<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR34023_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Aansluitverordening Riolering Gemeente Drechterland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Drechterland</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-10-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Drechterland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">de Middenstander, 27-06-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Rioolaansluitverordening gemeente Drechterland 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Milieubeheer, art. 10.33</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-06-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-06-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2.11</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>milieu</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      
      Rioolaansluitverordening gemeente Drechterland
    
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De Raad van de gemeente Drechterland;</al>
          <al/>
          <al>gelet op het voorstel van burgemeester en wethouders van 24 april 2007, nr.
                        2.11;</al>
          <al/>
          <al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 10.33 van de Wet
                        milieubeheer;</al>
          <al/>
          <al>gelet op de Algemene wet bestuursrecht;</al>
          <al/>
          <al>b e s l u i t :</al>
          <al/>
          <al>vast te stellen de Aansluitverordening Riolering Gemeente Drechterland.</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>I:</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>
                  <vet>Aansluitleiding: </vet>de particuliere afvoerleiding, het
                            aansluitpunt en de perceelaanluitleiding tezamen.</al></li>
              <li nr="b."><al>
                  <vet>Aansluitpunt</vet>: in de aansluitvergunning
                            aangegeven punt welke kan zijn:</al><lijst>
                  <li nr="-"><al>De ontstoppingsvoorziening, gelegen op het perceel van de
                        gebruiker, in beginsel op 1 meter afstand van de gevel of
                        kadastrale eigendomsgrens, en op een diepte van 0,2 tot 1 meter
                        onder het maaiveld, of</al></li>
                  <li nr="-"><al>de ontstoppingsvoorziening, gelegen in het openbaar gebied, in
                        beginsel op 1 meter afstand van de gevel of kadastrale
                        eigendomsgrens, of</al></li>
                  <li nr="-"><al>bij afwezigheid van de ontstoppingsvoorziening, het punt waar
                        de aansluitleiding de kadastrale eigendomsgrens snijdt, of</al></li>
                  <li nr="-"><al>bij afwezigheid van de ontstoppingsvoorziening, het punt
                        gelegen op 1 meter van een gemeentelijke voorziening in de
                        vorm van een pompput, IBA of anderszins.</al><al>Het aansluitpunt wordt ook het “overnamepunt” genoemd.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="c."><al>
                  <vet>Afvalwater</vet>: al het water afkomstig van een perceel, met
                            uitzondering van hemelwater, drainagewater, bronneringswater, schoon
                            water en oppervlaktewater.</al></li>
              <li nr="d."><al>
                  <vet>Bronneringswater</vet>: grondwater, onttrokken ten
                            behoeve van tijdelijke verlaging van de grondwaterstand.</al></li>
              <li nr="e."><al>
                  <vet>Drainagewater</vet>: grondwater, ingezameld door een ingegraven
                            doorlatend buizensysteem.</al></li>
              <li nr="f."><al>
                  <vet>Drainagestelsel</vet>: gemeentelijk leidingstelsel, bestemd voor
                            de afvoer van overtollig grondwater, met uitzondering van de
                            aansluitleidingen.</al></li>
              <li nr="g."><al>
                  <vet>Drukriolering</vet>: het openbaar riool, voor de afvoer van
                            afvalwater, waarbij het transport door het riool plaats vindt door
                            middel van met pompinstallaties veroorzaakte druk.</al></li>
              <li nr="h."><al>
                  <vet>Gebruiker</vet>: de perceeleigenaar, de zakelijk gerechtigde van
                            het perceel of de huurder die gebruik maakt van de aansluiting op het
                            openbaar riool.</al></li>
              <li nr="i."><al>
                  <vet>Gemeente</vet>: de gemeente Drechterland.</al></li>
              <li nr="j."><al>
                  <vet>Hemelwater </vet>Regenwater en andere neerslag afvloeiend via
                            (verharde) oppervlakken, daken en andere verhardingen.</al></li>
              <li nr="k."><al>
                  <vet>Mechanische riolering</vet>: drukriolering, vacuümriolering of
                            luchtpersriolering.</al></li>
              <li nr="l."><al>
                  <vet>(Verbeterd) gemengd stelsel</vet>: het openbaar riool voor de
                            afvoer van afvalwater, inclusief hemelwater.</al></li>
              <li nr="m."><al>
                  <vet>(Verbeterd) gescheiden stelsel</vet>: het openbaar
                            riool met een buizenstelsel voor de afvoer van hemelwater dat niet
                            dienst doet als leiding voor de afvoer van drainagewater en een
                            buizenstelsel voor de afvoer van het afvalwater.</al></li>
              <li nr="n."><al>
                  <vet>IBA: </vet>systeem voor Individuele Behandeling van Afvalwater,
                            te onderscheiden in laag- en hoog- rendementssystemen (IBA II en
                        IBA III): De IBA’s kunnen per perceel afzonderlijk of per cluster
                        percelen (zogenaamde groeps-IBA) worden geïnstalleerd.
                        Bij de IBA is begrepen een riool van 1 meter dat het afvalwater
                        influent ontvangt en een riool van variabele lengte tot het
                        oppervlaktewater of de bodem die het effluent afvoert naar
                        oppervlaktewater of bodem.</al></li>
              <li nr="o."><al>
                  <vet>Lozingtoetstel: </vet>toestel, (bewerkings)apparaat zoals
                            toilet, keuken e.d voor lozing van afval-, bronnerings-, drainage- of
                            hemelwater onder vrijverval.</al></li>
              <li nr="p."><al>
                  <vet>Openbaar riool</vet>: het gedeelte van de riolering dat bij de
                            gemeente in eigendom en beheer is voor inzameling en transport van
                            afvalwater, hemelwater en drainagewater, met inbegrip van de daartoe behorende rioolgemalen, persleidingen, vacuümleidingen en
                        werken en installaties van overeenkomstige aard, met uitzondering
                        van de aansluitleidingen.</al></li>
              <li nr="q."><al>
                  <vet>Particuliere afvoerleiding</vet>: de binnen en of buiten de
                            kadastrale eigendomsgrenzen van het aan te sluiten perceel gelegen
                            binnen-, buiten- of terrein (riool)leidingen tot aan het aansluitpunt.
                            De particuliere
                        afvoerleiding wordt ook het “particulier riool” genoemd.</al></li>
              <li nr="r."><al>
                  <vet>Perceelaansluitleiding</vet>: openbaar riool en voorzieningen
                            die deel uit maken van dit riool respectievelijk de IBA en de
                            voorzieningen die deel uitmaken van deze IBA, vanaf het openbaar riool respectievelijk de IBA tot
                            en met het aansluitpunt, in beheer bij de gemeente.</al></li>
              <li nr="s."><al>
                  <vet>Proceswater: </vet>Water afkomstig van procesmatige verwerking
                            in het bedrijf evenals water van bedrijfsmatig karakter.</al></li>
              <li nr="t."><al>
                  <vet>Rechthebbende</vet>:</al><lijst>
                  <li nr="1."><al>de eigenaar, de vereniging van eigenaren
                            of zakelijk
                        gerechtigde van het perceel ten behoeve waarvan de aansluiting
                        op het openbaar riool wordt gerealiseerd en in stand gehouden.</al></li>
                  <li nr="2."><al>De rechtverkrijgende onder algemene of bijzondere titel van
                        de onder 1. bedoelde personen.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="u."><al>
                  <vet>Vacuümriolering</vet>: het openbaar riool, voor de afvoer van
                            afvalwater, waarbij het transport door het riool plaats vindt door
                            middel van met vacuümpompinstallaties veroorzaakte onderdruk.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>II:</nr>
            <titel>De vergunning</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2:</nr>
              <titel>Vergunningplicht</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het is verboden zonder een daartoe verleende aansluitvergunning een
                                aansluiting van een particuliere afvoerleiding op het openbaar riool
                                of op een IBA tot stand te brengen of te wijzigen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders verlenen een aansluitvergunning alleen
                                voor het tot stand brengen en in stand houden van een aansluiting
                                tussen het particulier riool en de perceelaansluiting:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>voor de afvoer van afvalwater exclusief en / of inclusief
                                hemelwater indien ter plaatse een gemengd stelsel aanwezig is;</al></li>
                <li nr="b."><al>voor de afvoer van afvalwater zonder hemelwater naar het daarvoor
                                bedoelde buizenstelsel, indien ter plaatse een gescheiden stelsel
                                aanwezig is;</al></li>
                <li nr="c."><al>voor de afvoer van hemelwater naar het daarvoor bedoelde
                                buizenstelsel, indien ter plaatse een gescheiden stelsel aanwezig
                                is;</al></li>
                <li nr="d."><al>voor de afvoer van afvalwater zonder hemelwater indien ter
                                plaatse riolering onder over- en /of onderdruk aanwezig is;</al></li>
                <li nr="e."><al>voor de afvoer van grondwater indien ter plaatse een
                                drainagestelsel aanwezig is.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Indien de rechthebbende voor de aansluiting van meer dan één
                                particuliere afvoerleiding op het openbaar riool dan wel een IBA een
                                aansluitvergunning aanvraagt, wordt voor deze aanvragen tezamen één
                                vergunning verleend, waarin alle aansluitingen afzonderlijk worden
                                vermeld.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>In de vergunning kunnen in ieder geval voorschriften worden
                                opgenomen met betrekking tot:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>het tot stand brengen van de aansluiting;</al></li>
                <li nr="b."><al>het onderhoud, de renovatie en de vervanging van de
                                aansluitleiding;</al></li>
                <li nr="c."><al>sloopwerkzaamheden op het perceel van de rechthebbende;</al></li>
                <li nr="d."><al>de periode waarvoor de vergunning wordt verleend indien de
                                aansluiting is bedoeld voor de afvoer van bronneringswater/ indien
                                het een tijdelijke aansluiting betreft;</al></li>
                <li nr="e."><al>de kwantiteit van het af te voeren proceswater.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Indien de rechthebbende binnen een jaar na verlening van de
                                aansluitvergunning geen verzoek heeft gedaan de aansluiting of
                                wijziging van de aansluiting waarop die aansluitingvergunning
                                betrekking heeft, uit te voeren, kunnen burgemeester en
                                wethouders de aansluitvergunning intrekken.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3:</nr>
              <titel>De vergunningaanvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De aanvraag van een aansluitvergunning wordt schriftelijk met behulp
                                van een daartoe bestemd formulier, bij burgemeester en wethouders
                                ingediend door de rechthebbende van het aan te sluiten perceel.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Bij de aanvraag van een aansluitvergunning dienen door de
                                rechthebbende voldoende gegevens te worden verstrekt om het verzoek
                                te kunnen beoordelen, waaronder in ieder geval de volgende
                                gegevens:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de naam en het adres van de rechthebbende;</al></li>
                <li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li>
                <li nr="c."><al>de aanduiding dat het een verzoek om een aansluitvergunning
                                betreft;</al></li>
                <li nr="d."><al>de ligging van het aan te sluiten perceel:</al><lijst>
                    <li nr="-"><al>aan de hand van straat en huisnummer of, indien nog geen
                                huisnummer is toegekend, aan de hand van het kadastraal nummer van
                                het betreffende perceel;</al></li>
                    <li nr="-"><al>aangegeven op een situatieschets 1:1000 of grotere schaal;</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="e."><al>voor zover het lozing van proceswater betreft, de aard en de
                                hoeveelheid van de af te voeren vloeistoffen, waarbij dient te
                                worden aangegeven of niet verontreinigd water, zoals regen- of
                                koelwater, en /of verontreinigd water, zoals huishoudelijk of
                                industrieel afvalwater, zal worden afgevoerd;</al></li>
                <li nr="f."><al>voor zover het enkel lozing van huishoudelijk afvalwater betreft,
                                of er daarnaast hemelwater zal worden afgevoerd en of grondwater
                                moet worden afgevoerd;</al></li>
                <li nr="g."><al>van het aan te sluiten of te wijzigen particuliere afvoerleiding
                                ten minste de volgende gegevens:</al><lijst>
                    <li nr="-"><al>het leidingverloop, hoogteligging en de dimensionering;</al></li>
                    <li nr="-"><al>de hoogteligging en het materiaal ter plaatse van het
                                aansluitpunt;</al></li>
                    <li nr="-"><al>een duidelijk verschil in kleur of symbolen tussen afvalwater- en
                                hemelwaterafvoerleidingen;</al></li>
                    <li nr="-"><al>de wijze waarop de functies van de verschillende leidingen van
                                het particulier riool ter plaatse van het aansluitpunt zullen worden
                                gemarkeerd.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Indien de gegevens bedoeld in het tweede lid, reeds zijn vastgelegd
                                in de voor het perceel afgegeven bouwvergunning of een vergunning op
                                grond van de Wet milieubeheer, kan bij de aanvraag van een
                                aansluitvergunning voor dit perceel worden volstaan met het
                            overleggen van een kopie van de gegevens uit deze vergunning.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De aanvraag van een aansluitvergunning wordt slechts in behandeling
                                genomen nadat bij de aanvraag alle in het tweede lid vermelde
                                gegevens zijn verstrekt. Bij het ontbreken van gegevens wordt de
                                rechthebbende daarover geïnformeerd en in de gelegenheid
                                gesteld
                            deze gegevens binnen vier weken na kennisgeving daarvan alsnog aan
                                te vullen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4:</nr>
              <titel>Weigering van de aansluitvergunning</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Een aansluitvergunning kan slechts worden geweigerd indien
                                aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool of
                                wijziging van die aansluiting vanwege technische, juridische of
                                milieuhygiënische redenen bezwaarlijk is.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool
                                respectievelijk de IBA of wijziging van die aansluiting is in ieder
                                geval bezwaarlijk indien:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de hoogteligging van het aansluitpunt (binnenonderkant buis)
                                lager ligt dan de bovenzijde van het openbaar riool, vermeerderd met
                                200 mm plus de benodigde hoogte voor het afschot van de
                                aansluitleiding;</al></li>
                <li nr="b."><al>de bovenzijde van een lozingtoestel lager is gelegen dan 150 mm
                                boven de kruin van de straat, tenzij via een pompinstallatie
                                voorzien van terugslagklep wordt aangesloten;</al></li>
                <li nr="c."><al>de gevraagde aansluiting een samengevoegde voorziening betreft,
                                terwijl een gescheiden openbaar riool of een IBA aanwezig is;</al></li>
                <li nr="d."><al>de gevraagde aansluiting een lozing voor afvalwater en /of
                                bronneringswater betreft, waarvoor krachtens de geldende
                                milieuwetgeving een vergunning benodigd is, maar niet is verleend,
                                of niet aan de geldende algemene regels is voldaan;</al></li>
                <li nr="e."><al>het openbaar riool of een IBA ter plaatse van de aansluitleiding
                                niet over voldoende capaciteit beschikt om de hoeveelheid te lozen
                                vloeistoffen te kunnen afvoeren;</al></li>
                <li nr="f."><al>het een lozing van niet verontreinigd drainagewater betreft
                                anders dan op het drainagestelsel of een gescheiden stelsel waaraan
                                uitdrukkelijk de functie van drainagestelsel is toegekend;</al></li>
                <li nr="g."><al>de gevraagde aansluiting een afvoerleiding voor niet
                                verontreinigd bronneringswater betreft, die zonder bezwaar op het
                                oppervlaktewater kan worden aangesloten of middels retourbemaling
                                kan worden afgevoerd;</al></li>
                <li nr="h."><al>een bouwvergunning of een vergunning op grond van de Wet
                                milieubeheer voor het aan te sluiten perceel is geweigerd;</al></li>
                <li nr="i."><al>de gevraagde aansluiting een samengevoegde voorziening betreft,
                                terwijl een gemengd riool aanwezig is waar geen of slechts een deel
                                van het regenwater gewenst is.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Een weigering van een aansluitvergunning is met redenen omkleed,
                                waarbij burgemeester en wethouders de nadere eisen aangeven waaraan
                                het particuliere riool dient te voldoenom voor vergunningverlening
                                in aanmerking te komen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5:</nr>
              <titel>Verlening van de aansluitvergunning</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders besluiten binnen 8 weken na ontvangst op
                                de aanvraag.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In afwijking van het eerste lid houden burgemeester en wethouders de
                                beslissing omtrent een aanvraag van een aansluitvergunning aan
                                indien er geen reden is de vergunning te weigeren:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>terwijl voor het aan te sluiten perceel nog een aanvraag moet
                                worden gedaan of in behandeling is voor een bouwvergunning krachtens
                                artikel 40 Woningwet,</al></li>
                <li nr="b."><al>terwijl er voor het aan te sluiten perceel nog een aanvraag moet
                                worden gedaan of in behandeling is voor een vergunning krachtens
                                artikel 8.1 Wet milieubeheer.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Rechthebbende wordt zo spoedig mogelijk van de aanhouding op de
                                hoogte gesteld.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Na verlening van de in lid 2 onder sub a en b bedoelde vergunningen,
                                nemen burgemeester en wethouders alsnog binnen 8 weken een besluit
                                op de aanvraag.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:</nr>
              <titel>Hardheidsclausule</titel>
            </kop>
            <al>Burgemeester en Wethouders kunnen van de bepalingen van afdeling II
                            afwijken voor zover toepassing, gelet op het belang dat deze regeling
                            beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende
                            aard.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>III:</nr>
            <titel>De aansluiting</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7:</nr>
              <titel>Het verzoek tot aanleg of wijziging perceelaanluitleiding</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De rechthebbende aan wie als gevolg van afdeling II een
                                aansluitvergunning is verleend, kan de gemeente verzoeken de
                                perceelaanluitleiding waarop de aansluiting of wijziging van de
                                aansluiting betrekking heeft, tot en met het aansluitpunt aan te
                                leggen. De rechthebbende dient een daartoe strekkend schriftelijk
                                verzoek in te dienen bij de burgemeester en wethouders.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Bij het verzoek tot aansluiting dienen in ieder geval de volgende
                                gegevens door de rechthebbende te worden vermeld:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de naam en het woonadres van de rechthebbende;</al></li>
                <li nr="b."><al>het nummer van de aansluitvergunning;</al></li>
                <li nr="c."><al>de door rechthebbende gewenste datum van uitvoering.</al></li>
              </lijst>
              <al>Het verzoek tot aansluiting wordt slechts in behandeling genomen
                                indien deze gegevens volledig zijn vermeld.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Indien de kosten van de aanleg van de aansluiting reeds zijn voldaan
                                uit hoofde van een eerder door de rechthebbende met de gemeente
                                gesloten overeenkomst of op andere wijze, dient de rechthebbende dit
                                naast de in het tweede lid bedoelde gegevens bij het verzoek tot
                                aansluiting te vermelden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 4 weken na de ontvangst
                                van het verzoek stellen burgemeester en wethouders zoveel mogelijk
                                in overleg met rechthebbende een termijn vast voor uitvoering van de
                                perceelaanluitleiding. Bij vaststelling van het tijdstip van
                                uitvoering wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met het door de
                                rechthebbende gewenste tijdstip. De afspraak zal schriftelijk door
                                de gemeente aan de rechthebbende worden bevestigd.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8:</nr>
              <titel>Kosten van de aansluiting</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders stellen de kosten van de aanleg van de
                                perceelaanluitleiding vast, uitgaande van de werkelijk gemaakte
                                kosten.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De gemeente kan in ieder geval niet worden gehouden tot feitelijke
                                aanleg van de perceelaanluitleiding over te gaan, voordat de
                                rechthebbende zich schriftelijk akkoord heeft verklaard met de
                                kosten van de aanleg van de perceelaanluitleiding die zijn begroot
                                aan de
                             hand van de in het eerste lid genoemde tarievenlijst, en de over die
                                kosten verschuldigde omzetbelasting.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De kosten voor de aanleg van de perceelaanluitleiding, zoals bedoeld
                                in het tweede lid, kunnen niet meer in rekening worden gebracht
                                indien deze al op andere wijze op de rechthebbende worden /zijn
                                verhaald.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9:</nr>
              <titel>Uitvoering aanleg of wijziging van de
                                perceelaanluitleiding</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De uitvoering van de aanleg of wijziging van de
                                perceelaanluitleiding vindt niet plaats anders dan door of vanwege
                                de gemeente.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Nadat de gemeente de perceelaanluitleiding heeft aangelegd, voert de
                                rechthebbende zelf de aansluiting van de particuliere afvoerleiding
                                uit. Deze aansluiting mag slechts plaatsvinden, als de aan te
                                sluiten particuliere afvoerleiding voldoet aan de daaraan te stellen
                                eisen. De rechthebbende onttrekt het aansluitpunt, na melding bij de
                                gemeente dat de aansluiting is uitgevoerd, gedurende drie werkdagen
                                niet aan het zicht.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De aansluiting van de particuliere afvoerleiding op de
                                perceelaanluitleiding vindt slechts plaats, als de aan te sluiten
                                particuliere afvoerleiding tot aan het aansluitpunt aanwezig is
                            en voldoet aan de daaraan op grond van het Bouwbesluit en NTR 3216
                                of de Bouwverordening gemeente Drechterland te stellen eisen.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>IV:</nr>
            <titel>Beheer en onderhoud</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10:</nr>
              <titel>Beheer, onderhoud, renovatie en vervanging</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het beheer en onderhoud, de renovatie dan wel de vervanging van
                                de</al>
              <al>perceelaansluitleiding wordt uitgevoerd door of namens de gemeente
                                en voor rekening van de gemeente, tenzij het aannemelijk is dat de
                                betreffende werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd ten gevolge
                                van een onjuist gebruik van het particulier riool, in welk geval de
                                kosten voor rekening van de rechthebbende of veroorzaker komen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Onder onjuist gebruik wordt in ieder geval begrepen:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>het via deze aansluiting lozen van stoffen die, vanwege hun aard
                                en samenstelling, verstoppingen in de aansluitleiding of het
                                openbaar riool of de IBA veroorzaken;</al></li>
                <li nr="b."><al>het via deze aansluiting lozen van stoffen die, door hun aard of
                                concentratie, de constructie van de aansluitleiding, het openbaar
                                riool of de IBA aantasten.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De kosten voor het onderhoud van het particulier riool komen voor
                                rekening van de rechthebbende, tenzij onomstotelijk vaststaat dat de
                                noodzaak tot onderhoud is veroorzaakt door inspoeling vanuit het
                                openbaar riool respectievelijk een oorzaak heeft in de IBA.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Onder renovatie wordt tevens begrepen het aanpassen van de
                                perceelaansluitleiding ten gevolge van een wijziging van het
                                openbaar riool of de IBA.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Bij wijziging door de gemeente van de hoogteligging van het
                                aansluitpunt dient de rechthebbende ervoor te zorgen dat het
                                particulier riool hierop kan worden aangesloten op een zodanig wijze
                                dat de afvoer vanuit het perceel ongehinderd kan plaatsvinden.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11:</nr>
              <titel>Calamiteiten</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Bij een verstopping of een andere storing in de particuliere
                                afvoerleiding graaft de rechthebbende zonodig de
                                ontstoppingsvoorziening op en onderzoekt of het een verstopping of
                                een storing betreft in de particuliere afvoerleiding of in de
                                perceelaansluitleiding.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien na het in lid 1 bedoelde onderzoek wordt vermoed dat sprake
                                is van een verstopping of storing in de perceelaansluitleiding of
                                van een verstopping of storing als gevolg van inspoeling vanuit het
                                openbaar riool dan wel een oorzaak heeft in de IBA, neemt de
                                rechthebbende of de gebruiker contact op met de gemeente voor het
                                verrichten van de noodzakelijke werkzaamheden. Indien de
                                rechthebbende of de gebruiker, zonder expliciete voorafgaande
                                toestemming van de gemeente, zelf aan een derde opdracht geeft tot
                                het verrichten van werkzaamheden, komen de kosten daarvan voor
                                rekening van die
                            rechthebbende of gebruiker.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Indien na het in lid 1 bedoelde onderzoek blijkt dat er sprake is
                                van een verstopping of storing in de particuliere afvoerleiding
                                dient de rechthebbende deze verstopping of storing zelf te
                                verhelpen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Bij het door de gemeente verrichten van de in lid 2 bedoelde
                                werkzaamheden dient de rechthebbende of gebruiker, voordat met de
                                werkzaamheden wordt gestart, tevoren schriftelijk akkoord te gaan
                                met de voorwaarde dat de kosten van de werkzaamheden aan hem in
                                rekening worden gebracht, indien blijkt dat deze kosten voor zijn
                                rekening zijn.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>V:</nr>
            <titel>Zorgplicht</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12:</nr>
              <titel>Verwijderen aansluiting, sloop</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Bij sloopwerkzaamheden of andere werkzaamheden op een op het
                                openbaar riool of op een IBA aangesloten perceel, moeten door de
                                rechthebbende zodanige voorzieningen aan de particuliere
                                afvoerleiding worden getroffen dat verzanding van het openbare riool
                                respectievelijk de IBA en de perceelaansluitleiding wordt
                                voorkomen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien de rechthebbende bij sloopwerkzaamheden niet voldoet aan de
                                in het eerste lid omschreven zorgplicht, heeft de gemeente de
                                bevoegdheid de aansluiting op het openbaar riool respectievelijk de
                                IBA af te sluiten en de hieraan verbonden kosten te verhalen op
                                de
                            rechthebbende.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Indien het gebruik van een aansluitleiding definitief wordt
                                beëindigd is de rechthebbende verplicht de gemeente hiervan in
                                kennis te stellen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Indien het gebruik van een aansluitleiding definitief wordt
                                beëindigd, wordt de op de aansluitleiding betrekking hebbende
                                vergunning ingetrokken, waarna het particulier riool op kosten van
                                de rechthebbende door de gemeente wordt verwijderd.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>VI:</nr>
            <titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13:</nr>
              <titel>Overgangsrecht</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De “Verordening Aansluitvoorwaarden Riolering Gemeente Venhuizen
                                2004” vastgesteld bij raadsbesluit van 29 januari 2004, wordt
                                ingetrokken met ingang van de in artikel 14 genoemde datum. De
                                aanvragen tot aansluiting of wijziging van een aansluiting
                                vallen
                            vanaf de datum genoemd in artikel 14 onder de bepalingen van deze
                                Verordening Aansluitvoorwaarden Riolering Gemeente Drechterland
                                2007.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Op aansluitingen die op het moment van de inwerkingtreding van deze
                                verordening krachtens de tot dan geldende wetgeving en voorschriften
                                tot stand zijn gebracht, zijn de bepalingen van afdeling IV en
                                afdeling V van deze verordening rechtstreeks van toepassing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Bij strijd van deze verordening met bepalingen in overeenkomsten
                                gesloten tussen de gemeente en de rechthebbende, prevaleert het
                                bepaalde in deze overeenkomsten.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14:</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag volgend op die van
                            haar bekendmaking.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15:</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Rioolaansluitverordening
                            Gemeente Drechterland 2007.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 14 juni 2007,</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>
          de griffier,
        </ondertekening>
        <ondertekening>
          de voorzitter,
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <label>Toelichting rioolaansluitverordening gemeente Drechterland</label>
          <nr/>
          <titel/>
        </kop>
        <al>
          <vet>Inleiding</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Inzameling en transport van afvalwater is een taak van de gemeente. Voor het
                    uitvoeren van deze taak heeft de gemeente rioolstelsels aangelegd en zorgt de
                    gemeente voor het beheer van deze stelsels.</al>
        <al>Een aansluitverordening regelt de verhouding tussen de burger en de gemeente op
                    het gebied van de aansluiting op het gemeentelijke rioolstelsel respectievelijk
                    een IBA.</al>
        <al>Het eenduidig vastleggen van voorwaarden in een rioolaansluitverordening over de
                    wijze waarop kan worden aangesloten op het openbaar riool, een IBA, het
                    drainagesysteem en het infiltratie- en transportsysteem, en de wijze waarop het
                    beheer van de perceelaansluitleidingen wordt geregeld, heeft een aantal
                    voordelen boven het privaatrechtelijk regelen van de aansluiting:</al>
        <al>- Op deze wijze hoeft niet voor elk perceel apart een overeenkomst voor de</al>
        <al>aansluiting te worden gesloten. Met een eenduidige regeling in een</al>
        <al>rioolaansluitverordening bestaat voor alle partijen duidelijkheid over de wijze
                    waarop de aansluiting is geregeld en wordt handhaving veel eenvoudiger. In een
                    overeenkomst kan ter handhaving namelijk slechts een boetebeding worden
                    opgenomen.</al>
        <al>- Door het vaststellen van een publiekrechtelijke regeling wordt door de
                    gemeente het risico vermeden dat in strijd wordt gehandeld met de in de
                    jurisprudentie ontwikkelde 'twee-wegenleer'. Deze leer houdt kort gezegd in dat
                    de overheid geen zaken privaatrechtelijk mag regelen als daarmee het
                    publiekrecht op onaanvaardbare wijze wordt doorkruist.</al>
        <al>- Door het vastleggen van de beheersverantwoordelijkheden in een
                    aansluitverordening wordt de problematiek van de eigendom van een</al>
        <al>perceelaansluitleiding omzeild. Hierdoor bestaat zowel bij de burger als bij de
                    gemeente rechtszekerheid over het beheer van de perceelaansluitleiding.</al>
        <al>- De rioolaansluitverordening biedt een duidelijke financiële grondslag voor
                    zowel de uitvoering van de aansluiting als het beheer van de
                    perceelaansluitleiding.</al>
        <al>- Met de rioolaansluitverordening wordt voorzien in een uniforme regeling voor
                    renovatie, vervanging, sloop en verwijdering van de perceelaansluitleiding. Dit
                    komt ten goede aan het functioneren van het gemeentelijk rioolstelsel, IBA’s,
                    het drainagesysteem, en het infiltratie- en transportsysteem.</al>
        <al/>
        <al>De gemeente is bevoegd tot het vaststellen van een rioolaansluitverordening op
                    grond van de algemene verordenende bevoegdheid van artikel 149 Gemeentewet.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>De gemeentelijke rioolaansluitverordening</vet>
        </al>
        <al>De rioolaansluitverordening regelt de verhouding tussen burgers en de gemeente
                    op hetgebied van de aansluiting op het openbaar riool respectievelijk een IBA.
                    In de rioolaansluitverordening worden voorwaarden gesteld aan de wijze waarop de
                    aansluiting op het openbaar riool respectievelijk een IBA kan worden verkregen.
                    Daarnaast wordt ook</al>
        <al>geregeld wie verantwoordelijk is voor het beheer van de perceelaansluitleiding.
                    Dit strekt tot voordeel van alle betrokken partijen, omdat er dan duidelijkheid
                    bestaat over de verwachtingen die een rechthebbende en de gemeente van elkaar
                    mogen hebben.</al>
        <al/>
        <al>Uitgangspunt van de verordening is dat voor een nieuwe aansluiting op het
                    openbaar rioolstelsel respectievelijk een IBA of een wijziging van de bestaande
                    aansluiting, een vergunning is vereist. Het beleid van de provincie
                    Noord-Holland (beleidsregels voor het verlenen van ontheffing van de zorgplicht
                    riolering) moet in acht worden genomen als het gaat om een aansluiting op een
                    IBA.</al>
        <al/>
        <al>In de aansluitvergunning worden de voorwaarden gesteld waaronder de
                    rechthebbende een aansluiting kan verkrijgen en mag gebruiken. Deze voorwaarden
                    betreffen bij een vergunning voor een nieuwe of gewijzigde aansluiting
                    allereerst de technische eisen waaraan de particuliere afvoerleiding moet
                    voldoen. Deze eisen betreffen het leidingverloop</al>
        <al>en de dimensionering, de hoogteligging van de aansluitleiding en het materiaal
                    ter plaatse van het aansluitpunt. De eisen voor riolering sluiten aan bij de
                    bouwtechnische eisen die in het Bouwbesluit worden gesteld aan de inpandige
                    riolering en de terreinriolering. Ook worden er nadere voorwaarden gesteld voor
                    het geval er een (verbeterd) gescheiden rioolstelsel, drukriolering of een IBA
                    ligt. De voorwaarden kunnen ook een vermindering of afkoppeling van afvoer van
                    regenwater afkomstig van verhard oppervlak bevatten ook als het ontvangende
                    stelsel (verbeterd) gemengd is. Tenslotte kunnen op basis van de
                    rioolaansluitverordening in de aansluitvergunning voorwaarden worden opgenomen
                    over onderhoud, renovatie en vervanging van de aansluitleiding en beëindiging
                    van het gebruik van de aansluiting.</al>
        <al/>
        <al>In het systeem van de verordening is een keuze gemaakt voor een verdeling van
                    het beheer van de aansluitleiding, waarmee problemen als gevolg van de verdeling
                    van de eigendom van een aansluitleiding worden voorkomen. Dit betekent dat de
                    gemeente en de rechthebbende elk verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van
                    een deel van de</al>
        <al>aansluitleiding. Artikel 3:4 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat al hetgeen
                    volgens de verkeersopvatting onderdeel van de zaak uitmaakt, bestanddeel van die
                    zaak is. Dit betekent dat een zaak die met een hoofdzaak zodanig wordt verbonden
                    dat zij daarvan niet kan worden afgescheiden zonder dat er een beschadiging van
                    betekenis wordt</al>
        <al>toegebracht aan één van die zaken, bestanddeel wordt van die hoofdzaak. Op basis
                    van deze regel is niet goed te bepalen wie de eigendom van de huisaansluiting
                    heeft. Echter, in artikel 5:20 sub e van het Burgerlijk Wetboek wordt bepaald
                    dat eigendom van de grond gebouwen en werken omvat, die duurzaam met de grond
                    zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen
                    en werken, voor zover</al>
        <al>ze geen bestanddeel zijn van een onroerende zaak van een ander.</al>
        <al/>
        <al>De gemeente en de perceeleigenaar zijn op basis van de rioolaansluitverordening
                    elk verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van een deel van de
                    aansluitleiding. Het deel van de aansluitleiding vanaf het aansluitpunt naar het
                    openbaar rioolstelsel respectievelijk de IBA wordt in de verordening de
                    perceelaansluitleiding genoemd en staat onder beheersverantwoordelijkheid van de
                    gemeente. Als nu bijvoorbeeld een verstopping is ontstaan in de particuliere
                    afvoerleiding, dan moet</al>
        <al>de rechthebbende op grond van de rioolaansluitverordening zelf en voor eigen
                    rekening zorg dragen voor het verhelpen van het probleem. Is er een verstopping
                    ontstaan in de perceelaansluitleiding, bijvoorbeeld door ingroeiende boomwortels
                    of door een verzakking, dan draagt de gemeente zorg voor de reparatie. Ook de
                    kosten van onderhoud, renovatie en vervanging van de perceelaansluitleiding zijn
                    voor de gemeente. Hierop wordt echter in de verordening wel een uitzondering
                    gemaakt. Als het</al>
        <al>aannemelijk is dat de gemeente de betreffende onderhouds- of
                    herstelwerkzaamheden moet uitvoeren als gevolg van onjuist gebruik van de
                    aansluitleiding, dan zijn de kosten voor rekening van de rechthebbende of voor
                    rekening van de veroorzaker van de schade.</al>
        <al/>
        <al>De aanleg van de perceelaansluitleiding geschiedt door de gemeente of door een
                    namens de gemeente in te schakelen aannemer. De perceeleigenaar betaalt in
                    beginsel de daadwerkelijke kosten van de aanleg. De kosten moeten worden
                    aangemerkt als genotsretributies in de zin van artikel 229 van de Gemeentewet.
                    Dit betekent dat niet meer in rekening mag worden gebracht dan de daadwerkelijke
                    kosten die gemoeid zijn met het aanleggen van een perceelaansluitleiding.</al>
        <al/>
        <al>De verlening van de vergunning kan door de gemeente worden geweigerd indien
                    aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool respectievelijk de
                    IBA of wijziging van die aansluiting vanwege technische juridische of
                    milieuhygiënische redenen bezwaarlijk is. In de verordening is geen uitputtende
                    regeling opgenomen met betrekking tot de weigeringsgronden van de
                    vergunning.</al>
        <al/>
        <al>De rioolaansluitverordening van de gemeente Drechterland bestaat uit 15
                    artikelen, die zijn ondergebracht in VI afdelingen.</al>
        <al>Afdeling II regelt de vergunning: een omschrijving van de vergunningsplicht, de
                    aanvraag, de verlening en tot slot de gronden tot weigering. Tevens worden
                    geregeld een aanhoudingsplicht.</al>
        <al>Afdeling III regelt het tot stand brengen van de aansluiting. Hierin worden het
                    verzoek tot aanleg of wijziging, de kosten en de uitvoering geregeld.</al>
        <al>Afdeling IV verwoordt onderhoud.</al>
        <al>Afdeling V beschrijft de verwijdering en sloop van de aansluiting.</al>
        <al>Afdeling VI betreft de overgangs- en slotbepalingen.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikelsgewijze toelichting</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <onderstreept>Artikel 1 Begripsbepalingen</onderstreept>
        </al>
        <al>In artikel 1 worden de begripsbepalingen gegeven. De begrippenlijst is tamelijk
                    uitgebreid om te voorkomen dat onnodige discussie kan ontstaan over de betekenis
                    van bepaalde begrippen. Voor de uitleg van de bepalingen in de
                    rioolaansluitverordening en de voorschriften in een aansluitvergunning, gelden
                    de definities van artikel 1. De</al>
        <al>aansluitleiding is de benaming voor de gehele leiding vanaf de binnenriolering
                    tot aan het openbaar riool respectievelijk de IBA. Deze aansluitleiding wordt
                    volgens de definities vervolgens onderverdeeld in de particuliere afvoerleiding,
                    het aansluitpunt en de perceelaansluitleiding. Omdat het aansluitpunt de
                    scheidingslijn vormt tussen de</al>
        <al>beheersverantwoordelijkheid van de gemeente en de beheersverantwoordelijkheid
                    van de perceeleigenaar is het belangrijk dat een duidelijke definitie wordt
                    gegeven van het aansluitpunt die ook goed past bij de situatie in de
                    gemeente.</al>
        <al/>
        <al>Het aansluitpunt vormt de scheidingslijn tussen de beheerverantwoordelijkheid
                    van de gemeente en de beheerverantwoordelijkheid van de rechthebbende. In de
                    gemeente</al>
        <al>Drechterland zijn in ieder geval alle nieuwe en gewijzigde aansluitingen
                    voorzien van een ontstoppingsvoorziening. De gemeente Drechterland legt de
                    ontstoppingsvoorziening aan en draagt zorg voor het onderhoud van de
                    ontstoppingsvoorziening. Omdat dit een geschikt punt is om de
                    beheersverantwoordelijkheden tussen de gemeente en de particulier te scheiden,
                    is de ontstoppingsvoorziening in artikel 1 aangewezen als het aansluitpunt. Om
                    te voorkomen dat in het enkele geval dat er geen</al>
        <al>ontstoppingsvoorziening aanwezig is, onduidelijkheid ontstaat over de plaats van
                    het aansluitpunt, is voor deze gevallen het aansluitpunt gedefinieerd als het
                    punt waar de aansluitleiding de perceelsgrens snijdt of betreft het een
                    aangegeven maatvoering van de gemeentelijke voorziening zoals een IBA.</al>
        <al/>
        <al>De rechthebbende is degene die een aansluitvergunning kan aanvragen. Als</al>
        <al>rechthebbende wordt niet alleen aangemerkt de perceeleigenaar, maar ook de
                    zakelijke gerechtigde van een aan te sluiten perceel. Ook de rechtsopvolgers van
                    deze eigenaren of zakelijk gerechtigden worden aangemerkt als rechthebbende,
                    zodat de vergunning geldig blijft in geval het perceel bijvoorbeeld wordt
                    verkocht. Verder wordt een vereniging</al>
        <al>van eigenaren als rechthebbende aangemerkt omdat bij appartementsgebouwen vaak
                    maar één aansluitleiding aanwezig is voor het gehele gebouw. De vereniging van
                    eigenaren wordt dan de vergunninghouder voor de betreffende aansluiting en zal
                    vervolgens met de leden moeten regelen hoe binnen het gebouw met verstoppingen
                    en</al>
        <al>storingen wordt omgegaan. Dit geldt ook voor de rechthebbende die zijn eigendom
                    verhuurt. Hij dient er zelf voor te zorgen dat de huurder de voorschriften van
                    de aansluitvergunning naleeft. Dit laatste geldt ook als de verhuurder een
                    woningbouwvereniging is. Deze is degene die wordt aangemerkt als de
                    rechthebbende in de zin van de verordening, degene die een aansluitvergunning
                    kan aanvragen. De woningbouwvereniging zal met de huurders onderling afspraken
                    kunnen maken omtrent het gebruik van de aansluiting, maar de
                    woningbouwvereniging is als rechthebbende</al>
        <al>(vergunninghouder) het aanspreekpunt in relatie tot de gemeente. De huurders van
                    de woningbouwvereniging zijn de gebruikers in de zin van de verordening.</al>
        <al/>
        <al>In de verordening is opgenomen, dat de kosten voor de aanleg van de
                    perceelaansluiting wordt bepaald aan de hand de daadwerkelijk te maken kosten.
                    In beginsel stelt de raad hoogte van de kosten vast, net zoals de raad de
                    verordening vaststelt. Reeds hiervoor is aangegeven, dat de gevraagde
                    (kosten)bijdrage moet worden gezien als een genotsretributie in de zin van
                    artikel 229 van de Gemeentewet. Op grond van artikel 156,</al>
        <al>tweede lid, sub f van de Gemeentewet is het mogelijk dat de raad de bevoegdheid
                    tot het heffen van deze rechten (genotsretributies) overdraagt aan het college.
                    Het is wel van belang, dat de kosten regelmatig wordt getoetst op actualiteit,.
                    De kosten van de aanleg van riolering zullen immers in de loop der jaren kunnen
                    veranderen. Wel moet altijd bedacht worden dat wat in rekening wordt gebracht
                    niet hoger is dan de werkelijk gemaakte kosten.</al>
        <al/>
        <al>
          <onderstreept>Artikel 2 Vergunningplicht</onderstreept>
        </al>
        <al>In artikel 2 wordt bepaald dat aansluiting van een particuliere afvoerleiding op
                    de openbare riolering respectievelijk een IBA of wijziging van een dergelijke
                    aansluiting, verboden is zonder vergunning. De vergunning geldt ook voor het in
                    stand houden van een aansluiting. De voor het in werking treden van de
                    rioolaansluitverordening al bestaande aansluitingen vallen uitdrukkelijk niet
                    onder de vergunningplicht om te voorkomen dat voor alle bestaande situaties bij
                    het in werking treden van de verordening een vergunning moet worden afgegeven.
                    Zie hiervoor artikel 12 inzake het</al>
        <al>overgangsrecht.</al>
        <al/>
        <al>Een vergunning is een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.
                    De procedure die in die wet is beschreven is op de vergunningverlening van
                    toepassing. Dit wordt ook in de toelichting bij artikel 5 van de
                    rioolaansluitverordening beschreven.</al>
        <al/>
        <al>In de vergunning kunnen een aantal voorschriften worden opgenomen over de
                    particuliere afvoerleiding zoals die aanwezig moet zijn op het moment dat de
                    aansluiting tot stand gebracht wordt. Daarnaast kunnen de voor de rechthebbende
                    geldende regels uit de verordening met betrekking tot het onderhoud, de
                    renovatie, vervanging en sloop, in de vergunning worden vermeld. Eisen aan de
                    kwantiteit van het proceswater en regenwater kunnen worden gesteld. Echter,
                    omdat op basis van artikel 10.33 Wet</al>
        <al>milieubeheer de gemeente de plicht heeft om afvalwater doelmatig in te zamelen
                    en af te voeren, zit aan het stellen van voorschriften aan de kwantiteit
                    beperkingen. Zie ook hetgeen in de toelichting bij artikel 4 is opgemerkt.</al>
        <al/>
        <al>In lid 2 wordt aangegeven dat burgemeester en wethouders alleen
                    aansluitvergunningen verlenen voor aansluitingen die overeenstemmen met het
                    openbaar riool ter plaatse. Dit betekent dat er bijvoorbeeld geen vergunning kan
                    worden verkregen voor de gemengde afvoer van hemelwater en het overige
                    afvalwater als ter plaatse een gescheiden stelsel</al>
        <al>ligt. Met deze bepaling in lid 2 is een duidelijke basis gelegd voor handhavend
                    optreden. Immers, iemand die bijvoorbeeld een aansluiting heeft op de
                    drukriolering of een IBA en daar later een leiding voor de afvoer van hemelwater
                    op aansluit, handelt in strijd met de vergunningplicht. Overigens biedt de
                    verordening geen basis voor handhavend optreden</al>
        <al>voor situaties die al bestaan op het moment dat de verordening in werking
                    treedt. Voor deze gevallen moet de gemeente bij handhaving terugvallen op de Wet
                    milieubeheer.</al>
        <al/>
        <al>Op basis van artikel 14 van de woningwet kan de gemeente een aanschrijving doen.
                    Indien niet wordt voldaan aan de last van de gemeente om bepaalde voorzieningen
                    te treffen teneinde de aansluitverplichting te voldoen, dan zal de gemeente
                    bestuursdwang kunnen toepassen of een dwangsom op kunnen leggen. Dit onderwerp
                    is in jurisprudentie verder uitgewerkt. In artikel 125 Gemeentewet is de
                    handhavende bevoegdheid van de gemeente neergelegd. De algemene regels omtrent
                    het toepassen</al>
        <al>van bestuursdwang en het opleggen van een dwangsom zijn te vinden in hoofdstuk 5
                    van de Algemene wet bestuursrecht.</al>
        <al/>
        <al>De gemeente kan bij de handhaving van de rioolaansluitverordening niet overgaan
                    tot het afsluiten van een aansluitleiding als dit tot gevolg heeft dat de
                    rechthebbende niet meer in staat is zijn afvalwater van het perceel af te
                    voeren. De gemeente zou dan in strijd handelen met haar inzamelplicht van
                    artikel 10.33 Wet milieubeheer. In plaats van op deze wijze bestuursdwang
                    toepassen, zou in deze gevallen het opleggen van een dwangsom uitkomst kunnen
                    bieden.</al>
        <al/>
        <al>In lid 3 wordt gesteld dat meerdere aansluitingen in één vergunning kunnen
                    worden opgenomen. In combinatie met lid 1 heeft dit tot gevolg dat bij wijziging
                    van één van deze aansluitingen opnieuw een vergunning moet worden aangevraagd.
                    In dat geval kan natuurlijk het grootste deel van de oude vergunning worden
                    overgenomen, en hoeft slechts het deel over de te wijzigen aansluiting te worden
                    herzien.</al>
        <al/>
        <al>Als de vergunning is verleend kan de rechthebbende een verzoek doen aan</al>
        <al>burgemeester en wethouders om de perceelaansluitleiding aan te leggen zodat de
                    rechthebbende hierop kan aansluiten (zie artikel 7). Om te voorkomen dat de
                    gemeente aansluitvergunningen verleent voor percelen waar uiteindelijk geen
                    aansluiting tot stand wordt gebracht, kunnen burgemeester en wethouders indien
                    een jaar na de vergunningverlening</al>
        <al>nog geen verzoek is gedaan tot aansluiting, de vergunning intrekken.</al>
        <al>Omdat net als een vergunningverlening de intrekking is aan te merken als een
                    beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, dient de rechthebbende
                    in de gelegenheid te worden gesteld toe te lichten waarom nog niet is verzocht
                    tot aansluiting en moet de intrekking worden voorzien van een deugdelijke
                    motivering.</al>
        <al/>
        <al>
          <onderstreept>Artikel 3 De vergunningaanvraag</onderstreept>
        </al>
        <al>Artikel 3 bepaalt dat de vergunning moet worden aangevraagd door de
                    rechthebbende. Om dit te vereenvoudigen, moet de aanvraag worden gedaan met een
                    daartoe bestemd formulier. Bij de rioolaansluitverordening is een formulier voor
                    een aansluiting voor huishoudelijk afvalwater danwel voor bedrijfsafvalwater
                    bijgevoegd. Eveneens is het mogelijk een vergunning te vragen voor de
                    aansluiting op een IBA.</al>
        <al/>
        <al>In het tweede lid is vastgelegd waaraan de aanvraag moet voldoen. Omdat het
                    mogelijk is dat de gevraagde gegevens die nodig zijn om een aansluiting goed tot
                    stand te brengen, al zijn vastgelegd in een bouwvergunning of een vergunning op
                    grond van de Wet milieubeheer, kan de aanvrager in dat geval volstaan met een
                    kopie van deze gegevens.</al>
        <al/>
        <al>Op grond van lid 4 krijgt de aanvrager, na daarover geïnformeerd te zijn, nog
                    vier weken de tijd om de gegevens aan te vullen indien de overlegde gegevens
                    incompleet zijn. Als na het verstrijken van die periode de gegevens nog steeds
                    onvolledig zijn of opnieuw een onvolledige aanvraag wordt ingediend, kunnen
                    burgemeester en wethouders op basis van artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene
                    wet bestuursrecht besluiten de</al>
        <al>aanvraag niet te behandelen.</al>
        <al/>
        <al>
          <onderstreept>Artikel 4 Weigering van de aansluitvergunning</onderstreept>
        </al>
        <al>In artikel 4 is vastgelegd op welke gronden de vergunning geweigerd kan worden.
                    In lid 1 is aangegeven dat het moet gaan om technische, juridische of
                    milieuhygiënische weigeringsgronden. Dit houdt in ieder geval in dat geen
                    strijdigheid mag bestaan met geldende wet- en regelgeving.</al>
        <al/>
        <al>In lid 2 worden voorbeelden gegeven van mogelijke weigeringsgronden voor
                    aansluiting op de openbare riolering respectievelijk een IBA. Sub a over de
                    hoogteligging is bijvoorbeeld een technische weigeringsgrond, sub d betreft de
                    relatie met geldende milieuwetgeving en andere wet- en regelgeving waaronder de
                    algemene beginselen van behoorlijk bestuur en sub f over de lozing van niet
                    verontreinigd drainagewater is een</al>
        <al>milieuhygiënische grond en sub h over de verlening van andere vergunningen een
                    juridische grond.</al>
        <al>De genoemde weigeringsgronden zijn niet uitputtend bedoeld en moeten worden
                    gezien als ondersteuning van de motivatie om een vergunning te weigeren.</al>
        <al/>
        <al>Omdat de gemeente op basis van artikel 10.33 van de Wet milieubeheer de plicht
                    heeft om afvalwater doelmatig in te zamelen en af te voeren, kan een vergunning
                    voor een aansluiting voor de afvoer van afvalwater eigenlijk niet worden
                    geweigerd vanwege capaciteitsgebrek in het openbaar riool. In ieder geval zal de
                    gemeente dan voor een oplossing moeten zorgen. Als er bijvoorbeeld sprake is van
                    een capaciteitsgebrek dat niet direct is op te lossen, kan de gemeente de
                    aansluitvergunning weigeren, maar tegelijkertijd moet er dan wel voor een andere
                    oplossing worden gezorgd. In veel gevallen zal er slechts sprake zijn van een
                    capaciteitsgebrek als het gaat om omvangrijke lozingen van bedrijven die ook
                    vergunningplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer. In de Wm-vergunning
                    kunnen dan eisen worden gesteld aan voorzieningen in het bedrijf om bijvoorbeeld
                    piekafvoeren te voorkomen. De gemeente moet immers zorg dragen voor een
                        <cursief>doelmatige </cursief>inzameling en transport, dus aan die
                    doelmatigheid mogen zeker eisen worden gesteld. In deze gevallen is wel van
                    groot belang dat er coördinatie plaats vindt met de afgifte van de
                        Wm-vergunning.<cursief>doelmatige </cursief>inzameling en transport, dus aan
                    die doelmatigheid mogen zeker eisen worden gesteld. In deze gevallen is wel van
                    groot belang dat er coördinatie plaats vindt met de afgifte van de
                    Wm-vergunning.</al>
        <al/>
        <al>
          <onderstreept>Artikel 5 Verlening van de aansluitvergunning</onderstreept>
        </al>
        <al>Burgemeester en wethouders moeten op grond van artikel 5 lid 1 binnen 8 weken
                    beslissen op de aanvraag. Deze termijn moet voldoende zijn om een aanvraag voor
                    een aansluitvergunning af te werken, en komt overeen met die welke in artikel
                    4:13, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht als redelijk wordt
                    aangemerkt in geval er geen termijn is bepaald. Indien binnen deze termijn geen
                    beslissing op de aanvraag wordt genomen zonder opgaaf van redenen zoals het
                    ontbreken van gegevens om de aanvraag te behandelen of het aanhouden van de
                    aanvraag zoals net genoemd, kan</al>
        <al>de aanvrager op grond van artikel 6:2 van de Algemene wet bestuursrecht gebruik
                    maken van de bezwaarschriftenprocedure. In geval de rechthebbende voor het
                    betreffende perceel ook nog een aanvraag voor een bouwvergunning of een Wet
                    milieubeheer vergunning heeft lopen, wordt de aanvraag voor de
                    aansluitvergunning aangehouden totdat deze vergunningen zijn verleend. Een
                    weigering van de bouwvergunning of de</al>
        <al>Wm-vergunning vormt een directe weigeringsgrond voor de aansluitvergunning. Deze
                    weigeringsgrond is opgenomen in artikel 4.</al>
        <al/>
        <al>
          <onderstreept>Artikel 6 Hardheidsclausule</onderstreept>
        </al>
        <al>Om te voorkomen dat toepassing van de bepalingen omtrent het verlenen van de
                    aansluitvergunning in een concreet geval zou leiden tot een beslissing in strijd
                    met de redelijkheid en billijkheid, is in artikel 6 een hardheidsclausule
                    opgenomen. Via de hardheidsclausule is de mogelijkheid opengelaten om in
                    incidentele gevallen van het bepaalde in afdeling II van deze verordening af te
                    wijken. Er dienen zodanige omstandigheden aanwezig te zijn dat toepassing van de
                    bepalingen betreffende het</al>
        <al>verlenen van de aansluitvergunning tot pertinente onbillijkheden leiden.</al>
        <al/>
        <al>
          <onderstreept>Artikel 7 Het verzoek tot de aanleg of wijziging
                        perceelaansluitleiding</onderstreept>
        </al>
        <al>In artikel 7 is vastgelegd hoe de rechthebbende na het verkrijgen van de
                    vergunning een verzoek kan doen tot aansluiting op het openbaar leidingenstelsel
                    danwel op een IBA. Na het indienen van een verzoek dient de gemeente binnen vier
                    weken een afspraak te maken om de werkzaamheden uit te voeren.</al>
        <al/>
        <al>
          <onderstreept>Artikel 8 Kosten van de aansluiting</onderstreept>
        </al>
        <al>Het bedrag dat de rechthebbende voor de (aanleg van de) aansluiting dient te
                    betalen, moet worden aangemerkt als een recht dat wordt geheven ter zake van het
                    genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten (art. 229,
                    eerste lid, sub b, van de Gemeentewet). Dit betekent dat het in rekening
                    gebrachte bedrag niet hoger mag zijn dan de kosten die de gemeente in
                    werkelijkheid moet maken. De “Verordening Aansluitvoorwaarden Riolering Gemeente
                    venhuizen 2004” van de gemeente Venhuizen wordt ingetrokken. Het recht ter zake
                    van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het tot stand brengen van een
                    directe of indirecte aansluiting van een eigendom op de gemeentelijke riolering
                    zal voortaan worden geregeld via een tarievenlijst. Voor de kosten van een
                    aansluiting op een IBA zal door de gemeente tevens het beleid van de provincie
                    Noord-Holland in acht moeten worden genomen.</al>
        <al/>
        <al>De kosten voor de aanleg van de perceelaansluitleiding zullen moeten worden
                    voldaan op het moment dat door de rechthebbende aan de gemeente het concrete
                    verzoek wordt gedaan om een zodanige leiding aan te leggen. Wat de kosten zijn
                    voor die leiding, blijkt uit de tarievenlijst. De rechthebbende dient zich
                    tevoren schriftelijk akkoord te verklaren met de</al>
        <al>verschuldigde kosten voor de aanleg van de perceelaansluitleiding.</al>
        <al/>
        <al>
          <onderstreept>Artikel 9 Uitvoering aanleg of wijziging van de
                        perceelaansluitleiding</onderstreept>
        </al>
        <al>In artikel 9 wordt bepaald dat de aanleg van de perceelaansluitleiding geschiedt
                    door of vanwege de gemeente. Omdat de gemeente er onder andere in verband met
                    het ontwijken van kabels en leidingen ook voor kan kiezen dat eerst de
                    perceelaansluitleiding moet worden aangelegd en daarna pas het particulier
                    riool, is in lid 2 de mogelijkheid opgenomen om van lid 1 af te wijken. Na
                    overleg met de rechthebbende, kan in de</al>
        <al>aansluitvergunning worden vastgelegd dat de rechthebbende de aansluiting zelf
                    uitvoert. Om te kunnen controleren of deze aansluiting deugdelijk tot stand is
                    gebracht, moet de rechthebbende melden dat hij de aansluiting heeft uitgevoerd,
                    waarna het aansluitpunt nog drie werkdagen in het zicht moet blijven. Het is
                    raadzaam dit naast de andere voorwaarden duidelijk in de vergunning vast te
                    leggen, waarbij dan ook de verplichting wordt opgelegd het gat in de grond rond
                    het aansluitpunt goed af te zetten. Lid 3 geeft aan dat een aansluiting niet
                    plaats vindt als het particulier riool niet voldoet aan de daaraan te stellen
                    bouwtechnische eisen. Deze bepaling moet worden gezien als een zogenaamde
                    vangnet bepaling. In de meeste gevallen zal op basis van de eisen die zijn
                    gesteld in een bouwvergunning al een particulier riool aanwezig zijn dat voldoet
                    aan de eisen. Daarnaast is een particulier riool dat niet goed is aangelegd ook
                    een grond om de</al>
        <al>aansluitvergunning te weigeren. Alleen in geval toch al een aansluitvergunning
                    is verleend en nadien bijvoorbeeld het particulier riool nog is verlegd of
                    beschadigd, kan op basis van artikel 9 lid 3 toch worden afgezien van
                    aansluiting.</al>
        <al/>
        <al>
          <onderstreept>Artikel 10 Beheer, onderhoud, renovatie en
                        vervanging</onderstreept>
        </al>
        <al>Artikel 10 geeft nadere regels over het onderhoud, de renovatie en vervanging
                    van de aansluitleiding. De gemeente verricht op haar eigen kosten de onderhouds-
                    en herstelwerkzaamheden aan de perceelaansluitleiding, tenzij het aannemelijk is
                    dat de betreffende onderhouds- of herstelwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd
                    ten</al>
        <al>gevolge van een onjuist gebruik van de aansluitleiding door de rechthebbende of
                    de gebruiker. In dat geval komen de kosten voor rekening van de rechthebbende.
                    De rechthebbende moet zorgen dat de door hem gebruikte aansluiting vrij blijft
                    van aanslag, slib, en dergelijke, waardoor op den duur de leiding verstopt kan
                    raken. De rechthebbende</al>
        <al>is zelf verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de particuliere</al>
        <al>afvoerleiding, tenzij aannemelijk is dat de noodzaak tot onderhoud is
                    veroorzaakt door terugstroming van afvalwater uit het openbaar riool
                    respectievelijk de IBA.</al>
        <al/>
        <al>
          <onderstreept>Artikel 11 Calamiteiten</onderstreept>
        </al>
        <al>In artikel 11 is een calamiteitenregeling opgenomen om te voorkomen dat voor elk
                    probleem de gemeente erbij wordt geroepen. Om te voorkomen dat de rechthebbende
                    of de gebruiker voor iedere storing of verstopping meteen de gemeente belt, is
                    in lid 1 de regel opgenomen dat in geval van storing of verstopping de
                    rechthebbende eerst moet vaststellen waar de storing zich in de aansluitleiding
                    bevindt. Als hij geconstateerd heeft</al>
        <al>dat de storing in de perceelaansluitleiding zit, kan hij de gemeente laten komen
                    om de storing of verstopping op te heffen. Het is van belang deze voorwaarde op
                    te nemen in de aansluitvergunning, met het nummer van de gemeente waar de
                    storing gemeld kan worden. Het storingsnummer is 0228 - 352345.</al>
        <al/>
        <al>Lid 3 stelt daarom in aanvulling op artikel 10 uitdrukkelijk dat de
                    rechthebbende zelf verantwoordelijk is voor het verhelpen van verstoppingen in
                    de particuliere afvoerleidingen. Dit betekent dat de rechthebbende indien hij
                    het pand bijvoorbeeld verhuurt, bij calamiteiten voor de gebruiker van de
                    aansluitleidingen het aanspreekpunt is.</al>
        <al/>
        <al>De overige leden van artikel 11 geven vervolgens een regeling voor het geval
                    toch de hulp wordt ingeroepen van de gemeente, omdat wordt vermoed dat het een
                    storing betreft waarvoor de gemeente op basis van artikel 11 verantwoordelijk
                    is. Om te voorkomen dat onnodig beroep wordt gedaan op de gemeente en om te
                    voorkomen dat er problemen ontstaan met het verhaal van de kosten als blijkt dat
                    deze toch voor rekening van de rechthebbende moeten komen, dient de
                    rechthebbende voordat met het</al>
        <al>verhelpen van de storing wordt gestart, akkoord te gaan met de voorwaarde dat de
                    kosten voor de werkzaamheden aan hem in rekening worden gebracht, indien blijkt
                    dat de kosten als bedoeld in artikel 10 voor zijn rekening zijn, aldus artikel
                    11, vierde lid. Deze akkoordverklaring dient schriftelijk te geschieden.</al>
        <al/>
        <al>
          <onderstreept>Artikel 12 Verwijdering aansluiting, sloop</onderstreept>
        </al>
        <al>In artikel 12 zijn bepalingen opgenomen over de zorg die betracht moet worden
                    bij werkzaamheden die schade kunnen veroorzaken aan het openbaar riool of een
                    IBA. In lid 4 is vastgelegd dat bij definitieve beëindiging van het gebruik van
                    een aansluitleiding, de aansluitvergunning wordt ingetrokken en de leiding wordt
                    verwijderd. Aan de gemeente is de keuze gelaten om te bepalen of de gehele
                    aansluitleiding dient te worden verwijderd of dat slechts de particuliere
                    afvoerleiding zal moeten worden verwijderd, waarbij de perceelaansluitleiding
                    wel behouden blijft.</al>
        <al/>
        <al>Er wordt gesproken van een “definitieve” beëindiging van het gebruik, waarmee
                    gedoeld wordt op het gebruik van de leiding door het gebouw dat thans op de
                    leiding is aangesloten. In het licht van de plicht van de gemeente om te zorgen
                    voor de doelmatige inzameling en het doelmatig transport van afvalwater kan het
                    namelijk gewenst zijn, dat de perceelaansluitleiding behouden blijft,
                    bijvoorbeeld omdat in de nabije toekomst weer gebruik gemaakt zal gaan worden
                    van de perceelaansluitleiding. Zeker als het gaat om beëindiging van het gebruik
                    vanwege sloop en herbouw van de bestaande bouw zal het beter kunnen zijn om te
                    bepalen dat slechts de particuliere afvoerleiding dient te worden</al>
        <al>verwijderd.</al>
        <al>Indien besloten wordt ook de perceelaansluitleiding te verwijderen, kunnen deze
                    kosten voor rekening van de rechthebbende komen.</al>
        <al/>
        <al>
          <onderstreept>Artikel 13 Overgangsrecht</onderstreept>
        </al>
        <al>Omdat met het van kracht worden van de rioolaansluitverordening juridisch een
                    nieuwe situatie ontstaat, zijn in artikel 13 een aantal overgangsbepalingen
                    opgenomen. Aanvragen tot aansluiting of wijziging van een aansluiting die na de
                    inwerkingtreding van de nieuwe verordening nog in behandeling moeten worden
                    genomen, worden behandeld volgens de regeling in de nieuwe verordening. De
                    “Verordening Aansluitvoorwaarden</al>
        <al>Riolering Gemeente venhuizen 2004” wordt ingetrokken.</al>
        <al/>
        <al>In lid 2 zijn op alle reeds bestaande aansluitingen de bepalingen met betrekking
                    tot het beheer en onderhoud en de zorgplicht bij verwijdering en sloop van
                    toepassing verklaard. Uiteraard mag deze toepassing geen strijd opleveren met de
                    algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Bij wijziging van een bestaande
                    aansluiting bestaat uiteraard de plicht om daarvoor een aansluitvergunning te
                    verkrijgen. Omdat het denkbaar is dat voor het tot stand brengen van
                    aansluitingen op het openbaar riool in het verleden met perceeleigenaren
                    overeenkomsten zijn gesloten waarin afspraken zijn</al>
        <al>gemaakt die strijd opleveren met de aansluitverordening, is in lid 3 vastgelegd
                    dat in dergelijke situaties de bepalingen van de overeenkomst prevaleren. Het
                    zou immers in strijd zijn met het rechtszekerheidsbeginsel als deze afspraken
                    zomaar opzij worden gezet.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>