<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR340479_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dalfsen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dalfsen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-64806.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26vrt%3ddalfsen%26zkd%3dInDeGeheleText%26dpr%3dAlle%26spd%3d20141114%26epd%3d20141114%26sdt%3dDatumPublicatie%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=7&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad, 13-11-2014, nr. 64806</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147">Gemeentewet, artikel 147, eerste lid;</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=6">Participatiewet, artikel 6, tweede lid</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">Gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-09-30</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>03-09-2014, nummer 240</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Dalfsen];</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 september 2014
                        nummer 240 </al><al>gelet op artikel 6, tweede lid, van de Participatiewet;</al><al>besluit </al><al>vast te stellen de Verordening loonkostensubsidie Participatiewet Dalfsen
                        2015</al><al/><al><vet>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet Dalfsen 2015</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in
                                    artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet;</al></li><li nr="b."><al>die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk
                                    minimumloon te verdienen, en</al></li><li nr="c."><al>die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De externe organisatie, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
                            of een andere aangewezen
                            organisatie,adviseert het college met
                            betrekking tot het oordeel of een persoon behoort tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie. De externe organisatie neemt daarbij de in het
                            tweede lid neergelegde criteria in acht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Vaststelling loonwaarde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college gebruikt de in de bijlage omschreven wijze om de loonwaarde
                            van een persoon vast te stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De externe organisatie het Uitvoeringsinstituut
                            werknemersverzekeringen, een andere externe organisatie of een
                            eigen deskundige adviseert het college met betrekking tot de
                            vaststelling van de loonwaarde van een persoon. Men neemt daarbij de in
                            de bijlage omschreven methode in acht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening loonkostensubsidie
                            Participatiewet Dalfsen (1-1-2015)</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Dalfsen in zijn (openbare)
                        vergadering van 20 oktober 2014.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter, de griffier, </ondertekening><ondertekening>drs. H.C.P. Noten J. Leegwater Msc</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage bij artikel 2 - wijze waarop loonwaarde wordt vastgesteld</titel></kop><al>Het college maakt gebruik van loonwaardemethodiek, die door het werkbedrijf
                    wordt toegepast, om de loonwaarde van een persoon te bepalen. Hierna wordt de
                    werkwijze van deze methode omschreven.</al><al>Het UWV bepaalt de loonwaarde als iemand aan 2 criteria voldoet:</al><lijst><li nr="1"><al>De persoon behoort tot de doelgroep.</al></li><li nr="2"><al>Er is een werkgever die werk tegen een bepaald cao salaris
                            aanbiedt.</al></li></lijst><al>(de loonwaarde wordt altijd individueel vastgesteld)</al><al>De loonwaarde wordt bepaald aan de hand van het inkomen dat ter beschikking
                    wordt gesteld op basis van de cao van de werkgever, afgezet tegen de
                    prestatiemogelijkheid van de klant om een arbeidsprestatie te leveren.</al><al>De loonkostensubsidie bedraagt maximaal 70% van het wettelijk minimum loon voor
                    de werkgever voor het verschil tussen de loonwaarde en het wettelijk minimum
                    loon. </al></bijlage><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label></kop><divisie><kop><label>Algemeen</label></kop><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 6, tweede lid, van de
                        Participatiewet. Overeenkomstig deze bepaling dient de gemeenteraad bij
                        verordening regels vast te stellen over de doelgroep loonkostensubsidie en
                        de loonwaarde. De regels dienen in ieder geval te bepalen:</al><lijst><li nr="·"><al>De wijze waarop wordt vastgesteld wie tot de doelgroep
                                loonkostensubsidie behoort, en</al></li><li nr="·"><al>De wijze waarop de loonwaarde wordt vastgesteld.</al></li></lijst><al>Het college kan op verzoek of ambtshalve vaststellen wie tot de doelgroep
                        loonkostensubsidie behoort (artikel 10c van de Participatiewet). Personen
                        zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet
                        die mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben en van wie is vastgesteld
                        dat zij met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het
                        wettelijk minimumloon, behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie (artikel
                        6, eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet).</al><al>Heeft het college vastgesteld dat een persoon behoort tot de doelgroep
                        loonkostensubsidie en is een werkgever voornemens met die persoon een
                        dienstbetrekking aan te gaan, dan stelt het college in beginsel de
                        loonwaarde van die persoon vast (artikel 10d, eerste lid, van de
                        Participatiewet). Hiervoor is geen aanvraag vereist. De vastgestelde
                        loonwaarde legt het college vast in een beschikking waartegen zowel de
                        betrokken persoon als diens (potentiële) werkgever bezwaar en beroep kunnen
                        instellen. </al><al>De loonwaarde is een vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon
                        voor de door een persoon - die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie -
                        verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie
                        in die functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding
                        en ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort . (artikel
                        6, eerste lid, onderdeel g, van de Participatiewet)</al><al>In deze verordening gaat het om een andere vorm van loonkostensubsidie dan
                        de vorm van loonkostensubsidie zoals omschreven in de
                        re-integratieverordening Dalfsen 2015. De loonkostensubsidie zoals
                        beschreven in deze verordening kan uitsluitend worden ingezet als de persoon
                        in kwestie behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, als bedoeld in
                        artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet: mensen met een
                        arbeidsbeperking. Deze nieuwe vorm van loonkostensubsidie is niet per
                        definitie tijdelijk, maar kan indien nodig voor een langere periode worden
                        ingezet. Met dit instrument compenseert de gemeente werkgevers voor de
                        verminderde productiviteit van de werknemer (zie Kamerstukken II 2013/14, 33
                        161, nr. 107, blz. 60).</al><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet
                        bestuursrecht (hierna: Awb) of de Gemeentewet zijn vanzelfsprekend ook van
                        toepassing op deze verordening. Hiervan zijn in deze verordening daarom geen
                        begripsomschrijvingen opgenomen. Voor de duidelijkheid zijn een aantal
                        belangrijke wettelijke definities hieronder weergegeven.</al><lijst><li nr="·"><al>Doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6, eerste lid, onderdeel e,
                                Participatiewet): personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                                onderdeel a, van wie is vastgesteld dat zij met voltijdse arbeid
                                niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimumloon,
                                doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben.</al></li><li nr="·"><al>Loonwaarde (artikel 6, eerste lid, onderdeel g, Participatiewet):
                                vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon voor de door
                                een persoon, die tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort,
                                verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de
                                arbeidsprestatie in die functie van een gemiddelde werknemer met een
                                soortgelijke opleiding en ervaring, die niet tot de doelgroep
                                loonkostensubsidie behoort.</al></li><li nr="·"><al>Dienstbetrekking (artikel 6, eerste lid, onderdeel f
                                Participatiewet): een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke
                                dienstbetrekking. </al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikelsgewijze toelichting</label></kop><al>Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven worden hieronder
                        behandeld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort</titel></kop><al>In artikel 10c van de Participatiewet is geregeld wanneer wordt vastgesteld
                        of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort: op schriftelijke
                        aanvraag of ambtshalve. Ambtshalve vaststelling is alleen mogelijk bij:</al><lijst><li nr="·"><al>Personen die algemene bijstand ontvangen.</al></li><li nr="·"><al>Personen als bedoeld in artikel 34a, vijfde lid, onderdelen b en c,
                                van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: WIA),
                                artikel 35, vierde lid onderdelen b en c, van de WIA en artikel 36,
                                derde lid, onderdelen b en c, van de WIA tot het moment dat het
                                inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten
                                jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die
                                persoon in die twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in
                                artikel 10d van de Participatiewet is verleend.</al></li><li nr="·"><al>Personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                                Participatiewet.</al></li><li nr="·"><al>Personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                                oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers,
                                en</al></li><li nr="·"><al>Personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                                oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
                                zelfstandigen.</al></li></lijst><al>In artikel 10c van de Participatiewet is ook bepaald dat het aan college is
                        om vast te stellen of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie
                        behoort. Binnen de kaders van de wet is het aan de gemeente om vast te
                        stellen op welke wijze zij bepalen of mensen tot de doelgroep
                        loonkostensubsidie behoren en of loonkostensubsidie voor hen wordt ingezet
                        (zie Kamerstukken II 2013/14, 33 161, nr. 107, blz. 62). In artikel 1,
                        tweede lid, is vastgelegd welke criteria daarbij in acht genomen worden.
                        Deze cumulatieve criteria zijn ontleend aan artikel 6, eerste lid, onderdeel
                        e, van de Participatiewet. Daarin is immers wettelijk de doelgroep
                        loonkostensubsidie vastgelegd.</al><al>Bij de vaststelling op iemand behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie
                        laat het college zich adviseren door de externe organisatie. Het college
                        draagt personen voor die zouden kunnen behoren tot de doelgroep
                        loonkostensubsidie, de externe organisatie adviseert en neemt daarbij
                        eveneens de in het tweede lid neergelegde criteria in acht. Op basis van het
                        advies beslist het college of iemand tot de doelgroep loonkostensubsidie
                        behoort. Alleen als sprake is van een onzorgvuldige totstandkoming van het
                        advies, kan besloten worden het advies niet te volgen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Vaststelling loonwaarde</titel></kop><al>In artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet is bepaald dat als een
                        persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie en een werkgever
                        voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met die persoon, het college
                        de loonwaarde van die persoon vaststelt. Hiervoor is geen aanvraag vereist.
                        De externe organisatieadviseert het college met betrekking tot de
                        vaststelling van de loonwaarde van een persoon (artikel 2, tweede lid, van
                        deze verordening). De vastgestelde loonwaarde legt het college vast in een
                        beschikking waartegen zowel de betrokken persoon als diens (potentiële)
                        werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen. </al><al>In de bijlage bij artikel 2 wordt de methode die het college gebruikt om de
                        loonwaarde van die persoon te bepalen omschreven. </al><al>Als een dienstbetrekking tot stand komt, verleent het college
                        loonkostensubsidie aan de werkgever met inachtneming van artikel 10d van de
                        Participatiewet.</al></divisie></nota-toelichting><bijlage><kop><label>Inhoudsopgave</label></kop><al>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet Dalfsen 2015 </al><al>Artikel 1. Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie
                                behoort </al><al>Artikel 2. Vaststelling loonwaarde </al><al>Artikel 3. Inwerkingtreding en citeertitel </al><al/><al>Bijlage bij artikel 2 - wijze waarop loonwaarde wordt vastgesteld
                        </al><al>Toelichting </al><al>Algemeen </al><al>Artikelsgewijze toelichting </al><al>Artikel 1. </al><al>Artikel 2. </al></bijlage></regeling></body></cvdr>