<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR341183_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nieuwkoop</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nieuwkoop</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch gemeenteblad en Nieuwkoop Nieuws</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:GEMEENTEWET&amp;artikel=228a">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014-126b</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De ‘Verordening rioolheffing’ van 12 december 2013 wordt ingetrokken</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>RAADSBESLUIT</vet></al><al>De raad van de gemeente Nieuwkoop;</al><al>gezien het voorstel 14.21499. van het college van burgemeester en wethouders
                  van 4 november 2014;</al><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t </al><al>vast te stellen de: Verordening op de heffing en invordering van
                  rioolheffing</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                           daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen
                           voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater,
                           hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de
                           gemeente;</al></li><li nr="c."><al>onder voorziening of combinatie van voorzieningen wordt mede verstaan
                           een open water;</al></li><li nr="d."><al>onder gemeentelijke riolering wordt mede de in het kader van het
                           Gemeentelijk Rioleringsplan door of vanwege de gemeente geplaatste
                           individuele afvalwaterbehandeling (IBA) begrepen;</al></li><li nr="e."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf
                           betrekking heeft;</al></li><li nr="f."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                           grondwater;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2 Aard van de belasting</label></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding
                     van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                           bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater;
                           en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                           ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                           structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond
                           gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit
                        water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd,
                        verder te noemen: gebruikersdeel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet
                              krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht
                              gebruikt;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als bedoeld
                              in artikel 4 –voor gebruik is afgestaan, degene die dat gedeelte voor
                              gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Zelfstandige gedeelten</label></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                     bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting
                     geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat
                     indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel worden gebruikt,
                     deze als één perceel worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar de tarieven, opgenomen in Hoofdstuk 4 van de
                     bij deze verordening behorende en nader vastgestelde “Tarieventabel
                     gemeentelijke belastingen en heffingen”, zoals die geldt voor het betreffende
                     belastingjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting, bedoeld in artikel 5, wordt niet geheven van percelen met een
                     bruto-vloeroppervlakte kleiner dan 25 m2.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het gebruikersdeel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of,
                        zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het gebruikersdeel in de loop
                        van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel
                        twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat
                        jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                        overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het gebruikersdeel in de loop
                        van het jaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde
                        gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na
                        het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven,
                        tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 9,--.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                        belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander eigendom
                        in gebruik neemt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan € 9,-- worden niet geheven.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor de toepassing van de bepalingen in het derde en vijfde lid, wordt het
                        totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen aangemerkt
                        als één belastingbedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de
                        aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het
                        aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op
                        één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één
                        aanslag bevat het bedrag daarvan minder is dan € 2.500,--, en zolang de
                        verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen
                        worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke
                        termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het
                        aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al> Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                     betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><label>Artikel</label><titel>Inwerkingtreding en citeerartikel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ‘Verordening rioolheffing’ van 12 december 2013 wordt ingetrokken met
                           ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing,
                           met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten
                           die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                           van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening rioolheffing'.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad voornoemd, gehouden op 11 december 2014.</al></slotformulering><ondertekening>
          De griffier, 
        </ondertekening><ondertekening>
           E.R. van Holthe
        </ondertekening><ondertekening>
          De voorzitter, 
        </ondertekening><ondertekening>
           F. Buijserd
        </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>