<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR341308_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Huisvestingsverordening aangewezen gebieden Rotterdam 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Rotterdam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rotterdam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2014-131</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Huisvestingsverordening aangewezen gebieden Rotterdam 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikelen 5, 8 en 10 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">artikelen 5, 30, 33 en 85a van de Huisvestingswet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-11-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 september 2014 (raadsvoorstel nr. 14/0022122); raadsstuk 14bb4517</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Gemeenteblad 2014-131</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Huisvestingsverordening aangewezen gebieden Rotterdam 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gemeenteblad 2014</al><al><vet><cursief>Huisvestingsverordening aangewezen gebieden Rotterdam
                        2014</cursief></vet></al><al>De Raad van de gemeente Rotterdam,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 september
                        2014 (raadsvoorstel nr. 14/0022122); raadsstuk 14bb4517;</al><al>gelet op de artikelen 5, 8 en 10 van de Wet bijzondere maatregelen
                        grootstedelijke problematiek en de artikelen 5, 30, 33 en 85a van de
                        Huisvestingswet;</al><al><vet>besluit vast te stellen de navolgende:</vet></al><al>Huisvestingsverordening aangewezen gebieden Rotterdam 2014</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                            onder:</al><lijst><li nr="a."><al>bereidverklaring: de schriftelijke verklaring van of namens de
                                    eigenaar, dat hij bereid is de woonruimte aan de aanvrager van
                                    de huisvestingsvergunning in gebruik te geven;</al></li><li nr="b."><al>eigenaar: de eigenaar als bedoeld in artikel 1, tweede lid van
                                    de wet;</al></li><li nr="c."><al>huishouden: een alleenstaande, of twee of meer personen die ten
                                    genoegen van burgemeester en wethouders hebben aangetoond, dat
                                    zij een duurzaam gemeenschappelijke huishouding voeren;</al></li><li nr="d."><al>huisvestingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 8,
                                    eerste lid, van de wet;</al></li><li nr="e."><al> huurprijs: de huurprijs als bedoeld in artikel 1. lid 1, onder
                                    j, van de wet;</al></li><li nr="f."><al>huurprijsgrens: de huurprijsgrens als bedoeld in artikel 5 van
                                    de Wet op de huurtoeslag;</al></li><li nr="g."><al>ingezetene: degene die in de Basisregistratie personen van één
                                    van de gemeenten in de regio is opgenomen en feitelijk aldaar
                                    hoofdverblijf heeft in een voor permanente bewoning aangewezen
                                    woonruimte;</al></li><li nr="h."><al>inkomen: het rekeninkomen als bedoeld in artikel 1, onder i van
                                    de Wet op de huurtoeslag;</al></li><li nr="i."><al>inwoning: het als lid van een uit meer personen bestaand
                                    huishouden bewonen van woonruimte, welke omstandigheid ten
                                    genoegen van burgemeester en wethouders moet zijn
                                    aangetoond;</al></li><li nr="j."><al>kamer: elke afzonderlijke ruimte in een woonruimte, geschikt
                                    voor wonen en slapen met een oppervlakte van ten minste 6
                                    m²;</al></li><li nr="k."><al>kamerbewoning: het bewonen van onzelfstandige woonruimte, voor
                                    welke bewoning inschrijving in de Basisregistratie personen
                                    noodzakelijk is;</al></li><li nr="l."><al>minister: de minister voor Wonen en Rijksdienst;</al></li><li nr="m."><al>onttrekkingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 30,
                                    eerste lid, van de wet;</al></li><li nr="n."><al>onttrekkingsvergunning voor kamerbewoning: de vergunning om een
                                    zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte om te
                                    zetten en voor kamerbewoning te gebruiken of te doen
                                    gebruiken;</al></li><li nr="o."><al>onzelfstandige woonruimte: woonruimte, welke geen eigen toegang
                                    heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond,
                                    zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke
                                    voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij in ieder geval als
                                    wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt: keuken en
                                    toilet;</al></li><li nr="p."><al>Rotterdamwet: de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke
                                    problematiek;</al></li><li nr="q."><al>splitsingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 33
                                    van de wet;</al></li><li nr="r."><al>stadsregio: het grondgebied van de gemeenten Albrandswaard,
                                    Barendrecht, Bernisse, Brielle, Capelle aan den IJssel,
                                    Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland
                                    (Bergschenhoek, Berkel en Rodenrijs, Bleiswijk), Maassluis,
                                    Ridderkerk, Rotterdam, Rozenburg, Schiedam, Spijkenisse,
                                    Vlaardingen, Westvoorne;</al></li><li nr="s."><al>stadsvernieuwings- of herstructureringplan: een door
                                    burgemeester en wethouders bepaald grootschalig bouw- en
                                    verbouwproject, waarvan de uitvoering en uitplaatsing van
                                    huishoudens binnen één jaar zal plaatsvinden;</al></li><li nr="t."><al>toegelaten instellingen: verenigingen en stichtingen werkzaam in
                                    het belang van de volkshuisvesting als bedoeld in artikel 70,
                                    eerste lid, van de Woningwet;</al></li><li nr="u."><al>wet: de Huisvestingswet;</al></li><li nr="v."><al>woonruimte: besloten ruimte, die al dan niet tezamen met een of
                                    meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door
                                    een huishouden;</al></li><li nr="w."><al>zelfstandige woonruimte: een woonruimte welke een eigen toegang
                                    heeft en welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat
                                    dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten
                                    die woonruimte.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Werkingsgebied van de verordening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening is van toepassing in de gebieden die
                                            door de Minister op grond van artikel 5, lid 1 van de
                                            Rotterdamwet zijn aangewezen.
                                            </al></li><li nr="2."><al>De in het vorige lid
                                            bedoelde aangewezen gebieden zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>de wijken Bloemhof (CBS-buurt 81), Carnisse (CBS-buurt
                                            72), Hillesluis (CBS-buurt 82), Oud-Charlois (CBS-buurt
                                            74) en Tarwewijk (CBS-buurt 71);</al></li><li nr="b."><al>de volgende straten, voor zover gelegen in het gebied
                                            Delfshaven (gebied 3): Grote Visserijstraat,
                                            Mathenesserdijk (alleen de adressen binnen
                                            postcodegebied 3026), Mathenesserweg, Schiedamseweg,
                                            Willem Buytewechstraat, Vierambachtsstraat,
                                            ‘s-Gravendijkwal, 1e Middellandstraat, 2e
                                            Middellandstraat en Middellandplein. </al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>Verdeling van woonruimte</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><al>Dit hoofdstuk is van
                                    toepassing op te huur aangeboden zelfstandige of onzelfstandige
                                    woonruimte (maar geen woonruimte bestemd voor inwoning), met een
                                    huurprijs onder de huurprijsgrens.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Vergunningvereiste</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een te huur aangeboden zelfstandige of
                                            onzelfstandige woonruimte met een huurprijs onder de
                                            huurprijsgrens, zonder een huisvestingsvergunning in
                                            gebruik te nemen voor bewoning.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden de in
                                            het vorige lid bedoelde woonruimte voor bewoning in
                                            gebruik te geven aan een huishouden dat niet beschikt
                                            over een huisvestingsvergunning voor deze woonruimte.
                                            </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.</nr><titel>Aanvraag
                                            huisvestingsvergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag van een huisvestingsvergunning voor een
                                            woonruimte wordt ingediend bij burgemeester en
                                            wethouders en gaat vergezeld van de volgende gegevens en
                                            bescheiden:</al><lijst><li nr="a."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="b."><al>naam en adres van de aanvrager;</al></li><li nr="c."><al>de samenstelling van het huishouden dat de woonruimte
                                            wil betrekken;</al></li><li nr="d."><al>het adres van de woonruimte waar de aanvraag betrekking
                                            op heeft;</al></li><li nr="e."><al>een bereidverklaring van of namens de eigenaar dat de
                                            aanvrager de woonruimte kan huren, behoudens in de
                                            gevallen, bedoeld in artikel 7:267, zesde lid 6, artikel
                                            7:268, derde lid en artikel 7:270, eerste lid, van het
                                            Burgerlijk Wetboek;</al></li><li nr="f."><al>een verklaring omtrent de bron en de hoogte van het
                                            inkomen van het huishouden van de aanvrager; en</al></li><li nr="g."><al>een verklaring omtrent de verblijfsstatus van de
                                            aanvrager, indien deze niet de Nederlandse nationaliteit
                                            heeft.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde
                                            gegevens en bescheiden kunnen burgemeester en wethouders
                                            nadere regels stellen.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag van
                                            een huisvestingsvergunning binnen zes weken na de dag
                                            van ontvangst van de aanvraag.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de in het derde lid
                                            bedoelde termijn eenmaal met zes weken verlengen en doen
                                            hiervan mededeling aan de aanvrager.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Toegang tot de woningmarkt en criteria voor
                                        vergunningverlening</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders verlenen de huisvestingsvergunning,
                                    indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:</al><al>a.de aanvrager bezit de Nederlandse nationaliteit, of wordt op
                                    grond van een wettelijke bepaling als Nederlander behandeld, of
                                    is vreemdeling en houdt rechtmatig verblijf als bedoeld in
                                    artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet
                                    2000; b. de aanvrager is 18 jaar of ouder of is het hoofd van
                                    een huishouden met minderjarig(e) kind(eren); c. de aanvrager
                                    voldoet aan het bepaalde in artikel 2.5; d. de woonruimte wordt
                                    met toepassing van artikel 2.6. passend geacht voor het
                                    huishouden van de aanvrager van de huisvestingsvergunning; en e.
                                    de onttrekkingsvergunning voor kamerbewoning is daadwerkelijk
                                    verleend, indien het onzelfstandige woonruimte betreft waarvoor
                                    deze vergunning op grond van artikel 3.1.2. is vereist. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.</nr><titel>Inkomenseis Rotterdamwet</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd artikel 2.4, komt de aanvrager die minder
                                            dan zes jaar voorafgaand aan de aanvraag van een
                                            huisvestingsvergunning onafgebroken ingezetene is van
                                            één van de gemeenten van de stadsregio slechts in
                                            aanmerking voor een huisvestingsvergunning, indien hij
                                            beschikt over:</al></li><li nr="a."><al>een inkomen op grond van het in dienstbetrekking
                                            verrichten van arbeid; b. een inkomen uit zelfstandig
                                            beroep of bedrijf; c. een inkomen op grond van een
                                            regeling voor vrijwillig vervroegd uittreden; d. een
                                            ouderdomspensioen als bedoeld in de Algemene
                                            Ouderdomswet; e. een ouderdoms- of nabestaandenpensioen
                                            als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964, of f.
                                            studiefinanciering als bedoeld in de Wet
                                            studiefinanciering 2000. 2. Indien het inkomen afkomstig
                                            is van de in het vorige lid onder a. en b. genoemde
                                            bronnen, moet de hoogte van het inkomen ten minste
                                            gelijk zijn aan de voor de aanvrager geldende
                                            bijstandsnorm, zoals bedoeld in artikel 5, onder c. van
                                            de Wet werk en bijstand.</al></li><li nr="3."><al>Aan de aanvrager die niet voldoet aan de in de
                                            voorafgaande leden bedoelde eisen, kunnen burgemeester
                                            en wethouders de aangevraagde huisvestingsvergunning
                                            verlenen, indien het weigeren van de
                                            huisvestingsvergunning tot een onbillijkheid van
                                            overwegende aard zou leiden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.</nr><titel>Passendheid van de woonruimte</titel></kop><al>1. De grootte van de woonruimte moet passen bij de omvang van
                                    het huishouden. Om te bepalen of dit bij de aanvrager het geval
                                    is, wordt de volgende tabel toegepast:</al><table><tgroup cols="2"><tbody><row><entry colname="col1"><al>Aantal kamers</al></entry><entry colname="col2"><al>Aantal leden van het huishouden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1</al></entry><entry colname="col2"><al>1 tot en met 2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>1 tot en met 3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>1 tot en met 4 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>2 tot en met 5 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5 of meer</al></entry><entry colname="col2"><al>Ten minste gelijk aan aantal kamers en ten
                                                  hoogste twee meer dan aantal kamers</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al> 2. Bij de toepassing van de tabel worden de volgende
                                    uitvoeringsregels gehanteerd: a. bij éénouderhuishoudens telt
                                    het hoofd van het huishouden voor twee personen; b. wanneer er
                                    sprake is van een zwangerschap van ten minste drie maanden, telt
                                    betrokkene voor twee personen. In dat geval dient het origineel
                                    van een door een arts of verloskundige opgestelde
                                    zwangerschapsverklaring te worden overgelegd; c. het aantal
                                    kamers dat de woning telt op het moment van ter beschikking
                                    komen is bepalend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7.</nr><titel>Intrekken van
                                                huisvestingsvergunning</titel></kop><al> Burgemeester en wethouders kunnen een
                                            huisvestingsvergunning intrekken, indien: a. de
                                            vergunninghouder de erin vermelde woonruimte niet binnen
                                            één maand na verlening van de huisvestingsvergunning in
                                            gebruik heeft genomen; b. de vergunning is verleend op
                                            grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens
                                            waarvan deze wist of redelijkerwijs kon weten dat zij
                                            onjuist of onvolledig waren. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8.</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels
                                            vaststellen voor het verstrekken van een vergunning als
                                            bedoeld in deze paragraaf.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>Wijziging van de samenstelling van de
                                        woonruimtevoorraad</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.1.</nr><titel>Onttrekking en
                                    omzetting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.1.</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><al>Deze paragraaf is van toepassing op alle woonruimten. <vet>
                                        Artikel 3.1.2. Vergunningvereiste</vet> 1. Het is verboden
                                    om zonder een onttrekkingsvergunning een woonruimte aan de
                                    bestemming tot bewoning te onttrekken, of voor een zodanig
                                    gedeelte aan die bestemming te onttrekken, dat die woonruimte
                                    daardoor niet langer geschikt is voor bewoning door een
                                    huishouden van dezelfde omvang als waarvoor deze zonder zodanige
                                    onttrekking geschikt is. 2. Onder het onttrekken aan de
                                    bestemming tot bewoning wordt eveneens verstaan het omzetten van
                                    zelfstandige in onzelfstandige woonruimte, maar niet het slopen
                                    of samenvoegen van woonruimten. </al><al><vet>Artikel 3.1.3. Aanvraag onttrekkingsvergunning</vet></al><al> 1. De aanvraag van een onttrekkingsvergunning wordt ingediend
                                    bij burgemeester en wethouders en gaat vergezeld van de volgende
                                    gegevens en bescheiden:</al><lijst><li nr="a."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="b."><al>naam, voornaam en correspondentieadres in Nederland van
                                            de aanvrager; c. naam, voornaam en correspondentieadres
                                            in Nederland van de eigenaar van de te onttrekken
                                            woonruimte(n); d. naam, voornaam en correspondentieadres
                                            in Nederland van eventuele andere belanghebbenden; e.
                                            plaats en aard van de te onttrekken, of om te zetten
                                            woonruimte; f. een duidelijke omschrijving van de
                                            aanvraag en de grond(en) waarop deze berust; g. de namen
                                            van eventuele huidige bewoners van de te onttrekken
                                            woonruimte; h. bij kamerbewoning: het aantal personen
                                            dat de te onttrekken woonruimte voor kamerbewoning in
                                            gebruik zal nemen; i. een recent kadastraal uittreksel
                                            en een uittreksel van de kadastrale kaart van het
                                            gebouw; j. een akkoordverklaring van de eigenaar, indien
                                            de aanvrager geen eigenaar is van de te onttrekken
                                            woonruimte.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag van
                                            een onttrekkingsvergunning binnen dertien weken na de
                                            dag van ontvangst van de aanvraag.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de in het tweede lid
                                            bedoelde termijn eenmaal met dertien weken verlengen en
                                            doen hiervan mededeling aan de aanvrager.</al></li><li nr="4."><al>In afwijking van het tweede lid, houden burgemeester en
                                            wethouders de beslissing aan, indien voor het verzoek om
                                            vergunning de woonruimte geheel te onttrekken ten
                                            behoeve van een bedrijf een toestemming tot
                                            gebruikswijziging is vereist en op de wijziging van het
                                            gebruik nog niet is beslist.</al></li><li nr="5."><al>De onttrekkingsvergunning wordt geweigerd, indien de
                                            toestemming tot gebruikswijziging, bedoeld in het vierde
                                            lid, is geweigerd.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3.1.4. Criteria voor verlening
                                        onttrekkingsvergunning</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders verlenen een
                                            onttrekkingsvergunning, tenzij het belang van het behoud
                                            of de samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is
                                            dan het met het onttrekken aan de bestemming tot
                                            bewoning gediende belang en indien het belang van het
                                            behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad
                                            niet door het stellen van voorwaarden en voorschriften
                                            voldoende kan worden gediend.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij de beoordeling van
                                            aanvragen van een onttrekkingsvergunning ten behoeve van
                                            de uitoefening van een bedrijf advies inwinnen bij de
                                            Kamer van Koophandel.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders verlenen een
                                            onttrekkingsvergunning voor kamerbewoning, indien wordt
                                            voldaan aan de Nadere regels voor kamerbewoning 2014
                                            (Gemeenteblad 2014, nummer 48).</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3.1.5. Tijdelijke onttrekkingsvergunning</vet></al><al>Burgemeester en wethouders kunnen een onttrekkingsvergunning
                                    voor een beperkte periode van ten hoogste vijf jaar verlenen,
                                    indien de aanvrager aantoont dat een situatie bestaat die een
                                    tijdelijke onttrekking of omzetting rechtvaardigt en waarbij
                                    vast staat dat die situatie niet langer dan vijf jaar zal
                                    duren.</al><al><vet>Artikel 3.1.6. Intrekken onttrekkingsvergunning</vet></al><al>Burgemeester en wethouders kunnen een onttrekkingsvergunning
                                    intrekken, indien: a. niet binnen de in de
                                    onttrekkingsvergunning bepaalde termijn, nadat deze vergunning
                                    onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot onttrekking of
                                    omzetting; b. de onttrekkingsvergunning is verleend op grond van
                                    door de aanvrager verstrekte gegevens waarvan deze wist of
                                    redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
                                    waren; c. de onttrekkingsvergunning is verleend voor
                                    kamerbewoning en is gebleken, dat het gebruik van de woonruimte
                                    voor kamerbewoning is beëindigd.</al><al><vet>Artikel 3.1.7. Nadere regels</vet></al><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels vaststellen voor
                                    het verstrekken van een vergunning als bedoeld in deze
                                    paragraaf.</al><al><vet>Paragraaf 3.2. Splitsing in
                                        appartementsrechten</vet><vet> Artikel 3.2.1.
                                        Reikwijdte</vet>Deze paragraaf is van toepassing op
                                    alle woonruimten die zowel ouder zijn dan 50 jaar, als (na
                                    splitsing) onderdeel zijn van een Vereniging van Eigenaren met
                                    minder dan 25 appartementen.</al><al><vet>Artikel 3.2.2. Vergunningvereiste</vet></al><al> 1. Het is verboden een recht op een gebouw zonder
                                    splitsingsvergunning te splitsen in appartementsrechten als
                                    bedoeld in artikel 5:106, eerste en vierde lid, van het
                                    Burgerlijk Wetboek, indien een of meer van de
                                    appartementsrechten de bevoegdheid omvatten tot het gebruik van
                                    een of meer gedeelten van het gebouw als woonruimte. 2. Het
                                    eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verlenen van
                                    deelnemings- of lidmaatschapsrechten of het aangaan van een
                                    verbintenis daartoe door een rechtspersoon met betrekking tot
                                    een gebouw als bedoeld in het eerste lid.</al><al><vet>Artikel 3.2.3. Aanvraag splitsingsvergunning</vet></al><al>1. De aanvraag van een splitsingsvergunning wordt ingediend bij
                                    burgemeester en wethouders en gaat vergezeld van de volgende
                                    gegevens en bescheiden:</al><lijst><li nr="a."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="b."><al>naam en correspondentieadres in Nederland van de
                                            aanvrager;</al></li><li nr="c."><al>naam en correspondentieadres in Nederland van de
                                            opdrachtgever, indien dit een ander is dan de
                                            aanvrager;</al></li><li nr="d."><al>straat en huisnummer van het gebouw waarvan het recht
                                            wordt gesplitst; e. een recent kadastraal uittreksel en
                                            een uittreksel van de kadastrale kaart van het gebouw
                                            waarvan het recht wordt gesplitst; e. bouwjaar van het
                                            gebouw waarvan het recht wordt gesplitst; f. het aantal
                                            appartementsrechten waarin het recht op het gebouw zal
                                            worden gesplitst; g. de tegenwoordige en toekomstige
                                            bestemming van de te vormen appartementsrechten; h. de
                                            namen en adressen van de bewoners van het gebouw waarvan
                                            het recht wordt gesplitst; i. een splitsingsplan dat
                                            voldoet aan artikel 5:109 van het Burgerlijk Wetboek en
                                            het krachtens dat artikel vastgestelde Besluit
                                            betreffende splitsing in appartementsrechten;</al></li><li nr=""><al>j. het ontwerp van de akte van splitsing waarvoor het
                                            Modelreglement bij Splitsing in Appartementsrechten van
                                            2006 van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie als
                                            uitgangspunt heeft gediend of waarin dit Modelreglement
                                            van toepassing is verklaard. Indien het reglement van
                                            splitsing deel uitmaakt van de akte van splitsing wordt
                                            in de ontwerpakte, bijvoorbeeld door vet of afwijkend
                                            lettertype kenbaar gemaakt, wat de ten opzichte van
                                            bedoeld Modelreglement toegepaste veranderingen of
                                            weglatingen zijn; en</al></li><li nr="k."><al>een taxatierapport betreffende het gebouw en de tot
                                            afzonderlijke woonruimte bestemde gedeelten van het
                                            gebouw, opgemaakt door een beëdigd taxateur. Dit rapport
                                            bevat in elk geval mede een beschrijving en een
                                            beoordeling van de onderhoudstoestand van het
                                            gebouw.</al></li><li nr=""><al>2. De aanvraag wordt door de aanvrager en, indien dit
                                            een ander is, door de opdrachtgever ondertekend. De
                                            overige bescheiden worden door de aanvrager of
                                            opdrachtgever ondertekend dan wel gewaarmerkt.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag van
                                            een splitsingsvergunning binnen dertien weken na de dag
                                            van ontvangst van de aanvraag.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de termijn, bedoeld in
                                            het derde lid, eenmaal met dertien weken verlengen en
                                            doen hiervan mededeling aan de aanvrager.</al></li><li nr="5."><al>Burgemeester en wethouders doen van de intrekking van
                                            een aanvraag van een splitsingsvergunning schriftelijk
                                            mededeling aan de bewoners van het gebouw waarop de
                                            aanvraag betrekking heeft.</al><al><vet>Artikel 3.2.4. Aanhouden wegens gebreken</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing
                                                  op een aanvraag van een splitsingsvergunning
                                                  aanhouden, indien de aanvrager aannemelijk kan
                                                  maken dat hij binnen een daarvoor redelijke
                                                  termijn de gebreken, bedoeld in artikel 3.2.5 met
                                                  het oog op de voorgenomen splitsing zal
                                                  opheffen.</al></li><li nr="2."><al>Indien burgemeester en wethouders de beslissing
                                                  op een aanvraag van een splitsingsvergunning op
                                                  grond van het eerste lid aanhouden, vermelden zij
                                                  in het besluit tot aanhouding welke gebreken met
                                                  het oog op de voorgenomen splitsing moeten worden
                                                  hersteld en binnen welke termijn.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3.2.5.</vet><vet>Weigeren wegens toestand van het
                                                gebouw</vet><vet>Burgemeester en wethouders kunnen
                                                een splitsingsvergunning</vet><vet>weigeren,
                                                indien:</vet></al><lijst><li nr="a."><al>de toestand van het gebouw waarop de
                                                  vergunningaanvraag betrekking heeft, zich uit een
                                                  oogpunt van indeling of staat van onderhoud geheel
                                                  of ten dele tegen splitsing verzet; en</al></li><li nr="b."><al>de desbetreffende gebreken niet door het treffen
                                                  van voorzieningen of het aanbrengen van
                                                  verbeteringen kunnen worden opgeheven, dan wel
                                                  onvoldoende verzekerd is dat die gebreken zullen
                                                  worden opgeheven.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3.2.6.</vet><vet>Intrekken van splitsingsvergunning Burgemeester en
                                                wethouders kunnen een splitsingsvergunning
                                                intrekken, indien:</vet></al><lijst><li nr=""><al>a. niet binnen de in de splitsingsvergunning
                                                  gestelde termijn waarbinnen van de vergunning
                                                  gebruikgemaakt kan worden, nadat de vergunning
                                                  onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot
                                                  overschrijving in de openbare registers van de
                                                  akte van splitsing in appartementsrechten, bedoeld
                                                  in artikel 5:109 van het Burgerlijk Wetboek, of
                                                  tot het verlenen van deelnemings- of
                                                  lidmaatschapsrechten;</al></li><li nr=""><al>b. de splitsingsvergunning is verleend op grond
                                                  van door de aanvrager verstrekte gegevens waarvan
                                                  deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij
                                                  onjuist of onvolledig waren.</al></li><li nr=""><al><vet>Artikel 3.2.7. Nadere regels</vet></al></li><li nr=""><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels
                                                  vaststellen voor het verstrekken van een
                                                  vergunning als bedoeld in deze paragraaf.</al></li></lijst><al>HOOFDSTUK 4 Overige bepalingen</al><al><vet>Artikel 4.1. Hardheidsclausule</vet></al><al> Indien vanwege bijzondere omstandigheden een strikte
                                            toepassing van het bepaalde in deze verordening zou
                                            leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard,
                                            kunnen burgemeester en wethouders afwijken van het
                                            bepaalde in deze verordening.</al><al><vet>Artikel 4.2. Nadere regels</vet></al><al> Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels
                                            vaststellen voor de uitvoering van deze
                                            verordening.</al><al><vet>Artikel 4.3. Strafbepaling</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Overtreding van artikel 3.2.2 wordt bestraft met
                                                  hechtenis van ten hoogste vier maanden of
                                                  geldboete van de derde categorie.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten
                                                  zijn overtredingen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.4. Toezicht </vet></al><al> Met het toezicht op de naleving van het bij of
                                            krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de
                                            daartoe door burgemeester en wethouders op grond van
                                            artikel 75, eerste lid, van de wet aangewezen
                                            ambtenaren.</al><al><vet>Artikel 4.5. Opsporing</vet></al><al>Met de opsporing van de bij deze verordening strafbaar
                                            gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het
                                            Wetboek van Strafvordering, belast de krachtens artikel
                                            75, lid 1 van de wet aangewezen ambtenaren, voor zover
                                            zij tevens als buitengewoon opsporingsambtenaar zijn
                                            aangewezen door de minister van Justitie.</al><al><vet>Artikel 4.6. Onvoorziene gevallen</vet></al><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet,
                                            beslissen burgemeester en wethouders, waarbij zij zich
                                            uitsluitend zullen laten leiden door overwegingen
                                            betrekking hebbend op de evenwichtige en rechtvaardige
                                            verdeling van woonruimte en de samenstelling van de
                                            woonruimtevoorraad.</al><al><vet>Artikel 4.7. Overleg bij wijziging</vet></al><al>Bij de voorbereiding van een besluit tot wijziging van
                                            deze verordening plegen burgemeester en wethouders
                                            overleg met de toegelaten instellingen als bedoeld in
                                            artikel 70, eerste lid, van de Woningwet en met andere
                                            daarvoor naar hun oordeel in aanmerking komende
                                            organisaties die binnen de gemeente op het gebied van de
                                            woonruimteverdeling werkzaam zijn. </al><al><vet>Artikel 4.8. Bestuurlijke boete</vet></al><al> 1. Burgemeester en wethouders kunnen een bestuurlijke
                                            boete opleggen bij overtreding van de artikelen 2.2. en
                                            3.1.2. 2. De in het eerste lid bedoelde boete bedraagt:
                                            a. voor de eerste overtreding van de artikelen genoemd
                                            in het eerste lid, de bedragen die in de tabellen 1 tot
                                            en met 3 in bijlage 2 zijn opgenomen in de kolom ‘eerste
                                            overtreding’; b. voor de tweede en volgende overtreding
                                            van de artikelen genoemd in het eerste lid, de bedragen
                                            die in de tabellen 1 tot en met 3 in bijlage 2 zijn
                                            opgenomen in de kolommen ‘tweede overtreding’, ‘derde
                                            overtreding’ en ‘vierde overtreding en verder’.</al></li></lijst><al>HOOFDSTUK 5 Overgangs- en slotbepalingen</al><al><vet>Artikel 5.1. Intrekking verordening</vet></al><al><vet>Artikel 5.1. Intrekking verordening</vet></al><al>De Huisvestingsverordening aangewezen gebieden Rotterdam wordt
                                    ingetrokken.</al><al><vet>Artikel 5.2. Overgangsbepaling</vet></al><al> 1. Aanvragen van een huisvestingsvergunning,
                                    onttrekkingsvergunning of splitsingsvergunning die zijn
                                    ingediend vóór het in werking treden van deze verordening en
                                    waarop ten tijde van het in werking treden van deze verordening
                                    nog niet is beslist, worden behandeld op grond van de in deze
                                    verordening vervatte criteria, tenzij het voordien geldende
                                    recht voor de aanvrager gunstiger is. 2. Het eerste lid is van
                                    overeenkomstige toepassing op de behandeling van bezwaar- en
                                    beroepschriften waarop ten tijde van de inwerkingtreding van
                                    deze verordening nog niet is beslist, gericht tegen enige
                                    beschikking die is genomen vóór het tijdstip van
                                    inwerkingtreding van deze verordening.</al><al><vet>Artikel 5.3. Inwerkingtreding en geldigheidsduur van de
                                        verordening</vet></al><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de
                                    dagtekening van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst en
                                    geldt voor de duur van de aanwijzing door de minister als
                                    bedoeld in artikel 1.2, eerste lid.</al><al><vet>Artikel 5.4. Citeertitel</vet></al><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Huisvestingsverordening
                                    aangewezen gebieden Rotterdam 2014.</al><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 16 oktober
                                    2014. </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="62*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="38*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>De griffier,</al><al>J.G.A. Paans</al></entry><entry colname="col2"><al>De voorzitter,</al><al>A.Aboutaleb</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Dit gemeenteblad is uitgegeven op 31 oktober 2014 en ligt op
                                    werkdagen van 8.30 tot 16.00 uur ter inzage bij het
                                    Kenniscentrum Bestuursdienst Rotterdam (KBR), locatie
                                    Stadswinkel Centrum, Coolsingel 40 (zijde Doelwater, tegenover
                                    hoofdbureau politie) </al><al>(Zie ook: www.bis.rotterdam.nl – Regelgeving of Gemeentebladen
                                    chronologisch) </al><al/><al><vet>Bijlage 1 bij de Huisvestingsverordening aangewezen
                                        gebieden Rotterdam 2014</vet></al><al>Artikelsgewijze toelichting</al><al>Artikel 1.2, tweede lid, onder b In de huidige Territoriale
                                    Indeling Rotterdam (TIR) wordt het grondgebied van de voormalige
                                    deelgemeente Delfshaven aangeduid als gebied Delfshaven (gebied
                                    3).</al><al>Artikel 2.2, eerste lid Voor de toepassing van deze bepaling in
                                    de praktijk wordt ervan uitgegaan dat de huurprijs van de te
                                    huur aangeboden woonruimte onder de huurprijsgrens ligt en dat
                                    derhalve het vergunningvereiste van toepassing is. Alleen indien
                                    daartoe aanleiding bestaat, berekent de gemeente de maximaal
                                    redelijke huurprijs volgens het Woningwaarderingsstelsel voor
                                    deze woonruimte. Indien de maximaal redelijke huurprijs boven de
                                    huurprijsgrens ligt, wordt de aanvrager ervan op de hoogte
                                    gesteld, dat een huisvestingsvergunning niet is vereist.</al><al>Artikel 2.2, eerste en tweede lid Als een huurder zonder
                                    huisvestingsvergunning in een woning is gaan wonen, zijn zowel
                                    de huurder als de verhuurder in overtreding. Door middel van
                                    bestuursdwang (aanzegging dwangsom, oplegging dwangsom en in
                                    laatste instantie ontruiming) wordt hieraan een einde gemaakt. </al><al>De verhuurder krijgt bovendien een bestuurlijke boete. Het is de
                                    verhuurder niet alleen verboden om de woning in gebruik te geven
                                    aan een huurder die niet over een huisvestingsvergunning
                                    beschikt, de verhuurder is ook verplicht de huurder van tevoren
                                    te informeren over de gevolgen, als hij de woning toch zonder
                                    vergunning betrekt.</al><al>Artikel 2.3, eerste lid, onder f Als verklaring omtrent de bron
                                    en de hoogte van het inkomen wordt in de praktijk alleen
                                    geaccepteerd: - bij inkomen uit dienstbetrekking: de
                                    loonspecificatie van de werkgever(s) van de laatste drie maanden
                                    voorafgaande aan de aanvraag en de bankafschriften van deze
                                    maanden, waaruit blijkt dat dit loon op de bankrekening van de
                                    aanvrager is bijgeschreven - bij inkomen uit zelfstandig beroep
                                    of bedrijf: de inschrijving bij de Kamer van Koophandel en de
                                    meest recente winst- en verliesrekening, voorzien van een
                                    stempel en handtekening van de boekhouder/accountant - bij
                                    inkomen uit studiefinanciering: een recent betaaloverzicht van
                                    de Dienst Uitvoering Onderwijs; een buitenlandse student dient
                                    een inschrijfbewijs van de desbetreffende onderwijsinstelling te
                                    overleggen.</al><al><vet>Bijlage 2 bij de Huisvestingsverordening aangewezen
                                        gebieden Rotterdam 2014</vet></al><al>Tabel 1: Bestuurlijke boete bij overtreding van artikel
                                    2.2.</al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="32*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="16*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="17*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="17*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="17*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet><onderstreept>Eerste
                                                  overtreding</onderstreept></vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet><onderstreept>Tweede
                                                  overtreding</onderstreept></vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet><onderstreept>Derde
                                                  overtreding</onderstreept></vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet><onderstreept>Vierde overtreding
                                                  </onderstreept></vet><vet><onderstreept>en
                                                  verder</onderstreept></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>In gebruik geven van woning zonder
                                                  huisvestingsvergunning</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>€ 2.000,-</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 4.000,-</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 8.000,-</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 8.000</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>In gebruik geven van woning zonder
                                                  huisvestingsvergunning vanuit een bedrijfsmatige
                                                  exploitatie</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>€ 4.000,-</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 8.000,-</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 16.000,-</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 18.500,-</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Tabel 2: Bestuurlijke boete bij overtreding van artikel
                                    3.1.2.</al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="31*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="17*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="17*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="17*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="17*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet><onderstreept>Eerste
                                                  overtreding</onderstreept></vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet><onderstreept>Tweede
                                                  overtreding</onderstreept></vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet><onderstreept>Derde
                                                  overtreding</onderstreept></vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet><onderstreept>Vierde
                                                  overtredin</onderstreept></vet><vet><onderstreept>g</onderstreept></vet><vet><onderstreept>en
                                                  verder</onderstreept></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Onvergund onttrekken van
                                                  woonruimte</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>€ 2.000,-</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 4.000,-</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 8.000,-</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 18.500,-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Onvergund onttrekken van woonruimte
                                                  vanuit een bedrijfsmatige exploitatie </vet></al></entry><entry colname="col2"><al>€ 4.000,-</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 8.000,-</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 16.000,-</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 18.500,-</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Tabel 3: Bestuurlijke boete bij overtreding van artikel
                                    3.1.2.</al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="31*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="17*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="17*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="17*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="17*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet><onderstreept>Eerste
                                                  overtreding</onderstreept></vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet><onderstreept>Tweede
                                                  overtreding</onderstreept></vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet><onderstreept>Derde
                                                  </onderstreept></vet></al><al><vet><onderstreept>overtreding</onderstreept></vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet><onderstreept>Vierde overtreding
                                                  </onderstreept></vet></al><al><vet><onderstreept>en
                                                  verder</onderstreept></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Onvergund omzetten van zelfstandige in
                                                  onzelfstandige woonruimte </vet></al></entry><entry colname="col2"><al>€ 4.000,-</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 6.000,-</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 12.000,-</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 18.500,-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Onvergund omzetten van zelfstandige in
                                                  onzelfstandige woonruimte vanuit een
                                                  bedrijfsmatige exploitatie</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>€ 8.000,-</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 12.000,-</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 18.500,-</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 18.500,-</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>