<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR33955_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het onderzoeksrecht van de raad</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Rijswijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rijswijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Groot Rijswijk, 18-07-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onderzoeksrecht</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 155 a t/m f</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-07-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-07-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>08-051</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op het onderzoeksrecht van de raad</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De gemeenteraad; gelezen het voorstel van het Presidium d.d. 2 juni 2008, no.
                        08-051; gelet op de artikelen 155a tot en met 155f Gemeentewet; BESLUIT vast te stellen
                        de volgende verordening:</al><al><vet>Verordening op het onderzoeksrecht van de raad (-2.07.54)</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>onderzoek: een onderzoek als bedoeld in artikel 155a, eerste lid,
                                van de Gemeentewet; </al></li><li nr="b."><al>onderzoekscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 155a,
                                derde lid, van de Gemeentewet. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Instellen van het onderzoek/onderzoekscommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op voorstel van een of meer van zijn leden kan de raad besluiten een
                            onderzoek in te stellen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de eerstvolgende raadsvergadering na dit besluit stelt de raad een
                            onderzoekscommissie, uit haar midden, in van tenminste drie leden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad wijst een genoegzaam aantal plaatsvervangende leden, uit haar
                            midden aan. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de instelling van de onderzoekscommissie stelt de raad nadere regels
                            vast met betrekking tot de rapportage van de onderzoekscommissie aan de
                            raad. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Voorzitter/plaatsvervangend voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad wijst een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan uit
                            de leden van de onderzoekscommissie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is belast met: </al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de beraadslaging en zitting; </al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde; </al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van bij of krachtens deze verordening gestelde
                                    regels; </al></li><li nr="d."><al>hetgeen deze verordening hem verder opdraagt. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Beëindiging van het lidmaatschap</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het lidmaatschap van de onderzoekscommissie eindigt indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de raad besluit tot opheffing van de onderzoekscommissie; </al></li><li nr="b."><al>een lid ophoudt lid te zijn van de raad; </al></li><li nr="c."><al>de onderzoekscommissie besluit een lid van zijn commissie te
                                    horen; </al></li><li nr="d."><al>een lid ontslag neemt. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid van de onderzoekscommissie kan op elk moment ontslag nemen.
                            Hiervan brengt hij de raad en de voorzitter van de onderzoekscommissie
                            zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In openstaande vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden 1 tot en met 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de
                            plaatsvervangende leden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Bevoegdheden van de onderzoekscommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De onderzoekscommissie besluit alvorens het eerste getuigenverhoor
                            plaats vindt of getuigen uitsluitend verhoord worden na het afleggen van
                            de eed of belofte. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De onderzoekscommissie kan buiten de in artikel 155b, eerste lid, van de
                            Gemeentewet genoemde personen tevens anderen verzoeken om medewerking
                            aan het onderzoek te verlenen. Laatstgenoemde medewerking geschiedt
                            slechts op vrijwillige basis. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De onderzoekscommissie kan besluiten derden in te schakelen voor het
                            uitvoeren van opdrachten die zij in het kader van de onderzoeksopdracht
                            en de uitoefening van haar taak nodig acht. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De onderzoekscommissie kan in het belang van het onderzoek in
                            beslotenheid met een ieder informatieve gesprekken voeren, welke als
                            zodanig geen onderdeel van het onderzoek uitmaken. Er bestaat hiertoe
                            geen plicht tot medewerking. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De onderzoekscommissie kan de bovengenoemde bevoegdheden uitsluitend
                            uitoefenen indien ten minste drie van haar leden aanwezig zijn. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De onderzoekscommissie besluit met meerderheid van stemmen. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De verordening op de raadscommissies is niet van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ambtelijke bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad benoemt ter ondersteuning van de onderzoekscommissie een
                            commissiegriffier, uit de griffie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissiegriffier is bij iedere zitting aanwezig. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt zijn plaats ingenomen door
                            een daartoe door de raad aangewezen vervanger. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie kan het college verzoeken om ambtelijke bijstand conform de
                            “Verordening op de ambtelijke bijstand 2002” </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Zittingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting
                            en brengt die ter openbare kennis. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter roept de leden van de onderzoekscommissie, getuigen en
                            deskundigen ten minste twee weken voor de zitting op. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Binnen drie werkdagen na verzending van de oproep kunnen de getuigen en
                            deskundigen onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het
                            tijdstip van de zitting te wijzigen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week
                            voor het tijdstip van de zitting aan de betrokken getuige of deskundige
                            medegedeeld. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De getuigen en deskundigen worden in een openbare zitting van de
                            onderzoekscommissie gehoord. De onderzoekscommissie kan om gewichtige
                            redenen besluiten een verhoor of een gedeelte daarvan niet in het
                            openbaar af te nemen. De leden van de commissie en de secretaris,
                            alsmede de overige aanwezige medewerkers bewaren geheimhouding over
                            hetgeen hun tijdens een besloten zitting ter kennis komt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Toehoorders en de pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op
                            de voor hen bestemde plaatsen openbare zittingen bijwonen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                            verstoren van de orde is verboden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde van
                            de vergadering verstoren, te doen vertrekken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die tijdens de zitting geluid- dan wel beeldregistraties willen
                        maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn
                        aanwijzingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verslaglegging zitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissiegriffier draagt zorg voor de verslaglegging van de zitting.
                        </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verslag vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid voor
                            zover van belang. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is
                            gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die
                            aan het verslag kunnen worden gehecht. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de
                            commissiegriffier. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Beraadslagingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De onderzoekscommissie beraadslaagt indien een lid dat nodig acht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De onderzoekscommissie beraadslaagt achter gesloten deuren. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Afronding onderzoek</titel></kop><al>Na afronding van het onderzoek door de onderzoekscommissie worden haar
                        bevindingen voorgelegd aan de raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt inwerking met ingang van de dag volgend op die van
                        haar vaststelling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op het onderzoeksrecht
                        van de raad.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten door de raad van de gemeente Rijswijk in zijn openbare
                        vergadering van 8 juli 2008</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>