<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR340690_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening toeristenbelasting 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=147">Gemeentewet, art. 147 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=224">Gemeentewet, art. 224 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-11-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BM1401874</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Steenbergen;</al><al>In behandeling genomen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16
                        september 2014</al><al>Gelet op:</al><al>artikel 147 Gemeentewet</al><al>artikel 224 van de Gemeentewet</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de:</al><al>Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2015</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet zijnde
                                mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor
                                dan wel gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve
                                doeleinden;</al></li><li nr="b."><al>mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's,
                                toercaravans, en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke
                                voertuigen welke bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf
                                voor vakantie en andere recreatieve doeleinden;</al></li><li nr="c."><al>niet beroepsmatig verhuurde ruimten<onderstreept>:</onderstreept>
                                woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet zijnde
                                mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak
                                bestemd zijn als verblijf voor vakantie en andere recreatieve
                                doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die
                                doeleinden worden verhuurd, dan wel te huur aangeboden;</al></li><li nr="d."><al>vaste jaarplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op
                                een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een jaar
                                hebben van een zelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of
                                vakantieonderkomen, dat doorgaans na afloop van het jaar niet wordt
                                verwijderd;</al></li><li nr="e."><al>vaste seizoenplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen
                                op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een seizoen
                                hebben van een zelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of
                                vakantieonderkomen, dat doorgaans na afloop van het seizoen niet
                                wordt verwijderd en waarin het gedurende de winterperiode niet
                                toegestaan is om te overnachten;</al></li><li nr="f."><al>seizoenplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op
                                een kampeerterrein, waar gedurende het seizoen eenzelfde mobiel
                                kampeeronderkomen is geplaatst en dat na afloop van het seizoen van
                                de plaats wordt verwijderd;</al></li><li nr="g."><al>toeristische plaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is
                                voor het gedurende een jaar of seizoen plaatsen van steeds
                                wisselende mobiele kampeeronderkomens;</al></li><li nr="h."><al>kampeerterrein: een terrein dat bestemd is voor verblijfsrecreatie
                                en dat als zodanig wordt gebruikt;</al></li><li nr="i."><al>arrangement: een reservering op een toeristische plaats voor een of
                                meer personen gedurende een vooraf vastgelegde periode van minimaal
                                vier weken voor een vast huurbedrag;</al></li><li nr="j."><al>voorseizoenarrangement: een arrangement lopend vanaf het begin van
                                het kampeerseizoen en eindigend de maand juni;</al></li><li nr="k."><al>verlengd voorseizoenarrangement: een arrangement lopend vanaf het
                                begin van het kampeerseizoen en eindigend in de eerste helft van de
                                maand juli;</al></li><li nr="l."><al>naseizoenarrangement: een arrangement met een looptijd van ongeveer
                                twee maanden, startend na het hoogseizoen en eindigend bij de afloop
                                van het kampeerseizoen;</al></li><li nr="m."><al>maandarrangement: een arrangement met een looptijd van één maand
                                gedurende de maand juni of september.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Ter zake van het houden van verblijf met overnachtingen binnen de gemeente
                        tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene
                        met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn
                        ingeschreven, wordt onder de naam ‘toeristenbelasting’ een directe belasting
                        geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als
                                bedoeld in artikel 2 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel
                                op hem ter beschikking staande terreinen.</al></li><li nr="2."><al>De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te
                                verhalen op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting
                                verschuldigd wordt.</al></li><li nr="3."><al>Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is
                                aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het
                                bepaalde in artikel 2 verblijf houdt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:</al><lijst><li nr="1."><al>door degene, die: </al><lijst><li nr="a."><al>als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging
                                        of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van
                                        hulpbehoevenden of van ouden van dagen verblijft;</al></li><li nr="b."><al>verblijf houdt in een gemeubileerde woning indien hij ter
                                        zake van het verblijf in of het ter beschikking houden van
                                        die woning forensenbelasting is verschuldigd en heeft
                                        betaald;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de
                                Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de
                                zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en
                                voorzover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld
                                in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het
                                Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van
                            heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot: </al><lijst><li nr="a."><al>mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en
                                        stacaravans op vaste jaarplaatsen of op vaste
                                        seizoenplaatsen, bepaald op 5;</al></li><li nr="b."><al>mobiele kampeeronderkomens op seizoenplaatsen, bepaald op
                                        5;</al></li><li nr="c."><al>mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en
                                        stacaravans op vaste standplaatsen, vaste seizoenplaatsen of
                                        op seizoenplaatsen, bepaald op: </al><lijst><li nr="1o"><al>5, indien sprake is van een
                                                voorseizoenarrangement;</al></li><li nr="2o"><al>5, indien sprake is van een verlengd
                                                voorseizoenarrangement;</al></li><li nr="3o"><al>5, indien sprake is van een
                                                naseizoenarrangement;</al></li><li nr="4o"><al>5, indien sprake is van een maandarrangement.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is
                                overnacht, wordt: </al><lijst><li nr="a."><al>in geval van het eerste lid, sub a, bepaald op 100;</al></li><li nr="b."><al>in geval van het eerste lid, sub b, bepaald op: 100;</al></li><li nr="c."><al>in geval van het eerste lid, sub c, bepaald op: </al><lijst><li nr="1o"><al>50, indien sprake is van een
                                                voorseizoenarrangement;</al></li><li nr="2o"><al>50, indien sprake is van een verlengd
                                                voorseizoenarrangement;</al></li><li nr="3o"><al>50, indien sprake is van een
                                                naseizoenarrangement;</al></li><li nr="4o"><al>50, indien sprake is van een maandarrangement.</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>(Opteren voor) niet-forfaitaire maatstaf van
                            heffing</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 6 wordt op een door de
                        belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing
                        vastgesteld op het werkelijk aantal overnachtingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>Het tarief bedraagt per persoon per overnachting € 1,-.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></li><li nr="2."><al>Er kan een voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het
                                bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Aanslaggrens</titel></kop><al>Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd. Voor de
                        toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslag
                        verenigde verschuldigde bedragen toeristenbelasting of andere heffingen
                        aangemerkt als één belastingbedrag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in vijf gelijke termijnen waarvan
                                de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op
                                de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                                elk van de volgende termijnen steeds twee maanden later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                                afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke
                                termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van
                                het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand
                                later.</al></li><li nr="3."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de, in de
                                voorgaande leden, gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Aanmeldingsplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden,
                                voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze
                                verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks
                                schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en
                                wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231,
                                tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet.</al></li><li nr="2."><al>De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor de
                                belastingplichtige die met betrekking tot het jaar voorafgaand aan
                                het belastingjaar in de heffing van de toeristenbelasting betrokken
                                is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Registratieplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden
                                verblijfhoudenden te registreren in een daarvoor bestemd en door de
                                gemeente verstrekt nachtverblijvenregister.</al></li><li nr="2."><al>Het college van burgemeesters en wethouders stelt genoemd
                                nachtverblijvenregister kosteloos beschikbaar.</al></li><li nr="3."><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven
                                met betrekking tot de inrichting en gebruik van het
                                nachtverblijvenregister.</al></li><li nr="4."><al>De verplichting als bedoeld in de voorgaande leden geldt niet indien
                                en voor zover de belastingplichtige alleen gebruik maakt van de
                                forfaitaire berekeningswijze van de heffingsmaatstaf als bedoeld in
                                artikel 6.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                            wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de toeristenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></li><li nr="4."><al>De verordening wordt aangehaald als “Verordening toeristenbelasting
                                2015”.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Steenbergen, 09-10-2015</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Toelichting op de verordening toeristenbelasting</vet></al><al><vet>Inleiding</vet></al><al>Art. 224 Gemeentewet maakt het mogelijk om een toeristenbelasting te heffen voor
                    het houden van verblijf door niet-ingezetenen. Het gaat hier om een algemene
                    belasting waarvan de opbrengsten toevloeien aan de algemene middelen van de
                    gemeente. Dat laat onverlet dat tegenover de opbrengsten ook aanzienlijke
                    investeringen staan die direct of indirect ten goede komen aan de
                    recreatief-toeristische sector. Te denken valt aan extra uitgaven voor openbare
                    orde en veiligheid, voor verkeer, vervoer en waterstaat (zoals recreatieve
                    fietspaden en bewegwijzering), voor evenementen, promotie en VVV en voor
                    investeringen in recreatievoorzieningen en musea.</al><al>In afwachting van het onderzoek in het kader van de forfaitaire heffingsmaatstaf
                    zijn de forfaits en het tarief opzettelijk hoog vastgesteld, zodat deze, al naar
                    gelang de uitkomst van het onderzoek, verlaagd zullen worden. Belanghebbenden
                    zijn dan niet benadeeld door de wijziging van de Verordening, zodat de wijziging
                    is toegestaan.</al><al><vet>Begripsomschrijvingen</vet></al><al>Om duidelijkheid te scheppen over de inhoud van een aantal in de Verordening
                    voorkomende begrippen is daarvan een omschrijving opgenomen in artikel 1.</al><al><vet>Belastbaar feit</vet></al><al>Met de toeristenbelasting wordt het houden van nachtverblijf tegen vergoeding
                    door niet-ingezetenen van de gemeente belast, in welk soort woning, onderkomen
                    of gebouw zij ook overnachten.</al><al><vet>Belastingplicht</vet></al><al>De belastingplichtige voor de toeristenbelasting is degene die aan
                    niet-ingezetenen gelegenheid biedt tot het nachtverblijf tegen vergoeding, de
                    verblijfbieder. Dit is bijvoorbeeld de campinghouder, de hotelexploitant of
                    degene die arbeidsmigranten huisvest. De verblijfbieder mag de belasting
                    verhalen op degene die als niet-ingezetene van de gemeente overnacht bij de
                    verblijfbieder. Dit kan de verblijfbieder doen door de toeristenbelasting te
                    verrekenen in de overnachtingsprijs, of het afzonderlijk in rekening te brengen.
                    Indien er geen verblijfbieder als belastingplichtige is aan te wijzen, maar er
                    wel wordt overnacht door een niet-ingezetene, wordt degene die als
                    niet-ingezetene overnacht zelf aangeslagen voor de toeristenbelasting.</al><al><vet>Vrijstellingen</vet></al><al>Om ongewenste effecten van de toeristenbelasting te voorkomen, is een drietal
                    vrijstellingen opgenomen. Wij achten het niet wenselijk dat mensen die in een
                    verzorg- of verpleeginstelling zijn opgenomen, terwijl zij niet in de gemeente
                    staan ingeschreven, worden aangeslagen voor de toeristenbelasting. Daarom is een
                    vrijstelling opgenomen voor verpleegden en verzorgden, die in een inrichting tot
                    verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van
                    ouden van dagen verblijven.</al><al>Tevens achten wij niet wenselijk dat (legale) asielzoekers worden aangeslagen
                    voor de toeristenbelasting. Daarom is een vrijstelling opgenomen voor
                    vreemdelingen als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet
                    2000, die rechtmatig in Nederland verblijven in de zin van artikel 8, letters c,
                    d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze personen verblijf houden in
                    een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder
                    verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.</al><al>Daarnaast is de standaard antisamenloopregeling met de forensenbelasting
                    opgenomen.</al><al><vet>Heffingsmaatstaf</vet></al><al>De belasting wordt berekend over het aantal overnachtingen door niet-inwoners
                    van de gemeente.</al><al><vet>Forfaitaire berekeningswijze van de heffingsmaatstaf</vet></al><al>In beginsel wordt het aantal overnachtingen bepaald aan de hand van het forfait
                    genoemd in artikel 6 van de verordening. Hierbij wordt per verblijfsplaats
                    (vakantie-onderkomen, stacaravan etc.) het aantal personen dat overnacht en het
                    aantal maal dat wordt overnacht bepaald. Het aantal personen maal het aantal
                    overnachtingen vormt vervolgens de heffingsmaatstaf. Deze heffingsmaatstaf wordt
                    met het tarief vermenigvuldigd om het bedrag aan verschuldigde belasting te
                    berekenen.</al><al>Voor toeristische plaatsen kan de heffingsmaatstaf niet forfaitair bepaald
                    worden. Voor deze plaatsen wordt de heffingsmaatstaf bepaald op het werkelijk
                    aantal overnachtingen. Dit betekent dat de verblijfhouder met toeristische
                    plaatsen voor deze plaatsen een nachtregister moet bijhouden.</al><al><vet>Niet-forfaitaire maatstaf van heffing</vet></al><al>Het is mogelijk om in plaats van de forfaitaire berekening van de
                    heffingsmaatstaf te opteren voor de berekening van de heffingsmaatstaf op het
                    werkelijke aantal overnachtingen. Hiervoor gelden wel extra voorwaarden. Er moet
                    een nachtregister bijgehouden worden door de verblijfbieder, waarin de
                    overnachtingen geregistreerd worden. Aan dit nachtregister zijn nadere eisen
                    gesteld in de Uitvoeringsregeling bij de verordening. Het verzoek tot berekening
                    van de heffingsmaatstaf op het werkelijk aantal overnachtingen moet door de
                    verblijfbieder worden gedaan bij de aangifte. Daarbij moet (een kopie van) het
                    nachtregister bijgevoegd worden, waaruit blijkt hoeveel overnachtingen
                    daadwerkelijk zijn gerealiseerd.</al><al>Voor toeristische plaatsen kan de heffingsmaatstaf niet forfaitair bepaald
                    worden. Voor deze plaatsen wordt de heffingsmaatstaf altijd bepaald op het
                    werkelijk aantal overnachtingen. De forfaitaire heffingsmaatstaf geldt ook niet
                    voor niet-toeristisch verblijf, zoals dat van arbeidsmigranten. Deze zullen
                    derhalve altijd naar het werkelijke aantal overnachtingen moeten worden
                    belast.</al><al><vet>Belastingtarief</vet></al><al>De heffingsmaatstaf vermenigvuldigd met het tarief vormt het bedrag aan
                    verschuldigde toeristenbelasting.</al><al><vet>Belastingjaar</vet></al><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Dit betekent dat voor de
                    toeristenbelasting het aantal overnachtingen tussen 1 januari van het
                    kalenderjaar en 1 januari van het volgende kalenderjaar belast wordt.</al><al><vet>Wijze van heffing</vet></al><al>De toeristenbelasting wordt bij wege van aanslag geheven. De belastingplichtigen
                    krijgen derhalve een aanslag toeristenbelasting opgelegd. Voor de
                    toeristenbelasting geldt dat er voorafgaand aan de aanslagoplegging
                    aangiftebiljetten verstuurd worden aan de belastingplichtigen. De
                    belastingplichtigen moeten hierop aangeven hoeveel overnachtingen er zijn
                    geweest. Het aantal overnachtingen kan fortaitair berekend worden op grond van
                    artikel 6 of berekend worden op het aantal werkelijke overnachtingen op grond
                    van artikel 7. Het aantal werkelijk gerealiseerde overnachtingen blijkt uit het
                    nachtregister. Aan de hand van de opgegeven gegevens worden de aanslagen
                    opgelegd. De gemeente kan op elk moment gedurende het belastingjaar en na
                    ontvangst van de aangiften besluiten een controle uit te voeren op naleving van
                    het nachtverblijfregister en/of op de juistheid van de aangiften.</al><al>Zoals in het land gebruikelijk worden in de loop van het belastingjaar ook
                    voorlopige aanslagen opgestuurd. Op die wijze wordt in de loop van het jaar een
                    deel van de ontvangen toeristenbelasting alvast afgedragen aan de gemeente.</al><al><vet>Aanslaggrens</vet></al><al>Uit efficiency-overwegingen worden geen aanslagen opgelegd tot een bedrag van €
                    5,-</al><al><vet>Termijnen van betaling</vet></al><al>De aanslagen moeten worden betaald in twee termijnen na de dagtekening van het
                    aanslagbiljet, waarvan de eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van
                    het aanslagbiljet en de volgende termijn een maand later.</al><al><vet>Kwijtschelding</vet></al><al>Bij invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.</al><al><vet>Aanmeldingsplicht</vet></al><al>Belastingplichtigen zijn verplicht zich bij de heffingsambtenaar aan te melden
                    vóórdat zij voor de eerste maal na inwerkingtreding van de verordening
                    gelegenheid bieden tot nachtverblijf.</al><al><vet>Registratieplicht</vet></al><al>De verblijfbieder die kiest voor het berekenen van de heffingsmaatstaf op het
                    daadwerkelijk gerealiseerde aantal overnachtingen en de verblijfbieder die
                    toeristische plaatsen heeft, moet een nachtverblijfregister bijhouden. In de
                    Uitvoeringsregeling zijn nadere regels gesteld omtrent de inrichting en de
                    gegevens van dit register. Het register dient ertoe het aantal overnachtingen
                    vast te leggen. Het aantal geregistreerde overnachtingen vormt de
                    heffingsmaatstaf voor de heffing van de toeristenbelasting.</al><al><vet>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</vet></al><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                    betrekking tot de heffing en invordering van de toeristenbelasting.</al><al><vet>Inwerkingtreding en citeertitel</vet></al><al>De verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de
                    bekendmaking.</al><al>Datum van ingang van de heffing van de “Verordening toeristenbelasting 2015” is
                    1 januari 2015.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>