<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR339809_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Harlingen</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-08-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Harlingen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2014, 59954</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>-</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Parkeerverordening 2015
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling I. Definities en begripsomschrijvingen</label>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 1</label>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <al>a. RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al>
            <al/>
            <al>b. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met
                            inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het
                            RVV 1990;</al>
            <al/>
            <al>c. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                            staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is
                            voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van
                            personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op
                            binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande
                            terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge
                            een wettelijk voorschrift is verboden;</al>
            <al/>
            <al>d. houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig
                            moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig dat
                            is</al>
            <al>ingeschreven in het krachtens de WVW 1994 aangehouden register van
                            opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het
                            voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in
                            het register was ingeschreven dan wel degene, die middels een
                            leasecontract of werkgeversverklaring aan kan tonen houder te zijn;</al>
            <al/>
            <al>e. parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip
                            van</al>
            <al>verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke opvatting
                            overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;</al>
            <al/>
            <al>f. parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting
                            wordt geheven door middel van parkeerapparatuur;</al>
            <al/>
            <al>g. belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die:</al>
            <al>- a. is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of</al>
            <al>- b. gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van
                            het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is
                            uitgezonderd;</al>
            <al/>
            <al/>
            <al>h. vergunning: een door het college van burgemeester en wethouders
                            verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een
                            motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- of
                            belanghebbendenplaatsen;</al>
            <al/>
            <al/>
            <al>i. vignet: een door het college van burgemeester en wethouders verleende
                            vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te
                            parkeren in het daartoe aangewezen gebied;</al>
            <al/>
            <al>j. vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een
                            vergunning is verleend;</al>
            <al/>
            <al>k. instellingen: organisaties van openbaar nut.</al>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling II. Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en vergunningbewijzen</label>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 2</label>
            </kop>
            <al>1. Het college van burgemeester en wethouders kan, bij openbaar te maken
                            besluit, weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren
                            door</al>
            <al>vergunninghouders. Het college van burgemeester en wethouders kan
                            hierbij onderscheid maken in de categorieën als bedoeld in artikel 3,
                            derde lid.</al>
            <al/>
            <al>2. Het college van burgemeester en wethouders kan, bij openbaar te maken
                            besluit, de tijdstippen vaststellen waarop het parkeren alleen aan
                            vergunninghouders is toegestaan.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 3</label>
            </kop>
            <al>1. Het college van burgemeester en wethouders kan op een daartoe
                            strekkende aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op
                            belanghebbendenplaatsen of parkeerapparatuurplaatsen.</al>
            <al/>
            <al>2. Het college van burgemeester en wethouders kan regels stellen voor
                            het aanvragen en verlenen van een vergunning.</al>
            <al/>
            <al>3. Een vergunning kan worden verleend aan:</al>
            <al>- a. de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze woont in
                            een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of mede door
                            vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn,
                            te noemen bewonersvergunning;</al>
            <al/>
            <al>- b. de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze een beroep
                            of bedrijf uitoefent, terwijl het vestigingsadres ligt in een gebied
                            waar</al>
            <al>belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te
                            gebruiken</al>
            <al>parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en aantoont dat het in het
                            belang</al>
            <al>van diens beroeps- of bedrijfsuitoefening, waarbij op basis van de</al>
            <al>voorzienbaarheid, planbaarheid, samenvoegbaarheid van het autogebruik
                            ten behoeve van het bedrijf alsmede de aard van de te vervoeren goederen
                            (vies, vers, vuil), noodzakelijk is in dat gebied een voertuig te
                            parkeren, te noemen bedrijfsvergunning;</al>
            <al/>
            <al>- Het college van burgemeester en wethouders neemt in de vigerende</al>
            <al>uitvoeringsbesluiten parkeerverordening 2015 en verordening</al>
            <al>parkeerbelastingen 2015 een lijst op met branches welke in
                            aanmerking</al>
            <al>komen voor een bedrijfsvergunning;</al>
            <al>- Een bedrijfsvergunning kan daarnaast worden verleend aan bouw</al>
            <al>gerelateerde bedrijven, welke werkzaamheden uitvoeren in een gebied</al>
            <al>waar belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te</al>
            <al>gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn.</al>
            <al/>
            <al>c. degene die woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of
                            mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                            aanwezig zijn, ten behoeve van het parkeren van het motorvoertuig van
                            degene die hem of haar bezoekt, te noemen parkeerkraskaart;</al>
            <al/>
            <al>d. hotels die bedrijfsmatig en tegen betaling nachtverblijf biedt aan
                            personen, ten behoeve van het parkeren van het motorvoertuig van die
                            personen, terwijl het vestigingsadres ligt in een gebied waar
                            belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te
                            gebruiken</al>
            <al>parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, te noemen
                            toeristenvergunning;</al>
            <al/>
            <al>e. instellingen dan wel organisaties of personen die medisch
                            noodzakelijke</al>
            <al>consulten uitvoeren en die voor de uitoefening van de functie of
                            taak</al>
            <al>structureel één of meer motorvoertuigen in de gehele gemeente moet</al>
            <al>bezigen, voor het parkeren op parkeerapparatuur- en/of</al>
            <al>belanghebbendenplaatsen, te noemen dienstenvergunning;</al>
            <al/>
            <al>f. de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze als
                            werknemer werkzaam is bij een bedrijf gevestigd in het gebied waar
                            parkeerapparatuuren/ of belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn en die wil
                            parkeren op parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen, te noemen
                            werknemersvergunning;</al>
            <al/>
            <al>g. de eigenaar van een bestaand stallingsbedrijf, die ook als zodanig in
                            het</al>
            <al>bestemmingsplan is opgenomen, terwijl het vestigingsadres ligt in een
                            gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te
                            gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, te noemen</al>
            <al>stallingsbedrijvenvergunning;</al>
            <al/>
            <al>h. de organisator van evenementen, terwijl het evenementenadres ligt in
                            een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of mede door
                            vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn
                            en aantoont dat het in het belang van het evenement noodzakelijk is in
                            dat gebied een voertuig te parkeren, te noemen
                            evenementenvergunning;</al>
            <al/>
            <al>i. gezelschappen die bij een huwelijk of begrafenis aanwezig willen
                            zijn, te</al>
            <al>noemen incidentele vergunning;</al>
            <al/>
            <al>j. door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen</al>
            <al>personen/instanties, te noemen Stadhuisvergunning;</al>
            <al/>
            <al>k. de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze in het bezit
                            is van een op zijn of haar naam staand geldig maand- of
                            jaartrajectabonnement van de treindienst van Arriva of de Nederlandse
                            Spoorwegen, die wil parkeren op een van de voor deze categorie bedoelde
                            parkeerplaatsen bij het Station Harlingen, ten noemen
                            forensenvergunning;</al>
            <al/>
            <al>l. de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze woont in
                            een</al>
            <al>gebied waar belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn, te noemen</al>
            <al>bewonersvignet;</al>
            <al/>
            <al>m. degene die woont in een gebied, een bedrijf heeft in een gebied of
                            een</al>
            <al>wettelijk vertegenwoordiger is van een organisatie in een gebied
                            waar</al>
            <al>belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn, ten behoeve van het parkeren
                            van</al>
            <al>het motorvoertuig van degene die hem of haar bezoekt, te noemen</al>
            <al>parkeerkraskaart vignetgebied;</al>
            <al/>
            <al>n. de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze een beroep
                            of bedrijf uitoefent, terwijl het vestigingsadres ligt in een gebied
                            waar</al>
            <al>belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn, te noemen bedrijfsvignet;</al>
            <al/>
            <al>o. de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze als
                            werknemer werkzaam is bij een bedrijf gevestigd in het gebied waar</al>
            <al>belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn en die wil parkeren op de in
                            het</al>
            <al>betreffende gebied aanwezige belanghebbendenplaatsen, te noemen</al>
            <al>werknemersvignet; </al>
            <al/>
            <al>4. Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen
                            een vergunning ook verlenen aan een eigenaar of houder van een
                            motorvoertuig die niet voldoet aan één van de in het derde lid genoemde
                            vereisten.</al>
            <al/>
            <al>5. Het college van burgemeester en wethouders kan aan een vergunning
                            voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van
                            het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Aan
                            een vergunning kan het college van burgemeester en wethouders
                            voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van
                            het belang van het voorkomen of beperken van door het verkeer
                            veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor</al>
            <al>het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer, waaronder mede wordt
                            begrepen het stimuleren van selectief autogebruik.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 4</label>
            </kop>
            <al>1. Het college van burgemeester en wethouders kan, met inachtneming van
                            het bepaalde in de volgende leden van dit artikel, regels geven voor het
                            aanvragen en verlenen van een vergunning.</al>
            <al/>
            <al>2. Het college van burgemeester en wethouders beslist binnen 2 maanden
                            na ontvangst van een aanvraag voor een vergunning.</al>
            <al/>
            <al>3. Het college van burgemeester en wethouders kan de in het tweede lid
                            genoemde termijn met ten hoogste een maand verlengen. Van een verlenging
                            van deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.</al>
            <al/>
            <al>4. Een besluit tot afwijzing van een aanvraag is met redenen omkleed. De
                            aanvrager wordt van deze afwijzing schriftelijk in kennis gesteld.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 5</label>
            </kop>
            <al>1. Een vergunning wordt voor ten hoogste 1 kalenderjaar verleend.</al>
            <al/>
            <al>2. De vergunning als bedoeld in artikel 3, lid 3, a tot en met k, bevat
                            in ieder geval de volgende gegevens:</al>
            <al>a. de periode waarvoor de vergunning geldt;</al>
            <al>b. het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al>
            <al>c. de naam van de vergunninghouder of het kenteken van het motorvoertuig
                            waarvoor de vergunning is verleend.</al>
            <al/>
            <al>3. De vergunning als bedoeld in artikel 3, lid 3, l tot en met o, bevat
                            in ieder geval de volgende gegevens:</al>
            <al>a. de periode waarvoor de vergunning geldt.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 6</label>
            </kop>
            <al>Het college van burgemeester en wethouders kan een vergunning intrekken
                            of wijzigen:</al>
            <al/>
            <al>a. op verzoek van de vergunninghouder;</al>
            <al/>
            <al>b. wanneer de vergunninghouder niet meer woonachtig is of geen beroep of
                            bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de vergunning is
                            verleend;</al>
            <al/>
            <al>c. wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden
                            die relevant waren voor het verlenen van de vergunning;</al>
            <al/>
            <al>d. wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt
                            te vervallen;</al>
            <al/>
            <al>e. wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn </al>
            <al>betalingsverplichting voor zijn vergunning heeft voldaan;</al>
            <al/>
            <al>f. wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                            vergunning verbonden voorschriften;</al>
            <al/>
            <al>g. wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste
                            gegevens zijn verstrekt;</al>
            <al/>
            <al>h. wanneer de vergunninghouder zijn vergunning vervalst of ter
                            vervalsing heeft aangeboden;</al>
            <al/>
            <al>i. om redenen van openbaar belang.</al>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling III. Verbodsbepalingen</label>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 7</label>
            </kop>
            <al>1. Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een</al>
            <al>belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar
                            een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden:</al>
            <al>a. zonder vergunning;</al>
            <al>b. in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften.</al>
            <al/>
            <al>2. Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen
                            van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 8</label>
            </kop>
            <al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                            middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op
                            de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 9</label>
            </kop>
            <al>1. Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te
                            plaatsen of te laten staan:</al>
            <al>a. op een parkeerapparatuurplaats;</al>
            <al>b. op een belanghebbendenplaats.</al>
            <al/>
            <al>2. Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                            zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten
                            staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt belemmerd of
                            verhinderd.</al>
            <al/>
            <al>3. Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen
                            van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling IV. Strafbepaling</label>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 10</label>
            </kop>
            <al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met</al>
            <al>hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de eerste
                            categorie.</al>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling V. Overgangs- en slotbepalingen</label>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 11</label>
            </kop>
            <al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de door het college van burgemeester en
                            wethouders aangewezen personen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 12</label>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Parkeerverordening 2015’.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 13</label>
            </kop>
            <al>1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al>
            <al/>
            <al>2. Bij inwerkingtreding van deze verordening vervalt de
                            Parkeerverordening 2014.</al>
            <al/>
            <al>3. Vergunningen die zijn verleend krachtens de Parkeerverordening 2014
                            worden geacht te zijn verleend krachtens deze verordening.</al>
            <al/>
            <al/>
            <al/>
            <al>Vastgesteld door de raad in zijn</al>
            <al/>
            <al>vergadering van 8 oktober 2014</al>
            <al/>
            <al>, de voorzitter</al>
            <al/>
            <al>, de raadsgriffier</al>
            <al/>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>