<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR340387_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening afvalwaterverwerking 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Westland</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Westland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch Gemeenteblad, 04-11-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening afvalwaterverwerking 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-09-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-11-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-05-12</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Artikel 13 bevat overgangsrecht.</al><al>Artikel 16 bevat een hardheidsclausule.</al><al>Artikel 15 bevat een strafbepaling.</al><al>De verordening afvalwaterverwerking 2011 wordt ingetrokken.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening afvalwaterverwerking 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a. "><al><vet>Aansluitleiding:</vet></al><al>het particulier riool, het aansluitpunt en de
                                    perceelaansluitleiding samen;</al></li><li nr="b. "><al><vet>Aansluitpunt:</vet></al><lijst><li nr="1."><al>locatie waarop het particulier riool wordt aangesloten
                                            op het openbaar riool, vastgesteld: </al><lijst><li nr="a."><al>bij gemengde en gescheiden rioolstelsels: het
                                                  punt gelegen in het openbaar gebied waar de
                                                  perceelaansluitleiding op de openbare riolering
                                                  wordt aangesloten (met behulp van een opzetstuk)
                                                  (zie voor grafische weergave bijlage 2); </al></li><li nr="b."><al> bij een drukriool/vacuümriool: het punt waar
                                                  het particulier riool wordt aangesloten op de
                                                  pompput/ vacuümput (zie voor grafische weergave
                                                  bijlage 2); </al></li><li nr="c."><al> bij overige voorzieningen voor het doelmatig
                                                  verzamelen en verwerken van afvalwater in eigendom
                                                  van de gemeente, zoals systemen voor de
                                                  individuele behandeling van afvalwater (IBA): het
                                                  punt waar het particulier riool wordt aangesloten
                                                  op deze voorziening;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>locatie waarop het particulier riool wordt aangesloten
                                            op het CAD-systeem(zie voor grafische weergave bijlage
                                            2);</al></li></lijst></li><li nr="c. "><al><vet>Bedrijfsafvalwater</vet>: </al><al>afvalwater dat vrijkomt bij door de mens bedrijfsmatig of in een
                                    omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid,
                                    dat geen huishoudelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater of
                                    grondwater is;</al></li><li nr="d. "><al><vet>Bronneringswater:</vet></al><al>grondwater, onttrokken ten behoeve van tijdelijke verlaging van
                                    de grondwaterstand;</al></li><li nr="e. "><al><vet>C.A.D.:</vet></al><al>centrale afvoer drainagewater; Particulier stelsel van
                                    rioolleidingen in het buitengebied indirect in beheer bij de
                                    gemeente;</al></li><li nr="f. "><al><vet>Drainagewater:</vet></al><al>water dat wordt afgevoerd via een stelsel van geperforeerde
                                    buizen die in de grond zijn aangebracht;</al></li><li nr="g. "><al><vet>Drukriool:</vet></al><al>het openbaar riool, voor de afvoer van afvalwater, exclusief
                                    hemelwater, waarbij het transport door het riool plaatsvindt
                                    door middel van met pompinstallaties veroorzaakte druk;</al></li><li nr="h. "><al><vet>First flush (bij een regenbui):</vet></al><al>De eerste millimeters hemelwater die afstromen van verhard
                                    oppervlak, welke meer verontreiniging bevat dan het later
                                    tijdens dezelfde bui instromende water;</al></li><li nr="i. "><al><vet>Gemengd stelsel:</vet></al><al>het openbaar riool voor de afvoer van afvalwater, inclusief
                                    schoon hemelwater;</al></li><li nr="j. "><al><vet>Gescheiden stelsel:</vet></al><al>het openbaar riool met een buizenstelsel voor de afvoer van
                                    hemelwater en drainagewater (HWA) en een buizenstelsel voor de
                                    afvoer van het overige (huishoudelijk en industrieel) afvalwater
                                    (DWA), niet gekoppelde buizenstelsels. Eventueel aangevuld met
                                    een afkoppelstelsel (SHWA). </al><al>Het HWA-stelsel loost via een zuiveringsvoorziening op het
                                    oppervlaktewater. Het DWA-stelsel loost op een gemaal. Daarnaast
                                    kan er nog een schoonhemelwaterstelsel zijn (SHWA), dat direct
                                    op oppervlaktewater loost;</al></li><li nr="k. "><al><vet>Hemelwater:</vet></al><al>verzamelnaam voor water dat uit de hemel valt zoals regen,
                                    sneeuw en hagel;</al></li><li nr="l. "><al><vet>Huishoudelijk afvalwater:</vet></al><al>afvalwater dat overwegend afkomstig is van menselijke
                                    stofwisseling en huishoudelijke werkzaamheden;</al></li><li nr="m. "><al><vet>IBA(-systeem):</vet></al><al>systeem voor de Individuele Behandeling van Afvalwater.
                                    particulier of openbaar systeem voor inzameling en verwerking
                                    van huishoudelijk afvalwater;</al></li><li nr="n. "><al><vet>Openbaar riool:</vet></al><al>het gedeelte van de riolering dat, bij de gemeente in eigendom
                                    en beheer is, voor inzameling en transport van afvalwater, met
                                    inbegrip van de daartoe behorende rioolgemalen, pers- en
                                    vacuümleidingen en werken en installaties van overeenkomstige
                                    aard, met uitzondering van de perceelaansluitleidingen; Onder de
                                    gemeentelijke riolering vallen tevens de voor de openbare dienst
                                    bestemde overige voorzieningen in eigendom van de gemeente voor
                                    het doelmatig inzamelen en verwerken van afvalwater, zoals
                                    systemen voor de individuele behandeling van afvalwater;</al></li><li nr="o. "><al><vet>Particulier riool:</vet></al><lijst><li nr="1."><al>de binnen de kadastrale eigendomsgrenzen van het aan te
                                            sluiten perceel gelegen binnen-, buiten-, drainage- of
                                            terreinrioolleidingen tot de perceelaansluitleiding;
                                        </al></li><li nr="2."><al> CAD-systeem: particulier riool, met afvalwater van
                                            meerdere (gezamenlijke glastuinbouw)percelen;</al></li></lijst></li><li nr="p. "><al><vet>Perceelaansluitleiding:</vet></al><al>het riool en voorzieningen die deel uitmaken van dit riool,
                                    tussen het openbaar riool (het aansluitpunt inclusief opzetstuk)
                                    en het particulier riool, is in beheer en eigendom bij de
                                    particulier;</al></li><li nr="q. "><al><vet>Rechthebbende:</vet></al><lijst><li nr="1."><al>de eigenaar of zakelijk gerechtigde van het perceel ten
                                            behoeve waarvan de aansluiting op het openbaar riool
                                            wordt gerealiseerd en in stand gehouden; </al></li><li nr="2."><al> de rechtverkrijgende onder algemene of bijzondere titel
                                            van de onder 1 bedoelde personen;</al></li></lijst></li><li nr="r. "><al><vet>Rioolovereenkomst:</vet></al><al>de overeenkomst gesloten tussen de gemeente en rechthebbende van
                                    een perceel over het gebruik van de openbare riolering
                                    (“afvalwaterovereenkomst”);</al></li><li nr="s. "><al><vet>Vacuümriool:</vet></al><al>het openbaar riool, voor de afvoer van afvalwater, exclusief
                                    hemelwater, waarbij het transport door het riool plaatsvindt
                                    vanuit satellietputten door middel van onderdruk, veroorzaakt
                                    door vacuümstations;</al></li><li nr="t. "><al><vet>Verbeterd gescheiden stelsel:</vet></al><al>het openbaar riool met een buizenstelsel voor de afvoer van
                                    hemelwater (HWA) en een buizenstelsel voor de afvoer van het
                                    overige afvalwater (DWA). Er is een verbinding tussen deze
                                    stelsels gemaakt, waardoor de ‘first flush’ van het HWA wel in
                                    het DWA-stelsel terecht komt. (pompovercapaciteit 0,3
                                    mm/uur);</al></li><li nr="u. "><al><vet>Verbeterd gemengd stelsel:</vet></al><al>een rioolstelsel dat bestaat uit een gemengd systeem in
                                    combinatie met een of meerdere interne dan wel externe
                                    vuiluitworp reducerende voorzieningen/technieken;</al></li><li nr="v. "><al><vet>Wijzigen aansluiting:</vet></al><al>het verhogen, verlagen of verleggen van de aansluitleiding of
                                    het aansluitpunt;</al></li><li nr="w. "><al><vet>Zuiveringstechnisch werk:</vet></al><al>werk voor het zuiveren van stedelijk afvalwater, in exploitatie
                                    bij een waterschap of gemeente, dan wel een rechtspersoon die
                                    door het bestuur van een waterschap met de zuivering van
                                    stedelijk afvalwater is belast, met inbegrip van het bij dat
                                    werk behorende werk voor het transport van stedelijk
                                    afvalwater;</al></li><li nr="x. "><al><vet>Zuiveringsvoorziening:</vet></al><al>een werk voor het zuiveren van afvalwater, dat geen
                                    zuiveringstechnisch werk is (bijvoorbeeld: lamellenfilter,
                                    slibvangput).</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II.</nr><titel>De vergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergunningplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is niet toegestaan zonder een daartoe verleende
                                aansluitvergunning een aansluiting van een particulier riool op het
                                openbaar riool of CAD-systeem tot stand te brengen of te
                                wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college verleent alleen een aansluitvergunning voor het tot
                                stand brengen en in stand houden van een aansluiting tussen het
                                openbaar riool en het aansluitpunt:</al><lijst><li nr="a)"><al>voor de afvoer van afvalwater inclusief hemelwater indien
                                        ter plaatse een gemengd stelsel aanwezig is;</al></li><li nr="b)"><al>voor de afvoer van afvalwater zonder hemelwater naar het
                                        daarvoor bedoelde buizenstelsel, indien ter plaatse een
                                        (verbeterd) gescheiden stelsel aanwezig is;</al></li><li nr="c)"><al>voor de afvoer van hemelwater naar het daarvoor bedoelde
                                        buizenstelsel, indien ter plaatse een (verbeterd) gescheiden
                                        stelsel aanwezig is;</al></li><li nr="d)"><al>voor de afvoer van afvalwater vanuit stapelbouw, indien de
                                        vuilwateraansluiting wordt voorzien door de aanvrager van
                                        een rioolput met een diameter van 300 mm, deze put komt in
                                        de plaats van een ontstoppingsstuk;</al></li><li nr="e)"><al>voor de afvoer van afvalwater vanuit glastuinbouwbedrijven,
                                        indien er is voorzien in een (rioolwater)buffertank met een
                                        inhoud voldoende om het proceswater van vier etmalen te
                                        bergen en een systeem voor gestuurd lozen zoals
                                        voorgeschreven door de gemeente. Verder zijn specifieke
                                        voorwaarden per type afvalwater opgenomen in bijlage 1;</al></li><li nr="f)"><al>voor de afvoer van hemelwater van dakoppervlakken naar het
                                        open water;</al></li><li nr="g)"><al>voor de afvoer van afvalwater zonder hemelwater indien ter
                                        plaatse riolering onder overdruk of onderdruk aanwezig is of
                                        een andere voorziening in eigendom van de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college verleent een aansluitvergunning alleen voor het tot
                                stand brengen en in stand houden van een aansluiting tussen het
                                CAD-systeem en het aansluitpunt voor de afvoer van afvalwater vanuit
                                glastuinbouwbedrijven. Verder zijn specifieke voorwaarden per type
                                afvalwater opgenomen in bijlage 3.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien voor meer dan één aansluiting op het openbaar riool een
                                aansluitvergunning wordt aangevraagd, wordt hiervoor één vergunning
                                verleend waarin alle aansluitingen afzonderlijk worden vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergunningvoorschriften kunnen betrekking hebben op:</al><lijst><li nr="a)"><al>het tot stand brengen van de aansluiting;</al></li><li nr="b)"><al>het onderhoud, de renovatie en de vervanging van de
                                        perceelaansluitleiding;</al></li><li nr="c)"><al>sloopwerkzaamheden op het perceel van de rechthebbende;</al></li><li nr="d)"><al>de periode waarvoor de vergunning wordt verleend indien de
                                        aansluiting is bedoeld voor de afvoer van bronneringswater
                                        of indien het een tijdelijke aansluiting betreft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De rechthebbende is in geval van rechtsovergang verplicht om binnen
                                twee weken aan het college schriftelijk mededeling te doen van naam
                                en adres van de rechtsopvolger. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vergunningaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag van een aansluitvergunning wordt schriftelijk, met
                                behulp van een daartoe bestemd formulier, bij het college ingediend
                                door de rechthebbende van het aan te sluiten perceel. Gelijktijdig
                                dient de rechthebbende een verzoek in tot aanleg van de
                                perceelaansluitleiding als bedoeld in artikel 7.1.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag van een aansluitvergunning dienen de volgende
                                gegevens door de rechthebbende te worden verstrekt:</al><lijst><li nr="a)"><al>de naam en het adres van de rechthebbende;</al></li><li nr="b)"><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c)"><al>de aanduiding dat het een verzoek om een aansluitvergunning
                                        betreft;</al></li><li nr="d)"><al>de ligging van het aan te sluiten perceel:</al><lijst><li nr="1."><al>aan de hand van straat en huisnummer of, indien nog
                                                geen huisnummer is toegekend, aan de hand van het
                                                kadastraal nummer van het betreffende perceel;</al></li><li nr="2."><al>aangegeven op een situatieschets 1: 1000 of grotere
                                                schaal;</al></li></lijst></li><li nr="e)"><al>voor zover het lozing van bedrijfsafvalwater betreft: de
                                        aard en de hoeveelheid van de af te voeren vloeistoffen in
                                        m<sup>3</sup> per uur, waarbij dient te worden aangegeven of
                                        niet verontreinigd water, zoals regen of koelwater, en/of
                                        verontreinigd water, zoals huishoudelijk of industrieel
                                        afvalwater, zal worden afgevoerd;</al></li><li nr="f)"><al>indien sprake is van lozing van bedrijfsafvalwater, –indien
                                        van toepassing- een kopie van de aanvraag van de
                                        milieuvergunning of van de melding in het kader van een
                                        Algemene Maatregel van Bestuur;</al></li><li nr="g)"><al>voor zover het enkel lozing van huishoudelijk afvalwater
                                        betreft: of er huishoudelijk afvalwater of hemelwater zal
                                        worden afgevoerd;</al></li><li nr="h)"><al>van het aan te sluiten of te wijzigen particulier riool ten
                                        minste de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="1."><al>het leidingverloop en de dimensionering;</al></li><li nr="2."><al>de hoogteligging en het materiaal ter plaatse van
                                                het aansluitpunt;</al></li><li nr="3."><al>een duidelijk verschil in kleur of symbolen tussen
                                                de droogweer en hemelwaterafvoerleidingen
                                                (droogweerafvoer bruin, hemelwaterafvoer
                                                grijs);</al></li><li nr="4."><al>de wijze waarop de functies van de verschillende
                                                leidingen van het particulier riool ter plaatse van
                                                de aansluiting op de perceelaansluitleiding zullen
                                                worden gemarkeerd.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de gegevens bedoeld in het tweede lid, reeds zijn vastgelegd
                                in de voor het perceel afgegeven omgevingsvergunning voor de
                                activiteit bouwen, als bedoeld in art 2.1a Wet algemene bepalingen
                                omgevingsrecht (Wabo), kan bij de aanvraag van een
                                aansluitvergunning voor dit perceel worden volstaan met het
                                overleggen van een kopie van de gegevens uit deze vergunning.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De aanvraag van een aansluitvergunning wordt slechts in behandeling
                                genomen nadat bij de aanvraag alle in het tweede lid vermelde
                                gegevens zijn verstrekt. Bij het ontbreken van gegevens wordt de
                                rechthebbende daarover geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld
                                deze gegevens binnen vier weken na kennisgeving daarvan alsnog aan
                                te vullen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Weigering van een aansluitvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aansluitvergunning kan slechts worden geweigerd indien
                                aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool of het
                                CAD-systeem of wijziging van die aansluiting vanwege technische,
                                juridische of milieuhygiënische redenen bezwaarlijk is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool of het
                                CAD-systeem of wijziging van die aansluiting is in ieder geval
                                bezwaarlijk indien:</al><lijst><li nr="a)"><al>de hoogteligging van de overgang van het particulier riool
                                        op de perceelaansluitleiding lager ligt dan de bovenzijde
                                        van het openbaar riool of het CAD-systeem, vermeerderd met
                                        200 mm plus de benodigde hoogte voor het afschot van de
                                        aansluitleiding;</al></li><li nr="b)"><al>de bovenzijde van een lozingtoestel lager is gelegen dan 150
                                        mm boven de kruin van de straat, tenzij deze via een
                                        pompinstallatie voorzien van terugslagklep wordt
                                        aangesloten;</al></li><li nr="c)"><al>de gevraagde aansluiting een samengevoegde voorziening
                                        betreft, terwijl een gescheiden openbaar riool aanwezig
                                        is;</al></li><li nr="d)"><al>de gevraagde aansluiting een lozing voor afvalwater en/of
                                        bronneringswater betreft, waarvoor krachtens de geldende
                                        milieuwetgeving een vergunning benodigd is, maar niet is
                                        verleend, of niet aan de geldende algemene regels is
                                        voldaan;</al></li><li nr="e)"><al>het openbaar riool of het CAD-systeem ter plaatse van de
                                        aansluitleiding niet over voldoende capaciteit beschikt om
                                        de hoeveelheid te lozen vloeistoffen te kunnen
                                        afvoeren;</al></li><li nr="f)"><al>de gevraagde aansluiting een afvoerleiding voor niet
                                        verontreinigd bronneringswater betreft, die zonder bezwaar
                                        op het oppervlaktewater kan worden aangesloten of door
                                        middel van een retourbemaling kan worden afgevoerd;</al></li><li nr="g)"><al>een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen voor het
                                        aan te sluiten perceel is geweigerd;</al></li><li nr="h)"><al>het afvalwater dat naar het drukriool wordt afgevoerd ook
                                        hemelwater bevat;</al></li><li nr="i)"><al>de aanvraag betrekking heeft op niet verontreinigd
                                        drainagewater.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een weigering van een aansluitvergunning is met redenen omkleed,
                                waarbij het college tenminste aangeeft waaraan het particulier riool
                                dient te voldoen om voor vergunningverlening in aanmerking te
                                komen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de aansluitvergunning is geweigerd, wordt een aansluiting
                                gezien als onrechtmatig en indien noodzakelijk op kosten van de
                                aansluiter verwijderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verlening van de aansluitvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college besluit binnen acht weken na ontvangst op de
                                aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid houdt het college de beslissing
                                omtrent een aanvraag van een aansluitvergunning aan indien er geen
                                reden is de vergunning te weigeren, terwijl voor het aan te sluiten
                                perceel nog een aanvraag moet worden gedaan voor een
                                omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen of deze in behandeling
                                is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Rechthebbende wordt zo spoedig mogelijk van een aanhouding op de
                                hoogte gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tweede lid van toepassing is, besluit het college binnen
                                acht weken na dagtekening van de omgevingsvergunning voor de
                                activiteit bouwen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Bedrijfsafvalwater</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bedrijfsafvalwater wordt slechts in een openbaar riool gebracht,
                                indien door de samenstelling, eigenschappen of hoeveelheid
                                ervan:</al><lijst><li nr="a)"><al>de doelmatige werking van een openbaar riool, een door een
                                        bestuursorgaan beheert zuiveringstechnisch werk, de bij een
                                        zodanig openbaar riool of zuiveringstechnisch werk behorende
                                        apparatuur niet wordt belemmerd;</al></li><li nr="b)"><al>de verwerking niet wordt belemmerd door slib, verwijderd uit
                                        een openbaar riool of een door een bestuursorgaan beheerd
                                        zuiveringstechnisch werk;</al></li><li nr="c)"><al>de nadelige gevolgen voor de kwaliteit van het
                                        oppervlaktewater zoveel mogelijk worden beperkt.</al></li><li nr="d)"><al>De maximale hoeveelheid bedrijfsafvalwater die in het
                                        openbaar riool gebracht mag worden, bedraagt 0,5
                                        m<sup>3</sup>/uur/ha.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan nadere regels stellen met betrekking tot de
                                samenstelling, eigenschappen en/of hoeveelheid van afvalwater dat in
                                een openbaar riool wordt gebracht met het oog op de doelmatige
                                werking, bedoeld in het eerste lid, onder a, de verwerking, bedoeld
                                in het eerste lid, onder b en de kwaliteit van het oppervlaktewater,
                                bedoeld in het eerste lid, onder c.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bedrijfsafvalwater wordt slechts in een CAD-systeem gebracht, indien
                                door de samenstelling, eigenschappen of hoeveelheid ervan:</al><lijst><li nr="a)"><al>de doelmatige werking van het CAD-systeem of een openbaar
                                        riool, een door een (bestuurs)orgaan beheert
                                        zuiveringstechnisch werk, de bij een zodanig openbaar riool
                                        of zuiveringstechnisch werk behorende apparatuur niet wordt
                                        belemmerd;</al></li><li nr="b)"><al>de verwerking niet wordt belemmerd door slib, verwijderd uit
                                        een openbaar riool of een door een (bestuurs)orgaan beheerd
                                        zuiveringstechnisch werk;</al></li><li nr="c)"><al>de nadelige gevolgen voor de kwaliteit van het
                                        oppervlaktewater zoveel mogelijk worden beperkt.</al></li><li nr="d)"><al>aan de voorwaarden genoemd in bijlage 3 van deze verordening
                                        wordt voldaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Met betrekking tot afvalwater dat wordt gebracht in een andere
                                voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, zijn
                                het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Verzoek tot aanleg of wijziging aansluitpunt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gelijktijdig met de indiening van een aanvraag van een
                                aansluitvergunning, als bedoeld in artikel 3 lid 1, verzoekt de
                                rechthebbende de gemeente om aanleg van de aansluiting waarop die
                                vergunning betrekking heeft. Dit geschiedt met behulp van het
                                formulier als bedoeld in artikel 3 lid 1.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende aan wie ingevolge afdeling II een
                                aansluitvergunning is verleend, kan de gemeente verzoeken de
                                wijziging van de aansluiting waarop die vergunning betrekking heeft
                                uit te voeren. De rechthebbende dient een daartoe strekkend
                                schriftelijk verzoek in te dienen bij het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verzoek tot aanleg of wijziging van de aansluiting dienen in
                                ieder geval de volgende gegevens door de rechthebbende te worden
                                vermeld:</al><lijst><li nr="a)"><al>de naam en het woonadres van de rechthebbende;</al></li><li nr="b"><al>het nummer van de aansluitvergunning;</al></li><li nr="c"><al>de door rechthebbende gewenste datum van uitvoering.</al></li></lijst><al>Het verzoek tot aansluiting wordt slechts in behandeling genomen
                                indien deze gegevens volledig zijn vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de kosten voor de aanleg van de aansluiting reeds zijn
                                voldaan uit hoofde van een eerder door de rechthebbende met de
                                gemeente gesloten rioolovereenkomst, dient de rechthebbende dit
                                naast de in het tweede lid bedoelde gegevens bij het verzoek tot
                                aansluiting te vermelden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na de
                                ontvangst van het verzoek, stelt het college zoveel mogelijk in
                                overleg met rechthebbende een termijn vast voor uitvoering van de
                                aansluiting. Bij vaststelling van het tijdstip van uitvoering wordt
                                zoveel mogelijk rekening gehouden met het door de rechthebbende
                                gewenste tijdstip.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Kosten van de aansluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten voor aanleg van de aansluitleiding komen voor rekening van
                                de aanvrager.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt de leges voor de aanleg van de aansluitleiding
                                vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeente zal niet starten met de feitelijke uitvoering van het
                                aangevraagde voordat:</al><lijst><li nr="a)"><al>de op grond van de legesverordening verschuldigde leges
                                        volledig zijn voldaan;</al></li><li nr="b)"><al>de kosten voor aansluiting en de over die kosten
                                        verschuldigde omzetbelasting door (of namens) de
                                        rechthebbende aan de gemeente zijn voldaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Uitvoering aanleg of wijziging van de
                                perceelaansluitleiding</titel></kop><al>De uitvoering van de aanleg of wijziging van de perceelaansluitleiding,
                            inclusief de aansluiting van de perceelaansluitleiding op het openbaar
                            riool of het CAD-systeem, vindt niet anders dan onder toezicht van de
                            gemeente plaats. De werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd door een
                            door de gemeente gemachtigde uitvoerder.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Onderhoud</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Onderhoud, renovatie en vervanging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het beheer en onderhoud, de renovatie dan wel de vervanging van de
                                perceelaansluitleiding wordt uitgevoerd door en voor rekening van de
                                rechthebbende. De aansluiting van de perceelaansluitleiding op het
                                openbaar riool of het CAD-systeem, vindt niet anders dan onder
                                toezicht van de gemeente plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden het riool op een onjuiste manier te gebruiken. Onder
                                onjuist gebruik wordt in ieder geval begrepen:</al><lijst><li nr="a."><al>het via het particulier riool lozen van stoffen die, vanwege
                                        hun aard en samenstelling, verstoppingen in de
                                        aansluitleiding of het openbaar riool veroorzaken;</al></li><li nr="b."><al>het via particulier riool lozen van stoffen die, door hun
                                        aard of concentratie, de constructie van de aansluitleiding
                                        of het openbaar riool aantasten;</al></li><li nr="c."><al>het via particulier riool lozen van stoffen die, door de
                                        hoeveelheid, de doelmatige werking van de riolering
                                        beïnvloeden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer het verbod zoals vermeld in het tweede lid wordt overtreden,
                                komen de kosten voor rekening van de rechthebbende of veroorzaker.
                                Lozingsvoorschriften voor gebruik van de drukriolering,
                                vacuümriolering en CAD-riolering zijn opgenomen in bijlage 1 en 3
                                van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kosten voor het onderhoud, ontstopping, reparatie of vervanging
                                van het particulier riool komen voor rekening en risico van de
                                rechthebbende, tenzij onomstotelijk vaststaat dat de noodzaak tot
                                onderhoud of herstelis veroorzaakt door inspoeling vanuit het
                                openbaar riool.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onder renovatie wordt tevens begrepen het aanpassen van de
                                perceelaansluitleiding ten gevolge van een wijziging van het
                                gemeentelijk rioolstelsel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Calamiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij een verstopping of een andere storing bij het aansluitpunt meldt
                                de rechthebbende de storing bij de gemeente. Graafwerkzaamheden
                                mogen uitsluitend indien de rechthebbende de gemeente de calamiteit
                                en voornemen om te graven heeft gemeld. De gemeente laat hierop een
                                schouw uitvoeren. De graafwerkzaamheden worden uitgevoerd onder
                                toezicht van de gemeentelijke toezichthouder. Rechthebbende schakelt
                                een gekwalificeerde aannemer in, die de verstopping of andere
                                storing verhelpt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien na de in lid 1 bedoelde schouw blijkt dat er sprake is van
                                een verstopping of storing aan het openbaar riool, dan geeft de
                                gemeente opdracht aan een aannemer voor de noodzakelijke
                                werkzaamheden. De kosten hiervan komen voor rekening van de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien na de in lid 1 bedoelde schouw blijkt dat sprake is van een
                                verstopping of storing in de perceelaansluitleiding of het
                                particulier riool, dient de rechthebbende of gebruiker deze
                                verstopping of storing zelf te verhelpen. De door of namens de
                                gemeente gemaakte kosten worden in rekening gebracht op basis van de
                                werkelijk gemaakte kosten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien bij of na het verrichten van de in lid 3 bedoelde
                                werkzaamheden door de rechthebbende, blijkt dat de kosten van deze
                                werkzaamheden op grond van de aard van de schade (bijvoorbeeld
                                verzakking door verkeersbelasting of wortelingroei van een
                                gemeentelijke boom) voor rekening van de gemeente dienen te komen,
                                dan worden de door de rechthebbende gemaakte kosten voor het
                                verhelpen van de verstopping of andere storing aan de gemeente in
                                rekening gebracht. Dit geldt niet wanneer de perceelaansluitleiding
                                van inferieure kwaliteit is door materiaalkeuzen uit het verleden
                                (bijvoorbeeld gresbuizen).</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Verwijdering aansluiting, sloop</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Zorgplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij sloopwerkzaamheden van of andere werkzaamheden aan een op het
                                openbaar riool of het CAD-systeem aangesloten perceel, moeten door
                                de rechthebbende zodanige voorzieningen aan het particulier riool en
                                de perceelaansluitleiding worden getroffen, bij voorkeur door
                                “afdoppen”, dat verzanding van het openbare riool of het CAD-systeem
                                wordt voorkomen. De perceelaansluitleiding dient tot aan de erfgrens
                                verwijderd te worden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de rechthebbende bij sloopwerkzaamheden niet voldoet aan de
                                in het eerste lid omschreven zorgplicht, heeft de gemeente de
                                bevoegdheid om de aansluiting op het openbaar riool of het
                                CAD-systeem af te sluiten en de hieraan verbonden kosten te verhalen
                                op de rechthebbende.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het gebruik van een perceelaansluitleiding definitief wordt
                                beëindigd, wordt de op de perceelaansluitleiding betrekking hebbende
                                vergunning ingetrokken, waarna de aansluitleiding tot op het
                                openbaar riool of het CAD-systeem op kosten van de rechthebbende
                                door de gemeente wordt verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het gebruik van een perceelaansluitleiding definitief wordt
                                beëindigd is de rechthebbende verplicht de gemeente hiervan in
                                kennis te stellen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvragen tot aansluiting of wijziging van een aansluiting die
                                voor de datum van inwerkingtreding zijn ingediend, vallen onder de
                                bepalingen van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op aansluitingen die op het moment van de inwerkingtreding van deze
                                verordening krachtens de tot dan geldende wetgeving en voorschriften
                                tot stand zijn gebracht, zijn de bepalingen van afdeling IV en
                                afdeling V van deze verordening rechtstreeks van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij strijdigheid van deze verordening met bepalingen in
                                rioolovereenkomsten gesloten tussen de gemeente en de rechthebbende,
                                prevaleert het bepaalde in de rioolovereenkomsten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Toezicht op naleving</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van deze verordening, alsmede met de
                            opsporing van de in deze verordening strafbaar gestelde feiten zijn
                            –behalve van de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering
                            genoemde ambtenaren- ook belast</al><lijst><li nr="a."><al>de door of namens burgemeester en wethouders aan te wijzen
                                    ambtenaren.</al></li><li nr="b."><al>de door of namens burgemeester en wethouders in overleg met de
                                    besturen van de andere desbetreffende openbare lichamen
                                    aangewezen ambtenaren als bedoeld in artikel 8.3 lid 1 van de
                                    Waterwet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het krachtens artikel 10 bepaalde en de daarbij gegeven
                            voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten
                            hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan van de bepalingen in deze verordening afwijken voor
                            zover toepassing ervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende
                            aard. Hierbij wordt gelet op het belang dat deze regeling beoogt te
                            beschermen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag volgend op de
                                datum van haar bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verordening afvalwaterverwerking 2011 wordt ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                            afvalwaterverwerking 2014.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad in zijn openbare vergadering van 16 september
                        2014</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, de voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>N.Broekema, J. van der Tak</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1:</nr><titel>Voorschriften lozingen op de drukriolering / vacuümriolering</titel></kop><al><vet><cursief>Algemeen</cursief></vet></al><lijst><li nr="1."><al>(Bedrijfs)Woningen, (glastuinbouw)bedrijven en overige objecten dienen
                            te worden aangesloten conform de “Verordening afvalwaterverwerking
                            2014”.</al></li><li nr="2."><al>Afstromend hemelwater van bedrijfsgebouwen, warenhuizen (glasopstand),
                            (bedrijfs)woningen en verhardingen (niet vallend onder punt 4 of punt 5)
                            mag niet op de druk- of vacuümriolering worden aangesloten.</al></li><li nr="3."><al>Afstromend hemelwater van kasoppervlak, daken en verhardingen waar op
                            grond van het Activiteitenbesluit of anderszins geen verder regels aan
                            zijn gesteld, mag niet via het gemeentelijk riool afgevoerd worden en
                            als zodanig dan ook niet aangesloten worden.</al></li><li nr="4."><al>Hemelwater op kasoppervlak (inclusief first-flush voorziening): conform
                            Activiteitenbesluit</al></li><li nr="5."><al>Hemelwater op laad- en losplaatsen en laadkuilen (dock shelters): De
                            zorgplicht is van toepassing en er dient te worden gekozen voor een
                            first-flush-voorziening. Deze first-flush-voorziening dient het eerste
                            water dat afstroomt (2 mm) op te vangen, hetgeen overeenkomt met de
                            opvang van 2 l/m<sup>2</sup>. Deze eerste opvang van 2 l/m<sup>2</sup>
                            van afvalwater mag op de drukriolering worden geloosd of kan mogelijk
                            worden hergebruikt door de lozer.</al><al>De first-flush-voorziening mag worden gecombineerd met de
                            (rioolwater)buffer. Het overige hemelwater mag direct afstromen naar het
                            oppervlaktewater.</al></li><li nr="6."><al>Het overige kasoppervlak en daken en verhardingen van (bedrijfs)woningen
                            wordt als niet verontreinigd beschouwd. Conform de “Verordening
                            afvalwaterverwerking 2014” mag dit afvalwater niet op de riolering
                            worden aangesloten.</al></li></lijst><al/><al/><al><vet><cursief>Classificatie afvalwater en behandeling</cursief></vet></al><al>Cluster 1 afvalwater:</al><lijst><li nr="-"><al> - huishoudelijk afvalwater.</al></li></lijst><al>Cluster 2 afvalwater:</al><lijst><li nr="-"><al> spoelwater van filters van een waterdoseringsinstallatie;</al></li><li nr="-"><al> terugspoelwater van een ontijzeringsinstallatie;</al></li><li nr="-"><al> spoelwater van ionenwisselaars; </al></li><li nr="-"><al> afvalwater dat bloemvoorbehandelingsmiddelen uitsluitend op basis van
                            actief chloor bevat;</al></li><li nr="-"><al> uitlek- en percolatiewater van substraatafval.</al></li></lijst><al>Cluster 3 afvalwater: </al><lijst><li nr="-"><al> door bedrijfsactiviteiten verontreinigd drainagewater;</al></li><li nr="-"><al> spuiwater; </al></li><li nr="-"><al> drainwater; </al></li><li nr="-"><al> ketelspuiwater;</al></li><li nr="-"><al> afvalwater afkomstig van het spuiten of schrobben van vloeren, niet
                            zijnde de vloeren van ruimten waar bestrijdingsmiddelen worden
                            aangemaakt;</al></li><li nr="-"><al> afvalwater afkomstig van het wassen van in de kas geteelde
                            groenteprodukten;</al></li><li nr="-"><al> reinigingswater van leidingen, druppelaars en slangen die onderdeel
                            uitmaken van het systeem waarmee voedingswater aan het gewas wordt
                            toegediend;</al></li><li nr="-"><al> spoelwater van fusten; </al></li><li nr="-"><al> condenswater van stoomleidingen en condensorwater van
                            verwarmingsketels;</al></li><li nr="-"><al> afvalwater afkomstig van het reinigen van de buitenkant van de kas,
                            mits uitsluitend schermmiddelen en reinigingsmiddelen zijn toegepast die
                            niet schadelijk zijn voor de goede werking van de zuiveringstechnische
                            werken;</al></li><li nr="-"><al> condenswater van warmtekrachtinstallaties;</al></li><li nr="-"><al> afvalwater afkomstig van het bij opkweekbedrijven doorspoelen van
                            substraatblokken die bestemd zijn voor de opkweek van
                            uitgangsmateriaal;</al></li><li nr="-"><al> ander afvalwater dan bedoeld bij bovengenoemde, mits degene die
                            voornemens is te lozen, voordat met het lozen wordt aangevangen, ten
                            genoegen van het Wm-bevoegd gezag aantoont dat het afvalwater geen
                            restanten van bestrijdingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen
                            die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit van een
                            oppervlaktewaterlichaam en voor de doelmatige werking van de
                            zuiveringstechnische werken, bevat.</al></li></lijst><al/><al>Percolaatwater uit perscontainers</al><al>Het percolaatwater uit perscontainers is te beschouwen als cluster 2 water. Dit
                    betekent dat dit water rechtstreeks geloosd kan worden op de riolering. Dit kan
                    onder voorwaarde dat het percolaatwater zich niet mengt met hemelwater. Open
                    perscontainers die buiten staan dienen te worden voorzien van een
                    afdak/afdekzeil.</al><al/><al/><al><vet><cursief>Aansluiten op de drukriolering</cursief></vet></al><al><vet><cursief>Bepaling voorziening aan de hand van aan te sluiten
                            afvalwaterlozingen</cursief></vet></al><lijst><li nr="1."><al>Aansluiten van alleen huishoudelijk afvalwater (cluster 1):</al><al>Voorzieningen bestaan uit een pompput met leidingwerk en een
                            telemetrie-unit om de pompput te kunnen prioriteren binnen een
                            combinatie van meerdere pompen.</al></li><li nr="2."><al>Aansluiten van cluster 1 en cluster 2 afvalwater:</al><al>De voorzieningen onder 1 kunnen hier worden uitgebreid met een kleine
                            (rioolwater)buffer (grootte staat in verhouding met vrijkomend cluster 2
                            afvalwater). De (rioolwater)buffer dient een voorziening
                            (telemetrie-unit met pomp) te hebben om geprioriteerd te kunnen
                            lozen.</al></li><li nr="3."><al>Aansluiten cluster 1, 2 en 3:</al><al>Voorzieningen onder 1 uitbreiden met een (rioolwater)buffer van maximaal
                            50 m<sup>3</sup>/ha en een voorziening (telemetrie-unit met pomp) hebben
                            om geprioriteerd te kunnen lozen.</al></li></lijst><al/><al><vet><cursief>Voorwaarden</cursief></vet></al><lijst><li nr="1."><al>De totale afvalwaterstroom is huishoudelijk afvalwater (cluster 1
                            stroom) + maximaal 0,50 m<sup>3</sup>/uur/ha. bedrijfsafvalwater
                            (cluster 2 en 3).</al></li><li nr="2."><al>De aanvrager dient er zorg voor te dragen dat hemelwater dat vrijkomt
                            van dakvlakken of ander verhard oppervlak niet op het riool loost.
                            Maatregelen op het erf dienen verontreiniging te voorkomen. (Goede
                            Landbouw Praktijk)</al></li><li nr="3."><al>Slechts drainagewater dat door bedrijfsactiviteiten is verontreinigd mag
                            op het riool worden aangesloten. Op grond van het Activiteitenbesluit
                            wordt bepaald of hergebruik technisch haalbaar en doelmatig is. Indien
                            hergebruik mogelijk is, mag er niet op het riool geloosd worden. Hierbij
                            dient het Activiteitenbesluit te worden aangehouden</al></li><li nr="4."><al>Het bedrijfsafvalwater mag geen zwevende of vaste stoffen bevatten die
                            de goede werking van het rioolsysteem nadelig beïnvloeden. </al></li><li nr="5."><al>Afvalwater uit Cluster 2 mag direct op de pompput worden geloosd. Indien
                            een tuinder op enig moment meer dan 0,50 m<sup>3</sup>/uur/ha.
                            (hoeveelheid is exclusief cluster 1 stroom) zal lozen, dient hij over
                            een (rioolwater)buffervoorziening te beschikken om het afvalwater
                            geprioriteerd te lozen.</al></li><li nr="6."><al>Afvalwater uit Cluster 3 mag niet direct op een pompput worden geloosd
                            en moet in een (rioolwater)buffer worden opgevangen. De inhoud van de
                            (rioolwater)buffer dient maximaal 50 m<sup>3</sup>/ha. te bedragen.</al></li><li nr="7."><al>De pompinstallatie of de klep in de (rioolwater)buffer moet worden
                            aangesloten op het telemetriesysteem van de gemeente, waarbij de
                            gemeente de lozingen vanuit een (rioolwater)buffer kan besturen. Wanneer
                            een (rioolwater)buffersilo voorzien is van een door de gemeente bestuurd
                            telemetriesysteem, mag de buffer voorzien zijn van een
                            (calamiteiten)overstort naar het oppervlaktewater.</al></li></lijst><al/><al>Specificaties van telemetrie-voorzieningen worden door de gemeente
                    voorgeschreven.</al><al>Verder dient de eigenaar zorg te dragen voor een goede staat van onderhoud en de
                    goede werking van de telemetrie-unit (met pomp of klep) van de buffer.</al><al/><al/><al><vet><cursief>Aansluiten op de vacuümriolering</cursief></vet></al><al><vet><cursief>Bepaling voorziening aan de hand van aan te sluiten
                            afvalwaterlozingen</cursief></vet></al><lijst><li nr="1."><al> Aansluiten van alleen huishoudelijk afvalwater (cluster 1):</al><al>Voorzieningen bestaan uit een verzamelput met leidingwerk.</al></li><li nr="2."><al> Cluster 2 en cluster 3 afvalwater mogen niet worden aangesloten.</al></li></lijst><al/><al><vet><cursief>Voorwaarde</cursief></vet></al><lijst><li nr="1."><al> De aanvrager dient er zorg voor te dragen dat hemelwater dat vrijkomt
                            van dakvlakken of ander verhard oppervlak niet op het riool loost.
                            Maatregelen op het erf dienen verontreiniging te voorkomen. (Goede
                            Landbouw Praktijk).</al></li></lijst></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>2:</nr><titel>Grafische weergave begrenzingen</titel></kop><al><plaatje><illustratie id="i17f6c529-b42c-4f20-9c70-aa80a9033f09" naam="i244481i17f6c529-b42c-4f20-9c70-aa80a9033f09.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="23.00cm"/></plaatje></al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>3:</nr><titel>Voorschriften lozingen op de CAD‑riolering</titel></kop><al><vet><cursief>Algemeen</cursief></vet></al><lijst><li nr="1."><al>(Bedrijfs)Woningen en glastuinbouwbedrijven dienen te worden aangesloten
                            conform de “Verordening afvalwaterverwerking 2014”.</al></li><li nr="2."><al>Afstromend hemelwater van kasoppervlak, daken en verhardingen waar op
                            grond van het Activiteitenbesluit of anderszins geen verder regels aan
                            zijn gesteld, mag niet via het gemeentelijk riool afgevoerd worden en
                            als zodanig dan ook niet aangesloten worden.</al></li><li nr="3."><al>Hemelwater op kasoppervlak(inclusief first-flush voorziening): conform
                            Activiteitenbesluit. </al></li><li nr="4."><al>Hemelwater op laad- en losplaatsen en laadkuilen (dock shelters): De
                            zorgplicht is van toepassing en dient te worden gekozen voor een
                            first-flush-voorziening. Deze first-flush-voorziening dient het eerste
                            water dat afstroomt (2 mm) op te vangen, hetgeen overeenkomt met de
                            opvang van 2 l/m2. Deze eerste opvang van 2 l/m2 van afvalwater mag op
                            de riolering worden geloosd of kan mogelijk worden hergebruikt door de
                            lozer.</al><al>De first-flush-voorziening mag worden gecombineerd met de
                            (rioolwater)buffer. Het overige hemelwater mag direct afstromen naar het
                            oppervlaktewater.</al></li><li nr="5."><al>Het overige kasoppervlak en daken en verhardingen van (bedrijfs)woningen
                            wordt als niet verontreinigd beschouwd. Conform de “Verordening
                            afvalwaterverwerking 2014” mag dit afvalwater niet op de riolering
                            worden aangesloten.</al></li></lijst><al/><al><vet><cursief>Classificatie afvalwater en behandeling</cursief></vet></al><al>Cluster 1 afvalwater: </al><lijst><li nr="-"><al> - huishoudelijk afvalwater.</al></li></lijst><al>Cluster 2 afvalwater: </al><lijst><li nr="-"><al> spoelwater van filters van een waterdoseringsinstallatie;</al></li><li nr="-"><al> terugspoelwater van een ontijzeringsinstallatie;</al></li><li nr="-"><al> spoelwater van ionenwisselaars;</al></li><li nr="-"><al> afvalwater dat bloemvoorbehandelingsmiddelen uitsluitend op basis van
                            actief chloor bevat;</al></li><li nr="-"><al> - uitlek- en percolatiewater van substraatafval.</al></li></lijst><al>Cluster 3 afvalwater: </al><lijst><li nr="-"><al> door bedrijfsactiviteiten verontreinigd drainagewater;</al></li><li nr="-"><al> spuiwater;</al></li><li nr="-"><al> drainwater;</al></li><li nr="-"><al> ketelspuiwater;</al></li><li nr="-"><al> afvalwater afkomstig van het spuiten of schrobben van vloeren, niet
                            zijnde de vloeren van ruimten waar bestrijdingsmiddelen worden
                            aangemaakt;</al></li><li nr="-"><al> afvalwater afkomstig van het wassen van in de kas geteelde
                            groenteprodukten;</al></li><li nr="-"><al> reinigingswater van leidingen, druppelaars en slangen die onderdeel
                            uitmaken van het systeem waarmee voedingswater aan het gewas wordt
                            toegediend;</al></li><li nr="-"><al> spoelwater van fusten;</al></li><li nr="-"><al> condenswater van stoomleidingen en condensorwater van
                            verwarmingsketels;</al></li><li nr="-"><al> afvalwater afkomstig van het reinigen van de buitenkant van de kas,
                            mits uitsluitend schermmiddelen en reinigingsmiddelen zijn toegepast die
                            niet schadelijk zijn voor de goede werking van de zuiveringstechnische
                            werken;</al></li><li nr="-"><al> condenswater van warmtekrachtinstallaties;</al></li><li nr="-"><al> - afvalwater afkomstig van het bij opkweekbedrijven doorspoelen van
                            substraatblokken die bestemd zijn voor de opkweek van
                            uitgangsmateriaal;</al></li><li nr="-"><al> - ander afvalwater dan bedoeld bij bovengenoemde, mits degene die
                            voornemens is te lozen, voordat met het lozen wordt aangevangen, ten
                            genoegen van het Wm-bevoegd gezag aantoont dat het afvalwater geen
                            restanten van bestrijdingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen
                            die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit van een
                            oppervlaktewaterlichaam en voor de doelmatige werking van de
                            zuiveringstechnische werken, bevat.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="1."><al>Aansluiten van huishoudelijk afvalwater (cluster 1): </al><lijst><li nr="a."><al>Aansluiting en lozing van Afvalwater van huishoudelijke aard
                                    wordt op het CAD-systeem niet zonder meer toegestaan. Alvorens
                                    te lozen dient een IBA te worden toegepast / lozing dient plaats
                                    te vinden via een IBA (minimaal een septictank van
                                    6m<sup>3</sup> of gelijkwaardig / IBA-klasse 1).</al></li><li nr="b."><al>(gezamenlijke) aansluitingen groter dan 10 i.e. (inwoner
                                    equivalenten) worden op voorhand niet geaccepteerd. Deze
                                    aansluitingen dienen met de beheerder van het CAD-systeem te
                                    worden getoetst.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Afvalwater uit Cluster 2 en 3 mag direct op de pompput of riool worden
                            geloosd. De dimensionering van het CAD-systeem staat toe dat er zonder
                            buffer- en telemetrievoorzieningen geloosd kan worden. In uitzonderlijke
                            gevallen, bijvoorbeeld bij hele grote kwantitatieve lozingen waardoor
                            andere bestaande lozingen worden gehinderd, kunnen hier wel regels bij
                            gesteld worden. Ook ontijzeringsinstallaties (ijzergehalte) kunnen aan
                            voorschriften worden gekoppeld in verband met het dichtslibben van de
                            leidingen</al></li><li nr="3."><al>De aanvrager dient er zorg voor te dragen dat hemelwater dat vrijkomt
                            van dakvlakken of ander verhard oppervlak niet op het riool loost.
                            Maatregelen op het erf dienen verontreiniging te voorkomen. (Goede
                            Landbouw Praktijk).</al></li><li nr="4."><al>Slechts drainagewater dat door bedrijfsactiviteiten is verontreinigd mag
                            op het riool worden aangesloten. Op grond van het Activiteitenbesluit
                            wordt bepaald of hergebruik technisch haalbaar en doelmatig is. Indien
                            hergebruik mogelijk is, mag er niet op het riool geloosd worden. Hierbij
                            dient het Activiteitenbesluit te worden aangehouden.</al></li><li nr="5."><al>Het bedrijfsafvalwater mag geen zwevende of vaste stoffen bevatten die
                            de goede werking van het rioolsysteem nadelig beïnvloeden.</al></li></lijst></bijlage></regeling></body></cvdr>