<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR339572_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels voor het aanwijzen van belastingplichtige 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmerliede en Spaarnwoude</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmerliede en Spaarnwoude</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Digitaal gemeenteblad, 16-10-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels voor het aanwijzen van belastingplichtige 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening onroerende zaakbelastingen, art. 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten, art. 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening forensenbelasting, art. 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening hondenbelasting, art. 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening rioolheffing, art. 3</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening reinigingsheffingen, art. 4</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening afvalstoffenheffing, art. 3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-01-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-10-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>201400131</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregels voor het aanwijzen van belastingplichtige 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Beleidsregels voor het aanwijzen van belastingplichtige</vet><vet>
                        2014</vet></al><al/><al>Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmerliede en
                        Spaarnwoude,</al><al/><al>Gelet op het bepaalde in:</al><lijst><li nr="-"><al>artikel 1 van de verordening onroerende- zaakbelastingen;</al></li><li nr="-"><al>artikel 2 van de verordening belastingen op roerende woon- en
                                bedrijfsruimten;</al></li><li nr="-"><al>artikel 2 van de verordening forensenbelasting;</al></li><li nr="-"><al>artikel 2 van de verordening hondenbelasting;</al></li><li nr="-"><al>artikel 3 van de verordening rioolheffing;</al></li><li nr="-"><al>artikel 4 van de verordening reinigingsheffingen;</al></li><li nr="-"><al>artikel 3 van de verordening afvalstoffenheffing;</al><al/></li></lijst><al>BESLUITEN:</al><al/><al>Vast te stellen de volgende </al><al/><al>Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een
                        keuzesituatie.</al><al/><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Algemeen</titel></kop><structuurtekst><al>In sommige gevallen brengen de wettelijke regels met zich dat meer
                            personen belastingplichtig kunnen zijn voor één belastingobject
                            (onroerende of roerende zaak, roerende woon- of bedrijfsruimte, perceel,
                            hond). In de gevallen waarin dat voorkomt mag de gemeente de aanslag ten
                            name van één van de belastingplichtigen stellen. In deze gevallen
                            hanteert de gemeente [gemeentenaam] een voorkeursvolgorde bij de
                            aanwijzing van de belastingplichtige die de aanslag op zijn of haar naam
                            krijgt. Deze voorkeursvolgorde is gebaseerd op veronderstelde
                            betaalcapaciteit en doelmatige c.q. doeltreffende heffing en invordering
                            en wordt toegepast voor zover de gegevens voorhanden of te achterhalen
                            zijn.</al><al>De in de voorkeursvolgorde neergelegde criteria bevatten op geen enkele
                            wijze een limitatieve opsomming van de belastingplichtigen, maar moeten
                            worden beschouwd als richtlijnen voor de meest voorkomende gevallen,
                            zodat in de uitvoeringspraktijk volgens vaste, niet willekeurige,
                            criteria een belastingplichtige kan worden aangewezen.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Voorkeursvolgorde</titel></kop><structuurtekst><al><cursief><vet>Onderdeel 1 Voorkeursvolgorde bij verschillende
                                        categorieën genothebbenden</vet></cursief></al><al/><al>Met betrekking tot de gemeentelijke belastingen die worden geheven
                                van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt,
                                indien er met betrekking tot één roerende of onroerende zaak
                                verschillende categorieën genothebbenden zijn, de aanslag in
                                onderstaande volgorde gesteld ten name van:</al><al/><al>1.1 de beperkt gerechtigde, waarbij de volgende voorkeursvolgorde
                                geldt:</al><al/><al>1.1.1 de vruchtgebruiker c.q. gerechtigde krachtens recht van
                                gebruik en bewoning;</al><al>1.1.2 de opstaller, met uitzondering van degene die een afhankelijk
                                opstalrecht, dan wel een opstalrecht ten behoeve van de aanleg en
                                het onderhoud van onder- of bovengrondse leidingen heeft;</al><al>1.1.3 de erfpachter dan wel de beklemde meier;</al><al/><al>1.2 de eigenaar of de appartementsgerechtigde;</al><al/><al>1.3 degene die op andere wijze als genothebbende naar voren komt,
                                daaronder begrepen de bezitter.</al><al/><al><cursief><vet>Onderdeel 2 Voorkeursvolgorde binnen één categorie
                                        genothebbenden</vet></cursief></al><al/><al>Met betrekking tot de gemeentelijke belastingen die worden geheven
                                van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt
                                de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:</al><al/><al>2.1 indien er binnen één categorie genothebbenden personen zijn die
                                volgens de beschikbare gegevens in [gemeentenaam] wonen of gevestigd
                                zijn:</al><al>2.1.1 degene die ook als gebruiker wordt aangemerkt;</al><al>2.1.2 degene die in de gemeente woont of is gevestigd;</al><al>2.1.3 degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft;</al><al>2.1.4 een natuurlijk persoon boven een niet-natuurlijk persoon;</al><al>2.1.5 bij gelijke aandelen de oudste in leeftijd;</al><al>2.1.6 degene die bij de [uitvoerende dienst/afdeling] als
                                genothebbende of gebruiker bekend is;</al><al>2.1.7 de eerstgerechtigde in de volgorde die door het kadaster wordt
                                aangehouden;</al><al/><al>2.2 indien er binnen één categorie genothebbenden geen personen zijn
                                die volgens de beschikbare gegevens in [gemeentenaam] wonen of
                                gevestigd zijn, maar wel personen die volgens de beschikbare
                                gegevens elders in Nederland wonen of gevestigd zijn:</al><al>2.2.1 degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft;</al><al>2.2.2 een natuurlijk persoon boven een niet-natuurlijk persoon;</al><al>2.2.3 bij gelijke aandelen de oudste in leeftijd;</al><al>2.2.4 degene die bij GBKZ als genothebbende of gebruiker bekend
                                is;</al><al>2.2.5 de eerstgerechtigde in de volgorde die door het kadaster wordt
                                aangehouden;</al><al/><al>2.3 indien er binnen één categorie genothebbenden geen personen zijn
                                die volgens de beschikbare gegevens in Nederland wonen of gevestigd
                                zijn, maar wel personen die volgens de beschikbare gegevens in het
                                buitenland wonen of gevestigd zijn:</al><al>2.3.1 degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft;</al><al>2.3.2 degene die bij GBKZ als genothebbende of gebruiker bekend
                                is;</al><al>2.3.3 de eerstgerechtigde in de volgorde die door het kadaster wordt
                                aangehouden.</al><al/><al><vet><cursief>Onderdeel 3 Voorkeursvolgorde bij de
                                        onroerende-</cursief><cursief>zaakbelastingen van
                                        gebruikers en de belastingen op roerende woon- en
                                        bedrijfsruimten van gebruikers van niet-woningen
                                        respectievelijk bedrijfsruimten</cursief></vet></al><al/><al>Met betrekking tot de onroerende- zaakbelastingen en de belastingen
                                op roerende woon- en bedrijfsruimten die worden geheven van
                                gebruikers van niet-woningen respectievelijk bedrijfsruimten, wordt
                                de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:</al><al/><al>3.1 degene die een nutsvoorziening van het belastingobject op naam
                                heeft;</al><al>3.2 degene die bij GBKZ reeds als belastingplichtige in de
                                administratie voorkomt;</al><al>3.3 degene die op andere wijze als gebruiker naar voren komt.</al><al/><al><cursief><vet>Onderdeel 4 Voorkeursvolgorde bij de rioolheffing van
                                        gebruikers, de afvalstoffenheffing en de
                                        forensenbelasting</vet></cursief></al><al/><al>Met betrekking tot de rioolheffing van gebruikers, de
                                afvalstoffenheffing en de forensenbelasting op woningen wordt de
                                aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:</al><al>4.1 de actuele eigenaar, die een van de bewoners van het
                                belastingobject is;</al><al>4.2 degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft</al><al>4.3 de bewoner van het belastingobject die het langst staat
                                ingeschreven in de basisregistratie personen op dat adres;</al><al>4.4 de bewoner van het belastingobject die de oudste persoon
                                is;</al><al>4.5 de bewoner van het belastingobject die de oudste man is.</al><al/><al>Met betrekking tot de forensenbelasting op (sta)caravans wordt de
                                aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:</al><al>5.1 degene die de huur van het object betaalt aan een elders
                                wonende/gevestigde verhuurder;</al><al>5.2 degene die de nutsvoorziening van het belastingobject op naam
                                heeft;</al><al>5.3 de oudste, in geval van gelijktijdige vestiging in het
                                belastingobject;</al><al>5.4 degene die bij GBKZ reeds als belastingplichtige in de
                                administratie voorkomt;</al><al>5.5 degene die op andere wijze als gebruiker van het belastingobject
                                naar voren komt.</al><al/><al><cursief><vet>Onderdeel 5 Voorkeursvolgorde bij de
                                        hondenbelasting</vet></cursief></al><al/><al>Met betrekking tot de hondenbelasting wordt de aanslag in
                                onderstaande volgorde gesteld ten name van:</al><al/><al>5.1 degene die de nutsvoorziening van het object waar de hond wordt
                                gehouden, op naam heeft;</al><al>5.2 degene die de huur van het object waar de hond wordt gehouden,
                                betaalt aan een elders wonende verhuurder;</al><al>5.3 degene die het grootste deel van het object waar de hond wordt
                                gehouden, gebruikt;</al><al>5.4 degene die het langst in het object waar de hond wordt gehouden,
                                woont;</al><al>5.5 degene die het object waar de hond wordt gehouden, het langst
                                gebruikt;</al><al>5.6 de oudste, in geval van gelijktijdige vestiging in het object
                                waar de hond wordt gehouden;</al><al>5.7 degene die op andere wijze als houder van de hond naar voren
                                komt.</al><al/><al><cursief><vet>Onderdeel 6 Samenvoegen van aanslagen op één
                                        aanslagbiljet</vet></cursief></al><al/><al>Indien en voor zover aanslagen van verschillende gemeentelijke
                                belastingen worden verenigd op één aanslagbiljet, worden deze in
                                onderstaande volgorde ten name gesteld van de belastingplichtige
                                die:</al><al/><al>6.1 ingevolge de onderdelen 1 en 2 kan worden aangewezen;</al><al>6.2 ingevolge onderdeel 3 kan worden aangewezen;</al><al>6.3 ingevolge onderdeel 4 kan worden aangewezen;</al><al/><al><cursief><vet>Onderdeel 7 Uitzonderingen op de
                                        voorkeursvolgorde</vet></cursief></al><al/><al>De onderdelen 1 tot en met 6 vinden geen toepassing indien:</al><al/><al>7.1 de aanslag kan worden opgelegd aan degene die met betrekking tot
                                het voorgaande belastingtijdvak of kalenderjaar de aanslag heeft
                                gekregen, gezorgd heeft dat de aanslag betaald is en nog steeds
                                belastingplichtig is;</al><al>7.2 bij GBKZ bekend is dat één van de potentiële belastingplichtigen
                                de desbetreffende aanslag op zijn/haar naam wil hebben, althans voor
                                zover dit niet leidt tot een mogelijke situatie dat de belasting
                                niet kan worden betaald dan wel ingevorderd.</al><al/><al><cursief><vet>Onderdeel 8 Situatie bij aanvang belastingtijdvak
                                        beslissend</vet></cursief></al><al/><al>Voor zover de belasting wordt geheven over een belastingtijdvak, is
                                bij de toepassing van de voorkeursvolgorde beslissend de situatie
                                bij de aanvang van dat tijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang
                                van de belastingplicht.</al><al/><al><cursief><vet>Onderdeel 9 Doel van de voorkeursvolgorde
                                        rechtvaardigt afwijking daarvan</vet></cursief></al><al/><al>Aangezien de voorkeursvolgorde erop is gericht de aanslag op te
                                leggen aan een belastingplichtige die in staat geacht mag worden om
                                de belasting te betalen, kan ook tot een andere keuze gekomen worden
                                dan uit de voorkeursvolgorde zou volgen.</al><al/><al><cursief><vet>Onderdeel 10 Wijzigingen in
                                    voorkeursvolgorde</vet></cursief></al><al/><al>Wijzigingen kunnen - indien reeds een aanslag aan een
                                belastingplichtige is opgelegd - pas plaatsvinden met ingang van het
                                eerstvolgende belastingtijdvak.</al><al/><al><cursief><vet>Onderdeel 11 Afwijkingen van
                                    voorkeursvolgorde</vet></cursief></al><al/><al>Indien in uitzonderingsgevallen, door welke oorzaak dan ook, een
                                aanslag wordt opgelegd in afwijking van het in de voorgaande
                                onderdelen bepaalde, is die aanslag alleen ongeldig als er sprake is
                                van willekeur. (Beroep bij de rechter is mogelijk.)</al><al/><al><cursief><vet>Onderdeel 12 Heffing op andere
                                wijze</vet></cursief></al><al/><al>Indien een belasting niet wordt geheven bij wege van aanslag, maar
                                op andere wijze, is het bepaalde in de onderdelen 1 tot en met 11
                                van overeenkomstige toepassing.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Slotbepaling</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de
                                            eerste dag na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De Beleidsregels voor het aanwijzen van een
                                            belastingplichtige in een keuzesituatie 1998 worden
                                            ingetrokken met ingang van de in het eerste lid genoemde
                                            datum, met dien verstande dat zij van toepassing blijven
                                            op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                            voorgedaan.</al></li><li nr="3."><al>Deze beleidsregels worden aangehaald als ' Beleidsregels
                                            voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een
                                            keuzesituatie gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude
                                            2014'.</al><al/></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en
                        wethouders van Haarlemmerliede en Spaarnwoude d.d. 21 januari
                        2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de secretaris, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>