<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR341374_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Oost Gelre</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oost Gelre</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oost Gelre</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">www.officiëlebekendmaking.nl</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Oost Gelre</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-07-25</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>14-10-2014/15</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Oost Gelre</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Oost Gelre;</al><al>gezien het voorstel van het college van de gemeente Oost Gelre van 9
                        september 2014;</al><al>gelet op artikel 147 van de Gemeentewet;</al><al>gelet op artikel artikel 8a, eerste lid, onderdeel b, van de
                        Participatiewet;</al><al/><al>BESLUIT:</al><al/><al>Vast te stellen de <vet>Verordening tegenprestatie participatiewet gemeente
                            Oost Gelre</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>Tegenprestatie: het naar vermogen verrichten van door het college
                            opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die worden verricht naast of in
                            aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.</al></li><li nr="b."><al>Mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een
                            hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij
                            deze zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg
                            van huisgenoten voor elkaar overstijgt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Verslag over beleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zendt periodiek aan de gemeenteraad een verslag over de
                            doeltreffendheid van het beleid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verslag, zoals bedoeld in het eerste lid, bevat het oordeel van de
                            WMO-raad.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>De tegenprestatie naar vermogen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inhoud van een tegenprestatie</titel></kop><al>Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden
                            opdragen aan een uitkeringsgerechtigde voor zover die werkzaamheden: </al><lijst><li nr="a."><al>naar hun aard niet gericht zijn op toeleiding naar de
                                    arbeidsmarkt;</al></li><li nr="b."><al>niet zijn bedoeld als re-integratie-instrument;</al></li><li nr="c."><al>worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de
                                    organisatie waarin ze worden verricht; en</al></li><li nr="d."><al>niet leiden tot verdringing. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Het opdragen van een tegenprestatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een belanghebbende die bijstand ontvangt op basis
                                van artikel 1, onder b van de Participatiewet een tegenprestatie
                                opdragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt in elk geval geen tegenprestatie op aan:</al><lijst><li nr="a."><al>De belanghebbende die aantoonbaar vrijwilligerswerk verricht
                                        dat naar aard en omvang minimaal vergelijkbaar is met een
                                        tegenprestatie als bedoeld in deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>De belanghebbende die aantoonbaar mantelzorg verricht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening
                                met de volgende factoren:</al><lijst><li nr="a."><al>het vermogen van belanghebbende om de tegenprestatie te
                                        verrichten;</al></li><li nr="b."><al>de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden;</al></li><li nr="c."><al>de persoonlijke wensen en kwaliteiten van een
                                        belanghebbende.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Duur en omvang van een tegenprestatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een tegenprestatie wordt opgedragen voor de duur van maximaal 6
                                maanden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een tegenprestatie wordt opgedragen voor maximaal acht 8 uren per
                                week.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening tegenprestatie
                            Participatiewet Oost Gelre.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 14 oktober 2014,</ondertekening><ondertekening>De raad van de gemeente Oost Gelre,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>raadsgriffier, J. Vinke</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>voorzitter, A. Bronsvoort</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>ALGEMENE TOELICHTING </vet></al><al><vet>VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET OOST GELRE </vet></al><al>Het college heeft op grond van de Participatiewet de opdracht beleid te
                            ontwikkelen ten behoeve van het verrichten van een tegenprestatie als
                            bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, en het uitvoeren ervan,
                            overeenkomstig de verordening bedoeld in artikel 8a, eerste lid,
                            onderdeel b.</al><al>De wet verplicht een belanghebbende niet meer integraal tot het leveren
                            van een tegenprestatie voor het ontvangen van een uitkering. Wel is het
                            college bevoegd een belanghebbende te verplichten naar vermogen een
                            tegenprestatie te verrichten, maar alleen als die tegenprestatie niet
                            direct samenhangt met arbeidsinschakeling.</al><al>In het Beleidsplan Participatiewet 2015 – 2018 is over het opleggen van
                            een tegenprestatie gesteld dat het principe van wederkerigheid wordt
                            omarmd en het leveren van een tegenprestatie voor het ontvangen van een
                            uitkering als een vanzelfsprekendheid wordt gezien. Maar ook dat
                            terughoudend wordt omgegaan met het daadwerkelijk opleggen van een
                            verplichting tot het verrichten van een tegenprestatie, omdat het
                            belangrijk is dat mensen vanuit eigen motivatie maatschappelijk nuttige
                            werkzaamheden verrichten. In verband hiermee wordt extra ingezet op het
                            motiveren van mensen. </al><al>Als het college besluit een tegenprestatie op te leggen, is de
                            belanghebbende gehouden de naar vermogen door het college opgedragen
                            onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten. Het niet
                            nakomen van deze verplichting kan gevolgen hebben voor de (hoogte van)
                            de uitkering. Dit is vastgelegd in de gemeentelijke
                            afstemmingverordening.</al><al><cursief>Individuele omstandigheden</cursief></al><al>Het college houdt bij het opleggen van een tegenprestatie rekening met
                            de persoonlijke situatie en de persoonlijke omstandigheden van de
                            belanghebbende. Hierbij worden de in deze verordening neergelegde
                            criteria in acht genomen. De persoonlijke wensen en kwaliteiten van
                            belanghebbende worden zo veel mogelijk meegewogen.</al><al>Als het college een tegenprestatie vraagt van belanghebbende, moet het
                            een duidelijke omschrijving geven van de te verrichten werkzaamheden.
                            Het moet voor een belanghebbende immers duidelijk zijn welke
                            tegenprestatie van hem verwacht wordt (zie Rechtbank
                            Zeeland-West-Brabant 25-02-2013, nr. 12/3649,
                            ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ5171). </al><al><cursief>Geen tegenprestatie </cursief></al><al>Als de belanghebbende aantoonbaar vrijwilligerswerk verricht dat naar
                            aard en omvang minimaal vergelijkbaar is met een tegenprestatie als
                            bedoeld in deze verordening, wordt geen tegenprestatie opgelegd.
                            Hetzelfde geldt voor de belanghebbende die aantoonbaar mantelzorg
                            verricht. Daarbij wordt aansluiting gezocht bij de omschrijving van
                            mantelzorg in het kader van een mantelzorg vergoeding: meer dan 8 uur
                            per week intensief en langer dan 3 maanden.</al><al>De plicht tot tegenprestatie is voorts niet van toepassing op een
                            belanghebbende die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld
                            in artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (artikel 9,
                            vijfde lid, van de Participatiewet). </al><al>De plicht tot tegenprestatie is evenmin van toepassing op een
                            alleenstaande ouder die in het bezit is van een ontheffing als bedoeld
                            in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet (artikel 9, zevende
                            lid, van de Participatiewet). </al><al><cursief>Afstemmen </cursief></al><al>Net als bij het niet nakomen van de arbeids- en
                            re-integratieverplichting geldt voor het niet nakomen van een door het
                            college opgelegde tegenprestatie dat de bijstand kan worden afgestemd
                            overeenkomstig de gemeentelijke afstemmingsverordening. </al><al><cursief>Bevoegdheid opdragen tegenprestatie </cursief></al><al>De bevoegdheid van het college om een belanghebbende te verplichten naar
                            vermogen een tegenprestatie te verrichten geldt al sinds 1 januari 2012.
                            De regering meent dat de tegenprestatie voor uitkeringsgerechtigden een
                            gelegenheid is om te blijven participeren in de samenleving en om een
                            sociaal netwerk, arbeidsritme en regelmaat te behouden. Dit zijn volgens
                            de regering ook noodzakelijke voorwaarden om de kansen op de
                            arbeidsmarkt te vergroten (TK 2013-2014, 33 801, nr. 3, p. 29).</al><al><cursief>T</cursief><cursief>egenprestatie is geen
                                re-integratie-instrument </cursief></al><al>Het opdragen van een tegenprestatie heeft niet primair tot doel de
                            re-integratie van een belanghebbende te bevorderen, maar moet worden
                            gezien als een nuttige bijdrage aan de samenleving (TK 2013-2014, 33
                            801, nr. 7, p. 49-50). De tegenprestatie is daarom naar zijn aard niet
                            gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt en is niet bedoeld als
                            re-integratie-instrument. Voorts mag een tegenprestatie het accepteren
                            van passende arbeid of het leveren van re integratie-inspanningen niet
                            belemmeren. Immers, als uitgangspunt geldt: werk boven uitkering. </al><al><cursief>Verordeningplicht </cursief></al><al>De Wet maatregelen WWB legt de gemeenteraad de verplichting op om bij
                            verordening regels vast te stellen over het opdragen van een
                            tegenprestatie aan mensen met een bijstandsuitkering in de leeftijd van
                            18 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd. Deze verordeningopdracht is
                            neergelegd in artikel 8a, eerste lid, onderdeel b Participatiewet. Het
                            is aan de gemeente om de duur, omvang en inhoud van de tegenprestatie te
                            regelen (zie TK 2013-2014, 33 801, nr. 24, p. 6). </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>