<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR34025_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Bomenverordening Sliedrecht 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sliedrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-10-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sliedrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Kompas 29 juli 2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Eerste wijziging Bomenverordening Sliedrecht 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Boswet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-06-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-03-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>inwerkingtreding Wabo</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>plantsoenen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Bomenverordening Sliedrecht 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>1:</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>boom: een houtachtig, opgaand gewas, zowel vitaal als
                                    afgestorven, met een stamomtrek van minimaal 100 centimeter op
                                    1,3 meter hoogte boven het maaiveld. Indien het betreft boom in
                                    publiek eigendom, geldt in afwijking van het in vorige zin
                                    bepaalde een stamomtrek van 40 centimeter op 1,3 meter hoogte.
                                    In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de
                                    dikste stam. In afwijking van het hiervoor gestelde kan de
                                    stamomtrek kleiner zijn dan 100 cm respectievelijk 40 cm op 1,3
                                    meter boven het maaiveld, indien sprake is van:</al><lijst><li nr="·"><al>een bijzonder waardevolle boom als bedoeld in artikel
                                            5;</al></li><li nr="·"><al>een houtopstand in het kader van een herplant- of
                                            instandhoudingplicht als bedoeld in de artikelen 9 en
                                            10. (Een houtopstand is hakhout, een houtwal of een of
                                            meer bomen).</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>bijzonder waardevolle boom: bijzondere beschermwaardige boom met een relatief hoge leeftijd en
                            met een bijzondere schoonheid- of zeldzaamheidswaarde, of een bijzondere
                            functie voor de omgeving.</al></li><li nr="c."><al>vellen: rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan 20
                                    procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van
                                    kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als
                                    ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige
                                    ontsiering van de boom ten gevolge kunnen hebben.</al></li><li nr="d."><al>rooien: het geheel verwijderen van het boven- en ondergrondse
                                    deel van de boom.</al></li><li nr="e."><al>kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het
                                    bovengrondse deel van de boom.</al></li><li nr="f."><al>kandelaberen: het terugsnoeien van de kroon tot een hoofdstam
                                    met takstompen.</al></li><li nr="g."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld
                                    overeenkomstig artikel 1 lid 5 van de Boswet.</al></li><li nr="h."><al>boomwaarde de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd
                                    volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging
                                    van Taxateurs van Bomen.</al></li><li nr="i."><al>bomen effect analyse: een standaard beoordeling van de gevolgen
                                    van voorgenomen bouw of aanleg voor de boom/ bomen, op basis van
                                    landelijke richtlijnen van de Bomenstichting.</al></li><li nr="j."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                    lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>2:</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag bomen te
                                vellen of te doen vellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor bomen die
                                aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd als
                                bedoeld in artikel 15 van de Boswet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>bomen die moeten worden geveld krachtens de
                                        Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van
                                        Burgemeester en Wethouders, zulks onverminderd het bepaalde
                                        in de artikelen 9 en 10 van deze verordening.</al></li><li nr="b."><al>het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het
                                        reguliere onderhoud.</al></li><li nr="c."><al>het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke
                                        beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of
                                        leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>3:</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning moet schriftelijk en gemotiveerd, onder bijvoeging van
                                een situatieschets, worden aangevraagd door of namens dan wel met
                                toestemming van degene, die krachtens zakelijk recht of door degene
                                die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de
                                boom te beschikken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer door of namens de Minister van Landbouw, Natuur en
                                Voedselkwaliteit aan Burgemeester en Wethouders een afschrift is
                                toegezonden van de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van
                                de Boswet, beschouwt het bevoegd gezag dit afschrift mede als een
                                vergunningsaanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>4:</nr><titel>Criteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan de vergunning om te vellen weigeren dan wel
                                onder voorschriften verlenen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning kan in elk geval worden geweigerd indien het belang
                                van verlening niet opweegt tegen één of meer van de volgende waarden
                                van behoud van de boom/ bomen:</al><lijst><li nr="·"><al>natuur- en milieuwaarden;</al></li><li nr="·"><al>landschappelijke waarden;</al></li><li nr="·"><al>cultuurhistorische waarden;</al></li><li nr="·"><al>waarden van stads- en dorpsschoon;</al></li><li nr="·"><al>waarden voor recreatie en leefbaarheid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In beginsel wordt geen vergunning verleend voor bomen voorkomend op
                                de vastgestelde lijst van bijzonder waardevolle bomen, als bedoeld
                                in artikel 5, tenzij sprake is van een ernstige bedreiging van de
                                openbare veiligheid, noodtoestand of andere uitzonderlijke
                                situaties.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In beginsel wordt geen vergunning verleend indien velling in strijd
                                is met het vigerende bestemmingsplan, de Flora en faunawet, de
                                Habitatrichtlijn, of andere regelgeving inzake
                                natuurbescherming.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De beslissing op een aanvraag van een vergunning tot vellen kan
                                worden opgeschort als de aanvraag is ingediend in samenhang met de
                                realisatie van een ander vergunningplichtig werk, zolang op die
                                andere vergunningaanvraag niet is beslist.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een vergunning tot vellen kan worden geweigerd indien de
                                rechthebbende aanvrager van de vergunning tot vellen niet, of niet
                                tijdig, of niet volledig de aanwezigheid van een beeldbepalende of
                                anderszins waardevolle boom heeft aangemeld aan Burgemeester en
                                Wethouders.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De Burgemeester kan toestemming geven tot direct vellen, indien
                                sprake is van acuut gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>5:</nr><titel>Bijzonder waardevolle bomen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad stelt tegelijk met deze verordening een lijst vast
                                met bijzonder waardevolle bomen als bedoeld in artikel 4, lid
                                3.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde lijst bevat in ieder geval de bomen
                                voorkomende in het landelijk Register van Monumentale Bomen van de
                                landelijke Bomenstichting, aangevuld met lokale bijzonder
                                waardevolle bomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De lijst met bijzonder waardevolle bomen kan indien nodig, iedere
                                vier jaar herzien en vastgesteld worden door het college van
                                Burgemeester en Wethouders.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De lijst geeft aan om welke boomsoort het gaat en op welke locatie
                                de boom staat, bovendien verwijst de lijst naar een tekening waarop
                                de locatie van de boom nader is aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De eigenaar van een boom die vermeld staat op de lijst van bijzonder
                                waardevolle bomen is verplicht Burgemeester en Wethouders
                                onmiddellijk mededeling te doen van:</al><lijst><li nr="·"><al>eigendomsoverdracht van de houtopstand;</al></li><li nr="·"><al>het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de boom;</al></li><li nr="·"><al>de dreiging dat de boom geheel of gedeeltelijk teniet kan
                                        gaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De gemeente geeft eigenaren van bijzonder waardevolle bomen de
                                mogelijkheid om het onderhoud ten behoeve van het duurzaam in stand
                                houden van de bijzonder waardevolle bomen door de gemeente uit te
                                laten voeren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>6:</nr><titel>Procedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van een aanvraag van een vergunning wordt overeenkomstig afdeling
                                3.4 Algemene wet bestuursrecht onverwijld na ontvangst kennis
                                gegeven in een lokaal huis-aan-huisblad en deze aanvraag wordt ter
                                inzage gelegd gedurende de in lid 2 bedoelde termijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een ieder kan gedurende twee weken vanaf de dag na de in lid 1
                                bedoelde bekendmaking zijn zienswijze geven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van het besluit tot verlening of weigering van een vergunning wordt
                                onverwijld kennis gegeven in een huis-aan-huisblad onder
                                gelijktijdige verzending aan aanvrager. Bij deze kennisgeving wordt
                                de concrete datum van verzending aan de aanvrager genoemd als begin
                                van de bezwaartermijn van zes weken voor belanghebbenden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>7:</nr><titel>Standaardvoorwaarde van niet-gebruik</titel></kop><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften behoort het
                            standaardvoorschrift dat de vergunning pas van kracht wordt met ingang
                            van de dag na de dag waarop de verleende vergunning onherroepelijk is
                            geworden. </al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>8:</nr><titel>Vervaltermijn vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning tot vellen als bedoeld in deze verordening vervalt van
                                rechtswege twee jaar na datum van onherroepelijk worden van het
                                besluit indien van de vergunning geen gebruik is gemaakt;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het een vergunning voor het vellen van meer dan één boom
                                betreft, vervalt, in afwijking van lid 1, de vergunning een jaar na
                                datum van onherroepelijk worden van het besluit, indien van de
                                vergunning niet voor alle bomen gebruik is gemaakt, ook als in fasen
                                geveld wordt of één boom of enkele bomen al geveld zijn. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien sprake is van een vergunningsvoorschrift als bedoeld in
                                artikel 9, lid 4 van deze verordening vangt de in lid 1 en 2
                                bedoelde termijn aan vanaf de dag waarop de in het voorschrift
                                genoemde andere vergunningen of ruimtelijke ordeningsprocedures
                                onherroepelijk geworden zijn of de feitelijke en financiële
                                voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>9:</nr><titel>Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het
                            voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door
                            het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien niet ter plaatse kan worden herplant, kan tot de aan een
                            vergunning tot vellen te verbinden voorschriften behoren het voorschrift
                            dat een geldelijke bijdrage gestort dient te worden in het gemeentelijk
                            herplantfonds. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het voorschrift als bedoeld in het eerste lid wordt telkens bepaald
                            binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet aangeslagen
                            herplant moet worden vervangen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Tot aan de vergunning tot vellen te verbinden voorschriften kan het
                            voorschrift behoren dat pas tot vellen van de boom/ bomen op en bij
                            bouw- en aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of
                            reconstructie mag worden overgegaan indien andere vergunningen of
                            ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk geworden zijn of de
                            feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd
                            is. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren
                            aanwijzingen ter bescherming van nabijgelegen houtopstand en
                            voorschriften ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende
                            flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kan het voorschrift
                            behoren tot het opstellen en overleggen van een bomen effect analyse in
                            geval van bouw of aanleg van werken nabij te behouden bomen. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld in dit
                            artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan
                            te voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>10:</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien in strijd met artikel 2, lid 1 van deze verordening
                                houtopstand is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan,
                                zijn Burgemeester en Wethouders bevoegd aan de zakelijk gerechtigde
                                tot de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene
                                die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is,
                                de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de door hen te
                                geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan
                                kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na herplant
                                en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet worden
                                vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze
                                afdeling van toepassing is in het voortbestaan ernstig worden
                                bedreigd, kunnen Burgemeester en Wethouders aan de zakelijk
                                gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel
                                aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen
                                bevoegd is, de verplichting opleggen om:</al><lijst><li nr="·"><al>overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een
                                        door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen,
                                        waardoor die bedreiging wordt weggenomen;</al></li><li nr="·"><al>een bomen effect analyse op te stellen en aan te bieden
                                        binnen een door hen te stellen termijn..</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld in
                                dit artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht
                                daaraan te voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>11:</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Burgemeester en Wethouders beslissen op een verzoek om schadevergoeding
                            bij weigering van een vergunning tot vellen op grond van artikel 17,
                            juncto artikel 13 vierde lid, van de Boswet.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>12:</nr><titel>Afstand van de erfgrenslijn</titel></kop><al>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt
                            vastgesteld op 0,5 meter voor bomen en op nihil voor heesters en
                            heggen.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>13:</nr><titel>Bestrijding van iepenziekte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>iepenziekte: de aantasting van iepen door de schimmel
                                            <cursief>Ophiostoma ulmi</cursief> (Buism.) Nannf. (syn.
                                            <cursief>Cerato</cursief><cursief>cystis ulmi</cursief>
                                        (Buism.) C. Moreau);</al></li><li nr="b."><al>iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium,
                                        behorende tot de soorten <cursief>Scolytus
                                            scolytus</cursief> (F.) en
                                            <cursief>Scoly</cursief><cursief>tus
                                            multistratus</cursief> (Marsch) en <cursief>Scolytus
                                            pygmae</cursief><cursief>us</cursief>.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar het
                                oordeel van Burgemeester en Wethouders gevaar opleveren van
                                verspreiding van de iepenziekte of voor vermeerdering van de
                                iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door
                                Burgemeester en Wethouders is aangeschreven, verplicht binnen de bij
                                aanschrijving vast te stellen termijn:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;</al></li><li nr="b."><al>de iepen ter plaatse te ontbasten en de bast te
                                        vernietigen;</al></li><li nr="c."><al>de niet ontbaste iepen of delen daarvan te vernietigen of
                                        zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepenziekte
                                        wordt voorkomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>a. Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in
                                voorraad te hebben of te vervoeren;</al><lijst><li nr="b."><al>het verbod is niet van toepassing op geheel ontbast
                                        iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4
                                        centimeter;</al></li><li nr="c."><al>Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van
                                        het onder a. van dit lid gestelde verbod.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het niet voldoen aan de in het tweede lid bedoelde aanschrijving
                                biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de
                                noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van
                                aangeschrevene, door of namens de gemeente kunnen worden
                                verricht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>14:</nr><titel>Bescherming publieke houtopstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om houtopstanden, die publiek eigendom zijn:</al><lijst><li nr="·"><al>te beschadigen, te bekladden of te beplakken;</al></li><li nr="·"><al>daaraan snoeiwerk te verrichten, behoudens door de gemeente
                                        opgedragen boomverzorgende taken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om zonder vergunning van het college van
                                Burgemeester en Wethouders één of meer voorwerpen in of aan een
                                publieke houtopstand aan te brengen of anderszins te bevestigen.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>15:</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene aan wie een voorschrift als bedoeld in artikel 4, vijfde en
                                zesde lid, artikel 5 vierde lid, artikel 7, artikel 8 eerste en
                                tweede lid, artikel 9 eerste, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde,
                                zevende, achtste lid, artikel 10 eerste, tweede, derde en vijfde
                                lid, artikel 13 tweede, derde en vierde lid en artikel 14 eerste en
                                tweede lid is gegeven, onderscheidenlijk een verplichting als
                                bedoeld in artikel 10 derde lid is opgelegd, alsmede diens
                                rechtsopvolger, is gehouden dienovereenkomstig te handelen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Overtreding van artikel 2, eerste lid, dan wel een voorschrift
                                onderscheidenlijk een verplichting als bedoeld in het vorige lid,
                                wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of
                                geldboete van de tweede categorie. Tevens kan een rechterlijke
                                beoordeling op grond van dit artikel openbaar gemaakt worden. Bij de
                                strafmaatbepaling kan rekening worden gehouden met de
                                boomwaarde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>16:</nr><titel>Opsporing</titel></kop><al>Met de opsporing van de in deze afdeling strafbaar gestelde feiten zijn
                            behalve de ambtenaren, genoemd in artikel 141 van het Wetboek van
                            strafvordering, belast de daartoe door Burgemeester en Wethouders
                            aangewezen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>17:</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>Aanvragen om een vergunning als bedoeld in artikel 2 die zijn ingediend
                            vóór de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening worden
                            afgehandeld volgens het recht zoals dat gold vóór het tijdstip waarop
                            artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking is
                            getreden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18:</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 2.2
                            van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking treedt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19:</nr><titel>Citeerregel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Eerste wijziging
                            Bomenverordening Sliedrecht 2009”</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de raad der gemeente Sliedrecht op 28 juni 2010</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>A.Overbeek M.C. Boevée</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>