            aanwijsbare verschillen in baat kunnen zich bijvoorbeeld voordoen als
                            een perceel reeds over alle te realiseren voorzieningen beschikt en
                            evenmin wordt gebaat door deze extra voorzieningen (bijvoorbeeld een
                            perceel dat reeds twee ontsluitingen heeft, riolering, enz.). Het
                            gebruik van m2 als rekeneenheid sluit aan op de bij de uitgifte van
                            gronden gehanteerde kostprijsberekening per m2. Lid 3 van dit artikel
                            voorziet in de mogelijkheid dat (onverhoopt) de naar ligging en
                            dergelijke gedifferentieerde grondslag het profijt onvoldoende tot
                            uitdrukking brengt: in dat geval stelt de gemeenteraad een andere
                            grondslag voor toerekening vast. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 5 Vaststelling exploitatiebijdrage </label></kop><al>De bij de berekening van de exploitatiebijdrage gehanteerde
                            inbrengwaardemethodiek biedt een goede maatstaf voor de baat die gronden
                            hebben bij openbare voorzieningen. Uitgangspunt is, zoals gezegd, dat de
                            gemeente het gehele gebied zelf in exploitatie brengt. </al><al>De werkwijze is dan als volgt:</al><lijst><li nr="1."><al>De waarde van alle gronden in het gebied wordt vastgesteld.</al></li><li nr="2."><al>Alle kosten verbonden aan de exploitatie worden berekend.</al></li><li nr="3."><al>De op deze wijze berekende totale kosten worden gemiddeld per m2
                                    (gebate, bebouwde óf onbebouwde) grond vastgesteld (er kunnen
                                    ook andere verdeelmaatstaven worden gehanteerd).</al></li><li nr="4."><al>De hieruit resulterende gemiddelde bruto-bijdrage per m2 wordt
                                    vermenigvuldigd met het aantal m2 gebate grond van exploitant
                                    (en eventueel vermenigvuldigd met (een) factor(en) voor ligging,
                                    bestemming en dergelijke).</al></li><li nr="5."><al>Op dit bedrag wordt in mindering gebracht de getaxeerde waarde
                                    van de door exploitant ingebrachte grond, zowel die ten behoeve
                                    van de exploitatie als die ten behoeve van de aanleg van
                                    voorzieningen van openbaar nut.</al></li></lijst><al>De inbrengwaarde is daarmee van groot belang voor de vaststelling van
                            zowel de gemiddelde kostprijs per m2 (die stijgt als de inbrengwaarde
                            stijgt) als de individuele exploitatiebijdrage (die daalt als de
                            inbrengwaarde stijgt). Om die reden is in het tweede lid een regeling
                            opgenomen voor de vaststelling van de inbrengwaarde van de gronden van
                            exploitant. Het derde lid van dit artikel regelt de berekening van de
                            exploitatiebijdrage in het geval dat de exploitant tot (gehele of
                            gedeeltelijke) realisatie van de voorzieningen van openbaar nut
                            overgaat. Kort gezegd wordt op de bijdrage dan nog extra in mindering
                            gebracht het in eerste instantie in de begroting opgenomen bedrag voor
                            de voorzieningen van openbaar nut, voorzover die voorzieningen voor
                            rekening en risico van de exploitant komen. De methodiek van de
                            inbrengwaarde biedt weliswaar een goede maatstaf voor de berekening van
                            exploitatiebijdragen naar analogie van de gemeentelijke
                            grondexploitatie, maar kan wel bewerkelijk zijn. Om die reden is in
                            artikel 11 een aantal uitzonderingssituaties aangegeven waarin de
                            exploitatiebijdrage op een andere wijze kan worden berekend. De
                            begroting van kosten en opbrengsten vervult een belangrijke rol bij het
                            privaatrechtelijk kostenverhaal. Het aangevuld bekostigingsbesluit vormt
                            het kader voor de wijze van kostenverhaal, en de begroting vormt de
                            basis voor de berekening van individuele exploitatiebijdragen
                            verschuldigd op grond van een exploitatieovereenkomst. De begroting
                            vervult weliswaar een belangrijke rol in het privaatrechtelijk
                            kostenverhaal, maar blijft deel uitmaken van het aangevuld
                            bekostigingsbesluit. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 6 Inhoud exploitatieovereenkomst </label></kop><al>In dit artikel wordt uitgesproken dat de gemeente bij kostenverhaal van
                            voorzieningen van openbaar nut de voorkeur geeft aan het instrument van
                            de exploitatieovereenkomst krachtens de exploitatieverordening. Hiermee
                            wordt het vrijwillige karakter van de overeenkomst bevestigd, zoals dat
                            in de praktijk en jurisprudentie blijkt. Teneinde de indruk te vermijden
                            dat in alle gevallen een aangevuld bekostigingsbesluit verplicht is om
                            een exploitatieovereenkomst te kunnen sluiten, is expliciet vermeld dat
                            het hier exploitatie op initiatief van de gemeente betreft. Op grond van
                            de verordening wordt de overeenkomst ook voorzien van kwaliteitseisen
                            aan de voorzieningen, in voorkomende gevallen van bepalingen omtrent de
                            afstand van grond aan de gemeente, van een betalingsregeling, in
                            voorkomende gevallen (namelijk wanneer de gemeente een deel van de
                            voorzieningen realiseert en een particuliere eigenaar een deel) een
                            taakverdeling, uitvoeringstermijn(en) en een regeling voor gewijzigde
                            omstandigheden, wanprestatie, aansprakelijkheid en faillissement. De
                            afstand van grond aan de gemeente betreft de ondergrond van openbare
                            voorzieningen. De gemeente zal immers in vrijwel alle gevallen
                            onderhoudsplichtig zijn voor de openbare voorzieningen. Het bepaalde
                            onder artikel 42, tweede lid onder a, van de Wet op de ruimtelijke
                            ordening vormt de juridische basis voor het afhankelijk stellen van het
                            treffen van voorzieningen van openbaar nut van de afstand van grond.
                            Hiermee wordt niet gedoeld op de afstand van grond waarop
                            woningbouwkavels of kavels voor bedrijfsvestiging zijn voorzien. De
                            exploitatieverordening is geen extra verwervingsinstrument. De
                            bevoegdheid te besluiten tot het aangaan van exploitatieovereenkomsten
                            ligt bij het college van burgemeester en wethouders. Op 7 maart 2002 is
                            de Wet dualisering gemeentebestuur (Stb. 111, 2002) in werking getreden
                            die strekt tot concentratie van bestuursbevoegdheden bij het college en
                            concentratie van kaderstellende en controlerende bevoegdheden bij de
                            raad. In de Wet dualisering gemeentebestuur is de bevoegdheid tot het
                            besluiten tot het aangaan van overeenkomsten aan het college
                            geattribueerd. Het is mogelijk dat een exploitatie-overeenkomst van
                            zodanig belang is, dat de raad moet worden ingelicht. Op die situatie
                            ziet artikel 169, vierde lid Gemeentewet. Dit artikel bepaalt dat
                            vóórdat het college een dergelijk besluit neemt dient het de raad
                            inlichtingen te geven over de uitoefening van de bevoegdheid, 'indien de
                            raad daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan
                            hebben voor de gemeente'. In het laatste geval 'neemt het college geen
                            besluit dan nadat de raad zijn wensen en bedenkingen ter zake ter kennis
                            van het college heeft kunnen brengen'. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 7 Indiening verzoek om medewerking </label></kop><al>In beginsel neemt de gemeente het initiatief tot het in exploitatie
                            brengen van een gebied; het is echter ook mogelijk dat de exploitant het
                            initiatief neemt. Dat kan middels een bij burgemeester en wethouders
                            ingediende aanvraag. Vroeger werd er nog van uitgegaan dat het altijd om
                            de realisatie van opstallen zou gaan, nu vallen alle (bouw)werkzaamheden
                            in beginsel onder vigeur van de verordening, en bovendien alle percelen
                            die gebaat zijn, ongeacht of er (bouw)werkzaamheden op plaatsvinden. Ten
                            behoeve van de rechtszekerheid van de burger en in verband met de
                            informatietaak van de gemeente wordt, in het geval dat daarvoor
                            voorzieningen van openbaar nut moeten worden aangelegd, een aanvrager
                            van een bouwvergunning vóór de beslissing op die aanvraag gemeld dat van
                            hem of haar een bijdrage wordt verwacht in verband met benodigde
                            voorzieningen van openbaar nut. Dit maakt het de aanvrager ook beter
                            mogelijk de aan de (bouw)werken verbonden kosten af te wegen. Het
                            besluit van burgemeester en wethouders op de bouwaanvraag staat
                            uiteraard geheel los van de beslissing van de exploitant om wel of niet
                            een exploitatieovereenkomst aan te gaan. Uit de jurisprudentie over
                            kostenverhaal blijkt de onmogelijkheid via financiële voorwaarden aan
                            besluiten kostenverhaal te plegen. </al><al>Een exploitatieovereenkomst op aanvraag van exploitant is gelijk aan een
                            exploitatieovereenkomst op initiatief van de gemeente, met dien
                            verstande dat een aangevuld bekostigingsbesluit in het eerste geval niet
                            vereist is. Een begroting is in alle gevallen vereist, want deze vormt
                            de basis voor berekening van de exploitatiebijdragen (zie ook artikel 6,
                            derde lid onder c). Het blijft evenwel mogelijk, indien de aanvraag tot
                            het aangaan van een exploitatieovereenkomst niet kan worden gehonoreerd,
                            dat de gemeente toch voorzieningen van openbaar nut wil (laten)
                            aanleggen en de kosten daarvan op de gebate percelen wil verhalen.
                            Afhankelijk van de aanwezigheid van andere gebate percelen dan dat van
                            de oorspronkelijke aanvrager van de exploitatieovereenkomst kan de
                            gemeenteraad in zo'n geval een 'gewoon' of een aangevuld
                            bekostigingsbesluit nemen. In het geval van een 'gewoon'
                            bekostigingsbesluit vindt het kostenverhaal niet meer plaats binnen het
                            kader van de exploitatieverordening, maar op grond van de algemene
                            bevoegdheid tot heffing van baatbelasting. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 8 Aanhouding verzoek </label></kop><al>De gemeente bindt zichzelf met deze verordening. Het is echter niet
                            nodig dat de gemeente zich, in een concreet geval, bindt tegen haar wil
                            en het belang van de aanvrager in. Met deze bepaling wordt voorkomen dat
                            de gemeente een aanvraag moet afwijzen, terwijl zij er in beginsel
                            positief tegenover staat. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 9 Weigeringsgronden voor een overeenkomst </label></kop><al>Toegevoegd zijn de weigeringsgronden met betrekking tot strijdigheid met
                            het bestemmingsplan respectievelijk die met betrekking tot de weigering
                            ondergrond van te realiseren voorzieningen van openbaar nut over te
                            dragen. Met het laatste wordt invulling gegeven aan artikel 42, tweede
                            lid onder a: '(voorschriften omtrent:) de gevallen waarin en de wijze
                            waarop het treffen van voorzieningen van openbaar nut afhankelijk wordt
                            gesteld van de afstand van grond aan de gemeente'. Ten slotte is ook
                            nieuw de mogelijkheid medewerking te weigeren als een exploitant de
                            bodem van de aan de gemeente over te dragen (onder)grond (van
                            voorzieningen van openbaar nut) niet wil onderzoeken, of saneren wanneer
                            dat noodzakelijk is. De bodemsaneringsproblematiek, en met name het
                            gebrek aan middelen voor sanering, maakt het noodzakelijk voor gemeenten
                            voorzichtigheid op dit punt te betrachten. De weigeringsgronden kunnen
                            zich zowel voordoen in het geval van een aanvraag van de exploitant als
                            in het geval van een gemeentelijk aanbod tot het aangaan van een
                            exploitatieovereenkomst op grond van een aangevuld bekostigingsbesluit.
                        </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 10 Relatie met baatbelasting </label></kop><al>De exploitant sluit niet alleen een overeenkomst over een te betalen
                            exploitatiebijdrage, maar koopt met deze overeenkomst ook het risico van
                            een baatbelasting af. De praktijk van grondexploitatie leert dat de
                            daarmee verbonden kosten geregeld hoger uitvallen dan berekend. De
                            baatbelasting wordt vaak berekend op basis van reële kosten, terwijl de
                            exploitatiebijdrage op grond van de exploitatieovereenkomst wordt
                            berekend op basis van gecalculeerde kosten (op 'voorcalculatorische'
                            basis). De exploitatieovereenkomst wordt weliswaar vrijwillig aangegaan,
                            maar de weigering een exploitatieovereenkomst aan te gaan betekent niet
                            dat de aan de exploitant gepresenteerde rekening dan niet moet worden
                            voldaan; de exploitatiebijdrage wordt niet 'vergeten'. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 11 Uitzonderingsbepalingen </label></kop><al>De centrale regeling in de exploitatieverordening (vaststelling door de
                            raad van een aangevuld bekostigingsbesluit per exploitatiegebied en
                            dergelijke) is onnodig ingewikkeld om te komen tot een contractueel
                            verhaal van kosten van geïsoleerde, geen onderdeel van een complex
                            werken uitmakende, voorzieningen van (semi-)openbaar nut zoals het
                            aanbrengen van een uitrit op de openbare weg of het realiseren van een
                            huisaansluiting tussen erfgrens en straatriool. Om die reden wordt voor
                            die voorzieningen in het eerste lid van dit artikel een uitzondering
                            gemaakt wat betreft de procedure voorafgaand aan een
                            exploitatieovereenkomst. Voor gronden die niet in de naaste toekomst
                            voor bebouwing in aanmerking komen (o.a. bestaande bebouwing) geldt
                            evenzeer dat een eenvoudiger werkwijze moet kunnen worden gevolgd voor
                            de berekening van exploitatiebijdragen. Het is immers mogelijk dat
                            gronden worden gebaat door de aanleg van voorzieningen van openbaar nut,
                            zonder dat zij door deze aanleg 'in de naaste toekomst voor bebouwing in
                            aanmerking komen' (zie artikel 42 WRO). Voor deze gronden geldt dat de
                            wettelijke verplichting tot het hanteren van een exploitatieverordening
                            als basis voor het afsluiten van overeenkomsten strikt genomen niet van
                            toepassing is. Aangezien de exploitatieverordening echter tot doel heeft
                            de rechtszekerheid van de exploitanten te vergroten, ligt het, ook met
                            het oog op voorkoming van juridische vragen over de juiste basis voor
                            een overeenkomst, voor de hand de werking van de verordening verder te
                            laten strekken dan op grond van de wet strikt noodzakelijk is. Op grond
                            van de ontstaansgeschiedenis van artikel 42 WRO moet het ervoor worden
                            gehouden dat de wetgever met het begrip 'gronden die in de naaste
                            toekomst voor bebouwing in aanmerking komen' doelde op gronden die deel
                            uitmaken van de grondexploitatie, d.w.z. : gronden die door de aanleg
                            van voorzieningen van openbaar nut technisch voor bebouwing geschikt
                            worden gemaakt (terwijl zij vóór de aanleg van de voorzieningen niet
                            reeds technisch voor bebouwing geschikt waren). De begrenzing van het
                            exploitatiegebied in menggebieden (deels wel, deels geen nieuwe
                            bebouwing) wordt bij voorkeur 'ruim' genomen, dus inclusief de percelen
                            die niet in de naaste toekomst voor bebouwing in aanmerking komen maar
                            wel gebaat zijn. Dit vindt vanzelf plaats doordat de
                            exploitatieverordening de vaststelling van exploitatiegebieden
                            voorschrijft. Een exploitatiegebied omvat immers de gronden die door de
                            aanleg van voorzieningen van openbaar nut gebaat zijn, ongeacht of de
                            gronden wel of niet deel uitmaken van een grondexploitatie. Dit sluit
                            ook aan op de bouwgrondbelasting ex artikel 274 gemeentewet (oud), op
                            grond waarvan bijdragen konden worden geheven van gronden die door de
                            aanleg van openbare voorzieningen door of met medewerking van de
                            gemeente geschikt of beter geschikt voor bebouwing werden gemaakt of in
                            een voordeliger positie kwamen te verkeren. Het bepaalde in artikel 11,
                            tweede lid onder a is gericht op exploitatiegebieden die voor een deel
                            (in de praktijk meestal voor het grootste deel) bestaande bebouwing
                            bevatten. Het gaat dan bijvoorbeeld om de reconstructie van een
                            winkelstraat of de aanleg van riolering in het buitengebied. Het
                            bepaalde in artikel 11, tweede lid onder b is gericht op individuele
                            gronden gelegen in een exploitatiegebied dat grotendeels nog niet
                            bebouwd is. Het betreft dan gebieden waar daadwerkelijk grondexploitatie
                            plaatsvindt. De toepassing van de exploitatieverordening heeft
                            betrekking op alle gronden die gebaat zijn, dus ook (bijvoorbeeld) de
                            percelen met bestaande bebouwing aan de rand van het gebied. Voor deze
                            individuele percelen kan op basis van de bedoelde bepaling de
                            inbrengwaardemethodiek buiten toepassing blijven. Dit laat onverlet dat
                            deze gronden wel gebaat zijn en in aanmerking komen voor een
                            exploitatieovereenkomst of de heffing van baatbelasting. Overigens maken
                            de kosten van de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut
                            (uiteraard) deel uit van de kosten die verhaald kunnen worden. In de
                            exploitatieverordening is artikel 11, tweede lid in die zin
                            verduidelijkt. De keuze om voor bepaalde gronden of het
                            exploitatiegebied in zijn geheel de inbrengwaardemethodiek buiten
                            toepassing te laten moet blijken in de begroting van kosten en
                            opbrengsten, waarop immers de inbrengwaarden wel of niet worden vermeld,
                            en waarin bovendien is opgenomen de wijze van toerekening van de kosten
                            aan de betreffende onroerende zaken. De verplichting de wijze van
                            toerekening van exploitatiebijdragen in de begroting op te nemen, houdt
                            niet in dat een bedrag per m2 vermeld moet worden. Het gaat erom inzicht
                            te verschaffen in de wijze van toerekening. Een exploitant hoeft niet
                            uit de begroting reeds zijn of haar bijdrage te kunnen opmaken. Er moet
                            immers ook nog een onderhandelingsproces plaatsvinden, waarin
                            bijvoorbeeld ook nog de inbrengwaarde van de grond aan de orde komt.
                        </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 12 Overgangsbepalingen</label></kop><al>Aangezien de gemeente op het moment van vaststelling van deze
                            verordening beschikt over een verordening die de figuur van het
                            aangevuld bekostigingsbesluit niet kent, dient een op het geval
                            toegespitste oplossing te worden gevonden voor 'lopende' gevallen. Er
                            kan nog regelmatig sprake zijn van exploitanten die reeds onder de
                            werking van de oude verordening een aanvraag tot medewerking hebben
                            gedaan, en wiens overeenkomst na inwerkingtreding van de nieuwe
                            verordening zal worden aangeboden. Op zowel nieuwe als 'lopende'
                            gevallen zal bij voorkeur dezelfde berekeningswijze voor
                            exploitatiebijdragen moeten worden toegepast. Het ligt dan voor de hand
                            de ('nieuwe') inbrengwaardemethodiek te hanteren. Daarvoor is
                            noodzakelijk dat er een begroting wordt vastgesteld. In verband met de
                            Wet dualisering van het gemeentebestuur is de mogelijkheid opgenomen om
                            zo nodig afwijkend van een oude verordening overeenkomsten te laten
                            aangaan door burgemeester en wethouders. Dit is van toepassing omdat de
                            oude verordening het aangaan van overeenkomsten overliet aan de raad. De
                            raad neemt die beslissingen sinds de dualisering niet meer. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 13 Inwerkingtreding</label></kop><al>In de Gemeentewet en de Tijdelijke Referendumwet is een regeling voor
                            bekendmaking voor besluiten, inhoudende algemeen verbindende
                            voorschriften gegeven. De exploitatieverordening kan als algemeen
                            verbindend voorschrift worden aangemerkt. Rekening houdend met de
                            Tijdelijke Referendumwet kan de inwerkingtreding pas zes weken na
                            publicatie plaatsvinden. De oude Exploitatieverordening vervalt
                            dan.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>