<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR340795_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening maatschappelijke ondersteuning Dronten 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dronten</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dronten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad d.d. 27 oktober 2014, nr. 10166</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening maatschappelijke ondersteuning Dronten 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 149;</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, artikelen 2.1.3, 2.1.4 eerste, tweede, derde en zevende lid, 2.1.5, eerste lid, 2.1.6 en 2.2.6 eerste lid.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-09-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B14.001200</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Besluit eigen bijdragen en financiële tegemoetkomingen maatschappelijke ondersteuning 2010.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Dronten.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening maatschappelijke ondersteuning Dronten 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Geconsolideerde tekst van de regeling</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Dronten;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        26 augustus 2014, No. B14.001200</al><al/><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en de artikelen 2.1.3,
                        2.1.4,eerste, tweede<cursief>, </cursief>derde
                        enzevende lid<cursief>, </cursief>2.1.5, eerste
                        lid<cursief>,</cursief> 2.1.6, [<cursief>2.1.7, 2.3.6, vierde
                            lid,</cursief>] en 2.6.6, eerste lid, van de Wet maatschappelijke
                        ondersteuning 2015 en Raadsvoorstel, No. B14.001200;</al><al/><al>gezien het advies van de commissie van 18 september 2014</al><al> B E S L U I T: </al><al/><al>I: vast te stellen de <vet>Verordening maatschappelijke ondersteuning
                        Dronten 2015</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                            onder:</al><lijst><li nr="-"><al>wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;</al></li><li nr="-"><al>algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet
                                    speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die
                                    algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan
                                    vergelijkbare producten;</al></li><li nr="-"><al>andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de
                                    Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;</al></li><li nr="-"><al>bijdrage: bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid, van
                                    de wet;</al></li><li nr="-"><al>gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in
                                    artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;</al></li><li nr="-"><al>hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als
                                    bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;</al></li></lijst><al>-inwoner: cliënt als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet die voldoet aan
                            de voorwaarden zoals omschreven in artikel 1.2.1 van de wet;</al><lijst><li nr="-"><al>melding: melding aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2,
                                    eerste lid, van de wet;</al></li><li nr="-"><al>pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de
                                    wet;</al></li><li nr="-"><al>voorliggende voorziening: algemene voorziening of andere
                                    voorziening waarmee aan de hulpvraag wordt tegemoetgekomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Melding hulpvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een hulpvraag kan door of namens een inwoner bij het college worden
                                gemeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bevestigt de ontvangst van de melding en maakt zo
                                spoedig mogelijk een afspraak voor een gesprek.3. In
                                spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet treft
                                het college na de melding onverwijld een tijdelijke
                                maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het
                                onderzoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Cliëntondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt ervoor dat ingezetenen een beroep kunnen doen op
                                kosteloze cliëntondersteuning, waarbij het belang van de inwoner
                                uitgangspunt is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college wijst de inwoner en zijn mantelzorger voor het
                                onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, op de
                                mogelijkheid gebruik te maken van kosteloze
                                cliëntondersteuning.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>Procedure</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vooronderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verzamelt alle voor het onderzoek naar aanleiding van de
                                hulpvraag als bedoeld in artikel 2 lid 1 en zoals bedoeld in artikel
                                2.3.2, eerste lid, van de wet, van belang zijnde en toegankelijke
                                gegevens over de inwoner en zijn situatie en maakt zo spoedig
                                mogelijk met hem een afspraak voor een gesprek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor het gesprek verschaft de inwoner het college alle overige
                                gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het
                                onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking
                                kan krijgen. De inwoner verstrekt in ieder geval een
                                identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                                identificatieplicht ter inzage. Het college kan nadere regels
                                stellen over identificatie van een andere persoon dan de inwoner die
                                namens de inwoner een hulpvraag als bedoeld in artikel 2 lid 1 meldt
                                of heeft gemeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de inwoner genoegzaam bekend is bij de gemeente, kan het college
                                in overeenstemming met de inwoner afzien van een vooronderzoek als
                                bedoeld in het eerste en tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college brengt de inwoner op de hoogte van de mogelijkheid om
                                een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid, van
                                de wet op te stellen en stelt hem gedurende zeven dagen na de
                                melding in de gelegenheid het plan te overhandigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Gesprek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en de
                                degene door of namens wie de melding van de hulpvraag is gedaan, dan
                                wel diens vertegenwoordiger en waar mogelijk met de mantelzorger of
                                mantelzorgers en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk en voor
                                zover nodig:</al><lijst><li nr="a."><al>de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de
                                        inwoner;</al></li><li nr="b."><al>het gewenste resultaat van het verzoek om
                                        ondersteuning;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke
                                        hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn
                                        zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te
                                        verbeteren, of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op
                                        een maatwerkvoorziening;</al></li><li nr="d."><al>de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere
                                        personen uit zijn sociaal netwerk te komen tot verbetering
                                        van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te
                                        voorkomen dat hij een beroep moet doen op een
                                        maatwerkvoorziening;</al></li><li nr="e."><al>de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de
                                        mantelzorger van de inwoner;</al></li><li nr="f."><al>de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene
                                        voorziening, zoals opgenomen in het beleidsplan, bedoeld in
                                        artikel 2.1.2 van de wet, of door het verrichten van
                                        maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot
                                        verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie,
                                        of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een
                                        maatwerkvoorziening;</al></li><li nr="g."><al>de mogelijkheden om door middel van voorliggende
                                        voorzieningen of door samen met zorgverzekeraars en
                                        zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en
                                        andere partijen op het gebied van publieke gezondheid,
                                        jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te
                                        voorzien in de behoefte aan maatschappelijke
                                        ondersteuning;</al></li><li nr="h."><al>de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te
                                        verstrekken;</al></li><li nr="i."><al>welke bijdragen in de kosten de inwoner met toepassing van
                                        het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 van de wet
                                        verschuldigd zal zijn, en</al></li><li nr="j."><al>de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een
                                        pgb, waarbij de inwoner in begrijpelijke bewoordingen wordt
                                        ingelicht over de gevolgen van die keuze.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de inwoner een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 4, vierde
                                lid, aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat plan
                                bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college informeert de inwoner over de gang van zaken bij het
                                gesprek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt
                                de inwoner toestemming om zijn persoonsgegevens te verwerken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de hulpvraag genoegzaam bekend is, kan het college onverminderd
                                het bepaalde in artikel 2.3.2 van de wet, in overleg met de inwoner
                                afzien van een gesprek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Plan van aanpak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het
                                onderzoek als bedoeld in artikel 5, eerste lid aangevuld met een
                                schriftelijk oordeel van het college over de eventueel benodigde
                                voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zo spoedig mogelijk na het onderzoek verstrekt het college aan de
                                inwoner het in lid 1 bedoelde plan van aanpak.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Opmerkingen of latere aanvullingen van de inwoner worden aan het
                                verslag toegevoegd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan een ondertekend verslag van het gesprek aanmerken
                                als aanvraag als de inwoner dat op het verslag heeft
                                aangegeven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3:</nr><titel>maatwerkvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>criteria voor een maatwerkvoorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een inwoner komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter
                                    compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of
                                    participatie die de inwoner ondervindt, voor zover de inwoner
                                    deze beperkingen naar het oordeel van het college niet:</al><lijst><li nr="a."><al>Op eigen kracht;</al></li><li nr="b."><al>Met gebruikelijke hulp;</al></li><li nr="c."><al>Met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn
                                            sociaal netwerk;</al></li><li nr="d."><al>Met gebruikmaking van voorzieningen die voor de inwoner
                                            algemeen gebruikelijk worden geacht; dan wel</al></li><li nr="e."><al>Met gebruikmaking van algemene voorzieningen, kan
                                            verminderen of wegnemen</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De maatwerkvoorziening als bedoeld in het eerst lid levert,
                                    rekening houdend met het plan van aanpak als bedoeld in artikel
                                    6 , een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie
                                    waarin de inwoner in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of
                                    participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan
                                    blijven.</al></li><li nr="3."><al>Een inwoner met psychische of psychosociale problemen en de
                                    inwoner die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in
                                    verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van
                                    huiselijk geweld, komt in aanmerking voor een
                                    maatwerkvoorziening ter compensatie van de problemen bij het
                                    zich handhaven in de samenleving voor zover de inwoner deze
                                    problemen naar het oordeel van het college niet:</al><lijst><li nr="a."><al> Op eigen kracht;</al></li><li nr="b."><al>Met gebruikelijke hulp;</al></li><li nr="c."><al>Met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn
                                            sociaal netwerk; dan wel</al></li><li nr="d."><al>Met gebruikmaking van algemene voorzieningen,</al></li></lijst></li></lijst><al>kan verminderen of wegnemen</al><lijst><li nr="4."><al>De maatwerkvoorziening als bedoeld in het vorige lid levert,
                                    rekening houdend met het plan van aanpak als bedoeld in artikel
                                    6 , een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de
                                    inwoner aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van
                                    een situatie waarin de inwoner in staat wordt gesteld zich zo
                                    snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de
                                    samenleving.</al></li><li nr="5."><al>Er bestaat slechts aanspraak op een maatwerkvoorziening voor
                                    zover:</al><lijst><li nr="a."><al>Deze noodzakelijk is om de inwoner in staat te stellen
                                            tot zelfredzaamheid en participatie mede met het oog op
                                            zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven
                                            wonen;</al></li><li nr="b."><al>Deze als goedkoopst passende resultaat aan te merken
                                            is;</al></li><li nr="c."><al>Deze in overwegende mate op de inwoner gericht is</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Geen aanspraak op een maatwerkvoorziening bestaat:</al><lijst><li nr="a."><al>Indien in de hulpvraag van de inwoner met een voor hem
                                            als algemeen gebruikelijk te beschouwen voorziening kan
                                            worden voorzien;</al></li><li nr="b."><al>Voor zover de inwoner aanspraak kan maken op een
                                            algemene voorziening;</al></li><li nr="c."><al>Voor zover er aan de zijde van de inwoner geen sprake is
                                            van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de
                                            situatie voorafgaand aan diens behoefte aan
                                            maatschappelijke ondersteuning;</al></li><li nr="d."><al>Indien een voorziening als die waarop de aanvraag
                                            betrekking heeft reeds in het kader van enige wettelijke
                                            bepaling of regeling is verleend en daarvan de normale
                                            afschrijvingstermijn nog niet is verstreken, tenzij de
                                            eerder vergoede of verleende voorziening verloren is
                                            gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de
                                            inwoner zijn toe te rekenen;</al></li><li nr="e."><al>Indien de inwoner in redelijkheid van hem te vergen
                                            mogelijkheden had om zelf voor een passende oplossing te
                                            zorgen voor de beperkingen in zijn zelfredzaamheid en
                                            participatie;</al></li><li nr="f."><al>Indien de noodzaak tot ondersteuning is ontstaan als
                                            gevolg van omstandigheden die in de risicosfeer van de
                                            inwoner liggen.</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>De aanvraag om een maatwerkvoorziening dan wel pgb kan worden
                                    geweigerd indien de maatwerkvoorziening is gerealiseerd vóór de
                                    melding dan wel de aanvraag, tenzij de noodzaak achteraf door
                                    het college kan worden vastgesteld.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4:</nr><titel>persoonsgebonden budget</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Regels voor pgb</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6
                                van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet
                                verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking
                                heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening
                                van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de
                                ingekochte voorziening noodzakelijk was.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan het pgb zijn de volgende verplichtingen verbonden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het pgb mag niet worden besteed aan een voorziening die voor de
                                inwoner algemeen gebruikelijk</al><al> is;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>uit het pgb mogen geen (administratieve) bemiddelingsbureaus worden
                                betaald;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de inwoner die is aangewezen op maatschappelijke ondersteuning
                                besteedt het pgb niet aan een persoon welke tot zijn leefeenheid behoort die feitelijk
                                gebruikelijke hulp op zich moet nemen, maar daartoe niet in staat is wegens overbelasting of dreigende
                                overbelasting;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de inwoner komt met de aanbieder in een schriftelijke overeenkomst
                                overeen, waar ten minste afspraken zijn opgenomen over kwaliteit en het resultaat van de
                                maatschappelijke ondersteuning en de wijze van declareren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tarief voor een pgb:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>is gebaseerd op een door de inwoner opgesteld plan over hoe hij het
                                pgb gaat besteden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>is toereikend om effectieve en kwalitatief goede zorg in te kopen,
                                en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie
                                goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De hoogte van een pgb voor dienstverlening door een professional is
                                maximaal de hoogte van de in de betreffende situatie goedkoopst
                                adequate maatwerkvoorziening in natura.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De hoogte van een pgbvoor een zaak wordt bepaald op ten
                                hoogste de kostprijs van de zaak die de aanvrager op dat moment zou
                                hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt. Als de
                                naturaverstrekking een tweedehands voorziening betreft, wordt de
                                kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte
                                termijn waarop de zaak technisch is afgeschreven, rekening houdend
                                met onderhoud en verzekering. Als de naturaverstrekking een nieuwe
                                voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, rekening
                                houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting en
                                rekening houdend met onderhoud en verzekering.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De hoogte van het pgb voor het betrekken van een persoon die behoort
                                tot het sociale netwerk bedraagt 50% van het tarief in lid 3 van dit
                                artikel.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5:</nr><titel>Advisering en besluit</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Advisering</titel></kop><al>Het college kan een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om
                            advies vragen als het dit van belang acht voor de beoordeling van de
                            aanvraag om een maatwerkvoorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Inhoud beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt
                                in ieder geval aangegeven of deze als voorziening in natura of als
                                pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de
                                beschikking kan worden gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in
                                de beschikking in ieder geval vastgelegd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde resultaat
                                daarvan is;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>hoe de voorziening wordt verstrekt, en indien van toepassing,
                                en</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een
                                pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voor welk beoogd resultaat het pgb kan worden aangewend;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>welke verplichtingen zijn verbonden aan het pgb</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb, en indien
                                van toepassing</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn.</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>dat het pgb wordt overgemaakt aan de Sociale Verzekeringsbank</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als sprake is van een te betalen bijdrage wordt de inwoner daarover
                                in de beschikking geïnformeerd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6:</nr><titel>overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en
                                algemene voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een inwoner is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een
                                maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang hij van de
                                maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor
                                het pgb wordt verstrekt, overeenkomstig het Besluit maatschappelijke
                                ondersteuning, en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de
                                inwoner en zijn echtgenoot.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij nadere regeling bepalen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voor welke algemene voorzieningen, niet zijnde cliëntondersteuning,
                                de inwoner een bijdrage is verschuldigd;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>wat per soort algemene voorziening de hoogte van deze bijdrage
                                is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De kostprijs van een maatwerkvoorziening en pgb wordt bepaald:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>door een aanbesteding;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>na een consultatie in de markt, of</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in overleg met de aanbieder.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet,
                                worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK
                                vastgesteld en geïnd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als de bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van
                                een woningaanpassing voor een minderjarige inwoner is verschuldigd,
                                is de bijdrage verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders,
                                daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1
                                van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene
                                die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over
                                een inwoner.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen
                                met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder
                                begrepen, door:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de
                                inwoner;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in
                                het kader van het leveren van voorzieningen handelen in
                                overeenstemming met de professionele standaard;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>te voldoen aan de wettelijke bepalingen met betrekking tot de
                                meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>personeel in te zetten dat beschikt over de gangbare competenties en
                                vaardigheden die nodig zijn om de benodigde activiteiten uit te
                                voeren; en</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>bij de uitvoering van hun werkzaamheden systemisch en relationeel te
                                werken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen
                                worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met
                                betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder
                                begrepen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op
                                de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de
                                aanbieders, een jaarlijks klantervaringsonderzoek, en het zo nodig
                                in overleg met de inwoner ter plaatse controleren van de geleverde
                                voorzieningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of
                                terugvordering</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of
                                terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een inwoner aan het
                                college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van
                                alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk
                                moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een
                                beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een
                                beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet herzien
                                dan wel intrekken als het college vaststelt dat:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de inwoner onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de
                                verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere
                                beslissing zou hebben geleid;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de inwoner niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb is
                                aangewezen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te
                                achten;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de inwoner niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het pgb
                                verbonden voorwaarden, of</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de inwoner de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een ander
                                doel gebruikt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als
                                blijkt dat het pgb binnen 6 maanden na uitbetaling niet is aangewend
                                voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft
                                plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a,
                                heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige
                                gegevens door de inwoner opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het
                                college van de inwoner en degene die daaraan opzettelijk zijn
                                medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde
                                vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten
                                onrechte genoten pgb.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is
                                ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is
                                ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de
                                geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van
                                pgb’s.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Jaarlijkse waardering mantelzorgers</titel></kop><al>Het college bepaalt bij nadere regeling waaruit de jaarlijkse blijk van
                            waardering voor mantelzorgers van inwoners in de gemeente bestaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of
                                chronische problemen</titel></kop><al>Het college kan in overeenstemming met het beleidsplan, bedoeld in
                            artikel 2.1.2 van de wet, op aanvraag aan personen met een beperking of
                            chronische psychische of psychosociale problemen die daarmee verband
                            houdende aannemelijke meerkosten hebben, en die een nader te normeren
                            inkomen heeft, een tegemoetkoming verstrekken ter ondersteuning van de
                            zelfredzaamheid en de participatie. Het college stelt nadere regels
                            omtrent de hoogte van het inkomen om in aanmerking te komen voor een
                            tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door
                                derden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college houdt in het belang van een goede
                                    prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven
                                    die het hanteert voor door derden te leveren diensten, in ieder
                                    geval rekening met:</al></li><li nr="a."><al>de aard en omvang van de te verrichten taken; b. een redelijke
                                    toeslag voor overheadkosten; c. een voor de sector reële mate
                                    van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof,
                                    ziekte, scholing en werkoverleg; d. kosten voor bijscholing van
                                    het personeel.</al></li><li nr="2."><al>Het college houdt in het belang van een goede
                                    prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven
                                    die het hanteert voor door derden te leveren overige
                                    voorzieningen, in ieder geval rekening met:</al></li><li nr="a."><al>de marktprijs van de voorziening, en b. de eventuele extra taken
                                    die in verband met de voorziening van de leverancier worden
                                    gevraagd, zoals:</al></li></lijst><al>1<sup>o</sup>. aanmeten, leveren en plaatsen van de voorziening;
                            2<sup>o</sup>. instructie over het gebruik van de voorziening;
                            3<sup>o</sup>. onderhoud van de voorziening, en</al><al>4°. verplichte deelname in bepaalde samenwerkingsverbanden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Klachtregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanbieders leveren elk jaar eenmaal een totaalrapportage aan van
                                ontvangen klachten naar aard en oorzaak, inclusief een overzicht van
                                afwikkeling en op basis van klachten getroffen maatregelen</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op
                                de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke
                                overleggen met de aanbieders, en een jaarlijks
                                klantervaringsonderzoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke
                                ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanbieders stellen een regeling vast voor de medezeggenschap van
                                inwoners over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de
                                gebruikers van belang zijn ten aanzien van alle voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op
                                de naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door
                                periodieke overleggen met de aanbieders, en een jaarlijks
                                klantervaringsonderzoek. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Betrekken van ingezetenen bij het beleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college betrekt ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder
                                geval inwoners of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van
                                het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning,
                                overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde
                                regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend.
                                2. Het college stelt ingezetenen vroegtijdig in de gelegenheid
                                voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke
                                ondersteuning te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming
                                over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende
                                maatschappelijke ondersteuning, en voorziet hen van ondersteuning om
                                hun rol effectief te kunnen vervullen. 3. Het college zorgt ervoor
                                dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij
                                onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden
                                voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde
                                informatie en ondersteuning.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college heeft nadere regels vastgesteld ter uitvoering van het
                                tweede en derde lid in de Verordening cliëntenparticipatie
                                2015.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7:</nr><titel>slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van deze verordening, kan het
                            college nadere regels stellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de inwoner
                            afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing van deze
                            verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Intrekking oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente
                                Dronten wordt ingetrokken op het moment dat deze verordening in
                                werking treedt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een inwoner houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op
                                grond van de Verordening voorzieningen maatschappelijke
                                ondersteuning gemeente Dronten, totdat het college een nieuw besluit
                                heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is
                                verstrekt, wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening voorzieningen
                                maatschappelijke ondersteuning gemeente Dronten en waarop nog niet
                                is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden
                                afgehandeld krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Verordening
                                voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Dronten, wordt
                                beslist met inachtneming van die verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening
                                    maatschappelijke ondersteuning Dronten 2015.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Dronten, 25 september 2014</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad van Dronten,</ondertekening><ondertekening>D.Petrusma mr. A.B.L. de Jonge</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>