<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.92--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.91--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR34186_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening straatnaamgeving en huisnummering</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Woudenberg</dcterms:creator><dcterms:modified>2003-06-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Woudenberg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Woudenberger,
                01-07-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening straatnaamgeving en huisnummering</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-06-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-06-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-05-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>geen</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening straatnaamgeving en huisnummering</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de Gemeente Woudenberg,</al><al>gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders van 22 mei 2003;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de volgende:</al><al><vet>Verordening op het benoemen van openbare ruimte en het nummeren van
                            bouwwerken, gebouwen, complexen, afgebakende terreinen, lig- en
                            standplaatsen.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>Openbare ruimte</cursief>: alle voor het openbaar
                                    rijverkeer of ander verkeer openstaande wegen of paden, pleinen,
                                    plaatsen, plantsoenen en alle wateren die, al dan niet met enige
                                    beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins
                                    toegankelijk zijn, alsmede daarin begrepen alle bouw- en
                                    kunstwerken die daar deel van uitmaken.</al></li><li nr="b."><al><cursief>Bouwwerk</cursief>: elke constructie van enige omvang
                                    van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van
                                    bestemming hetzij direct, hetzij indirect met de grond is
                                    verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de
                                    grond en bedoeld is om ter plaatse te functioneren.</al></li><li nr="c."><al><cursief>Gebouw</cursief>: elk bouwwerk dat een voor mensen
                                    toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden
                                    omsloten ruimte vormt.</al></li><li nr="d."><al><cursief>Complex</cursief>: een afgebakend samengesteld geheel
                                    van onroerende zaken (industriecomplex, ziekenhuiscomplex,
                                    complex van vakantiehuisjes etc.).</al></li><li nr="e."><al><cursief>Afgebakend terrein</cursief>: een terrein, waarop zich
                                    geen bouwwerken bevinden en dat afzonderlijk wordt
                                    gebruikt.</al></li><li nr="f."><al><cursief>Ligplaats</cursief>: een deel van het openbare water
                                    dat door burgemeester en wethouders is aangewezen voor het
                                    permanent afmeren van een woonschip of een woonark.</al></li><li nr="g."><al><cursief>Standplaats</cursief>: een kavel, bestemd voor het
                                    plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn
                                    die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere
                                    instellingen of gemeenten kunnen worden aangesloten.</al></li><li nr="h."><al><cursief>Burgemeester en wethouders</cursief>: het college van
                                    burgemeester en wethouders. </al></li><li nr="i."><al><cursief>Nummer</cursief>: een nummer dat bestaat uit een of
                                    meer Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging van een
                                    letter- of cijfercombinatie.</al></li><li nr="j."><al><cursief>Object</cursief>: een bouwwerk, gebouw, complex,
                                    afgebakend terrein, ligplaats of standplaats.</al></li><li nr="k."><al><cursief>Rechthebbende</cursief>: eenieder die krachtens
                                    eigendom of een beperkt zakelijk recht zodanig beschikking heeft
                                    over een onroerende zaak dat hij naar burgerlijk recht bevoegd
                                    is om in die zaak te handelen zoals in de verordening is
                                    voorgeschreven, alsmede de beheerder.</al></li><li nr="l."><al><cursief>Uitvoeringsvoorschriften</cursief>: nadere bepalingen
                                    van technische en administratieve aard.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>Het benoemen van openbare ruimte en het nummeren van bouwwerken,
                            gebouwen, complexen, afgebakende terreinen en ligplaatsen of
                            standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Burgemeester en wethouders verdelen de gemeente, al dan niet op
                                basis van bouwblokken, in wijken en buurten en duiden ze aan met
                                nummers, zo nodig aangevuld met letters of namen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Burgemeester en wethouders kunnen de openbare ruimte en
                                gemeentelijke bouwwerken benoemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Burgemeester en wethouders kunnen aan een object of een te
                                onderscheiden deel daarvan een nummer toekennen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Aan een object dat een nummer heeft gekregen, moet het nummer op
                                een doeltreffende wijze zijn aangebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De door burgemeester en wethouders aan delen van de openbare ruimte
                                en aan gemeentelijke bouwwerken toegekende namen worden zichtbaar en
                                in voldoende aantallen ter plaatse aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het is eenieder die daartoe niet bevoegd is, verboden aan delen van
                                de openbare ruimte, aan de daaraan liggende gemeentelijke bouwwerken
                                en aan ligplaatsen of standplaatsen namen of nummers toe te kennen
                                door ze op zichtbare wijze aan te brengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het is eenieder die daartoe niet bevoegd is, verboden aan zijn
                                onroerende zaak nummers toe te kennen door ze op zichtbare wijze aan
                                te brengen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>Plaatsen van naam- en nummerborden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Indien burgemeester en wethouders het nodig oordelen dat borden met
                                een wijk- of buurtaanduiding, borden met straatnamen,
                                huisnummer-verzamelborden en verwijsaanduidingen aan een bouwwerk,
                                gebouw, muur, paal, schutting of een andere soort terreinafscheiding
                                worden aangebracht, is de rechthebbende verplicht toe te laten dat
                                de hier bedoelde borden vanwege of op verzoek en overeenkomstig de
                                aanwijzingen van burgemeester en wethouders worden aangebracht,
                                onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De rechthebbende dient er zorg voor te dragen dat naamborden vanaf
                                de openbare weg duidelijk leesbaar blijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Tenzij door burgemeester en wethouders anders is besloten, is de
                                rechthebbende van een object verplicht het nummer, zoals bedoeld in
                                artikel 3, eerste lid, aan te brengen op een wijze zoals in artikel
                                7, eerste lid, is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De rechthebbende is verplicht het in het eerste lid genoemde nummer
                                binnen vier weken na kennisgeving van het besluit van burgemeester
                                en wethouders aan te brengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een object nog niet is voltooid, wordt het nummer binnen vier
                                weken na voltooiing aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Burgemeester en wethouders kunnen de in het tweede en derde lid
                                genoemde termijn verlengen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>Uitvoeringsvoorschriften</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Burgemeester en wethouders stellen nadere technische
                                uitvoeringsvoorschriften vast voor de wijze van nummeren en voor het
                                aanbrengen van nummerborden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Burgemeester en wethouders stellen, met het oog op het
                                interbestuurlijk en maatschappelijk belang van een systematische
                                registratie van door hen uitgegeven namen en nummers, nadere
                                registratieve voorschriften.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Overtreding van artikel 4, tweede en derde lid, of het niet voldoen
                                aan de bepalingen in artikel 5 en 6, eerste en tweede lid, wordt
                                gestraft met een geldboete van de eerste categorie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De opsporing van de in het eerste lid strafbaar gestelde feiten is,
                                naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde
                                opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door burgemeester en
                                wethouders met de zorg voor de naleving van deze verordening zijn
                                belast, ieder voorzover het de feiten betreft die in de aanwijzing
                                zijn vermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De verordening treedt in werking op de dag volgende op de dag waarop zij
                            is vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vervallen oude regels</titel></kop><al>Met de inwerkingtreding van deze verordening vervallen alle eerdere
                            gemeentelijke regels en voorschriften voor het benoemen van delen van de
                            openbare ruimte en het nummeren van de daaraan liggende objecten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Namen en nummers die op grond van de in artikel 10 genoemde regels
                                en voorschriften aan objecten zijn toegekend, blijven na het in
                                werking treden van deze verordening bestaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het eerste lid
                                besluiten dat de op grond van de in het eerste lid genoemde regels
                                en voorschriften aangebrachte namen en nummers binnen een door hen
                                te bepalen termijn moeten worden vervangen door namen en nummers die
                                voldoen aan de bij of krachtens deze verordening gestelde
                                voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Bij het wijzigen van een naam of nummer, bedoeld in het eerste en
                                tweede lid, zullen zowel de oude en de nieuwe naam als het oude en
                                het nieuwe nummer gedurende een jaar mogen worden gebruikt op de
                                wijze die bepaald is in de uitvoeringsvoorschriften, bedoeld in
                                artikel 7, eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening straatnaamgeving
                            en huisnummering’.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van: 26 juni 2003.</al></slotformulering><ondertekening>A.F. van Leur</ondertekening><ondertekening>raadsgriffier</ondertekening><ondertekening>H.W. van den Berg</ondertekening><ondertekening>wnd. voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/><nr/><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>In artikel 1 is een nummer gedefinieerd als een nummer dat bestaat uit een of
                    meer Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter- of
                    cijfercombinatie. Het is ongebruikelijk in het nummer Romeinse cijfers op te
                    nemen. Desondanks laat het ‘Logisch ontwerp GBA’ deze mogelijkheid open.</al><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>In het kader van de Volkstelling 1971 is tussen gemeenten, de provinciale
                    planologische diensten en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een
                    gebiedsindeling overeengekomen, die wordt aangeduid met de term ‘CBS-wijk- en
                    buurtindeling’. Deze indeling werd noodzakelijk geacht omdat op provinciaal en
                    landelijk niveau behoefte bestond aan inzicht in de onderverdeling van het
                    gemeentelijk grondgebied. Sinds 1971 heeft het echter ontbroken aan systematisch
                    interbestuurlijk overleg waardoor onduidelijkheid kon ontstaan over de te
                    hanteren wijk- en buurtindeling. Zo is gebleken dat tal van veranderingen in de
                    wijk- en buurtindeling, die door gemeenten zijn doorgevoerd, niet bekend zijn
                    bij het CBS. Ook is gebleken dat veel van de veranderingen in de wijk- en
                    buurtindeling die wel bij het CBS bekend zijn, door het CBS zijn afgeleid uit de
                    sinds 1980 ingevoerde jaarlijkse opgave van gemeenten. </al><al>Op provinciaal en landelijk niveau heeft een en ander geleid tot het ontstaan
                    van onzekerheid over de actualiteitswaarde en vergelijkbaarheid van aan wijk- en
                    buurtindelingen gerelateerde gegevens van verschillende gemeenten. Dit heeft het
                    Interprovinciaal overleg voor de ruimtelijke ordening ertoe aangezet de minister
                    van Economische Zaken te vragen om het CBS te verzoeken zijn coördinerende rol
                    qua wijk- en buurtindeling te reactiveren. De minister heeft dit verzoek
                    ingewilligd. Dit heeft echter tot op heden nog niet geleid tot nadere
                    bijhoudingsregels voor de wijk- en buurtindeling. Gemeenten dienen zich dan ook
                    te houden aan de CBS-wijk- en buurtindeling uit 1970. In de verordening komt
                    derhalve het benoemen van de wijken en buurten terug, wat tot de bevoegdheid van
                    het college van burgemeester en wethouders kan worden gerekend.</al><al>In veel gemeenten wordt de wijk- en buurtindeling verfijnd tot bouwblokken. Een
                    indeling naar bouwblok is van belang voor de verwerving van onroerende zaken,
                    voor het bouwblokonderzoek, het opstellen en wijzigen van bestemmingsplannen en
                    het opstellen van voorbereidingsbesluiten, voor stratentabellen en voor
                    statistisch onderzoek, maar ook voor de vuilophaaldienst, inentingsdistricten,
                    gebiedsindeling van sociale instellingen etc.</al><al>Er bestaan geen voorschriften voor de aanduiding van bouwblokken. Dit betekent
                    dat gemeenten die de wijk- en buurtindeling willen verfijnen tot bouwblokken,
                    naar eigen inzicht nummers kunnen hanteren bij het aanduiden van de
                    bouwblokken.</al><al>In het tweede lid is het benoemen van de openbare ruimte geregeld. De openbare
                    ruimte omvat meer dan alleen straten, plantsoenen en wegen. Zo worden
                    bijvoorbeeld ook waterlopen, sierwateren, bruggen, viaducten, metrostations,
                    dijken, meren en plassen veelal van een naam voorzien. </al><al>Het benoemen van de openbare ruimte is een facultatieve bevoegdheid van het
                    college van burgemeester en wethouders. Dit benoemt de openbare ruimte indien
                    dat naar zijn oordeel nodig is.</al><al>Bij het gebruik van de bevoegdheid tot straatnaamgeving en huisnummering moeten
                    burgemeester en wethouders rekening houden met de belangen van met name bewoners
                    en bedrijven. Wijziging van de straatnaam of het huisnummer treft de belangen
                    van bewoners en bedrijven. In bepaalde gevallen kan er sprake zijn van een
                    gemeentelijke gehoudenheid tot het regelen van de gevolgen van de
                    wijzigingsbesluiten. Een aantal punten is hierbij van belang:</al><lijst><li nr="1."><al> Tussen het besluit tot wijziging en de uitvoering van de wijziging
                            dient voldoende tijd te liggen zodat de bewoners en de bedrijven zich op
                            de gewijzigde straatnaam of het veranderde huisnummer kunnen
                            voorbereiden. Hoe langer deze periode is, hoe minder de gemeente
                            gehouden is tot compenserende maatregelen. In artikel 11 is een periode
                            van één jaar genoemd waarbinnen de oude en de nieuwe straatnaam of het
                            oude en het nieuwe huisnummer naast elkaar kunnen worden gebruikt (derde
                            lid). Deze periode kan voor gewone gevallen als een redelijke
                            voorbereidingsperiode worden gezien. Gevallen die hiervan afwijken,
                            zoals bijvoorbeeld sterk naar buiten tredende bedrijven met een groot
                            klantenpotentieel, moeten op zichzelf worden bezien. In zijn
                            algemeenheid verdient het aanbeveling in een vroeg stadium contact op te
                            nemen met de betrokken bedrijven. De Awb kent deze verplichting op grond
                            van artikel 4:8.</al></li><li nr="2."><al> Voor de gevallen waarin de gemeente gehouden kan worden geacht tot het
                            vergoeden van de gemaakte kosten is geen algemene norm aan te geven
                            waaruit de hoogte of vorm van de vergoeding kan worden afgeleid.</al></li><li nr="3."><al> Indien de wijziging bewoners betreft en er een korte
                            voorbereidingsperiode geldt, is het beschikbaar stellen van een aantal
                            adreswijzigingskaarten in de meeste gevallen een redelijke vorm van
                            schadeloosstelling.</al></li><li nr="4."><al> Bedrijven die ook bij een voorbereidingsperiode van één jaar
                            onevenredig in hun belangen worden getroffen, kunnen een aanspraak maken
                            op vergoeding van een deel van kosten die ze maken. Daarbij zijn deze
                            aspecten te overwegen:</al><lijst><li nr="a."><al> de bevoegdheid van de gemeente om tot wijziging te
                                    besluiten;</al></li><li nr="b."><al> het maatschappelijk risico dat een bedrijf dientengevolge toe
                                    te rekenen is;</al></li><li nr="c."><al> de lengte van de voorbereidingsperiode;</al></li><li nr="d."><al> de specifieke aspecten van het bedrijf;</al></li><li nr="e."><al>de voorraad naar buiten gerichte kantoorbescheiden en
                                    productonderdelen met adresvermelding;</al></li><li nr="f."><al> de actualiteit van de onder e genoemde zaken;</al></li><li nr="g."><al> het gemiddelde gebruik of de omzet per tijdsperiode van de
                                    onder e genoemde zaken;</al></li><li nr="h."><al> de mogelijkheid tot bedrijfseconomische en fiscale afschrijving
                                    van de onder e genoemde zaken.</al></li></lijst><al>De in het tweede lid gehanteerde formulering sluit niet uit dat burgers
                            een aanvraag tot het benoemen van de openbare ruimte bij burgemeester en
                            wethouders indienen. Zo’n aanvraag kan in de regel worden aangemerkt als
                            een verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen in de zin van
                            artikel 1:3, derde lid, van de Awb. Op de afwikkeling van de aanvraag
                            zijn in ieder geval hoofdstuk 3 en 4 van de Awb van toepassing (algemene
                            en bijzondere bepalingen over besluiten).</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 3 </tussenkop><al>De in het eerste lid gehanteerde formulering sluit niet uit dat burgers een
                    aanvraag tot nummertoekenning bij burgemeester en wethouders kunnen indienen.
                    Ook deze aanvraag kan in de regel worden aangemerkt als een verzoek van een
                    belanghebbende om een besluit te nemen in de zin van artikel 1:3, derde lid, van
                    de Awb. Op de afwikkeling van de aanvraag zijn dan ook opnieuw in ieder geval
                    hoofdstuk 3 en 4 van de Awb van toepassing (algemene en bijzondere bepalingen
                    over besluiten).</al><al>In het tweede lid is vastgelegd dat een object een door het college van
                    burgemeester en wethouders toegekend nummer ook feitelijk moet dragen. Daarmee
                    wordt het college de mogelijkheid geboden toe te zien op de naleving van het
                    aanbrengen van nummers aan objecten. Met het oog op de dienstverlening is het
                    immers noodzakelijk dat de nummers die door het college van burgemeester en
                    wethouders zijn toegekend, ook ter plaatse terug zijn te vinden. Het ligt niet
                    voor de hand dat een gemeente de kosten die gepaard gaan met de uitwerking van
                    dit artikel, bij de eigenaar van het desbetreffende object in de vorm van leges
                    in rekening brengt. Er is immers niet duidelijk sprake van een individueel
                    belang.</al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>Straatnaamborden zullen overeenkomstig de wens van het college van burgemeester
                    en wethouders worden aangebracht. De kosten daarvan komen voor rekening van de
                    gemeente. </al><al>Het tweede lid verbiedt eenieder die daartoe niet bevoegd is, straatnamen en
                    huisnummers toe te kennen aan delen van de openbare ruimte, aan de daaraan
                    liggende gemeentelijke bouwwerken en aan ligplaatsen of standplaatsen door ze
                    zichtbaar ter plaatse aan te brengen. </al><al>Het derde lid ten slotte verbiedt eenieder die daartoe niet bevoegd is nummers
                    toe te kennen aan onroerende zaken die privé-bezit zijn, door ze op zichtbare
                    wijze aan te brengen. Overtreding van het tweede en derde lid wordt strafbaar
                    gesteld.</al><al>Vooral het door de burgers aanbrengen van nummers aan hun onroerende zaken is de
                    laatste decennia hand over hand toegenomen. Bovendien heeft recent onderzoek van
                    een grote gemeente aangetoond dat niet alleen ‘eigen nummers’ worden toegekend
                    aan objecten, maar dat dikwijls ook nummers ontbreken, niet leesbaar zijn of zo
                    abstract zijn vormgegeven dat zij niet meer aan de criteria van
                    ‘doeltreffendheid’ voldoen. De criteria van doeltreffendheid dienen te worden
                    uitgewerkt in technische uitvoeringsvoorschriften.</al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>Qua dienstverlening dienen straatnaamborden door of namens de gemeente ter
                    plaatse goed zichtbaar te worden aangebracht. Dit is mogelijk door de
                    straatnaamborden te bevestigen aan gebouwgevels, terreinafscheidingen van derden
                    of paaltjes die op andermans terrein ten behoeve van de straatnaamgeving mogen
                    worden geplaatst. Het artikel houdt echter ook rekening met de omstandigheid dat
                    de borden niet door de gemeente zelf, maar door derden worden aangebracht. Om te
                    voorkomen dat de leesbaarheid van de aangebrachte naamborden door hoog
                    opschietend groen, zonneschermen of reclameborden wordt belemmerd, is bepaald
                    dat de eigenaar ervoor dient te zorgen dat de bedoelde borden vanaf de openbare
                    weg leesbaar blijven.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>Het aanbrengen van huisnummerbordjes is per gemeente verschillend geregeld.
                    Sommige gemeenten brengen de nummers zelf aan. Het aanbrengen van de nummers
                    wordt in bepaalde gevallen echter ook uitbesteed of overgelaten aan de aannemer,
                    als onderdeel van het uitvoeren van een bouwwerk. Ten slotte kan het ook aan de
                    eigenaar worden overgelaten om de nummers, conform de nadere gemeentelijke
                    voorschriften, aan te brengen. </al><al>In de modelverordening is gekozen voor een formulering waarbij de eigenaar het
                    nummer dient aan te brengen, tenzij het college van burgemeester en wethouders
                    anders besluit. Het laatste kan bijvoorbeeld het geval zijn bij
                    nieuwbouwprojecten, waarbij een uniform uitgevoerde nummering wenselijk wordt
                    geacht. Het verdient aanbeveling de verantwoordelijkheid voor het aanbrengen van
                    een huisnummer in de tekst van de huisnummerbeschikking te regelen. </al><al>In het tweede lid is bepaald dat het door het college van burgemeester en
                    wethouders toegekende nummer binnen een bepaalde termijn moet zijn aangebracht.
                    Voor gevallen waarin het object nog niet is voltooid, is in het derde lid een
                    andere termijn gesteld. Het vierde lid geeft burgemeester en wethouders de
                    mogelijkheid de in het eerste en tweede lid genoemde termijnen te
                    verlengen.</al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>Het eerste lid biedt de mogelijkheid nadere technische uitvoeringsvoorschriften
                    te geven. In het kader van de deregulering worden echter geen gedetailleerde
                    voorschriften voor het aanbrengen van het nummerbord gegeven. Vandaar dat de
                    technische uitvoeringsvoorschriften algemeen van karakter kunnen zijn. Er kan in
                    dit verband worden gedacht aan algemene eisen aan het te gebruiken materiaal
                    (bestand tegen weersinvloeden), alsmede aan andere technische zaken zoals de
                    methode van nummering en maatvoering van de borden.</al><al>Het tweede lid biedt het college van burgemeester en wethouders de mogelijkheid
                    om nadere administratieve voorschriften te geven. Deze passage is om
                    verschillende redenen in de verordening opgenomen. In de eerste plaats vervullen
                    straatnaam- en huisnummergegevens een zeer wezenlijke functie in het
                    maatschappelijk verkeer. De dienstverlening (brandbestrijding, ambulancevervoer,
                    postbezorging etc.) kan niet zonder deze informatie. In de tweede plaats zijn
                    tal van gemeentelijke registraties geordend naar volgorde van straatnaam en
                    huisnummer. In de derde plaats is een systematische en eenduidige verstrekking
                    van straatnaam- en huisnummergegevens aan vele instanties noodzakelijk. Zo
                    bestaan er verplichtingen tot levering van adresgegevens aan afnemers en derden
                    in de zin van de Wet GBA en aan bijvoorbeeld waterschappen en de
                    rijksbelastingdienst voor hun belastingheffing. In de vierde plaats is een goede
                    registratie van straatnaam- en huisnummergegevens noodzakelijk om gemeentelijke
                    bestanden te kunnen raadplegen en op elkaar af te stemmen. Ten slotte vervullen
                    de adresgegevens een belangrijke rol bij de uitkering uit het gemeentefonds.
                    Samen redenen genoeg om uitvoeringsvoorschriften te formuleren. </al><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al>Het opleggen van verplichtingen, zoals vervat in de verordening, heeft alleen
                    zin wanneer ze ook kunnen worden afgedwongen zodra de regels worden overtreden.
                    Het is gebruikelijk aan lichte overtredingen een geldboete van de eerste
                    categorie te verbinden. In het tweede lid worden met name de medewerkers van de
                    afdeling Bouw- en Woningtoezicht aangewezen om op naleving van de verordening
                    toe te zien. Het voorbereiden van huisnummerbeschikkingen en straatnaamgevingen
                    en het aanbrengen van de straatnaamborden etc. zijn doorgaans taken waarmee
                    medewerkers van deze afdeling zijn belast. De controle op de naleving kan dan
                    ook beter aan medewerkers van deze afdeling worden toegekend.</al><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al>Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de verordening.</al><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al>Dit artikel regelt het vervallen van de oude bepalingen. De strekking van het
                    artikel spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al>Het principe van het benoemen van de openbare ruimte en het nummeren van
                    bouwwerken, gebouwen, complexen, onbebouwde terreinen, ligplaatsen en
                    standplaatsen dateert al uit de vorige eeuw. In de loop der jaren hebben vele
                    voorschriften gegolden. Het is niet zinvol bij de invoering van de verordening
                    te eisen dat alle huisnummers in de gemeente dienen te worden aangepast aan de
                    nieuwe uitvoeringsvoorschriften, zoals vervat in artikel 7. Nummers die onder
                    het oude regime tot stand zijn gekomen, blijven gehandhaafd. Het college van
                    burgemeester en wethouders heeft wel de mogelijkheid om aanpassing van de
                    nummers te eisen.</al><tussenkop>Artikel 12</tussenkop><al>Omdat de term ‘huisnummer’ in principe geen juiste term is voor het nummeren van
                    bijvoorbeeld afgebakende terreinen of standplaatsen en ligplaatsen, is de
                    officiële titel van de verordening nogal lang. In het dagelijks gebruik zal de
                    voorgestelde citeertitel worden gehanteerd.</al></nota-toelichting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel>Technische uitvoeringsvoorschriften</titel></kop><tussenkop>Burgemeester en wethouders van Woudenberg, gelet op artikel 3 en artikel
                    7, eerste lid, van de verordening straatnaamgeving en huisnummering, besluiten
                    vast te stellen de volgende: </tussenkop><tussenkop>Technische uitvoeringsvoorschriften voor huisnummers </tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Algemeen</tussenkop><al>De algemene bepalingen van de verordening straatnaamgeving en huisnummering zijn
                    van overeenkomstige toepassing.</al><tussenkop>Artikel 2 Toekenningswijze van de huisnummers</tussenkop><lijst><li nr="1."><al> De wijze van toekenning van de huisnummers gebeurt overeenkomstig
                            systeem &lt;systeemsoort(en)&gt; uit NEN 1773, uitgave 1983. </al></li><li nr="2."><al> De voor de onderscheiden wijken en buurten geldende systemen zijn
                            aangegeven op de bij deze technische uitvoeringsvoorschriften behorende
                            kaart (facultatief).</al></li><li nr="3."><al> De stichter van objecten die tot hetzelfde complex behoren, nummert die
                            objecten overeenkomstig het door burgemeester en wethouders voor de
                            desbetreffende wijk of buurt vastgestelde systeem. </al></li></lijst><tussenkop>Artikel 3 Plaatsing van de huisnummeraanduidingen</tussenkop><al>Huisnummeraanduidingen worden aangebracht overeenkomstig het gestelde in NEN
                    1773, uitgave 1983. </al><tussenkop>Artikel 4 Afmetingen en vormgeving huisnummeraanduidingen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al> Huisnummeraanduidingen moeten voldoen aan het gestelde inzake
                            afmetingen en vormgeving in de Nederlandse norm NEN 1774, uitgave 1959.
                        </al></li><li nr="2."><al> Indien niet kan worden voldaan aan het voorschrift van het eerste lid,
                            hebben de huisnummeraanduidingen een mate van leesbaarheid die ten
                            minste gelijkwaardig is aan wat wordt beoogd met het eerste lid. </al></li></lijst><tussenkop>Artikel 5 Materiaalkeuze voor de huisnummeraanduidingen</tussenkop><al>Het materiaal dat wordt toegepast voor de vervaardiging van al dan niet te
                    verlichten huisnummeraanduidingen, is in overeenstemming met het over de
                    uitvoering van de aanduidingen gestelde in de Nederlandse norm NEN 1774, uitgave
                    1959. </al><al>Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders in de
                    vergadering van </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>H.Jonkvorst</al></entry><entry><al> mr A.B.L. de Jonge</al></entry></row><row><entry><al>Secretaris</al></entry><entry><al>burgemeester</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>Toelichting op de technische uitvoeringsvoorschriften </al><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>De begrippen die zowel in de uitvoeringsvoorschriften als in de verordening
                    huisnummering voorkomen, hebben dezelfde betekenis.</al><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>Lid 1 Ook voor nieuwe wijken of buurten verdient het aanbeveling om een systeem
                    van huisnummering te kiezen dat zo veel mogelijk aansluit bij het systeem dat
                    van oudsher in de gemeente gangbaar is. In de Nederlandse norm 1773 (uitgave:
                    Nederlands Normalisatie-instituut, Delft, herziene uitgave, 1983), hoofdstuk 3,
                    is de in gemeente gangbare systemen van huisnummering nader gedefinieerd.</al><al><cursief>Systeem A:</cursief> de hoofdregel van dit systeem houdt in dat de
                    huisnummers oplopen, gerekend vanuit het centrum van de gemeente (of vanaf het
                    (oude) gemeentehuis).</al><al><cursief>Systeem B:</cursief> de hoofdregel van dit systeem houdt in dat de
                    huisnummers oplopen, gerekend van noord naar zuid en van west naar oost.</al><al><cursief>Systeem C:</cursief> de huisnummering vindt in dit systeem plaats,
                    gerekend vanaf hoofdwegen naar het einde van (doodlopende) zijwegen of
                    woonerven. </al><al>Voor elk systeem bevat de norm detailregels voor de situaties waarin de
                    hoofdregels niet onverkort toepasbaar zijn, alsmede nadere regels over
                    etagewoningen en dergelijke. Tevens zijn toelichtende tekeningen opgenomen. </al><al>Lid 2 De in het onderhavige lid bedoelde plattegrond van de gemeente is slechts
                    vereist indien in de gemeente meer dan één huisnummersysteem gangbaar is. In dat
                    geval moet immers de aanwijzing van een van de omschreven systemen ten behoeve
                    van een bepaalde wijk of buurt plaatsvinden. Tevens moeten dan de grenzen tussen
                    die wijken of buurten worden gedefinieerd. </al><al>Lid 3 Het bepaalde in het derde lid is vooral van belang indien een gebouw (of
                    complex) meer dan één woning of bedrijf bevat en de nummering binnen het gebouw
                    (of complex) niet van gemeentewege plaatsvindt. </al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>Met het oog op de zichtbaarheid vanaf de openbare weg bevat de Nederlandse norm
                    NEN 1773, hoofdstuk 4, maatvoorschriften voor de plaats van het
                    huisnummerbordje, gerekend vanaf het maaiveld en de bijbehorende voordeur.
                    Tevens worden regels gegeven voor de verzamel- en verwijsbordjes die nodig zijn
                    bij de ligging van meer dan één woning (of bedrijf) in hetzelfde gebouw,
                    respectievelijk bij de ligging binnen een complex of op grote afstand van de
                    weg. </al><al>Lid 1 In de Nederlandse norm NEN 1774 zijn tekeningen voor huisnummerbordjes
                    opgenomen met volledige maatvoering. Uitgegaan is van een hoogte van de cijfers
                    van 88 mm. De breedte van de huisnummerbordjes varieert, afhankelijk van het
                    aantal cijfers waaruit een bepaald huisnummer bestaat. Het opgenomen
                    cijferontwerp is van een schreefloos, op grote afstand leesbaar type. </al><al>Lid 2 Bij de beoordeling van een gelijkwaardige leesbaarheid verdient het in elk
                    geval aanbeveling om geen cijfers van een geringere hoogte dan circa 9 cm te
                    accepteren. </al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>De overigens globaal omschreven uitvoeringseisen in de Nederlandse norm NEN
                    1774, uitgave 1959, zijn gericht op de keuze van materialen die duurzaam bestand
                    zijn tegen weersinvloeden. Te verlichten huisnummeraanduidingen bestaan in de
                    regel uit zogenaamde transparanten, waarachter bij duisternis een lampje brandt. </al><al>(De bovenstaande tekst is een beschrijving gebaseerd op de in gemeente van
                    oudsher gehanteerde werkwijze. Gemeenten worden aangeraden uit te gaan van de
                    genoemde NEN-normen, waarin de voornoemde werkwijze is gecodificeerd. De
                    NEN-bladen zijn verkrijgbaar bij het NEN, Vlinderweg 6, postbus 5059, 2600 GB
                    Delft, telefoon (015) 2 690 391, fax (015) 2 690 271.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>