<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR340741_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Stein 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Stein</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Stein</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Digitaal gemeenteblad, 9 december 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening gemeente Stein 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">art 108 juncto 147 en 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Stein 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De Raad der gemeente Stein;</vet></al><al>Gezien het voorstel van het college inzake vaststelling van de Algemene
                        Plaatselijke </al><al>Verordening gemeente Stein 2014</al><al>(Gem. blad Afd. A 2014, no. );</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; gezien het advies van de
                        raadscommissie Middelen, Bestuurlijke Zaken; overwegende dat het aanbeveling
                        verdient regels te stellen ter handhaving van de openbare orde; </al><al><vet>besluit:</vet></al><al> vast te stellen de volgende Algemene Plaatselijke Verordening gemeente
                        Stein 2014 </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1:1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare plaats: plaats die krachtens bestemming of vast gebruik
                                    openstaat voor het publiek ( artikel 1 van de Wet openbare
                                    manifestaties);</al></li><li nr="b."><al>wegen: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden
                                    met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot
                                    die wegen behorende paden en bermen of zijkanten (artikel 1, lid
                                    1, onder b, Wegenverkeerswet);</al></li><li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="d."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan de grenzen zijn
                                    vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad overeenkomstig
                                    artikel 20a, Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="e."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="f."><al>bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen,
                                    metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming
                                    hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is (artikel
                                    1.1 van de Bouwverordening);</al></li><li nr="g."><al>gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte
                                    geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt (artikel
                                    1, lid 1, onder c, Woningwet);</al></li><li nr="h."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li><li nr="i."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van
                                    een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld
                                    in artikel 2.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht, of ten aanzien van een al verleende
                                    omgevingsvergunning..</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen 12 weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:11 of artikel
                                4:10A.1. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van lid 1 en lid 2 beslist het bestuursorgaan op een
                                aanvraag voor een vergunning zoals bedoeld in:</al><lijst><li nr="a."><al>artikel 2:24, lid 3 en artikel 3:4 en 4:6 van deze
                                        verordening binnen twaalf weken, </al></li><li nr="b."><al>artikel 2:24, lid 4 binnen 20 weken, en</al></li><li nr="c."><al>artikel 2:24, lid 5 binnen 26 weken na de dag waarop de
                                        aanvraag ontvangen is. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan 8 weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager
                                de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bestuursorgaan
                                besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing zoals bedoeld
                                in artikel:</al><lijst><li nr="-"><al>2:24, lid 3 (A-evenement) van deze verordening wordt
                                        ingediend minder dan 12</al><al> weken;</al></li><li nr="-"><al>2:24, lid 4 (B-evenement) van deze verordening wordt
                                        ingediend minder dan 20</al><al> weken;</al></li><li nr="-"><al>2:24, lid 5 (C-evenement) van deze verordening wordt
                                        ingediend minder dan 26</al><al> weken;</al><al> vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning nodig
                                        heeft, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te
                                        behandelen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit schriftelijk verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet. <vet>Artikel 1:8
                                </vet><vet>Weigering</vet><vet>s</vet><vet>gronden</vet></al><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:9</nr><titel>Lex silencio positivo</titel></kop><al>(Vervallen, is opgenomen in de betreffende artikelen)</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>OPENBARE ORDEAFDELING 1. BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDENArtikel 2:1
                            Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag
                                    aanleiding te geven tot ongeregeldheden, of in groepsverband dan
                                    wel afzonderlijk anderen lastig te vallen, te vechten of op
                                    andere wijze de openbare orde te verstoren.</al></li><li nr="2."><al>Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij
                                    een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan
                                    wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is
                                    verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                    vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het
                                    belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                    ongeregeldheden zijn afgezet.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></li><li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Awb (positieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></structuurtekst><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>2.</nr><titel>BETOGINGArtikel 2:2 Optochten</titel></kop><structuurtekst><al>(Vervallen) <vet>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare
                                    plaatsen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                        betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als
                                        bedoeld in artikel 3, lid 1 van de Wet openbare
                                        manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging
                                        en ten minste een week voordat de betoging wordt gehouden,
                                        schriftelijk kennis aan de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                                tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en
                                                de plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van
                                                samenstelling; en</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal
                                                treffen om een regelmatig verloop te
                                                bevorderen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs
                                        waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></li><li nr="4."><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt
                                        op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                        algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                        uiterlijk 12.00 uur op de werkdag die aan de dag van dat
                                        tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur.</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek
                                        een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze
                                        termijn.</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3) <vet>Artikel 2:5 Te
                                    verstrekken gegevens</vet></al><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3) </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3.</nr><titel>VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKENArtikel 2:6 Beperking aanbieden
                                e.d. van geschreven of gedrukte stukken of</titel></kop><structuurtekst><al><vet>afbeeldingen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                        afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk
                                        aan te bieden op door het college aangewezen openbare
                                        plaatsen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot
                                        bepaalde dagen en uren.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor het huis aan huis verspreiden of
                                        het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                        afbeeldingen.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al></li><li nr="5."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3, Awb (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
                                        toepassing.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4.</nr><titel>VERTONINGEN E.D. OP DE WEGArtikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd
                                e.d.</titel></kop><structuurtekst><al>(Vervallen)</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>(Vervallen) <vet>Artikel 2:9 Straatartiest</vet></al><al>(Vervallen)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>5.</nr><titel>BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>A: Vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op of aan de
                                    weg in strijd</titel></kop><al><vet>met de publieke functie van de weg</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd
                                        bestuursorgaan de weg of een weggedeelte anders te gebruiken
                                        dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.</al></li><li nr="2."><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                        geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de
                                                weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de
                                                weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                                                dan wel een belemmering kan vormen voor het
                                                doelmatig beheer en onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf,
                                                hetzij in verband met de </al></li></lijst></li></lijst><al> omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; </al><lijst><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van overlast
                                        voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende
                                        zaak.</al><lijst><li nr="3."><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning
                                                verlenen voor het in het eerste lid</al><al> bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit
                                                betreft als bedoel in artikel 2.2, eerste </al><al> lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene
                                                bepalingen omgevingsrecht. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>B: afbakeningsbepalingen en uitzonderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt
                                        niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="b."><al>terrassen als bedoeld in artikel 2:27 en 2:28,
                                                voorzover geen sprake is van de weigeringsgronden
                                                van het tweede lid, onder a en c, van het vorige
                                                artikel;</al></li><li nr="c."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18.</al></li><li nr="d."><al>vlaggen, wimpels of vlaggenstokken indien deze geen
                                                gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of
                                                goederen en niet voor commerciële doeleinden worden
                                                gebruikt;</al></li><li nr="e."><al>zonneschermen, mits ze zijn aangebracht boven het
                                                voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en
                                                mits:</al><lijst><li nr="-"><al>geen onderdeel zich minder dan 2,2 meter boven
                                                  dat gedeelte bevindt;</al></li><li nr="-"><al>geen onderdeel van het scherm, in welke stand
                                                  dat ook staat, zich op minder dan 0,5 meter van
                                                  het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de
                                                  weg bevindt;</al></li><li nr="-"><al>geen onderdeel verder dan 1,5 meter buiten de
                                                  opgaande gevel reikt;</al></li></lijst></li><li nr="f."><al> de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze
                                                kortstondig op de weg gebracht worden in verband met
                                                laden of lossen ervan en mits degene die de
                                                werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor
                                                zorgt, dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan,
                                                in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of
                                                stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg daarvan
                                                gereinigd is, voorzover geen sprake is van de
                                                weigeringsgronden van het tweede lid, onder a en c,
                                                van het vorige artikel;</al></li><li nr="g."><al>Containers, steigers en/of (bouwmaterialen), die
                                                noodzakelijkerwijze op de weg gebracht worden in
                                                verband met bouw-, renovatie- en/of
                                                sloopwerkzaamheden, voorzover geen sprake is van de
                                                weigeringsgronden van het tweede lid, onder a en c,
                                                van het vorige artikel;</al></li><li nr="h."><al> billboards, voorzover geen sprake is van de
                                                weigeringsgronden van het tweede lid, onder a en c,
                                                van het vorige artikel;</al></li><li nr="i."><al>winkeluitstallingen, voorzover geen sprake is van de
                                                weigeringsgronden van het tweede lid, onder a en c,
                                                van het vorige artikel.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien en voor zover de gemeente Stein aan een exploitant
                                        met betrekking tot bepaalde reclameobjecten een
                                        exclusiviteitsrecht is toegekend voor het grondgebied van de
                                        gemeente of een gedeelte daarvan, wordt een vergunning als
                                        bedoeld in het eerste lid geweigerd. Hetzelfde geldt met
                                        betrekking tot reclameobjecten welke naar hun aard en omvang
                                        hiermee vergelijkbaar zijn.</al><al/><al>3. Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt
                                        tevens niet voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of
                                        gevoelens worden geopenbaard, voorzover geen sprake is van
                                        de weigeringsgronden van het tweede lid, onder a en c, van
                                        het vorige artikel.</al></li></lijst><al>4. a. Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet
                                voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement. </al><lijst><li nr="b."><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder a, van het
                                        vorige artikel geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet.</al></li><li nr="c."><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder b, van het
                                        vorige artikel geldt niet voor bouwwerken;</al></li><li nr="d."><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder c, van het
                                        vorige artikel geldt niet</al></li></lijst><al> voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                milieubeheer. </al><al>5. Burgemeester en wethouders kunnen met betrekking tot het verlenen
                                van vergunningen voor reclameobjecten nadere regels stellen.</al><al>6. Op de ontheffing bedoeld in het eerste lid, sub b, h en i is
                                paragraaf 4.1.3.3, Awb </al><al>(positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                toepassing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen</titel></kop><al><vet>van een weg</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning
                                        een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken,
                                        in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                        wegverharding te veranderen of anderszins verandering te
                                        brengen in de wijze van aanleg van een weg.</al></li><li nr="2."><al>De vergunning wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag,
                                                indien de activiteiten zijn</al><al> verboden bij een bestemmingsplan,
                                                beheersverordening, exploitatieplan of </al><al> voorbereidingsbesluit;</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien
                                        in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam
                                        publieke taken worden verricht.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin
                                        wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                        beheer rijkswaterstaatswerken, de provinciale
                                        wegenverordening, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet
                                        of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></li><li nr="5."><al>Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf
                                        4.1.3.3, Awb (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                        beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of
                                        verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg
                                        of van de weg als uitweg gebruik te maken voor het bereiken
                                        van een perceel:</al><lijst><li nr="a."><al>zonder daarvan van te voren melding te hebben gedaan
                                                aan het college middels indiening van een
                                                vastgesteld standaard meldingsformulier en een
                                                bijbehorende situatieschets;</al></li><li nr="b."><al>indien het college dat heeft besloten.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder 'weg'
                                        verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
                                        daaronder verstaat.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan het maken of veranderen van de uitweg
                                        verbieden:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de bruikbaarheid (doelmatigheid) en de
                                                veiligheid van de weg wordt aangetast;</al></li><li nr="b."><al>indien het uiterlijk aanzien van de omgeving wordt
                                                aangetast;</al></li><li nr="c."><al>indien het openbaar groen op onaanvaardbare wijze
                                                wordt aangetast;</al></li><li nr="d."><al>bij tussenwoningen.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Indien het college niet binnen 12 weken na ontvangst van de
                                        melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden,
                                        wordt het college geacht te hebben ingestemd met de melding
                                        voor het maken of veranderen van de uitweg.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het
                                        Provinciaal wegenreglement.</al><al>§<vet>AFDELING 6. VEILIGHEID OP DE WEG</vet><vet>Artikel
                                            2:13 Veroorzaken van gladheid</vet></al></li></lijst><al>(Vervallen) </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><al>(Vervallen) </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder
                                of gevaar ontstaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al><vet>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d.</vet> Het is aan degene
                                die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput,
                                brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare
                                nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.
                                    <vet>Artikel 2:17 Kelderingangen e.d.</vet></al><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                    duingebieden of binnen een afstand van dertig meter
                                    daarvan:</al><lijst><li nr="a."><al> te roken gedurende een door het college aangewezen
                                            periode;</al></li><li nr="b."><al>voor zover het de open lucht betreft, brandende of
                                            smeulende voorwerpen te laten</al><al> vallen, weg te werpen of te laten liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verboden in het eerste lid zijn niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en
                                    onder 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden zijn voorts niet van toepassing voor zover het roken
                                    plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><al>(Vervallen) <vet>Artikel 2:20 Vallende voorwerpen </vet></al><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de
                                    Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>7.</nr><titel>EVENEMENTENArtikel 2:24 Begripsbepaling</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                        publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met
                                        uitzondering van:</al></li><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van
                                        de Gemeentewet;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet
                                        gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de
                                        Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:39 van deze
                                        verordening.</al></li><li nr="g."><al>de reguliere voor- en najaarskermissen.</al></li><li nr="2."><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al></li><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie, snuffelmarkt of beurs;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel
                                        2:3 van deze verordening, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                        weg;</al></li><li nr="e."><al>een straatfeest of buurtbarbecue op één dag (klein
                                        evenement).</al></li><li nr="3."><al>Onder A-evenement wordt verstaan een laag risico-evenement
                                        met beperkte impact op de omgeving en beperkte gevolgen voor
                                        het verkeer, zoals blijkt uit de uit te voeren Risicoscan
                                        Evenementen van de Veiligheidsregio Zuid-Limburg.</al></li><li nr="4."><al>Onder B-evenement wordt verstaan een gemiddeld
                                        risico-evenement met grote impact op de directe omgeving
                                        en/of gevolgen voor het verkeer, zoals blijkt uit de uit te
                                        voeren Risicoscan Evenementen van de Veiligheidsregio
                                        Zuid-Limburg.</al></li><li nr="5."><al>Onder C-evenement wordt verstaan een hoog risico-evenement
                                        met grote impact op de stad en/of regionale gevolgen voor
                                        het verkeer, zoals blijkt uit de uit te voeren Risicoscan
                                        Evenementen van de Veiligheidsregio Zuid-Limburg.</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de
                                    burgemeester een evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement,
                                    indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het evenement tussen 13.00 uur en 01.00 uur plaats vindt;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 13.00 uur of na 01.00
                                    uur;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>het evenement geen belemmering vormt voor het verkeer en de
                                    hulpdiensten;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>binnen 8 weken voorafgaand aan het evenement melding is gedaan
                                    aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan binnen 10 dagen na ontvangst van de melding
                                    besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het
                                    tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op
                                    of aan de weg, in situaties waarin wordt voorzien door artikel
                                    10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3, Awb (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig</al><al> beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.
                                    <vet>AFDELING 8. TOEZICHT OP HORECABEDRIJVEN</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>a. horecabedrijf: de voor het publiek toegankelijke,
                                        besloten ruimte en/of terras waarin/ waarop bedrijfsmatig of
                                        in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt
                                        verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of
                                        spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt.
                                        Onder een horecabedrijf wordt in ieder geval verstaan: een
                                        hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar,
                                        discotheek, buurthuis of clubhuis. </al></li><li nr="b."><al>Onder horecabedrijf wordt niet verstaan:</al></li><li nr="-"><al>een horecagedeelte in een winkel als bedoeld in artikel 1
                                        van de</al><al> Winkeltijdenwet voorzover de horeca een nevenactiviteit is
                                        van de </al><al> winkelactiviteit;</al></li><li nr="-"><al>bed and breakfast: particuliere verstrekking tegen betaling
                                        aan derden van</al><al> uitsluitend logies(met ontbijt) zonder dienstverlening,
                                        waarbij het aanbod zich </al><al> beperkt tot maximaal 4 slaapplaatsen verdeeld over maximaal
                                        2 kamers;</al></li><li nr="-"><al>horeca in een museum;</al></li><li nr="-"><al>horeca in een zorginstelling;</al></li><li nr="-"><al>een bedrijfskantine of –restaurant.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatie horecabedrijf</titel></kop><al>1 . Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren, indien naar
                                het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de woon-
                                en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of openbare
                                orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.</al><al>2.Bij de toepassing van het eerste lid houdt de burgemeester
                                rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin het
                                horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het
                                horecabedrijf en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse
                                reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de
                                exploitatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><al>1.Het is de exploitant verboden het horecabedrijf voor bezoekers
                                geopend te hebben, of</al><al>bezoekers in het horecabedrijf te laten verblijven: op maandag tot
                                en met vrijdag tussen 02.00 uur en 07.00 uur, en op zaterdag en
                                zondag tussen 03.00 uur en 07.00 uur. </al><lijst><li nr="2."><al>De burgemeester kan bij bijzondere gelegenheden van
                                        tijdelijke aard ontheffing verlenen van de
                                        sluitingstijd.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op
                                        situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet
                                        milieubeheer.</al></li><li nr="4."><al>In afwijking van het in het eerste lid gestelde verbod is
                                        het de exploitant van een</al></li></lijst><al> horecabedrijf verboden dit voor bezoekers geopend te hebben en
                                aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven in de nacht van
                                31 december op 1 januari, gedurende Koningsnacht en tijdens
                                carnavals- en kermisdagen op zondag, maandag en dinsdag tussen 03.00
                                uur en 07.00 uur, en ten aanzien van de kermisdagen alleen voor die
                                kern van de gemeente, waar de kermis wordt gehouden en alwaar de
                                inrichting is gelegen.</al><lijst><li nr="5."><al>Het is de exploitant als bedoeld in het eerste lid verboden
                                        op de bij zijn/haar horecabedrijf behorende buiten- en /of
                                        binnenterras(sen) aldaar bezoekers toe te laten of te laten
                                        verblijven tussen 00.00 uur ‘s avonds en 10.00 uur ‘s
                                        morgens.</al></li><li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3, Awb (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig</al><al> beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden voor een of meer horecabedrijven
                                    tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende
                                    sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van
                                    de Opiumwet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Verboden gedragingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is bezoekers verboden zich in een horecabedrijf te bevinden
                                    gedurende de tijd dat het bedrijf krachtens artikel 2:29 of
                                    ingevolge een op grond van artikel 2:30 genomen besluit gesloten
                                    dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in een horecabedrijf op het terras spijzen of
                                    dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van
                                    de zitplaatsen die aanwezig zijn op het terras.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan algemene regels stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel binnen horecabedrijven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                    voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                    overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.
                                    <vet>Artikel 2:34 Het college als bevoegd
                                bestuursorgaan</vet></al><al>Indien een horecabedrijf geen inrichting is in de zin van artikel
                                174 van de Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd
                                bestuursorgaan voor de toepassing van artikel 2:28 tot en met
                                2:31.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>8a.</nr><titel>TOEZICHT OP SMART-, HEAD en GROWSHOPS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a.</nr><titel>1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al></li><li nr="a."><al>inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin
                                        bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of
                                        anders dan om niet, handelingen en werkzaamheden worden
                                        verricht die verband houden met dan wel inherent zijn aan
                                        het exploiteren van hetgeen in het maatschappelijk verkeer
                                        wordt aangeduid als een smart-, head- of growshop;</al></li><li nr="b."><al>exploitant: degene die een inrichting exploiteert.</al></li><li nr="2."><al>In deze paragraaf wordt onder bezoeker niet verstaan:</al></li><li nr="a."><al>de gezinsleden van de exploitant alsmede diens elders
                                        wonende bloed- en</al><al> aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn
                                        tot en met de derde graad; </al></li><li nr="b."><al>de personen die voorkomen in het register als bedoeld in
                                        artikel 438 van het</al><al> Wetboek van Strafrecht; </al></li><li nr="c."><al>de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens
                                        dringende redenen</al></li></lijst><al> noodzakelijk is; </al><al>d.het dienstdoend personeel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a.2</nr><titel>Vergunningplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een inrichting te exploiteren zonder vergunning
                                    van de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag voor de vergunning dient te geschieden met een door
                                    de burgemeester</al><al> vastgesteld formulier, dat vergezeld gaat van: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een situatietekening waaruit blijkt de plaatselijke en
                                    kadastrale ligging van de inrichting, schaal tenminste
                                    1:1000;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een plattegrond-tekening van de inrichting, schaal tenminste
                                    1:100.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning kan alleen maar aan natuurlijke personen worden
                                    verleend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergunning wordt uitsluitend verleend aan de exploitant, is
                                    persoonsgebonden en</al><al> kan niet worden overgedragen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a.3</nr><titel>Afnemend maximum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vergunning kan worden verleend voor een beperkt aantal
                                    inrichtingen, waarbij het</al><al> maximum wordt bepaald door het aantal inrichtingen dat op het
                                    moment van </al><al> inwerkingtreding van deze verordening werd geëxploiteerd, welk
                                    aantal door de </al><al> burgemeester wordt vastgesteld op het moment van
                                    inwerkingtreding van deze </al><al> verordening. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de exploitatie van een inrichting, al dan niet gedwongen,
                                    wordt beëindigd,</al><al> neemt het in het eerste lid bedoelde maximum evenredig af.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a.4</nr><titel>Gedragseisen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant van een inrichting moet voldoen aan de bij of
                                    krachtens artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a en b, en
                                    derde lid, van de Drank- en Horecawet aan leidinggevenden
                                    gestelde eisen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een inrichting te exploiteren indien door de
                                    exploitant niet of niet langer wordt voldaan aan de bij of
                                    krachtens artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a en b, en
                                    derde lid, van de Drank- en Horecawet aan leidinggevenden
                                    gestelde eisen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a.5</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning wordt geweigerd indien: </al><lijst><li nr="a."><al>het in artikel 2.3.1a.3 bedoelde maximum aantal inrichtingen
                                        is bereikt.</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of exploitatie strijd oplevert met het geldende
                                        bestemmingsplan en/of</al><al> leefmilieuverordening; </al></li><li nr="c."><al>de exploitant binnen drie jaar voor de aanvraag een
                                        inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van (ernstige
                                        vrees voor) verstoring van de openbare orde gesloten is
                                        geweest;</al></li><li nr="d."><al>de exploitant de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft
                                        bereikt;</al></li><li nr="e."><al>de exploitant niet voldoet aan de bij of krachtens artikel
                                        8, tweede lid, aanhef en onder a en b, en derde lid, van de
                                        Drank - en Horecawet aan leidinggevenden gestelde
                                        eisen;</al></li><li nr="f."><al>naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen
                                        dat de woon- en</al></li></lijst><al>leefsituatie in de omgeving van de inrichting en/of de openbare orde
                                op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid
                                van de inrichting; </al><lijst><li nr="g."><al>er sprake is van een concentratie van inrichtingen in een
                                        bepaald gebied, waardoor het gevaar voor aantasting van de
                                        openbare orde of het woon- en leefklimaat cumulatief
                                        toeneemt;</al></li><li nr="h."><al>de inrichting gevestigd is in de onmiddellijke nabijheid van
                                        horecabedrijven of winkels met een dusdanig andere
                                        bezoekersgroep, dat de ontmoeting tussen de
                                        verschillende</al><al> bezoekersgroepen openbare ordeproblemen tot gevolg heeft of
                                        tot gevolg dreigt te hebben; </al></li><li nr="i."><al>de inrichting gevestigd is in de directe nabijheid van een
                                        terrein waarop een school of</al><al> jongerencentrum is gehuisvest; </al></li><li nr="j."><al>redelijkerwijze moet worden aangenomen, dat de feitelijke
                                        toestand niet met het in de</al><al> aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a.6</nr><titel>Verplaatsing inrichting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een inrichting te verplaatsen zonder
                                        toestemming van de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De toestemming kan uitsluitend worden verleend:</al></li><li nr="a."><al>indien het algemeen belang naar het oordeel van de
                                        burgemeester zulks vordert, hetgeen met name het geval is
                                        indien:</al></li><li nr="-"><al>de aanwezigheid en/of de exploitatie van de inrichting ertoe
                                        bijdraagt dat het woon- en leefklimaat in de omgeving van de
                                        te verplaatsen inrichting hierdoor op ontoelaatbare wijze
                                        nadelig wordt beïnvloed, of</al></li><li nr="-"><al>sprake is van een concentratie van inrichtingen waardoor het
                                        woon- en leefklimaat nadelig wordt beïnvloed.</al></li><li nr="b."><al>en voorts indien op de beoogde nieuwe locatie:</al></li><li nr="-"><al>de vestiging en/of exploitatie geen strijd oplevert met het
                                        geldende bestemmingsplan en/of Leefmilieuverordening;</al></li><li nr="-"><al>de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting
                                        en/of de openbare orde niet op ontoelaatbare wijze nadelig
                                        wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de inrichting;</al></li><li nr="-"><al>er geen sprake is van een concentratie van inrichtingen,
                                        waardoor het gevaar voor aantasting van de openbare orde of
                                        het woon- en leefklimaat cumulatief toeneemt;</al></li><li nr="-"><al>de inrichting niet gevestigd is in de onmiddellijke
                                        nabijheid van horecabedrijven of winkels met een dusdanig
                                        andere bezoekersgroep, dat de ontmoeting tussen de
                                        verschillende bezoekersgroepen openbare orde-problemen tot
                                        gevolg heeft of tot gevolg dreigt te hebben;</al></li><li nr="-"><al>de inrichting niet gevestigd is in de directe nabijheid van
                                        een terrein waarop een school of jongerencentrum is
                                        gehuisvest.</al></li><li nr="-"><al>de inrichting, blijkend uit een over te leggen
                                        plattegrondtekening als bedoeld in artikel 2.3.4a.2, tweede
                                        lid, onder b, van de nieuwe locatie, qua oppervlakte niet
                                        groter is dan maximaal 125% van de oppervlakte van de
                                        inrichting op de locatie die is verlaten.</al></li><li nr="1."><al>Indien een inrichting wordt verplaatst met toepassing van
                                        het tweede lid wordt de </al></li></lijst><al>vergunning geacht te zijn verleend voor de nieuwe locatie, waarbij
                                de in het tweede lid bedoelde plattegrond-tekening deel uitmaakt van
                                de vergunning. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a.7</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de openingstijden van de inrichting is het bij of krachtens
                                    de Winkeltijdenwet bepaalde van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is de exploitant van een inrichting verboden deze voor
                                    bezoekers geopend te hebben of daarin of aldaar één of meer
                                    bezoekers toe te laten of te laten verblijven gedurende de
                                    tijden dat de inrichting op grond van de in het eerste lid
                                    bedoelde regelgeving voor het publiek gesloten dient te
                                    zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a.8</nr><titel>Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting</titel></kop><al>1.De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                veiligheid, zedelijkheid of</al><al>gezondheid, of in geval van bijzondere omstandigheden, te zijner
                                beoordeling, voor één of meer inrichtingen, tijdelijk andere dan de
                                krachtens in artikel 2.34a.7, eerste lid, bedoelde regelgeving
                                geldende sluitingsuren vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. </al><al>2.Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover artikel 13b
                                van de Opiumwet van</al><al>2. toepassing is. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>a.9 Sluiting</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2.34a.8 kan de burgemeester een
                                inrichting, al dan niet voor een bepaalde termijn gesloten verklaren
                                indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant van de inrichting handelt in strijd met het
                                        bepaalde in de artikelen 2.34a.2, eerste lid, 2.34a.4,
                                        tweede lid, of 2.34a.6, eerste lid;</al></li><li nr="b."><al>de exploitant van de inrichting handelt in strijd met de aan
                                        de vergunning verbonden</al><al> voorschriften.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a.10</nr><titel>Aanwezigheid in gesloten inrichting</titel></kop><al>1 Het is verboden gedurende de tijd dat een inrichting ingevolge de
                                in artikel 2:34a.7, eerste lid, bedoelde regelgeving of krachtens
                                een op grond van artikel 2.34a.8 dan wel artikel 2.34a.9 genomen
                                besluit voor bezoekers gesloten dient te zijn, zich als bezoeker
                                daarin of aldaar te bevinden. </al><al>2.Het is de exploitant van een inrichting verboden gedurende de tijd
                                dat een inrichting</al><al>ingevolge een op grond van artikel 2.34a.8 dan wel artikel 2.34a.9
                                genomen besluit voor bezoekers gesloten dient te zijn, deze
                                inrichting voor bezoekers geopend te hebben of daarin of aldaar een
                                of meer bezoekers toe te laten of te laten verblijven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a.11</nr><titel>Intrekking vergunning</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 wordt de vergunning
                                ingetrokken indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de exploitatie van de inrichting door een andere dan de in
                                        de vergunning genoemde</al><al> exploitant is of wordt overgenomen. </al></li><li nr="b."><al>de inrichting krachtens een verleende of te verlenen
                                        bouwvergunning is of wordt gewijzigd en waarbij de totale
                                        oppervlakte van de inrichting wordt vergroot.</al></li><li nr="c."><al>de exploitant niet of niet langer voldoet aan de bij of
                                        krachtens artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a en b, en
                                        derde lid, van de Drank- en Horecawet aan leidinggevenden
                                        gestelde eisen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a.12</nr><titel>Toegang ambtenaren van politie</titel></kop><al>De exploitant is verplicht ervoor zorg te dragen dat ambtenaren van
                                politie vanaf de weg onmiddellijk en onbelemmerd toegang hebben tot
                                zijn inrichting: </al><lijst><li nr="a."><al>gedurende de tijd dat de inrichting voor bezoekers geopend
                                        is dan wel</al></li><li nr="b."><al>gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn,
                                        indien die ambtenaren van politie het vermoeden uiten dat
                                        daarin of aldaar bezoekers aanwezig zijn.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>9.</nr><titel>TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN</titel></kop><structuurtekst><al><vet>NACHTVERBLIJF</vet><vet>Artikel 2:35
                                    Begripsbepaling</vet></al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>[Vervallen] <vet>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens
                                    nachtregister</vet></al><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de
                                dag van vertrek te verstrekken. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>10.</nr><titel>TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDENArtikel 2:39
                                Speelgelegenheden</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                        publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt
                                        geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld
                                        inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of
                                        verloren.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                        verbod is niet van toepassing op:</al></li><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                        eerste lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen vergunning
                                        is verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de
                                        Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen;
                                        en</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het
                                        kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de
                                        kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als
                                        bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de
                                        handeling als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op
                                        de kansspelen te verrichten.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al></li><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon-
                                        en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de
                                        openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden
                                        beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid;
                                        of</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is
                                        met een geldend bestemmingsplan.</al></li><li nr="4."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3, Awb (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig</al><al> beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Kansspelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c,
                                    van de Wet;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30,
                                    onder d, van de Wet;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30,
                                    onder e, van de Wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee
                                    kansspelautomaten toegestaan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>11.</nr><titel>MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEIDArtikel 2:41 Betreden
                                gesloten woning of lokaal</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de
                                        Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek
                                        toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal
                                        behorend erf te betreden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                        gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk
                                        lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een
                                        voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal
                                        behorend erf te betreden.</al></li><li nr="3."><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in
                                        de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                        is.</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen
                                    of te bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding
                                    aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te
                                    brengen of te doen aanbrengen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>met kalk, krijt, teer, een kleur- of verfstof of een
                                    hogedrukspuit een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te
                                    brengen of te doen aanbrengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><al>[Vervallen] </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen
                                        te vervoeren of bij zich te hebben. </al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde
                                        werktuigen niet zijn gebruikt of </al></li></lijst><al>niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of
                                erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te
                                verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het
                                maken van sporen te voorkomen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is degene die daartoe niet bevoegd is verboden zich zonder
                                    ontheffing van het college te bevinden in of op bij de gemeente
                                    in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen,
                                    groenstroken of grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of
                                    paden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3, Awb (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op een
                                    beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                    toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere afsluiting,
                                    verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan andere
                                    gebruikers of aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen
                                    woningen onnodig overlast of hinder wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor situaties waarin wordt voorzien door
                                    artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of
                                    artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben
                                    bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                    gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in
                                    artikel 1 van de Drank- en Horecawet; en</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a,
                                    waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank
                                    en Horecawet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                    houden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een
                                    drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouw,
                                    appartementsgebouw of soortgelijke meergezinswoning of van een
                                    gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder
                                    redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik
                                    bestemde ruimte van zo'n gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken
                                voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze
                                ruimten wordt in elk geval begrepen: portalen, telefooncellen,
                                wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages,
                                rijwielstallingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden zich op door het college of de burgemeester
                                aangewezen uren en plaatsen met een fiets of bromfiets te bevinden
                                op een door hen aangewezen terrein waar een markt, kermis,
                                uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden wordt die publiek
                                trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.
                                    <vet>Artikel 2:53 Bespieden van personen</vet></al><al>[Vervallen] </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>[Vervallen] </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>[Vervallen] </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al>[Vervallen] </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Verbod op loslopende honden</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Verbod op loslopende honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond
                                        te laten verblijven of te laten open:</al></li><li nr="a."><al>Op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                        zodanig ingerichte</al><al> kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere
                                        door het college</al><al> aangewezen plaats;</al></li><li nr="b."><al>binnen en buiten de bebouwde kom op de weg, op percelen met
                                        openbare</al></li></lijst><al>groenbestemming alsmede op overige openbare ruimte, zonder dat die
                                hond aangelijnd is; </al><lijst><li nr="2."><al>Het verbod in het eerste lid, onder aanhef en onder b, is
                                        niet van toepassing op door het college aangewezen
                                        plaatsen.</al></li><li nr="3."><al>De verboden in het eerste lid, aanhef en onder a en b, zijn
                                        niet van toepassing op de eigenaar of houder van een
                                        hond:</al></li><li nr="a."><al>die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                        sociale hulphond laat </al><al> begeleiden; of</al></li><li nr="b."><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                        geleidehond of sociale hulphond.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, is
                                    verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond
                                    onmiddellijk worden verwijderd middels een daartoe bedoeld
                                    hulpmiddel hetwelk op eerste vordering van de met het toezicht
                                    op de naleving van dit artikel belaste ambtenaren getoond dient
                                    te worden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder
                                    van een hond</al><lijst><li nr="a."><al>die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                            sociale hulphond laat begeleiden; of</al></li><li nr="b."><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                            geleidehond of sociale hulphond.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door
                                    het college aangewezen plaatsen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden uitwerpselen al dan niet rechtstreeks te
                                    verwijderen via het riool.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien het college een hond in verband met zijn gedrag
                                        gevaarlijk of hinderlijk acht,</al><al> kan het de eigenaar of houder van die hond een
                                        kort-aanlijngebod of een kort-aanlijn-</al><al> en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of
                                        loopt op een openbare </al><al> plaats of op het terrein van een ander. </al></li><li nr="2."><al>Een kort-aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder
                                        verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met
                                        een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste
                                        1,50 meter.</al></li><li nr="3."><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder
                                        verplicht is de hond voorzien te</al><al> houden van een muilkorf die: </al></li><li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van
                                        beide stoffen;</al></li><li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals
                                        is aangebracht </al></li></lijst><al>dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is;
                                en</al><lijst><li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
                                        afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de
                                        bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf
                                        aanwezig zijn.</al></li><li nr="4."><al>Een hond als bedoeld in het eerste lid dient voorzien te
                                        zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt
                                        uniek identificatienummer door middel van een microchip die
                                        met een chipreader afleesbaar is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                    plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>aanwezig te hebben;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door hen
                                    gestelde regels:</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die aanwijzing is
                                    aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een plaats die krachtens het eerste lid is aangewezen,
                                    ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het
                                    eerste.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3, Awb (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>[Vervallen] </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een weiland of op een
                                terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke
                                veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen
                                getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken. <vet>Artikel
                                    2:63 Duiven</vet></al><al> [Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bijen te houden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>binnen een afstand van dertig meter van woningen of andere
                                    gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen een afstand van dertig meter van de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet indien op een afstand
                                    van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een
                                    afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger
                                    als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen
                                    te voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, geldt niet voor
                                    de bijenhouder die rechthebbende is op de woningen of gebouwen
                                    als bedoeld in dat lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, geldt niet voor
                                    situaties waarin wordt voorzien door het Provinciaal
                                    wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraag 4.1.3.3, Awb (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65a</nr><titel>Verblijf op de weg, in voertuigen en in
                                    kampeermiddelen</titel></kop><al>1.Het is verboden op de weg, al dan niet in een motorvoertuig, te
                                slapen, dan wel op of aan de weg een voertuig, woonwagen, tent,
                                caravan of een soortgelijk of ander onderkomen te plaatsen met het
                                kennelijk doel dit als slaapplaats te gebruiken of daarin te
                                overnachten dan wel gelegenheid daartoe te bieden.</al><al>2.Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door afdeling 5 van hoofdstuk 4.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>12.</nr><titel>BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDERENArtikel 2:66
                                Begripsbepaling</titel></kop><structuurtekst><al>[Vervallen]</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek
                                    van Strafrecht</titel></kop><al>[Vervallen] </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>[Vervallen] </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><al>[Vervallen] </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>13.</nr><titel>VUURWERK</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan hetgeen
                                daaronder wordt verstaan in het Besluit van 22 januari 2002,
                                houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en
                                professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit). </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens
                                    de</titel></kop><al><vet>verkoopdagen</vet></al><al>Het is verboden dat tijdens de verkoopdagen van consumentenvuurwerk
                                op ontoelaatbare wijze hinder of overlast voor de omgeving of het
                                wegverkeer wordt veroorzaakt door een bedrijf of nevenbedrijf dat
                                consumentenvuurwerk ter beschikking stelt dan wel voor het ter
                                beschikking stellen aanwezig houdt, dan wel door de bezoekers van
                                dat bedrijf of nevenbedrijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden zijn niet van
                                    toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429,
                                    aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>14.</nr><titel>DRUGSOVERLASTArtikel 2:74 Drugshandel op straat inhoudelijk
                                gelijk gebleven</titel></kop><structuurtekst><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een
                                openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. </al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74a</nr><titel>Openlijk drugsgebruik</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg, op een voor publiek toegankelijke
                                plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw, middelen als
                                bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet te gebruiken, toe te
                                dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve
                                van dat gebruik voorwerpen en/of stoffen voorhanden te hebben. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>15.</nr><titel>BESTUURLIJKE OPHOUDING, VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN EN
                                CAMERATOEZICHT OP OPENBARE PLAATSEN Artikel 2:75 Bestuurlijke
                                ophouding</titel></kop><structuurtekst><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet
                                besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen
                                groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze
                                personen het bepaalde in de artikelen 2.1, 2:10, 2:11, 2:16, 2:47,
                                2:48; 2:50;2:73 en 5:35 van de Algemene plaatselijke verordening
                                groepsgewijs niet naleven. <vet>Artikel 2:76
                                    Veiligheidsrisicogebieden</vet></al><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied. <vet>Artikel 2:77 Cameratoezicht op
                                    openbare plaatse</vet><vet>n</vet></al><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de
                                Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een
                                bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                plaats.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.AFDELING 1.
                            BEGRIPSBEPALINGENArtikel 3:1 Begripsbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van
                                    seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten
                                    van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                    ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                    bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                    vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder
                                    een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                    seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of
                                    een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                    erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                    elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                    rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                    bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats
                                    dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                    waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard
                                    aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon
                                    of rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf
                                    exploiteert, dan wel exploiteren en de tot vertegenwoordiging
                                    van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke
                                    persoon of personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                    onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel uitoefenen
                                    in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                    uitzondering van:</al></li><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6:2 van
                                    deze verordening;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens
                                    dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></structuurtekst><afdeling><kop><label/><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel
                                3:13, tweede lid, kan het college over de uitoefening van de
                                bevoegdheden zoals genoemd in dit hoofdstuk nadere regels
                                vaststellen. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>2.</nr><titel>SEKSINRICHTINGEN, STRAATPROSTITUTIE, SEKSWINKELS EN
                                DERGELIJKEArtikel 3:4 Seksinrichtingen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                        exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                        bestuursorgaan.</al></li><li nr="2."><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in
                                        ieder geval vermeld:</al></li><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></li><li nr="1."><al>Op de vergunning is paragraag 4.1.3.3, Awb (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                        toepassing. </al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De exploitant en de beheerder:</al></li><li nr="a."><al>staan niet onder curatele en is niet ontzet uit de
                                        ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></li><li nr="c."><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li><li nr="2."><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, zijn de
                                        exploitant en de beheerder niet:</al></li><li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                        Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met
                                        toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht
                                        ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot
                                        een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer
                                        door de rechter in Nederland, inclusief de drie openbare
                                        lichamen Bonaire, Saba, Sint-Eustatius, Aruba, Curaçao en
                                        Sint Maarten, dan wel door een andere rechter wegens een
                                        misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot
                                        voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van
                                        het Wetboek van Strafvordering is toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke
                                        uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een
                                        onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een
                                        andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid,
                                        onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede
                                        wegens overtreding van:</al><al> - bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                        Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid
                                        vreemdelingen;</al><al> - de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en
                                        met 249, 252, 250a (oud), 273a, 300 tot en met 303, 416,
                                        417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van
                                        Strafrecht;</al></li></lijst><al>- de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel
                                8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;</al><al> - de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op
                                de kansspelen;</al><al> - de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al><al> - de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al><lijst><li nr="3."><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt
                                        gelijk gesteld:</al></li><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel
                                        74, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of
                                        artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake
                                        rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 euro
                                        bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                        straf.</al></li><li nr="4."><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid,
                                        wordt:</al></li><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                        datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                        datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li><li nr="5."><al>De exploitant of de beheerder zijn binnen de laatste vijf
                                        jaar geen exploitant of beheerder geweest van een
                                        seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste een
                                        maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of
                                        waarvan de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, is
                                        ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem terzake geen
                                        verwijt treft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten
                                    verblijven:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op maandag tot en met vrijdag tussen 02.00 uur en 07.00
                                    uur;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op zaterdag en zondag tussen 03.00 uur en 07.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift
                                    als bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste
                                    lid, gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer
                                    gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de openbare orde en de in artikel 3:13, tweede
                                    lid genoemde belangen of in geval van strijdigheid met de
                                    bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of tweede
                                    lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de
                                    gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Awb, maakt het
                                    bevoegd bestuursorgaan het in het eerste lid bedoelde besluit
                                    openbaar bekend overeenkomstig artikel 3:42, tweede lid
                                    Awb.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4, tweede lid onder a
                                    of b op de vergunning vermelde exploitant of beheerder in de
                                    seksinrichting aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de
                                    feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden),
                                    XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX
                                    (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede
                                    Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet
                                    wapens en munitie; en</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met
                                    het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                    Vreemdelingenwet bepaalde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten te bewegen gebruik te maken van de
                                    diensten van een prostituee, uit te nodigen dan wel aan te
                                    lokken:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of
                                    gebieden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde tijden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het oog op de openbare orde en de in artikel 3:13, tweede
                                    lid, genoemde belangen kan door politieambtenaren aan personen
                                    die zich bevinden op de wegen of gebieden en gedurende de tijden
                                    bedoeld in het eerste lid, het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan met het oog op de openbare orde en de in
                                    artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen personen aan wie ten
                                    minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde
                                    lid, verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in
                                    een openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen
                                    of gebieden en op de tijden bedoeld in het eerste lid onder
                                    b.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>[Vervallen] </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft
                                    bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of
                                    aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    in gevaar brengt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in
                                    het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    gestelde regels.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3.</nr><titel>BESLISTERMIJN; WEIGERINGSGRONDENArtikel 3:12
                                Beslistermijn</titel></kop><structuurtekst><al>(Vervallen)</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5
                                    gestelde eisen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                    stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening; of</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd
                                    met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij
                                    of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet
                                    bepaalde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven
                                    kan onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 de vergunning
                                    bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, worden geweigerd dan wel de
                                    aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid,
                                    achterwege gelaten in het belang van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en
                                    leefklimaat;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de gezondheid of zedelijkheid;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4.</nr><titel>BEËINDIGING EXPLOITATIE; WIJZIGING BEHEERArtikel 3:14 Beëindiging
                                exploitatie</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De vergunning vervalt zodra de exploitant, die
                                        overeenkomstig artikel 3:4 op de vergunning is vermeld, de
                                        exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf
                                        feitelijk heeft beëindigd.</al></li><li nr="2."><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de
                                        exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis
                                        aan het bevoegd bestuursorgaan.</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder het beheer van de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf feitelijk beëindigt, geeft de exploitant daarvan
                                    binnen een week schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    besluit de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in
                                    het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3:13, eerste
                                    lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder vanaf het
                                    moment waarop zodra de exploitant een aanvraag als bedoeld in
                                    het tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is
                                    besloten.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>5.</nr><titel>OVERGANGSBEPALING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:16</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>(gereserveerd)</al><al><vet>HOOFDSTUK 4. BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN
                                    ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE
                                    GEMEENTE</vet><vet>AFDELING 1. GELUIDHINDER EN
                                    VERLICHTING</vet><vet>Artikel 4:1 Begripsbepalingen</vet> In
                                deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet Geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet
                                    gedurende carnavalszaterdag en de 3 carnavalsdagen te weten van
                                    carnavalszondag tot de daarop volgende woensdag tot 1.00 uur,
                                    Kermis, Koningsnacht, Oudejaarsavond alsmede voor door het
                                    college per kalenderjaar aan te wijzen overige collectieve
                                    festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                    dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113,
                                    eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college
                                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of
                                    meer van de volgende kernen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Berg aan de Maas en Nattenhoven;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Elsloo;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Meers, Maasband en Veldschuur;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Stein;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Urmond</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan, wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele
                                        festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                        geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                        van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van
                                        toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste
                                        twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college
                                        daarvan in kennis heeft gesteld.</al></li><li nr="2."><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12
                                        incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting
                                        langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten
                                        waarbij artikel 4.113, eerste lid, van het Besluit niet van
                                        toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste
                                        tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het
                                        college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                        kennisgeving.</al></li><li nr="4."><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                        formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                        ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></li><li nr="5."><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer
                                        het college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                        incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                        was, terstond toestaat.</al></li><li nr="6."><al>Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr, LT)
                                        equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                        inrichting, bedraagt niet meer dan de geluidsnormen als
                                        vermeld in de artikelen 2.17, 2.19, en 2.20 van het besluit
                                        vermeerderd met 10dB(A). Bij niet-aanpandige situaties
                                        gelden de vorengenoemde geluidsnormen, gemeten op een hoogte
                                        van 1,5 meter.</al></li><li nr="7."><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                        onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                        muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie
                                        buiten beschouwing gelaten.</al></li><li nr="8."><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten
                                        gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm
                                        als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het
                                        Besluit en artikel 4:5 van deze verordening - uiterlijk om
                                        01.00 uur beëindigd.</al></li></lijst><al> 1 0. De geluidsnorm als bedoeld in het zevende lid geldt voor het
                                bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                buitenruimte.</al><al>11.Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                personen of goederen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>[Vervallen] </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals
                                        bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid
                                        van het Besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen
                                        tabel van toepassing, met dien verstande dat:</al></li><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige
                                        gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze
                                        gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in
                                        redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van
                                        geluidsmetingen;</al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij
                                        gevoelige terreinen op de grens van het terrein;</al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor
                                        zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige
                                        ruimten en verblijfsruimten;</al></li><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de
                                        tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.</al></li><li nr="e."><al>Tabel</al></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="39*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="20*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="20*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="22*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>7.00 – 19.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>19.00 – 23.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>23.00 – 7.00 uur</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>45 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>35 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>30 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>70 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>65 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>60 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>55 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>45B(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="2."><al>Voor de duur van 10 uur in de week is onversterkte muziek,
                                        vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten,
                                        harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting
                                        gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de
                                        genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. </al></li><li nr="3."><al>Indien versterkte elementen worden gecombineerd met
                                        onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd
                                        als versterkte muziek en is het Besluit van toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en
                                        incidentele festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2 en
                                        artikel 4:3.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                        milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten
                                        in werking te hebben of handelingen te verrichten op een
                                        zodanige wijze dat voor de omgeving geluidhinder wordt
                                        veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                        Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het
                                        Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening.</al></li><li nr="2."><al>Op de ontheffing is paragraag 4.1.3.3., Awb (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig</al></li></lijst><al> beslissen) niet van toepassing. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>2.</nr><titel>BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGINGArtikel 4:7
                                Straatvegen</titel></kop><structuurtekst><al>[Vervallen]</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.
                                    <vet>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet
                                    openbare riolen en putten buiten gebouwen</vet></al><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3.</nr><titel>HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al></li><li nr="a."><al>boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een
                                        dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 20 cm op 1,3 meter
                                        hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid
                                        geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. In het kader van
                                        een herplant-of instandhoudingsplicht kunnen voorschriften
                                        gesteld en maatregelen genomen zijn of worden voor bomen
                                        kleiner dan 20 cm dwarsdoorsnede op 1,3 meter boven het
                                        maaiveld;</al></li><li nr="b."><al>houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal of een
                                        beplanting van bosplantsoen;</al></li><li nr="c."><al>hakhout: één of meer bomen (of boomvormers) die na te zijn
                                        geveld opnieuw op de stronk uitlopen;</al></li><li nr="d."><al>dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de
                                        houtopstand;</al></li><li nr="e."><al>knotten/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats
                                        verwijderen van uitgelopen</al></li></lijst><al>takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als
                                periodiek noodzakelijk onderhoud;</al><lijst><li nr="f."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld
                                        ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet;</al></li><li nr="g."><al>boomwaarde: het getal dat wordt gevonden door het product
                                        van de factoren:</al></li><li nr="-"><al>het aantal van cm² van de dwarsdoorsnede op 1,3 meter boven
                                        het maaiveld;</al></li><li nr="-"><al>de eenheidsprijs per cm²;</al></li><li nr="-"><al>de standplaatswaarde;</al></li><li nr="-"><al>de conditiewaarde;</al></li><li nr="-"><al>de waarde van de plantwijze.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd gezag kan bij toepassing van de boomwaarde
                                        tevens naar redelijkheid en billijkheid besluiten.</al><al> In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien,
                                        met inbegrip van </al><al> verplanten, alsmede het verrichten van handelingen, zowel
                                        boven- als ondergronds, </al><al> die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van
                                        houtopstand ten gevolge </al><al> kunnen hebben.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10A.1</nr><titel>Verbod om houtopstand te vellen of te doen vellen</titel></kop><al>1.Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag
                                houtopstand te</al><al> vellen of te doen vellen.</al><lijst><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:</al></li><li nr="a."><al>populieren en wilgen als wegbeplantingen en éénrijige
                                        beplantingen op of langs landbouwgronden, tenzij deze zijn
                                        geknot;</al></li><li nr="b."><al>fruitbomen en windschermen van boomgaarden, uitgezonderd de
                                        walnootboom;</al></li><li nr="c."><al>sparrenbomen en alle andere coniferen/naaldsoorten, met
                                        uitzondering van de Japanse notenboom (Ginko) en de
                                        Taxusboom;</al></li><li nr="d."><al>kweekgoed;</al></li><li nr="e."><al>houtopstand, die bij wijze van dunning deels wordt
                                        geveld;</al></li><li nr="f."><al>houtopstand, die deel uitmaakt van als zodanig bij het
                                        Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen
                                        is binnen de bebouwde kom tenzij de houtopstand een
                                        zelfstandige eenheid vormt en ofwel geen grotere oppervlakte
                                        beslaat dan 10 are, ofwel in geval van rijbeplanting,
                                        gerekend over het totale aantal rijen, niet</al></li></lijst><al>meer bomen omvat dan 20;</al><al>g.houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet
                                of krachtens aanschrijving of last van het college, zulks
                                onverminderd het bepaalde in 4:10A.9 van</al><al>deze afdeling;</al><lijst><li nr="h."><al>het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van regulier
                                        onderhoud;</al></li><li nr="i."><al>het periodiek knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel
                                        bij daarvoor geschikte boomsoorten.</al></li><li nr="j."><al>bomen die gekapt moeten worden i.v.m. aanvraag
                                        omgevingsvergunning (bouwen)</al></li></lijst><al> conform bestemmingsplan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10A.2</nr><titel>Aanvraag omgevingsvergunning voor het vellen van
                                    houtopstanden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning moet schriftelijk gemotiveerd en indien verzocht
                                    onder bijvoeging van een situatieschets worden aangevraagd. De
                                    aanvraag kan worden gedaan door of namens dan wel met
                                    toestemming van degene, die krachtens zakelijk recht, of door
                                    degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid, gerechtigd
                                    is over de houtopstand te beschikken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer de regiomanager van de Directie Uitvoeringen Regelingen
                                    van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aan
                                    het college een afschrift heeft toegezonden van de
                                    ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de Boswet,
                                    beschouwt het bevoegd gezag dit afschrift mede als een
                                    vergunningsaanvraag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De houder van de vergunning moet zorgdragen, dat deze vergunning
                                    ten tijde van het uitvoeren van de kapwerkzaamheden aanwezig is
                                    op het betreffende terrein waarop de houtopstand zich bevindt.
                                    De vergunning moet op eerste vordering van een ambtenaar, belast
                                    met de zorg voor de naleving van een of meer bepalingen van deze
                                    afdeling, ter inzage worden gegeven aan deze ambtenaar. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10A.3</nr><titel>Verhouding tussen omgevingsvergunning voor het vellen van
                                    houtopstanden en andere vergunningplichtige bouw- en
                                    aanlegactiviteiten</titel></kop><al>1.Het bevoegd gezag stemt de procedures in het kader van de
                                omgevingsvergunning voor</al><al>het vellen van houtopstanden en omgevingsvergunningplichtige bouw-
                                en aanlegactiviteiten op elkaar af.</al><lijst><li nr="2."><al>De omgevingsvergunningplichtige activiteiten worden zoveel
                                        mogelijk per project gelijktijdig afgegeven.</al></li><li nr="3."><al>Een omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
                                        kan worden geweigerd op de enkele grond dat de bouw- of
                                        aanlegplannen/-activiteiten nog niet definitief zijn.</al></li><li nr="4."><al>Een omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
                                        kan worden geweigerd, nadat de omgevingsvergunning voor
                                        bouw- of aanlegactiviteiten is verleend, indien de
                                        rechthebbende aanvrager van een omgevingsvergunning voor het
                                        vellen van houtopstanden niet, of niet tijdig, of niet
                                        volledig de aanwezigheid heeft gemeld van een beeldbepalende
                                        of anderszins waardevolle houtopstand aan het bevoegd
                                        gezag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10A.4</nr><titel>Beslissing op aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan de vergunning weigeren danwel onder
                                    voorschriften verlenen in het belang van: </al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>natuur-en milieuwaarden van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>landschappelijke waarden van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>beeldbepalende waarden van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>cultuurhistorische waarden van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>waarden van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>waarden voor recreatie en leefbaarheid van de houtopstand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan bij het weigeren, of onder voorschriften
                                    verlenen van een vergunning tevens de boomwaarde als motivering
                                    hanteren. Het verwijst bij weigering van een vergunning zoveel
                                    mogelijk naar gemeentelijke bestemmings-, groen-, bomen- of
                                    landschapsplannen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan toestemming geven tot direct vellen,
                                    indien er sprake is van grote gevaarzetting of vergelijkbaar
                                    spoedeisend belang.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10A.5</nr><titel>Bijzondere vergunningvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren
                                    het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en
                                    overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen
                                    moet worden herplant. Indien het gemeentelijk beleid of een
                                    gemeentelijk bestemmings-, bomen, groen, of landschapsplan de te
                                    vellen houtopstand direct of indirect als waardevol omschrijft,
                                    wordt zo vaak mogelijk een herplantplicht opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan
                                    kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                    herbeplanting en op welke wijze de niet-geslaagde beplanting
                                    moet worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren
                                    aanwijzingen ter bescherming van in en rond de houtopstand
                                    voorkomende flora en fauna.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10A.6</nr><titel>Herplant- /Instandhoudingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                    deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het
                                    bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is
                                    gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de
                                    grond waarop zich de houtopstand bevond, dan wel aan degene die
                                    uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is,
                                    de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de door
                                    het te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen
                                    termijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd,
                                    dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na
                                    herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld
                                    in deze afdeling van toepassing is, in het voortbestaan ernstig
                                    wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk
                                    gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond, dan
                                    wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van
                                    voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om
                                    overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door
                                    hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die
                                    bedreiging wordt weggenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10A.7</nr><titel>Vervaltermijn vergunning</titel></kop><al>De vergunning als bedoeld in artikel 4:10A.5 vervalt, indien daarvan
                                niet binnen maximaal twee jaar na het onherroepelijk worden ervan
                                volledig gebruik is gemaakt, tenzij in de vergunning anders is
                                bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Indien en voorzover blijkt dat een belanghebbende door de toepassing
                                van artikel 4:10A.1 of artikel 4:10A.5 schade lijdt of zal lijden,
                                die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te
                                komen en waarvan de vergoeding niet anderszins is verzekerd, kent
                                het bevoegd gezag hem op zijn verzoek een naar billijkheid te
                                bepalen schadevergoeding toe.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Bescherming bomen</titel></kop><al><vet>1.</vet> Het is verboden om houtopstanden, die openbaar
                                eigendom zijn:</al><al> te beschadigen, te bekladden of te beplakken, daaraan snoeiwerk te
                                verrichten behoudens door ambtenaren ter uitoefening van de hun
                                opgedragen boomverzorgende taak.</al><al><vet>2.</vet> Het is verboden om een of meer voorwerpen in of aan
                                een openbare houtopstand aan te brengen of anderszins te bevestigen,
                                behoudens vergunning van het bevoegd gezag.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4.</nr><titel>MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN STANKOVERLASTArtikel 4:13 Opslag
                                voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op door het college in het belang van het
                                        uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                        opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de
                                        openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een
                                        inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de
                                        openlucht of buiten de weg, de volgende voorwerpen of
                                        stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:</al></li><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
                                        voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen
                                        daarvan, indien het</al><al> plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop
                                        of verhuur of </al><al> anderszins voor een commercieel doel;of</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil,
                                        een verzameling</al></li></lijst><al>ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten,
                                afbraakmaterialen en oude metalen.</al><lijst><li nr="2."><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels
                                        stellen.</al></li><li nr="3."><al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                        voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of
                                        krachtens de Provinciale Verordening.</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al>[Vervallen] <vet>Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke
                                    reclame</vet></al><al>1. Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                maken of te </al><al> voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding
                                waardoor het </al><al> verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder of gevaar
                                ontstaat voor de </al><al> omgeving. </al><al>2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                voorzien door het</al><al> Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Vergunningsplicht lichtreclame</titel></kop><al>[Vervallen] </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>5.</nr><titel>KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de
                                zin van artikel 2.1, lid 1 onder a van de Wet algemene bepalingen
                                omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel
                                gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
                                    <vet>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten
                                    kampeerterreinen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                        kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten
                                        een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is
                                        bestemd of mede bestemd.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen
                                        voor</al></li><li nr="a."><al>kleinschalig kamperen bij een bestaand agrarisch bedrijf dat
                                        een bouwblok omvat met bedrijfswoning (het zogenaamde
                                        ‘kamperen bij de boer’) met een maximum aantal van 15
                                        kampeermiddelen gedurende het kampeerseizoen (van 15 maart
                                        tot 31 oktober);</al></li><li nr="b."><al>verenigings-en groepskamperen, gekoppeld aan evenementen,
                                        festiviteiten of</al><al> andere bijzondere gelegenheden.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als
                                        bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                        worden geweigerd in het belang van:</al></li><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een stads- of dorpsgezicht;</al></li><li nr="c."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                        gemeente.</al></li><li nr="5."><al>Op de ontheffing is <onderstreept>paragraaf
                                            4.1.3.3,</onderstreept><onderstreept>Awb</onderstreept>
                                        (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig</al><al> beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel
                                    4:18, eerste lid niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming
                                    van de belangen, genoemd in artikel 4:18, vierde lid.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTEAFDELING 1.
                            PARKEEREXCESSENArtikel 5:1 Begripsbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder a1, van
                                    het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met
                                    uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens, kinderwagens
                                    en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).</al></li></lijst></structuurtekst><afdeling><kop><label/><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                    verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen
                                    tegen betaling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden
                                    verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit
                                    gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze
                                    werkzaamheden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid
                                    bedoelde persoon.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd,
                                    op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25
                                    meter met als middelpunt een van deze voertuigen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde
                                    kom op de weg of op een door het college aangewezen weg te
                                    plaatsen of te hebben, waar dit naar zijn oordeel buitensporig
                                    is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of
                                    schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit
                                    naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid,
                                    aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp voor situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3, Awb (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3, Awb (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op
                                    campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover
                                    deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op
                                    de weg worden geplaatst of gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3, Awb (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig</al><al> beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><al>[Vervallen] <vet>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door
                                    voertuigen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door, of dit te
                                        doen of te laten staan in een park of plantsoen of een van
                                        gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al></li><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of
                                        vanwege de overheid; en</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op
                                        terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3, Awb (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                        toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het
                                belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare
                                gezondheid, verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de
                                daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>2.</nr><titel>COLLECTERENArtikel 5:13 Inzameling van geld of goederen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                        openbare inzameling van geld of goederen te houden of
                                        daartoe een intekenlijst aan te bieden.</al></li><li nr="2."><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede
                                        verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook
                                        worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij
                                        het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen,
                                        indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt
                                        gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een
                                        liefdadig of ideëel doel is bestemd.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten
                                        kring gehouden wordt.</al></li><li nr="4."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3, Awb (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
                                        toepassing.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3.</nr><titel>VENTENArtikel 5:14 Begripsbepaling</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                        uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden,
                                        verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te
                                        bieden op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of
                                        aan huis;</al></li><li nr="2."><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al></li><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene
                                        die dit doet ter</al><al> exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                                        Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                                        dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten
                                        als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de
                                        Gemeentewet of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel
                                        5:22;</al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                                        dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als
                                        bedoeld in artikel 5:17.</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden te
                                    venten op maandag t/m zaterdag voor 08.00 uur en na 21.00 uur en
                                    op zondagen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet
                                    voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten
                                    en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste
                                    lid, van de Grondwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het venten
                                    met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens
                                    worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen, of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op door het college aangewezen dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het tweede
                                    lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3, Awb (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4.</nr><titel>STANDPLAATSENArtikel 5:17 Begripsbepaling</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf
                                        een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen
                                        plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                                        dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke
                                        middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al></li><li nr="2."><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al></li><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in
                                        artikel 160, eerste lid,</al><al> aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                        2:24.</al></li><li nr="c."><al>terrassen als bedoeld in artikel 2:27 en 2:28.</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de vergunning wegens strijd met een geldend
                                    bestemmingsplan weigeren, beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit .</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met
                                    de omgeving niet</al><al> voldoet aan eisen van redelijke welstand; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente
                                    of in een deel</al><al> van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het
                                    verlenen van de </al><al> vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen
                                    een redelijk </al><al> verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3, Awb (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen. <vet>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid is niet van
                                        toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het
                                        Provinciaal wegenreglement.</al></li><li nr="2."><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is
                                        niet van toepassing op bouwwerken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Aanhoudingsplicht</titel></kop><al>[Gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>5.</nr><titel>SNUFFELMARKTENArtikel 5:22 Begripsbepaling</titel></kop><structuurtekst><al>[Vervallen]</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>6.</nr><titel>OPENBAAR WATERArtikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar
                                water</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                        verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of
                                        boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te
                                        hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving,
                                        constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor
                                        de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het
                                        doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering
                                        vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het
                                        openbaar water.</al></li><li nr="2."><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een
                                        ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven
                                        openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee
                                        weken tevoren een melding aan het college.</al></li><li nr="3."><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en
                                        contactgegevens van de melder en een beschrijving van de
                                        aard en omvang van het voorwerp.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van
                                        Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                        Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Provinciale
                                        vaarwegenverordening, de Telecommunicatiewet of de daarop
                                        gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de
                                    gemeente;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening of
                                    de Provinciale landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25
                                    bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening of
                                    de Provinciale landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid
                                bepaalde. <vet>Artikel 5:28 Beschadigen van
                                waterstaatswerken</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen
                                        aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer
                                        zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden,
                                        trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten,
                                        duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen,
                                        stootpalen, bakens of sluizen.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht,
                                        het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                        vaarwegenverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.
                                    <vet>Artikel 5:30 Veiligheid op het water</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                        openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen
                                        dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                        ondervinden.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                        voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet
                                        of de Provinciale vaarwegenverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>7.</nr><titel>CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN
                                NATUURGEBIEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31A</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>motorvoertuig; hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel
                                        1, onder z, van het reglement verkeersregels en
                                        verkeerstekens 1990;</al></li><li nr="-"><al>bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1,
                                        eerste lid van de</al><al> Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter
                                    voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te
                                    houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel
                                    een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel
                                    daartoe aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere
                                    regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang
                                    van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter
                                    bescherming van andere milieuwaarden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid
                                    bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of
                                    het Besluit geluidproductie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere
                                    regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen in
                                    het belang van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het voorkomen van overlast;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de bescherming van natuur- of milieuwaarden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de veiligheid van het publiek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                    motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                    hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid,
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde
                                    minister aangewezen hulpverleningsdiensten;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                    exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                    wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen
                                    die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid
                                    bedoeld;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van
                                    de onder d bedoelde personen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van
                                    toepassing:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde
                                    gebieden of terreinen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                    'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van
                                    motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn
                                    aangewezen als 'toestel'.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3,Awb (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>8.</nr><titel>VERBOD VUUR TE STOKENArtikel 5:34 Verbod afvalstoffen te
                                verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                        buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                        anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor
                                        de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:</al></li><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                        dergelijke;</al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen
                                        afvalstoffen worden verbrand;</al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                        worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                        voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                        Wetboek van Strafrecht of de Provinciale
                                        milieuverordening.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>9.</nr><titel>VERSTROOIING VAN AS Artikel 5:35 Begripsbepaling</titel></kop><structuurtekst><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein. <vet>Artikel 5:36 Verboden
                                    plaatsen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al><lijst><li nr="a."><al>verharde delen van de weg.</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en
                                                crematoriumterreinen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op
                                        andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid
                                        asverstrooiing plaatsvindt.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg
                                        draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden
                                        ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid,
                                        behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en
                                        crematoriumterreinen.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3, Awb (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
                                        toepassing.</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6.</nr><titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGENArtikel 6:1 Strafbepaling</titel></kop><structuurtekst><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op
                            grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de
                            tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van
                            de rechterlijke uitspraak. </al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast: de medewerker regiopolitie en de
                                hygiëne inspecteur van de GGD.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen
                                met dit toezicht belasten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner. <vet>Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude
                                verordening</vet></al><al>Deze verordening treedt in werking op 10 juli 2014. Gelijktijdig wordt
                            de Algemene plaatselijke verordening gemeente Stein 2010, vastgesteld
                            bij raadsbesluit van 9 september 2010, ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Besluiten, genomen krachtens de Algemene plaatselijke verordening
                                gemeente Stein 2010 of voorafgaande Algemene plaatselijke
                                verordeningen, die golden op het moment van de inwerkingtreding van
                                deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige
                                besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Aanvragen om een vergunning als bedoeld in de artikelen 2:10A,
                                derde lid, artikel 2:11 en artikel 4:10A.1 die zijn ingediend vóór
                                de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld volgens
                                het recht zoals dat gold vóór het tijdstip waarop artikel 2.2 van de
                                algemene bepalingen omgevingsrecht in werking is getreden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                            gemeente Stein 2014.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Aldus vastgesteld in de vergadering van …………….. </ondertekening><ondertekening> de raad van de gemeente Stein,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Dict. JvK</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</vet></al><al/><al>Artikel 1:1 Begripsbepalingen (blz. 7) Artikel 1:2 Beslistermijn (blz. 8)
                    Artikel 1:3 Indiening aanvraag (blz. 8)</al><al>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen (blz. 8)</al><al>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing (blz. 8)</al><al>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing (blz. 8)</al><al>Artikel 1:7 Termijnen (blz. 9)</al><al>Artikel 1:8 Weigeringsgronden (blz. 9)</al><al>Artikel 1:9 Lex silencio positivo (vervallen) (blz. 9)</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 2. OPENBARE ORDE</vet></al><al/><al><vet>AFDELING 1. BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN</vet> Artikel 2:1 Samenscholing
                    en ongeregeldheden (blz. 9)</al><al><vet>AFDELING 2. BETOGING</vet> Artikel 2:2 Optochten (vervallen) (blz. 9)</al><al>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen (blz. 10)</al><al>Artikel 2:4 Afwijking termijn (vervallen) (blz. 10)</al><al>Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens (vervallen) (blz. 10)</al><al><vet>AFDELING 3. VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN </vet> Artikel 2:6 Beperking
                    aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken </al><al>of afbeeldingen (blz. 10)</al><al><vet>AFDELING 4. VERTONINGEN E.D. OP DE WEG</vet> Artikel 2:7 Feest, muziek en
                    wedstrijd e.d. (vervallen) (blz. 10)</al><al>Artikel 2:8 Dienstverlening (vervallen) (blz. 11) </al><al>Artikel 2:9 Straatartiest (vervallen) (blz. 11)</al><al><vet>AFDELING 5. BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG</vet> Artikel 2:10 A
                    Vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg </al><al> in strijd met de publieke functie van de weg (blz. 11) </al><al>Artikel 2:10 B Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen (blz. 11)</al><al>Artikel 2:11 Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg (blz. 12)</al><al>Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg (blz. 12)</al><al><vet>AFDELING 6. VEILIGHEID OP DE WEG</vet> Artikel 2:13 Veroorzaken van
                    gladheid(vervallen) (blz. 13)</al><al>Artikel 2:14 Winkelwagentjes (vervallen) (blz. 13)</al><al>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp (blz. 13)</al><al>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. (blz. 13) Artikel 2:17 Kelderingangen e.d.
                    (vervallen) (blz. 13)</al><al>Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen (blz. 13)</al><al>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp (vervallen) (blz. 14)</al><al>Artikel 2:20 Vallende voorwerpen (vervallen) (blz. 14)</al><al>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting (blz. 14)</al><al>Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn (vervallen) (blz. 14)</al><al>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs (vervallen) (blz. 14)</al><al><vet>AFDELING 7. EVENEMENTEN</vet> Artikel 2:24 Begripsbepaling (blz. 14)</al><al>Artikel 2:25 Evenement (blz. 15)</al><al>Artikel 2:26 Ordeverstoring (blz. 15)</al><al><vet>AFDELING 8. TOEZICHT OP HORECABEDRIJVEN</vet></al><al>Artikel 2:27 Begripsbepalingen (blz. 15)</al><al>Artikel 2:28 Exploitatie horecabedrijf (blz. 15)</al><al>Artikel 2:29 Sluitingstijd (blz. 16)</al><al>Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting (blz. 16)</al><al>Artikel 2:31 Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf (blz. 16)</al><al>Artikel 2:32 Handel in horecabedrijven (blz. 16)</al><al>Artikel 2:33 Ordeverstoring (blz. 17)</al><al>Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan (blz. 17)</al><al><vet>AFDELING 8a. TOEZICHT OP SMART-, HEAD-EN GROWSHOPS</vet></al><al>Artikel 2:34a.1 Begripsomschrijvingen (blz. 17) </al><al>Artikel 2:34a.2 Vergunningplicht (blz. 17)</al><al>Artikel 2:34a.3 Afnemend maximum (blz. 17)</al><al>Artikel 2:34a.4 Gedragseisen (blz. 18)</al><al>Artikel 2:34a.5 Weigeringsgronden (blz. 18)</al><al>Artikel 2:34a.6 Verplaatsing inrichting (blz. 18)</al><al>Artikel 2:34a.7 Sluitingstijden (blz. 19)</al><al>Artikel 2:34a. 8 Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting (blz. 19)</al><al>Artikel 2:34a.9 Sluiting (blz. 19)</al><al>Artikel 2:34a.10 Aanwezigheid in gesloten inrichting (blz.19)</al><al>Artikel 2:34a.11 Intrekking vergunning (blz.20)</al><al>Artikel 2:34a.12 Toegang ambtenaren van politie (blz.20) </al><al><vet>AFDELING 9. TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN
                        NACHTVERBLIJF</vet> Artikel 2:35 Begripsbepaling (blz. 20)</al><al>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie (blz. 20)</al><al>Artikel 2:37 Nachtregister (blz. 20)</al><al>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister (blz. 20)</al><al><vet>AFDELING 10. TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN</vet> Artikel 2:39
                    Speelgelegenheden (blz. 20)</al><al>Artikel 2:40 Speelautomaten (blz. 21)</al><al><vet>AFDELING 11. MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID</vet> Artikel 2:41
                    Betreden gesloten woning of lokaal (blz. 21)</al><al>Artikel 2:42 Plakken en kladden (blz. 21)</al><al>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d. (vervallen) (blz. 22)</al><al>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen (vervallen) (blz. 22)</al><al>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d. (blz. 22)</al><al>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d. (vervallen) (blz. 22)</al><al>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen (blz. 22)</al><al>Artikel 2:48 Verboden drankgebruik (blz. 23)</al><al>Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen (blz. 23)</al><al>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten (blz.
                    23)</al><al>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d. (blz. 23)</al><al>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d.
                    (blz. 23)</al><al>Artikel 2:53 Bespieden van personen (vervallen) (blz. 23)</al><al>Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur (blz. 23)</al><al>Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren (blz. 23)</al><al>Artikel 2:56 Alarminstallaties (blz. 24)</al><al>Artikel 2:57 Verbod op loslopende honden (blz. 24)</al><al>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden (blz. 24)</al><al>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden (blz. 24)</al><al>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren (blz. 25)</al><al>Artikel 2:61 Wilde dieren (vervallen) (blz. 25)</al><al>Artikel 2:62 Loslopend vee (blz. 25)</al><al>Artikel 2:63 Duiven (vervallen) (blz. 25)</al><al>Artikel 2:64 Bijen (blz. 25)</al><al>Artikel 2:65 Bedelarij (vervallen) (blz. 25)</al><al>Artikel 2:65a Verblijf op de weg, in voertuigen en in kampeermiddelen (blz.
                    26)</al><al><vet>AFDELING 12. BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN</vet>
                    Artikel 2:66 Begripsbepaling (vervallen) (blz. 26)</al><al>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister (vervallen)
                    (blz. 26)</al><al>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek van </al><al> Strafrecht (vervallen) (blz. 26)</al><al>Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen (vervallen) (blz.
                    26)</al><al>Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven (vervallen) (blz. 26)</al><al><vet>AFDELING 13. VUURWERK</vet></al><al>Artikel 2:71 Begripsbepalingen (blz. 26)</al><al>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de </al><al> verkoopdagen (blz. 26)</al><al>Artikel 2:73 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling (blz.
                    26)</al><al><vet>AFDELING 14. DRUGSOVERLAST</vet> Artikel 2:74 Drugshandel op straat (blz.
                    27)</al><al>Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik (blz. 27)</al><al><vet>AFDELING 15. BESTUURLIJKE OPHOUDING, VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN EN
                        CAMERATOEZICHT OP OPENBARE PLAATSEN </vet> Artikel 2:75 Bestuurlijke
                    ophouding (blz. 27)</al><al>Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden (blz. 27)</al><al>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen (blz. 27)</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 3. SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE
                        E.D.</vet><vet>AFDELING 1. BEGRIPSBEPALINGEN</vet> Artikel 3:1
                    Begripsbepalingen (blz. 27)</al><al>Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan (blz. 28)</al><al>Artikel 3:3 Nadere regels (blz. 28)</al><al><vet>AFDELING 2. SEKSINRICHTINGEN, STRAATPROSTITUTIE, SEKSWINKELS EN
                        DERGELIJKE</vet> Artikel 3:4 Seksinrichtingen (blz. 28)</al><al>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder (blz. 29) </al><al>Artikel 3:6 Sluitingstijden (blz. 29)</al><al>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting (blz.
                    30)</al><al>Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder (blz.
                    30)</al><al>Artikel 3:9 Straatprostitutie (blz. 30)</al><al>Artikel 3:10 Sekswinkels (vervallen) (blz. 31)</al><al>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van </al><al> erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke (blz. 31)</al><al><vet>AFDELING 3. BESLISSINGSTERMIJN; WEIGERINGSGRONDEN</vet> Artikel 3:12
                    Beslissingstermijn (blz. 31)</al><al>Artikel 3:13 Weigeringsgronden (blz. 31) <vet>AFDELING 4. BEËINDIGING
                        EXPLOITATIE; WIJZIGING BEHEER</vet> Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie
                    (blz. 32)</al><al>Artikel 3:15 Wijziging beheer (blz. 32)</al><al>Artikel 3:16 Overgangsbepaling (gereserveerd) (blz. 32) </al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 4. BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR
                        HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</vet><vet>AFDELING 1. GELUIDHINDER EN
                        VERLICHTING</vet> Artikel 4:1 Begripsbepalingen (blz. 33)</al><al>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten (blz. 33)</al><al>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten (blz. 33)</al><al>Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten (vervallen) (blz. 34)</al><al>Artikel 4:5 Onversterkte muziek (blz. 34)</al><al>Artikel 4:6 Overige geluidhinder (blz. 35)</al><al><vet>AFDELING 2. BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING</vet> Artikel 4:7
                    Straatvegen (vervallen) (blz. 35)</al><al>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen (blz. 35)</al><al>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen</al><al> en putten buiten gebouwen (blz. 35)</al><al><vet>AFDELING 3. HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN</vet> Artikel 4:10
                    Begripsbepalingen (blz. 36)</al><al>Artikel 4:10A.1 Verbod om houtopstand te vellen of te doen vellen (blz. 36)</al><al>Artikel 4:10A.2 Aanvraag omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
                    (blz. 37)</al><al>Artikel 4:10A.3 Verhouding tussen omgevingsvergunning voor het vellen </al><al> van houtopstanden en vergunningplichtige bouw- en </al><al> aanlegactiviteiten (blz. 37)</al><al>Artikel 4:10A.4 Beslissing op aanvraag (blz. 37)</al><al>Artikel 4:10A.5 Bijzondere vergunningvoorschriften (blz. 38)</al><al>Artikel 4:10A.6 Herplant- /Instandhoudingsplicht (blz. 38)</al><al>Artikel 4:10A.7 Vervaltermijn vergunning (blz. 38)</al><al>Artikel 4:11 Schadevergoeding (blz. 38)</al><al>Artikel 4:12 Bescherming bomen (blz. 38)</al><al><vet>AFDELING 4. MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN STANKOVERLAST</vet> Artikel
                    4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. (blz. 39)</al><al>Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen (vervallen) (blz.
                    39)</al><al>Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame (blz. 39)</al><al>Artikel 4:16 Vergunningsplicht lichtreclame (vervallen) (blz. 39)</al><al><vet>AFDELING 5. KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN</vet> Artikel 4:17
                    Begripsbepaling (blz. 40)</al><al>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen (blz. 40)</al><al>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen (blz. 40)</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 5. ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER
                        GEMEENTE</vet><vet>AFDELING 1. PARKEEREXCESSEN</vet> Artikel 5:1
                    Begripsbepalingen (blz. 40)</al><al>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. (blz. 40)</al><al>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen (vervallen) (blz. 41)</al><al>Artikel 5:4 Defecte voertuigen (vervallen) (blz. 41)</al><al>Artikel 5:5 Voertuigwrakken (blz. 41)</al><al>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a. (blz. 41)</al><al>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen (blz. 41)</al><al>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen (blz. 41)</al><al>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen (blz. 42)</al><al>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen (vervallen)
                    (blz. 42)</al><al>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen (blz. 42)</al><al>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets (blz. 42)</al><al><vet>AFDELING 2. COLLECTEREN</vet> Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen
                    (blz. 42)</al><al><vet>AFDELING 3. VENTEN</vet> Artikel 5:14 Begripsbepaling (blz. 43)</al><al>Artikel 5:15 Ventverbod (blz. 43)</al><al>Artikel 5:16 Venten met gedrukte stukken (blz. 43)</al><al><vet>AFDELING 4. STANDPLAATSEN</vet> Artikel 5:17 Begripsbepaling (blz. 43)</al><al>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden (blz. 44)</al><al>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende (blz. 44)</al><al>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen (blz. 44)</al><al>Artikel 5:21 Aanhoudingspicht (gereserveerd) (blz. 44)</al><al><vet>AFDELING 5. SNUFFELMARKTEN</vet> Artikel 5:22 Begripsbepaling (vervallen)
                    (blz. 44)</al><al>Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt (vervallen) (blz. 44)</al><al><vet>AFDELING 6. OPENBAAR WATER</vet> Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven
                    openbaar water (blz. 44)</al><al>Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen (blz. 45)</al><al>Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats (blz. 45)</al><al>Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats (blz. 45)</al><al>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken (blz. 45)</al><al>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen (blz. 46)</al><al>Artikel 5:30 Veiligheid op het water (blz. 46)</al><al>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen (blz. 46)</al><al><vet>AFDELING 7. CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN
                        NATUURGEBIEDEN</vet> artikel 5:31A Begripsbepalingen (blz. 46)</al><al>Artikel 5:32 Crossterreinen (blz. 46)</al><al>Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden (blz. 47)</al><al><vet>AFDELING 8. VERBOD VUUR TE STOKEN</vet> Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te
                    verbranden buiten inrichtingen of </al><al> anderszins vuur te stoken (blz. 47)</al><al><vet>AFDELING 9. VERSTROOIING VAN AS </vet> Artikel 5:35 Begripsbepaling (blz.
                    48)</al><al>Artikel 5:36 Verboden plaatsen (blz. 48)</al><al>Artikel 5:37 Hinder of overlast (blz. 48)</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 6. STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</vet> Artikel 6:1
                    Strafbepaling (blz. 48)</al><al>Artikel 6:2 Toezichthouders (blz. 48)</al><al>Artikel 6:3 Binnentreden woningen (blz. 48)</al><al>Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening (blz.
                    49)</al><al>Artikel 6:5 Overgangsbepaling (blz. 49)</al><al>Artikel 6:6 Citeertitel (blz. 49)</al></bijlage></regeling></body></cvdr>