<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR341499_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Tegenprestatie gemeente Heerhugowaard 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heerhugowaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerhugowaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Publicatie via www.officielebekendmakingen.nl d.d. 23-12-2014 </dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Tegenprestatie</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 8a, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet, artikel 35, eerste lid, onderdeel e van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers, artikel 35, eerste lid, onderdeel e van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB2014134</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>verordening tegenprestatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Tegenprestatie gemeente Heerhugowaard 2015 </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr.RB2014134</al><al/><al>de Raad van de gemeente Heerhugowaard;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 november
                        2014</al><al/><al>gelet op het advies van de commissie Maatschappelijke ontwikkeling d.d. 4
                        december 2014;</al><al/><al>gelet op artikel 8a, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet,
                        artikel 35, eerste lid, onderdeel evan de Wet inkomensvoorziening oudere en
                        gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers, artikel 35, eerste
                        lid, onderdeel e van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                        arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al><al/><al>b e s l u i t</al><al/><al>vast te stellen de </al><al/><al><vet>Verordening tegenprestatie gemeente Heerhugowaard 2015</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>-uitkeringsgerechtigden: personen die een uitkering ontvangen op grond
                            van de Participatiewet,</al><al> de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                            werkloze werknemers</al><al> (IOAW) of de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                            arbeidsongeschikte</al><al> gewezen zelfstandigen (IOAZ). </al><al>-vrijwilligerswerk: werk dat in enig verband onverplicht en onbetaald
                            wordt verricht, voor anderen</al><al> of de samenleving;</al><al>-mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie,
                            beschermd wonen, opvang,</al><al> jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige
                            diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks
                            voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die
                            niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep;</al><lijst><li nr="-"><al>tegenprestatie: kortdurende, additionele, onbeloonde
                                    maatschappelijk nuttige werkzaamheden;</al></li><li nr="-"><al>de wet: de Participatiewet, IOAW of IOAZ</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>De tegenprestatie naar vermogen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Inhoud van een tegenprestatie</titel></kop><al>1.Het college kan voor uitkeringsgerechtigden onbeloonde maatschappelijk
                            nuttige</al><al> werkzaamheden, die additioneel van aard zijn, inzetten als
                            tegenprestatie voor zover die</al><al> werkzaamheden:</al><al>a) naar zijn aard niet zijn gericht op toeleiding tot de
                            arbeidsmarkt;</al><al>b) niet zijn bedoeld als re-integratie instrument;</al><al>c) worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de
                            organisatie waarin ze</al><al> worden verricht; en</al><al>d) niet leiden tot verdringing.</al><al>2.Het college zet de tegenprestatie motiverend in, waarbij tegemoet
                            wordt gekomen aan het</al><al>iindividueel en collectief belang.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Het opdragen van een tegenprestatie</titel></kop><al>1.Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening met
                            de volgende factoren:</al><al>a) de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht door
                            een</al><al> belanghebbende;</al><al>b) de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van een
                            belanghebbende moeten</al><al> in aanmerking worden genomen;</al><al>c) de persoonlijke wensen en kwaliteiten van een belanghebbende moeten
                            in overweging</al><al> worden genomen;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Duur en omvang van een tegenprestatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De tegenprestatie wordt opgedragen voor de maximale duur van 3
                                    maanden;</al></li><li nr="2."><al>De tegenprestatie wordt opgedragen voor maximaal 20 uren per
                                    week;</al></li><li nr="3."><al>De tegenprestatie kan binnen een periode van 12 maanden slechts
                                    tweemaal worden</al></li></lijst><al> opgedragen;</al><al>4.Het college bepaalt op basis van de individuele omstandigheden van een
                            belanghebbende de</al><al> duur en omvang van de tegenprestatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Vrijstelling</titel></kop><al>Geen tegenprestatie wordt opgelegd aan:</al><al>a.de belanghebbende die voor ten minste</al><al> acht uur per week vrijwilligerswerk verricht, waarvoor toestemming is
                            verkregen van het college;</al><lijst><li nr="b."><al>de belanghebbende die deelneemt aan activiteiten in het kader
                                    van een re-integratietraject;</al></li><li nr="c."><al>de belanghebbende die zorgtaken verricht als mantelzorger voor
                                    ten minste acht uur per</al></li></lijst><al> week. De uren kunnen op basis van individuele omstandigheden lager
                            vastgesteld worden;</al><lijst><li nr="d."><al>de belanghebbende die een parttime baan heeft voor ten minste 20
                                    uur per week;</al></li><li nr="e."><al>alleenstaande ouders die vrijstelling van de arbeidsplicht
                                    hebben in verband met de zorg</al></li></lijst><al> voor (een) kind(eren) in de leeftijd tot 5 jaar;</al><al>f.de belanghebbende die duurzaam volledig arbeidsongeschikt is;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Geen werkzaamheden voorhanden</titel></kop><al>1.Het college draagt geen tegenprestatie op indien geen werkzaamheden
                            voorhanden zijn die</al><al> kunnen worden ingezet als tegenprestatie.</al><al>2.Indien het college geen tegenprestatie opdraagt omdat geen
                            werkzaamheden voorhanden zijn,</al><al> beoordeelt het college binnen 6 maanden of op dat moment wel
                            werkzaamheden voorhanden</al><al> zijn die kunnen worden ingezet als tegenprestatie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening tegenprestatie
                            gemeente Heerhugowaard 2015</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Heerhugowaard, 16 december 2014</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al>Het college is bevoegd een belanghebbende te verplichten naar vermogen een
                    tegenprestatie teverrichten, ook als die tegenprestatie niet direct samenhangt
                    met arbeidsinschakeling. Eenbelanghebbende van achttien jaar of ouder doch
                    jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd isvanaf de dag van melding gehouden
                    naar vermogen een tegenprestatie te verrichten. Dit isvastgelegd in artikel 9,
                    eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet. De tegenprestatie bestaatuit de
                    plicht om naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk
                    nuttigewerkzaamheden te verrichten, naast of in aanvulling op reguliere arbeid
                    en die niet leiden tot</al><al>verdringing op de arbeidsmarkt.</al><al/><al>·Individuele omstandigheden</al><al>Het college bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden en de
                    voorhanden zijndeonbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de aard, de
                    duur en de omvang van de aaneen persoon op te leggen tegenprestatie. Hierbij
                    moet het college de in deze verordening</al><al>neergelegde criteria in acht nemen. Bij het beoordelen van de individuele
                    omstandigheden wordende leeftijd, opleiding, werkervaring en andere relevante
                    persoonlijke omstandighedenmeegewogen. Als het college een tegenprestatie vraagt
                    van belanghebbende, moet het een</al><al>duidelijke omschrijving geven van de te verrichten werkzaamheden. Het moet voor
                    eenbelanghebbende immers duidelijk zijn welke tegenprestatie van hem verwacht
                    wordt. </al><al/><al>Het meewegen van de individuele omstandigheden en de duidelijke omschrijving van
                    op gedragen werkzaamheden hebben tot gevolg, dat er geen standaardovereenkomsten
                    en beschikkingen gehanteerd mogen worden. Per individu moet bekeken worden of de
                    tegenprestatie passend is.</al><al>In de verordening wordt uitdrukkelijk ruimte geboden moet aan belanghebbenden
                    bij het invullen van de tegenprestatie, met aandacht voor ieders individuele
                    mogelijkheden. Maatwerk en het vergroten van de zelfredzaamheid staan hierbij
                    voorop. De gemeente neemt de regierol actief op, maar biedt ruimte aan cliënten
                    om mee te denken.</al><al>Bij het uitoefenen van de regierol door de gemeente is een motiverende houding
                    en zorgvuldigecommunicatie richting de belanghebbende van belang.</al><al/><al>·Geen tegenprestatie</al><al>In individuele gevallen kan het college vrijstelling verlenen van het verrichten
                    van een tegenprestatie (artikel 9, tweede lid, van de Participatiewet). De
                    plicht tot tegenprestatie is niet van toepassing op een belanghebbende die
                    volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4 van de Wet
                    werk en inkomen naar arbeidsvermogen (artikel 9, vijfde lid, van de
                    Participatiewet). De plicht tot tegenprestatie is voorts niet van toepassing op
                    een alleenstaande ouder die in het bezit is van een ontheffing als bedoeld in
                    artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet (artikel 9, zevende lid, van de
                    Participatiewet). Daarnaast kan vrijwilligerswerk van een bepaalde omvang als
                    tegenprestatie beschouwd worden. Belanghebbende wordt dan vrijgesteld van
                    verdere activiteiten in het kader van de tegenprestatie.</al><al/><al>·Afstemmen</al><al>Net als bij het niet nakomen van de arbeids- en re-integratieverplichting geldt
                    voor het nietnakomen van de tegenprestatie dat de bijstand kan worden afgestemd
                    overeenkomstig degemeentelijke afstemmingsverordening.</al><al/><al>·Tegenprestatie is geen re-integratie instrument</al><al>De plicht tot tegenprestatie heeft tot doel om maatschappelijk nuttige
                    werkzaamheden te verrichten in de samenleving als tegenprestatie voor het
                    ontvangen van een uitkering. Het opdragen van eentegenprestatie heeft niet
                    primair tot doel de re-integratie van een belanghebbende te bevorderen,maar moet
                    worden gezien als een nuttige bijdrage aan de samenleving. De tegenprestatie is
                    daarom naar zijn aard niet gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt en is niet
                    bedoeld als re-integratie instrument. Voorts mag een tegenprestatie het
                    accepteren van passende arbeid of van re-integratie inspanningen niet
                    belemmeren. </al><al>Immers, als uitgangspunt geldt werk boven uitkering. Dat betekent dat eerst
                    bekeken wordt of iemand via een re-integratietraject naar werk geleid kan
                    worden. Is dit (vooralsnog) niet het geval, dan wordt bezien of er een
                    tegenprestatie opgelegd kan worden.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, de Algemene wet</al><al>bestuursrecht of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk gedefinieerd in
                        deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op deze
                        verordening.</al><al/><al>Vrijwilligerswerk</al><al>Werk dat onverplicht is waarvoor geen loon ontvangen wordt en in
                        georganiseerd verband vooranderen of de samenleving uitgevoerd wordt.
                        Hiermee onderscheidt vrijwilligerswerk zich van werk in loondienst. Bij werk
                        in loondienst verplicht de werknemer zich om op basis van een</al><al>arbeidsovereenkomst bepaalde taken uit te voeren op een door de werkgever
                        aangewezen plaats.De werkgever verplicht zich om voor deze werkzaamheden een
                        bepaald loon uit te betalen. Debepalingen over arbeid in dienstbetrekking
                        uit het burgerlijk wetboek vormen het juridisch kader</al><al>voor de werk in loondienst. Om vrijwilligerswerk als tegenprestatie te
                        beschouwen, moet welbezien worden of dit werk als maatschappelijk nuttig kan
                        worden beschouwd.</al><al/><al>Mantelzorg</al><al>In artikel 1 van deze verordening is de definitie opgenomen van mantelzorg.
                        Deze begripsbepaling is gebaseerd op het begrip zoals dat wordt gehanteerd
                        in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (zie artikel 1.1.1, eerste lid
                        van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015). Het begrip 'mantelzorg' is
                        van belang omdat artikel 5 van dezeverordening bepaalt dat het college geen
                        tegenprestatie opdraagt indien een belanghebbende</al><al>mantelzorg verricht voor zover het verrichten van mantelzorg naar het
                        oordeel van het collegeredelijkerwijs noodzakelijk is.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Inhoud van een tegenprestatie</titel></kop><al>Het college bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden en de
                        voorhanden zijndeonbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de aard,
                        de duur en de omvang van de aaneen persoon op te leggen tegenprestatie.
                        Hierbij moet het college de in deze verordening</al><al>neergelegde criteria in acht nemen. Artikel 2 van deze verordening stelt
                        voorwaarden ten aanzienvan de inhoud van de tegenprestatie. Het college
                        dient maatwerk toe te passen bij het opdragenvan een tegenprestatie.
                        Rekening moet worden gehouden met de individuele omstandigheden van
                        belanghebbende, waaronder leeftijd, opleiding, werkervaring en andere
                        relevante persoonlijke omstandigheden. De werkzaamheden worden immers
                        opgedragen ‘naar vermogen’. Het is dus van belang dat belanghebbende ook in
                        staat is de werkzaamheden te verrichten.</al><al>In artikel 2, eerste lid, van deze verordening is bepaald dat de
                        tegenprestatie onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden betreffen
                        die additioneel van aard zijn. De werkzaamheden in het kader van de
                        tegenprestatie dienen zich te onderscheiden van werkzaamheden die door de
                        reguliere arbeidsmarkt verricht worden. </al><al/><al>Lid 2. Het belang van de belanghebbende en de samenleving</al><al>De tegenprestatie wordt motiverend ingezet, waarbij tegemoet gekomen wordt
                        aan het individuele en het collectieve belang.</al><al>Bij het opdragen van de tegenprestatie wordt rekening gehouden met de eigen
                        inbreng van debelanghebbende. De belanghebbende wordt gemotiveerd eigen
                        ideeën aan te dragen. Decommunicatie over de tegenprestatie richting de
                        belanghebbende moet zorgvuldig verlopen, zodat helder is wat er van hem/haar
                        verwacht kan worden. Het individuele belang van debelanghebbende wordt
                        gediend met de bijdrage die de tegenprestatie levert aan het verminderenvan
                        de kwetsbare positie waarin hij/zij zich bevindt. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Het opdragen van een tegenprestatie</titel></kop><al>Het college heeft beleidsvrijheid om een tegenprestatie op te leggen. Het
                        college bepaaltuiteindelijk of, en zo ja welke tegenprestatie wordt
                        opgedragen. Tegen een besluit tot het opdragen van een tegenprestatie kan
                        bezwaar en beroep worden aangetekend.</al><al/><al>Artikel 3 lid 1</al><al>De werkzaamheden die als tegenprestatie ingezet worden, moeten naar vermogen
                        door een belanghebbende verricht kunnen worden. De term 'naar vermogen'
                        heeft betrekking op de mogelijkheden waarover een belanghebbende beschikt om
                        deze werkzaamheden te verrichten. Immers, niet alle onbeloonde
                        maatschappelijk nuttige werkzaamheden kunnen worden opgedragen aan elke
                        uitkeringsgerechtigde.</al><al>Bij het opdragen van de tegenprestatie houdt het college rekening met de
                        persoonlijke situatie enindividuele omstandigheden van een belanghebbende,
                        waaronder leeftijd, opleiding enwerkervaring.</al><al>Hierbij wordt rekening gehouden met het fysieke en psychische vermogen van
                        een belanghebbende. Bij het opdragen van de tegenprestatie dient het college
                        maatwerk te leveren. Voorts wordt bij opdragen van een tegenprestatie
                        rekening gehouden met praktische omstandigheden zoals reistijd,
                        beschikbaarheid van kinderopvang en/of belanghebbende</al><al>al maatschappelijke activiteiten verricht.</al><al/><al>Daarnaast houdt het college bij het opdragen van de verplichting tot
                        tegenprestatie rekening metde persoonlijke wensen en kwaliteiten van
                        belanghebbende. Uiteraard moet die werkzaamheid voldoen aan het bepaalde bij
                        of krachtens artikel 2 van deze verordening en moet die werkzaamheid
                        beschikbaar zijn. Het college is niet gehouden</al><al>te voldoen aan de wensen van een belanghebbende, maar moet deze wel in de
                        beoordelingmeenemen. </al><al/><al>Als belanghebbende geen voorkeur kenbaar maakt of er geen keuzemogelijkheid
                        is, kan hetcollege een werkzaamheid opleggen. Het is immers aan het college,
                        en niet aan een belanghebbende, een tegenprestatie op te dragen aan
                        belanghebbende.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Duur en omvang van een tegenprestatie</titel></kop><al>Het college bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden en de
                        voorhanden zijndeonbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de aard,
                        de duur en de omvang van de aan een persoon op te leggen tegenprestatie.
                        Hierbij moet het college de in deze verordening</al><al>neergelegde criteria in acht nemen. Artikel 4 van deze verordening stelt
                        voorwaarden ten aanzienvan de duur en omvang van de tegenprestatie.</al><al>Individuele omstandighedenHet college beoordeelt op basis van de individuele
                        omstandigheden van een belanghebbende deomvang en de duur van de
                        tegenprestatie. De omvang van de werkzaamheden en de duur in detijd dienen
                        in de regel beperkt te zijn. Dat betekent dat het college steeds een
                        afweging maakt op basis van de situatie in welke mate een tegenprestatie
                        verlangd kan worden.</al><al/><al>Artikel 4, eerste lid, regelt dat de tegenprestatie wordt ingezet voor een
                        maximale duur. Detegenprestatie kan worden opgedragen voor de maximale duur
                        van 3 maanden. </al><al>Artikel 4, tweede lid, regelt dat de tegenprestatie wordt ingezet voor een
                        maximaal aantal uren. De tegenprestatie wordt opgedragen voor maximaal 20
                        uren per week. Voor het maximaal aantal uren is gekozen om de tegenprestatie
                        van relatief geringe omvang te laten zijn.</al><al>Artikel 4, derde lid, regelt dat het opdragen van een tegenprestatie binnen
                        een periode van 12maanden slechts tweemaal worden opgedragen. Het gaat
                        hierbij om een aaneengesloten periode van twaalf maanden. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Vrijstelling</titel></kop><al>Artikel 5 van de verordening bepaalt dat geen tegenprestatie wordt
                        opgedragen indien een belanghebbende mantelzorg verricht. Of sprake is van
                        mantelzorg wordt getoetst aan de criteria van het begrip mantelzorg zoals
                        neergelegd in artikel 1 van deze verordening. Verricht een belanghebbende
                        mantelzorg in de zin van deze verordening en is het verrichten van
                        mantelzorg volgens het college redelijkerwijs noodzakelijk, dan draagt het
                        college een belanghebbende geen tegenprestatie op. Daarnaast regelt dit
                        artikel de vrijstelling voor belanghebbenden die</al><al>vrijwilligerswerk verrichten dat te beschouwen is als een maatschappelijk
                        nuttige activiteit. Uit dewet vloeien nog 2 vrijstellingen voort namelijk de
                        zorg van alleenstaande ouders voor (een)kind(eren) in de leeftijd van 0 tot
                        5 jaar (artikel 9a Participatiewet). Deze ontheffing moet wel op</al><al>verzoek van de belanghebbende door het college zijn gegeven.</al><al>Ook belanghebbenden die volledig duurzaam arbeidsongeschikt zijn verklaard,
                        worden onthevenvan de plicht tot het leveren van een
                        tegenprestatie.Toegevoegd is de groep belanghebbenden die parttime werk voor
                        tenminste 20 uren per weekverrichten. Daarmee wordt verondersteld dat zij
                        voldoende bijdrage aan de samenleving hebbengegeven.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Geen werkzaamheden voorhanden</titel></kop><al>Artikel 6, eerste lid, van deze verordening bepaalt dat geen tegenprestatie
                        wordt opgedragenindien geen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden
                        voorhanden zijn. In dezeverordening kiest de gemeenteraad ervoor dat geen
                        tegenprestatie wordt opgedragen indien geen maatschappelijk nuttige
                        werkzaamheden binnen de eigen gemeentegrenzen voorhanden zijn. De
                        Participatiewet verplicht gemeenten niet om buiten de eigen gemeentegrens
                        een tegenprestatie te laten verrichten. </al><al/><al>Indien het college besluit geen tegenprestatie op te leggen omdat binnen de
                        eigen gemeentegrenzen geen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden
                        voorhanden zijn, wordt binnen zes maanden een heronderzoek uitgevoerd om te
                        beoordelen of op dat moment wel maatschappelijk nuttige werkzaamheden binnen
                        de eigen gemeentegrenzen voorhanden zijn. Indien er wederom geen
                        werkzaamheden voorhanden zijn, wordt opnieuw binnen zes maanden een
                        heronderzoek uitgevoerd. Dit is geregeld in artikel 6, tweede lid, van deze
                        verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>