<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR341240_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van de rioolheffing 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Harlingen</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-08-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Harlingen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2014, 65834</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gelet op artikel 228a van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de heffing en de invordering van de rioolheffing 2015
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening verstaat onder: </al>
          <al/>
          <al>a. perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                        daarvan;</al>
          <al/>
          <al>b. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen
                        voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater,
                        hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de
                        gemeente;</al>
          <al/>
          <al>c. verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf
                        betrekking heeft;</al>
          <al/>
          <al>d. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                        grondwater. </al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Aard van de belasting</titel>
          </kop>
          <al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al>
          <al/>
          <al>a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                        bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater;
                        en</al>
          <al/>
          <al>b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                        ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                        structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond
                        gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.</al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel>
          </kop>
          <al>1. De belasting wordt geheven:</al>
          <al>a. van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft
                        krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of
                        indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen:
                        eigenarendeel; en</al>
          <al>b. van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op
                        de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen:
                        gebruikersdeel.</al>
          <al/>
          <al>2. Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een
                        onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt
                        recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig
                        in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat
                        tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
                        is.</al>
          <al/>
          <al>3. Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker
                        aangemerkt:</al>
          <al>a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet
                        krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;</al>
          <al>b. ingeval een gedeelte van een perceel -niet een gedeelte als bedoeld in
                        artikel 4- voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik
                        heeft afgestaan.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <label>Zelfstandige gedeelten</label>
          </kop>
          <al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel
                        worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <label>Maatstaf van heffing</label>
          </kop>
          <al>1. Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel.</al>
          <al/>
          <al>2. Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat
                        vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al>
          <al/>
          <al>3. Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal kubieke
                        meters leidingwater en grondwater dat in het kalenderjaar dat twee jaar aan
                        het belastingjaar voorafgaat naar het perceel is toegevoerd of
                        opgepompt.</al>
          <al/>
          <al>4. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                        pompinstallatie zijn voorzien van een: </al>
          <al>a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen,
                        of </al>
          <al>b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met
                        vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. </al>
          <al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
                        hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke
                        bepaling.</al>
          <al/>
          <al>5. De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                        gepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als
                        afvalwater is afgevoerd. </al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Belastingtarieven</titel>
          </kop>
          <al>1. Het eigenarendeel voor woningen bedraagt € 192,92; </al>
          <al/>
          <al>2. Het eigenarendeel voor niet-woningen met een bruto vloeroppervlakte van
                        meer dan 60m2 bedraagt € 192,92;</al>
          <al/>
          <al>3. Het eigenarendeel voor niet-woningen met een bruto vloeroppervlakte van
                        meer dan 25m2 tot en met 60m2 bedraagt € 96,46; </al>
          <al/>
          <al>4. Het gebruikersdeel bedraagt voor elke volle eenheid van 150 kubieke
                        meters water, bij een hoeveelheid water: </al>
          <al>a. van 0 m3 tot en met 250 m3 nihil;</al>
          <al>b. van 250 m3 of meer € 30,12.</al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Belastingjaar</titel>
          </kop>
          <al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Wijze van heffing</titel>
          </kop>
          <al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. </al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel>
          </kop>
          <al>1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor
                        het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. </al>
          <al/>
          <al>2. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                        gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting
                        verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar
                        verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de aanvang van de
                        belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. </al>
          <al/>
          <al>3. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                        gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak
                        op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar
                        verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het einde van de
                        belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. </al>
          <al/>
          <al>4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                        belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel
                        in gebruik neemt. </al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Vrijstellingen</titel>
          </kop>
          <al>Het in artikel 3, eerste lid onder a. genoemde recht wordt niet geheven van
                        percelen met een bruto vloeroppervlakte van 25m2 of minder, voor zover de
                        bij die percelen behorende aansluitpunten uitsluitend dienen voor de afvoer
                        van hemelwater.</al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Termijnen van betaling</titel>
          </kop>
          <al>1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                        moeten de aanslagen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a en b,
                        worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de
                        laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                        aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.</al>
          <al/>
          <al>2. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval de gemeente is
                        gemachtigd tot automatische incasso de aanslagen moeten worden betaald in
                        acht gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag
                        van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet
                        is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al>
          <al/>
          <al>3. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                        leden gestelde termijnen. </al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Kwijtschelding</titel>
          </kop>
          <al>Bij de invordering van rioolheffing wordt geen kwijtschelding verleend.</al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13</nr>
            <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                            wethouders</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de rioolheffing.</al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>14</nr>
            <titel>Overgangsrecht</titel>
          </kop>
          <al>De “Verordening rioolheffing 2014” van 13 november 2013, wordt ingetrokken
                        met ingang van de in artikel 15, tweede lid, genoemde datum van ingang van
                        de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                        belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al>
          <al/>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>15</nr>
            <titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die
                        van de bekendmaking. </al>
          <al/>
          <al>2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al>
          <al/>
          <al>3. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening rioolheffing 2015”.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Vastgesteld door de raad in zijn</al>
          <al>vergadering van 6 november 2014</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>
          , de voorzitter
        </ondertekening>
        <ondertekening>
          , de raadsgriffier
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>