<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR340886_2</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING JEUGDHULP GEMEENTE OLST-WIJHE 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Olst-Wijhe</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-12-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Olst-Wijhe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-63627.html">Gemeenteblad, jaargang 2014, nummer 63627 </dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening jeugdhulp gemeente Olst-Wijhe 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0034925">Jeugdwet, art. 2.9, 2.10, 2.12, 8.1.1, lid 4</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsstuk 2014/63</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Nadere Regels Jeugdhulp Olst-Wijhe 2016</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING JEUGDHULP GEMEENTE OLST-WIJHE 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Olst-Wijhe,</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van Olst-Wijhe
            d.d. 14 oktober 2014 overwegende dat de Jeugdwet de verantwoordelijkheid voor het
            organiseren van goede en toegankelijke jeugdhulp bij de gemeente heeft belegd, waarbij
            het uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van
            jeugdigen allereerst bij de ouders en de jeugdige zelf ligt; en dat het noodzakelijk is
            om regels vast te stellen:</al><lijst><li nr="·"><al>over de door het college te verlenen maatwerkvoorzieningen en algemeen
                gebruikelijke voorzieningen, met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning en de
                wijze van beoordeling van, en de afwegingsfactoren bij een maatwerkvoorziening;</al></li><li nr="·"><al>over de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een maatwerkvoorziening
                wordt afgestemd met andere voorzieningen;</al></li><li nr="·"><al>voor de wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget wordt bepaald;</al></li><li nr="·"><al>voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een maatwerkvoorziening of
                een persoonsgebonden budget alsmede misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet;
              </al></li><li nr="·"><al>ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van
                jeugdhulp of de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering
                en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan;</al><al/></li></lijst><al>overwegende dat het voorts wenselijk is te bepalen onder welke voorwaarden degene aan
            wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, de jeugdhulp kan betrekken van een
            persoon die behoort tot diens sociale netwerk;</al><al/><al>gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1, vierde lid 4, van de Jeugdwet;</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen de “verordening Jeugdhulp gemeente Olst-Wijhe 2015”.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK1:Begrippen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 1.Begripsbepalingen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>cliënt: de jeugdige als bedoeld in artikel 1.1. van de wet, waaronder begrepen
                    en voor zover van belang, zijn ouders; </al></li><li nr="b."><al>nadere Regels Olst-Wijhe: Het door het college vast te stellen document waar
                    op grond van deze verordening nadere regels worden gesteld;</al></li><li nr="c."><al>ingezetene: Cliënt die woonplaats heeft in de gemeente Olst-Wijhe;</al></li><li nr="d."><al>algemeen gebruikelijke voorziening: Een voorziening waarvan, gelet op de
                    omstandigheden, aannemelijk is dat de cliënt daarover, ook als hij geen
                    beperkingen had, zou (hebben kunnen) beschikken;</al></li><li nr="e."><al>maatwerkvoorziening: de via een beschikking toegankelijke op de cliënt
                    toegesneden jeugdhulpvoorziening die door het college in natura of bij pgb wordt
                    verstrekt; </al></li><li nr="f."><al>andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Jeugdwet, op
                    het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en
                    inkomen;</al></li><li nr="g."><al>gesprek: het gesprek als bedoeld in artikel 6;</al></li><li nr="h."><al>hulpvraag: behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan jeugdhulp in verband
                    met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als
                    bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet;</al></li><li nr="i."><al>melding: kenbaar maken van de hulpvraag aan het college; </al></li><li nr="j."><al>pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet, zijnde
                    een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouders, dat hen
                    in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van
                    derden te betrekken;</al></li><li nr="k."><al>wet: Jeugdwet.</al></li><li nr="l."><al>Ondersteuningsplan: de verwoording van het afgesproken arrangement aan
                    ondersteuning voor cliënt (individu of gezin) bestaande uit de inzet van
                    oplossingen in de eigen kracht van cliënt, mantelzorg, algemene voorzieningen,
                    informele zorg en maatwerkvoorzieningen. Daarnaast worden in het
                    ondersteuningsplan ook de te behalen resultaten, de looptijd (geldigheidsduur)
                    en specifieke functies van maatwerkvoorzieningen benoemd. Het ondersteuningsplan
                    wordt in overleg tussen cliënt en gemeente opgesteld. </al></li><li nr="m."><al>familiegroepsplan: hulpverleningsplan of plan van aanpak opgesteld door de
                    ouders, samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale
                    omgeving van de cliënt behoren.</al></li><li nr="n."><al>verslag: het ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 8.</al></li><li nr="o."><al>beschikking: indien cliënt en gemeente beide het ondersteuningsplan
                    ondertekenen, staat dit gelijk aan het verlenen van een beschikking. Indien dit
                    niet het geval is, volgt een beschikking waartegen bezwaar en beroep ingesteld
                    kan worden. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden
                omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet en de Algemene wet bestuursrecht.
              </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2:</nr><titel>Melding, toegang jeugdhulp, onderzoek en aanvraag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Melding en toegang jeugdhulp</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een hulpvraag kan door of namens een cliënt vormvrij bij het college worden
                gemeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bevestigt schriftelijk de ontvangst van de melding en maakt zo spoedig
                mogelijk een afspraak voor een gesprek. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college zorgt voor inzet van de jeugdhulp die de rechter of de gecertificeerde
                instelling nodig acht bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel, die de
                rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de
                directeur van de justitiële inrichting nodig achten bij de uitvoering van een
                strafrechtelijke beslissing, of die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de
                uitvoering van jeugdreclassering. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een passende
                tijdelijke maatregel of vraagt het college een machtiging gesloten jeugdhulp als
                bedoeld in hoofdstuk 6 van de wet. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De cliënt kan zich rechtstreeks wenden tot een algemeen gebruikelijke
                voorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Cliëntondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt ervoor dat ingezetenen een beroep kunnen doen op kosteloze
                onafhankelijke cliëntondersteuning, waarbij het belang van de cliënt uitgangspunt
                is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college wijst de jeugdige en zijn ouders voor het onderzoek, bedoeld in
                artikel 6, op de mogelijkheid gebruik te maken van kosteloze onafhankelijke
                cliëntondersteuning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Familiegroepsplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college informeert de cliënt over de mogelijkheid tot het indienen van een
                familiegroepsplan en stelt hem gedurende zes weken na de melding in de gelegenheid
                het plan te overhandigen. Het college start in dit geval het onderzoek na ontvangst
                van dit plan. Hierdoor heeft dit een opschortende werking. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college betrekt het familiegroepsplan bij het onderzoek als bedoeld in artikel
                6 van deze verordening. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien er een familiegroepsplan opgesteld is, heeft dit dezelfde werking als een
                ondersteuningsplan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Informatie en identificatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een cliënt verschaft het college de gegevens en bescheiden die voor het onderzoek
                nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het onderzoek, bedoelt in artikel 6, stelt het college de identiteit van de
                cliënt vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                identificatieplicht. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een gesprek maakt deel uit van het onderzoek. Het gesprek wordt gevoerd met de
                cliënt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en cliënt, zo spoedig
                mogelijk en voor zover nodig:</al><lijst><li nr="a."><al>de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en
                    gezinssituatie van de cliënt en het probleem of de hulpvraag;</al></li><li nr="b."><al>het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp;</al></li><li nr="c."><al>het vermogen van de cliënt om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving
                    een oplossing voor de hulpvraag te vinden;</al></li><li nr="d."><al>de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening;</al></li><li nr="e."><al>de mogelijkheden om jeugdhulp te verlenen met gebruikmaking van een algemeen
                    gebruikelijke voorziening;</al></li><li nr="f."><al>de mogelijkheden om een maatwerkvoorziening te verstrekken;</al></li><li nr="g."><al>de wijze waarop een mogelijk toe te kennen maatwerkvoorziening wordt afgestemd
                    met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke
                    ondersteuning, of werk en inkomen;</al></li><li nr="h."><al>hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de
                    levensovertuiging en de culturele achtergrond van de cliënt, en</al></li><li nr="i."><al>de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de
                    cliënt in begrijpelijke bewoordingen worden ingelicht over de gevolgen van die
                    keuze.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de gevallen bedoeld in artikel 8.2.1 van de wet informeert het college de
                ouders dat een ouderbijdrage is verschuldigd en hoe deze bijdrage wordt geïnd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college informeert de cliënt over de gang van zaken bij het gesprek, zijn
                rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt hem toestemming om zijn
                persoonsgegevens te verwerken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien een maatwerkvoorziening deel uitmaakt van het
                familiegroepsplan/ondersteuningsplan wordt tijdens het gesprek aan de cliënt in
                begrijpelijke bewoordingen verteld welke mogelijkheden bestaan om te kiezen voor een
                persoonsgebonden budget en wat de gevolgen van die keuze kunnen zijn.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college wijst de cliënt op de mogelijkheid om een aanvraag als bedoeld in
                artikel 8 in te dienen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college verstrekt op verzoek van de cliënt een schriftelijke weergave van de
                uitkomsten van het onderzoek, waaronder een verslag van het gesprek als bedoeld in
                het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Indien een maatwerkvoorziening deel uitmaakt van het
                familiegroepsplan/ondersteuningsplan ondertekent de cliënt het verslag voor gezien
                of akkoord en stuurt een ondertekend exemplaar onverwijld naar het college. De
                cliënt kan feitelijke gegevens corrigeren en kan zijn opmerkingen bij het
                onderzoeksverslag kenbaar maken. Correcties en opmerkingen worden aan het
                onderzoeksverslag toegevoegd. </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Als de cliënt tekent voor gezien zoals bedoeld in het voorgaande lid, kan hij
                daarbij tevens aangeven wat de reden is waarom hij niet akkoord is. </al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Als een maatwerkvoorziening onderdeel uitmaakt van het
                familiegroepsplan/ondersteuningsplan, wordt dit opgenomen in het verslag van het
                gesprek. Als de cliënt genoegzaam bekend is bij de gemeente, kan het college in
                overeenstemming met de cliënt afzien van een onderzoek als bedoeld in dit artikel.
              </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Advisering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor het onderzoek
                of voor de beoordeling van de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning, degene
                door wie een melding of een aanvraag is ingediend of bij gebruikelijke zorg diens
                relevante huisgenoten:</al><lijst><li nr="a."><al>Op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen
                    plaats en tijdstip en hem te bevragen;</al></li><li nr="b."><al>Op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door een of meer daartoe
                    aangewezen deskundigen te doen bevragen en/of onderzoeken. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies vragen
                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>Het handelt om een aanvraag van een persoon die niet eerder een voorziening
                    heeft gehad c.q. met wie niet eerder een gesprek als bedoeld in artikel 6 is
                    gevoerd;</al></li><li nr="b."><al>Het handelt om een aanvraag van een persoon die wel eerder een voorziening
                    heeft gehad of een gesprek zoals bedoeld in artikel 6 heeft gevoerd, maar
                    waarvan de medische omstandigheden zodanig zijn veranderd dat die gewijzigde
                    omstandigheden de noodzaak van een voorziening of de soort van voorziening
                    kunnen beïnvloeden. </al></li><li nr="c."><al>Het college dat overigens gewenst vindt. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor een maatwerkvoorziening kan door of namens een cliënt
                schriftelijk of elektronisch bij het college worden ingediend. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag wordt ingediend door middel van een door het college vastgesteld
                aanvraagformulier. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een ondertekend verslag van het gesprek kan worden beschouwd als aanvraagformulier
                als de cliënt dit op het gespreksverslag heeft aangekruist. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3:</nr><titel>Voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Vormen van beschikbare algemeen gebruikelijke- en maatwerkvoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De volgende vormen van algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn beschikbaar:</al><lijst><li nr="a."><al>Universele preventie;</al></li><li nr="b."><al>Selectieve preventie;</al></li><li nr="c."><al>Opvoed- en opgroeiondersteuning;</al></li><li nr="d."><al>Generieke opvoed- en opgroeiondersteuning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De volgende vormen van maatwerkvoorzieningen zijn beschikbaar:</al><lijst><li nr="a."><al>Ambulante hulpverlening;</al></li><li nr="b."><al>Intensieve ambulante hulpverlening;</al></li><li nr="c."><al>Zorg overdag;</al></li><li nr="d."><al>Verblijf. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt bij nadere regeling vast welke vormen van algemeen
                gebruikelijke- en maatwerk voorzieningen op basis van het eerste en tweede lid
                beschikbaar zijn. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Criteria voor een maatwerkvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening indien een cliënt
                jeugdhulp nodig heeft in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische
                problemen en stoornissen en voor zover de eigen mogelijkheden en het
                probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn en voor zover de cliënt deze problemen
                naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen:</al><lijst><li nr="a."><al>op eigen kracht;</al></li><li nr="b."><al>met gebruikelijke hulp;</al></li><li nr="c."><al>met mantelzorg;</al></li><li nr="d."><al>met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk;</al></li><li nr="e."><al>met gebruikmaking van andere en overige voorzieningen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in het
                voorgaande hoofdstuk bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren
                van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot:</al><lijst><li nr="a."><al>gezond en veilig op te groeien;</al></li><li nr="b."><al>te groeien naar zelfstandigheid, en</al></li><li nr="c."><al>voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren, rekening
                    houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kent eveneens een maatwerkvoorziening toe voor zover met betrekking
                tot de cliënt een verwijzing zoals bedoeld in artikel 2, lid 3 is afgegeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Recht op een maatwerkvoorziening bestaat slechts voor zover deze als de goedkoopst
                adequate compenserende voorziening is aan te merken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Voorwaarden en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>voor zover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval
                    aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een maatwerkvoorziening op
                    grond van een andere wettelijke bepaling bestaat;</al></li><li nr="b."><al>voor zover de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg
                    of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de problemen kan
                    wegnemen;</al></li><li nr="c."><al>voor zover de cliënt met gebruikmaking van een andere of algemeen
                    gebruikelijke voorziening de problemen kan wegnemen;</al></li><li nr="d."><al>indien de voorziening voor een persoon als cliënt algemeen gebruikelijk
                    is;</al></li><li nr="e."><al>indien het een voorziening betreft die de cliënt na de melding en vóór datum
                    van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor
                    schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak achteraf nog kan worden
                    vastgesteld;</al></li><li nr="f."><al>indien de cliënt tekortschietend besef van (eigen) verantwoordelijkheid heeft
                    betoond;</al></li><li nr="g."><al>indien de cliënt geen ingezetene is van de gemeente Olst-Wijhe.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van de in
                dit artikel beschreven aspecten. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt in ieder
                geval aangegeven of de voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en wordt
                tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in de beschikking
                in ieder geval ook vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>welke de te verstrekken maatwerkvoorziening is en wat het beoogde resultaat
                    daarvan is;</al></li><li nr="b."><al>wat de ingangsdatum en de duur van de verstrekking is;</al></li><li nr="c."><al>welke gecontracteerde of gesubsidieerde aanbieder van jeugdhulp de
                    maatwerkvoorziening verstrekt, en indien van toepassing, welke andere
                    voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt in de
                beschikking in ieder geval ook vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>voor welk resultaat het pgb kan worden aangewend;</al></li><li nr="b."><al>welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb;</al></li><li nr="c."><al>wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen;</al></li><li nr="d."><al>wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld;</al></li><li nr="e."><al>de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als sprake is van een te betalen ouderbijdrage wordt de cliënt daarover in de
                beschikking geïnformeerd<cursief>.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Persoonsgebonden budget (pgb)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de
                wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd artikel 8.1.1., derde en vierde lid, van de wet verstrekt het college
                geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende
                voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te
                gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het tarief voor een pgb: </al><lijst><li nr="a."><al>Is gebaseerd op een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat
                    besteden;</al></li><li nr="b."><al>Is toereikend om effectieve en kwalitatief goed zorg in te kopen, en</al></li><li nr="c."><al>Bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst
                    adequate maatwerkvoorziening in natura. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De hoogte van een pgb voor dienstverlening is opgebouwd uit verschillende
                kostencomponenten, zoals salaris, vervanging tijdens vakantie, verzekeringen en
                reiskosten. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan nadere regels vaststellen over de hoogte van het pgb, de
                voorwaarden van verstrekking van het pgb en de wijze van verstrekking van het pgb.
              </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4:</nr><titel>Bijdrage in de kosten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Bijdrage in de kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan bij nadere regeling bepalen:</al><lijst><li nr="a."><al>Voor welke algemeen gebruikelijke voorzieningen, niet zijnde
                    cliëntondersteuning, de cliënt een bijdrage is verschuldigd;</al></li><li nr="b."><al>Wat per soort algemeen gebruikelijke voorziening de hoogte van deze bijdrage
                    is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij nadere regeling bepalen: </al><lijst><li nr="a."><al>Op welke wijze de kostprijs van een maatwerkvoorziening en pgb wordt bepaald
                    en;</al></li><li nr="b."><al>Door welke andere instantie dan het CAK de bijdragen voor een
                    maatwerkvoorziening of pgb worden vastgesteld en geïnd. </al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5:</nr><titel>Kwaliteit en veiligheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, waaronder voldoende
                deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door:</al><lijst><li nr="a."><al>het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de
                    cliënt;</al></li><li nr="b."><al>het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg;</al></li><li nr="c."><al>erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader
                    van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de
                    professionele standaard.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in het besluit Jeugdhulp gemeente Olst-Wijhe nadere regels stellen
                over verdere eisen aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de
                deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving
                van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders en zo nodig in overleg
                met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden</titel></kop><al>Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de
              vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of
              uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, rekening met:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en omvang van de te verrichten taken;</al></li><li nr="b."><al>de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot de zwaarte van de
                  functie;</al></li><li nr="c."><al>een redelijke toeslag voor overheadkosten;</al></li><li nr="d."><al>een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als
                  gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg;</al></li><li nr="e."><al>kosten voor bijscholing van het personeel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Meldingsregeling calamiteiten en geweld</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en
                geweldsincidenten bij de levering van een voorziening door een aanbieder en wijst
                een toezichthoudend ambtenaar aan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft
                voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onverwijld aan de toezichthoudend
                ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De toezichthoudend ambtenaar doet onderzoek naar de calamiteiten en
                geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere
                calamiteiten en het bestrijden van geweld. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen welke verdere eisen gelden voor het melden
                van calamiteiten en geweld bij de vertrekking van een voorziening. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6:</nr><titel>Klachten, medezeggenschap en inspraak</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Klachtregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt een regeling vast voor de afhandeling van klachten van cliënten
                die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen en aanvragen als
                bedoeld in deze verordening. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanbieders dienen te beschikken over een regeling voor de afhandeling van klachten
                van cliënten ten aanzien van alle voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving
                van deze eisen door onder ander periodieke overleggen met aanbieders en het zo nodig
                in overleg ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Medezeggenschap</titel></kop><al>Het college kan nadere regels vaststellen in welke gevallen aanbieders geen regeling
              voor medezeggenschap hoeven te hebben. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Betrekken van ingezetenen bij het beleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college betrekt de ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder geval
                cliënten, bij de voorbereiding van het beleid betreffende jeugdhulp overeenkomstig
                de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de
                wijze waarop inspraak wordt verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt cliënten en vertegenwoordigers van cliëntgroepen vroegtijdig in
                de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende jeugdhulp te doen, advies uit
                te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen
                betreffende jeugdhulp, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te
                kunnen vervullen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg,
                waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien
                van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en
                ondersteuning.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan nadere regels vast stellen ter uitvoering van het tweede en derde
                lid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7:</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of
                terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De cliënt doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging
                mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk
                moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing
                aangaande een maatwerkvoorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing aangaande een
                maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget herzien dan wel intrekken als het
                college vaststelt dat:</al><lijst><li nr="a."><al>niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen
                    gesteld bij of krachtens deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die gegevens zodanig
                    onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere
                    beslissing zou zijn genomen;</al></li><li nr="c."><al>de maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten;</al></li><li nr="d."><al>de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het pgb verbonden
                    voorwaarden, of,</al></li><li nr="e."><al>de cliënt de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel
                    gebruikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een persoonsgebonden budget dient door de cliënt binnen zes maanden na uitbetaling
                te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft
                ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de
                cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en degene die
                daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de
                geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten
                onrechte genoten pgb.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, of de versterkte
                voorzieningen worden besteed ten behoeve van het doel waarvoor ze zijn verstrekt.
              </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de controle op de
                besteding. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><al>Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt eenmaal per vier jaar
              geëvalueerd. Het college zendt hiertoe telkens twee jaar na de inwerkingtreding van de
              verordening aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten
              van de verordening in de praktijk.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Nadere regels en hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffend, waarin deze
                verordening niet voorziet, beslist het college. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen over de uitvoering van deze verordening. De
                nadere regels worden dan vermeld in de Nadere Regels Jeugdhulp Olst-Wijhe. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken
                van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot
                onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening jeugdhulp gemeente Olst-Wijhe
                2015.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Inhoudsopgave</label></kop><al>HOOFDSTUK1:Begrippen </al><al>Artikel 1.Begripsbepalingen  </al><al>HOOFDSTUK 2: Melding, toegang jeugdhulp, onderzoek en aanvraag </al><al>Artikel 2. Melding en toegang jeugdhulp </al><al>Artikel 3. Cliëntondersteuning </al><al>Artikel 4. Familiegroepsplan </al><al>Artikel 5. Informatie en identificatie </al><al>Artikel 6. Onderzoek </al><al>Artikel 7. Advisering </al><al>Artikel 8. Aanvraag  </al><al>HOOFDSTUK 3: Voorzieningen </al><al>Artikel 9. Vormen van beschikbare algemeen gebruikelijke- en
                maatwerkvoorzieningen </al><al>Artikel 10. Criteria voor een maatwerkvoorziening </al><al>Artikel 11. Voorwaarden en weigeringsgronden </al><al>Artikel 12. Beschikking </al><al>Artikel 13. Persoonsgebonden budget (pgb)  </al><al>HOOFDSTUK 4: Bijdrage in de kosten </al><al>Artikel 14. Bijdrage in de kosten  </al><al>HOOFDSTUK 5: Kwaliteit en veiligheid </al><al>Artikel 15. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning </al><al>Artikel 16. Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden
              </al><al>Artikel 17. Meldingsregeling calamiteiten en geweld  </al><al>HOOFDSTUK 6: Klachten, medezeggenschap en inspraak </al><al>Artikel 18. Klachtregeling </al><al>Artikel 19. Medezeggenschap </al><al>Artikel 20. Betrekken van ingezetenen bij het beleid  </al><al>HOOFDSTUK 7: Slotbepalingen </al><al>Artikel 21. Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of
                terugvordering </al><al>Artikel 22. Controle </al><al>Artikel 23. Evaluatie </al><al>Artikel 24. Nadere regels en hardheidsclausule </al><al>Artikel 25. Inwerkingtreding en citeertitel </al></bijlage></regeling></body></cvdr>