<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR340128_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Gilze en Rijen 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gilze en Rijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-03-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gilze en Rijen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, nummer 17360, 27 februari 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Gilze en Rijen 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-02-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-03-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-12-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging artikel 2:12</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Gilze en Rijen 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>DE RAAD VAN DE GEMEENTE GILZE EN RIJEN;</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 26 augustus
                        2014;</al><al>gelet op het bepaalde in art 149 Gemeentewet;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de </al><al><vet>Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente </vet><vet>Gilze
                                en Rijen 2014</vet><vet>.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>bebouwde kom: </onderstreept> het gebied binnen de
                                    grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de
                                    Wegenverkeerswet 1994; </al></li><li nr="b."><al><onderstreept>bevoegd gezag:</onderstreept> bestuursorgaan dat
                                    bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een
                                    omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet
                                    algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al
                                    verleende omgevingsvergunning; </al></li><li nr="c."><al><onderstreept>bouwwerk:</onderstreept> hetgeen in artikel 1 van
                                    de Bouwverordening gemeente Gilze en Rijen daaronder wordt
                                    verstaan; </al></li><li nr="d."><al><onderstreept>college: </onderstreept>het college van
                                    burgemeester en wethouders; </al></li><li nr="e."><al><onderstreept>gebouw:</onderstreept> hetgeen in artikel 1,
                                    eerste lid, onder c, van de Woningwet daaronder wordt verstaan;
                                </al></li><li nr="f."><al><onderstreept>handelsreclame:</onderstreept> iedere openbare
                                    aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd
                                    wordt een commercieel belang te dienen; </al></li><li nr="g."><al><onderstreept>openbaar water:</onderstreept> wateren die voor
                                    het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;
                                </al></li><li nr="h."><al><onderstreept>openbare plaats:</onderstreept> hetgeen in artikel
                                    1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan;
                                </al></li><li nr="i."><al><onderstreept>rechthebbende:</onderstreept> degene die over een
                                    zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk
                                    recht; </al></li><li nr="j."><al><onderstreept>weg:</onderstreept> hetgeen in artikel 1, eerste
                                    lid, onder b van de Wegenverkeerswet daaronder wordt
                                    verstaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verdagen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid,
                                of een vergunning als bedoeld in artikel 2:11 tweede lid, aanhef en
                                onder a, of artikel 4:11.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens
                                deze verordening anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De
                                vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige
                                        gegevens zijn verstrekt; </al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                        inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                        vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege
                                        het belang of de belangen ter bescherming waarvan de
                                        vergunning of ontheffing is vereist; </al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                        voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
                                    </al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                        gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                        ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                        termijn; of </al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het
                            bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het
                            belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde; </al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid; </al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid; </al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                        samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend
                                        gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. </al></li><li nr="2."><al>Degene die op een openbare plaats </al></li><li nr="a."><al>aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden
                                        ontstaan of dreigen te ontstaan; </al></li><li nr="b."><al>aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot
                                        toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of
                                        dreigen te ontstaan; of </al></li><li nr="c."><al>zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;</al></li></lijst><al>is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. </al><lijst><li nr="3."><al>Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op
                                        openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd
                                        bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of
                                        ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. </al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde
                                        lid gestelde verbod. </al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing
                                        op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                        levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet
                                        openbare manifestaties.</al></li><li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing. </al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>[gereserveerd] </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                    betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als
                                    bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare
                                    manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en
                                    ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden,
                                    schriftelijk kennis aan de burgemeester. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>naam en adres van degene die de betoging houdt; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het doel van de betoging; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van
                                    aanvang en van beëindiging; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats
                                    van beëindiging; </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>voorzover van toepassing, de wijze van samenstelling; en </al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een
                                    regelmatig verloop te bevorderen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs
                                    waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaat vóór 12.00 uur. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een
                                    kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3) </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3) </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><al>[gereserveerd] </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd] </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest e.d.[gereserveerd]</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Voorwerpen op of aan de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken
                                    dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de
                                    bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel
                                    een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud
                                    van de weg; of </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon-
                                    en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen,
                                    uitstallingen, reclameborden en oplaadkabels.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het
                                    verbod in het eerste lid. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het
                                    in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
                                    activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder
                                    j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
                                </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18; en </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een
                                    vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken,
                                    artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of het provinciaal
                                    wegenreglement. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3.
                                    van de Algemene Wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                    wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen
                                    in de wijze van aanleg van een weg. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de
                                    activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                    beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; of
                                </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>door het college in de overige gevallen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in
                                    opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke
                                    taken worden verricht. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin
                                    wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, het provinciaal wegenreglement, de
                                    waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                    Telecommunicatieverordening van de gemeente Gilze en Rijen.
                                </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een uitweg te
                                    maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande
                                    uitweg naar de weg. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning
                                    slechts geweigerd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare
                                    parkeerplaats;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>indien door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze
                                    wordt aangetast; of</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door
                                    een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede
                                    uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het
                                    openbaar groen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken,
                                    de Waterschapskeur of het provinciaal wegenreglement. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid/belemmeringen</titel></kop><al>[gereserveerd] </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is
                                verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op
                                zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt
                                belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder of
                                gevaar ontstaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe
                                niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een
                                andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te
                                openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder natuurbrandthermometer verstaan de
                                    thermometer zoals die door de brandweer Midden en WestBrabant
                                    gebruikt wordt voor het aangeven van risico’s op bosbranden. De
                                    thermometer is te raadplegen op de website
                                    http://brandweermwb.nl. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                    duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan:
                                </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>te roken indien de natuurbrandthermometer code oranje of rood
                                    aangeeft; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende
                                    voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden in het eerste lid zijn niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en
                                    onder 3, van het Wetboek van Strafrecht. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verboden zijn voorts niet van toepassing voor zover het roken
                                    plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><al>[gereserveerd] </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de
                                    Belemmeringenwet Privaatrecht. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Detectieverbod</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Het is verboden zich op het grondgebied van de gemeente te
                                    bevinden met een metaaldetector, met het kennelijke doel die
                                    detector voor opgravingwerkzaamheden te gebruiken.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod met inachtneming dat de openbare orde en/of
                                    veiligheid van anderen niet in gevaar wordt gebracht.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op degene
                                    aan wie ingevolge artikel 45 van de Monumentenwet 1988 een
                                    opgravingsvergunning is verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een
                                    persoon of organisatie die voldoet aan de bij ministeriële
                                    regeling gestelde eisen van vakbekwaamheid op het niveau van
                                    opruimer explosieven.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te
                                    verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige
                                    andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid
                                    geplaatst op de onder a. bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg
                                    te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik
                                    daarvan te verijdelen of te belemmeren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>bioscoopvoorstellingen; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de
                                    Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet
                                    gelegenheid geven tot dansen; </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet
                                    openbare manifestaties; </al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:39 van deze verordening.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een herdenkingsplechtigheid; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een braderie; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3
                                    van deze verordening, op de weg; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;
                                </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>een straatfeest of buurtbarbecue op één dag (klein evenement).
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de
                                    burgemeester een evenement te organiseren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien:
                                </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 250 personen; bij
                                    gebruik van een tent maximaal 25 personen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het evenement maximaal éénmaal per jaar plaatsvindt en maximaal
                                    één dag duurt;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het evenement tussen 10.00 uur en 24.00 uur plaats vindt; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht tijdens de op/afbouw van
                                    het evenement en voor 10.00 uur of na 23.00 uur;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of
                                    parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het
                                    verkeer en de hulpdiensten; </al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van
                                    minder dan 10 m2 per object; </al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>er een organisator is; en </al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>de organisator ten minste 5 werkdagen voorafgaand aan het
                                    evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>Er geen alcoholische drank wordt verkocht;</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al>Omwonenden 1 week voor aanvang van het evenement schriftelijk
                                    worden geïnformeerd;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan binnen 3 dagen na ontvangst van de melding
                                    als bedoeld in lid 2 onder g besluiten een klein evenement te
                                    verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de
                                    openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het
                                    milieu in gevaar komt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een
                                    wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt
                                    door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te
                                    verstoren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al><onderstreept>openbare inrichting: </onderstreept></al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar,
                                    discotheek, buurthuis of clubhuis;</al></lid><lid><lidnr>ii.</lidnr><al>elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                    waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig
                                    was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of
                                    rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden verstrekt of
                                    bereid;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al><onderstreept>terras:</onderstreept> een buiten de besloten
                                    ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta-
                                    of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding
                                    dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe
                                    consumptie kunnen worden bereid of verstrekt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de
                                    besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan
                                    waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                    vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor
                                    directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatie openbare inrichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder
                                    vergunning van de burgemeester. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van
                                    de openbare inrichting in strijd is met een geldend
                                    bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit of indien de aanvrager geen verklaring
                                    omtrent het gedrag met betrekking tot de leidinggevende overlegt
                                    die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de aanvraag is
                                    ingediend, is afgegeven. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester
                                    de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren indien
                                    naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of
                                    leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare
                                    orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Geen
                                    vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich
                                    bevindt in </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor
                                    zover de activiteiten van de openbare inrichting een
                                    nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een zorginstelling; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een museum; of </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een bedrijfskantine of – restaurant. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling
                                    van het verbod genoemd in het eerste lid aan openbare
                                    inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van
                                    de Drank- en Horecawet, indien</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van
                                    deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld,
                                    overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan
                                    in of bij de inrichting, dan wel </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen
                                    weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28,
                                    tweede of derde lid. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident
                                    heeft voorgedaan als bedoeld in het vierde lid onder a. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van
                                    toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid en op de
                                    vrijstelling bedoeld in het vijfde lid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met
                                    vrijdag tussen 02.00 uur en 05.00 uur, en op zaterdag, zondag,
                                    carnavalsmaandag en –dinsdag, koningsdag en de dag na een
                                    officiële feestdag als bedoeld in lid 2, tussen 03.00 uur en
                                    05.00 uur (sluitingstijd). </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tweede paasdag, koningsdag, hemelvaartsdag, tweede pinksterdag
                                    en eerste en tweede kerstdag worden voor toepassing van het
                                    eerste lid aangemerkt als officiële feestdag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend
                                    te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na
                                    sluitingstijd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid, is het de houder van een
                                    horecabedrijf behorende bij een paracommerciële rechtspersoon
                                    verboden dit voor bezoekers geopend te hebben en aldaar
                                    bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 01.00 uur
                                    en 05.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd.
                                </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, derde
                                    lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
                                </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het eerste en het vierde lid zijn niet van toepassing op
                                    situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is
                                    voorzien. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere
                                    omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk
                                    andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting
                                    bevelen</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
                                    artikel 13b van de Opiumwet voorziet. </al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Verboden gedragingen</titel></kop><al>Het is verboden in een
                                    openbare inrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>de orde te verstoren; </al></li><li nr="b."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd
                                            dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van
                                            een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel binnen openbare inrichtingen</titel></kop><al><vet>[gereserveerd]</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een openbare
                                    inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of
                                    bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet,
                                    treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28 tot en met
                                    2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8A.</nr><titel>Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                                Drank- en Horecawet</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34A</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>alcoholhoudende drank,</al></li><li nr="-"><al>horecalokaliteit,</al></li><li nr="-"><al>paracommerciële rechtspersoon,</al></li></lijst><al>dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34B</nr><titel>Schenktijden paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten
                                    van sportieve aard verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank
                                    op: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>maandag tot en met vrijdag na 17.00 uur en tot 23.00 uur; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zaterdag na 15.00 uur en tot 21.00 uur; en </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>zondag na 12.00 uur en tot 21.00 uur. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover er bij paracommerciële rechtspersonen als bedoeld in
                                    het eerste lid verenigings- of wedstrijdactiviteiten
                                    plaatsvinden die eindigen tijdens het laatste uur vóór het
                                    verlopen of na afloop van de in dat lid genoemde schenktijden,
                                    is het deze paracommerciële rechtspersonen toegestaan, in
                                    aanvulling op de schenktijden genoemd in dat lid,
                                    alcoholhoudende drank te verstrekken tot één uur na beëindiging
                                    van deze activiteiten, maar niet later dan 01.00 uur. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Overige paracommerciële rechtspersonen, zoals gemeenschapshuizen
                                    en culturele centra, verstrekken uitsluitend alcoholhoudende
                                    drank gedurende de periode beginnende met één uur voor aanvang
                                    en eindigende met één uur na beëindiging van activiteiten die
                                    passen binnen de statutaire doelomschrijving van de
                                    desbetreffende paracommerciële rechtspersoon, maar niet later
                                    dan 01.00 uur. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34C</nr><titel>Bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><al>Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende
                                    drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en
                                    bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet
                                    rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende
                                    rechtspersoon betrokken zijn wanneer dit leidt tot oneerlijke
                                    mededinging. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34D</nr><titel>Verbod happy hours</titel></kop><al>Ter bescherming van de
                                    volksgezondheid en in het belang van de openbare orde is het
                                    verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende
                                    dranken te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs
                                    die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van
                                    de prijs die in de desbetreffende horecalokaliteit op of het
                                    desbetreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting
                                opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke
                                leiding van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen
                                daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de
                                burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>De houder van een inrichting is verplicht een register, als bedoeld
                                in art 438 van het Wetboek van Strafrecht, bij te houden dat is
                                ingericht volgens het door de burgemeester vastgesteld model.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregisterEen ieder die in een
                                    inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de
                                    exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting
                                    volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                    geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en
                                    de dag van vertrek te verstrekken.</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10.</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor
                                    het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in
                                    een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt
                                    geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld
                                    inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste
                                    lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen vergunning is
                                    verleend; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Veiligheid en
                                    Justitie of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                    verlenen; en </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het
                                    kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de
                                    kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als
                                    bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de
                                    handeling als in artikel l, onder a, van de Wet op de kansspelen
                                    te verrichten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en
                                    leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de
                                    openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed
                                    door de exploitatie van de speelgelegenheid; of </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met
                                    een geldend bestemmingsplan. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Kansspelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c.
                                    van de Wet; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30,
                                    onder d, van de Wet; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30,
                                    onder e, van de Wet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn 2 kansspelautomaten
                                    toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet
                                    toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in art 30c lid 1 onder a van de Wet
                                    wordt verleend voor 3 jaar.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10a.</nr><titel>Toezicht op growshops en smartshops (ook headshops, belwinkels en
                                internetcafés)</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.40a</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr=""><al>a.smartshop: een winkel waarin de hoofdactiviteit of één van
                                        de activiteiten wordt gevormd door detailhandel in
                                        psychotrope stoffen;</al></li><li nr=""><al>b.headshop: een winkel waarin de hoofdactiviteit of één van
                                        de activiteiten wordt gevormd door detailhandel in
                                        attributen die samenhangen met het gebruik van softdrugs,
                                        zoals pijpjes en vloeitjes;</al></li><li nr=""><al>c.growshop: een winkel waarin de hoofdactiviteit of één van
                                        de activiteiten wordt gevormd door detailhandel in
                                        kweekbenodigdheden, zoals meststoffen, bestrijdingsmiddelen,
                                        plantenvoeding, potgrond, lampen, ventilatiesystemen en
                                        waterpompen, bedoeld of kennelijk bedoeld voor de kweek van
                                        hennep, cannabis danwel soortgelijke planten;</al></li><li nr=""><al>d.belshop of belwinkel: inrichting waarin de hoofdactiviteit
                                        of één van de activiteiten wordt gevormd door aan derden
                                        gelegenheid te bieden tot elektronisch berichtenverkeer,
                                        (internationaal) telefoonverkeer, danwel aanverwante
                                        zaken;</al></li><li nr=""><al>e.internetcafé: inrichting waarin de hoofdactiviteit of één
                                        van de activiteiten wordt gevormd door aan derden
                                        gelegenheid te bieden tot elektronisch berichtenverkeer
                                        danwel aanverwante diensten; </al></li><li nr=""><al>f.inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte
                                        waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig
                                        was of anders dan om niet handelingen en/of werkzaamheden
                                        worden verricht die zijn aan te merken als het exploiteren
                                        van een smartshop, headshop, growshop, belshop/belwinkel of
                                        internetcafé;</al></li><li nr=""><al>g.exploitant: degene die een inrichting exploiteert.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.40b</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot het
                                maximale aantal inrichtingen, al dan niet categorisch.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.40c</nr><titel>Vergunningplicht</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1.Het is verboden een inrichting te exploiteren zonder
                                        vergunning van de burgemeester.</al></li><li nr=""><al>2.De aanvraag voor de vergunning dient te geschieden met een
                                        door de burgemeester vastgesteld formulier.</al></li><li nr=""><al>3.De vergunning wordt alleen aan natuurlijke personen
                                        verleend.</al></li><li nr=""><al>4.De vergunning wordt uitsluitend verleend aan de
                                        exploitant, is persoonsgebonden en kan niet worden
                                        overgedragen.</al></li><li nr=""><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.40d</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Naast de in artikel 1:8 genoemde weigeringsgronden, kan de
                                vergunning geweigerd worden indien:</al><lijst><li nr=""><al>a.de exploitant de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft
                                        bereikt; </al></li><li nr=""><al>b.de exploitant in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
                                    </al></li><li nr=""><al>c.de exploitant binnen drie jaar voor de aanvraag een
                                        inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van (ernstige
                                        vrees voor) verstoring van de openbare orde, dan wel op
                                        grond van artikel 13b van de Opiumwet, gesloten is
                                        geweest;</al></li><li nr=""><al>d.de vestiging of exploitatie strijd oplevert met het
                                        bestemmingsplan;</al></li><li nr=""><al>e.de vestiging of exploitatie strijd oplevert met artikel
                                        2.40 b lid 2.;</al></li><li nr=""><al>f.naar het oordeel van de burgemeester moet worden
                                        aangenomen dat het woon- en leefklimaat in de omgeving van
                                        de inrichting en/of openbare orde op ontoelaatbare wijze
                                        nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de
                                        inrichting.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.40e</nr><titel>Afwijkende sluitingstijden; tijdelijke sluiting</titel></kop><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid,
                                zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere
                                omstandigheden, te zijner beoordeling, voor één of meer
                                inrichtingen, tijdelijk andere dan de voor de betreffende
                                inrichtingen geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijke
                                sluiting bevelen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.40f</nr><titel>Sluiting</titel></kop><al>De burgemeester kan een inrichting, al dan niet voor bepaalde
                                termijn, gesloten verklaren indien:</al><lijst><li nr=""><al>a.de exploitant handelt in strijd met het bepaalde in de
                                        artikelen 2.40c lid 1 of 2.40d onder b;</al></li><li nr=""><al>b.de exploitant handelt in strijd met de aan de vergunning
                                        verbonden voorschriften.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.40g</nr><titel>Aanwezigheid in gesloten inrichting</titel></kop><lid><lidnr/><al>1.Het is verboden gedurende de tijd dat een inrichting ingevolge
                                    de reguliere sluitingstijden, of krachtens een op grond van
                                    artikel 2.40e of 2.40f genomen besluit voor bezoekers gesloten
                                    dient te zijn als bezoekers zich daarin bevinden.</al></lid><lid><lidnr/><al>2.Het is de exploitant verboden gedurende de tijd dat een
                                    inrichting ingevolge de reguliere sluitingstijden, of krachtens
                                    een op grond van artikel 2.40e of 2.40f genomen besluit voor
                                    bezoekers gesloten dient te zijn, de inrichting voor bezoekers
                                    geopend te hebben of daarin één of meer bezoekers toe te laten
                                    of te verblijven</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.40h</nr><titel>Intrekken vergunning</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 wordt de vergunning
                                ingetrokken indien:</al><lijst><li nr=""><al>a.de exploitatie van de inrichting door een andere dan de in
                                        de vergunning genoemde exploitant wordt overgenomen;</al></li><li nr=""><al>b.de exploitant niet of niet langer voldoet aan de bij of
                                        krachtens artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a en b, en
                                        derde lid, van de Drank en Horecawet aan leidinggevenden
                                        gestelde eisen.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11.</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                    gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                    gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal,
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het
                                    publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                    betreden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier
                                    aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden
                                    noodzakelijk is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen
                                    of te bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding
                                    aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te
                                    brengen of te doen aanbrengen; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een afbeelding,
                                    letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing indien
                                    gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het
                                    aanbrengen van handelsreclame. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.
                                </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan
                                    een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter
                                    inzage af te geven. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet,
                                    aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of verfgereedschap te
                                    vervoeren of bij zich te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:42. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats te vervoeren of bij zich
                                    te hebben: lopers, valse sleutels, touwladders, lantaarns of
                                    enig ander gereedschap, voorwerp of middel, dat ertoe kan dienen
                                    zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te
                                    verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken,
                                    diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken
                                    van sporen te voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats in de nabijheid van
                                    winkels te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er
                                    kennelijk toe is uitgerust om het plegen van winkeldiefstal te
                                    vergemakkelijken.</al><al/><al>Het in lid 1 en lid 2 gestelde verbod is niet van toepassing indien
                            redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de dat lid bedoelde voorwerp
                            niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde handelingen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder
                                ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de gemeente
                                in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen,
                                groenstroken of grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of
                                paden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant van
                                een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs wordt
                                vereist. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien
                                door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het provinciaal
                                wegenreglement. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping,
                                constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of
                                andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd
                                straatmeubilair; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers of aan
                                bewoners van nabij die openbare plaats gelegen woningen onnodig
                                overlast of hinder berokkent. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien
                                door artikel 424, 426b is of 431 van het Wetboek van Strafrecht of
                                artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben
                                bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een
                                door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                alcoholhoudende drank bij zich te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel
                                1 van de Drank- en Horecawet; en </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a,
                                waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank en
                                Horecawet. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te houden;
                            </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een drempel
                                van een gebouw te zitten of te liggen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw,
                                appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een
                                gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder
                                redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik
                                bestemde ruimte van dat gebouw. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen
                            hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                            toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken
                            voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze
                            ruimten worden in elk geval begrepen: portalen, telefooncellen,
                            wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en
                            rijwielstallingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                            plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de
                            gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                    gebruiker van dat gebouw of dat portiek; of </al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op uren en plaatsen die door het college of de
                            burgemeester zijn aangewezen, zich met een fiets of bromfiets te
                            bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein
                            waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid wordt
                            gehouden die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers
                            van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon of een gebouw,
                                woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke bedoeling deze
                                persoon of een persoon die zich in dit gebouw, deze woonwagen of dit
                                woonschip bevindt, te bespieden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander
                                optisch instrument een persoon die zich in een gebouw, woonwagen of
                                woonschip bevindt te bespieden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten
                                verblijven of te laten lopen: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig
                                ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere
                                door het college aangewezen plaats; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen de bebouwde kom op de weg indien de hond niet is aangelijnd;
                                of </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>op de weg indien die hond niet is voorzien van een halsband of een
                                ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet
                                kennen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van
                                toepassing op door het college aangewezen plaatsen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is
                                verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond
                                onmiddellijk worden verwijderd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                college aangewezen plaatsen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die zich met een hond op of aan de weg bevindt, is verplicht
                                een doeltreffend hulpmiddel bij zich te hebben dat geschikt is voor
                                het verwijderen van de uitwerpselen van de hond. De eigenaar of
                                houder van de hond is verplicht dit hulpmiddel op eerste vordering
                                van een toezichthoudend ambtenaar te laten zien. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van de in het derde lid gestelde
                                verplichting. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of
                                hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van die hond een
                                aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover
                                die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein
                                van een ander. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de
                                hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van
                                hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de
                                hond voorzien te houden van een muilkorf die: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide
                                stoffen; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is
                                aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet
                                mogelijk is; en </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten
                                ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat
                                geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn. </al><al/><al><vet>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder c, dient
                            een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de
                            bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door
                            middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.</vet></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke
                                    dieren</titel></kop><al><vet>[gereserveerd]</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op herkauwende en
                                eenhoevige dieren of varkens (vee) die zich bevinden in een weiland
                                of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een
                                deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige
                                maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan
                                bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat die
                                    duiven niet kunnen uitvliegen tussen 8.00 uur en 18.00 uur in
                                    een door het college te bepalen tijdvak dat ligt tussen 1 maart
                                    en 1 juni. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het gebod in het eerste
                                    lid. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de provinciale ophokverordening Noord-Brabant.
                                </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bijen te houden: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>binnen een afstand van 30 meter van woningen of andere gebouwen
                                    waar overdag mensen verblijven; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen een afstand van 30 meter van de weg. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien op
                                    een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten
                                    een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel
                                    hoger als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de
                                    bijen te voorkomen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van
                                    toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de
                                    woningen of gebouwen bedoeld in dat lid. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b is niet van
                                    toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het
                                    Provinciaal wegenreglement Noord-Brabant. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffing
                                    verlenen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12.</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><structuurtekst><al>[gereserveerd]</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van
                                    Strafrecht</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><al>[Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op openbare
                                inrichtingen) onder artikel 2:32]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13.</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>BegripsbepalingIn deze afdeling wordt verstaan onder
                                    consumentenvuurwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in het
                                    Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met
                                    betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk
                                    (Vuurwerkbesluit).</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of
                                    nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan
                                    wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder
                                    een vergunning van het college. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden bedoeld in het eerste en tweede lid zijn niet van
                                    toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429,
                                    aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14.</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op
                                    een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om
                                    middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of
                                    daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling, af te
                                    leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te
                                    zijn of daarin te bemiddelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op een
                                    openbare plaats middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de
                                    Opiumwet, of daarop gelijkende waar, te gebruiken, toe te
                                    dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten
                                    behoeve van dat gebruik voorwerpen en/of stoffen voorhanden te
                                    hebben. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophoudingDe burgemeester is bevoegd
                                    overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet te besluiten tot
                                    het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van
                                    personen op een door hem aangewezen plaats indien deze personen
                                    het bepaalde in artikel 2.1, 2.10, 2.11, 2.16, of 5.34 van deze
                                    verordening groepsgewijs niet naleven.</titel></kop><al> Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden De burgemeester is bevoegd
                                overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de
                                openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige
                                vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de
                                daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij
                                behorende erven, aan te wijzen als veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de
                                    Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor
                                    een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                    plaats. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester heeft die bevoegdheid eveneens ten aanzien van
                                    de volgende andere plaatsen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>[door de gemeenteraad aan te wijzen plaatsen die voor het
                                    publiek toegankelijk zijn,]</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:78</nr><titel>Gebiedsontzeggingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het
                                    voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken
                                    van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van
                                    personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een
                                    persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende
                                    handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste
                                    24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een
                                    openbare plaats op te houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de
                                    burgemeester aan een persoon aan wie eenmaal een bevel als
                                    bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of
                                    orde verstorende handelingen heeft verricht, een bevel geven
                                    zich gedurende ten hoogste acht weken niet in een of meer
                                    bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te
                                    houden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een bevel krachtens het tweede lid kan slecht worden gegeven als
                                    het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling
                                    binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op
                                    grond van het eerste lid, plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid gestelde
                                    bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke
                                    omstandigheden van de betrokkene noodzakelijk oordeelt. De
                                    burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van
                                    een bevel.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>prostitutie:</onderstreept> het zich
                                        beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele
                                        handelingen met een ander tegen vergoeding;</al></li><li nr="b."><al><onderstreept>prostituee</onderstreept>: degene die zich
                                        beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele
                                        handelingen met een ander tegen vergoeding; </al></li><li nr="c."><al><onderstreept>seksinrichting:</onderstreept> de voor het
                                        publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig
                                        of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele
                                        handelingen worden verricht, of vertoningen van
                                        erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een
                                        seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar; </al></li><li nr="d."><al><onderstreept>escortbedrijf:</onderstreept> de natuurlijke
                                        persoon, groep van personen of rechtspersoon die
                                        bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was
                                        prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de
                                        bedrijfsruimte wordt uitgeoefend; </al></li><li nr="e."><al><onderstreept>sekswinkel:</onderstreept> de voor het publiek
                                        toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen
                                        van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd; </al></li><li nr="f."><al><onderstreept>exploitant:</onderstreept> de natuurlijke
                                        persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen die
                                        een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert, dan wel
                                        exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die
                                        rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon
                                        of personen; </al></li><li nr="g."><al><onderstreept>beheerder:</onderstreept> de natuurlijke
                                        persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding
                                        uitoefent, dan wel uitoefenen in een seksinrichting of
                                        escortbedrijf; </al></li><li nr="h."><al><onderstreept>bezoeker:</onderstreept> degene die aanwezig
                                        is in een seksinrichting, met uitzondering van: </al></li><li nr="1."><al>de exploitant; </al></li><li nr="2."><al>de beheerder; </al></li><li nr="3."><al>de prostituee; </al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is; </al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2
                                        van deze verordening; </al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting
                                        wegens dringende redenen noodzakelijk is. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel
                                3:13, tweede lid kan het college nadere regels stellen met
                                betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in dit
                                hoofdstuk.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de persoonsgegevens van de exploitant; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid is 1 jaar
                                    geldig.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke
                                    macht of de voogdij; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de exploitant
                                    en de beheerder niet: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht
                                    in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van
                                    artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking
                                    gesteld;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een
                                    onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de
                                    rechter in Nederland, inclusief de drie openbare lichamen
                                    Bonaire, Saba en Sint-Eustatius, Aruba, Curaçao en Sint Maarten,
                                    dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor
                                    naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis
                                    ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek van
                                    Strafvordering is toegelaten; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee rechterlijke
                                    uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke
                                    geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als
                                    bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van
                                    Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: </al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de
                                    Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid
                                    vreemdelingen;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met
                                    249, 252, 250a (oud), 273f, 300 tot en met 303, 416, 417,
                                    417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van
                                    Strafrecht;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto
                                    artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet
                                    1994;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op
                                    de Kansspelen;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74,
                                    tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76,
                                    derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen,
                                    tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.
                                </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:
                                </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum
                                    van beslissing op de aanvraag van de vergunning; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                    datum van de intrekking van deze vergunning. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder zijn binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem ter zake geen verwijt treft. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven:
                                </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op maandag tot en met zondag tussen 02.00 uur en 05.00 uur;
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan voor een afzonderlijke
                                    seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste
                                    lid, gesloten dient te zijn. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer
                                    gebaseerde voorschriften. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in
                                    artikel 3:13, tweede lid of in geval van strijdigheid met de
                                    bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of tweede
                                    lid, geldende sluitingstijden vaststellen; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de
                                    gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht maakt het bevoegd bestuursorgaan het besluit
                                    bedoeld in het eerste lid bekend op de voet van artikel 3:42,
                                    tweede lid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat exploitant of de beheerder bedoeld in artikel
                                    3:4, tweede lid onder a of b in de seksinrichting aanwezig is.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de
                                    feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden),
                                    XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX
                                    (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede
                                    Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet
                                    wapens en munitie; en</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met
                                    het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                    Vreemdelingenwet bepaalde. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten te bewegen gebruik te maken van de
                                    diensten van een prostituee, uit te nodigen dan wel aan te
                                    lokken: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of
                                    gebieden; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde tijden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het verbod bedoeld in het eerste
                                    lid, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in
                                    artikel 3:13, tweede lid, kan door politieambtenaren aan
                                    personen die zich bevinden op de wegen of gebieden en gedurende
                                    de tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden gegeven
                                    zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan met het oog op de openbare orde en de
                                    belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid, personen aan wie
                                    ten minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde
                                    lid, verbieden zich gedurende een bepaalde termijn, anders dan
                                    in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de
                                    wegen of gebieden en op de tijden bedoeld in het eerste lid
                                    onder b. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het verbod bedoeld in het vierde lid
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft
                                    bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of
                                    aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    in gevaar brengt; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in
                                    het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    gestelde regels. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.
                                </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Beslistermijn: weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2, eerste lid,
                                    beslist het bevoegd bestuursorgaan op de aanvraag om vergunning
                                    bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf weken na de
                                    dag waarop de aanvraag ontvangen is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5
                                    gestelde eisen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                    beheersverordening, exploitatieplan, voorbereidingsbesluit,
                                    stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening; of </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd
                                    met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij
                                    of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet
                                    bepaalde. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven
                                    kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, de vergunning
                                    bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, worden geweigerd dan wel de
                                    aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid,
                                    achterwege gelaten, in het belang van: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het voorkomen of beperken van overlast; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en
                                    leefklimaat; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de veiligheid van personen of goederen; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid; </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de gezondheid of zedelijkheid; of </al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de exploitant die overeenkomstig
                                    artikel 3:4 op de vergunning is vermeld, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de beheerder het beheer van de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf feitelijk beëindigt, geeft de exploitant daarvan
                                    binnen een week schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    besluit de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in
                                    het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3:13, eerste
                                    lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder vanaf het
                                    moment waarop de exploitant een aanvraag als bedoeld in het
                                    tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.
                                </al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>Besluit:</onderstreept> het Besluit algemene
                                        regels voor inrichtingen milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al><onderstreept>inrichting:</onderstreept> inrichting type A
                                        of type B als bedoeld in het Besluit ; </al></li><li nr="c."><al><onderstreept>houder van een inrichting:</onderstreept>
                                        degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of
                                        anderszins een inrichting drijft; </al></li><li nr="d."><al><onderstreept>collectieve festiviteit:</onderstreept>
                                        festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal
                                        inrichtingen is verbonden; </al></li><li nr="e."><al><onderstreept>incidentele festiviteit:</onderstreept>
                                        festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een
                                        klein aantal inrichtingen; </al></li><li nr="f."><al><onderstreept>geluidsgevoelige gebouwen:</onderstreept>
                                        woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet
                                        geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen
                                        met uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende
                                        inrichting; </al></li><li nr="g."><al><onderstreept>geluidsgevoelige terreinen:</onderstreept>
                                        terreinen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder
                                        worden aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen met
                                        uitzondering van terreinen behorende bij de betreffende
                                        inrichting; </al></li><li nr="h."><al><onderstreept>onversterkte muziek:</onderstreept> muziek die
                                        niet elektronisch is versterkt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is op de voor door het college per kalenderjaar aan te
                                    wijzen collectieve festiviteiten, gedurende de daarbij aan te
                                    wijzen dagen of dagdelen, toegestaan de geluidsnormen als
                                    bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit met
                                    maximaal 20 dB(A) te overschrijden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148,
                                    eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college
                                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of
                                    meer van de volgende delen: Gilze, Rijen, Hulten en/of
                                    Molenschot. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het eerste lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore
                                    brengen van extra muziek -hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit - uiterlijk 1
                                    uur voor de in artikel 2:29 lid 1 bepaalde sluitingstijden te
                                    worden beëindigd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 4 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit met maximaal 20 dB(A) worden overschreden, mits de
                                    houder van de inrichting ten minste 10 werkdagen voor de aanvang
                                    van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 4
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    3.148, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits
                                    de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het eerste lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwen gelaten. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit - uiterlijk 1
                                    uur voor de in artikel 2:29 lid 1 bepaalde sluitingstijden te
                                    worden beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het
                                    bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                    buitenruimte. </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen
                                    of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te
                                    verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving
                                    geluidhinder wordt veroorzaakt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet
                                    openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale
                                    milieuverordening. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de
                                    stronk uitlopen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een diameter van
                                    minimaal 10 centimeter (of met een omtrek van minimaal 31
                                    centimeter) op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld. In
                                    geval van meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste
                                    stam.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de
                                    houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>bomenfonds: fonds voor de aanplant van nieuwe houtopstanden
                                    waarin gelden worden gestort ten gevolge van een financiële
                                    herplantplicht ex artikel 4.11 lid 7;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>bomeneffectanalyse: een standaardbeoordeling van de gevolgen
                                    voor bomen van voorgenomen bouw of aanleg, op basis van
                                    landelijke richtlijnen van de Bomenstichting;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld
                                    ingevolge artikel 1, lid 5 van de Boswet.</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>waardevolle boom: een boom die voldoet aan het daartoe door het
                                    college vastgestelde boomwaarderingssysteem.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met
                                    inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen
                                    die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van
                                    houtopstand ten gevolge kunnen hebben. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ingevolge artikel 5:42 lid 2 van het BW bepaalde afstand van
                                    2 meter voor bomen, wordt voor wat betreft bomen in het openbaar
                                    gebied verkleind naar 0,5 meter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college houtopstand te
                                    vellen of te laten vellen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod geldt niet voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>houtopstand in privaat eigendom op een perceel dat niet groter
                                    is dan 400 m²;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>houtopstand in privaat eigendom dat op een perceel staat groter
                                    dan 400 m² met een omtrek van de stam tot 100 centimeter, op 130
                                    centimeter hoogte gemeten;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>houtopstand buiten de bebouwde kom, waarvoor de binnen de
                                    daartoe gestelde termijn geen bericht van verbod van velling op
                                    de melding als bedoeld in artikel 4.12 lid 3 is ontvangen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>dode houtopstand in openbaar gebied.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van de aanvrager van een vergunning als bedoeld
                                    in lid 1 verlangen dat een bomeneffectanalyse wordt
                                    overgelegd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in lid 1 wordt slechts verleend
                                    indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>er geen sprake is van een waardevolle boom; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een waardevolle boom ernstige schade veroorzaakt; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een waardevolle boom een onveilige situatie veroorzaakt; </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>vitaliteit en/of ziekten noodzaken tot het vellen van de
                                    houtopstand. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan een herplantplicht opleggen onder nader te
                                    stellen voorschriften. Daaronder kunnen ook voorschriften vallen
                                    met betrekking tot herplant van niet geslaagde beplanting.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien een herplantplicht als bedoeld in het vorige lid is
                                    opgelegd, is deze houtopstand vergunningplichtig.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien herplant niet mogelijk is, kan het college als
                                    voorschrift bij de vergunning bepalen dat er een geldelijke
                                    bijdrage in het gemeentelijke bomenfonds gestort dient te
                                    worden.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Meldingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het vellen of laten vellen van houtopstanden buiten de
                                    bebouwde kom moet melding worden gedaan bij het college. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De melding moet schriftelijk gemotiveerd en onder bijvoeging van
                                    een situatieschets worden gedaan door, namens of met toestemming
                                    van de rechthebbende op de houtopstand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De houtopstand kan worden geveld indien het college niet binnen
                                    vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de
                                    velling wordt verboden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien in de plaats van een melding een aanvraag om vergunning
                                    voor een velling van houtopstand buiten de bebouwde kom wordt
                                    ingediend, zal deze aanvraag worden behandeld als melding,
                                    tenzij voor het vellen van de houtopstand een vergunning nodig
                                    is.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin
                                    van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de
                                    volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
                                    voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen
                                    daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan
                                    geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een
                                    commercieel doel; of </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een
                                    verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                    landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of
                                    krachtens de Provinciale Verordening Noord-Brabant. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                    maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging
                                    of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of
                                    ernstige hinder ontstaat voor de omgeving. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                    milieubeheer. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Vergunningplicht lichtreclame</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de
                                zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is
                                dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de
                                    beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit
                                    is bestemd of mede bestemd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de bescherming van natuur en landschap; of </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de bescherming van een stadsgezicht. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 4:18, eerste lid is niet van toepassing
                                    op door het college aangewezen plaatsen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming
                                    van de belangen genoemd artikel 4:18, vierde lid, onder a en
                                    b.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>voertuigen:</onderstreept> voertuigen als
                                        bedoeld in artikel 1, onder al, van het Reglement
                                        verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering
                                        van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en
                                        rolstoelen; </al></li><li nr="b."><al><onderstreept>parkeren:</onderstreept> parkeren als bedoeld
                                        in artikel 1, onder ac, van het Reglement verkeersregels en
                                        verkeerstekens (RVV 1990) . </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:
                                </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen
                                    tegen betaling. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden
                                    verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit
                                    gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze
                                    werkzaamheden; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid
                                    bedoelde persoon. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd,
                                    op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25
                                    meter met als middelpunt een van deze voertuigen; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                    voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                    bieden of te verhandelen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Wet milieubeheer. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt of kan worden
                                    gebruikt: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te
                                    hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar
                                    zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van
                                    beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit
                                    naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van
                                    de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste
                                    lid, aanhef en onder a. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de
                                    Provinciale landschapsverordening. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op
                                    campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover
                                    deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op
                                    de weg worden geplaatst of gehouden. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of
                                    plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                    groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op de weg; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of
                                    vanwege de overheid; en </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>op voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen op
                                    terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk
                                aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast,
                                of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor
                                bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in
                                    de open lucht gelegen plaats of aan huis. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het aan huis afleveren van goederen in het kader van de
                                    exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Winkeltijdenwet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als
                                    bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet
                                    of artikel 5:22; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in
                                    artikel 5:17. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te venten:</al><lijst><li nr="a."><al>Op door het college aangewezen openbare plaatsen;
                                            of</al></li><li nr="b."><al>Op door het college aangewezen dagen en uren. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste
                                    lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het tweede lid is paragraag 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod bedoeld in artikel 5:15, eerste lid is niet van
                                    toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken
                                    waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in
                                    artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het venten
                                    van gedrukte en geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens
                                    worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de
                                    Grondwet verboden: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen; of </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op door het college aangewezen dagen en uren. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het tweede
                                    lid. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                    diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam,
                                    een wagen of een tafel. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in
                                    artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                    Gemeentewet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                    bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met
                                    de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente
                                    of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is
                                    dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats
                                    voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau
                                    voor de consument ter plaatse in gevaar komt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid is niet van toepassing
                                    op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de
                                    Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal
                                    wegenreglement. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet
                                    van toepassing op bouwwerken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Aanhoudingsplicht</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw, waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
                                    aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                    geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                    voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar
                                    water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een
                                    melding aan het college. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens
                                    van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                    voorwerp. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de
                                    Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de
                                    Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening, de
                                    Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                    Telecommunicatieverordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken,
                                    wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing,
                                    bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen,
                                    aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente
                                    in beheer zijn. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening Noord-Brabant. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31A</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>motorvoertuig; hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel
                                        1, onder z, van het Reglement verkeersregels en
                                        verkeerstekens 1990; </al></li><li nr="b."><al>bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1,
                                        eerste lid onder e, van de Wegenverkeerswet 1994. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere
                                    regels stellen voor het gebruik van deze terreinen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het voorkomen van overlast; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de bescherming van natuur- of milieuwaarden; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de veiligheid van het publiek. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                    motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                    hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid,
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde
                                    minister aangewezen hulpverleningsdiensten; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                    exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;
                                </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                    wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen
                                    die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid
                                    bedoeld; </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van
                                    de onder d bedoelde personen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van
                                    toepassing: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde
                                    gebieden of terreinen; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                    'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden ten aanzien van
                                    motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn
                                    aangewezen als 'toestel'. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de
                                    omgeving, is het verbod niet van toepassing op: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;
                                </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen
                                    afvalstoffen worden verbrand; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>vuur voor koken, bakken en braden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.
                                </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing als bedoeld in het derde lid is paragraaf
                                    4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>verharde delen van de weg; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op
                                    andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing
                                    plaatsvindt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op
                            grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de
                            tweede categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze
                                verordening bepaalde zijn, naast de in artikel 141 van het Wetboek
                                van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, belast de als
                                buitengewoon opsporingsambtenaar of –ambtenaren beëdigde ambtenaren
                                als bedoeld in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde
                                krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college
                                danwel de burgemeester aan te wijzen personen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Gilze en Rijen van
                            2008 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 november 2014.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                            gemeente Gilze en Rijen 2014.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare</ondertekening><ondertekening>vergadering van 29 september 2014</ondertekening><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. J.W. Timmermans dr. A.J.W. Boelhouwer</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>