<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR339087_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Vught 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Vught</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vught</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-63452.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26dpr%3dAlle%26spd%3d20141110%26epd%3d20141110%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dVught%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=0&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">GVOP</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Vught 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0035362">Wet maatschappelijke ondersteuning 2015</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Nieuwe regeling</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Nieuwe regeling</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-7564</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Vught 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt
                                verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>Algemeen gebruikelijke
                                            voorziening:</cursief> een voorziening die niet speciaal
                                        bedoeld is voor mensen met een beperking, die algemeen
                                        verkrijgbaar is en die niet – aanzienlijk – duurder is dan
                                        vergelijkbare producten.</al></li><li nr="b."><al><cursief>Bijdrage: </cursief>bijdrage in de kosten als
                                        bedoeld in artikel 2.1.4 van de wet.</al></li><li nr="c."><al><cursief>Budgetplan: </cursief>een overzicht van de door de
                                        cliënt voorgenomen besteding van het te verlenen
                                        persoonsgebonden budget.</al></li><li nr="d."><al><cursief>Collectieve voorziening:</cursief> een
                                        maatwerkvoorziening die individueel wordt verstrekt maar
                                        door meerdere personen tegelijk gebruikt kan worden.</al></li><li nr="e."><al><cursief>College:</cursief> Het college van burgemeester en
                                        wethouders van de gemeente Vught.</al></li><li nr="f."><al><cursief>Gebruikelijke hulp: </cursief>de hulp die naar
                                        algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden
                                        verwacht van huisgenoten. </al></li><li nr="g."><al><cursief>Hoofdverblijf: </cursief>de woonruimte, bestemd en
                                        geschikt voor permanente bewoning, waar de cliënt zijn of
                                        haar vaste woon- en verblijfplaats heeft en op welk adres de
                                        cliënt in de basisregistratie personen staat ingeschreven of
                                        zal staan ingeschreven, dan wel het feitelijk
                                        woonadres;</al></li><li nr="h."><al><cursief>Huisgenoot</cursief>: iedere persoon met het
                                        hoofdverblijf op hetzelfde adres als de cliënt of het
                                        hoofdverblijf op hetzelfde perceel.</al></li><li nr="i."><al><cursief>Maatwerkvoorziening:</cursief> de
                                        maatwerkvoorziening als omschreven in artikel 1.1.1 van de
                                        wet, te verstrekken als voorziening in natura of in de vorm
                                        van een persoonsgebonden budget</al></li><li nr="j."><al><cursief>Mantelzorger</cursief>: een persoon die mantelzorg
                                        in de zin van artikel 1.1.1. van de wet biedt.</al></li><li nr="k."><al><cursief>Melding: </cursief>Melding als bedoeld in artikel
                                        2.3.2 eerste lid van de wet.</al></li><li nr="l."><al><cursief>Persoonlijk plan </cursief>Persoonlijk plan als
                                        bedoeld in artikel 2.3.2 tweede lid van de wet.</al></li><li nr="m."><al><cursief>Voorliggende voorziening:</cursief> een voorziening
                                        op grond van een wettelijke bepaling die, gezien haar aard
                                        en doel, wordt geacht voor de cliënt toereikend en passend
                                        te zijn.</al></li><li nr="n."><al><cursief>Wet: </cursief>Wet maatschappelijke ondersteuning
                                        2015 (Wmo 2015).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, het
                                Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en de Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Procedureregels</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Melding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De melding kan worden gedaan door of namens de cliënt bij het
                                Wmo-loket van de gemeente of het sociale wijkteam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De melding kan schriftelijk, mondeling, telefonisch, per e-mail of
                                via de website van de gemeente worden gedaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk en
                                geeft de cliënt zeven dagen de tijd een persoonlijk plan in te
                                leveren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Cliëntondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt ervoor dat ingezetenen een beroep kunnen doen op
                                onafhankelijke cliëntondersteuning, waarbij het belang van de cliënt
                                uitgangspunt is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college wijst cliënten die een melding doen als bedoeld in
                                artikel 2.1 erop dat zij zich gedurende de procedure desgewenst
                                kunnen laten bijstaan door een onafhankelijke
                                cliëntondersteuner.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verzamelt alle bij de gemeente bekende en voor het
                                onderzoek nodige gegevens over de cliënt en maakt vervolgens een
                                afspraak voor een gesprek. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college vraagt voor het gesprek aan de cliënt alle overige
                                gegevens en bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn en waarover
                                hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen, te verschaffen.
                                Hiertoe behoort in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld
                                in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, tenzij het
                                college daarover reeds beschikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Het onderzoeksverslag</titel></kop><al>Het college verstrekt de cliënt of diens vertegenwoordiger een
                            schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een maatwerkvoorziening moet schriftelijk
                                plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een schriftelijke aanvraag wordt ingediend door middel van een door
                                het college vastgesteld aanvraagformulier of ondertekend
                                onderzoeksverslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Medewerkingsverplichting cliënt en huisgenoten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is in ieder geval bevoegd om, voor zover dit van belang
                                kan zijn voor de beoordeling van de aanspraak op een
                                maatwerkvoorziening:</al><lijst><li nr="a."><al>de cliënt, en bij gebruikelijke hulp diens relevante
                                        huisgenoten, op te roepen in persoon te verschijnen op een
                                        door het college te bepalen plaats en tijdstip en hem te
                                        bevragen.</al></li><li nr="b."><al>de cliënt, en bij gebruikelijke hulp diens relevante
                                        huisgenoten, op een door het college te bepalen plaats en
                                        tijdstip door een of meer daartoe aangewezen deskundigen te
                                        laten bevragen en/of onderzoeken</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De cliënt en diens huisgenoten zijn verplicht medewerking te
                                verlenen aan de oproep als bedoeld in het eerste lid onder a en de
                                bevraging en/of onderzoek als bedoeld in het eerste lid onder
                                b.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7</nr><titel>Advisering</titel></kop><al>Het college is bevoegd om, indien dit van belang kan zijn voor de
                            beoordeling van de aanspraak op een maatwerkvoorziening, zich te laten
                            adviseren door een daartoe aangewezen instantie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8</nr><titel>Beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In de beschikking tot het verstrekken van een maatwerkvoorziening in
                                natura wordt in ieder geval vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde
                                        resultaat daarvan is;</al></li><li nr="b."><al>wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is;</al></li><li nr="c."><al>hoe de voorziening wordt verstrekt;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de beschikking tot het verstrekken van een maatwerkvoorziening in
                                de vorm van een persoonsgebonden budget wordt in ieder geval
                                vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>voor welk resultaat het persoonsgebonden budget moet worden
                                        aangewend, eventueel aangevuld met een programma van eisen
                                        waaraan bij besteding voldaan moet worden;</al></li><li nr="b."><al>welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het
                                        persoonsgebonden budget;</al></li><li nr="c."><al>wat de hoogte van het persoonsgebonden budget is en hoe
                                        hiertoe is gekomen;</al></li><li nr="d."><al>wat de duur is van de verstrekking waarvoor het
                                        persoonsgebonden budget is bedoeld, en</al></li><li nr="e."><al>de wijze van verantwoording van de besteding van het
                                        persoonsgebonden budget.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als sprake is van een te betalen bijdrage, wordt de cliënt daarover
                                in de beschikking geïnformeerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9</nr><titel>Nadere procedureregels</titel></kop><al>Het college kan nadere regels stellen over de wijze waarop wordt
                            vastgesteld of een cliënt voor een maatwerkvoorziening in aanmerking
                            komt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Beoordeling van de aanspraak</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Criteria voor een maatwerkvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het beoordelen van de aanspraak voor een maatwerkvoorziening
                                welke voorzieningen getroffen gaan worden, neemt het college het
                                onderzoeksverslag, indien aanwezig, als uitgangspunt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er bestaat slechts aanspraak op een maatwerkvoorziening voor
                                zover:</al><lijst><li nr="a."><al>deze noodzakelijk is om de cliënt in staat te stellen tot
                                        zelfredzaamheid en/of participatie; </al></li><li nr="b."><al>deze als de goedkoopst adequate voorziening aan te merken
                                        is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college verstrekt een maatwerkvoorziening indien de cliënt niet
                                of niet volledig in staat is tot zelfredzaamheid of participatie
                                door gebruik te maken van:</al><lijst><li nr="a."><al>eigen kracht; en/of</al></li><li nr="b."><al>gebruikelijke hulp; en/of</al></li><li nr="c."><al>mantelzorg; en/of</al></li><li nr="d."><al>hulp van andere personen uit het sociale netwerk; en/of</al></li><li nr="e."><al>algemene voorzieningen; en/of</al></li><li nr="f."><al>het verrichten van maatschappelijk nuttige
                                        activiteiten.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Algemene weigeringsgronden</titel></kop><al>Geen aanspraak op een maatwerkvoorziening bestaat voor een cliënt die
                            beperkingen ondervindt in het normale gebruik van de woning en/of het
                            zich verplaatsen in en om de woning:</al><lijst><li nr="a."><al>indien sprake is van een woonvoorziening in woongebouwen die
                                    specifiek gericht zijn op mensen met beperkingen en waarvan
                                    verwacht mag worden datreeds voorzieningen zijn getroffen in de
                                    gemeenschappelijke ruimten; ofvoorzieningen bij nieuwbouw of
                                    renovatie zonder noemenswaardige meerkosten kunnen worden
                                    meegenomen;</al></li><li nr="b."><al>indien de maatwerkvoorziening betrekking heeft op voorzieningen
                                    in gemeenschappelijke ruimten anders dan automatische
                                    deuropeners, hellingbanen en extra trapleuningen, verbrede
                                    toegangsdeuren, vlonders en een opstelplaats voor de
                                    rolstoel.</al></li><li nr="c."><al>indien de cliënt niet zijn hoofdverblijf heeft in de woning ten
                                    behoeve waarvan de maatwerkvoorziening wordt aangevraagd.</al></li><li nr="d."><al>indien de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de
                                    woning voortvloeien uit de aard van in de woning gebruikte
                                    materialen of de slechte staat van onderhoud.</al></li><li nr="e."><al>indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar
                                    beperkingen op dat moment beschikbare, meest geschikte woning,
                                    tenzij er voorafgaand aan de verhuizing schriftelijk toestemming
                                    is verleend door het college.</al></li><li nr="f."><al>indien de noodzaak tot het treffen van een voorziening het
                                    gevolg is van achterstallig onderhoud aan de woning.</al></li><li nr="g."><al>indien de voorziening slechts strekt ter renovatie of ter
                                    aanpassing aan de eisen van de tijd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Bijzondere weigeringsgronden in verband met wonen</titel></kop><al>Geen aanspraak op een maatwerkvoorziening bestaat voor een cliënt die
                            beperkingen ondervindt in het normale gebruik van de woning en/of het
                            zich verplaatsen in en om de woning:</al><lijst><li nr="a."><al>indien sprake is van een woonvoorziening in woongebouwen die
                                    specifiek gericht zijn op mensen met beperkingen en waarvan
                                    verwacht mag worden dat</al><lijst><li nr="1."><al>reeds voorzieningen zijn getroffen in de
                                            gemeenschappelijke ruimten; of</al></li><li nr="2."><al>voorzieningen bij nieuwbouw of renovatie zonder
                                            noemenswaardige meerkosten kunnen worden
                                            meegenomen;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>indien de maatwerkvoorziening betrekking heeft op voorzieningen
                                    in gemeenschappelijke ruimten anders dan automatische
                                    deuropeners, hellingbanen en extra trapleuningen, verbrede
                                    toegangsdeuren, vlonders en een opstelplaats voor de
                                    rolstoel.</al></li><li nr="c."><al>indien de cliënt niet zijn hoofdverblijf heeft in de woning ten
                                    behoeve waarvan de maatwerkvoorziening wordt aangevraagd.</al></li><li nr="d."><al>indien de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de
                                    woning voortvloeien uit de aard van in de woning gebruikte
                                    materialen of de slechte staat van onderhoud.</al></li><li nr="e."><al>indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar
                                    beperkingen op dat moment beschikbare, meest geschikte woning,
                                    tenzij er voorafgaand aan de verhuizing schriftelijk toestemming
                                    is verleend door het college.</al></li><li nr="f."><al>indien de noodzaak tot het treffen van een voorziening het
                                    gevolg is van achterstallig onderhoud aan de woning.</al></li><li nr="g."><al>indien de voorziening slechts strekt ter renovatie of ter
                                    aanpassing aan de eisen van de tijd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Omvang maatwerkvoorziening voor vervoer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een te verstrekken maatwerkvoorziening voor vervoer ter compensatie
                                van de beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie stelt de
                                cliënt in staat zich lokaal te verplaatsen met een omvang van
                                maximaal 1500 tot 2000 kilometer per jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van lid 1 geldt een maximum van 800 zones bij
                                verstrekking van een maatwerkvoorziening bestaande uit collectief
                                vervoer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5</nr><titel>Primaat van voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening geldt het primaat
                                van de collectieve voorziening, zoals het collectief vervoer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening ter compensatie van
                                de beperkingen bij normale gebruik van de woning en het zich
                                verplaatsen in de woning geldt het primaat van verhuizen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>persoonsgebonden budget</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Hoogte persoonsgebonden budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van een persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen en
                                woningaanpassingen bedraagt in ieder geval niet meer dan de huur-
                                dan wel aanschafprijs van de goedkoopst adequate voorziening,
                                waaronder gerekend onderhoud, reparatie en verzekering, zoals die
                                door het college aan de aanbieder verschuldigd is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels vaststellen over de wijze waarop de
                                hoogte van een persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen en
                                woningaanpassingen wordt bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoogte van een persoonsgebonden budget voor diensten wordt
                                afgeleid van de tarieven waarvoor het college deze diensten heeft
                                gecontracteerd dan wel kan afnemen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels vast over de hoogte van het
                                persoonsgebonden budget bij diensten waaronder in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de gedifferentieerde tarieven tussen aanbieders waarbij
                                        rekening wordt gehouden met overheadkosten;</al></li><li nr="b."><al>de tarieven van het persoonsgebonden budget welke mag worden
                                        uitbetaald aan een persoon die behoort tot het sociale
                                        netwerk van de cliënt;</al></li><li nr="c."><al>de tarieven bedoeld onder b zijn in ieder geval lager dan de
                                        tarieven genoemd onder a.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het persoonsgebonden budget moet in ieder geval toereikend zijn om
                                maatschappelijke ondersteuning in te kunnen kopen welke voldoet aan
                                de kwaliteit met betrekking tot het doel waarvoor het
                                persoonsgebonden budget wordt verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Criteria persoonsgebonden budget</titel></kop><al>Het college weigert de verlening van een persoonsgebonden budget
                            indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de cliënt geen volledig ingevuld budgetplan heeft overgelegd
                                    volgens het door het college vastgestelde model;</al></li><li nr="b."><al>de cliënt weigert het budgetplan desgevraagd met het college te
                                    bespreken of, na voor zulk een gesprek te zijn opgeroepen,
                                    zonder geldige reden niet verschijnt;</al></li><li nr="c."><al>de cliënt, of, indien de cliënt jonger is dan 18 jaar, één van
                                    diens ouders of voogden, surseance van betaling heeft
                                    aangevraagd of failliet is verklaard;</al></li><li nr="d."><al>ten aanzien van de cliënt of, indien de cliënt jonger is dan 18
                                    jaar, ten aanzien van één van diens ouders of voogden, de
                                    schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is
                                    verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is
                                    ingediend;</al></li><li nr="e."><al>de cliënt zich niet heeft gehouden aan bij de verstrekking van
                                    een eerder persoonsgebonden budget opgelegde
                                    verplichtingen;</al></li><li nr="f."><al>naar het oordeel van het college onvoldoende aannemelijk is dat
                                    met het persoonsgebonden budget zal worden voorzien in
                                    toereikende zorg van goede kwaliteit;</al></li><li nr="g."><al>het ernstige vermoeden bestaat dat de cliënt problemen zal
                                    hebben met het omgaan met een persoonsgebonden budget.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Bijdrage in de kosten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Maatwerkvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De cliënt is een bijdrage verschuldigd voor een
                                maatwerkvoorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bijdrage voor een maatwerkvoorziening wordt vastgesteld conform
                                het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een maatwerkvoorziening wordt verstrekt ten behoeve van een
                                woningaanpassing voor een minderjarige cliënt, is de bijdrage
                                verschuldigd door:</al><lijst><li nr="a."><al>de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene
                                        tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk
                                        Wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en</al></li><li nr="b."><al>degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag
                                        uitoefent over een cliënt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Algemene voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De cliënt kan bij het gebruik van een algemene voorziening, met
                                uitzondering van cliëntondersteuning, een bijdrage verschuldigd
                                zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt in nadere regels de omvang van bijdrage vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr><titel>Kostprijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kostprijs van een voorziening in natura is gelijk aan de prijs
                                waarvoor het college de voorziening in natura betrekt van een
                                leverancier/aanbieder, inclusief de reparatie-, verzekerings- en
                                onderhoudskosten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kostprijs van een persoonsgebonden budget is gelijk aan het
                                bedrag van het persoonsgebonden budget.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Beëindiging, herziening, intrekking en terugvordering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Beëindiging</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Het college kan, onverminderd artikel 2.3.10 van de wet, een
                                    toegekende aanspraak op een maatvoorziening geheel of
                                    gedeeltelijk beëindigen, indien: niet wordt voldaan aan de
                                    voorwaarden gesteld bij of krachtens de wet of de verordening;
                                </al></li><li nr="b."><al>de cliënt wordt opgenomen in een instelling in de zin van de Wet
                                    toelating zorginstellingen ;</al></li><li nr="c."><al>de cliënt zich niet houdt aan de verplichtingen van het gebruik,
                                    verantwoording en administratie van de voorziening; </al></li><li nr="d."><al>de cliënt is overleden.</al></li><li nr="e."><al>de cliënt geen ingezetene meer is van de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Herziening en intrekking</titel></kop><al>Het college kan, onverminderd artikel 2.3.10 van de wet, een besluit tot
                            toekenning van een aanspraak op een maatwerkvoorziening geheel of
                            gedeeltelijk herzien of intrekken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet is voldaan aan hetgeen is gesteld bij of krachtens de wet
                                    of deze verordening.</al></li><li nr="b."><al>de cliënt de maatwerkvoorziening binnen zes maanden na
                                    toekenning niet heeft aangewend voor het resultaat waarvoor de
                                    maatwerkvoorziening is getroffen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><al>Het college kan, onverminderd artikel 2.4.1 van de wet, indien de
                            aanspraak op een voorziening is herzien of ingetrokken:</al><lijst><li nr="a."><al>het ten onrechte genoten betaalde persoonsgebonden budget
                                    terugvorderen;</al></li><li nr="b."><al>de geldwaarde van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening in
                                    natura terugvorderen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Jaarlijkse blijk van waardering voor mantelzorgers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1</nr><titel>Jaarlijkse blijk van waardering</titel></kop><al>Het college stelt, na overleg met de Wmo Adviesraad en het Steunpunt
                            Mantelzorg, nadere regels vast over waaruit de jaarlijkse blijk van
                            waardering voor mantelzorgers van cliënten in de gemeente bestaat.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Bestrijding misbruik of oneigenlijk gebruik</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1</nr><titel>Fraudepreventie</titel></kop><al>Het college informeert cliënten over de rechten en plichten die aan het
                            ontvangen van een maatwerkvoorziening zijn verbonden en over de
                            consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.2</nr><titel>Controle</titel></kop><al>Het college doet onderzoek naar de rechtmatigheid van de
                            maatwerkvoorziening indien er een vermoeden bestaat van misbruik dan wel
                            oneigenlijk gebruik van de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college kan ten aanzien van het bepaalde in dit hoofdstuk nadere
                            regels stellen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Kwaliteit</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.1</nr><titel>Kwaliteitseisen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen,
                                    eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten
                                    daaronder begrepen, door in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke
                                            situatie van de cliënt;</al></li><li nr="b."><al>het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van
                                            zorg;</al></li><li nr="c."><al>erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun
                                            werkzaamheden in het kader van het leveren van
                                            voorzieningen handelen in overeenstemming met de
                                            professionele standaard;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan nadere regels vaststellen over welke verdere
                                    eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen
                                    met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten
                                    daaronder begrepen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.2</nr><titel>Prijs-kwaliteitverhouding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college houdt, in het belang van een goede
                                prijs-kwaliteitverhouding, bij het leveren van diensten door derden
                                in ieder geval rekening met:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en omvang van de te verrichten taken en/of de te
                                        leveren voorzieningen;</al></li><li nr="b."><al>de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot
                                        de zwaarte van de functie;</al></li><li nr="c."><al>een redelijke toeslag voor overheadkosten;</al></li><li nr="d."><al>een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het
                                        personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en
                                        werkoverleg, en</al></li><li nr="e."><al>kosten voor bijscholing van het personeel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college houdt, in het belang van een goede
                                prijs-kwaliteitverhouding, bij het leveren van overige voorzieningen
                                door derden in ieder geval rekening met:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en omvang van de te leveren voorziening;</al></li><li nr="b."><al>de marktprijs van de voorziening, en</al></li><li nr="c."><al>de eventuele extra taken die in verband met de voorziening
                                        van de leverancier worden gevraagd, zoals:</al><lijst><li nr="1."><al>aanmeten, levering en plaatsing van de
                                                voorziening;</al></li><li nr="2."><al>instructie over het gebruik van de voorziening;</al></li><li nr="3."><al>onderhoud van de voorziening; en</al></li><li nr="4."><al>verplichte deelname in bepaalde
                                                samenwerkingsverbanden (bijv. sociaal
                                                wijkteams).</al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>10</nr><titel>Klachtenafhandeling en medezeggenschap</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.1</nr><titel>Regeling voor klachtenafhandeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college regelt dat de aanbieder, waar nodig naar het oordeel van
                                het college, een regeling voor klachtenafhandeling heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op
                                de naleving van de klachtregelingen van aanbieders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.2</nr><titel>Regeling voor medezeggenschap</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college regelt dat de aanbieder, waar nodig naar het oordeel van
                                het college, een regeling voor medezeggenschap heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op
                                de naleving van de medezeggenschapsregeling van aanbieders.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>11</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.1</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken
                            van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de
                            verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.2</nr><titel>Indexering</titel></kop><al>Het college kan de in het kader van deze verordening en het op deze
                            verordening berustende Besluit nadere regels [naam] geldende bedragen
                            verhogen of verlagen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.3</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><al>Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt eenmaal per jaar
                            geëvalueerd. Indien de</al><al>evaluatie daartoe aanleiding geeft wordt het beleid vervolgens
                            aangepast. Het college zendt hiertoe jaarlijks na de inwerkingtreding
                            van de verordening aan de gemeenteraad een verslag over de
                            doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.4</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verordening voorzieningen Wmo gemeente Vught 2012 wordt
                                ingetrokken met de inwerkingtreding van deze verordening, met dien
                                verstande dat zij van toepassing blijft ten aanzien van op grond van
                                de Wmo en de verordening voorzieningen Wmo gemeente Vught 2012
                                genomen besluiten tot het college een nieuw besluit op grond van de
                                Wmo 2015 en deze verordening heeft genomen, maar uiterlijk tot 1
                                januari 2016.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvragen die zijn ingediend onder de verordening voorzieningen Wmo
                                gemeente Vught 2012 en waarop nog niet is beslist bij het in werking
                                treden van deze verordening, worden afgehandeld op grond van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bezwaarschriften die zijn ingediend tegen op grond van de Wmo en de
                                verordening voorzieningen Wmo gemeente Vught 2012 genomen besluiten,
                                worden afgehandeld op grond van de Wmo en de verordening
                                voorzieningen Wmo gemeente Vught 2012.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.5</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening maatschappelijke
                            ondersteuning gemeente Vught 2015”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Vughtin zijn openbare
                            vergadering van 2 oktober 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter</ondertekening><ondertekening>R.J. van de Mortel</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de raadsgriffier</ondertekening><ondertekening>Mw. K.I. Goossens</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel>Toelichting </titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Vught/i243950.pdf">Toelichting</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>