<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR341377_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele studietoeslag gemeente Oost Gelre</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oost Gelre</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oost Gelre</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">www.officiëlebekendmakingen</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele studietoeslag gemeente Oost Gelre</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>14-10-2014/15</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening individuele studietoeslag gemeente Oost Gelre</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Oost Gelre;</al><al>gezien het voorstel van het college van de gemeente Oost Gelre van 9
                        september 2014;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, van de
                        Participatiewet;</al><al/><al>BESLUIT:</al><al/><al>Vast te stellen de <vet>Verordening individuele studietoeslag gemeente Oost
                            Gelre</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet,
                        wordt ingediend middels een door het college vastgesteld formulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Advies over oordeel verdienen wettelijk minimumloon</titel></kop><al>Het college beslist met betrekking tot het oordeel of een persoon met
                        voltijdse arbeid niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk
                        minimumloon, maar wel mogelijkheden heeft tot arbeidsparticipatie. Het
                        college kan hiervoor een externe organisatie inschakelen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Eenmaal per periode individuele studietoeslag verlenen</titel></kop><al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van 12 maanden in
                        aanmerking komen voor een individuele studietoeslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een individuele studietoeslag bedraagt € 700,- ;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bedrag genoemd in het eerste lid wordt jaarlijks geïndexeerd conform
                            de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal
                            Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden naar boven afgerond op
                            hele euro's.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Betaling individuele studietoeslag</titel></kop><al>Een individuele studietoeslag wordt eenmalig als één bedrag uitbetaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele studietoeslag
                        gemeente Oost Gelre</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 14 oktober 2014.</ondertekening><ondertekening>De raad van de gemeente Oost Gelre,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>raadsgriffier, J. Vinke</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>voorzitter, A. Bronsvoort</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al>De Invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de
                    Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het college de
                    mogelijkheid mensen, van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het
                    minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag te verstrekken als ze
                    studeren. Het afronden van een studie versterkt de positie op de arbeidsmarkt.
                    Een diploma is een bewijs tegenover werkgevers dat iemand gemotiveerd is en veel
                    in zijn mars heeft.</al><al>Mensen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra steuntje in
                    de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te lenen een
                    stuk hoger, omdat de kans op een baan later lager is. Een studieregeling
                    stimuleert mensen om toch de stap te zetten om naar school te gaan of een studie
                    te gaan volgen. Ook biedt het een financiële compensatie voor het feit dat het
                    voor deze groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met een bijbaan (TK
                    2013-2014, 33 161, nr. 125, p. 2).</al><al>De individuele studietoeslag moet worden aangemerkt als een vorm van bijzondere
                    bijstand (artikel 5, onderdeel d, van de Participatiewet). De individuele
                    studietoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is een
                    inkomensondersteunende maatregel voor mensen van wie is vastgesteld dat ze niet
                    in staat zijn het minimumloon te verdienen.</al><tussenkop>Verordeningplicht</tussenkop><al>De Invoeringswet Participatiewet legt de gemeenteraad de verplichting op in een
                    verordening regels vast te stellen over het verlenen van een individuele
                    studietoeslag. Deze verordeningopdracht is neergelegd in artikel 8, eerste lid,
                    onderdeel c, van de Participatiewet. De regels moeten in ieder geval betrekking
                    hebben op de hoogte en de frequentie van de betaling van de individuele
                    studietoeslag (artikel 8, derde lid, van de Participatiewet).</al><tussenkop>Voorwaarden individuele studietoeslag</tussenkop><al>Een persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de
                    arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
                    Participatiewet kan een aanvraag indienen voor een individuele studietoeslag.
                    Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet spreekt overigens zowel over
                    verzoek als aanvraag. Het college kan op een dergelijk verzoek – gelet op de
                    individuele omstandigheden van een persoon - een individuele studietoeslag
                    verlenen. Hiervoor is vereist dat deze persoon op de datum van de aanvraag:</al><lijst><li nr="·"><al>18 jaar of ouder is;</al></li><li nr="·"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering
                            2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van
                            de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;</al></li><li nr="·"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de
                            Participatiewet heeft; en</al></li><li nr="·"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij met voltijdse arbeid niet
                            in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel
                            mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.</al></li></lijst><al>Dat een persoon recht moet hebben op studiefinanciering of een
                    WTOS-tegemoetkoming, betekent niet dat deze persoon ook daadwerkelijk
                    studiefinanciering of een tegemoetkoming moet ontvangen. Het recht op
                    studiefinanciering bestaat, afhankelijk van iemands gekozen opleiding, leeftijd
                    en inkomen. Of van dit recht gebruik gemaakt wordt is niet in de Participatiewet
                    geregeld en is geen vereiste voor het ontvangen van een individuele
                    studietoeslag op grond van de Participatiewet. Voor het recht op een individuele
                    studietoeslag is het dan ook voldoende dat een persoon recht heeft op
                    studiefinanciering of een tegemoetkoming. De persoon zal - als aanvrager van de
                    toeslag - aannemelijk moeten maken dat hij recht op studiefinanciering of een
                    tegemoetkoming heeft, bijvoorbeeld door een beschikking van DUO of door een
                    bewijs van inschrijving bij een bepaalde opleiding te overleggen.</al><al>De artikelen 12, 43, 49 en 52 van de Participatiewet zijn niet van toepassing
                    bij verlening van de individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van de
                    Participatiewet). De aanvraag moet worden ingediend bij het college. Een
                    individuele studietoeslag kan niet als lening worden verstrekt als een persoon
                    met de studietoeslag schulden wil aflossen. Artikel 49 van de Participatiewet is
                    namelijk niet van toepassing op de individuele studietoeslag (artikel 36b,
                    tweede lid, van de Participatiewet). Ook artikel 52 van de Participatiewet is
                    niet van toepassing op de individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid,
                    van de Participatiewet). Dit maakt dat de individuele studietoeslag niet kan
                    worden verstrekt in de vorm van een voorschot.</al><tussenkop>Artikelgewijze toelichting</tussenkop><al>Enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven worden hier behandeld.</al><tussenkop>Artikel 1 Indienen verzoek </tussenkop><al>Een verzoek om een individuele studietoeslag kan worden ingediend door personen
                    als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet. Dit
                    betreft personen die het college ondersteunt bij arbeidsinschakeling:</al><lijst><li nr="·"><al>personen die algemene bijstand ontvangen;</al></li><li nr="·"><al>personen als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdelen b en c,
                            35, vierde lid, onderdelen b en c, en 36, derde lid, onderdelen b en c,
                            van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen tot het moment dat het
                            inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten
                            jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon
                            in die twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d is
                            verleend;</al></li><li nr="·"><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                            Participatiewet;</al></li><li nr="·"><al>personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de
                            Algemene nabestaandenwet;</al></li><li nr="·"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers,</al></li><li nr="·"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen,
                            en.</al></li><li nr="·"><al>niet-uitkeringsgerechtigden.</al></li></lijst><al>Het college kan aan deze personen, op een daartoe strekkend verzoek, een
                    individuele studietoeslag verlenen (artikel 36b, eerste lid, van de
                    Participatiewet). Een persoon dient op datum van de aanvraag aan de voorwaarden
                    te voldoen zoals genoemd in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet.
                    Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een persoon, een besluit te nemen
                    (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een aanvraag dient in beginsel
                    schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1 van de Awb).</al><al>Om onduidelijkheid te voorkomen omtrent de wijze waarop het verzoek als bedoeld
                    in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet moet worden ingediend,
                    bepaalt artikel 1 van deze verordening dat het verzoek moet worden gedaan
                    middels een door het college vastgesteld formulier. Een verzoek wordt dan gezien
                    als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1 van de Awb. Het gaat dan om een
                    schriftelijke aanvraag (artikel 4:1 van de Awb) die wordt ondertekend door de
                    aanvrager en ten minste de naam en het adres van de aanvrager bevat, de
                    dagtekening en een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd (artikel
                    4:2, eerste lid, van de Awb). De aanvrager verschaft ook de gegevens en
                    bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij
                    redelijkerwijs de beschikking kan krijgen (artikel 4:2, tweede lid, van de Awb).
                    Een mondeling verzoek kan hiermee dus niet worden aangemerkt als een verzoek om
                    individuele studietoeslag zoals bedoeld in artikel 36b van de
                    Participatiewet.</al><tussenkop>Artikel 2 Advies over oordeel verdienen wettelijke minimumloon </tussenkop><al>Advies over oordeel verdienen wettelijk minimumloon Artikel 36b, eerste lid, van
                    de Participatiewet regelt in welke gevallen het college op verzoek van een
                    persoon, gelet op diens individuele omstandigheden, een individuele
                    studietoeslag kan verlenen. Dit is het geval indien een persoon op de datum van
                    de aanvraag:</al><lijst><li nr="·"><al>18 jaar of ouder is;</al></li><li nr="·"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering
                            2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van
                            de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;</al></li><li nr="·"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de
                            Participatiewet heeft; en</al></li><li nr="·"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij met voltijdse arbeid niet
                            in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel
                            mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.</al></li></lijst><al>Met betrekking tot het laatst genoemde criterium kan het college advies inwinnen
                    bij een externe organisatie. Het gaat om advies met betrekking tot het oordeel
                    of een persoon met voltijdse arbeid niet in staat is tot het verdienen van het
                    wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie
                    heeft.</al><tussenkop>Artikel 3 Eenmaal per periode individuele studietoeslag verlenen </tussenkop><al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van 12 maanden in aanmerking
                    komen voor een individuele studietoeslag.</al><al>Deze toeslag wordt toegekend voor een periode van twaalf maanden waarbinnen de
                    mogelijkheid bestaat dat deze persoon al lang geen studie meer volgt. Immers,
                    alleen op moment van aanvraag moet een persoon voldoen aan de voorwaarden van
                    artikel 36b van de Participatiewet. Als hij op enig moment na de aanvraag hier
                    niet meer aan voldoet, heeft dat geen gevolgen voor het recht op een individuele
                    studietoeslag.</al><tussenkop>Artikel 4 Hoogte individuele studietoeslag </tussenkop><al>In artikel 4 van deze verordening is de hoogte van de individuele studietoeslag
                    geregeld. Hierbij wordt de studietoeslag per persoon die voldoet aan de
                    voorwaarden toegekend. Een individuele studietoeslag bedraagt € 700,-.</al><al>Is sprake van gehuwden die allebei afzonderlijk voldoen aan de voorwaarden voor
                    een individuele studietoeslag, dan komen zij afzonderlijk in aanmerking voor een
                    individuele studietoeslag.</al><al>In artikel 4, tweede lid, van deze verordening, is een indexeringsbepaling
                    opgenomen. Deze bepaling voorkomt dat de verordening telkens opnieuw moet worden
                    vastgesteld, enkel voor indexatie van de bedragen. Het is van belang de nieuwe
                    bedragen (na indexatie) intern duidelijk te communiceren.</al><tussenkop>Artikel 5 Betaling individuele studietoeslag </tussenkop><al>In dit artikel wordt de frequentie van de betaling van de individuele
                    studietoeslag geregeld. Een individuele studietoeslag wordt eenmalig in één
                    bedrag uitbetaald. Dit is het bedrag zoals neergelegd in artikel 4 van deze
                    verordening. Na 12 maanden kan een persoon opnieuw in aanmerking komen voor een
                    individuele studietoeslag. Dit volgt uit artikel 3 van deze verordening.</al><al>Een persoon moet op de datum van de aanvraag voldoen aan de in artikel 36b,
                    eerste lid, van de Participatiewet. Als een persoon op enig moment na de
                    aanvraag hier niet meer aan voldoet heeft dat geen gevolgen voor het recht op
                    een individuele studietoeslag. Dit betekent dat het dus kan voorkomen dat een
                    persoon geen recht op studiefinanciering meer heeft, maar wel nog recht heeft op
                    uitbetaling van een eerder toegekende individuele studietoeslag aangezien
                    uitsluitend de situatie op de datum van de aanvraag bepalend is.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>