<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR341968_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Jeugdhulp Veldhoven 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Veldhoven</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veldhoven</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-64768.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dTractatenblad%257CStaatsblad%257CStaatscourant%257CGemeenteblad%257CProvincieblad%257CWaterschapsblad%257CParlementaireDocumenten%26vrt%3d64768%26zkd%3dInDeGeheleText%26dpr%3dAlle%26spd%3d20141117%26epd%3d20141117%26sdt%3dDatumPublicatie%26ap%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=0&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad 2014, 64768</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening jeugdhulp Veldhoven 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0034925&amp;artikel=2.9">Jeugdwet, art. 2.9</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0034925&amp;artikel=2.12">Jeugdwet, art. 2.12</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-04-08</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>14.122</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening Jeugdhulp Veldhoven 2015
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>– Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al>De begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader
                            worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet. In deze
                            verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                            onder:</al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>- andere voorziening:</cursief>
              </vet> voorziening anders
                            dan in het kader van de Jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs,
                            maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen;</al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>- gesprek:</cursief>
              </vet> gesprek als bedoeld in artikel
                            5;</al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>- ondersteuningsplan:</cursief>
              </vet> het
                            hulpverleningsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet. </al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>- hulpvraag:</cursief>
              </vet> behoefte van een jeugdige of
                            zijn ouders aan jeugdhulp in verband met opgroei- en
                            opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in
                            artikel 2.3, eerste lid, van de wet;</al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>- individuele voorziening:</cursief>
              </vet> op de jeugdige
                            of zijn ouders toegesneden voorziening als bedoeld in artikel 2, tweede
                            lid; </al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>- melding:</cursief>
              </vet> melding van een hulpvraag als
                            bedoeld in artikel 3, eerste lid;</al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>- overige voorziening:</cursief>
              </vet> overige voorziening
                            als bedoeld in artikel 2, eerste lid; waarvoor geen beschikking van het
                            college vereist is;</al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>- pgb: </cursief>
              </vet>persoonsgebonden budget als bedoeld
                            in artikel 8.1.1 van de wet,zijnde een door het college verstrekt
                            budget aan een jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat stelt de
                            jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te
                            betrekken;</al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>- sociaal netwerk: </cursief>
              </vet>personen behorend tot
                            de huiselijke kring of andere personen waarmee een sociale relatie
                                bestaat<vet>;</vet></al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>- wet:</cursief>
              </vet> Jeugdwet<cursief>.</cursief></al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>Vormen van jeugdhulp</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De volgende vormen van overige voorzieningen zijn beschikbaar: </al>
              <lijst>
                <li nr="-"><al>Informatie, consultatie en (handelings)advies</al></li>
                <li nr="-"><al>Licht (pedagogische) hulp</al></li>
                <li nr="-"><al>Kortdurende cliëntondersteuning</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De volgende vormen van individuele voorzieningen zijn
                                beschikbaar:</al>
              <lijst>
                <li nr="-"><al>Ambulante zorg</al></li>
                <li nr="-"><al>Behandeling met verblijf deeltijd/dagbehandeling</al></li>
                <li nr="-"><al>Behandeling met verblijf 24-uur</al></li>
                <li nr="-"><al>Pleegzorg</al></li>
                <li nr="-"><al>Jeugdzorg<sup>plus </sup>(gesloten jeugdzorg)</al></li>
                <li nr="-"><al>Diagnostiek</al></li>
                <li nr="-"><al>Individuele begeleiding en begeleiding groep</al></li>
                <li nr="-"><al>Persoonlijke verzorging</al></li>
                <li nr="-"><al>Crisisopvang</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>- Toegangsprocedure</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>Toegang jeugdhulp, indiening hulpvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Jeugdigen en ouders met een hulpvraag kunnen het college verzoeken
                                om toeleiding naar een overige voorziening of toekenning van een
                                door het college bij besluit te verlenen individuele
                                voorziening.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De huisarts, medisch specialist en jeugdarts die een jeugdige of
                                zijn ouders behandelen, stellen het college zoals bedoeld in artikel
                                8, tweede lid, in kennis van hun verwijzing naar een door het
                                college bij besluit te verlenen individuele voorziening.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Als de hulpvraag voldoende bekend is, kan de huisarts, medisch
                                specialist en jeugdarts in overleg met de jeugdige of zijn ouders
                                afzien van de procedure in het kader van het vooronderzoek en de
                                toekenning van een individuele voorziening in natura door het
                                college zoals bedoeld in artikel 4.2 t/m 7.2; artikel 8 t/m
                                10.1.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het college zorgt voor inzet van de jeugdhulp die de rechter of de
                                gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een
                                kinderbeschermingsmaatregel, die de rechter, het openbaar
                                ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de
                                directeur van de justitiële inrichting nodig achten bij de
                                uitvoering van een strafrechtelijke beslissing, of die de
                                gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van de
                                jeugdreclassering.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een
                                passende tijdelijke voorziening, of vraagt het college een
                                spoedmachtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de
                                wet.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>Jeugdigen en ouders die menen een beroep te kunnen doen op een
                                overige voorziening kunnen zich rechtstreeks hiertoe wenden. Ook de
                                huisarts, medisch specialist, jeugdarts of andere betrokken
                                instanties kunnen rechtstreeks verwijzen naar een overige
                                voorziening. 7. Het college legt de te verlenen individuele
                                voorziening, dan wel het afwijzen daarvan, vast in een beschikking
                                als bedoeld in artikel 10.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>Registratie en vooronderzoek</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college registreert schriftelijk de ontvangst van een hulpvraag
                                of een verwijzing zoals bedoeld in respectievelijk artikel 3, eerste
                                lid en artikel 3, tweede lid.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college verzamelt in overleg met de jeugdige of zijn ouders alle
                                voor het gesprek over de hulpvraag noodzakelijke en toegankelijke
                                gegevens over de jeugdige en zijn situatie. Opgevraagde gegevens
                                worden tevens gedeeld met de jeugdige of zijn ouders. Voor het
                                gesprek verschaffen de jeugdige of zijn ouders aan het college alle
                                overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college
                                voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de
                                beschikking kunnen krijgen. Hiertoe behoort in ieder geval een
                                identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                                identificatieplicht.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Zo spoedig mogelijk nadat de gegevens zijn verzameld, maakt het
                                college een afspraak voor een gesprek.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Indien de gegevens van de jeugdige en zijn situatie reeds voldoende
                                bekend zijn, kan het college afzien van de in lid 2 bedoelde
                                verzameling van gegevens.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Indien het vooronderzoek een afgerond beeld oplevert over de
                                hulpvraag, kan het college in overleg met de jeugdige of zijn ouders
                                afzien van een gesprek als bedoeld in artikel 5 en volstaan met een
                                onderzoeksverslag dat voor akkoord aan de jeugdige of zijn ouders
                                wordt voorgelegd en overeenkomstig artikel 7 lid 2 wordt
                                behandeld.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>Het gesprek</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Voor zover noodzakelijk onderzoekt het college zo spoedig mogelijk
                                na de gespreksvoorbereiding in een gesprek met deskundigen en de
                                jeugdige of zijn ouders:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de behoeften, persoonskenmerken, veiligheid, ontwikkeling en
                                        gezinssituatie van de jeugdige en het probleem of de
                                        hulpvraag;</al></li>
                <li nr="b."><al>het gewenste resultaat;</al></li>
                <li nr="c."><al>het vermogen van de jeugdige of zijn ouders om zelf of met
                                        ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de
                                        hulpvraag te vinden;</al></li>
                <li nr="d."><al>de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere
                                        voorziening;</al></li>
                <li nr="e."><al>de mogelijkheden om jeugdhulp te verlenen met gebruikmaking
                                        van een overige voorziening;</al></li>
                <li nr="f."><al>de mogelijkheden om een individuele voorziening te
                                        verstrekken;</al></li>
                <li nr="g."><al>de wijze waarop de individuele en/of overige voorziening
                                        wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van
                                        zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en
                                        inkomen, en</al></li>
                <li nr="h."><al>hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige
                                        gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond
                                        van de jeugdige en zijn ouders, en</al></li>
                <li nr="i."><al>de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een
                                        pgb, waarbij de jeugdige of zijn ouders conform artikel
                                        8.1.6 van de wet, in voor hen begrijpelijke bewoordingen
                                        worden ingelicht over de gevolgen van die keuze.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In de gevallen bedoeld in artikel 8.2.1 van de wet informeert het
                                college de ouders dat een ouderbijdrage is verschuldigd en hoe deze
                                bijdrage wordt geïnd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college informeert de jeugdige of zijn ouders over de gang van
                                zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de
                                vervolgprocedure en vraagt hen toestemming om hun persoonsgegevens
                                te verwerken.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.</nr>
              <titel>Het gespreksverslag en/of ondersteuningsplan</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Van het gesprek wordt een verslag gemaakt, waarin het oordeel van
                                het college over de wenselijkheid van een individuele of overige
                                voorziening wordt vastgelegd onder vermelding van de aan de jeugdige
                                of zijn ouders kenbaar gemaakte gevolgen, tenzij zij hebben kenbaar
                                gemaakt dit niet te wensen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien het gesprek naar het oordeel van het college leidt tot de
                                wenselijkheid van een individuele voorziening, wordt ter zake een
                                ondersteuningsplan opgesteld, tenzij dit gelet op de aard van de te
                                leveren hulp niet noodzakelijk is. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Zo spoedig mogelijk na het gesprek verstrekt het college aan de
                                jeugdige of zijn ouders, het gespreksverslag en/of, in voorkomend
                                geval, het ondersteuningsplan.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige of zijn ouders
                                worden aan het gespreksverslag en/of ondersteuningsplan
                                toegevoegd.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>– Afweging en voorwaarden individuele voorzieningen en PGB</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7.</nr>
              <titel>Aanvraag individuele voorziening</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Jeugdigen en ouders dienen een aanvraag om een individuele
                                voorziening schriftelijk indienen bij het college.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Een aanvraag wordt ingediend door middel van een door het college
                                vastgesteld aanvraagformulier. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Een voor akkoord ondertekend verslag van het gesprek, en in
                                voorkomend geval een ondertekend ondersteuningsplan van het gesprek
                                wordt door het college als complete aanvraag voor een individuele
                                voorziening beschouwd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Een voor “niet-akkoord” getekend verslag van het gesprek of
                                ondersteuningsplan wordt door het college als een aanvraag voor een
                                individuele voorziening beschouwd, tenzij de jeugdige of zijn ouders
                                hebben aangegeven geen aanvraag te wensen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8.</nr>
              <titel>Toekenning individuele voorzieningen</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college kent een individuele voorziening toe voor zover in
                                    het gespreksverslag en/of ondersteuningsplan zoals bedoeld in
                                    artikel 6 wordt vastgesteld dat de jeugdige:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>op eigen kracht of met zijn ouders of andere personen
                                            uit zijn naaste omgeving geen oplossing voor zijn
                                            hulpvraag kan vinden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al
                                            dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een overige
                                            of andere voorziening.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het college kent eveneens een individuele voorziening toe voor zover
                            met betrekking tot de jeugdige een verwijzing door een huisarts, medisch
                            specialist of jeugdarts zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, is
                            afgegeven.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9.</nr>
              <titel>Regels voor pgb</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Conform artikel 8.1.1 van de wet verstrekt het college alleen een
                            individuele voorziening in de vorm van een pgb:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>als de jeugdige of zijn ouders naar het oordeel van het college, al
                            dan niet met hulp uit hun sociale netwerk dan wel van een curator,
                            bewindvoerder, mentor of gemachtigde, in staat zijn de aan een pgb
                            verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren;</al></li>
                  <li nr="b."><al>als de jeugdige of zijn ouders zich gemotiveerd op het standpunt
                            kunnen stellen dat zij de individuele voorziening die door een aanbieder
                            wordt geleverd, niet passend achten;</al></li>
                  <li nr="c."><al>als naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de jeugdhulp
                            die de jeugdige of zijn ouders willen betrekken van goede kwaliteit
                            is;</al></li>
                  <li nr="d."><al>voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die door de jeugdige
                            of zijn ouders zijn aangegeven, na is te gaan of de voorziening
                            noodzakelijk is en als goedkoopste adequate voorziening aan te merken
                            valt;</al></li>
                  <li nr="e."><al>als de jeugdige of zijn ouders de kosten die uitstijgen boven ten
                            hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst
                            adequate individuele voorziening in natura, zelf willen bekostigen.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het college stelt nadere regels over voorwaarden betreffende het
                            tarief, en onder welke voorwaarden de jeugdige of zijn ouders aan wie
                            een pgb wordt verstrekt om diensten te betrekken van een persoon wie
                            behoort tot het sociaal netwerk en over de wijze waarop de hoogte van
                            het pgb wordt vastgesteld.</al></li>
              <li nr="3."><al>Onverminderd artikel 8.1.1. van de wet verstrekt het college geen pgb
                            voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende
                            voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer
                            is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10.</nr>
              <titel>Inhoud beschikking</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening
                                wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of als
                                pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen
                                deze beschikking kan worden gemaakt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Bij het verstrekken van een individuele voorziening in natura wordt
                                in de beschikking in ieder geval vastgelegd:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>voor wie de ondersteuning is bedoeld;</al></li>
                <li nr="b."><al>welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde
                                        resultaat daarvan is;</al></li>
                <li nr="c."><al>wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is;</al></li>
                <li nr="d."><al>welke gecontracteerde of gesubsidieerde aanbieder van
                                        jeugdhulp de voorziening verstrekt, en indien van
                                        toepassing:</al></li>
                <li nr="e."><al>welke andere voorzieningen en/of overige voorzieningen
                                        relevant zijn of kunnen zijn.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Bij het verstrekken van een voorziening als pgb wordt in de
                                beschikking vastgelegd:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>voor welke individuele voorziening en voor welk resultaat
                                        het pgb kan worden aangewend;</al></li>
                <li nr="b."><al>welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het
                                        pgb;</al></li>
                <li nr="c."><al>wat de hoogte van het pgb is en hoe deze is berekend;</al></li>
                <li nr="d."><al>hoe de feitelijke betaling ten laste van het verstrekte pgb
                                        plaatsvindt;</al></li>
                <li nr="e."><al>wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is
                                        bedoeld, en</al></li>
                <li nr="f."><al>de wijze van verantwoording van de besteding van het
                                        pgb.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Als sprake is van een te betalen ouderbijdrage wordt hierover
                                informatie in de beschikking opgenomen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11.</nr>
              <titel>Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of
                                terugvordering</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Conform artikel 8.1.2 van de wet doen een jeugdige of zijn ouders op
                            verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van
                            alle feiten en omstandigheden, waarvan hen redelijkerwijs duidelijk moet
                            zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een
                            beslissing aangaande een individuele voorziening.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Conform artikel 8.1.4 van de wet kan het college een besluit, genomen
                            op grond van deze verordening herzien dan wel intrekken indien het
                            college vaststelt dat:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens
                                    hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige
                                    gegevens tot een andere besluit zou hebben geleid;</al></li>
                <li nr="b."><al>de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele
                                    voorziening of op het daarmee samenhangende pgb zijn
                                    aangewezen;</al></li>
                <li nr="c."><al>de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb niet
                                    meer toereikend is te achten;</al></li>
                <li nr="d."><al>de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van
                                    het pgb, of</al></li>
                <li nr="e."><al>de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening niet of
                                    voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Indien het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder
                            a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige
                            gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, of de individuele voorziening
                            of het daarmee samenhangende pgb voor een ander doel is gebruikt dan
                            waarvoor het is bestemd, kan het college geheel of gedeeltelijk de
                            geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening
                            of het ten onrechte genoten pgb.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Een besluit tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken indien
                            blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend
                            voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft
                            plaatsgevonden. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde
                            zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van het
                            pgb.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>– Kwaliteit en veiligheid</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12.</nr>
              <titel>Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders
                                kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college houdt in het belang van een goede
                                prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die
                                het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren
                                kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, in ieder geval
                                rekening met:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de aard en omvang van de te verrichten taken;</al></li>
                <li nr="b."><al>de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot
                                        de zwaarte van de functie;</al></li>
                <li nr="c."><al>een redelijke toeslag voor overheadkosten;</al></li>
                <li nr="d."><al>een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het
                                        personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en
                                        werkoverleg, en</al></li>
                <li nr="e."><al>kosten voor bijscholing van het personeel.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan bij nadere regeling aanvullende kwaliteitsregels
                                vaststellen voor aanbieders van jeugdhulp.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13.</nr>
              <titel>Meldingsregeling calamiteiten en geweld</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan een nadere regeling treffen voor het melden van
                                calamiteiten en geweldsincidenten bij de verstrekking van een
                                voorziening en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat
                                zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening
                                onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De toezichthoudend ambtenaar doet onderzoek naar de calamiteiten en
                                het bestrijden van geweld en adviseert het college over het
                                voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van
                                geweld.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen
                                gelden voor het melden van calamiteiten en geweld bij de
                                verstrekking van een voorziening.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>–Overige bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14.</nr>
              <titel>Klachtregeling</titel>
            </kop>
            <al>Het college behandelt klachten van jeugdigen of ouders die betrekking
                            hebben op de wijze van afhandeling van hulpvragen en aanvragen als
                            bedoeld in deze verordening, overeenkomstig de huidige klachtenprocedure
                            van de gemeente Veldhoven.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15.</nr>
              <titel>Vertrouwenspersoon</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college zorgt ervoor dat jeugdigen, ouders en pleegouders een
                                beroep kunnen doen op een onafhankelijke vertrouwenspersoon</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college wijst jeugdigen en ouders erop dat zij zich desgewenst
                                kunnen laten bijstaan door een onafhankelijke
                                vertrouwenspersoon.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16.</nr>
              <titel>Inspraak en medezeggenschap</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college betrekt de ingezetenen van de gemeente bij de
                                voorbereiding van het beleid betreffende jeugdhulp overeenkomstig de
                                krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met
                                betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college stelt cliënten en vertegenwoordigers van cliëntgroepen
                                vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid
                                betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de
                                besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende
                                jeugdhulp, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te
                                kunnen vervullen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan
                                periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen
                                aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate
                                deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van dit
                                artikel.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17.</nr>
              <titel>Hardheidsclausule</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige of
                            zijn ouders afwijken van de bepalingen in deze verordening, als
                            toepassing van deze verordening tot onbillijkheden van overwegende aard
                            leidt.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>18.</nr>
              <titel>Nadere regels</titel>
            </kop>
            <al>Voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van deze verordening, kan het
                            college nadere regels stellen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>19.</nr>
              <titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening jeugdhulp Veldhoven
                            2015”. </al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>