<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR340534_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Fietsregeling Rotterdam 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Rotterdam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rotterdam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Fietsregeling Rotterdam 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 125 van de Ambtenarenwet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Artt. 1, 11</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Gemeenteblad 2015, nummer 206</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Gemeenteblad 2015, nummer 206</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Fietsregeling Rotterdam 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gemeenteblad 2014</al><al><vet><cursief>Fietsregeling Rotterdam 2014</cursief></vet></al><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,</al><al>gelezen het voorstel van de wethouder Haven, Duurzaamheid, Mobiliteit en Organisatie van 14 oktober 2014 met kenmerk: 1488630;</al><al>gelet op artikel 125 van de Ambtenarenwet;</al><al><vet>besluit vast te stellen:</vet></al><al><vet>Fietsregeling Rotterdam 2014</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><al>a. belanghebbende: ambtenaar met een aanstelling bij de gemeente</al><al>Rotterdam:</al><al>- in vaste dienst; of</al><al>- in tijdelijke dienst voor een proeftijd;</al><al>- in tijdelijke dienst, omdat door omstandigheden binnen de dienst is te</al><al>voorzien dat de desbetreffende functie slechts gedurende</al><al>beperkte tijd zal worden vervuld, op voorwaarde dat het</al><al>dienstverband op het moment dat het gebruik van de Fietsregeling</al><al>aanvangt nog ten minste 12 maanden zal voortduren;</al><al>b. fietsaccessoires: met de fiets samenhangende zaken;</al><al>c. verzekering: verzekering tegen vernieling of diefstal van de fiets;</al><al>d. nationale fietsbonnen: via Nationale Fiets Projecten (NFP) aan te</al><al>schaffen waardebonnen voor de aanschaf van fietsaccessoires en het</al><al>betalen van onderhoud en eventuele reparaties;</al><al>e. fietspakket: fiets, eventueel in combinatie met een fietsverzekering,</al><al>fietsaccessoires en nationale fietsbonnen;</al><al>f. fietsbijdrage: vergoeding door de werkgever ter zake van de aanschaf</al><al>van een fietspakket;</al><al>g. fietsverklaring: verklaring, bedoeld in artikel 2, eerste lid;</al><al>h. fietsovereenkomst: overeenkomst, bedoeld in artikel 2, derde lid;</al><al>i. verlof: aanspraak op vakantie op grond van artikel 42 van het</al><al>Ambtenarenreglement of artikel 18, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit salaris, vergoedingen, toelagen en uitkeringen 2016;</al><al>j. uurloon: 1/156e deel van het maandsalaris bij een volledig dienstverband;</al><al>k. peildatum: 1 januari van het kalenderjaar waarin de fietsovereenkomst</al><al>wordt gesloten;</al><al>l. werkgever: concerndirecteur die de leiding heeft over het organisatieonderdeel</al><al>waarbij de belanghebbende werkzaam is;</al><al>m. elektrische fiets: fiets met elektrische trapondersteuning;</al><al>n. Nationale FietsLease Plan: leasen van een elektrische fiets bij NFP via</al><al>het principe ‘Full Operational Lease’.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Voorwaarden deelname</titel></kop><al>1. De belanghebbende die een nieuwe fiets koopt of een elektrische fiets</al><al>least voor het woon-werkverkeer, kan in aanmerking komen voor een</al><al>belastingvrije bijdrage, indien hij schriftelijk verklaart dat hij gedurende</al><al>ten minste drie kalenderjaren op meer dan de helft van het aantal</al><al>dagen waarop hij in het kader van het woon-werkverkeer pleegt te</al><al>reizen, van deze fiets gebruik maakt.</al><al>2. De fietsbijdrage kan slechts worden verstrekt wanneer de</al><al>belanghebbende in het kalenderjaar waarin de aanvraag heeft</al><al>plaatsgevonden of het Nationale FietsLease Plan is gestart en de twee</al><al>voorafgaande kalenderjaren geen fietsbijdrage heeft ontvangen, dan</al><al>wel een fiets ter beschikking gesteld of verstrekt heeft gekregen, en een</al><al>mogelijk daarbij overeengekomen ruil van arbeidsvoorwaarden is</al><al>voltooid.</al><al>3. De fietsbijdrage wordt verstrekt op grond van een schriftelijke</al><al>overeenkomst tussen de belanghebbende en de werkgever.</al><al>4. De belanghebbende is zelf verantwoordelijk voor de juistheid van de</al><al>fietsverklaring.</al><al>5. Belanghebbenden voor wie loonbeslag van toepassing is, komen niet</al><al>voor een fietsbijdrage in aanmerking.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Mogelijkheden bij aanschaf fiets</titel></kop><al>De belanghebbende heeft de mogelijkheid om op een van drie manieren</al><al>een fiets aan te schaffen:</al><al>a. de belanghebbende stelt bij de rijwielhandelaar een fietspakket samen,</al><al>waarna dit fietspakket door de werkgever, via Nationale Fiets Projecten,</al><al>wordt aangeschaft;</al><al>b. de belanghebbende stelt bij de rijwielhandelaar een fietspakket samen</al><al>en betaalt de factuur voor dit fietspakket rechtstreeks aan de</al><al>rijwielhandelaar;</al><al>c. de belanghebbende</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Nationale FietsLease Plan</titel></kop><al>De belanghebbende heeft de mogelijkheid om een elektrische fiets via het</al><al>Nationale FietsLease Plan te leasen. Daarbij zoekt de belanghebbende bij</al><al>de rijwielhandelaar een elektrische fiets uit, waarna deze elektrische fiets</al><al>door de werkgever via het Nationale FietsLease Plan wordt besteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Aanschaf door werkgever</titel></kop><al>1. Indien de belanghebbende gebruik maakt van de in artikel 3, onderdeel</al><al>a of c, genoemde mogelijkheid, wordt de fietsbijdrage aangevraagd</al><al>door het indienen van de volgende door de belanghebbende ingevulde</al><al>en ondertekende documenten:</al><al>a. NFP Fietskaart;</al><al>b. fietsovereenkomst, met daarin de fietsverklaring.</al><al>2. De werkgever draagt de economische en juridische eigendom na</al><al>aanschaf van de fiets onmiddellijk over aan de belanghebbende.</al><al>3. Indien de belanghebbende gebruik maakt van de in artikel 3, onderdeel</al><al>a, genoemde mogelijkheid en de aanschafwaarde van de fiets hoger is</al><al>dan € 749,-, wordt het verschil door de belanghebbende netto in de</al><al>winkel afgerekend met de uitleverende rijwielhandelaar.</al><al>4. Indien de belanghebbende gebruik maakt van de in artikel 3, onderdeel</al><al>c, genoemde mogelijkheid en de aanschafwaarde van de fiets hoger is</al><al>dan € 749,-, wordt het verschil door de belanghebbende netto</al><al>afgerekend met NFP of: door middel van een automatisch incasso.</al><al>5. Indien de aanschafwaarde van de fietsaccessoires hoger is dan € 240,-,</al><al>wordt het verschil door de belanghebbende netto in de winkel</al><al>afgerekend met de uitleverende rijwielhandelaar.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Leasen via het Nationale FietsLease Plan</titel></kop><al>Indien de belanghebbende gebruik maakt van de in artikel 4 genoemde</al><al>mogelijkheid, wordt de fietsbijdrage aangevraagd door het indienen van</al><al>een leasefietsbestelling via de online bestelmodule van de Gemeente</al><al>Rotterdam op www.nationalefietsprojecten.nl. De belanghebbende dient</al><al>de volgende documenten online in:</al><al>a. NFP Fietskaart;</al><al>b. fietsovereenkomst, met daarin de fietsverklaring.</al><al>2. Indien de belanghebbende gebruik maakt van de in artikel 4 genoemde</al><al>mogelijkheid en de aanschafwaarde van de fiets hoger is dan € 749,-,</al><al>wordt het bedrag boven de € 749,- door de belanghebbende netto en</al><al>gedurende een vooraf gekozen leasetermijn (de leasetermijn bedraagt</al><al>36, 48 of 60 maanden), maandelijks middels een automatische incasso</al><al>aan NFP betaald.</al><al>3. Voor aflevering van de leasefiets betaalt belanghebbende een borgsom</al><al>van 10% van de aanschafwaarde van de fiets. Wanneer de leasetermijn</al><al>is verstreken, kan de belanghebbende de fiets voor een nader te</al><al>bepalen bedrag overnemen. Gedurende de leasetermijn is</al><al>belanghebbende geen eigenaar van de fiets.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Betaling fietsbijdrage aan werknemer</titel></kop><al/><al>Indien de belanghebbende gebruik maakt van de in artikel 3, onderdeel</al><al>b, genoemde mogelijkheid, wordt de fietsbijdrage aangevraagd door het</al><al>indienen van de door de belanghebbende ingevulde en ondertekende</al><al>fietsovereenkomst, met daarin de fietsverklaring.</al><al>2. De in het eerste lid genoemde fietsovereenkomst gaat vergezeld van de</al><al>volgende bijlagen:</al><al>a. de originele op naam gestelde factuur voor de levering van de fiets</al><al>en, indien van toepassing, de fietsverzekering en/of accessoires;</al><al>b. indien bij een rijwielhandelaar een verzekering wordt gesloten, een</al><al>kopie van de polis van deze verzekering;</al><al>c. een bewijs of de bewijzen van betaling.</al><al>3. De fietsbijdrage wordt door de werkgever tegelijk met het salaris aan de</al><al>belanghebbende uitbetaald, uiterlijk in de kalendermaand na het</al><al>inleveren van de fietsovereenkomst.</al><al>4. De factuur, het bewijs van betaling en de polis van de verzekering</al><al>mogen ten tijde van de aanvraag van de fietsbijdrage niet ouder zijn</al><al>dan 30 dagen. Indien deze termijn van 30 dagen wordt overschreden,</al><al>wordt geen fietsbijdrage toegekend.</al><al>5. Voor de fietsbijdrage wordt voor de aanschafwaarde van de fiets een</al><al>maximum gehanteerd van € 749,- en voor de aanschafwaarde van de</al><al>fietsaccessoires een maximum van € 240,-.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Tegenprestatie belanghebbende</titel></kop><al>In de fietsovereenkomst gaat de belanghebbende akkoord met:</al><al>a. verlaging van de bruto vakantietoeslag of de bruto eindejaarsuitkering</al><al>gedurende maximaal 3 jaar; of</al><al>b. gelijkmatige verlaging van het brutosalaris met ten hoogste 30%</al><al>gedurende minimaal 12 en maximaal 36 maanden; of</al><al>c. een jaarlijkse verlaging van de aanspraak op vakantieverlof over</al><al>maximaal 3 jaar.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Bedrag fietsbijdrage</titel></kop><al>De totale waarde van de verlaging van de bruto vakantietoeslag, de</al><al>bruto eindejaarsuitkering, het brutosalaris of de brutowaarde van de</al><al>verlaging van het vakantieverlof is gelijk aan de fietsbijdrage.</al><al>2. De fietsbijdrage is niet hoger dan de som van de bedragen, genoemd in</al><al>artikel 5, derde, respectievelijk vierde lid, artikel 5, vijfde lid, en artikel 6,</al><al>tweede lid, van deze regeling, eventueel vermeerderd met de kosten</al><al>van een verzekering en bestelde nationale fietsbonnen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verlaging bruto vakantietoeslag of eindejaarsuitkering,dan wel brutosalaris</titel><subtitel/></kop><al>Indien de vakantietoeslag of de eindejaarsuitkering in het kader van deze</al><al>regeling wordt verlaagd, vindt deze verlaging plaats op het moment van</al><al>uitbetalen van de vakantietoeslag, respectievelijk de eindejaarsuitkering.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inzetten vakantieverlof</titel></kop><al>1. De belanghebbende kan een aanvraag indienen om zijn jaarlijkse</al><al>aanspraak op vakantie over maximaal drie jaar te verlagen, met dien</al><al>verstande dat na deze verlaging van de jaarlijkse aanspraak minimaal</al><al>144 uren dienen te resteren. Voor de belanghebbende die een</al><al>deeltijd dienstverband vervult, geldt deze bepaling naar evenredigheid.</al><al>2. De waarde van het verlof wordt berekend op basis van het uurloon van</al><al>de belanghebbende op de peildatum.</al><al>3. Eventuele aanpassingen van het salaris met terugwerkende kracht tot</al><al>en met een datum gelegen vóór de peildatum leiden niet tot een</al><al>herberekening van de waarde van het verlof.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Beëindiging fietsovereenkomst</titel></kop><al/><al>De fietsovereenkomst eindigt:</al><al>a. door het verstrijken van de looptijd van de overeenkomst;</al><al>b. door het geheel of ten dele verkopen, verpanden of anderszins in</al><al>zekerheid geven van de fiets door de belanghebbende;</al><al>c. bij beëindiging van het dienstverband met de gemeente Rotterdam.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Gevolgen beëindiging fietsovereenkomst</titel></kop><al/><al>Bij beëindiging van de fietsovereenkomst op grond van artikel 12,</al><al>onderdeel b of c, wordt het nog niet met de belanghebbende</al><al>verrekende gedeelte van de fietsbijdrage verrekend op de in het tweede</al><al>en het derde lid geregelde wijze.</al><al>2. Indien gebruik is gemaakt van de mogelijkheid bedoeld in artikel 8,</al><al>onder c, om de aanspraak op verlof te verlagen, worden slechts de</al><al>verlofuren welke een belanghebbende op het moment van beëindiging</al><al>van de fietsovereenkomst over het betreffende jaar heeft opgebouwd,</al><al>maar nog niet heeft opgenomen, aangewend voor een vergoeding.</al><al/></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>