<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91-->
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR340240_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening maatschappelijke ondersteuning Enschede 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Enschede</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-03-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Enschede</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Huis aan Huis d.d. 5-11-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening maatschappelijke ondersteuning Enschede 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4, eerste, tweede en derde lid, 2.1.5, eerste lid, 2.1.6, 2.1.7, 2.3.6, vierde lid, 2.6.6, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en artikel 156 van de Gemeentewet;</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-03-23</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Gemeenteblad 2014, nr. 61172</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      
      Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Enschede 2015
    
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Enschede;</al>
          <al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        30 september 2014, nummer 1400249900;</al>
          <al>gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4, eerste, tweede en derde lid, 2.1.5,
                        eerste lid, 2.1.6, 2.1.7, 2.3.6, vierde lid, 2.6.6, eerste lid, van de
                        Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en artikel 156 van de
                        Gemeentewet;</al>
          <al>gelet op de doelstellingen zoals verwoord in het Beleidsplan Invoering
                        Wmo 2015 Enschede </al>
          <al>2015-2016;</al>
          <al>gehoord de opmerkingen van de Wmo-raad;</al>
          <al>overwegende dat:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>burgers een eigen verantwoordelijkheid dragen voor de wijze
                                waarop zij hun leven inrichten en deelnemen aan het
                                maatschappelijk leven;</al></li>
            <li nr="-"><al>van burgers verwacht mag worden dat zij elkaar daarin naar
                                vermogen bijstaan;</al></li>
            <li nr="-"><al>burgers die zelf, dan wel samen met personen in hun omgeving
                                onvoldoende zelfredzaam zijn, onvoldoende in staat zijn tot
                                participatie, of niet in staat zijn zich zelfstandig te
                                handhaven in de samenleving in verband met een beperking,
                                chronisch psychische of psychosociale problemen, een beroep
                                moeten kunnen doen op ondersteuning door de gemeente, zodat zij
                                zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven
                                wonen;</al></li>
            <li nr="-"><al>het noodzakelijk is om regels vast te stellen -ter uitvoering
                                van het beleidsplan als bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet-
                                voor het verlenen van maatschappelijke ondersteuning;</al></li>
            <li nr="-"><al>dat het noodzakelijk is om de toegankelijkheid van
                                voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking
                                te bevorderen en daarmee bij te dragen aan het realiseren van
                                een inclusieve samenleving;</al></li>
          </lijst>
          <al>besluit vast te stellen de:</al>
          <al>
            <vet>Verordening maatschappelijke ondersteuning Enschede 2015</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>I</nr>
            <titel>Algemeen</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>1.1</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>In deze verordening en de daarop gebaseerde
                                                regelgeving wordt verstaan onder:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>algemeen gebruikelijk: naar geldende
                                                maatschappelijke normen tot het gangbare gebruiks-
                                                dan wel bestedingspatroon van een persoon als cliënt
                                                behorend;</al></li>
                    <li nr="b."><al>algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening
                                                die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een
                                                beperking, die algemeen verkrijgbaar is en die niet
                                                aanzienlijk duurder is dan vergelijkbare
                                                producten;</al></li>
                    <li nr="c."><al>beperking: aan de cliënt verbonden factoren die er
                                                toe leiden dat hij niet (volledig) in staat is tot
                                                zelfredzaamheid en deelname aan het maatschappelijk
                                                leven;</al></li>
                    <li nr="d."><al>besluit: Besluit maatschappelijke ondersteuning
                                                gemeente Enschede 2015;</al></li>
                    <li nr="e."><al>budgetplan: een door de cliënt opgesteld en door het
                                                college goedgekeurd plan in verband met de aanspraak
                                                op een persoonsgebonden budget, waarin is opgenomen
                                                welke diensten uit het persoonsgebonden budget
                                                worden betaald, wat de kwaliteit daarvan is en welke
                                                resultaten daarmee worden bereikt;</al></li>
                    <li nr="f."><al>CIMOT: de Centrale Toegang tot Opvang en Beschermd
                                                Wonen Twente, waar een cliënt gemeld kan worden voor
                                                maatschappelijke ondersteuning voor opvang en
                                                beschermd wonen en die deze melding verder in
                                                behandeling kan nemen;</al></li>
                    <li nr="g."><al>collectieve maatwerkvoorziening: een
                                                maatwerkvoorziening die individueel wordt toegekend
                                                maar door meerdere personen tegelijk kan worden
                                                gebruikt;</al></li>
                    <li nr="h."><al>deelname aan activiteiten: structurele
                                                tijdsbesteding met een welomschreven doel;</al></li>
                    <li nr="i."><al>gemeenschappelijke ruimten: gedeelte(n) van een
                                                woongebouw, niet behorende tot de onderscheiden
                                                woningen, bestemd en noodzakelijk om de woonruimte
                                                van de cliënt waar deze zijn hoofdverblijf heeft
                                                vanaf de toegang tot het woongebouw te bereiken,
                                                waaronder begrepen ruimten voor gemeenschappelijk
                                                gebruik zoals een keuken of recreatieruimte;</al></li>
                    <li nr="j."><al>gesprek: een gesprek naar aanleiding van een melding
                                                waarin de onderwerpen van het onderzoek als bedoeld
                                                in artikel 2.3.2 vierde lid van de wet aan bod
                                                komen;</al></li>
                    <li nr="k."><al>hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt
                                                voor permanente bewoning, waar de cliënt zijn vaste
                                                woon- en verblijfplaats heeft en in de
                                                basisadministratie personen staat ingeschreven dan
                                                wel zal staan ingeschreven, dan wel het feitelijk
                                                woonadres indien het een persoon met een briefadres
                                                is;</al></li>
                    <li nr="l."><al>huisgenoot: de persoon die met de cliënt duurzaam
                                                gemeenschappelijk een woning bewoont, anders dan
                                                door een commerciële huurders- of
                                                kostgangersrelatie;</al></li>
                    <li nr="m."><al>instelling: Volgens de Wet toelating
                                                zorginstellingen, een ziekenhuis of kleinschalig
                                                wooninitiatief als bedoeld in de Regeling Subsidies
                                                AWBZ/Wlz dan wel een door het college goedgekeurde
                                                accommodatie van een aanbieder;</al></li>
                    <li nr="n."><al>maatschappelijk nuttige activiteiten: activiteiten
                                                die bijdragen aan de zelfredzaamheid of participatie
                                                van de cliënt en daarnaast iets bijdragen aan de
                                                samenleving;</al></li>
                    <li nr="o."><al>meerkosten: kosten, niet zijnde de kosten als
                                                bedoeld in artikel 2.1.7 van de wet, die uitgaan
                                                boven de kosten die als algemeen gebruikelijk zijn
                                                te beschouwen; </al></li>
                    <li nr="p."><al>melding: het kenbaar maken van een behoefte aan
                                                maatschappelijke ondersteuning, als bedoeld in
                                                artikel 2.3.2 eerste lid van de wet;</al></li>
                    <li nr="q."><al>normaal gebruik van de woning: het kunnen verrichten
                                                van elementaire woonfuncties, het verrichten van
                                                belangrijke huishoudelijke werkzaamheden,
                                                horizontale en verticale verplaatsingen in en om de
                                                woning waaronder ook de toegang tot de woning;</al></li>
                    <li nr="r."><al>ondersteuningsplan: de schriftelijke weergave van de
                                                uitkomsten van het onderzoek als bedoeld in artikel
                                                2.3.2 achtste lid van de wet, waarin de adviezen,
                                                verwijzingen en afspraken staan die in samenspraak
                                                met de cliënt zijn gemaakt, eventueel zijn
                                                persoonlijk plan, en de beoogde resultaten;</al></li>
                    <li nr="s."><al>persoonlijk plan: een door de cliënt opgesteld plan
                                                dat aangeeft, op basis van artikel 2.3.2, vierde
                                                lid, onderdelen a tot en met e van de wet, welke
                                                maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het
                                                meest is aangewezen;</al></li>
                    <li nr="t."><al>spoedeisend geval: een onvoorziene situatie die geen
                                                uitstel verdraagt;</al></li>
                    <li nr="u."><al>uitvoeringsbesluit: het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015,
                                                zijnde een algemene maatregel van bestuur;</al></li>
                    <li nr="v."><al>vervoersvoorziening: een maatwerkvoorziening, al dan
                                                niet gemotoriseerd, waarmee de cliënt zich in zijn
                                                leefomgeving kan verplaatsen;</al></li>
                    <li nr="w."><al>voorliggende voorziening: een andere wettelijke
                                                regeling waarop de cliënt een beroep kan doen met
                                                het oog op zijn behoefte aan maatschappelijke
                                                ondersteuning;</al></li>
                    <li nr="x."><al>voucher: een document dat als vervanging kan dienen
                                                voor geld of kan dienen als tegoed bij toekomstige
                                                uitgaven.</al></li>
                    <li nr="y."><al>wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;</al></li>
                    <li nr="z."><al>woning: een woonruimte bestemd en geschikt voor
                                                permanente bewoning, waarbij geen wezenlijke
                                                woonfuncties zoals woon- en slaapruimte, was- en
                                                kookgelegenheid en toilet met andere woningen worden
                                                gedeeld en die ook een eigen toegang heeft,
                                                hieronder begrepen een woonschip en een woonwagen,
                                                mits bestemd voor permanente bewoning;</al></li>
                    <li nr="aa."><al>woonvoorziening: een maatwerkvoorziening gericht op
                                                het normale gebruik van de woning.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden
                                                gebruikt en niet nader worden omschreven hebben
                                                dezelfde betekenis als in de wet, het
                                                Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning
                                                2015 en de Algemene wet bestuursrecht.</al></li>
                <li nr="3."><al>Onder het begrip maatwerkvoorziening wordt in deze
                                                verordening mede het persoonsgebonden budget
                                                verstaan.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>1.2</nr>
                <titel>Reikwijdte verordening</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Deze verordening heeft betrekking op de
                                                maatschappelijke ondersteuning in de zin van de wet,
                                                ten behoeve van ingezetenen van de gemeente
                                                Enschede.</al></li>
                <li nr="2."><al>Als ingezetene wordt aangemerkt degene die zijn
                                                hoofdverblijf heeft in de gemeente Enschede.</al></li>
                <li nr="3."><al>In afwijking van de voorgaande leden kan deze
                                                verordening ten aanzien van opvang en beschermd
                                                wonen, al dan niet in verband met risico’s voor
                                                veiligheid als gevolg van huiselijk geweld,
                                                betrekking hebben op iedere ingezetene van Nederland
                                                die zich voor deze ondersteuning tot het college
                                                wendt.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Melding en onderzoek</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.1</nr>
                <titel>De melding</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De melding kan door of namens een cliënt bij het
                                                college worden gedaan.</al></li>
                <li nr="2."><al>De wijze waarop de melding wordt gedaan is
                                                schriftelijk of digitaal.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het college bevestigt de ontvangst van een melding
                                                schriftelijk of digitaal.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het college wijst de cliënt op de mogelijkheid van
                                                het indienen van een persoonlijk plan, dat uiterlijk
                                                binnen zeven werkdagen na de melding kan worden
                                                ingediend.</al></li>
                <li nr="5."><al>In spoedeisende gevallen treft het college na de
                                                melding als bedoeld in het eerste lid zonder uitstel
                                                een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van
                                                de uitkomsten van het gesprek.</al></li>
                <li nr="6."><al>Het college kan afspraken maken met aanbieders op
                                                welke wijze zij, namens de cliënt, vanwege een
                                                gewijzigde behoefte aan maatschappelijke
                                                ondersteuning, een melding kunnen doen.</al></li>
                <li nr="7."><al>Indien het verzoek om maatschappelijke ondersteuning
                                                is gericht op opvang of beschermd wonen, · wordt de
                                                melding schriftelijk of digitaal door of namens
                                                cliënt gedaan bij de CIMOT die de melding · verder
                                                in behandeling neemt.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.2</nr>
                <titel>Cliëntondersteuning</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het college zorgt ervoor dat inwoners van de
                                                gemeente Enschede een beroep kunnen doen op gratis
                                                cliëntondersteuning, waarbij het belang van de
                                                cliënt uitgangspunt is.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college wijst de cliënt en zijn mantelzorger
                                                voorafgaande aan het onderzoek op de mogelijkheid
                                                gebruik te maken van gratis
                                                cliëntondersteuning.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.3</nr>
                <titel>Het gesprek</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het college nodigt de cliënt die een melding heeft
                                                gedaan zo spoedig mogelijk uit voor het
                                                gesprek.</al></li>
                <li nr="2."><al>Ingeval van mantelzorg wordt (worden) de
                                                mantelzorger(s) mede uitgenodigd voor het
                                                gesprek.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het college kan, voordat een afspraak wordt gemaakt
                                                voor het gesprek, de gegevens verzamelen die voor
                                                dat gesprek van belang zijn.</al></li>
                <li nr="4."><al>In het gesprek staat het belang van de cliënt
                                                centraal.</al></li>
                <li nr="5."><al>Indien de ondersteuningsbehoefte van de cliënt die
                                                zich heeft gemeld voldoende bekend is bij het
                                                college, kan het college in overeenstemming met de
                                                cliënt afzien van een gesprek.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4</nr>
                <titel>Advisering</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het college kan in het kader van het onderzoek om
                                                deskundigenadvies vragen indien:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>het onduidelijk is of en zo ja, welke beperkingen de
                                                cliënt ondervindt en wat de prognose daarvan
                                                is;</al></li>
                    <li nr="b."><al>het college dat om een andere reden gewenst
                                                vindt.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Het college is bevoegd om, als dit van belang is
                                                voor de beoordeling van de aanspraak op een
                                                maatwerkvoorziening, de cliënt -of in geval van
                                                gebruikelijke hulp zijn huisgenoten
                                            door één of meer daartoe aangewezen deskundigen te
                                                doen bevragen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.5</nr>
                <titel>Ondersteuningsplan</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het college stelt na het gesprek een
                                                ondersteuningsplan op en verstrekt dat aan de
                                                cliënt.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college formuleert in het ondersteuningsplan ook
                                                de behoefte aan maatregelen om de mantelzorger te
                                                ondersteunen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.6</nr>
                <titel>Onderzoekstermijn en verlenging</titel>
              </kop>
              <al>Het onderzoek, als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid,
                                        wordt afgerond binnen zes weken na registratie van de
                                        melding, tenzij cliënt heeft ingestemd met verlenging van
                                        deze termijn.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.7</nr>
                <titel>Vaststellen identiteit</titel>
              </kop>
              <al>Het college is bevoegd de identiteit van de
                                        vertegenwoordiger of mantelzorger van de cliënt vast te
                                        stellen aan de hand van een document als bedoeld in artikel
                                        1 van de Wet op de identificatieplicht.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>II</nr>
            <titel>Uitvoering van maatschappelijke ondersteuning</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Speerpunten van beleid</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.1</nr>
                <titel>Inzet voorzieningen</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het college kan voor de maatschappelijke ondersteuning
                                        algemene voorzieningen of · maatwerkvoorzieningen
                                        beschikbaar stellen.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kiest er voor om door het treffen van algemene
                                        voorzieningen de noodzaak van het toekennen van
                                        maatwerkvoorzieningen zoveel mogelijk te beperken.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.2</nr>
                <titel>Stimulering van maatschappelijk nuttige activiteiten</titel>
              </kop>
              <al>Het college stimuleert dat plekken tot stand komen waar de cliënt
                                maatschappelijk nuttige activiteiten kan verrichten. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.3</nr>
                <titel>Sturing op resultaten</titel>
              </kop>
              <al>De inzet van algemene voorzieningen en de verstrekking van
                                maatwerkvoorzieningen, evenals de stimulering van maatschappelijk
                                nuttige activiteiten, is gericht op het behalen van één of meer door
                                het college vastgestelde resultaten.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.4</nr>
                <titel>Vernieuwing in de ondersteuning</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het college stimuleert vernieuwing in de maatschappelijke
                                        ondersteuning.</al></li>
                <li nr="2."><al>De vernieuwing als bedoeld in het eerste lid kan betrekking
                                        hebben op:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de inhoud van de ondersteuning, in het
                                        bijzonder op het ontwikkelen van nieuwe soorten algemene
                                        voorzieningen of het beter toegankelijk maken hiervan;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de samenwerking tussen aanbieders van maatwerkvoorzieningen;</al></li>
                    <li nr="c."><al>de samenwerking tussen aanbieders van maatwerkvoorzieningen
                                        en verzekeraars in het kader van de Zorgverzekeringswet;</al></li>
                    <li nr="d."><al>de samenwerking tussen aanbieders van maatwerkvoorzieningen
                                        en maatschappelijke organisaties;</al></li>
                    <li nr="e."><al>de rol van het college ten opzichte van zijn partners als
                                        genoemd onder b, c en d.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>III</nr>
            <titel>Maatwerkvoorzieningen</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Aaanvraag en vormen van verstrekking</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.1</nr>
                <titel>De aanvraag</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het college kan het ondersteuningsplan, voorzien van de
                                        volledig ingevulde en ondertekende aanvraagstrook, aanmerken
                                        als aanvraag.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college merkt een aanvraag en het daarbij behorend
                                        ondersteuningsplan, dat naar oordeel van het college
                                        verouderde informatie bevat, aan als een melding.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.2</nr>
                <titel>Vormen van verstrekking</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Een maatwerkvoorziening kan in natura worden verstrekt of in
                                        de vorm van een· persoonsgebonden budget.</al></li>
                <li nr="2."><al>Een maatwerkvoorziening natura kan worden verstrekt in
                                        eigendom, in bruikleen, als persoonlijke · dienstverlening
                                        of in de vorm van een voucher, dit ter beoordeling aan het
                                        college.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Beoordeling aanspraak</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1</nr>
                <titel>Wettelijke criteria maatwerkvoorziening</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening
                                        in verband met de door hem ondervonden beperkingen in de
                                        zelfredzaamheid of participatie, voor zover hij deze
                                        beperkingen naar het oordeel van het college niet:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>op eigen kracht,</al></li>
                    <li nr="b."><al>met gebruikelijke hulp,</al></li>
                    <li nr="c."><al>met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn
                                        sociale netwerk, dan wel</al></li>
                    <li nr="d."><al>met gebruikmaking van algemene voorzieningen, kan
                                        verminderen of wegnemen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>De maatwerkvoorziening als bedoeld in het eerste lid levert,
                                rekening houdend met het ondersteuningsplan en indien aanwezig het
                                persoonlijk plan, een passende bijdrage aan het realiseren van een
                                situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid
                                en/of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan
                                blijven wonen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.2</nr>
                <titel>Algemene criteria maatwerkvoorziening</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Er bestaat slechts aanspraak op een maatwerkvoorziening voor
                                        zover:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>deze noodzakelijk is om de cliënt in staat te stellen tot
                                        zelfredzaamheid en/of participatie, mede met als doel zo
                                        lang mogelijk in de eigen leefomgeving te kunnen blijven
                                        wonen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>deze als goedkoopst passende bijdrage aan te merken is;</al></li>
                    <li nr="c."><al>deze in belangrijke mate op de cliënt gericht is;</al></li>
                    <li nr="d."><al>de maatwerkvoorziening veilig is voor de cliënt en zijn
                                        omgeving en geen gezondheidsrisico’s meebrengt.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Geen aanspraak op een maatwerkvoorziening bestaat:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>indien de beperkingen van de cliënt met een voor hem als
                                        algemeen gebruikelijk te beschouwen voorziening kunnen
                                        worden opgelost dan wel verminderd;</al></li>
                    <li nr="b."><al>voor zover de cliënt aanspraak kan maken op een voorliggende
                                        voorziening;</al></li>
                    <li nr="c."><al>voor zover er voor de cliënt geen sprake is van aantoonbare
                                        meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan
                                        de melding;</al></li>
                    <li nr="d."><al>indien de noodzaak tot ondersteuning is ontstaan als gevolg
                                        van omstandigheden die in de risicosfeer van de cliënt
                                        liggen;</al></li>
                    <li nr="e."><al>de cliënt niet adequaat, binnen de eigen mogelijkheden,
                                        heeft ingespeeld op de aanwezige beperkingen of op de
                                        gevolgen van de diverse levensfasen waar eenieder mee te
                                        maken krijgt of kan krijgen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>De aanvraag om een maatwerkvoorziening wordt in ieder geval
                                        geweigerd indien de maatwerkvoorziening in natura is
                                        gerealiseerd vóór de melding dan wel de aanvraag.</al></li>
                <li nr="4."><al>Indien werkzaamheden ter realisatie van de
                                        maatwerkvoorziening in natura zijn gestart vóór de melding
                                        dan wel aanvraag, kan een maatwerkvoorziening worden
                                        geweigerd, tenzij de noodzaak achteraf door het college kan
                                        worden vastgesteld.</al></li>
                <li nr="5."><al>Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging
                                        van een eerder door het college verstrekte voorziening,
                                        wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte
                                        voorziening technisch is afgeschreven, tenzij: a. de eerder
                                        verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van
                                        omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen;
                                        b. de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de
                                        veroorzaakte kosten, of c. de eerder verstrekte voorziening
                                        niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de
                                        cliënt· aan maatschappelijke ondersteuning.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.3</nr>
                <titel>Primaat en kortdurende maatschappelijke ondersteuning</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het college kan maatschappelijke ondersteuning verlenen als
                                        collectieve - en als individuele maatwerkvoorziening waarbij
                                        het primaat ligt bij de collectieve verstrekking.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan de maatwerkvoorziening als bedoeld in het
                                        eerste lid kortdurend toekennen indien:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning kortdurend
                                        is;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de cliënt of zijn huisgenoten, van wie gebruikelijke hulp
                                        kan worden gevergd, leerbaar zijn.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Het kortdurend toekennen van een maatwerkvoorziening, als
                                        bedoeld in het vorige lid onder b, is gericht op het
                                        versterken van de zelfredzaamheid en participatie van de
                                        cliënt. Daaronder kan ook toeleiding naar algemene
                                        voorzieningen of voorliggende voorzieningen worden
                                        verstaan.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Persoonsgebonden budget</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6.1</nr>
                <titel>Criteria persoonsgebonden budget</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De cliënt heeft onverminderd artikel 2.3.6 vijfde lid van de
                                        wet recht op een persoonsgebonden budget indien:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de cliënt naar oordeel van het college op eigen kracht, al
                                        dan niet met hulp uit zijn sociale netwerk of zijn
                                        vertegenwoordiger, voldoende in staat is te achten tot: -
                                        een redelijke waardering van zijn belangen, en - het op een
                                        verantwoorde manier uitvoeren van de aan het
                                        persoonsgebonden budget verbonden taken;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de cliënt weet te motiveren waarom hij de
                                        maatwerkvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden
                                        budget wenst, bijvoorbeeld door de motivering op te nemen in
                                        het budgetplan;</al></li>
                    <li nr="c."><al>naar oordeel van het college is gewaarborgd dat de diensten,
                                        hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen
                                        voldoen aan de kwaliteitseisen van de wet en in redelijkheid
                                        geschikt zijn voor het doel waarvoor het persoonsgebonden
                                        budget wordt toegekend.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Aan het persoonsgebonden budget zijn de volgende
                                        verplichtingen verbonden:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de cliënt stelt een budgetplan op. Het college kan
                                        aanvullende voorwaarden stellen aan de inhoud van dit
                                        plan;</al></li>
                    <li nr="b."><al>het persoonsgebonden budget mag niet worden besteed aan een
                                        voorziening die voor de cliënt algemeen gebruikelijk wordt
                                        geacht;</al></li>
                    <li nr="c."><al>uit het persoonsgebonden budget mogen geen personen uit het
                                        sociale netwerk worden betaald, tenzij dat leidt tot
                                        effectievere en meer doelmatige ondersteuning;</al></li>
                    <li nr="d."><al>uit het persoonsgebonden budget mogen in ieder geval geen
                                        administratieve bemiddelingsbureaus, andere tussenpersonen
                                        of belangenbehartigers worden betaald;</al></li>
                    <li nr="e."><al>het persoonsgebonden budget moet binnen zes maanden na
                                        toekenning zijn aangewend voor de bekostiging van het
                                        resultaat waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden;</al></li>
                    <li nr="f."><al>de cliënt die is aangewezen op maatschappelijke
                                        ondersteuning besteedt het persoonsgebonden budget niet aan
                                        een huisgenoot die in beginsel de gebruikelijke hulp op zich
                                        zou moeten nemen, maar daartoe niet in staat is wegens
                                        overbelasting of dreigende overbelasting.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>De cliënt aan wie een persoonsgebonden budget is toegekend
                                        sluit met de aanbieder een zorgovereenkomst, waarin onder
                                        andere afspraken zijn opgenomen over de wijze van
                                        declareren:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>Een declaratie van een aanbieder bevat in ieder geval:</al><lijst>
                        <li nr="-"><al>een overzicht van de dagen waarop is gewerkt;</al></li>
                        <li nr="-"><al>het uurtarief;</al></li>
                        <li nr="-"><al>het Burgerservicenummer en de naam en het adres van de
                                        cliënt;</al></li>
                        <li nr="-"><al>het nummer waarmee die aanbieder staat ingeschreven bij de
                                        Kamer van Koophandel.</al></li>
                      </lijst></li>
                    <li nr="b."><al>Hiernaast wordt de declaratie door de aanbieder ondertekend.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="4."><al>Het college kan andere eisen stellen aan de in het vorige
                                        lid bedoelde zorgovereenkomst indien het persoonsgebonden
                                        budget wordt besteed aan een persoon uit het sociale netwerk
                                        van de cliënt of aan een persoon die niet als beroepskracht
                                        wordt aangemerkt.</al></li>
                <li nr="5."><al>In de zorgovereenkomst, als bedoeld in het derde lid, sluit
                                        de aanbieder zich aan bij de afspraken die zijn vastgelegd
                                        in het budgetplan over de kwaliteit en het resultaat van de
                                        maatschappelijke ondersteuning.</al></li>
                <li nr="6."><al>De cliënt aan wie een persoonsgebonden budget is toegekend
                                        zorgt er voor dat een aanbieder op wie het
                                        Arbeidstijdenbesluit niet van toepassing is, niet meer dan
                                        veertig uur in één week voor hem werkzaamheden
                                        verricht.</al></li>
                <li nr="7."><al>Het college stelt nadere regels in het Besluit over de
                                        voorwaarden als het persoonsgebonden budget aan een
                                        hulpmiddel, vervoersvoorziening of woningaanpassing wordt
                                        besteed.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6.2</nr>
                <titel>Vaststellen hoogte persoonsgebonden budget</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De hoogte van het persoonsgebonden budget voor
                                        vervoersvoorzieningen, hulpmiddelen en woningaanpassingen
                                        bedraagt in ieder geval niet meer dan de aanschafprijs of
                                        bekostiging van de goedkoopst passende bijdrage. Daarbij is
                                        rekening gehouden met onderhoud, reparatie en verzekering
                                        zoals die door het college aan de aanbieder verschuldigd
                                        is.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan de hoogte van het persoonsgebonden budget
                                        als bedoeld in het vorige lid vaststellen op basis van een
                                        offerte.</al></li>
                <li nr="3."><al>De hoogte van het persoonsgebonden budget voor diensten is
                                        afgeleid van de tarieven waarvoor het college deze diensten
                                        heeft gecontracteerd. Het persoonsgebonden budget is niet
                                        hoger dan een percentage van dat tarief.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het college stelt nadere regels in het Besluit over de
                                        hoogte van het persoonsgebonden budget voor diensten
                                        waaronder in ieder geval:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de tarieven van aanbieders waarbij rekening wordt gehouden
                                        met overheadkosten en andere kostencomponenten;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de tarieven van het persoonsgebonden budget dat wordt
                                        besteed voor diensten door een persoon die behoort tot het
                                        sociale netwerk van de cliënt en een persoon die niet als
                                        beroepskracht wordt aangemerkt;</al></li>
                    <li nr="c."><al>de tarieven bedoeld onder b zijn lager zijn dan de tarieven
                                        genoemd onder a.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="5."><al>Het persoonsgebonden budget moet in ieder geval toereikend
                                        zijn om maatschappelijke ondersteuning in te kunnen kopen
                                        die voldoet aan de kwaliteitseisen zoals bedoeld in de wet
                                        en die in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoor
                                        het persoonsgebonden budget wordt toegekend.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Ondersteuning bij het huishouden</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>7.1</nr>
                <titel>Resultaten ondersteuning bij het huishouden</titel>
              </kop>
              <al>De ondersteuning bij het huishouden is gericht op één of meer van de
                                volgende resultaten:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>het schoon en leefbaar houden van de woning;</al></li>
                <li nr="b."><al>het beschikken over schone en draagbare kleding;</al></li>
                <li nr="c."><al>het beschikken over de benodigde dagelijkse maaltijden;</al></li>
                <li nr="d."><al>het thuis kunnen zorgen voor de minderjarige kinderen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>7.2</nr>
                <titel>Criteria ondersteuning bij het huishouden</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het schoon en leefbaar houden van de woning heeft
                                        uitsluitend betrekking op woonruimten die:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>nodig zijn
                                        voor het normale gebruik van de woning, en</al></li>
                    <li nr="b."><al>daadwerkelijk
                                        in gebruik zijn.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Een cliënt komt niet in aanmerking voor ondersteuning bij
                                        het huishouden indien hij één of meer huisgenoten heeft die
                                        naar oordeel van het college gebruikelijk hulp kunnen
                                        verlenen.</al></li>
                <li nr="3."><al>Bij het oordeel of gebruikelijke hulp kan worden gevergd
                                        houdt het college -onverminderd de wettelijke definitie- in
                                        ieder geval rekening met:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de omvang van de ondersteuningsbehoefte;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de leeftijd en de ontwikkelingsfase van inwonende
                                        kinderen;</al></li>
                    <li nr="c."><al>de omstandigheid dat een huisgenoot regelmatig niet aanwezig
                                        is vanwege activiteiten elders met een verplichtend
                                        karakter.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Ondersteuning bij zelfstandig leven, maatschappelijke deelname en kortdurend verblijf</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>8.1</nr>
                <titel>Maatschappelijke ondersteuning</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Onder maatschappelijke ondersteuning in dit hoofdstuk wordt
                                        verstaan:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>ondersteuning bij zelfstandig leven, zo nodig aangevuld met:</al><lijst>
                        <li nr="-"><al>ondersteuning van personen uit de sociale omgeving van de
                                        cliënt;</al></li>
                        <li nr="-"><al>ondersteuning kortdurend verblijf in een
                                        instelling.</al></li>
                      </lijst></li>
                    <li nr="b."><al>ondersteuning bij maatschappelijke deelname, zo nodig
                                        aangevuld met:</al><lijst>
                        <li nr="-"><al>het noodzakelijke vervoer door de aanbieder
                                        van en naar de locatie waar de ondersteuning wordt
                                        geboden.</al></li>
                      </lijst></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>8.2</nr>
                <titel>Resultaten ondersteuning bij zelfstandig leven</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De ondersteuning bij een zelfstandig leven is gericht op één
                                        of meer van de volgende resultaten:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>het gezond houden van zijn financiële situatie;</al></li>
                    <li nr="b."><al>het voorzien in zijn eerste levensbehoeften;</al></li>
                    <li nr="c."><al>het uitvoeren van taken rondom het huis;</al></li>
                    <li nr="d."><al>het voorkomen van isolement;</al></li>
                    <li nr="e."><al>het nemen van besluiten;</al></li>
                    <li nr="f."><al>het verzorgen van zichzelf;</al></li>
                    <li nr="g."><al>het op een passende manier voor zichzelf opkomen;</al></li>
                    <li nr="h."><al>met minimale ondersteuning stabiel functioneren en
                                        participeren in de maatschappij;</al></li>
                    <li nr="i."><al>het zich zelfstandig te verplaatsen met algemeen
                                        gebruikelijke vervoersmiddelen;</al></li>
                    <li nr="j."><al>het in acht nemen van een gezonde levensstijl,</al><al>dit met als doel het zo lang mogelijk zelfstandig in de eigen
                                leefomgeving te kunnen blijven wonen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Ook personen uit de sociale omgeving van de cliënt kunnen in
                                aanmerking komen voor de ondersteuning als genoemd in het eerste
                                lid. In dat geval is de ondersteuning er op gericht hen in staat te
                                stellen om met (de gevolgen van) de beperkingen van de cliënt om te
                                kunnen gaan.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>8.3</nr>
                <titel>Resultaten ondersteuning bij maatschappelijke deelname</titel>
              </kop>
              <al>De ondersteuning bij maatschappelijke deelname is gericht één of
                                meer van de volgende resultaten:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>een zinvolle dagbesteding;</al></li>
                <li nr="b."><al>het hebben van sociale contacten buitenshuis;</al></li>
                <li nr="c."><al>deelname aan georganiseerde activiteiten;</al></li>
                <li nr="d."><al>het hebben van betaald werk met ondersteuning;</al></li>
                <li nr="e."><al>het aanleren van werknemersvaardigheden;</al></li>
                <li nr="f."><al>het ontlasten van de mantelzorger,</al><al>dit met als doel zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving te kunnen
                                blijven wonen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>8.4</nr>
                <titel>Resultaten kortdurend verblijf in een instelling</titel>
              </kop>
              <al>De ondersteuning kortdurend verblijf in een instelling is gericht op
                                de volgende resultaten:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>het ontlasten van de mantelzorger;</al></li>
                <li nr="b."><al>het zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen laten
                                        wonen van de cliënt.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>8.5</nr>
                <titel>Criterium ondersteuning bij maatschappelijke deelname</titel>
              </kop>
              <al>De ondersteuning als bedoeld in artikel 8.3 onder d en e, kan
                                slechts worden toegekend aan de cliënt die niet beschikt over
                                arbeidsvermogen in de zin van de Participatiewet.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>8.6</nr>
                <titel>Aanvullende criteria ondersteuning bij zelfstandig leven en maatschappelijke deelname</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De cliënt komt niet in aanmerking voor ondersteuning als
                                        bedoeld in dit hoofdstuk indien hij één of meer huisgenoten
                                        heeft die naar oordeel van het college gebruikelijke hulp
                                        kunnen verlenen.</al></li>
                <li nr="2."><al>Bij het oordeel of gebruikelijke hulp kan worden gevergd
                                        houdt het college -onverminderd de wettelijke definitie- in
                                        ieder geval rekening met:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de aard en de omvang van de ondersteuningsbehoefte van de
                                        cliënt;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de aard van de relatie van de persoon binnen de leefeenheid
                                        met de cliënt;</al></li>
                    <li nr="c."><al>de leeftijd en de ontwikkelingsfase van inwonende
                                        kinderen;</al></li>
                    <li nr="d."><al>de leerbaarheid van de cliënt en/of huisgenoten van wie
                                        gebruikelijke hulp kan worden gevergd;</al></li>
                    <li nr="e."><al>de omstandigheid dat een huisgenoot regelmatig niet aanwezig
                                        is vanwege activiteiten elders met een verplichtend
                                        karakter.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>8.7</nr>
                <titel>Criterium kortdurend verblijf in een instelling</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De cliënt kan in aanmerking komen voor kortdurend verblijf
                                        in een instelling, niet zijnde een ziekenhuis, indien de
                                        cliënt zonder of met minder mantelzorg is aangewezen op
                                        ondersteuning die gepaard gaat met permanent toezicht.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het kortdurend verblijf als bedoeld in het eerste lid omvat
                                        maximaal drie etmalen per week.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Ondersteuning gericht op het wonen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>9.1</nr>
                <titel>Maatschappelijke ondersteuning</titel>
              </kop>
              <al>Onder maatschappelijke ondersteuning in dit hoofdstuk wordt
                                verstaan: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>een woonvoorziening;</al></li>
                <li nr="b."><al>een rolstoel of ander middel om zich in en om de woning te
                                        verplaatsen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>9.2</nr>
                <titel>Resultaat woonvoorziening</titel>
              </kop>
              <al>De woonvoorziening is er op gericht dat de cliënt normaal gebruik
                                kan maken van de woning waar hij zijn hoofdverblijf heeft.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>9.3</nr>
                <titel>Resultaat van verplaatsingsmiddel</titel>
              </kop>
              <al>Een rolstoel of ander verplaatsingsmiddel is er op gericht dat de
                                cliënt zich kan verplaatsen in en om de woning.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>9.4</nr>
                <titel>Criterium woonvoorziening</titel>
              </kop>
              <al>Een woonvoorziening heeft uitsluitend betrekking op
                                        woonruimten die:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>nodig zijn voor het normale gebruik van
                                        de woning, en</al></li>
                <li nr="b."><al>daadwerkelijk in gebruik zijn. </al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>9.5</nr>
                <titel>Aanvullende criteria woonvoorziening</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Een woningaanpassing kan slechts worden toegekend voor
                                        zover:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>er sprake is van een zelfstandige woning;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de aan te passen woning in de gemeente Enschede
                                        staat;</al></li>
                    <li nr="c."><al>de woning naar verwachting nog minstens tien jaar in
                                        stand blijft.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing
                                        op:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>het toekennen van woonvoorzieningen aan hotels/pensions,
                                        trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen,
                                        vakantiewoningen, recreatiewoningen en bij
                                        kamerverhuur;</al></li>
                    <li nr="b."><al>het toekennen van woonvoorzieningen in gemeenschappelijke
                                        ruimten van woongebouwen, die specifiek gericht zijn op
                                        ouderen en mensen met beperkingen;</al></li>
                    <li nr="c."><al>het toekennen van woonvoorzieningen in levensloopbestendige
                                        woongebouwen, die bij nieuwbouw of renovatie zonder
                                        noemenswaardige meerkosten kunnen of hadden kunnen worden
                                        meegenomen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Een woonvoorziening wordt slechts toegekend indien de cliënt
                                        zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woning waaraan
                                        de maatwerkvoorziening wordt getroffen.</al></li>
                <li nr="4."><al>De aanvraag voor een woonvoorziening kan in ieder geval
                                        worden geweigerd indien:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het
                                        gevolg is van een verhuizing, die niet noodzakelijk was
                                        vanwege belemmeringen in het normale gebruik van de woning
                                        als gevolg van beperkingen, en er geen andere belangrijke
                                        reden aanwezig was;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen -op
                                        dat moment beschikbare- meest geschikte woning, tenzij
                                        daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door
                                        het college;</al></li>
                    <li nr="c."><al>deze betrekking heeft op woonvoorzieningen in
                                        gemeenschappelijke ruimten anders dan:</al><lijst>
                        <li nr="-"><al>het verbreden van toegangsdeuren,</al></li>
                        <li nr="-"><al>het aanbrengen van elektrische deuropeners,</al></li>
                        <li nr="-"><al>aanleg van een hellingbaan van de openbare weg naar de
                                        toegang van het gebouw (mits de woningen in het woongebouw
                                        te bereiken zijn met een rolstoel),</al></li>
                        <li nr="-"><al>het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders,</al></li>
                        <li nr="-"><al>het aanbrengen van een extra trapleuning bij een
                                        portiekwoning;</al></li>
                      </lijst></li>
                    <li nr="d."><al>de cliënt verhuisd is naar een woonruimte die niet bestemd
                                        en/of geschikt is om het gehele jaar door bewoond te
                                        worden;</al></li>
                    <li nr="e."><al>de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de
                                        woning het gevolg zijn van de aard van de in de woning
                                        gebruikte materialen;</al></li>
                    <li nr="f."><al>de noodzaak tot het treffen van een maatwerkvoorziening het
                                        gevolg is van achterstallig onderhoud of alleen bedoeld is
                                        ter renovatie van de woning of om deze in overeenstemming te
                                        brengen met de eisen die redelijkerwijs aan een woning mogen
                                        worden gesteld.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="5."><al>Het college kan in het Besluit nadere regels stellen over
                                        afschrijftermijnen als bedoeld in het vorige lid onder
                                        f.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>9.6</nr>
                <titel>Hoofdverblijf in een instelling</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9.5 lid 3 kan aan de cliënt die
                                        elders in een AWBZ-instelling woont, een woonvoorziening
                                        worden verstrekt voor het bezoekbaar maken van één
                                        woonruimte in de gemeente Enschede onder de voorwaarde
                                        dat:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de woonruimte regelmatig wordt bezocht;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de kosten van de woonvoorziening niet meer bedragen
                                                dan € 5.000,-.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Onder bezoekbaar maken van de woonruimte wordt uitsluitend
                                        verstaan dat belanghebbende de woonkamer en het toilet kan
                                        bereiken en dat hij tevens het toilet kan gebruiken.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>9.7</nr>
                <titel>Criterium verplaatsingsmiddel</titel>
              </kop>
              <al>Een rolstoel of ander verplaatsingsmiddel kan worden verstrekt
                                indien de cliënt deze nodig heeft voor dagelijks noodzakelijke
                                verplaatsingen in en rondom de woning.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Ondersteuning gericht op verplaatsen binnen de leefomgeving</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>10.1</nr>
                <titel>Maatschappelijke ondersteuning</titel>
              </kop>
              <al>Onder maatschappelijke ondersteuning in dit hoofdstuk wordt een
                                vervoersvoorziening verstaan.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>10.2</nr>
                <titel>Resultaat vervoersvoorziening</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De vervoersvoorziening is gericht op een of meer van de
                                        volgende resultaten:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>het kunnen bereiken van winkels;</al></li>
                    <li nr="b."><al>het kunnen onderhouden van sociale contacten;</al></li>
                    <li nr="c."><al>het deelnemen aan activiteiten, al dan niet in de vorm van
                                        een algemene voorziening, binnen de leefomgeving van de
                                        cliënt.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Om de resultaten als bedoeld in het vorige lid onder a, b en
                                        c te bereiken, wordt vervoer mogelijk gemaakt tot 1.500
                                        kilometer per jaar.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het college kan in individuele gevallen afwijken van het
                                        gestelde in het tweede lid.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>10.3</nr>
                <titel>Criterium vervoersvoorziening</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Beperkingen bij het verplaatsen in de leefomgeving worden
                                        aanwezig geacht als de cliënt het openbaar vervoer niet kan
                                        bereiken of niet kan gebruiken.</al></li>
                <li nr="2."><al>Onder de leefomgeving als bedoeld de artikelen 10.1 en 10.2
                                        wordt 15 tot 20 kilometer rondom de woning verstaan.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het college kan in individuele gevallen afwijken van het
                                        gestelde in dit lid.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>10.4</nr>
                <titel>Voorrang van collectief vervoer</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Indien het resultaat als bedoeld in artikel 10.2 bereikt kan
                                        worden door gebruik van de Regiotaxi, wordt deze
                                        mogelijkheid eerst beoordeeld.</al></li>
                <li nr="2."><al>De cliënt is voor het gebruik van de Regiotaxi een
                                        ritbijdrage verschuldigd.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het college stelt in het Besluit de hoogte vast van de
                                        ritbijdrage als bedoeld in het vorige lid.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>IV</nr>
            <titel>Overige bepalingen</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Bijdrage in kosten</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>11.1</nr>
                <titel>Maatwerkvoorziening</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De cliënt is een bijdrage in de kosten van een
                                        maatwerkvoorziening verschuldigd, zolang hij van de
                                        maatwerkvoorziening in natura gebruik maakt of gedurende de
                                        periode waarvoor het persoonsgebonden wordt toegekend. De
                                        bijdrage in kosten is verschuldigd overeenkomstig het
                                        bepaalde in het Uitvoeringsbesluit en is afhankelijk van het
                                        inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot.</al></li>
                <li nr="2."><al>Indien een maatwerkvoorziening wordt toegekend ten behoeve
                                        van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt, is de
                                        bijdrage verschuldigd door:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene
                                        tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk
                                        Wetboek gegrond verzoek is afgewezen; en</al></li>
                    <li nr="b."><al>degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag
                                        uitoefent over een cliënt.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Het college stelt in het Besluit nadere regels over de
                                        omvang van de verschuldigde bijdrage in de kosten van de
                                        maatwerkvoorziening met inachtneming van het
                                        Uitvoeringsbesluit.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>11.2</nr>
                <titel>Algemene voorziening</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor het
                                        gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde
                                        cliëntondersteuning.</al></li>
                <li nr="2."><al>De cliënt is de bijdrage in principe verschuldigd aan de
                                        aanbieder.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het college stelt in het Besluit nadere regels
                                        waaronder:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>wat per soort algemene voorziening de hoogte van deze
                                        bijdrage is;</al></li>
                    <li nr="b."><al>of voor cliënten uit omschreven groepen een korting van
                                        toepassing is op deze bijdrage.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>11.3</nr>
                <titel>Kostprijs berekening voor bijdrag in de kosten</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De kostprijs van een maatwerkvoorziening is gelijk aan de
                                        prijs waarvoor de gemeente de maatwerkvoorziening afneemt of
                                        aanschaft van een -gecontracteerde- aanbieder, inclusief de
                                        bijkomende kosten.</al></li>
                <li nr="2."><al>De kostprijs van een persoonsgebonden budget is gelijk aan
                                        het bedrag van het persoonsgebonden budget.</al></li>
                <li nr="3."><al>De kostprijs van een algemene voorziening bedraagt nooit
                                        meer dan een kostendekkende bijdrage.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>11.4</nr>
                <titel>Vaststelling en inning van bijdrage voor opvang</titel>
              </kop>
              <al>De bijdragen in de kosten van opvang worden vastgesteld en geïnd
                                door de betreffende organisaties die de opvang bieden.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Toezicht en handhaving</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>12.1</nr>
                <titel>Nieuwe feiten en omstandigheden</titel>
              </kop>
              <al>Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt uit eigen
                                beweging of op verzoek, zonder uitstel, mededeling aan het college
                                van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs
                                duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot
                                heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of
                                2.3.6 van de wet.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>12.2</nr>
                <titel>Beëindiging</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een
                                        toegekende aanspraak op een maatwerkvoorziening beëindigen,
                                        indien:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>niet wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of
                                        krachtens de wet of de verordening;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de cliënt wordt opgenomen in een instelling;</al></li>
                    <li nr="c."><al>de cliënt zich niet houdt aan de verplichtingen verbonden
                                        aan het gebruik van de maatwerkvoorziening;</al></li>
                    <li nr="d."><al>de cliënt is overleden;</al></li>
                    <li nr="e."><al>indien de cliënt vanwege een verhuizing niet meer in de
                                        gemeente Enschede woont.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>12.3</nr>
                <titel>Herziening of intrekking</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een
                                        besluit tot toekenning van een maatwerkvoorziening herzien
                                        of intrekken indien:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>niet is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens
                                        de wet of de verordening;</al></li>
                    <li nr="b."><al>blijkt dat de cliënt aan wie een persoonsgebonden budget is
                                        toegekend niet heeft voldaan aan de verplichtingen als
                                        bedoeld in artikel 6.1 van deze verordening.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>12.4</nr>
                <titel>Terugvordering</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Onverminderd artikel 2.4.1 van de wet kan het college, nadat
                                        het besluit tot toekenning van een maatwerkvoorziening is
                                        herzien of ingetrokken:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>het ten onrechte of tot een te hoog bedrag genoten
                                        persoonsgebonden budget terugvorderen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de geldswaarde van de ten onrechte genoten
                                        maatwerkvoorziening in natura vorderen of deze
                                        maatwerkvoorziening terugvorderen dan wel terughalen;</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>De vordering kan worden geïnd door middel van verrekening,
                                        als bedoeld in artikel 3.11 van het Uitvoeringsbesluit.</al></li>
                <li nr="3."><al>De extra kosten die het college maakt bij toepassing van het
                                        eerste lid onder b, kan het college verhalen op de
                                        cliënt.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>12.5</nr>
                <titel>Wangedrag en onzorgvuldig gebruik</titel>
              </kop>
              <al>Bij herhaald en ernstig wangedrag bij het ontvangen van diensten of
                                bij herhaald onzorgvuldig gebruik van een in bruikleen verstrekte
                                maatwerkvoorziening, kan het college -al dan niet tijdelijke-
                                maatregelen treffen jegens cliënt ter bescherming van de medewerker
                                van een aanbieder of ter voorkoming van (verdere) schade aan de in
                                bruikleen verstrekte maatwerkvoorziening.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>12.6</nr>
                <titel>Fraudepreventie</titel>
              </kop>
              <al>Het college zet in op fraudepreventie, dat in ieder geval
                                omvat:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>het voorlichting geven aan inwoners van de gemeente Enschede
                                        en in het bijzonder aan cliënten;</al></li>
                <li nr="b."><al>het informeren van cliënten over de rechten en plichten die
                                        zijn verbonden aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening
                                        en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk
                                        gebruik;</al></li>
                <li nr="c."><al>het aanwijzen van toezichthouders en hen -indien wenselijk-
                                        betrekken bij gesprekken met cliënten;</al></li>
                <li nr="d."><al>het vroegtijdige opsporen van misbruik of oneigenlijk
                                        gebruik.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>12.7</nr>
                <titel>Controle persoonsgebonden budgetten</titel>
              </kop>
              <al>Het college beoordeelt, al dan niet steekproefsgewijs, de besteding
                                van de persoonsgebonden budgetten. Tevens beoordeelt het college of
                                de cliënt nog voldoet aan de criteria om voor een persoonsgebonden
                                budget in aanmerking te komen.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Kwaliteit en klachten</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>13.1</nr>
                <titel>Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van
                                        voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van
                                        beroepskrachten daaronder begrepen, door:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie
                                        van de cliënt;</al></li>
                    <li nr="b."><al>het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van
                                        zorg;</al></li>
                    <li nr="c."><al>erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun
                                        werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen
                                        handelen in overeenstemming met de professionele
                                        standaard;</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan in het Besluit bepalen welke verdere eisen
                                        worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met
                                        betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten
                                        daaronder begrepen.</al></li>
                <li nr="3."><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college
                                        toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen
                                        met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek,
                                        en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse
                                        controleren van de geleverde voorzieningen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>13.2</nr>
                <titel>Verhouding prijs-kwaliteit van voorziening geleverd door derden</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het college houdt in het belang van een goede
                                        prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de
                                        tarieven die het hanteert voor door derden te leveren
                                        diensten, in ieder geval rekening met:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de aard en omvang van de te verrichten taken;</al></li>
                    <li nr="b."><al>een redelijke toeslag voor overheadkosten;</al></li>
                    <li nr="c."><al>een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het
                                        personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en
                                        werkoverleg;</al></li>
                    <li nr="d."><al>kosten voor bijscholing van het personeel.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Het college houdt in het belang van een goede
                                        prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de
                                        tarieven die het hanteert voor door derden te leveren
                                        overige voorzieningen, in ieder geval rekening met:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de marktprijs van de voorziening, en</al></li>
                    <li nr="b."><al>de eventuele extra taken die in verband met de voorziening
                                        van de leverancier worden gevraagd, zoals:</al><lijst>
                        <li nr="-"><al>aanmeten, leveren en plaatsen van de voorziening;</al></li>
                        <li nr="-"><al>instructie over het gebruik van de voorziening;</al></li>
                        <li nr="-"><al>onderhoud van de voorziening, en</al></li>
                        <li nr="-"><al>verplichte deelname in bepaalde samenwerkingsverbanden.</al></li>
                      </lijst></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>13.3</nr>
                <titel>Externe klachtregeling</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De aanbieder van een maatwerkvoorziening is verplicht om een
                                        klachtenregeling, als bedoeld in artikel 3.2 van de wet, te
                                        treffen.</al></li>
                <li nr="2."><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college
                                        toe op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders
                                        door periodieke overleggen met de aanbieders en een
                                        jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>13.4</nr>
                <titel>Externe medezeggenschapsregeling</titel>
              </kop>
              <al>De aanbieder van een maatwerkvoorziening in de vorm van
                                dienstverlening is verplicht een regeling te treffen voor
                                medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de
                                aanbieder die voor de gebruikers van belang zijn.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>13.5</nr>
                <titel>Meldingsregeling calamiteiten en geweld</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het college treft een regeling voor het melden van
                                        calamiteiten en geweldsincidenten bij de verstrekking van
                                        een voorziening door een aanbieder en wijst een
                                        toezichthoudend ambtenaar aan.</al></li>
                <li nr="2."><al>Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident
                                        dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een
                                        voorziening zonder uitstel aan de toezichthoudend
                                        ambtenaar.</al></li>
                <li nr="3."><al>De toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1, van de
                                        wet, doet onderzoek naar de calamiteiten en
                                        geweldsincidenten en adviseert het college over het
                                        voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van
                                        geweld.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het college kan in het Besluit bepalen welke verdere eisen
                                        gelden voor het melden van calamiteiten en geweld bij de
                                        verstrekking van een voorziening.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>13.6</nr>
                <titel>Interne klachtenregeling</titel>
              </kop>
              <al>Het college behandelt klachten van cliënten - dan wel hun
                                gemachtigden, vertegenwoordigers of mantelzorgers- die betrekking
                                hebben op de wijze van afhandeling van meldingen en aanvragen als
                                bedoeld in deze verordening, overeenkomstig de bepalingen van de
                                Klachtenregeling gemeente Enschede 2006.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>Mantelzorgwaardering en inspraak</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>14.1</nr>
                <titel>Jaarlijkse waardering mantelzorgers</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het college draagt jaarlijks zorg voor een blijk van
                                        waardering voor mantelzorgers indien mantelzorg wordt
                                        verleend aan een cliënt die zijn hoofdverblijf heeft in de
                                        gemeente Enschede.</al></li>
                <li nr="2."><al>Bij de waardering als bedoeld in het eerste lid heeft het
                                        college ook oog voor mantelzorgers van cliënten die alleen
                                        gebruik maken van algemene voorzieningen.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het college kan nadere regels stellen in het Besluit over de
                                        waardering als bedoeld in het eerste lid.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>14.2</nr>
                <titel>Inspraak</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het college betrekt de inwoners van de gemeente bij de
                                        voorbereiding van het beleid betreffende maatschappelijke
                                        ondersteuning overeenkomstig de Inspraakverordening Enschede
                                        2006.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college stelt de Wmo-raad vroegtijdig in de gelegenheid
                                        voorstellen te doen voor het beleid en advies uit te brengen
                                        bij de besluitvorming over verordeningen en
                                        beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke
                                        ondersteuning. Het college voorziet hierbij de Wmo-raad van
                                        ondersteuning om zijn rol effectief te kunnen
                                        vervullen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>Slotbepalingen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>15.1</nr>
                <titel>Hardheidsclausule</titel>
              </kop>
              <al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt
                                afwijken van de bepalingen in deze verordening en het Besluit,
                                indien toepassing hiervan leidt tot onbillijkheden van overwegende
                                aard.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>15.2</nr>
                <titel>Indexering</titel>
              </kop>
              <al>Het college kan jaarlijks per 1 januari de geldende bedragen, die
                                zijn vermeld in het Besluit, verhogen of verlagen overeenkomstig de
                                prijsindex die de rijksoverheid betreffende de onderdelen van de wet
                                toepast in de gemeentefondsuitkering.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>15.3</nr>
                <titel>Intrekking huidige verordening en overgangsrecht</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de
                                        Verordening individuele voorzieningen Wmo 2011
                                        ingetrokken.</al></li>
                <li nr="2."><al>Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt
                                        op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning
                                        2007 of de Verordening individuele voorzieningen Wmo 2011,
                                        totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij
                                        het besluit waarmee deze lopende voorziening is verstrekt,
                                        wordt ingetrokken.</al></li>
                <li nr="3."><al>Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening
                                        individuele voorzieningen Wmo 2011, en waarop nog niet is
                                        beslist bij het in werking treden van de Verordening
                                        maatschappelijke ondersteuning Enschede 2015, worden
                                        afgehandeld krachtens de Verordening maatschappelijke
                                        ondersteuning Enschede 2015.</al></li>
                <li nr="4."><al>Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de
                                        Verordening individuele voorzieningen Wmo 2011, wordt
                                        beslist met inachtneming van die verordening.</al></li>
                <li nr="5."><al>Het college heeft de bevoegdheid om een persoonsgebonden
                                        budget dat is verstrekt onder de Verordening individuele
                                        voorzieningen Wmo 2011 terug te vorderen op de gronden
                                        genoemd in die verordening.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>15.4</nr>
                <titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
              </kop>
              <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015 en
                                wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning
                            </al>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>