<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR341204_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Regionale Commissie Bezwaarschriften Servicepunt71 - Gemeente Leiderdorp 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leiderdorp</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leiderdorp</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Commissie Bezwaarschriften gemeente Leiderdorp</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005537">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-09-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Regionale Commissie Bezwaarschriften Servicepunt71 - Gemeente Leiderdorp 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Leiderdorp;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders, nr.
                        Z/14/004530/7631;</al><al>gezien het advies van het Politiek Forum van 15 september 2014;</al><al>gelet op het bepaalde in de Gemeentewet en de Algemene wet
                        bestuursrecht</al><al><vet>b e s l u i t:</vet></al><al>vast te stellen de</al><al><vet>VERORDENING REGIONALE COMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN </vet></al><al><vet>SERVICEPUNT71 – GEMEENTE LEIDERDORP2015</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al><vet>Artikel 1 Begripsbepaling</vet></al><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>Awb: de Algemene wet bestuursrecht </al></li><li nr="2."><al>Belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is
                                betrokken.</al></li><li nr="3."><al>Bestuursorgaan: het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft
                                genomen en een besluit dient te nemen op het bezwaar</al></li><li nr="4."><al>College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                Leiderdorp</al></li><li nr="5."><al>Commissie: de Regionale Commissie Bezwaarschriften
                                Servicepunt71</al></li><li nr="6."><al>Dagelijks Bestuur: het dagelijks bestuur van Servicepunt71</al></li><li nr="7."><al>Indiener: degene die een bezwaarschrift indient</al></li><li nr="8."><al>(vice)Voorzitter: de als zodanig benoemde (vice)voorzitter van de
                                Commissie</al></li><li nr="9."><al>Zittingsvoorzitter: de voorzitter, vicevoorzitter of een
                                commissielid, die fungeert als dagvoorzitter op een zitting </al></li></lijst><al/><al/><al><vet>Artikel 2 Taken Commissie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Er is een Commissie ter advisering ten aanzien van de beslissingen
                                op bezwaren tegen besluiten van de gemeenteraad, het College en de
                                burgemeester. </al></li><li nr="2."><al>De Commissie is niet bevoegd ten aanzien van:</al></li></lijst><al>- bezwaarschriften ingediend tegen besluiten op grond van een gemeentelijke
                        belastingverordening;</al><al>- bezwaarschriften betreffende een personele aangelegenheid; </al><al>- bezwaarschriften die door de bestuursorganen op een andere wijze worden
                        afgedaan. </al><lijst><li nr="1."><al>De Commissie kan tevens adviseren over bezwaarschriften gericht aan
                                bestuursorganen bedoeld in artikel 1:1 van de Awb, die geen deel
                                uitmaken van de onder het eerste lid genoemde bestuursorganen. </al></li><li nr="2."><al>Naast het horen en adviseren omtrent een bezwaar door de Commissie
                                kan, met betrekking tot door het College bij afzonderlijk besluit
                                daartoe aangewezen categorieën van bezwaarschriften, het horen
                                ambtelijk plaatsvinden. Deze categorieën betreffen niet
                                bezwaarschriften tegen raadsbesluiten. Die worden steeds door de
                                Commissie behandeld.</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>Artikel 3 Samenstelling en benoeming Commissie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De Commissie bestaat uit een Voorzitter, een Vicevoorzitter en een
                                voldoende aantal leden.</al></li><li nr="2."><al>De Voorzitter, Vicevoorzitter en de leden worden benoemd, geschorst
                                en ontslagen door het Dagelijks Bestuur. </al></li><li nr="3."><al>De functies van Voorzitter, Vicevoorzitter en lid zijn onverenigbaar
                                met het lidmaatschap van de gemeenteraad of met het ambt van
                                burgemeester of wethouder, leden van het Dagelijks Bestuur,
                                ambtenaarschap dan wel werkzaam zijn, alsmede ambtenaarschap dan wel
                                werkzaam zijn geweest in de voorafgaande twee jaar, onder
                                verantwoordelijkheid van één van de genoemde bestuursorganen. </al></li><li nr="4."><al>De benoeming van de Voorzitter, Vicevoorzitter en de leden van de
                                Commissie is gebaseerd op de deskundigheid en onafhankelijkheid van
                                de kandidaat of kandidaten.</al></li><li nr="5."><al>De Voorzitter, de Vicevoorzitter en de leden:</al></li><li nr="6."><al>kunnen op elk moment ontslag nemen;</al></li><li nr="7."><al>blijven hun functie vervullen totdat in hun opvolging is
                                voorzien.</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>Artikel 4 Instellen van kamers</vet></al><al>1<vet>. </vet>De Commissie kan kamers instellen, die belast worden met de
                        behandeling van bezwaarschriften.</al><al>2. De Commissie bepaalt het aantal kamers en stelt voor elke kamer vast
                        welke categorie of categorieën bezwaarschriften door haar zullen worden
                        behandeld.</al><al>3. Elke kamer bestaat uit ten minste drie leden:</al><al>a. een zittingsvoorzitter overeenkomstig artikel 7:13 Awb, zijnde de
                        (vice)voorzitter of één van de leden van de commissie;</al><al>b. ten minste twee andere leden, door de Commissie aangewezen uit haar
                        midden.</al><al/><al><vet>Artikel 5 Secretaris</vet></al><al>De Commissie en haar kamers worden ondersteund door één of meerdere
                        secretarissen die door het Dagelijks Bestuur worden benoemd.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 6 Vooronderzoek</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De Zittingsvoorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de
                                leden van de Commissie bij deskundigen advies of inlichtingen
                                inwinnen en dezen zo nodig uitnodigen daartoe op de zitting te
                                verschijnen.</al></li><li nr="2."><al>Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging nodig van
                                het betrokken Bestuursorgaan.</al></li><li nr="3."><al>De kosten voor de inzet van een deskundige worden apart in rekening
                                gebracht bij het desbetreffende Bestuursorgaan. </al></li></lijst><al/><al/><al><vet>Artikel 7 Hoorzitting</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De Voorzitter van de Commissie bepaalt plaats en tijdstip van de
                                zitting waarin Indiener, eventuele Belanghebbende(n) en het
                                verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de
                                Commissie te laten horen;</al></li><li nr="2."><al>De hoorzitting is openbaar.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het in het tweede lid bepaalde kunnen de deuren
                                worden gesloten indien de Zittingsvoorzitter of een van de aanwezige
                                leden het nodig oordeelt of indien een Belanghebbende daartoe een
                                verzoek doet. Indien de Commissie vervolgens beslist dat gewichtige
                                redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting
                                verzetten, vindt de zitting plaats met gesloten deuren.</al></li><li nr="4."><al>Per hoorzitting bestaat de Commissie ten minste uit een
                                Zittingsvoorzitter en twee leden genoemd onder artikel 3. Voor het
                                houden van de hoorzitting is vereist dat de meerderheid van het
                                aantal leden, waaronder in ieder geval de Zittingsvoorzitter, ter
                                zitting aanwezig is.</al></li><li nr="5."><al>De (vice)Voorzitter, onderscheidenlijk de Zittingsvoorzitter,
                                beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Awb.</al></li><li nr="6."><al>De Zittingsvoorzitter is belast met de leiding van de hoorzitting en
                                zorgt voor de handhaving van de orde ter zitting. </al></li><li nr="7."><al>De Zittingsvoorzitter en de leden van de Commissie nemen geen deel
                                aan de behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun
                                onpartijdigheid in het geding kan zijn.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 8 Schriftelijke verslaglegging </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Van het verhandelde ter zitting wordt voor administratieve
                                doeleinden een digitale opname gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>Van hetgeen ter zitting is verhandeld wordt zakelijk verslag gedaan
                                in het commissieadvies, waarbij wordt vermeld de namen van de
                                aanwezigen en hun hoedanigheid. </al></li><li nr="3."><al>Indien de zitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren
                                plaatsvond, of indien belanghebbenden, respectievelijk hun
                                gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt
                                het commissieadvies hiervan melding.</al></li><li nr="4."><al>Het commissieadvies verwijst naar op de zitting overgelegde
                                bescheiden, die aan het advies kunnen worden gehecht.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 9 Beraadslaging en advies</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De Commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het
                                door haar uit te brengen advies.</al></li><li nr="2."><al>De Commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te
                                brengen advies. Indien bij een stemming de stemmen staken beslist de
                                stem van de Zittingsvoorzitter. Van een minderheidsstandpunt wordt
                                bij het advies melding gemaakt, indien de minderheid dat
                                verlangt.</al></li><li nr="3."><al>Het advies is gemotiveerd en bevat een voorstel voor de te nemen
                                beslissing op het bezwaarschrift.</al></li><li nr="4."><al>Het advies wordt ondertekend door de Zittingsvoorzitter en de
                                betrokken secretaris.</al></li><li nr="5."><al>Het advies wordt, onder medezending van eventueel door de commissie
                                ontvangen nadere informatie, tijdig uitgebracht aan het
                                bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen.</al></li><li nr="6."><al>Gelijktijdig met het uitbrengen van het advies aan het
                                Bestuursorgaan wordt het advies toegezonden aan de Indiener</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 10 Bemiddeling</vet></al><al>De Commissie onderzoekt of de zaak in der minne kan worden geschikt. </al><al/><al><vet>Artikel 11 </vet><vet>Verdaging</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien naar het oordeel van de Voorzitter van de commissie de
                                termijn van 12 weken, genoemd in artikel 7:10, eerste lid, van de
                                Awb, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een
                                advies en het nemen van een beslissing, verzoekt hij het verwerend
                                orgaan tijdig de beslissing te verdagen.</al></li><li nr="2."><al>Van een besluit tot verdaging ontvangen de Commissie en de
                                Belanghebbende(n) een afschrift.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 12 Nader onderzoek</vet></al><al>1. Indien na afloop van de zitting, maar voordat het advies wordt opgesteld,
                        nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de Zittingsvoorzitter uit
                        eigen beweging of op verlangen van de andere commissieleden dit onderzoek
                        houden.</al><al>2. De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt toegezonden aan de
                        Indiener en in afschrift aan de leden van de Commissie, het verwerend orgaan
                        en de belanghebbenden. Op de informatie kan schriftelijk worden
                        gereageerd.</al><al>3. De Indiener, leden van de Commissie, het verwerend orgaan en de
                        belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de nadere
                        informatie aan de Zittingsvoorzitter van de Commissie een verzoek richten
                        tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De Zittingsvoorzitter beslist
                        op zo'n verzoek.</al><al>4. Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die
                        betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van overeenkomstige
                        toepassing.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 13 Plenaire vergadering en jaarverslag</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Tenminste éénmaal per jaar vergadert de Commissie plenair;</al></li><li nr="2."><al>De Commissie brengt jaarlijks vóór 1 september aan de
                                Bestuursorganen van de gemeente verslag uit over haar werkzaamheden
                                in het voorgaande kalenderjaar.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 14 Vergoeding</vet></al><al>De Zittingsvoorzitter en Commissieleden ontvangen een vergoeding voor hun
                        werkzaamheden. De hoogte van deze vergoeding wordt vastgesteld door het
                        Dagelijks Bestuur. </al><al/><al><vet>Artikel 15 Beëdiging </vet></al><al>De (vice)Voorzitter en leden van de Commissie leggen zo spoedig mogelijk
                        nadat zij door het Dagelijks Bestuur zijn benoemd in handen van de
                        Voorzitter van het Dagelijks Bestuur, de volgende eed (verklaring of
                        belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot (vice)Voorzitter / lid van
                        de Commissie benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke
                        naam of voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. </al><al/><al>Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te
                        laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb
                        aangenomen of zal aannemen. </al><al> Zo waarlijk helpe mij God Almachtig (Dat verklaar en beloof ik)”. </al><al/><al><vet>Artikel 16 Zittingsduur</vet></al><al>De (vice)Voorzitter en de leden van de Commissie bedoeld in artikel 3,
                        eerste lid, worden bij eerste benoeming benoemd voor een periode van vier
                        jaar en kunnen na afloop van die termijn terstond één maal worden herbenoemd
                        voor een periode van vier jaar.</al><al/><al><vet>Artikel 17 Overgangsbepaling</vet></al><al>Bezwaarschriften die voor de inwerkingtreding van deze verordening zijn
                        ingediend, maar nog niet zijn behandeld ter zitting of wel ter zitting
                        behandeld maar ter zitting aangehouden, worden behandeld door de Commissie
                        overeenkomstig deze Verordening. Met betrekking tot bezwaarschriften die
                        voor de inwerkingtreding van deze Verordening zijn ingediend, reeds ter
                        zitting zijn behandeld en niet ter zitting zijn aangehouden blijft de
                        Commissie bezwaar- en beroepschriften van de gemeente Leiderdorp bevoegd
                        totdat met betrekking tot die bezwaarschriften advies is uitgebracht.</al><al/><al><vet>Artikel 18 Citeertitel</vet></al><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening Commissie
                        Bezwaarschriften gemeente Leiderdorp”.</al><al/><al><vet>Artikel 19</vet><vet>Inwerkingtreding</vet></al><al>Deze Verordening treedt na publicatie in werking met ingang van 1 januari
                        2015 dan wel zoveel later als de (vice)Voorzitter en leden van de Commissie
                        zijn benoemd. Op deze datum wordt de Verordening Commissie Bezwaar- en
                        Beroepschriften Leiderdorp 2011 ingetrokken.</al><al/><al/><al/></tekst></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van </ondertekening><ondertekening>de raad van Leiderdorp op 15 september 2014,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>mevrouw J.C. Zantingh</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>mevrouw L.M. Driessen-Jansen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting op de Verordening regionale commissie bezwaarschriften Servicepunt71 2015</label></kop><al>Deze verordening geeft een uitwerking van de behandeling van bezwaarschriften
                    door de regionale adviescommissie. In het algemene deel wordt een aantal
                    aspecten uit de bezwarenbehandeling belicht. Vervolgens zijn in de
                    artikelsgewijze toelichting ter informatie van de betrokkenen bij een
                    bezwarenprocedure zo veel mogelijk onderdelen uit de Algemene wet bestuursrecht
                    (Awb) opgenomen die van belang zijn bij de behandeling.</al><al/><al><vet>Bezwarenprocedure in het algemeen</vet></al><al/><al><cursief>Indienen van een bezwaar</cursief></al><al>In de Awb wordt uitgebreid aandacht geschonken aan de wijze waarop een
                    bezwaarschrift ingediend moet worden en de daarmee samenhangende
                    ontvankelijkheidsvragen. Hieronder wordt beknopt aangegeven welke onderwerpen in
                    de Awb aan de orde komen:</al><lijst><li nr="1."><al>Vereisten te stellen aan het bezwaarschrift (artikel 6:5 Awb).</al></li><li nr="2."><al>De indieningstermijn (artikel 6:7 tot en met 6:12 Awb):</al></li></lijst><al>In verband met de voor de afhandeling geldende termijn verdient het aanbeveling
                    zo spoedig mogelijk bezwaarschrift en dossier aan de commissie door te sturen. </al><al/><al><cursief>Afronding van de procedure</cursief></al><al>De verordening spitst zich toe op de behandeling van bezwaarschriften en eindigt
                    er in feite mee dat door de commissie schriftelijk advies wordt uitgebracht aan
                    het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen. De in artikel
                    7:13, tweede lid Awb, bepaalde melding dat een commissie over het bezwaar zal
                    adviseren, is van belang omdat hierdoor de beslistermijn van zes weken wordt
                    verlengd tot twaalf weken met een verdagingsmogelijkheid van zes weken (artikel
                    7:10 Awb). </al><al/><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting op de Verordening regionale commissie
                        bezwaarschriften</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1. Begripsbepaling</vet></al><al>In dit artikel zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn in de
                    verordening.</al><al/><al><vet>Artikel 2. Taken commissie</vet></al><al>In artikel 2 wordt aangegeven dat een gemeentelijke adviescommissie is
                    aangewezen voor het horen en adviseren inzake bezwaarschriften. In artikel 1:5
                    van de Awb is omschreven wat onder het maken van bezwaar dient te worden
                    verstaan.</al><al>In het tweede lid worden categorieën van bezwaarschriften benoemd die niet door
                    de commissie worden behandeld, maar op een andere wijze worden behandeld. De
                    Commissie kan tevens adviseren over bezwaarschriften gericht aan andere
                    bestuursorganen (zoals een andere gemeente die deelneemt aan
                    Servicepunt71).</al><al/><al/><al><cursief>Ambtelijk horen</cursief></al><al>Niet ieder bezwaarschrift dat binnenkomt bij de gemeente wordt behandeld door de
                    externe commissie. In het vierde lid staat aangegeven dat het mogelijk is voor
                    bepaalde van tevoren aan te wijzen categorieën te besluiten dat ambtelijk wordt
                    gehoord. Deze categorieën worden door het bevoegde bestuursorgaan separaat
                    aangewezen. </al><al/><al><vet>Artikel 3. Samenstelling en benoeming van de commissie</vet></al><al>Het eerste lid verwijst naar de adviescommissie zoals bedoeld in artikel 7:13
                    Awb.</al><al>De wet stelt als minimale eisen aan de samenstelling van een
                    adviescommissie:</al><lijst><li nr="1."><al>De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden
                            (artikel 7:13, eerste lid, onder a, van de Awb)</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter maakt geen deel uit en is niet werkzaam onder
                            verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan (artikel 7:13, eerste lid,
                            onder b, van de Awb)</al></li></lijst><al>In het derde lid van artikel 3 is toegevoegd: De voorzitter en de leden van de
                    commissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder
                    verantwoordelijkheid van één van de deelnemende bestuursorganen.</al><al>De commissie is ten behoeve van het behandelen van bezwaarschriften van de
                    regiogemeenten ingesteld. Voorzitter, Vicevoorzitter en commissieleden worden
                    door het Dagelijks Bestuur van het samenwerkingsverband Servicepunt71
                    benoemd.</al><al/><al><vet>Artikel 4. Instellen van kamers</vet></al><al>Als bijvoorbeeld gelet op het grote aantal te behandelen bezwaren of in verband
                    met een wenselijke splitsing naar onderwerp, daaraan behoefte bestaat, kan de
                    commissie worden opgesplitst in kamers. Daartoe is artikel 4 opgenomen.</al><al/><al><vet>Artikel 5. Secretaris</vet></al><al>Hoewel in de Awb niet over een secretaris wordt gesproken, is het gebruikelijk
                    dat een commissie en haar kamers beschikken over een secretaris ter
                    ondersteuning van de werkzaamheden.</al><al/><al><vet>Artikel 6. Vooronderzoek</vet></al><al>Het spreekt voor zich dat de voorzitter van de commissie er zorg voor dient te
                    dragen dat al het noodzakelijke wordt gedaan om de behandeling van het
                    bezwaarschrift voldoende voor te bereiden. Dat geldt zowel intern bij de
                    gemeente - hij krijgt de bevoegdheid alle gewenste inlichtingen in te winnen -
                    als extern. Zo moet het mogelijk zijn om met de bezwaarde in contact te treden
                    om nadere informatie in te winnen of bijvoorbeeld hem bij kennelijke
                    niet-ontvankelijkheid in overweging te geven het bezwaarschrift in te
                    trekken.</al><al>De activiteiten van de commissie of haar voorzitter bij de voorbereiding van de
                    te behandelen zaken kunnen kosten met zich meebrengen. Daarbij vallen gewone en
                    bijzondere kosten te onderscheiden. Bij gewone kosten valt te denken aan
                    bijvoorbeeld de vergoedingen voor de leden. Het inschakelen van externe
                    deskundigen zal bijzondere kosten met zich meebrengen. Deze kosten komen ten
                    laste van de gemeentebegroting. Normaal gesproken is er in de begroting voorzien
                    in de normale kosten van een commissie. Dat kan anders liggen als het om
                    bijzondere kosten gaat.</al><al>Aangezien het college belast is met de uitvoering van de begroting, ligt het
                    voor de hand dat bijzondere kosten niet gemaakt worden voordat het
                    desbetreffende bestuursorgaan de gelegenheid heeft gehad dit te toetsen aan een
                    begrotingspost. Om deze reden is in onderhavige bepaling voor de kosten voor
                    getuigen of deskundigen een machtiging vooraf geïntroduceerd. Uiteraard mag het
                    niet zo zijn dat het bestuursorgaan door zo'n toetsing het werk van de commissie
                    frustreert en haar onafhankelijke positie daardoor aantast.</al><al>In dit verband verdient ook artikel 3:7 Awb aandacht. Daarin is bepaald dat het
                    bestuursorgaan (al dan niet op verzoek) de gegevens ter beschikking stelt aan de
                    adviescommissie die nodig zijn voor een goede vervulling van diens taak.</al><al/><al><vet>Artikel 7. Hoorzitting</vet></al><al>In artikel 7 is bepaald dat de voorzitter van de commissie gaat over plaats en
                    tijdstip van de zitting. Ingevolge artikel 7:5, tweede lid Awb besluit het
                    bestuursorgaan, voorzover niet bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, of
                    het horen in het openbaar plaatsvindt. In artikel 7:13, vierde lid Awb wordt
                    deze bevoegdheid aan de commissie toegekend.</al><al>In het tweede lid is vastgelegd dat de hoorzitting in principe in het openbaar
                    plaatsvindt. Uitzondering op deze regel blijft mogelijk, bijvoorbeeld indien
                    bijzonder persoonlijke zaken van familiaire, medische of financiële aard of
                    andere zaken met een vertrouwelijk karakter aan de orde komen.</al><al>De zitting dient te worden onderscheiden van de beraadslaging van de commissie,
                    die ingevolge artikel 8 van de verordening achter gesloten deuren
                    plaatsheeft.</al><al>Het verdient aanbeveling een termijn vast te stellen die ligt tussen de
                    oproeping en de zitting zelf. In het algemeen moet gedacht worden aan een
                    zodanige termijn dat de bezwaarde en de overige belanghebbenden voldoende
                    gelegenheid krijgen om zich behoorlijk op de zitting voor te bereiden.
                    Bezwaarden kunnen geattendeerd worden op de mogelijkheid om hun toelichting op
                    schrift te stellen dat bij het verslag wordt gevoegd. </al><al/><al><cursief>Uitstel</cursief></al><al>Indien bezwaarmaker om uitstel vraagt dan hoeft dit niet altijd te worden
                    verleend. Betrokkene dient wel tijdig uitsluitsel over zijn verzoek om uitstel
                    te krijgen. Indien een bezwaarde verzoekt om uitstel en hiermee ingestemd wordt,
                    dan is het uitgangspunt dat daarmee de beslistermijn met eenzelfde periode wordt
                    opgeschort en dit op papier te bevestigen.</al><al>Bij de uitnodiging van de hoorzitting wordt in ieder geval mededeling gedaan
                    dat: </al><lijst><li nr="1."><al>Tot 10 dagen voor het horen belanghebbenden nadere stukken kunnen
                            indienen.</al></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan/beroepsorgaan het bezwaarschrift/beroepschrift en
                            alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken, voorafgaand aan het
                            horen, gedurende ten minste één week voor belanghebbenden ter inzage
                            legt.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Quorum</cursief></al><al>Het vierde lid is opgenomen voor die gevallen waarin het vergaderquorum wel
                    aanwezig is, maar de commissie door afwezigheid van een of meer leden dan wel
                    hun plaatsvervangers (of als gevolg van de toepassing van artikel 13) tijdens de
                    besluitvorming uit een even aantal personen bestaat.</al><al>Het horen kan plaatsvinden door een niet-voltallige commissie; de advisering
                    dient plaats te vinden door een commissie die voldoet aan de eisen van artikel
                    7:13, eerste lid, onder a van de Awb. Hoe het advies tot stand komt, is niet
                    voorgeschreven. Schriftelijke consultatie is mogelijk (CRvB 21 oktober 1999, AB
                    2000/42 en Rb. Haarlem 5 januari 2001, ongepubliceerd, zaaknummer Awb 00/8620 en
                    00/8621).</al><al>Advisering door de voorzitter en één lid van de hoorcommissie is in strijd met
                    artikel 7:13, eerste lid, onder a Awb (Raad van State, Afdeling
                    bestuursrechtspraak 19-10-98, JB 1998/257). Uit het derde lid van dit artikel
                    (mogelijkheid voor de commissie om het horen op te dragen aan de voorzitter of
                    een lid dat geen deel uitmaakt van en niet werkzaam is onder
                    verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan) volgt niet dat de gehele advisering
                    kan worden opgedragen aan de voorzitter en één lid.</al><al>Een adviescommissie mag alleen adviseren: ze kan geen (gedelegeerde)
                    beslisbevoegdheid krijgen, (Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak
                    06-01-1997).</al><al><cursief>Proceskosten</cursief></al><al>In 2002 is de Wet kosten bestuurlijke voorprocedures in werking getreden. Deze
                    wet bevat een regeling voor de vergoeding van de kosten die een belanghebbende
                    maakt bij de behandeling van een door hem ingediend bezwaar- of administratief
                    beroepschrift. De bepalingen zijn opgenomen in art. 7:15, 7:28 en 8:75 Awb. Een
                    verzoek om vergoeding van de kosten moet worden gedaan voordat het
                    bestuursorgaan op het bezwaar of administratief beroep heeft beslist. Doorgaans
                    zal een dergelijk verzoek in het bezwaarschrift of mondeling tijdens de
                    hoorzitting worden gedaan. De bezwaarschriftencommissie adviseert in dat geval
                    ook over dit verzoek en zal aangeven of er recht is op een vergoeding en zo ja
                    over de hoogte van het vergoedingsbedrag. Dit laatste kan worden ontleend aan
                    het Besluit proceskosten bestuursrecht.</al><al>In artikel 7, vijfde lid wordt verwezen naar artikel 7:3 van de Awb. Dit geeft
                    aan in welke gevallen van het horen van belanghebbenden kan worden afgezien.
                    Voor een ingediend bezwaarschrift is dat indien:</al><al>a. het bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk is;</al><al>b. het bezwaar kennelijk ongegrond is;</al><al>c. de belanghebbenden verklaard hebben geen gebruik te willen maken van het
                    recht te worden gehoord, of</al><al>d. aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere belanghebbenden
                    daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad.</al><al>Het bepaalde in ad c spreekt voor zich. Daarnaast zal in het uiteindelijk uit te
                    brengen advies hier nogmaals op teruggekomen moeten worden. Dat is noodzakelijk
                    omdat ingevolge artikel 7:12 Awb bij de beslissing op een bezwaarschrift, indien
                    van het horen is afgezien, aangegeven moet worden op welke grond dat is
                    geschied.</al><al/><al>Ad d.</al><al>Het ligt voor de hand dat indien het verwerend orgaan aan het bezwaar van
                    appellant volledig tegemoet denkt te kunnen komen, het daarover met de commissie
                    contact opneemt. In dit verband wordt ook gewezen op artikel 6:19 Awb. In
                    artikel 6:19 Awb wordt bepaald dat het bezwaar of beroep van rechtswege mede
                    betrekking heeft op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het
                    bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben. De
                    bevoegdheid om van het horen af te zien wordt door de verordening toegekend aan
                    de voorzitter van de commissie. Deze beslissing is dus niet aan het
                    bestuursorgaan dat het bezwaarschrift heeft ontvangen. Dat zou overigens ook
                    niet mogelijk zijn, gelet op artikel 7:13, vierde lid Awb, waarin onder andere
                    is bepaald dat de commissie, voor zover bij wettelijk voorschrift niet anders is
                    bepaald, beslist over de toepassing van artikel 7:3 Awb.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 8. Schriftelijke verslaglegging en commissieadvies </vet></al><al>Artikel 7:7 Awb vereist zeer kort en bondig dat van het horen een verslag wordt
                    gemaakt. Dit verslag staat opgenomen in het commissieadvies. Voor
                    administratieve doeleinden wordt tevens een digitale opname gemaakt. Deze opname
                    is niet beschikbaar. De wijze waarop en de inhoudelijke vereisten aan het
                    verslag worden niet door de Awb geregeld. </al><al/><al><vet>Artikel 9. Beraadslaging en advies</vet></al><al>De beraadslaging vindt achter gesloten deuren plaats.</al><al/><al><vet>Artikel 10. Bemiddeling</vet></al><al>Alternatieve geschillenbeslechting wordt bij de meeste bestuursorganen en
                    rechtbanken op een bepaalde manier toegepast. Veel voorkomende vormen zijn
                    (pre)-mediation of een andere aanpak.</al><al>Bij de andere aanpak wordt vaak na ontvangst van het bezwaarschrift meteen
                    gebeld naar de bezwaarde. Op deze manier kunnen misverstanden worden rechtgezet,
                    het besluit nader worden toegelicht etc. Dit kan leiden tot intrekking van het
                    bezwaarschrift.</al><al>Mediation is een formelere vorm. Hierbij kan onder begeleiding van een mediator
                    naar een oplossing gezocht worden waarmee beide partijen uit de voeten kunnen.
                    Belangrijk is dat beide partijen deze stap nemen en afspraken die hierbij horen
                    worden formeel in een overeenkomst vastgelegd.</al><al>De keuze om al dan niet tot mediation over te gaan is aan het bestuursorgaan,
                    dat ook de grenzen van de onderhandelingsruimte dient vast te stellen.</al><al>Door deze bepaling is procedureel vastgelegd dat de commissie kan onderzoeken of
                    een bemiddelingspoging mogelijk is in een bezwaarschriftenproces. Door de Wet
                    dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen is het van belang dat, indien
                    gesproken wordt over mogelijke oplossingen buiten de bezwaarprocedure om,
                    formeel wordt vastgelegd dat de beslistermijn van het bezwaarschrift wordt
                    opgeschort tot het moment dat aan de secretaris wordt meegedeeld wat de uitkomst
                    van de bemiddelingspoging is.</al><al/><al><vet>Artikel 11. Verdaging</vet></al><al>De beslistermijn bedraagt ingevolge artikel 7:10 van de Awb 12 weken, behoudens
                    in het geval van opschorting of met gebruikmaking van de mogelijkheid van
                    verdaging. De onderhavige bepaling verlangt van de voorzitter van de commissie
                    dat indien hij voorziet dat de termijn als hiervoor bedoeld niet wordt gehaald,
                    hij tijdig het bestuursorgaan verzoekt de beslissing op het bezwaar te
                    verdagen.</al><al/><al><vet>Artikel 12. Nader onderzoek</vet></al><al>Een nader onderzoek kan feiten of omstandigheden aan het licht brengen die op
                    het moment van de zitting nog niet bekend waren. Dit kan aanleiding zijn om
                    belanghebbenden en het verwerend orgaan opnieuw te horen. De onderhavige
                    bepaling voorziet in de mogelijkheid de commissie te verzoeken daartoe een
                    nieuwe zitting te houden. In artikel 7:9 Awb wordt bepaald dat indien het in het
                    hier bedoelde geval feiten of omstandigheden betreft die voor de op bezwaar te
                    nemen beslissing van aanmerkelijk belang kunnen zijn, dit aan belanghebbenden
                    wordt meegedeeld en dat zij opnieuw in de gelegenheid worden gesteld te worden
                    gehoord (rechtsbeginsel hoor en wederhoor). Is de nieuwe informatie niet van
                    aanmerkelijk belang dan kan er voor gekozen worden om de belanghebbenden in de
                    gelegenheid te stellen schriftelijk te reageren. Na de hoorzitting gehouden
                    telefoongesprekken kunnen gezien worden als nader onderzoek (Nationale ombudsman
                    9 juli 2001, AB 2001/263). Een zorgvuldige procedure houdt ook in dat het
                    bestuursorgaan zich niet rechtstreeks tot de adviescommissie kan wenden zonder
                    dat de andere belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld om hun standpunt
                    dienaangaande kenbaar te maken (Rb. Rotterdam, 10 november 1999, JB, 1999/311). </al><al/><al><vet>Artikel 13. Plenaire vergadering en jaarverslag</vet></al><al>De regionale bezwaarschriftencommissie brengt jaarlijks een integraal verslag
                    uit aan de raden, colleges en de burgemeesters van de deelnemende gemeenten over
                    haar werkzaamheden. De invulling van dit verslag is aan de commissie gelaten.
                    Voor de hand ligt dat wordt aangegeven welke aantallen bezwaren per gemeente
                    zijn ingediend, wat de werkvoorraad was bij aanvang van het kalenderjaar,
                    hoeveel adviezen zijn uitgebracht, wat de adviezen inhielden (niet-ontvankelijk,
                    (deels) gegrond etc.) of het desbetreffende bestuursorgaan contrair heeft
                    besloten, in welke gevallen beroep wordt ingediend en wat de uitkomst van dit
                    beroep is.</al><al>In geval een klacht is ingediend tegen de bezwaarschriftencommissie wordt dit in
                    het jaarverslag vermeld.</al><al>Het jaarverslag is ook een instrument voor de commissie om aan de
                    bestuursorganen adviezen te geven over de verbeterpunten op het gebied van
                    juridische kwaliteit.</al><al/><al><vet>Artikel 14. Vergoeding </vet></al><al><vet>Artikel 15. Beëdiging </vet></al><al><vet>Artikel 16. Zittingsduur</vet></al><al><vet>Artikel 17. Overgangsbepaling</vet></al><al><vet>Artikel 18. Citeertitel</vet></al><al>De artikelen 14 tot en met 18 spreken voor zich.</al><al/><al><vet>Artikel 19. Inwerkingtreding</vet></al><al>In artikel 139 tot en met 144 Gemeentewet zijn de bekendmaking en
                    inwerkingtreding van besluiten die algemeen verbindende voorschriften inhouden
                    geregeld. Besluiten van het gemeentebestuur die algemeen verbindende
                    voorschriften inhouden, verbinden niet dan wanneer ze bekendgemaakt zijn. </al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>