<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR339334_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Arbobeleidsplan Gemeente leudal</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leudal</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-10-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leudal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 20 oktober 2014 nr. 58466</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Arbobeleidsplan Gemeente leudal</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-10-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-10-08</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Arbobeleidsplan Gemeente leudal</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Nieuw deel</label></kop><paragraaf><kop><label/><nr/><titel>INTENTIEVERKLARING</titel></kop><structuurtekst><al>De werkgever is verantwoordelijk voor de veiligheid en gezondheid van
                            het personeel zodat de kansen op lichamelijk of geestelijk letsel zoveel
                            mogelijk uitgesloten worden en het welzijn zoveel mogelijk wordt
                            bevorderd.</al><al>Om het belang van een goede arbozorg te onderstrepen heeft het college
                            van burgemeester en wethouders van de gemeente Leudal (het college) deze
                            intentieverklaring opgesteld.</al><al>Intentieverklaring arbobeleid</al><al>Het college acht een goede zorg voor arbeidsomstandigheden in het
                            algemeen en op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn in het
                            bijzonder noodzakelijk. Deze zorg vormt een integraal onderdeel van het
                            algemene beleid van de gemeente Leudal.</al><al>Het college streeft naar een zo groot mogelijke mate van veiligheid,
                            gezondheid en welzijn bij de arbeid van haar medewerkers en van alle
                            anderen die werkzaam zijn binnen c.q. voor de organisatie van de
                            gemeente Leudal. Ook streeft het college naar een zo groot mogelijke
                            mate van veiligheid en gezondheid voor alle bezoekers van gebouwen van
                            de gemeente Leudal. De medewerkers worden actief betrokken bij de
                            invulling en uitvoering van dit beleid en worden stelselmatig begeleid,
                            voorgelicht en geïnstrueerd. Uiteraard vindt telkens in redelijkheid een
                            afweging plaats tussen datgene wat wenselijk, mogelijk en noodzakelijk
                            is.</al><al>Het realiseren van goede arbeidsomstandigheden vindt plaats aan de hand
                            van dit arbobeleidsplan. Op deze manier wordt elke werknemer inzicht
                            gegeven hoe wij de arbeidsomstandigheden willen handhaven c.q.
                            verbeteren.</al><al>De basis van dit arbeidsomstandighedenbeleid vormt de Arbowet en het
                            Arbobesluit. De eindverantwoor-delijkheid voor het arbobeleid ligt bij
                            het college.</al><al>De dagelijkse verantwoordelijkheid voor de uitvoering van dit beleid
                            ligt zowel bij de leidinggevenden van de gemeente Leudal als bij elke
                            werknemer afzonderlijk.</al><al>De bedrijfsarts richt zich op de advisering aan de werkgever, de
                            werknemer en de ondernemingsraad.</al><al>Er wordt gerekend op een actieve medewerking van iedereen bij het
                            realiseren van goede arbeidsomstandigheden</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>HET ARBOBELEIDSPLAN</titel></kop><paragraaf><kop><label>1.1 Aanleiding</label></kop><structuurtekst><al>Aanleiding voor dit Arbobeleidsplan is de in 2012 gehouden
                                    RI&amp;E waarin wordt aanbevolen het arbobeleid vast te leggen
                                    in een arbobeleidsdocument. Dit is tevens een verplichting
                                    vanuit de Arbowet.</al><al>In dit arbobeleidsplan wordt vaker verwezen naar andere
                                    relevante documenten die van toepassing zijn. Deze documenten
                                    zijn via intranet te raadplegen. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>1.2 Doelstelling</label></kop><structuurtekst><al>Doelstelling van het arbobeleid is de veiligheid, de gezondheid
                                    en het welzijn van alle medewerkers in verband met de arbeid te
                                    optimaliseren, door middel van:</al><lijst><li nr="-"><al>het uitsluiten en/of beperken van arbeidsrisico’s</al></li><li nr="-"><al>het invoeren, naleven en handhaven van voorschriften met
                                            betrekking tot arbeidsomstandigheden;</al></li><li nr="-"><al>het integreren van aandacht voor arbeidsomstandigheden
                                            in ieders dagelijks denken en handelen;</al></li><li nr="-"><al>het voorkomen dan wel oplossen van problemen met
                                            betrekking tot de arbeidsomstandigheden;</al></li><li nr="-"><al>het voorkomen en beheersen van de gevolgen van
                                            ongewenste gebeurtenissen.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>1.3 Evaluatie arbobeleid</label></kop><structuurtekst><al>Dit arbobeleidsplan wordt telkens bij de uitvoering van een
                                    (nieuwe) RI&amp;E geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>TAKEN, VERANTWOORDELIJKHEDEN EN BEVOEGDHEDEN</titel></kop><structuurtekst><al>In dit hoofdstuk wordt weergegeven welke taken,
                                verantwoordelijkheden en bevoegdheden in het kader van het
                                gemeentelijk arbobeleid aan diverse gremia zijn toebedeeld.</al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>2.1 Het college</label></kop><structuurtekst><al>Het college is eindverantwoordelijk voor:</al><lijst><li nr="-"><al>het voeren van een actief arbobeleid en het aangeven van
                                            doelstellingen en randvoorwaarden;</al></li><li nr="-"><al>het (laten) opstellen en implementeren van regels en
                                            voorschriften;</al></li><li nr="-"><al>het ter beschikking stellen van de benodigde
                                            middelen.</al></li></lijst><al/><al>Het college is bevoegd tot het nemen van disciplinaire
                                    maatregelen tegen medewerkers bij het niet opvolgen van
                                    instructies, voorschriften en regelingen in deze.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.2 Preventiemedewerker</label></kop><structuurtekst><al>Artikel 13 van de Arbowet bepaalt dat de werkgever zich laat
                                    bijstaan door één of meerdere deskundige werknemers
                                    (preventiemedewerkers), zo nodig aangevuld met andere deskundige
                                    personen. In de gemeente Leudal is de medewerker arbo en
                                    rechtspositie voor 0,3 fte aangewezen als
                                    preventiemedewerker.</al><al/><al>De preventiemedewerker heeft een drietal taken:</al><lijst><li nr="-"><al>het verlenen van medewerking aan het verrichten en
                                            opstellen van een risico-inventarisatie en –evaluatie
                                            (RI&amp;E);</al></li><li nr="-"><al>samenwerking en advisering aan de OR over genomen en te
                                            nemen maatregelen, gericht op een zo goed mogelijk
                                            arbeidsomstandighedenbeleid;</al></li><li nr="-"><al>uitvoering van arbomaatregelen dan wel de medewerking
                                            daaraan.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.3 Arbocoördinator</label></kop><structuurtekst><al>De taken van arbocoördinator zijn binnen de gemeente Leudal
                                    belegd bij de medewerker arbo en rechtspositie.</al><al/><al>De arbocoördinator heeft als taken:</al><lijst><li nr="-"><al>het geven van voorlichting;</al></li><li nr="-"><al>het verzamelen en actualiseren van wettelijke normen en
                                            richtlijnen;</al></li><li nr="-"><al>het verspreiden van relevante informatie binnen de
                                            gemeente Leudal;</al></li><li nr="-"><al>het verzamelen van werkplekinformatie over veiligheid,
                                            ongevallen, arbeidsrisico’s;</al></li><li nr="-"><al>het fungeren als vraagbaak en doorverwijzer voor
                                            leidinggevenden en medewerkers;</al></li><li nr="-"><al>het in overleg opstellen/evalueren/bijstellen van het
                                            plan van aanpak en arbobeleidsplan;</al></li><li nr="-"><al>het registreren van agressie-incidenten en ongevallen in
                                            het Gemeentelijk Incidenten Registratiesysteem
                                            (GIR);</al></li><li nr="-"><al>het rapporteren over uitvoeringsresultaten van het plan
                                            van aanpak uit de RI&amp;E en arbobeleid.</al></li></lijst><al/><al>De arbocoördinator is bevoegd tot:</al><lijst><li nr="-"><al>het (laten) opstellen van nieuwe voorschriften en
                                            regels;</al></li><li nr="-"><al>het adviseren aan het college en de OR over de
                                            aanpassing van het beleid.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.4 Leidinggevenden</label></kop><structuurtekst><al>De interne verantwoordelijkheid voor de zorg voor dagelijkse
                                    arbeidsomstandigheden ligt bij de leidinggevenden. </al><al/><al>De leidinggevenden hebben als taken:</al><lijst><li nr="-"><al>het signaleren van knelpunten op de werkplek;</al></li><li nr="-"><al>het geven van voorlichting aan (nieuwe)
                                            medewerkers;</al></li><li nr="-"><al>het houden van toezicht op de naleving van regels en
                                            voorschriften;</al></li><li nr="-"><al>het onderhouden van periodiek contact met de
                                            bedrijfsarts en het voeren van het Sociaal Medisch
                                            Overleg (SMO);</al></li><li nr="-"><al>het uitvoeren van de taak van casemanager;</al></li><li nr="-"><al>het houden van toezicht op onderhoud van machines en het
                                            juiste gebruik van machines en hulpmiddelen;</al></li><li nr="-"><al>het houden van toezicht op orde en netheid op de
                                            werkvloer;</al></li><li nr="-"><al>het, samen met de medewerker, melden van
                                            agressie-incidenten en (bijna) ongevallen;</al></li><li nr="-"><al>het uitvoeren van noodprocedures bij calamiteiten;</al></li><li nr="-"><al>het uitgeven van Persoonlijke Beschermings Middelen
                                            (PBM).</al></li></lijst><al/><al>De leidinggevenden zijn bevoegd tot:</al><lijst><li nr="-"><al>het voorleggen van knelpunten aan de
                                            preventiemedewerker;</al></li><li nr="-"><al>het oplossen van praktische arboproblemen;</al></li><li nr="-"><al>het inwinnen van advies bij de bedrijfsarts.</al></li></lijst><al/><al>De leidinggevenden zijn verplicht tot:</al><lijst><li nr="-"><al>het melden van gevaar of dreigend gevaar bij de
                                            preventiemedewerker;</al></li><li nr="-"><al>het aanspreken van medewerkers die de afspraken op het
                                            gebied van arbo niet nakomen.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.5 Medewerkers</label></kop><structuurtekst><al>De medewerkers zijn verplicht de nodige voorzichtigheid en
                                    zorgvuldigheid in acht te nemen om risico’s voor zichzelf en
                                    anderen uit te sluiten. </al><al/><al>De medewerkers zijn verantwoordelijk voor:</al><lijst><li nr="-"><al>hun eigen welzijn;</al></li><li nr="-"><al>het juist naleven van regels en voorschriften;</al></li><li nr="-"><al>het juiste gebruik van machines en hulpmiddelen;</al></li><li nr="-"><al>het schoon en vrij van belemmeringen houden van de
                                            werkplek;</al></li><li nr="-"><al>het opvolgen van instructies bij calamiteiten.</al></li></lijst><al/><al>De medewerkers zijn bevoegd tot:</al><lijst><li nr="-"><al>het signaleren van arboproblemen op de werkplek naar de
                                            leidinggevende;</al></li><li nr="-"><al>het raadplegen van de preventiemedewerker bij
                                            werkplekproblemen;</al></li><li nr="-"><al>het raadplegen van de deskundigen van de arbodienst via
                                            de preventiemedewerker;</al></li><li nr="-"><al>het informeren van de OR betreffende
                                            arbeidsomstandigheden;</al></li></lijst><al/><al>De medewerkers zijn verplicht tot het melden van gevaar of
                                    dreigend gevaar aan de leidinggevende.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.6 Ondernemingsraad</label></kop><structuurtekst><al>De ondernemingsraad is bevoegd tot:</al><lijst><li nr="-"><al>het instemmen met het arbobeleid;</al></li><li nr="-"><al>het toetsen van het gevoerde arbobeleid aan de hand van
                                            het opgestelde beleidsplan, het opgestelde plan van
                                            aanpak RI&amp;E en het sociaal jaarverslag.</al></li></lijst><al>De ondernemingsraad heeft o.a. recht op:</al><lijst><li nr="-"><al>vooraf overleg met de werkgever over de RI&amp;E,
                                            inschakeling bedrijfsarts en bedrijfshulpverleners;</al></li><li nr="-"><al>inzage in de rapporten van risico-inventarisaties,
                                            arbeidsveiligheidsinspecties en de officiële
                                            correspondentie van en met de Inspectie SZW;</al></li><li nr="-"><al>het vergezellen van de Inspectie SZW bij een
                                            bedrijfsbezoek;</al></li><li nr="-"><al>informatie van de bedrijfsarts;</al></li><li nr="-"><al>informatie van de Inspectie SZW;</al></li><li nr="-"><al>inzage in de rapporten die door de bedrijfsarts worden
                                            opgesteld op het gebied van arbeidsomstandigheden;</al></li><li nr="-"><al>het bevragen van medewerkers en leidinggevenden m.b.t.
                                            arbeidsomstandigheden.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.7 Interventieteam</label></kop><structuurtekst><al>Voor de ondersteuning van medewerkers bij bedreigende situaties
                                    door rechtstreeks contact met bezoekend publiek is in 2012 een
                                    interventieteam opgericht. Door de mogelijkheid het
                                    interventieteam te laten bemiddelen bij bedreigende situaties
                                    wordt een veiligere werkomgeving gecreëerd. </al><al/><al>Het interventieteam heeft als taken:</al><lijst><li nr="-"><al>te interveniëren in het geval van (dreigende) agressie
                                            door middel van de-escalatie;</al></li><li nr="-"><al>het veiligstellen van medewerkers en bezoekend
                                            publiek;</al></li><li nr="-"><al>afwegen om politie in te schakelen;</al></li><li nr="-"><al>preventieve c.q. informatieve voorlichting aan
                                            medewerkers;</al></li><li nr="-"><al>nazorg te (laten) organiseren voor de betrokkene bij een
                                            agressie-incident;</al></li><li nr="-"><al>uitvoeren taken van coördinator agressie en geweld.</al></li></lijst><al/><al>Het interventieteam is tevens verantwoordelijk voor de
                                    coördinatie van agressie en geweld. In de Cao is namelijk
                                    afgesproken dat elke gemeente een coördinatiepunt heeft.
                                    Bijbehorende taken zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>opstellen en implementeren van beleid en een
                                            normstellend kader;</al></li><li nr="-"><al>zorgen voor draagvlak;</al></li><li nr="-"><al>de aanpak van publieksagressie procesmatig door
                                            ontwikkelen;</al></li><li nr="-"><al>ervoor zorgen dat leerprocessen op verschillende niveaus
                                            in de organisatie tot stand komen;</al></li><li nr="-"><al>maatregelen (laten) uitvoeren: preventief, medewerker-
                                            en dadergericht.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.8 BHV</label></kop><structuurtekst><al>Om te voldoen aan artikel 15 van de Arbowet heeft de gemeente
                                    Leudal een BHV-organisatie opgezet.</al><al/><al>De taken van de bedrijfshulpverleners zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>het verlenen van eerste hulp bij ongelukken;</al></li><li nr="-"><al>het beperken en bestrijden van brand en het beperken van
                                            de gevolgen van ongevallen;</al></li><li nr="-"><al>het in noodsituaties alarmeren en evacueren van alle
                                            personen die zich in het gebouw bevinden.</al></li></lijst><al/><al>De coördinatie van de BHV is in handen van een hoofd BHV die: </al><lijst><li nr="-"><al>zorgt voor de opbouw en instandhouding van een parate
                                            BHV-organisatie, waaronder het opzetten, ontwikkelen en
                                            beheer van het BHV-plan, ontruimingsplan en
                                            oefenplan;</al></li><li nr="-"><al>zorgt voor de aanwezigheid en goede werking van
                                            noodvoorzieningen, zoals middelen ter bestrijding van
                                            ongevallen en van een beginnende brand en middelen voor
                                            alarmering en waarschuwing;</al></li><li nr="-"><al>de (herhalings-)opleidingen, trainingen en oefeningen
                                            van BHV-ers coördineert en zorgt voor de voorlichting op
                                            het gebied van BHV;</al></li><li nr="-"><al>adviezen uitbrengt over, en zorgt voor de uitvoering van
                                            brandpreventieve en overige
                                            veiligheidsvoorzieningen;</al></li><li nr="-"><al>optreedt als woordvoerder van de BHV-organisatie en
                                            namens de organisatie de contactpersoon is met de
                                            overige interne en externe hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="-"><al>kan beslissen tot een ontruiming;</al></li><li nr="-"><al>rapporteert over de BHV-activiteiten en incidenten aan
                                            de werkgever.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.9 Bedrijfsarts</label></kop><structuurtekst><al>De gemeente Leudal streeft naar een terugdringing van het
                                    ziekteverzuim door de eigen regie op het ziekteverzuimbeleid te
                                    ontwikkelen. Van leidinggevenden wordt een actieve rol verwacht
                                    bij het terugdringen van het ziekteverzuim, daarbij ondersteund
                                    door de bedrijfsarts en mogelijk andere deskundigen.</al><al/><al>De bedrijfsarts heeft als taken:</al><lijst><li nr="-"><al>het op verzoek toetsen van risico-inventarisaties en
                                            -evaluaties;</al></li><li nr="-"><al>het op aanvraag uitvoeren van het (vrijwillig)
                                            preventief medisch onderzoek;</al></li><li nr="-"><al>het op verzoek verrichten van werkplekonderzoeken;</al></li><li nr="-"><al>het adviseren van leidinggevenden bij het uitvoeren van
                                            ziekteverzuimbegeleiding en begeleiding bij
                                            re-integratie;</al></li><li nr="-"><al>het houden van arbeidsgezondheidskundig spreekuur;</al></li><li nr="-"><al>het vaccineren van groepen medewerkers;</al></li><li nr="-"><al>het uitvoeren van aanstellingskeuringen (voor zover
                                            noodzakelijk voor een functie).</al></li></lijst><al/><al>De bedrijfsarts is bevoegd tot:</al><lijst><li nr="-"><al>het gevraagd en ongevraagd adviseren aan het college,
                                            het MT, de OR en de preventiemedewerker over te nemen
                                            maatregelen;</al></li><li nr="-"><al>meewerken aan het uitvoeren van maatregelen in het kader
                                            van het arbobeleid.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.10 Vertrouwenspersoon ongewenst gedrag</label></kop><structuurtekst><al>Er is een vertrouwenspersoon ongewenst gedrag aangewezen. Deze
                                    vertrouwenspersoon gaat altijd vertrouwelijk om met de
                                    informatie van medewerkers. Er is een geheimhoudingsplicht.</al><al/><al>De taken van de vertrouwenspersoon ongewenst gedrag bestaan
                                    onder andere uit:</al><lijst><li nr="-"><al>het verzorgen van eerste opvang van medewerkers die zijn
                                            lastiggevallen en die hulp en advies nodig hebben;</al></li><li nr="-"><al>het nagaan of een oplossing in de informele sfeer
                                            mogelijk is;</al></li><li nr="-"><al>het slachtoffer informeren over andere
                                            oplossingsmogelijkheden, zoals klachtenprocedures;</al></li><li nr="-"><al>het desgewenst begeleiden, als de werknemer de zaak aan
                                            de orde wil stellen bij een klachtencommissie of bij de
                                            werkgever;</al></li><li nr="-"><al>het doorverwijzen naar andere hulpverlenende instanties,
                                            bijvoorbeeld een mediator;</al></li><li nr="-"><al>het geven van voorlichting over de aanpak van ongewenst
                                            gedrag;</al></li><li nr="-"><al>het adviseren en ondersteunen van leidinggevenden bij
                                            het voorkomen van ongewenst gedrag;</al></li><li nr="-"><al>doorverwijzen van meldingen die niet tot zijn
                                            aandachtsgebied horen, bijv. arbeidsconflicten of
                                            kwesties over vermoeden van misstanden;</al></li><li nr="-"><al>het geanonimiseerd registreren van gevallen van
                                            ongewenst gedrag.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.11 Vertrouwenspersoon integriteit</label></kop><structuurtekst><al>Er is een vertrouwenspersoon integriteit aangewezen. Deze
                                    vertrouwenspersoon gaat altijd vertrouwelijk om met de
                                    informatie van medewerkers. Er is een geheimhoudingsplicht.</al><al/><al>De vertrouwenspersoon integriteit heeft tot taak: </al><lijst><li nr="-"><al>het geven van informatie en advies aan werknemers en
                                            bestuurders van de aangesloten organisaties, die worden
                                            geconfronteerd met (een vermoeden van) een misstand of
                                            met een dilemma op het terrein van integriteit. Het kan
                                            hierbij gaan om individuele medewerkers, maar ook om een
                                            groep;</al></li><li nr="-"><al>het fungeren als aanspreekpunt en klankbord voor
                                            personen die vragen en/of problemen hebben op het gebied
                                            van integriteit;</al></li><li nr="-"><al>het informeren van een werknemer of bestuurder over de
                                            verschillende mogelijkheden die er zijn om de problemen,
                                            ontstaan in verband met een integriteitcasus, tot een
                                            oplossing te brengen;</al></li><li nr="-"><al>het - op verzoek van een melder van een (vermoeden van
                                            een) misstand - begeleiden van deze melder bij het
                                            doorlopen van de procedure bij het bevoegd gezag van de
                                            aangesloten organisatie;</al></li><li nr="-"><al>het - op verzoek van een melder van een (vermoeden van
                                            een) misstand – al dan niet vertrouwelijk indienen van
                                            de melding bij het bevoegd gezag van de aangesloten
                                            organisatie conform de voor de organisatie vastgestelde
                                            meldprocedure;</al></li><li nr="-"><al>het indien nodig en mogelijk verlenen van nazorg aan een
                                            persoon die een integriteitcasus heeft gemeld. De VPI
                                            kan betrokkene verwijzen naar interne of externe
                                            deskundigen;</al></li><li nr="-"><al>het jaarlijks geanonimiseerd rapporteren aan het bevoegd
                                            gezag van de aangesloten organisaties over aard en
                                            omvang van de meldingen en over de afdoening ervan. De
                                            ondernemingsraden ontvangen eveneens deze
                                            rapportage.</al></li><li nr="-"><al>het geven van advies aan het bevoegd gezag, aan
                                            bedrijfsonderdelen en aan de ondernemingsraad van de
                                            aangesloten organisaties op het gebied van preventie en
                                            bestrijding van niet-integere handelingen of
                                            gedragingen;</al></li><li nr="-"><al>het meewerken aan het geven van voorlichting binnen de
                                            aangesloten organisaties over gedragscodes,
                                            integriteitdilemma’s en over de uitvoering van de
                                            meldprocedure.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>SPEERPUNTEN EN MIDDELEN TER REALISERING VAN HET ARBOBELEID</titel></kop><paragraaf><kop><label>3.1 Risico-inventarisatie en -evaluatie</label></kop><structuurtekst><al>Periodiek wordt een risico-inventarisatie en -evaluatie
                                    (RI&amp;E) uitgevoerd om het gevoerde arbobeleid te evalueren en
                                    optimaliseren. De RI&amp;E wordt uitgevoerd met het daarvoor
                                    ontwikkelde instrument, de digitale RI&amp;E Gemeenten.
                                    Knelpunten worden geëvalueerd naar de ernst van het gevaar en de
                                    omvang binnen de gemeente. Verbeterpunten worden in volgorde van
                                    prioriteit opgenomen in het plan van aanpak, zodat verdere actie
                                    gewaarborgd is.</al><al/><al>In het kader van de RI&amp;E kunnen vervolgonderzoeken worden
                                    uitgevoerd om knelpunten nader te objectiveren en kwantificeren.
                                    Te denken valt hierbij aan metingen van geluid en klimaat, het
                                    meten van schadelijke gassen, dampen en stof en het doen van
                                    ergonomische onderzoeken. Deze onderzoeken zijn onlosmakelijk
                                    onderdeel van de RI&amp;E.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.2 Ziekteverzuimbeleid</label></kop><structuurtekst><al>Bij het optreden van ziekteverzuim of arbeidsongeschiktheid is
                                    het de taak van de werkgever om de verdere gevolgen te
                                    verminderen door zorg te dragen voor een optimale begeleiding en
                                    re-integratie in het arbeidsproces.</al><al>De gemeente heeft hiervoor een ziekteverzuimprotocol opgesteld
                                    en laat zich hierbij ondersteunen door de bedrijfsarts. Deze
                                    draagt zorg voor de sociaal-medische begeleiding en ondersteunt
                                    de re-integratie vanuit haar deskundigheid en met de kennis van
                                    het werk, de werkplek en de gemeente.</al><al/><al>Relevante documenten: </al><al>Protocol voor preventie van en begeleiding bij
                                    ziekteverzuim</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.3 Het arbeidsomstandighedenspreekuur</label></kop><structuurtekst><al>Alle medewerkers hebben de mogelijkheid om (op afspraak) via het
                                    spreekuur van de bedrijfsarts of een andere deskundige van de
                                    arbodienst, problemen over hun gezondheid in relatie tot het
                                    werk voor te leggen voor beoordeling en advies. Ook kunnen zij
                                    met vragen over werkomstandigheden terecht op dit spreekuur. Het
                                    spreekuur heeft een preventief karakter.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.4 Bedrijfshulpverlening</label></kop><structuurtekst><al>Conform de eisen vanuit de arbowet is er binnen de gemeente
                                    Leudal een BHV-organisatie actief en er is een BHV-plan en
                                    ontruimingsplan aanwezig. Medewerkers worden aangesteld als
                                    bedrijfshulpverlener en zullen voor deze taken de benodigde
                                    scholing en training ontvangen.</al><al/><al>Relevante documenten: </al><al>Vergoedingsregeling bedrijfshulpverlening</al><al> Ontruimingsplan</al><al> BHV-plan</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.5 Melding (bijna-)arbeidsongevallen</label></kop><structuurtekst><al>Ongevallen en bijna-ongevallen moeten worden gemeld bij de
                                    preventiemedewerker die de registratie ervan in het GIR
                                    (Gemeentelijk Incidenten Registratiesysteem) verzorgt.
                                    Arbeidsongevallen waarbij iemand blijvend letsel oploopt, in een
                                    ziekenhuis wordt opgenomen of overlijdt moeten worden gemeld bij
                                    de Inspectie SZW. </al><al>Zo nodig zal een nader onderzoek ingesteld worden dat leidt tot
                                    een rapportage met daarin opgenomen:</al><lijst><li nr="-"><al>een beschrijving van het voorval met de (vermoede)
                                            oorzaak;</al></li><li nr="-"><al>een voorstel voor de te nemen maatregelen;</al></li><li nr="-"><al>een overzicht van al genomen maatregelen.</al></li></lijst><al/><al>Relevante documenten: </al><al>Formulier ‘Melding (bijna-)arbeidsongeval’.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.6 Melding beroepsziekten</label></kop><structuurtekst><al>Indien er door de bedrijfsarts een (vermoede) beroepsziekte
                                    wordt vastgesteld, zal dat door hem (schriftelijk) worden gemeld
                                    bij het landelijke centrale meldpunt, het Nederlands Centrum
                                    voor Beroepsziekten (NCB).</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.7 Vaccinatiebeleid</label></kop><structuurtekst><al>Voor bepaalde groepen medewerkers (toezichthouders, BOA’s
                                    medewerkers buitendienst) staat de mogelijkheid open om zich te
                                    laten inenten voor functiegerichte arbeidsrisico’s.</al><al>Nieuw in dienst tredende medewerkers die tot een risicogroep
                                    behoren kunnen zich preventief laten vaccineren. De vaccinaties
                                    worden gegeven door een (bedrijfs)arts.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.8 Fysieke belasting</label></kop><structuurtekst><al>De gemeente Leudal stelt zich tot doel de fysieke belasting en
                                    het risico op gezondheidsschade voor alle medewerkers zoveel
                                    mogelijk te voorkomen.</al><al>Onderstaande activiteiten zijn uitgevoerd om bovenstaande
                                    doelstelling te realiseren:</al><lijst><li nr="-"><al>ergonomisch onderzoek;</al></li><li nr="-"><al>het aanpassen en/of verbeteren van werkplekken volgens
                                            gangbare ergonomische inzichten;</al></li><li nr="-"><al>het verstrekken van hulpmiddelen;</al></li><li nr="-"><al>training fysieke belasting voor risicovolle
                                            functiegroepen.</al></li></lijst><al/><al>Relevante documenten: </al><al>Arbocatalogus Fysieke belasting</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.9 Persoonlijke beschermingsmiddelen</label></kop><structuurtekst><al>In artikel 3 van de Arbowet is opgenomen dat ter voorkoming van
                                    gevaren en risico’s voor de veiligheid of de gezondheid van
                                    medewerkers doeltreffende en passende persoonlijke
                                    beschermingsmiddelen ter beschikking worden gesteld. Hieronder
                                    wordt verstaan:</al><lijst><li nr="-"><al>opstellen van specifieke werkinstructies voor
                                            werkzaamheden, die het gebruik van speciale PBM
                                            noodzakelijk maken;</al></li><li nr="-"><al>verstrekken van PBM die geschikt zijn voor het doel
                                            waartoe ze zullen dienen en die zo min mogelijk
                                            belemmeringen of hinder opleveren voor de
                                            gebruiker;</al></li><li nr="-"><al>verstrekken van UV-werende kleding en UV-werende
                                            middelen waar nodig;</al></li><li nr="-"><al>vervangen van defecte PBM waar dit nodig is;</al></li><li nr="-"><al>toezicht op het gebruik van PBM volgens de voorschriften
                                            door de leidinggevende.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.10 Bedrijfsfitness</label></kop><structuurtekst><al>Sporten kan bijdragen aan een lager ziekteverzuim, meer
                                    arbeidsproductiviteit, betere prestaties en minder verloop. Om
                                    medewerkers hierin te stimuleren verstrekt de gemeente Leudal
                                    een maandelijkse bijdrage in de kosten van een
                                    fitnessabonnement. </al><al/><al>Relevante documenten: </al><al>Regeling bedrijfsfitness gemeente Leudal</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.11 Beeldschermwerk</label></kop><structuurtekst><al>In de huidige regelgeving zijn aparte normen en richtlijnen
                                    opgenomen die van toepassing zijn op de beeldschermwerkplek. Het
                                    uitgangspunt daarbij is werkzaamheden rond het beeldscherm
                                    zodanig in te richten dat geen bovenmatige belasting ontstaat
                                    voor de medewerkers ter plekke en gezondheidsschade kan worden
                                    voorkomen.</al><al/><al>Om bovenstaande doelen te realiseren zijn en worden de volgende
                                    activiteiten uitgevoerd:</al><lijst><li nr="-"><al>reinigen van toetsenborden en beeldschermen (2 x per
                                            jaar);</al></li><li nr="-"><al>verstrekken van beeldschermbrillen;</al></li><li nr="-"><al>zo nodig aanpassen van bestaande werkplekken;</al></li><li nr="-"><al>aangepaste persoonlijke hulpmiddelen (ergonomische muis
                                            en/of toetsenbord, voetenbankje etc).</al></li></lijst><al/><al>Relevante documenten: </al><al>Regeling beeldschermwerk gemeente Leudal</al><al> Arbocatalogus Beeldschermwerk en werken in e-gemeente</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.12 Werkdruk/-stress</label></kop><structuurtekst><al>De gemeente Leudal streeft er naar om klachten over en uitval
                                    door werkdruk en werkstress zoveel mogelijk te voorkomen.</al><al>Werkdruk en werkstress kunnen consequenties hebben voor de
                                    gezondheid en het functioneren op de werkplek. Mensen kunnen
                                    meer fouten maken en er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een
                                    verminderde productiviteit of dienstverlening.</al><al/><al>Om bovenstaand doel te bereiken worden de volgende middelen
                                    ingezet:</al><lijst><li nr="-"><al>medewerkerstevredenheidsonderzoek;</al></li><li nr="-"><al>de gesprekscyclus, waar psychosociale arbeidsbelasting
                                            onderwerp van gesprek is;</al></li><li nr="-"><al>werkoverleg waar werkdruk en werkstress worden
                                            besproken;</al></li><li nr="-"><al>spreekuur bedrijfsarts bij klachten;</al></li><li nr="-"><al>SMO’s voor bespreking van werkdruk en werkstress.</al></li></lijst><al/><al>Relevante documenten: </al><al>Richtlijnen jaarlijkse gesprekscyclus</al><al> Arbocatalogus Gezond organiseren : werkdruk/-stress</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.13 Rookbeleid</label></kop><structuurtekst><al>De gemeente Leudal garandeert iedere medewerker een rookvrije
                                    werkruimte. In alle gebouwen waar medewerkers hun werkzaamheden
                                    uitoefenen geldt een algeheel rookverbod. Buiten het gebouw is
                                    een rookruimte ingericht.</al><al/><al>Relevante documenten: Notitie rookbeleid</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.14 Ongewenst gedrag</label></kop><structuurtekst><al>De gemeente Leudal voert een actief beleid om ongewenst gedrag
                                    (seksuele intimidatie, agressie, geweld, discriminatie en
                                    pesten) te voorkomen dan wel te beperken. Het bestrijden van
                                    ongewenst gedrag op het werk is van belang voor zowel de
                                    werknemer als de werkgever. Ongewenst gedrag bederft de
                                    werksfeer en kan de prestaties, de gezondheid en het
                                    zelfvertrouwen aantasten.</al><al>Hiertoe zijn de volgende actiepunten binnen de organisatie
                                    gerealiseerd: </al><lijst><li nr="-"><al>het oprichten van een interventieteam;</al></li><li nr="-"><al>het verzorgen van agressietrainingen;</al></li><li nr="-"><al>het registeren van meldingen in het GIR (Gemeentelijk
                                            Incidenten Registratiesysteem);</al></li><li nr="-"><al>het opstellen, evalueren, actualiseren van een
                                            agressieprotocol;</al></li><li nr="-"><al>het bekend maken en uitdragen van de huisregels bij het
                                            bezoekend publiek van gemeentelijke gebouwen;</al></li><li nr="-"><al>het aanstellen van een vertrouwenspersoon ongewenst
                                            gedrag;</al></li><li nr="-"><al>voorzien in professionele begeleiding en nazorg bij
                                            ernstige incidenten;</al></li><li nr="-"><al>bespreekbaar maken van deze onderwerpen in het
                                            werkoverleg;</al></li><li nr="-"><al>mogelijkheid voor het indienen van een klacht bij het
                                            bevoegd gezag of bij de Landelijke Klachtencommissie
                                            ongewenst gedrag voor de decentrale overheid in Den
                                            Haag.</al></li></lijst><al/><al>Relevante documenten: </al><al>Klachtenregeling ongewenst gedrag gemeente Leudal</al><al> Protocol ter voorkoming en bestrijding van agressie van burgers
                                    jegens medewerkers</al><al> Registratieformulier agressie-incidenten</al><al> Arbocatalogus Agressie en geweld</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.15 Melden vermoeden misstand (klokkenluiden)</label></kop><structuurtekst><al>Voor de integriteit van het overheidsapparaat is het belangrijk
                                    dat medewerkers eventuele misstanden aan de orde stellen.
                                    Gestreefd wordt naar een organisatiecultuur waarin op open wijze
                                    over normen en waarden in de specifieke werksituatie wordt
                                    gesproken.</al><al>De (interne en externe) procedure voor het melden van een
                                    (vermoedelijke) misstand is vastgelegd in de regeling melding
                                    vermoeden misstand.</al><al>Doel van deze regeling is dat vermoedelijke misstanden snel bij
                                    de verantwoordelijke aan de orde worden gesteld, zonder
                                    negatieve gevolgen voor de medewerker die daartoe het initiatief
                                    neemt. </al><al>De gemeente Leudal is aangesloten bij de Onderzoeksraad
                                    Integriteit Overheid (OIO). </al><al>Voor de inhuur van een vertrouwenspersoon integriteit is
                                    aangesloten bij het samenwerkingsverband Integriteit
                                    Limburg.</al><al/><al>Relevante documenten: </al><al>Regeling melding vermoeden misstanden gemeente Leudal</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.16 Voorlichting en onderricht</label></kop><structuurtekst><al>De gemeente Leudal streeft ernaar alle medewerkers, via
                                    voorlichting en onderricht, optimaal op de hoogte te brengen en
                                    te houden van de specifieke gevaren en risico’s op de werkplek
                                    en hoe daar mee om te gaan. Daarnaast zullen zij op de hoogte
                                    worden gebracht en gehouden van de intern gehanteerde normen,
                                    richtlijnen en voorschriften. Het thema arbeidsomstandigheden
                                    moet een vast onderwerp worden bij de introductie van nieuwe
                                    medewerkers. </al><al/><al>Voor functiegroepen die specifieke risico's kunnen lopen bij de
                                    uitvoering van hun werkzaamheden worden gerichte
                                    voorlichtingsbijeenkomsten gehouden:</al><lijst><li nr="-"><al>voor de buitendienst: buk- en tilinstructies, instructie
                                            veilig werken langs de weg, voorlichting over
                                            tekenbeten, training omgaan met agressie etc.;</al></li><li nr="-"><al>voor medewerkers met veelvuldige publieke contacten:
                                            trainingen omgaan met agressie;</al></li><li nr="-"><al>voor alle medewerkers: instructie mbt de werkplek.</al></li></lijst><al>Ten aanzien van de 'externe toezichthouders' (handhavers, BOA's,
                                    sociaal rechercheurs, buitendienst, rioolmedewerkers e.a.) is
                                    een document opgesteld waarin de risico's, beheersmaatregelen,
                                    gedragsregels en te gebruiken PBM's zijn beschreven met
                                    betrekking tot omgaan met gevaarlijke stoffen, biologische
                                    agentia en werken langs de weg.</al><al/><al>Relevante documenten: </al><al>Risico's en instructies "externe toezichthouders" Gemeente
                                    Leudal.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.17 Bijzondere groepen</label></kop><structuurtekst><al>Bij wet worden bijzondere groepen onderscheiden die extra
                                    aandacht nodig hebben binnen de zorg voor arbeidsomstandigheden. </al><al>Het personeelsbeleid binnen de gemeente Leudal is er op gericht
                                    om medewerkers optimale vrijheid te geven in hoe en wanneer het
                                    werk gedaan kan worden (flexibele werktijden enz.). Duurzame
                                    inzetbaarheid en de zorg dat medewerkers werk en privé kunnen
                                    combineren zijn hierbij extra speerpunten. Separaat beleid voor
                                    doelgroepen is hierdoor niet vaak nodig. </al><al/><al>Specifieke maatregelen: </al><lijst><li nr="A."><al>Voor jeugdige medewerkers tot 18 jaar, stagiaires en
                                            trainees:</al><lijst><li nr="-"><al>aparte voorlichting bij aanvang van de arbeid
                                                  over de aard en de specifieke risico’s in het
                                                  werk;</al></li><li nr="-"><al>begeleiding in het werk door een vooraf
                                                  aangewezen begeleider/mentor;</al></li><li nr="-"><al>zij zullen niet voor werk worden ingezet
                                                  waarvoor bijzondere veiligheidsmaatregelen
                                                  gelden.</al></li></lijst></li><li nr="B."><al>Voor zwangere medewerkers:</al><lijst><li nr="-"><al>aanpassing van de werkzaamheden indien de
                                                  gevaren in het werk of optredende
                                                  gezondheidsklachten dit noodzakelijk maken;</al></li><li nr="-"><al>zij kunnen aanspraak maken op alle wettelijke
                                                  regelingen met betrekking tot zwangerschaps-en
                                                  ouderschapsverlof;</al></li><li nr="-"><al>er is een kolfkamer ingericht.</al></li></lijst></li><li nr="C."><al>Voor oudere medewerkers:</al><lijst><li nr="-"><al>aandacht voor arbeidsomstandigheden in relatie
                                                  tot leeftijd/levensfase.</al></li></lijst></li><li nr="D."><al>Voor minder valide en chronisch zieke medewerkers:</al><lijst><li nr="-"><al>er zijn escape chairs aanwezig op diverse
                                                  plaatsen in het gemeentehuis.</al></li></lijst></li><li nr="E"><al>Voor uitzend-, detacherings- en oproepkrachten:</al><lijst><li nr="-"><al>voorlichting over aard en specifieke risico’s
                                                  bij het werk.</al></li></lijst></li><li nr="F."><al>Voor thuis- en telewerkers:</al><lijst><li nr="-"><al>er zijn regels vastgesteld met een checklijst
                                                  waarmee bepaald kan worden of thuis-/telewerken
                                                  verantwoord kan gebeuren.</al></li></lijst></li></lijst><al/><al>Relevante documenten: </al><al>Richtlijnen aanname stagiaires</al><al> Plan van aanpak duurzame inzetbaarheid</al><al> Jaarlijkse gesprekscyclus</al><al> Notitie Thuiswerken</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>TENSLOTTE</label></kop><structuurtekst><al>In dit beleidsplan staat aangegeven hoe de gemeente Leudal wil
                                omgaan met de arbeidsomstandigheden voor de medewerkers, wat ieders
                                taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn op het gebied van
                                arbeidsomstandigheden en welke instrumenten er gebruikt worden om
                                tot de goede arbeidsomstandigheden te komen.</al><al>In werkoverleggen, teamoverleggen en SMO’s moeten
                                arbeidsomstandigheden regelmatig onder de aandacht worden gebracht
                                bij de leidinggevenden en medewerkers. Ieder team dient daarom
                                periodiek overleg te voeren, waarbij arbeidsomstandigheden een vast
                                agendapunt is. Problemen en knelpunten kunnen hier worden
                                besproken.</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>