<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR340046_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening REP-SNN</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Groningen</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-10-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Groningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch Provincieblad, 28-10-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening REP-SNN</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, art. 145</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-10-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2011-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>538214</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Milieu, Natuur</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling treedt met terugwerkende kracht inwerking op 01-01-2011.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2019-27857</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening REP-SNN</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Besluit van Gedeputeerde Staten der provincie Groningen van 10 oktober 2014
                        , nr. 538214, afd. ECP, tot bekendmaking van het besluit van Provinciale
                        Staten van 21 mei 2014, nr. B.3., tot vaststelling van de Verordening
                        REP-SNN.</al><al>Gedeputeerde Staten der provincie Groningen;</al><al>maken bekend dat door Provinciale Staten in hun vergadering van 21 mei 2014,
                        nr. B.3., is vastgesteld hetgeen volgt:</al><al>Provinciale Staten van Groningen:</al><al>Gelezen:</al><al>Gelet op:</al><al>Besluiten:</al><al/><al>Vast te stellen de verordening REP-SNN, luidende als volgt: </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk I Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> DB: dagelijks bestuur van het Samenwerkingsverband
                                    Noord-Nederland;</al></li><li nr="b."><al> SNN: Samenwerkingsverband Noord-Nederland;</al></li><li nr="c."><al> wet: Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="d."><al> projectperiode: periode tussen de startdatum en de einddatum
                                    van het project;</al></li><li nr="e."><al> startdatum: datum waarop de projectperiode van start gaat. Deze
                                    datum kan door de subsidieaanvrager worden gekozen, waarbij de
                                    gekozen datum niet voor de datum mag liggen waarop de
                                    subsidieaanvraag door het SNN is ontvangen;</al></li><li nr="f."><al> einddatum: laatste dag van de projectperiode;</al></li><li nr="g."><al> algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EG) nr.
                                    800/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6
                                    augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de
                                    artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke
                                    markt verenigbaar worden verklaard («de algemene
                                    groepsvrijstellingsverordening») (Pb EU L 214);</al></li><li nr="h."><al> onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze
                                    van financiering, die een economische activiteit uitoefent;</al></li><li nr="i."><al> samenwerkingsverband: geen rechtspersoonlijkheid bezittend
                                    verband, bestaande uit ten minste twee niet in een groep
                                    verbonden deelnemers, dat is opgericht ten behoeve van de
                                    uitvoering van activiteiten;</al></li><li nr="j."><al> penvoerder: de door het samenwerkingsverband aangewezen persoon
                                    of organisatie, die namens en voor de partijen in het
                                    samenwerkingsverband zorgt voor de administratieve relatie met
                                    het SNN;</al></li><li nr="k."><al> groep: economische eenheid, waarin organisatorisch zijn
                                    verbonden: </al><lijst><li nr="a."><al> een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke
                                            rechtspersoon, die direct of indirect: </al><lijst><li nr="1."><al> meer dan de helft van het geplaatste kapitaal
                                                  verschaft aan,</al></li><li nr="2."><al> volledig aansprakelijk vennoot is van, of</al></li><li nr="3."><al>overwegende zeggenschap heeft over een of
                                                  meer rechtspersonen of vennootschappen, en</al></li></lijst></li><li nr="b."><al> laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen;</al></li></lijst></li><li nr="k."><al> energie: handel en distributie van aardgas, brandstoffen,
                                    productie van fossiele en niet-fossiele energie en de productie
                                    van elektriciteit en warmte. Daarnaast valt hieronder ook de
                                    opslag van energie, balancering van energie en het op elkaar
                                    afstemmen van diverse bronnen van energie;</al></li><li nr="l."><al> watertechnologie: alle technologieën en technieken ten behoeve
                                    van het bereiden, transporteren, leveren, verzamelen, behandelen
                                    en (her)gebruiken van drinkwater, proceswater en afvalwater voor
                                    en van burgers, huishoudens, industrie, land- en tuinbouw,
                                    recreatie en toerisme, alsmede daaraan gelieerde
                                    applicatiekennis en kennis en advies over organisatie, beheer en
                                    financiering van watertechnologie;</al></li><li nr="m."><al> healthy ageing: maatschappelijke uitdaging om langer gezond te
                                    leven en bij te dragen aan het beheersbaar houden van de
                                    (stijging van de) zorgkosten;</al></li><li nr="n."><al> agribusiness: voedingstechnologie, agribusiness (verwerkende
                                    industrie inclusief producenten van biomassa ten behoeve van
                                    biobrandstoffen of andere nieuwe grondstoffen), biotechnologie
                                    en nutrition (novel foods, functional foods, nutriceutals).
                                    Activiteiten binnen de primaire sector zijn in deze definitie
                                    uitgesloten. Uitzondering hierop vormen initiatieven waarbij de
                                    primaire sector onderdeel is van een ketenproject en de
                                    verleende steun past binnen de geldende (Europese)
                                    staatssteunregels;</al></li><li nr="o."><al> biobased economy: duurzame productie van hoogwaardige
                                    plantinhoudsstoffen (tuinbouw en akkerbouw) en de verwerking van
                                    groene grondstoffen in halffabricaten dan wel eindproducten
                                    (agribusiness, chemie, farmacie en energie);</al></li><li nr="p."><al> sensortechnologie: technologie die het mogelijk maakt grote
                                    hoeveelheden gegevens van fysische, chemische, biologische,
                                    meteorologische, medische of ecologische veranderingen in korte
                                    tijd uiterst nauwkeurig te monitoren, registeren of verwerken en
                                    zonodig automatisch bij te sturen;</al></li><li nr="q."><al> Uitvoeringskader REP-SNN: als bijlage bij deze verordening
                                    gevoegde uitvoeringskader.</al><al/><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het DB stelt een subsidieplafond vast voor het verstrekken van
                                subsidie op in een bepaalde periode ontvangen aanvragen voor
                                subsidiabele activiteiten die bijdragen aan het Uitvoeringskader
                                REP-SNN.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Op basis van volgorde van binnenkomst van de aanvraag wordt
                                besloten. </al><al/><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk II Verstrekken van subsidie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Subsidie kan worden verstrekt ten behoeve van activiteiten die:</al><lijst><li nr="a."><al> bijdragen aan de hoofddoelstelling van het REP-SNN, zijnde het
                                    versterken van kansrijke sectoren en de ruimtelijk-economische
                                    structuur van Noord-Nederland, door het stimuleren van kansrijke
                                    sectoren. Het stimuleren van de kansrijke sectoren vindt plaats
                                    door activiteiten te ondersteunen die bijdragen aan onderzoek en
                                    innovatie, kennisontwikkeling en ondernemerschap;</al></li><li nr="b."><al> gericht zijn op versterking van één of meerdere van de volgende
                                    nationale topsectoren zoals genoemd in hoofdstuk 4 van het
                                    Uitvoeringskader REP-SNN: </al><lijst><li nr="-"><al> Energie</al></li><li nr="-"><al> Water, specifiek’ Watertechnologie’</al></li><li nr="-"><al> Life Sciences and Health, specifiek ‘Healthy
                                            Ageing’</al></li><li nr="-"><al> Agro-food, waaronder ‘Biobased Economy’</al></li><li nr="-"><al> High Tech Materialen en Systemen, vooral High Tech
                                            Sensorsystemen,</al><al/><al> of bijdragen aan de versterking van één of meerdere van
                                            de andere vier nationale topsectoren zoals genoemd in
                                            hoofdstuk 4 van het Uitvoeringskader REP-SNN, als wordt
                                            aangetoond dat het project een bijzondere meerwaarde
                                            heeft voor de Noord-Nederlandse kenniseconomie. Dit
                                            betreft de volgende sectoren:</al></li><li nr="-"><al> Chemie</al></li><li nr="-"><al> Logistiek</al></li><li nr="-"><al> Creatieve Industrie</al></li><li nr="-"><al>Tuinbouw en uitgangsmaterialen.</al><al/><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien aanvragers van subsidie samenwerken in een
                                samenwerkingsverband, dienen zij hun aanvraag in via een
                                penvoerder.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van
                                een door het SNN opgesteld volledig ingevuld en rechtsgeldig
                                ondertekend aanvraagformulier, vergezeld van de in het
                                aanvraagformulier genoemde documenten. De subsidieaanvraag dient
                                volledige informatie te bevatten met betrekking tot
                                projectomschrijving, organisatie, begroting en financiering.
                                Hiervoor dient een door het SNN verstrekt format te worden
                                gebruikt.</al><al/><al/></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Afwijzing</titel></kop><al>Er wordt in ieder geval afwijzend beslist op een aanvraag om subsidie
                            indien:</al><lijst><li nr="a."><al> naar verwachting de beoogde effecten van het project niet in
                                    overwegende mate zullen terechtkomen in één of meer van de drie
                                    noordelijke provincies;</al></li><li nr="b."><al> het project geen substantiële bijdrage levert aan de
                                    doelstellingen van het REP-SNN;</al></li><li nr="c."><al> de startdatum en de einddatum niet eenduidig zijn
                                    gefixeerd;</al></li><li nr="d."><al> aannemelijk is dat de activiteiten ook zonder subsidie zonder
                                    belangrijke vertraging zullen worden uitgevoerd;</al></li><li nr="e."><al> de berekening van de kosten niet doorzichtig en verifieerbaar
                                    is;</al></li><li nr="f."><al> de kosten waarvoor subsidie is aangevraagd niet doelmatig zijn
                                    of niet rechtstreeks zijn toe te rekenen aan het desbetreffende
                                    project;</al></li><li nr="g."><al> de aangevraagde vorm van subsidie niet de meest geëigende vorm
                                    is;</al></li><li nr="h."><al> het een subsidieontvanger betreft die een ondernemer is tegen
                                    wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel
                                    1, zesde lid, onderdeel a, van de algemene
                                    groepsvrijstellingsverordening;</al></li><li nr="i."><al> een aanmerkelijke kans bestaat dat het verlenen van subsidie in
                                    strijd is met de nationale of Europese regels;</al></li><li nr="j."><al> de activiteiten behoren tot de reguliere
                                    (bedrijfs-)activiteiten en/of verantwoordelijkheden van de
                                    aanvrager;</al></li><li nr="k."><al> de aanvraag niet voldoet aan de overige bij of krachtens deze
                                    verordening gestelde regels.</al><al/><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Hoogte van de subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten, met
                                dien verstande dat van die subsidiabele kosten eerst de aan het
                                project toe te rekenen inkomsten worden afgetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Ten minste 20% van de totale projectkosten dient uit eigen middelen
                                te worden gefinancierd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het totaal van de subsidie en de betreffende cofinanciering kan
                                niet meer bedragen dan 100% van de subsidiabele kosten van het
                                project.</al><al/><al/></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Projectperiode</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De projectperiode ligt binnen de uitvoeringsperiode van het
                                programma (2011 t/m 2022).</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien de projectperiode langer dan vijf jaren bedraagt, wordt vóór
                                de afloop van de eerste periode van vijf jaren beoordeeld of de
                                subsidie die is verleend, voor de resterende projectperiode
                                (inclusief eventuele overgebleven middelen uit de eerste
                                deelperiode), gehandhaafd kan blijven.</al><al/><al/></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Voor subsidie komen de kosten in aanmerking die aantoonbaar en
                                onlosmakelijk verbonden zijn met de uitvoering van de te financieren
                                activiteiten en die redelijk en billijk zijn.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Voor het bepalen van de subsidie worden de kosten in aanmerking
                                genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieontvanger
                                die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting niet in aftrek kan
                                brengen of niet gecompenseerd wordt uit het BTW-compensatiefonds als
                                genoemd in artikel 2 van de Wet op het BTW-compensatiefonds.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Verder komen voor subsidiëring in aanmerking: </al><lijst><li nr="a."><al> loonkosten;</al></li><li nr="b."><al> kosten ten behoeve van promotie en publiciteit;</al></li><li nr="c."><al> aankoop of inbreng van grond;</al></li><li nr="d."><al> aankoop of inbreng van gebouwen en onroerende zaken, met
                                        inbegrip van de kosten voor aankoop, belastingen, leges en
                                        taxatiekosten;</al></li><li nr="e."><al> kosten van de voor het project aangeschafte machines en
                                        apparatuur en productiemiddelen;</al></li><li nr="f."><al> kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen;</al></li><li nr="g."><al> kosten gebruik machines en apparatuur van deelnemers;</al></li><li nr="h."><al> reis- en verblijfskosten voor binnenlandse en buitenlandse
                                        reizen, voor zover deze niet inbegrepen zijn in het
                                        integrale tarief;</al></li><li nr="i. "><al>overige aan derden verschuldigde kosten.</al><al/><al/></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Niet-subsidiabele kosten</titel></kop><al>In ieder geval geen subsidiabele kosten zijn:</al><lijst><li nr="a."><al> de eventuele restwaarde van specifiek voor de subsidiabele
                                    activiteiten aangeschafte apparatuur;</al></li><li nr="b."><al> kosten verbonden aan de oprichting van een privaatrechtelijk
                                    rechtspersoon;</al></li><li nr="c."><al> rentekosten, boetes, kosten uit hoofde van financiële
                                    transacties en gerechtskosten;</al></li><li nr="d."><al> kosten die verband houden met de uitgifte van aandelen;</al></li><li nr="e."><al> kosten van verwerving ter zake van concessies en
                                    vergunningen;</al></li><li nr="f."><al> kosten van goodwill die van derden is verkregen;</al></li><li nr="g."><al> winstopslagen bij transacties binnen een groep. Transacties
                                    binnen een groep dienen op basis van kostprijzen te worden
                                    verrekend.</al><al/><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk III Standaardmethoden van berekenen subsidiabele
                            kosten</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 10 Berekening loonkosten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Voor de berekening van de subsidiabele loonkosten kan de aanvrager
                                kiezen uit: </al><lijst><li nr="a."><al> de loonkosten-plus-overhead-systematiek, opgenomen in lid
                                        2</al></li><li nr="b."><al> de vaste-uurtarief-systematiek, opgenomen in lid 3, of</al></li><li nr="c."><al> een andere door het Rijk, Rijksinstantie of de Europese
                                        Commissie aanvaarde en gebruikelijke methode, opgenomen in
                                        lid 4.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien de aanvrager kiest voor de
                                loonkosten-plus-overhead-systematiek, worden de subsidiabele kosten
                                berekend op basis van het brutoloon volgens de loonstaat van de
                                betrokken medewerkers, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond
                                van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor
                                sociale lasten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van 1.650
                                productieve uren per jaar bij een voltijds dienstverband van 40
                                uren, vermeerderd met een vaste opslag voor indirecte kosten van
                                30%. Per medewerker zijn jaarlijks maximaal 1.650 gedeclareerde uren
                                subsidiabel.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien de aanvrager kiest voor de vaste-uurtarief-systematiek,
                                worden de subsidiabele kosten berekend door het aantal uren dat de
                                direct bij de subsidiabele activiteiten betrokken personen ten
                                behoeve van deze activiteiten hebben gemaakt te vermenigvuldigen met
                                een vast uurtarief van € 40,--, waarin zowel de directe loonkosten
                                als daaraan toegerekende indirecte kosten zijn begrepen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Indien de aanvrager kiest voor een door het Rijk, Rijksinstantie of
                                de Europese Commissie aanvaarde methode, dan dient de aanvrager
                                bewijsstukken van aanvaarding te overleggen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De loonkosten per fte zijn, in voor komende gevallen, slechts
                                subsidiabel voor zover deze voldoen aan de ‘Wet normering
                                bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke
                                sector’.</al><al/><al/></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Berekening overige kosten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidiabele kosten worden berekend op basis van een voor de
                                subsidieontvanger gebruikelijke en controleerbare methode, die is
                                gebaseerd op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het
                                maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd en die de
                                subsidieontvanger stelselmatig toepast.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Subsidie wordt verstrekt over de aanschafwaarde van materiële vaste
                                activa wanneer de aanschaf van de betreffende materiële vaste activa
                                het doel van het subsidieproject betreft of wanneer deze aanschaf
                                onderdeel uit maakt van het doel van het project. Wanneer materiële
                                vaste activa niet het doel van het project betreffen en zij worden
                                ingezet c.q. aangeschaft om dit doel te kunnen bereiken (rand
                                voorwaardelijk) dan dienen de jaarlijkse exploitatiekosten
                                (afschrijvingen) te worden toegerekend aan het project, rekening
                                houdend met algemeen aanvaarde bedrijfseconomische principes in deze
                                en de mate van gebruik van de betreffende materiële vaste activa
                                voor het project.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De kosten voor aankoop of inbreng van grond zijn gebaseerd op de
                                objectief aangetoonde actuele marktwaarde, blijkend uit bij de
                                aanvraag om subsidievaststelling gevoegde gegevens en documenten en
                                inclusief kosten voor de overdracht en taxatie.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De kosten voor aankoop of inbreng van gebouwen en onroerende zaken
                                zijn gebaseerd op de objectief aangetoonde actuele marktwaarde,
                                blijkend uit bij de aanvraag om subsidievaststelling gevoegde
                                gegevens en documenten, als voor het gebouw of onroerende zaken in
                                de afgelopen 10 jaar geen nationale of communautaire steun is
                                verleend. Het onroerend goed dient gedurende minimaal vijf jaar na
                                de datum van de definitieve vaststelling van de subsidie, met
                                uitzondering van gebouwen en onroerende zaken die als onderdeel van
                                het project worden gesloopt, voor de vastgestelde bestemming te
                                worden gebruikt. Elke wijziging in de bestemming van het onroerend
                                goed binnen deze periode, die de aard of de omstandigheden van de
                                uitvoering van het project zou veranderen, dan wel de wijziging in
                                het eigendom van het onroerend goed, dient ter goedkeuring aan het
                                SNN te worden voorgelegd.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De kosten van voor het project aangeschafte machines en apparatuur
                                zijn gebaseerd op de objectief aangetoonde marktwaarde, blijkend uit
                                bij de aanvraag om subsidievaststelling gevoegde gegevens en
                                documenten en verminderd met de restwaarde.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> De kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen dienen te zijn
                                gebaseerd op historische aanschafprijzen.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> De kosten van het gebruik voor het project van machines en
                                apparatuur die in het bezit zijn van een deelnemer aan het
                                kennisproject of van derden dienen te zijn gebaseerd op de objectief
                                aangetoonde actuele marktwaarde, blijkend uit bij de aanvraag om
                                subsidievaststelling gevoegde gegevens en documenten.</al><al/><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk IV Beslissing aanvraag</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 12 Penvoerder</titel></kop><al>Indien de subsidie wordt verstrekt aan deelnemers in een
                            samenwerkingsverband wordt de beschikking aan de penvoerder
                            gezonden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Uitvoering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het project dient te worden uitgevoerd overeenkomstig het bij de
                                subsidieaanvraag ingediende projectplan, inclusief begroting en
                                financieringsplan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Wijzigingen in het projectplan dienen vooraf aan het SNN ter
                                goedkeuring te worden voorgelegd. De aanvrager c.q.
                                subsidieontvanger doet onmiddellijk mededeling aan het SNN zodra
                                aannemelijk is dat: </al><lijst><li nr="a."><al> het project niet, niet tijdig of niet geheel zal worden
                                        uitgevoerd;</al></li><li nr="b."><al> niet, niet tijdig, of niet geheel aan de
                                        subsidieverplichtingen zal worden voldaan;</al></li><li nr="c."><al> hij van plan is het project ten opzichte van de aanvraag en
                                        de verleningsbeschikking te wijzigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De aanvrager c.q. subsidieontvanger doet direct mededeling aan het
                                SNN van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem
                                van toepassing verklaren van de Wet Schuldsanering Natuurlijke
                                Personen, een verzoek tot verlening van surseance van betaling aan
                                hem of een verzoek tot faillietverklaring van hem.</al><al/><al/></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Administratie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De subsidieontvanger voert een zodanige administratie dat
                                    daaruit altijd op eenvoudige en duidelijke wijze is af te
                                    leiden: </al><lijst><li nr="a."><al> de aard, inhoud en voortgang van de verrichte
                                            werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al> het aantal eenheden dat per kostendrager is besteed aan
                                            activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen;</al></li><li nr="c."><al> het aantal uren dat per persoon is besteed aan
                                            activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen;</al></li><li nr="d."><al> de specifiek ten behoeve van de activiteiten gemaakte
                                            en betaalde kosten.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al> De door de subsidieontvanger bijgehouden administratie dient,
                                    behalve in de subsidiabele kosten, ook inzicht te verschaffen in
                                    de niet-subsidiabele kosten, voor zover hiervan sprake is bij
                                    een project.</al></li><li nr="3."><al> De administratie wordt tot en met 31 december 2025
                                    bewaard.</al></li><li nr="4."><al> De subsidieontvanger stelt de indicatoren, zoals deze in
                                    hoofdstuk 5 van het Uitvoeringskader REP-SNN zijn opgenomen,
                                    beschikbaar voor de raming vooraf en metingen tussentijds en
                                    achteraf van de effecten van het project. Er dient bij de raming
                                    vooraf en de metingen tussentijds en achteraf een onderbouwing
                                    aangeleverd te worden van de (verwachte) uitkomsten op deze
                                    indicatoren. Als er sprake is van verwachtingen dan dient dit
                                    duidelijk te zijn aangegeven.</al></li><li nr="5."><al> De subsidieontvanger dient minimaal één keer per jaar een
                                    rapportage in te dienen over de inhoudelijke voortgang (een
                                    voortgangsverslag en rapportage over de gerealiseerde
                                    indicatorenwaarden) en de financiële voortgang (de gemaakte en
                                    betaalde subsidiabele kosten) van het project. Gerapporteerd
                                    dient te worden in het daartoe door het SNN verstrekte
                                    format.</al></li><li nr="6."><al> Indien subsidieontvangers samenwerken in een
                                    samenwerkingsverband, dienen zij hun rapportages in via de
                                    penvoerder.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Voorschotten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Op aanvraag van de subsidieontvanger kan een eerste voorschot van
                                30% van de subsidie van de subsidie voor een in de
                                verleningsbeschikking genoemde periode worden verleend, nadat het
                                SNN van de subsidieontvanger het volgende heeft ontvangen: </al><lijst><li nr="a."><al> een schriftelijke verklaring dat met de uitvoering van het
                                        project is begonnen;</al></li><li nr="b."><al> een schriftelijke verklaring omtrent de wijze waarop de
                                        financiering is zeker gesteld, vergezeld van kopieën van de
                                        financieringsovereenkomsten;</al></li><li nr="c."><al> indien sprake is van een project waarbij wordt samengewerkt
                                        door verschillende partners: een afschrift van de getekende
                                        samenwerkingsovereenkomst;</al></li><li nr="d."><al> bij aanbestedende diensten en daarmee gelijkgestelde
                                        diensten, een overzicht van de lopende of reeds afgeronde
                                        aanbestedingsprocedures, inclusief de gevolgde
                                        aanbestedingswijze;</al></li><li nr="e."><al> de wijze waarop in voorkomende gevallen wordt voldaan aan
                                        gestelde aanvullende voorwaarden, zoals deze zijn opgenomen
                                        in de subsidieverleningsbeschikking.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Op aanvraag van de subsidieontvanger kan met behulp van het daartoe
                                ingevulde declaratieformulier het tweede voorschot van 30% van de
                                subsidie voor een in de verleningsbeschikking genoemde periode
                                verleend worden, indien aangetoond is dat 30% van de totale
                                subsidiabele kosten is gemaakt en betaald en voldaan is aan alle van
                                toepassing zijnde voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Op aanvraag van de subsidieontvanger van het project kan een derde
                                voorschot van 20% van de subsidie voor de in de
                                verleningsbeschikking genoemde periode verleend worden, indien 60%
                                van de totale subsidiabele kosten is gemaakt en betaald en voldaan
                                is aan alle van toepassing zijnde voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Op aanvraag van de subsidieontvanger kan indien de financiële
                                situatie van de projectindiener daartoe noopt in
                                uitzonderingsgevallen, met behulp van het daartoe ingevulde
                                declaratieformulier, een vierde voorschot van 10% verstrekt worden,
                                indien aangetoond is dat 80% van de totale subsidiabele kosten is
                                gemaakt en betaald en voldaan is aan alle van toepassing zijnde
                                voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Indien de subsidie is verleend aan een door het Agentschap NL
                                aangewezen Technologisch Top Instituut (TTI) dan geldt, in afwijking
                                op het hierboven in lid 1 tot en met 4 genoemde, een apart
                                bevoorschottingsschema. Dit schema wordt samen met de
                                subsidieontvanger vastgesteld op basis van het verwachte kasritme en
                                zal tijdens de looptijd van het project telkens geactualiseerd
                                worden.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Elke subsidieontvanger kan door het SNN worden verzocht om bij een
                                voorschotverzoek een separate accountantsverklaring, conform het
                                daartoe vastgestelde model, te overleggen.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> Indien subsidieontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband,
                                worden de voorschotten verstrekt via de penvoerder aan de
                                subsidieontvanger. Deze betaling geldt als betaling aan de
                                subsidieontvanger.</al><al/><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk V Intrekking</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 16 Intrekking/wijziging subsidieverlening</titel></kop><al>Onverminderd de artikelen 4:48 en 4:50 van de wet en artikel 14 van de
                            Kaderverordening subsidies Samenwerkingsverband Noord-Nederland 2000 kan
                            een besluit tot subsidieverlening worden ingetrokken of ten nadele van
                            de subsidieontvanger worden gewijzigd, indien: </al><lijst><li nr="a."><al> het project niet wordt uitgevoerd volgens de voorschriften van
                                    deze verordening;</al></li><li nr="b."><al> het project niet in overeenstemming is met het doel van deze
                                    verordening.</al><al/><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 Terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Betaling van een terugvordering geschiedt door bijschrijving op een
                                rekening van de provincie Groningen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het DB heeft de mogelijkheid een geldschuld ten aanzien van een
                                terugvordering te verrekenen met nog te uit te keren subsidie.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Verleende subsidies en voorschotten worden niet uitgekeerd en reeds
                                uitgekeerde voorschotten en vastgestelde subsidies kunnen
                                onmiddellijk en zonder enige ingebrekestelling worden
                                teruggevorderd: </al><lijst><li nr="a."><al> zodra de subsidieontvanger is medegedeeld dat afwijzend is
                                        beslist op een verzoek om vaststelling van de subsidie;</al></li><li nr="b."><al> indien (en voor zover) de definitief vastgestelde subsidie
                                        lager is dan de som van de reeds uitgekeerde
                                        voorschotten;</al></li><li nr="c."><al> zodra de subsidieverleningsbeschikking is ingetrokken;</al></li><li nr="d."><al> zodra, binnen een periode van vijf jaar na datum van de
                                        definitieve vaststelling van de subsidie, blijkt dat de
                                        zaken waarvoor de subsidie is verleend buiten gebruik zijn
                                        gesteld, van functie en/of eigenaar zijn veranderd, dan wel
                                        zijn verplaatst buiten het gebied waar het subsidieprogramma
                                        van toepassing is, tenzij hiervoor expliciet door het SNN
                                        toestemming is verleend. </al><al/><al/></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk VI Subsidievaststelling</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 18 Aanvraag vaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidieontvanger dient zijn aanvraag om subsidievaststelling in
                                uiterlijk dertien weken na de einddatum, het tijdstip waarop de
                                activiteiten moeten zijn voltooid.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De aanvraag wordt ingediend door middel van een door het SNN
                                opgesteld formulier. De aanvraag gaat, overeenkomstig in het
                                formulier is vermeld, vergezeld van de in het formulier aangegeven
                                documenten, waaronder een inhoudelijk eindverslag conform het
                                daartoe door het SNN verstrekt format.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien de subsidie is verleend aan een door het Agentschap NL
                                aangewezen Technologisch Top Instituut (TTI) dan dient de aanvraag
                                om subsidievaststelling, in afwijking op het hierboven in lid 1
                                genoemde, uiterlijk 6 maanden na de einddatum te worden
                                ingediend.</al><al/><al/></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 Penvoerder</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien subsidieontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband,
                                dienen zij hun aanvraag tot subsidievaststelling in via de
                                penvoerder.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien subsidieontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband,
                                wordt het subsidiebedrag aan de penvoerder betaald. Deze betaling
                                geldt als betaling aan de subsidieontvangers.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 Vaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Projectkosten zijn alleen subsidiabel indien zij binnen de
                                projectperiode zijn gemaakt en zijn betaald vóór het indienen van de
                                aanvraag tot subsidievaststelling, met uitzondering van kosten ten
                                behoeve van eventuele accountantswerkzaamheden die verricht worden
                                ten behoeve van (het verzoek tot) vaststelling.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het subsidiebedrag zal naar evenredigheid worden verlaagd indien de
                                werkelijke subsidiabele kosten lager worden vastgesteld dan de in de
                                subsidieverleningsbeschikking opgenomen begrote subsidiabele kosten
                                of wanneer de werkelijke inkomsten hoger zijn dan geraamd in de
                                projectbegroting en/of de subsidieverleningsbeschikking.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien met een project inkomsten worden gegenereerd, dan worden de
                                inkomsten van de subsidiabele kosten afgetrokken.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Indien sprake is van een subsidie in een exploitatietekort dan
                                geldt het volgende: </al><lijst><li nr="a."><al> indien de subsidie is verleend op basis van een aandeel in
                                        het exploitatietekort, dan is de verleende subsidie een
                                        aandeelfinanciering ten opzichte van de overige partijen die
                                        het project financieren. De verhouding tussen de financiers
                                        in de subsidieverleningsbeschikking zal gehandhaafd worden
                                        in de definitieve vaststelling;</al></li><li nr="b."><al> ten opzichte van bijdragen of inkomsten van onbekenden,
                                        zoals verwachte inkomsten uit de markt, is de verstrekte
                                        subsidie een restfinanciering en zal ook bij de definitieve
                                        vaststelling op die wijze vastgesteld worden;</al></li><li nr="c."><al> bij een gemengde financiering met deels bijdragen van
                                        projectparticipanten en deels verwachte inkomsten uit de
                                        markt, wordt het tekort van het project bij de vaststelling
                                        als geheel bepaald en vervolgens naar rato aan de
                                        financieringsparticipanten toegerekend op basis van de in de
                                        subsidieverleningsbeschikking vermelde financiering.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De subsidie kan in elk geval lager of op nihil worden vastgesteld
                                of worden ingetrokken, indien: </al><lijst><li nr="a."><al> de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen in de
                                        onderneming gezien de rentabiliteit en de aard van de
                                        onderneming niet aanvaardbaar is of indien gerede twijfel
                                        bestaat omtrent het voortbestaan van de onderneming;</al></li><li nr="b."><al> op de subsidieontvanger de Wet Schuldsanering Natuurlijke
                                        Personen van toepassing is verklaard, aan de
                                        subsidieontvanger surseance van betaling is verleend of de
                                        subsidieontvanger failliet is verklaard;</al></li><li nr="c."><al> de activiteiten in strijd met nationale of Europese
                                        regelgeving zijn uitgevoerd.</al><al/><al/></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk VII Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 21 Publiciteit</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> In alle externe communicatie omtrent een project dient te worden
                                vermeld dat het project mede mogelijk gemaakt is door een bijdrage
                                van het SNN, waarbij in elk geval het logo van SNN dient te worden
                                getoond. Indien ook gebruik gemaakt wordt van een tekst dan dient
                                deze te luiden: “dit project wordt medegefinancierd door het
                                Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN), Ruimtelijk Economisch
                                Programma”.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In geval van infrastructuur- en (ver)bouwprojecten gelden de
                                volgende aanvullende voorwaarden: </al><lijst><li nr="a."><al> tijdens de uitvoering van het project dient een
                                        informatiebord te worden geplaatst op een voor het publiek
                                        zichtbare plaats. Hierop dienen in elk geval te worden
                                        vermeld: de titel van het project, het SNN-logo (in kleur)
                                        en de tekst “dit project wordt medegefinancierd door het
                                        Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN), Ruimtelijk
                                        Economisch Programma”. Het logo en bijbehorende teksten
                                        dienen voldoende leesbaar te zijn;</al></li><li nr="b."><al> het informatiebord dient maximaal 6 maanden na realisatie
                                        van het project te worden verwijderd;</al></li><li nr="c."><al> bij permanent voor het publiek toegankelijke projecten
                                        dient na realisatie van het project een permanent
                                        gedenkbord/plaquette te worden aangebracht op een voor het
                                        publiek zichtbare plaats. Hierop dienen in elk geval te
                                        worden vermeld: de titel van het project, het SNN-logo (in
                                        kleur) en de tekst “dit project is medegefinancierd door het
                                        Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN), Ruimtelijk
                                        Economisch Programma”. Het logo en bijbehorende teksten
                                        dienen voldoende leesbaar te zijn.</al><al/><al/></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22 Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Ten behoeve van de uitvoering van deze verordening kunnen
                                toezichthouders als bedoeld in artikel 5:11 van de Algemene wet
                                bestuursrecht worden aangewezen door het DB.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De in het eerste lid bedoelde toezichthouders zijn belast met het
                                toezicht op de naleving van de in of krachtens de Algemene wet
                                bestuursrecht en in of krachtens deze verordening gegeven
                                voorschriften. </al><al/><al/></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na plaatsing in het
                            Provinciaal Blad en werkt terug tot 1 januari 2011.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 24 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Verordening REP-SNN</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 27 Middelen I&amp;M</titel></kop><al>Deze verordening is ook van toepassing op subsidiemiddelen die vanuit
                            het Ministerie van Infrastructuur &amp; Milieu (I&amp;M) aan het SNN
                            zijn gedecentraliseerd ten behoeve van TTI Wetsus. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Groningen, 21 mei 2014.</ondertekening><ondertekening>Provinciale Staten voornoemd:</ondertekening><ondertekening>M.J. van den Berg, voorzitter.</ondertekening><ondertekening>H. Engels-van Nijen, griffier.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> Groningen, 10 oktober 2014.</ondertekening><ondertekening>Gedeputeerde Staten voornoemd: Deze beslissing is namens Gedeputeerde Staten
                        genomen door het lid van Gedeputeerde Staten dat het onderwerp in
                        portefeuille heeft.</ondertekening><ondertekening>M.J. van den Berg, voorzitter.</ondertekening><ondertekening>H.J. Bolding, secretaris.</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Toelichting op de verordening REP-SNN</titel></kop><al>Artikelsgewijze toelichting</al><al>Artikel 3 In artikel 3 is opgenomen dat subsidie kan worden verstrekt ten
                    behoeve van activiteiten die bijdragen aan de hoofddoelstelling van het REP-SNN
                    en die één of meerdere van de vijf nationale topsectoren Energie, Water,
                    Life-sciences and Health, Agro-food (waaronder Biobased Economy) en High Tech
                    Materialen en Systemen versterken. Deze vijf nationale topsectoren zijn ook
                    belangrijke economische clusters in Noord-Nederland. Als uitzondering hierop kan
                    ook subsidie worden verstrekt voor projecten die één of meerdere van de overige
                    vier nationale topsectoren ondersteunen, mits het gaat om projecten die
                    aantoonbaar een meerwaarde voor de Noord-Nederlandse kenniseconomie hebben. De
                    subsidieaanvrager dient dit in voldoende mate aan te tonen bij de aanvraag.</al><al>Artikel 4 lid 2 Voor het indienen van een subsidieaanvraag stelt het SNN vaste
                    formats ter beschikking. De aanvrager is verplicht om deze formats te gebruiken.
                    Het betreft onder andere formats voor het subsidieaanvraagformulier,
                    projectplan, kostenbegroting, financieringsplan en staatssteunanalyse.</al><al>Artikel 5 sub i Uit artikel 5 aanhef en sub i blijkt dat de aanvraag wordt
                    afgewezen indien een aanmerkelijke kans bestaat dat het verlenen van subsidie in
                    strijd is met de nationale of Europese regels. Dat kan het geval zijn indien er
                    een aanmerkelijke kans bestaat dat het verlenen van subsidie zal leiden tot het
                    verlenen van ongeoorloofde staatssteun in de zin van artikel 107 van het Verdrag
                    betreffende de werking van de Europese Unie.</al><al>Staatssteun Uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie en het Gerecht van de
                    Europese Unie blijkt dat er sprake is van staatssteun in de zin van artikel 107,
                    eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie indien
                    aan vier voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet een voordeel door de overheid
                    worden verleend. Ten tweede moet het voordeel worden verleend aan ondernemingen.
                    Ten derde moet dit voordeel selectief zijn. Ten slotte moet het voordeel de
                    mededinging vervalsen of dreigen te vervalsen en een invloed op de handel tussen
                    lidstaten hebben. In het kader van deze regeling wordt altijd aan de eerste en
                    aan de laatste voorwaarde voldaan. Aan de derde voorwaarde wordt gezien deze
                    regeling ook bijna altijd voldaan.</al><al>Ook kan de conclusie zijn dat de verlening van subsidie aan het project niet
                    leidt tot staatssteun, omdat de subsidie als De-minimis is te verstrekken
                    conform Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013
                    betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag
                    betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (Pb EU 2013, L
                    352), indien de aanvrager heeft verklaard te kunnen voldoen aan de betreffende
                    voorwaarden.</al><al>Indien het dagelijks bestuur van het SNN op basis van het projectplan tot het
                    oordeel komt dat de verstrekking van subsidie aan het project leidt tot
                    staatssteun in de zin van artikel 107, Verdrag betreffende de werking van de
                    Europese Unie met betrekking ten aanzien van de in het projectplan opgenomen uit
                    te voeren activiteiten en subsidie voor de betreffende activiteiten ook niet als
                    geoorloofde staatssteun kan worden aangemerkt, zal de aanvraag worden
                    afgewezen.</al><al>Voor het bepalen of een activiteit geoorloofde staatssteun bevat wordt verwezen
                    naar de regelgeving van de Europese commissie en door de Europese commissie
                    goedgekeurde nationale regelgeving en dan het bijzonder naar:</al><lijst><li nr="•"><al> De Algemene Groepsvrijstellingsverordening (thans verordening (EG) Nr.
                            800/2008 van de Commissie van 6 augustus 2008);</al></li><li nr="•"><al> De Omnibus Decentraal-regeling, op basis waarvan steun kan worden
                            verleend voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (OO&amp;I);</al></li><li nr="•"><al> De mogelijkheid dat een project specifiek bij beschikking van de
                            Europese commissie is goedgekeurd.</al></li></lijst><al>Artikel 6 lid 2 Onder “eigen middelen” wordt verstaan de eigen bijdrage in de
                    projectkosten van de subsidieontvanger en de overige projectpartners (indien van
                    toepassing). Dit kan een eigen bijdrage in ‘cash’ en/of in natura zijn.</al><al>Artikel 7 lid 1 31 december 2022 is de einddatum van het programma. Dit betekent
                    dat alle projecten uiterlijk op deze datum dienen te zijn afgerond.</al><al>Artikel 10 lid 1 sub c Een voorbeeld van een door het Rijk aanvaarde methode is
                    de Integrale Kosten Systematiek (IKS) van Agentschap NL. Hiervoor dient een
                    goedkeuringsverklaring van Agentschap NL te worden overlegd.</al><al>Artikel 14 lid 5 Per jaar dient minimaal één keer een voortgangsrapportage te
                    worden ingediend. Voor ieder project afzonderlijk worden in de
                    subsidieverleningsbeschikking nadere voorwaarden opgenomen over de periode
                    waarop de jaarlijkse rapportage betrekking moet hebben en wanneer deze uiterlijk
                    moet worden ingediend.</al><al>Artikel 18 lid 2 Voor het indienen van een aanvraag om subsidievaststelling
                    stelt het SNN vaste formats ter beschikking. De aanvrager is verplicht om deze
                    formats te gebruiken. Het betreft onder andere formats voor het
                    vaststellingsformulier en het eindverslag.</al><al>Artikel 20 lid 5 sub c Uit artikel 21 lid 5 aanhef en sub c blijkt dat de
                    subsidie lager kan worden vastgesteld, indien de activiteiten in strijd met de
                    nationale of Europese regelgeving zijn uitgevoerd. Hierbij kan men denken aan
                    staatssteun of aan de nationale en Europese regelgeving met betrekking tot
                    aanbesteden.</al><al>Aanbesteding Wanneer een eindbegunstigde of subsidieontvanger een aanbestedende
                    dienst is en sprake is van verstrekking van opdrachten voor infrastructurele
                    werken, leveringen of diensten of als de eindbegunstigde of subsidieontvanger in
                    het project een opdracht plaatst die voor meer dan 50% rechtstreeks door
                    aanbestedende diensten wordt gesubsidieerd dan dient voldaan te worden aan de
                    regelgeving voor aanbesteden, waarbij de geldende drempels en procedures gevolgd
                    dienen te worden.</al><al>Artikel 21 Het SNN-logo kan worden gedownload van de website www.snn.eu. </al></bijlage></regeling></body></cvdr>