<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR341835_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tiel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tiel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch Gemeenteblad 01-12-2014, nr. 70586</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Parkeerbelastingen 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 225</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-12-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Regelgevingregister 2014 nr. 18.07, gemeenteraadsvergadering 12 november 2014, nr. 11c</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Parkeerbelastingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al><al>De Verordening Parkeerbelastingen 2014, vastgesteld d.d. 6 november 2013, gewijzigd op 18 december 2013 (en 19 november 2014), wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2015.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-43736</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Parkeerbelastingen 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Raads</vet><vet>besluit</vet></al><al>Nummer: 11c</al><al>Wettelijke grondslag: artikel 225 Gemeentewet</al><al>Besloten in de raadsvergadering van: 12 november 2014</al><al/><al><vet>Besluit om: </vet></al><al>de volgende verordening vast te stellen:</al><al/><al><vet>Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen
                            2015</vet></al><al/><al>De raad der gemeente Tiel;</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van Tiel;</al><al/><al>gelet op artikel 225 van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al>vast te stellen de:</al><al/><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering vanparkeerbelastingen
                            2015</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is
                                voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van
                                personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op
                                binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande
                                terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet
                                ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;</al></li><li nr="b."><al>motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met
                                inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van
                                het RVV 1990;</al></li><li nr="c."><al>elektrisch motor- voertuig: volledig elektrisch personen- of
                                bedrijfsmotorvoertuig met vier of meer wielen, voorzien van een
                                Europese typegoedkeuring of een "Plug-in hybride" motorvoertuig met
                                vier of meer wielen dat minimaal beschikt over een bereik van ten
                                minste 30 volledig elektrisch aangedreven kilometers en tevens is
                                voorzien van een Europese typegoedkeuring</al></li><li nr="d."><al>houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een
                                voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
                                motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens de
                                Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens
                                als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het
                                motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het
                                register was ingeschreven;</al></li><li nr="e."><al>parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, centrale
                                computer en hetgeen naar maatschappelijk opvatting overigens onder
                                parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li><li nr="f."><al>parkeervergunning: een door het college van burgemeester en
                                wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan
                                een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen
                                parkeerapparatuur- en/of vergunninghouderparkeerplaatsen;</al></li><li nr="g."><al>vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een
                                vergunning is verleend;</al></li><li nr="h."><al>centrale computer: computer van de bedrijven waarmee de gemeente een
                                overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van
                                parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het
                                gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon.</al></li><li nr="i."><al>kentekenparkeren: het systeem, waarbij het kenteken van het
                                motorvoertuig bij de ingang en de uitgang van het daartoe aangewezen
                                parkeerterrein door middel van camera's wordt geregistreerd in een
                                centrale database en waarbij aan degene als bedoeld in artikel 3,
                                lid 1 t/m 3, na afloop van het parkeren, door middel van het
                                invoeren van het kenteken van het motorvoertuig in de
                                parkeerapparatuur, de verschuldigde parkeerbelasting over de
                                verstreken parkeertijd bekend wordt gemaakt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam “parkeerbelastingen” worden de volgende belastingen
                        geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij,
                                dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen
                                door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats,
                                tijdstip en wijze;</al></li><li nr="b."><al>een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning
                                voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning
                                aangegeven plaats en wijze.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><lijst><li nr=""><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven
                                    van degene die het voertuig heeft geparkeerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aan
                            gemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of
                                    heeft gegeven de belasting te willen voldoen;</al></li><li nr="b."><al>zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2,
                                    onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig,
                                    met dien verstande dat</al><lijst><li nr="1."><al>als een voor ten hoogste drie maanden aangegane
                                            huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten
                                            tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de
                                            huurder van het voertuig was, niet de houder maar de
                                            huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig
                                            heeft geparkeerd;</al></li><li nr="2."><al>als blijkt dat een ander in het kentekenregister had
                                            moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt
                                            als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van
                            degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die
                            het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk
                            maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het
                            voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs
                            niet heeft kunnen voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt gegeven van degene
                            die de vergunning heeft aangevraagd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak</titel></kop><al>De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn
                        vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende
                        tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege
                            van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt
                            het bij aanvang dan wel afloop van het parkeren in werking stellen van
                            parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van
                            de door het college van burgemeester en wethouders gestelde
                            voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege
                            van voldoening op aangifte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de
                            aanvang van het parkeren, tenzij het bij aanvang van het parkeren in
                            werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een
                            telefoon inloggen op de centrale computer, dan wel indien op het
                            betreffende parkeerterrein de verschuldigde belasting wordt vastgesteld
                            volgens het systeem van het Kentekenparkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het
                            tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien wordt geparkeerd op parkeerapparatuurplaatsen isgeen
                            parkeerbelasting verschuldigdindien een Europese
                            gehandicaptenparkeerkaart van buitenaf duidelijk leesbaar achter de
                            voorruit van het motorvoertuig is aangebracht, met dien verstande dat
                            wel parkeerbelasting is verschuldigd op parkeerterreinen, waarop het
                            Kentekenparkeren, zoals omschreven in artikel 1, lid i, van deze
                            verordening, van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien met elektrische motorvoertuigen, als bedoeld in artikel 1 onder
                            c, ten behoeve van het opladen van de batterijen wordt geparkeerd op
                            parkeerapparatuurplaatsen, die ingericht zijn met een oplaadpaal en
                            aangeduid zijn met een E-4 verkeersbord met onderbord, is geen
                            parkeerbelasting verschuldigd gedurende de tijd dat daadwerkelijk wordt
                            opgeladen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de
                            aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren; op een met één
                            of meerdere slagbomen ingericht parkeerterrein, dan wel op een
                            parkeerterrein, waarop het systeem van Kentekenparkeren van toepassing
                            is, dient de belasting bij afloop van het parkeren te worden betaald.
                        </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting
                            overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde
                            van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking
                            stellen van de parkeerapparatuur geschied door het via een telefoon
                            inloggen op de centrale computer. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De belasting, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de
                            aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt
                            verleend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen</titel></kop><al>De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen
                        betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden
                        geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en
                        wethouders bij openbaar te maken besluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kosten</titel></kop><al>De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in
                        artikel 2, onderdeel a, bedragen € 59,--.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de parkeerbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De “Verordening Parkeerbelastingen 2014, vastgesteld d.d. 6 november
                            2013, gewijzigd op 18 december 2013, wordt ingetrokken met ingang van de
                            in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien
                            verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich
                            voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van
                            bekendmaking. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening
                            Parkeerbelastingen 2015".</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering </ondertekening><ondertekening>van 12 november 2014</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label/><nr/><titel>Tarieventabel Parkeerbelastingen 2015</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Tiel/i244897.pdf">Tarieventabel Parkeerbelastingen 2015</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>