<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR341150_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening tegenprestatie Participatiewet 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dalfsen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dalfsen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-64804.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26vrt%3ddalfsen%26zkd%3dInDeGeheleText%26dpr%3dAlle%26spd%3d20141114%26epd%3d20141114%26sdt%3dDatumPublicatie%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=6&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad, 13-11-2014, nr. 64804</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening tegenprestatie Participatiewet 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147">Gemeentewet, artikel 147, eerste lid;</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8a">Participatiewet, artikel 8a, eerste lid, onderdeel b</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">Gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>03-09-2014, nummer 240</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening tegenprestatie Participatiewet 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Dalfsen</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 september nummer
                        240</al><al>gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de
                        Participatiewet </al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente
                        Dalfsen 2015</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="·"><al>Grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt
                                    is redelijkerwijs niet mogelijk binnen één jaar;</al></li><li nr="·"><al>korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt
                                    is redelijkerwijs mogelijk binnen één jaar; </al></li><li nr="·"><al>mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een
                                    hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door
                                    personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening
                                    rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de
                                    gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Verslag over beleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zendt eens per 2 jaar aan de gemeenteraad een verslag
                                over de doeltreffendheid van het beleid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verslag, zoals bedoeld in het eerste lid, bevat het oordeel van
                                de participatieraad. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>De tegenprestatie naar vermogen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inhoud van een tegenprestatie</titel></kop><al>Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die
                            additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die
                            werkzaamheden: </al><lijst><li nr="a."><al>Naar zijn aard niet zijn gericht op toeleiding tot de
                                    arbeidsmarkt.</al></li><li nr="b."><al>Niet zijn bedoeld als re-integratieinstrument.</al></li><li nr="c."><al>Worden verricht naast reguliere arbeid in de organisatie waarin
                                    ze worden verricht, en </al></li><li nr="d."><al>Niet leiden tot verdringing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Het opdragen van een tegenprestatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een belanghebbende een tegenprestatie opdragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening
                                met de volgende factoren: </al><lijst><li nr="a."><al>De tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden
                                        verricht.</al></li><li nr="b."><al>Een korte afstand tot de arbeidsmarkt eist gegronde reden
                                        voor een tegenprestatie. </al></li><li nr="c."><al>De individuele omstandigheden moeten in aanmerking worden
                                        genomen. </al></li><li nr="d."><al>De persoonlijke wensen en kwaliteiten van een belanghebbende
                                        moeten in overweging worden genomen.</al></li><li nr="e."><al>Met lopende maatschappelijke activiteiten of
                                        vrijwilligerswerk kan rekening worden gehouden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Duur en omvang van een tegenprestatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegenprestatie wordt opgedragen voor de maximale duur van 12
                                maanden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tegenprestatie wordt opgedragen voor maximaal 16 uren per week of
                                208 uren per kwartaal.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De tegenprestatie kan na oplegging van de maximale duur uit lid 1
                                binnen een periode van zes maanden niet weer worden opgedragen.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Wie komt niet voor tegenprestatie in aanmerking</titel></kop><al>Het college draagt geen tegenprestatie op indien een belanghebbende
                            mantelzorg of vrijwilligerswerk verricht voor zover het verrichten van
                            mantelzorg of vrijwilligerswerk naar het oordeel van het college
                            redelijkerwijs noodzakelijk of wenselijke is en elke tegenprestatie
                            belemmert. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Geen werkzaamheden voorhanden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt geen tegenprestatie op indien geen werkzaamheden
                                voorhanden zijn die kunnen worden ingezet als tegenprestatie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college geen tegenprestatie opdraagt omdat geen
                                werkzaamheden voorhanden zijn, beoordeelt het college binnen 12
                                maanden of op dat moment wel werkzaamheden voorhanden zijn die
                                kunnen worden ingezet als tegenprestatie. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening tegenprestatie
                            Participatiewet Dalfsen (1-1-2015). </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Dalfsen in zijn (openbare)
                        vergadering van 20 oktober 2014.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter, de griffier, </ondertekening><ondertekening>drs. H.C.P. Noten J. Leegwater Msc</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente
                        Dalfsen</titel></kop><al>Het college is bevoegd een belanghebbende te verplichten naar vermogen een
                    tegenprestatie te verrichten, ook als die tegenprestatie niet direct samenhangt
                    met arbeidsinschakeling. Een belanghebbende van achttien jaar of ouder doch
                    jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd is vanaf de dag van melding gehouden
                    naar vermogen een tegenprestatie te verrichten. Dit is vastgelegd in artikel 9,
                    eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet. De tegenprestatie bestaat uit
                    de plicht om naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde
                    maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten, naast of in aanvulling op
                    reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. </al><al><cursief>Individuele omstandigheden </cursief></al><al>Het college bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden en de
                    voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de aard, de
                    duur en de omvang van de aan een persoon op te leggen tegenprestatie. Hierbij
                    moet het college de in deze verordening neergelegde criteria in acht nemen. Als
                    het college een tegenprestatie vraagt van belanghebbende, moet het een
                    duidelijke omschrijving geven van de te verrichten werkzaamheden. Het moet voor
                    een belanghebbende immers duidelijk zijn welke tegenprestatie van hem verwacht
                    wordt (zie Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-02-2013, nr. 12/3649,
                    ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ5171). </al><al><cursief>Geen tegenprestatie </cursief></al><al>Indien daarvoor dringende redenen - zoals zorgtaken - aanwezig zijn, kan het
                    college in individuele gevallen tijdelijk ontheffing verlenen van de plicht tot
                    het verrichten van een tegenprestatie (artikel 9, tweede lid, van de
                    Participatiewet). De plicht tot tegenprestatie is niet van toepassing op een
                    belanghebbende die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in
                    artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (artikel 9, vijfde
                    lid, van de Participatiewet). De plicht tot tegenprestatie is voorts niet van
                    toepassing op een alleenstaande ouder die in het bezit is van een ontheffing als
                    bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet (artikel 9, zevende
                    lid, van de Participatiewet). </al><al><cursief>Afstemmen </cursief></al><al>Net als bij het niet nakomen van de arbeids- en re-integratieverplichting geldt
                    voor het niet nakomen van de tegenprestatie dat de bijstand kan worden afgestemd
                    overeenkomstig de gemeentelijke afstemmingsverordening. </al><al><cursief>Bevoegdheid opdragen tegenprestatie </cursief></al><al>De bevoegdheid van het college om een belanghebbende te verplichten naar
                    vermogen een tegenprestatie te verrichten geldt al sinds 1 januari 2012. De
                    regering meent dat de tegenprestatie voor uitkeringsgerechtigden een gelegenheid
                    is om te blijven participeren in de samenleving en om een sociaal netwerk,
                    arbeidsritme en regelmaat te behouden. Dit zijn volgens de regering ook
                    noodzakelijke voorwaarden om de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten (TK
                    2013-2014, 33 801, nr. 3, p. 29). </al><al><cursief>Tegenprestatie is geen re-integratieinstrument </cursief></al><al>De plicht tot tegenprestatie heeft tot doel om maatschappelijk nuttige
                    werkzaamheden te doen in de samenleving als tegenprestatie voor het ontvangen
                    van een uitkering. Het opdragen van een tegenprestatie heeft niet primair tot
                    doel de re-integratie van een belanghebbende te bevorderen, maar moet worden
                    gezien als een nuttige bijdrage aan de samenleving (TK 2013-2014, 33 801, nr. 7,
                    p. 49-50). De tegenprestatie is daarom naar zijn aard niet gericht op toeleiding
                    tot de arbeidsmarkt en is niet bedoeld als re-integratieinstrument. Voorts mag
                    een tegenprestatie het accepteren van passende arbeid of van
                    re-integratieinspanningen niet belemmeren. Immers, als uitgangspunt geldt werk
                    boven uitkering. </al><al><cursief>Verordeningsplicht </cursief></al><al>De Wet maatregelen WWB legt de gemeenteraad de verplichting op om bij
                    verordening regels vast te stellen over het opdragen van een tegenprestatie aan
                    mensen met een bijstandsuitkering in de leeftijd van 18 jaar tot de
                    pensioengerechtigde leeftijd. Deze verordeningsopdracht is neergelegd in artikel
                    8a, eerste lid, onderdeel b Participatiewet. Het is aan de gemeente om de duur,
                    omvang en inhoud van de tegenprestatie te regelen (zie TK 2013-2014, 33 801, nr.
                    24, p. 6). </al><al><cursief>Ontwikkelen beleid door college </cursief></al><al>Het college heeft de opdracht beleid te ontwikkelen ten behoeve van het
                    verrichten van een tegenprestatie en het uitvoeren ervan overeenkomstig de
                    verordening tegenprestatie. Dit volgt uit artikel 7, eerste lid, onderdeel c,
                    van de Participatiewet. </al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting Verordening tegenprestatie Participatiewet
                        gemeente Dalfsen</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, de Algemene wet
                        bestuursrecht of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk gedefinieerd in
                        deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op deze
                        verordening. </al><al><cursief>Korte afstand tot de arbeidsmarkt </cursief></al><al>In artikel 1 van deze verordening is een definitie opgenomen van het begrip
                        'korte afstand tot de arbeidsmarkt'. Onder een korte afstand tot de
                        arbeidsmarkt wordt verstaan dat een persoon redelijkerwijs binnen één jaar
                        geschikt is voor deelname aan de arbeidsmarkt. Dit begrip is van belang in
                        verband met de mogelijkheid tot het opdragen van een tegenprestatie. Zie
                        hierover artikel 4 van deze verordening. </al><al><cursief>Grote afstand tot de arbeidsmarkt </cursief></al><al>In artikel 1 van deze verordening is een definitie opgenomen van het begrip
                        'grote afstand tot de arbeidsmarkt'. Onder een grote afstand tot de
                        arbeidsmarkt wordt verstaan dat een persoon redelijkerwijs niet binnen één
                        jaar geschikt is voor deelname aan de arbeidsmarkt. Dit begrip is van belang
                        in verband met de mogelijkheid tot het opdragen van een tegenprestatie. Zie
                        hierover artikel 4 van deze verordening. </al><al><cursief>Mantelzorg </cursief></al><al>In artikel 1 van deze verordening is de definitie opgenomen van mantelzorg.
                        Deze begripsbepaling is gebaseerd op het begrip zoals dat wordt gehanteerd
                        in de Wet maatschappelijke ondersteuning (zie artikel 1 WMO). </al><al>Uit kamerstukken met betrekking tot het begrip 'mantelzorg' zoals neergelegd
                        in de Wet maatschappelijke ondersteuning volgt dat de vier belangrijkste
                        kenmerken van mantelzorg zijn: </al><lijst><li nr="1."><al>Er is een bestaande sociale relatie tussen de zorgvrager en de
                                zorgverlener.</al></li><li nr="2."><al>Mantelzorg wordt niet verricht in een georganiseerd verban.</al></li><li nr="3."><al>Het verrichten van mantelzorg is veelal geen bewuste keuze. </al></li><li nr="4."><al>Het verlenen van mantelzorg is nooit afdwingbaar. </al></li></lijst><al>Voor mantelzorg is vereist dat de verleende zorg de gebruikelijke zorg van
                        huisgenoten voor elkaar overstijgt. Voor de uitvoering van de Wet
                        maatschappelijke ondersteuning hanteert Dalfsen het protocol Gebruikelijke
                        Zorg van het Centrum Indicatiestelling Zorg om vast te stellen of sprake is
                        van gebruikelijke zorg. Voor de uitleg kan worden aangesloten bij de
                        definitie van gebruikelijke zorg in het protocol Gebruikelijke Zorg: “de
                        normale, dagelijkse zorg die partners of ouders en inwonende kinderen geacht
                        worden elkaar onderling te bieden omdat ze als leefeenheid een gezamenlijk
                        huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid
                        hebben voor het functioneren van dat huishouden.” </al><al>Deze kenmerken zijn ontleend aan diverse kamerstukken zoals TK 2004-2005, 30
                        169, nr. 1 (Notitie "De mantelzorger in beeld") en TK 2005-2006, 30 131, nr.
                        C. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Verslag over beleid</titel></kop><al>Het college zendt tweejaarlijks aan de gemeenteraad een verslag over de
                        doeltreffendheid van het beleid inzake het opdragen van een tegenprestatie. </al><al><cursief>Cliëntenraad betrekken bij beleid </cursief></al><al>Uit artikel 2, tweede lid, van deze verordening volgt nadrukkelijk dat de
                        cliëntenraad moet worden betrokken bij de verantwoording over het beleid.
                        Hier kan een relatie worden gelegd met de verordening cliëntenparticipatie,
                        die de gemeenteraad moet vaststellen op grond van artikel 47
                        Participatiewet. Het verslag over het beleid inzake het opdragen van een
                        tegenprestatie moet het oordeel van de cliëntenraad bevatten. Dalfsen heeft
                        voor de 3 d een participatieraad ingesteld als cliëntenraad. Per december is
                        een team actief.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inhoud van een tegenprestatie</titel></kop><al>Het college bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden en de
                        voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de aard,
                        de duur en de omvang van de aan een persoon op te leggen werkzaamheden.
                        Hierbij moet het college de in deze verordening neergelegde criteria in acht
                        nemen. </al><al>Het college dient maatwerk toe te passen bij het opdragen van werkzaamheden.
                        Rekening moet worden gehouden met de individuele omstandigheden van
                        belanghebbende, waaronder leeftijd, opleiding, werkervaring en andere
                        relevante persoonlijke omstandigheden. De werkzaamheden worden immers
                        opgedragen ‘naar vermogen’. Het is dus van belang dat belanghebbende ook in
                        staat is de werkzaamheden te verrichten. </al><al>Als het college onbeloonde werkzaamheden vraagt van belanghebbende, moet het
                        een duidelijke omschrijving geven van de te verrichten werkzaamheden. Het
                        moet voor een belanghebbende immers duidelijk zijn welke werkzaamheden van
                        hem wordt verwacht (zie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
                        ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ5171). </al><al>In dit artikel is bepaald dat het onbeloonde werk additioneel van aard is.
                        De maatschappelijk nuttige werkzaamheden dienen zich te onderscheiden van
                        werkzaamheden die door de reguliere arbeidsmarkt verricht worden. Het
                        onderscheid tussen betaalde en onbetaalde werkzaamheden is afhankelijk van
                        onder meer economische factoren en van keuzes die mede op basis daarvan door
                        het bedrijfsleven en/of de overheid worden gemaakt. Het ontvangen van een
                        onkostenvergoeding geldt daarbij ondanks de ontvangst als onbetaalde
                        werkzaamheden. Denk bijvoorbeeld aan reiskosten voor vrijwilligerswerk.</al><al>Het college is niet beperkt in het aanwijzen van het soort werkzaamheden die
                        als tegenprestatie kunnen worden ingezet. Hierdoor kan het college snel
                        inspelen op nieuwe activiteiten die als werkzaamheden kunnen worden ingezet
                        zonder dat wijziging van de verordening noodzakelijk is. </al><al>Omdat de werkzaamheden additioneel zijn en niet mogen leiden tot verdringing
                        op de arbeidsmarkt, kunnen veel werkzaamheden niet worden ingezet. Voor
                        voorbeelden van werkzaamheden die kunnen worden ingezet verwijzen we naar
                        het onderzoeksrapport van de Inspectie SZW "Voor wat hoort wat". </al><al>De tegenprestatie kan bijdragen aan de toeleiding naar de arbeidsmarkt maar
                        is niet bedoeld als re-integratieinstrument. Het betreffen werkzaamheden die
                        worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid. De werkzaamheden
                        mogen niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. Reguliere
                        werkzaamheden kunnen daarom niet als tegenprestatie worden ingezet. De
                        onbeloonde werkzaamheden mag het accepteren van passende arbeid of van
                        re-integratietrajecten niet belemmeren. Het uitgangspunt werk boven
                        uitkering staat voorop. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Het opdragen van een tegenprestatie</titel></kop><al>De gemeente kiest ervoor om de tegenprestatie in beginsel op te dragen aan
                        een belanghebbende die een grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft. Mensen
                        met een korte afstand kunnen zich in de eerste plaats richten op de
                        arbeidsplicht en de re-integratieplicht, zoals het naar vermogen algemeen
                        geaccepteerde arbeid verkrijgen. </al><al>Bij mensen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt mag worden verwacht dat
                        hun inspanningen eerder zullen leiden tot uitstroom. Daarom wordt aan mensen
                        met een korte afstand tot de arbeidsmarkt minder aangedrongen op het
                        verrichten van onbeloonde maatschappelijk activiteiten. De onbeloonde
                        werkzaamheden mag immers het accepteren van passende arbeid of van
                        re-integratieinspanningen niet belemmeren: werk gaat boven uitkering. Binnen
                        deze groep kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de situatie waarin geen
                        re-integratieactiviteiten worden verricht door belanghebbende. In dat geval
                        bestaat er ruimte voor het opleggen van onbeloonde maatschappelijk nuttige
                        activiteiten. </al><al><cursief>Factoren bij het opdragen onbeloonde werkzaamheden </cursief></al><al>De werkzaamheden die ingezet kunnen worden, moeten naar vermogen door iemand
                        verricht kunnen worden. De term 'naar vermogen' heeft betrekking op de
                        mogelijkheden waarover een belanghebbende beschikt om deze werkzaamheden te
                        verrichten. Immers, niet alle onbeloonde maatschappelijk werkzaamheden
                        kunnen worden opgedragen aan elke uitkeringsgerechtigde.</al><al>Mensen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt kunnen binnen een jaar weer
                        geschikt zijn voor deelname aan de arbeidsmarkt. Het college zal aan mensen
                        met een korte afstand alleen de tegenprestatie opdragen voor zover de
                        omstandigheden dat rechtvaardigen. De tegenprestatie is vooral bedoeld voor
                        mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt.</al><al>Bij het opdragen van de onbeloonde werkzaamheden houdt het college rekening
                        met de individuele omstandigheden van een belanghebbende, waaronder
                        leeftijd, opleiding en werkervaring. Hierbij wordt rekening gehouden met het
                        fysieke en psychische vermogen van een belanghebbende. Bij het opdragen van
                        de activiteiten dient het college maatwerk te leveren. Voorts wordt rekening
                        gehouden met praktische omstandigheden zoals reistijd en beschikbaarheid van
                        kinderopvang.</al><al>De gemeente houdt rekening met de persoonlijke wensen en kwaliteiten van
                        belanghebbende. Een belanghebbende heeft invloed op de keuze van de
                        activiteiten en draagt zelf ideeën aan voor de te verrichten werkzaamheden.
                        Draagt iemand geen ideeën aan, dan helpen we met de keuze voor nuttig werk
                        wat voorhanden is. </al><al>Sommige uitkeringsgerechtigden zijn al maatschappelijk actief of hebben
                        vrijwilligerswerk. De gemeente kan besluiten deze maatschappelijke
                        activiteit aan te merken als tegenprestatie. Ook kan een al bestaande
                        maatschappelijke activiteit of vrijwilligerswerk ertoe leiden dat met name
                        de duur en de omvang van de tegenprestatie anders worden vastgesteld. Een
                        voorbeeld van maatschappelijke activiteiten zijn: de zorg voor een ouder of
                        een gehandicapt familielid. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Duur en omvang van een tegenprestatie</titel></kop><al>De gemeente bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden en de
                        voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de aard,
                        de duur en de omvang van de aan een persoon op te leggen tegenprestatie.
                        Hierbij moet het college de in deze verordening neergelegde criteria in acht
                        nemen. De omvang van de werkzaamheden en de duur in de tijd dienen vanwege
                        het verbod op dwangarbeid en slavernij beperkt te zijn (art 4 EVRM). </al><al>De gemeente kiest in het eerste lid voor de duur van één jaar omdat veel
                        organisaties werk maximaal een jaar vooruit plannen. </al><al><cursief><onderstreept>Lid 2</onderstreept></cursief></al><al>Binnen de genoemde termijn van een jaar is het mogelijk voor de gemeente om
                        de onbeloonde werkzaamheden te wijzigen naar aard of omvang. De duur van de
                        onbeloonde werkzaamheden mag wel kleiner zijn dan 16 uren p.wk. maar niet
                        worden verlengd (zie lid 3). Voor de omvang is gekeken naar de maximale
                        inzet van een vrijwilliger. Gemiddeld is dat voor een Nederlander 5 uur per
                        week. Iemand zonder werk of re-integratieverplichtingen kan een grotere
                        prestatie leveren als vrijwilliger. Uitgaande van een dagdeel per dag over
                        maximaal 4 dagen is de maximale inzet 16 uur per week.</al><al><cursief><onderstreept>Lid 3</onderstreept></cursief></al><al>In het derde lid is geregeld dat de maatschappelijk nuttige activiteiten na
                        verloop van de maximale termijn (1 jaar) gedurende een bepaalde termijn niet
                        weer opnieuw zullen worden opgelegd. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Wie komt niet voor tegenprestatie in aanmerking</titel></kop><al>Artikel 6 van de verordening bepaalt dat geen tegenprestatie wordt
                        opgedragen indien een belanghebbende mantelzorg of vrijwilligerswerk
                        verricht en het college het verrichten hiervan redelijkerwijze noodzakelijk
                        vindt. De regering heeft deze mogelijkheid uitdrukkelijk benoemd in de nota
                        van wijziging met betrekking tot de Wet maatregelen WWB (TK 2013-2014, 33
                        801, nr. 24, p. 6). Of sprake is van mantelzorg wordt getoetst aan de
                        criteria van het begrip mantelzorg zoals neergelegd in artikel 1 van deze
                        verordening. Verricht een belanghebbende mantelzorg in de zin van deze
                        verordening en is het verrichten van mantelzorg volgens het college
                        redelijkerwijs noodzakelijk, dan draagt het college een belanghebbende geen
                        tegenprestatie op (artikel 6 van deze verordening). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Geen werkzaamheden voorhanden</titel></kop><al>Artikel 7, eerste lid, van deze verordening bepaalt dat geen tegenprestatie
                        wordt opgedragen indien geen onbeloonde maatschappelijk nuttige
                        werkzaamheden voorhanden zijn. </al><al>Indien het college besluit geen tegenprestatie op te leggen omdat binnen de
                        eigen gemeentegrenzen geen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden
                        voorhanden zijn, wordt binnen 12 maanden een heronderzoek uitgevoerd om te
                        beoordelen of op dat moment wel maatschappelijk nuttige werkzaamheden binnen
                        de eigen gemeentegrenzen voorhanden zijn. Dit is geregeld in artikel 7,
                        tweede lid, van deze verordening. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als : Verordening tegenprestatie
                        Participatiewet Dalfsen (1-1-2015)</al></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Voorbeelden maatschappelijke nuttige werkzaamheden</titel></kop><al>Voor voorbeelden van maatschappelijke nuttige werkzaamheden verwijst de regering
                    naar het onderzoeksrapport "Voor wat hoort wat" van de Inspectie SZW. Deze zijn
                    hierna weergegeven. De auteurs van Grip op WWB van Kluwer Schulinck menen dat
                    veel van de genoemde werkzaamheden leiden tot verdringing en daarom niet als
                    tegenprestatie kunnen worden ingezet. Er moet dus altijd goed worden beoordeeld
                    of geen sprake is van verdringing. </al><al>De regering geeft de volgende voorbeelden voor werkzaamheden die als
                    tegenprestatie kunnen worden ingezet: </al><al> werkzaamheden bij een openluchtmuseum; </al><al> koffie/thee schenken in een verpleegtehuis, buurthuis of een bejaardentehuis; </al><al> sneeuwschuiven (bijvoorbeeld bij een bejaardentehuis); </al><al> meelopen met de dierenambulance; </al><al> afval langs wegen en in wijken verwijderen; </al><al> bospaden schoonhouden; </al><al> verkeersborden reinigen/schoonmaken; </al><al> opknappen, schoonmaken, onderhouden van speeltuinen of gemeentelijke
                    terreinen; </al><al> taalmaatje voor nieuwkomers; </al><al> beheerder van een parkeerplaats of fietsenstalling (bijv. bij een station); </al><al> vervoer via kerken of ouderenorganisaties; </al><al> warme maaltijden bereiden en leveren; </al><al> de was doen; </al><al> strijken; </al><al> tijdelijke werkzaamheden rond een wijkcentrum; </al><al> helpen bij het oversteken van kinderen (scholen); </al><al> werkzaamheden in theaters; </al><al> praten met nabestaanden; </al><al> inzet bij (sport)evenementen; </al><al> daklozen die wekelijks mensen rond leiden door de stad; </al><al> gehandicapten begeleiden bij het zwemmen; </al><al> voorlezen op scholen; </al><al> moestuin aanleggen met leerlingen uit groep 5 of 6 basisschool; </al><al> additionele werkzaamheden bij het Leger of Leger des Heils; </al><al> schoonhouden van parkeerplaatsen bij het ziekenhuis; </al><al> boeken uitleen bij ziekenhuizen en verpleegtehuizen (met karretjes); </al><al> maneges schoon en netjes houden; </al><al> een functie vervullen in bijvoorbeeld een cliëntenraad; </al><al> deelname aan een hulpverleningstraject bij persoonlijke of psychische
                    problemen; </al><al> werkzaamheden in bibliotheken; </al><al> bezoek aan eenzame ouderen; </al><al> werkzaamheden in bejaardentehuizen en buurthuizen; </al><al> boodschappen halen voor Wmo-cliënten/hulpbehoevenden/ouderen; </al><al> inzet in de groenvoorziening waar de gemeente de handen vanaf heeft getrokken; </al><al> tuinonderhoud; </al><al> openbare groenperken schoonhouden; </al><al> administratie op orde brengen; </al><al> conciërgeachtige werkzaamheden; </al><al> mobiel beperkte inwoners helpen; </al><al> klus- en verhuisteams oprichten; </al><al> opzetten en geven cursussen; </al><al> zorgtaken zoals huiskamerdiensten, activiteitenbegeleiding; </al><al> helpen bij festivals; </al><al> ondersteunend werkstages bij (maatschappelijke) organisaties: administratief,
                    creatief, verzorging; </al><al> ramen zetten; </al><al> wandelen en koffiedrinken met groepen bewoners; </al><al> lunch verzorgen op basisscholen; </al><al> werkzaamheden in dierenasiel; </al><al> receptionist of ontvangstdame/heer; </al><al> beheer kantines sportverenigingen; </al><al> wijkschouwen; </al><al> zwemvierdaagse, wijkfeesten, buurt BBQ, straat opknappen, opzetten
                    buitenspeeldag; </al><al> spelletjesmiddagen, politiekcafé; </al><al> buurtpreventie; </al><al> buurtvaders; </al><al> meldpunt voor veiligheid in de wijk (signalering); </al><al> assistent beheerder buurthuizen; </al><al> klussenteam in de wijk; </al><al> ondersteunen bij wijkactiviteiten (halen/brengen); </al><al> organiseren activiteiten voor kinderen (in de wijk of stad); </al><al> simpele schoonmaakwerkzaamheden in de eigen wijk; </al><al> theekringen; </al><al> verkiezing organiseren (weerman/vrouw van de wijk); </al><al> multicultureel sportevenement met gehandicapten; </al><al> ontmoeting in de wijk met aandacht voor verschillende geloofsovertuigingen; </al><al> sportclinics in de wijken opzetten; </al><al> organiseren wandelingen/sportcursussen; </al><al> hulp bij reizen met openbaar vervoer; </al><al> bootonderhoud; </al><al> computermaatje; </al><al> energiecoaches; </al><al> formulierenbrigade; </al><al> medewerker in ruilwinkel, wereldwinkel; </al><al> websitebeheerder; </al><al> speelgoed schoonmaken en voorlezen bij kinderdagverblijf; </al><al> tekenwerkzaamheden architect; </al><al> werkzaamheden op zorgboerderij; </al><al> werknemersvaardigheden opdoen in niet commercieel bedrijf; </al><al> oppasdienst; </al><al> huiswerkbegeleiding; </al><al> mantelzorg/mantelzorgondersteuning; </al><al> in de zorg helpen; </al><al> helpen in de moskee; </al><al> recyclingbedrijf; </al><al> weidevogels tellen; </al><al> suppoost avondvierdaagse; </al><al> beweeg en dieetprogramma; </al><al> mailings voor gemeente verzorgen, nieuwsbrieven rondbrengen; </al><al> rolstoelbrigade; </al><al> fietsles geven; </al><al> klaar-overs; </al><al> werkervaring op doen via club van 1000; </al><al> helpen bij scouting; </al><al> enquêteur minimabeleid; </al><al> beheren fietsenstalling; </al><al> hulp in heemkundetuin; </al><al> bijspringen op schapenhouderij; </al><al> helpen bij landelijke horeca keten; </al><al> afvalkalenders inpakken voor gemeente; </al><al> kledingreparatie; </al><al> inpakwerk; </al><al> helpen op metaalafdeling; </al><al> hand- en spandiensten op school. </al></nota-toelichting><bijlage><kop><label>Inhoudsopgave</label></kop><al>Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen </al><al>Artikel 1. Begrippen </al><al>Hoofdstuk 2. Beleid </al><al>Artikel 2. Verslag over beleid </al><al>Hoofdstuk 3. De tegenprestatie naar vermogen </al><al>Artikel 3. Inhoud van een tegenprestatie </al><al>Artikel 4. Het opdragen van een tegenprestatie </al><al>Artikel 5. Duur en omvang van een tegenprestatie </al><al>Artikel 6. Wie komt niet voor tegenprestatie in aanmerking
                            </al><al>Artikel 7. Geen werkzaamheden voorhanden </al><al>Hoofdstuk 4. Slotbepalingen </al><al>Artikel 8. Inwerkingtreding </al><al>Artikel 9. Citeertitel </al><al/><al>Algemene toelichting Verordening tegenprestatie Participatiewet
                            gemeente Dalfsen </al><al>Artikelsgewijze toelichting Verordening tegenprestatie
                            Participatiewet gemeente Dalfsen </al><al>Artikel 1. Begrippen </al><al>Artikel 2. Verslag over beleid </al><al>Artikel 3. Inhoud van een tegenprestatie </al><al>Artikel 4. Het opdragen van een tegenprestatie </al><al>Artikel 5. Duur en omvang van een tegenprestatie </al><al>Artikel 6. Wie komt niet voor tegenprestatie in aanmerking
                            </al><al>Artikel 7. Geen werkzaamheden voorhanden </al><al>Artikel 8. Inwerkingtreding </al><al>Artikel 9. Citeertitel </al><al>Voorbeelden maatschappelijke nuttige werkzaamheden </al></bijlage></regeling></body></cvdr>