<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR338590_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening leerlingenvervoer gemeente Dalfsen 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dalfsen</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-10-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dalfsen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-64827.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26vrt%3ddalfsen%26zkd%3dInDeGeheleText%26dpr%3dAlle%26spd%3d20141114%26epd%3d20141114%26sdt%3dDatumPublicatie%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=1&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad 13-11-2014, nr. 64827</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening leerlingenvervoer gemeente Dalfsen 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003420&amp;artikel=4">Wet op het primair onderwijs, artikel 4</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003549&amp;artikel=4">Wet op de expertisecentra, artikel 4</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0002399&amp;artikel=4">Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 4</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-11-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-08-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>02-09-2014, nummer 239</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Beleidsregels leerlingenvervoer</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening leerlingenvervoer gemeente Dalfsen 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Dalfsen;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 9 september 2014,
                        nummer 239;</al><al>overwegende dat op 1 augustus 2014 het passend onderwijs van start is
                        gegaan, de gewenste vereenvoudiging van de verordening en de redelijkerwijs
                        van ouders te verwachten inzet;</al><al>gelet op de artikelen 4 van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de
                        expertisecentra en de</al><al>Wet op het voortgezet onderwijs;</al><al>b e s l u i t:</al><al>vast te stellen <vet>“Verordening leerlingenvervoer gemeente Dalfsen
                            2014”</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>aangepast vervoer: vervoer per besloten (school)busvervoer,
                                        taxi, taxibus, treintaxi of bustaxi;</al></li><li nr="b."><al>afstand: afstand tussen de woning en de school, gemeten
                                        langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en
                                        veilige weg;</al></li><li nr="c."><al>begeleider: ouder of persoon die door de ouders wordt
                                        ingezet om de leerling tijdens het vervoer te
                                        begeleiden;</al></li><li nr="d."><al>commissie van onderzoek: commissie als bedoeld in artikel
                                        41, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra;</al></li><li nr="e."><al>commissie voor de begeleiding: commissie als bedoeld in
                                        artikel 40b van de Wet op de expertisecentra; </al></li><li nr="f."><al>eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig of
                                        fiets;</al></li><li nr="g."><al>inkomen: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, aanhef
                                        en onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, in
                                        het peiljaar, bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de Wet
                                        op het primair onderwijs;</al></li><li nr="h."><al>leerling: leerling van een school als bedoeld in dit
                                        artikel;</al></li><li nr="i."><al>ondersteuningsplan:</al><al>1°. voor het primair onderwijs: ondersteuningsplan als
                                        bedoeld in artikel 18a, zevende tot en met tiende lid, van
                                        de Wet op het primair onderwijs; of</al><al>2°. voor het voortgezet onderwijs: ondersteuningsplan als
                                        bedoeld in artikel 17a, zevende tot en met tiende lid, van
                                        de Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li></lijst><lijst><li nr="j."><al>opdc: orthopedagogisch en -didactisch centrum als bedoeld in
                                        artikel 17a, lid 10a, van de Wet op het voortgezet
                                        onderwijs;</al></li><li nr="k."><al>openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer
                                        per bus, trein, metro, tram, veerdienst of auto;</al></li><li nr="l."><al>opstapplaats: plaats aangewezen door het college, vanaf waar
                                        de leerling gebruik kan maken van het vervoer;</al></li><li nr="m."><al>ouders: ouders, voogden of verzorgers van de leerling;</al></li><li nr="n."><al>regionale verwijzingscommissie: commissie als bedoeld in
                                        artikel 10g van de Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="o."><al>reistijd: totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van
                                        de woning en de aanvang van de schooldag volgens de
                                        schoolgids, minus maximaal 10 minuten, indien en voor zover
                                        de leerling het schoolgebouw met bijbehorend terrein
                                        gewoonlijk eerder bereikt dan de schoolgids aangeeft, dan
                                        wel de totale tijdsduur die ligt tussen het einde van de
                                        schooldag volgens de schoolgids en de aankomst bij de
                                        woning, plus een eventuele wachttijd voor het openbaar
                                        vervoer of maximaal 10 minuten bij gebruikmaking van
                                        aangepast vervoer;</al></li><li nr="p."><al>samenwerkingsverband:</al><al>1°. voor het primair onderwijs: samenwerkingsverband als
                                        bedoeld in artikel 18a, tweede en vijftiende lid, van de Wet
                                        op het primair onderwijs; of </al><al>2°. voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband als
                                        bedoeld in artikel 17a, tweede en zestiende lid, van de Wet
                                        op het voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="q."><al>school: </al><al>1°.basisschool of speciale school voor basisonderwijs als
                                        bedoeld in de Wet op het primair onderwijs;</al><al>2°. school voor speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet
                                        speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs als
                                        bedoeld in de Wet op de expertisecentra; of</al><al>3°. school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet
                                        op het voortgezet onderwijs;</al></li></lijst><lijst><li nr="r."><al>stage: praktische leertijd bij de beroepsopleiding;</al></li><li nr="s."><al>toegankelijke school: school waarop de leerling is
                                        aangewezen van de verlangde godsdienstige of
                                        levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare
                                        school;</al></li><li nr="t."><al>vervoer: openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen
                                        vervoer tussen de woning dan wel de opstapplaats en de
                                        school dat plaatsvindt in aansluiting op het begin en einde
                                        van de schooldag volgens de schoolgids, tenzij de
                                        structurele handicap van een leerplichtige leerling die
                                        aansluiting onmogelijk maakt;</al></li><li nr="u."><al>vervoersvoorziening: </al><al>1°. bekostiging van de goedkoopst mogelijke wijze van
                                        openbaar vervoer en/of fiets voor de leerling en zo nodig
                                        diens begeleider; </al><al>2°. aanbieding van aangepast vervoer dat de gemeente
                                        verzorgt of doet verzorgen; of</al><al>3°. gehele of gedeeltelijke bekostiging van de door het
                                        college noodzakelijk geachte vervoerkosten van de leerling
                                        en zo nodig diens begeleider;</al></li><li nr="v."><al>woning: plaats waar de leerling structureel en feitelijk
                                        verblijft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>De door het college noodzakelijk te achten
                                    vervoersvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor schoolbezoek van in de gemeente verblijvende leerlingen
                                    kent het college aan de ouders op aanvraag een
                                    vervoersvoorziening toe met inachtneming van het bepaalde in
                                    deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college toepassing geeft aan het eerste lid, verlangt
                                    zij van de ouders aan wie slechts een gedeeltelijke bekostiging
                                    van de vervoerskosten toekomt, betaling van een bijdrage tot ten
                                    hoogste het bedrag dat de ouders volgens het bepaalde in deze
                                    verordening moeten bijdragen aan de kosten van het vervoer.
                                    Weigering tot of nalatigheid in de betaling van de in de vorige
                                    volzin bedoelde bijdrage doet de aanspraak op de
                                    vervoersvoorziening vervallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bepalingen in deze verordening laten onverlet de
                                    verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun
                                    kinderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, wordt
                                    de vervoersvoorziening op aanvraag verstrekt aan de
                                    leerling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke
                                    school</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen
                                    de woning dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de
                                    leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder
                                    weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee
                                    zou brengen en de ouders met het vervoer naar die school
                                    schriftelijk instemmen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien ouders een vervoersvoorziening aanvragen voor het
                                    bezoeken van een school, die op grotere afstand van de woning is
                                    gelegen dan een andere school van dezelfde onderwijssoort,
                                    ontstaat slechts aanspraak op een vervoersvoorziening naar
                                    eerstgenoemde school als door de ouders schriftelijk wordt
                                    verklaard dat zij overwegende bezwaren hebben tegen het openbaar
                                    onderwijs dan wel tegen de richting van het onderwijs van alle
                                    bijzondere scholen, van de soort waarop de leerling is
                                    aangewezen, die dichterbij de woning zijn gelegen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij de beoordeling van de aanvraag van een
                                    vervoersvoorziening het ondersteuningsplan betrekken, zoals dat
                                    is vastgesteld door het samenwerkingsverband na overleg met het
                                    college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Toekenning vervoersvoorziening</titel></kop><al>Het college bepaalt bij de toekenning van de vervoersvoorziening de
                                wijze en het tijdstip van de verstrekking dan wel de uitbetaling,
                                alsmede de tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Aanvraagprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt gedaan door
                                    indiening bij het college van een volledig ingevuld en door de
                                    ouders ondertekend formulier, voorzien van de op het formulier
                                    vermelde gegevens.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag
                                    noodzakelijk is, kan het college de ouders verzoeken aanvullende
                                    gegevens te verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na
                                    ontvangst van alle benodigde gegevens.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan het in het vorige lid bedoelde besluit met ten
                                    hoogste vier weken verdagen. Het stelt de aanvrager hiervan
                                    schriftelijk in kennis.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien een vervoersvoorziening wordt toegekend geldt deze:</al><lijst><li nr="a."><al>wanneer het een bekostiging betreft, met ingang van de
                                            door de ouders verzochte datum, met dien verstande dat
                                            de datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de
                                            aanvraag;</al></li><li nr="b."><al>wanneer het aanbieding van aangepast vervoer betreft,
                                            met ingang van een datum die zo mogelijk aansluit bij de
                                            door de ouders verzochte datum.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij het besluit op de aanvraag, herziening of beëindiging houdt
                                    het college rekening met de van ouders en leerlingen
                                    redelijkerwijs te vergen inzet voor het dagelijks bereiken van
                                    de school.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Doorgeven van wijzigingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ouders zijn verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen
                                    zijn op de toegekende vervoersvoorziening, onder vermelding van
                                    de datum van wijziging, direct mede te delen aan het
                                    college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien sprake is van een wijziging die van invloed is op de
                                    toegekende vervoersvoorziening, vervalt de aanspraak daarop en
                                    kent het college al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening
                                    toe.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de ouders niet voldoen aan het bepaalde in het eerste
                                    lid, en het college een wijziging als bedoeld in het tweede lid
                                    vaststelt, waardoor blijkt dat ten onrechte een
                                    vervoersvoorziening is verstrekt, vervalt de aanspraak op de
                                    vervoersvoorziening terstond en kent het college al dan niet
                                    opnieuw een vervoersvoorziening toe. Het college deelt zijn
                                    besluit schriftelijk mee aan de ouders.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ten onrechte genoten bekostiging kan van de ouders worden
                                    teruggevorderd, dan wel worden verrekend bij een eventuele nieuw
                                    verstrekte vervoersvoorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Peildatum leeftijd leerling</titel></kop><al>Voor het toekennen van een vervoersvoorziening op basis van artikel
                                11 is bepalend de leeftijd van de leerling op 1 augustus van het
                                schooljaar waarop de voorziening betrekking heeft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Andere vergoedingen</titel></kop><al>De aanspraak op een toelage, voor zover die voor de betreffende
                                leerling betrekking heeft op de reiskosten, wordt op een bekostiging
                                in mindering gebracht, dan wel als eigen bijdrage in rekening
                                gebracht. </al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor
                                primair onderwijs</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Algemene bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van
                                    scholen voor primair onderwijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder school:</al><lijst><li nr="a."><al>een basisschool of speciale school voor basisonderwijs
                                            als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; of</al></li><li nr="b."><al>een school voor speciaal onderwijs of een school voor
                                            speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in
                                            de Wet op de expertisecentra. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze paragraaf is niet van toepassing op leerlingen van scholen
                                    voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs die voortgezet
                                    onderwijs volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 wordt een
                                    vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning
                                    dan wel de opstapplaats en:</al><lijst><li nr="a."><al>de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke
                                            speciale school voor basisonderwijs in het
                                            samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de
                                            leerling afkomstig is, of</al></li><li nr="b."><al>een andere speciale school voor basisonderwijs in het
                                            onder a bedoelde samenwerkingsverband, indien het
                                            vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten
                                            met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de
                                            speciale school voor basisonderwijs, bedoeld onder
                                            a.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan bij de beoordeling van de aanvraag voor
                                    leerlingenvervoer eventuele (vervoers)adviezen van deskundigen
                                    betrekken die voor de beoordeling van die aanvraag van belang
                                    zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per
                                    fiets</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een
                                    school zoals bedoeld onder artikel 9 bezoekt bekostiging op
                                    basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien de afstand
                                    van de woning naar de dichtstbijzijnde voor hem toegankelijke
                                    school meer dan zes km bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid verstrekt het college de ouders
                                    bekostiging op basis van vervoer per fiets indien de leerling
                                    naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding,
                                    gebruik kan maken van het vervoer per fiets.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per
                                    fiets ten behoeve van een begeleider</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een
                                    school zoals bedoeld onder artikel 9 bezoekt bekostiging op
                                    basis van de kosten van het openbaar vervoer of vervoer per
                                    fiets van de leerling en een begeleider indien:</al><lijst><li nr="a."><al>aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in
                                            artikel 10 en de leerling jonger de negen jaar is, en
                                            door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam
                                            wordt aangetoond dat de leerling niet in staat is
                                            zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik
                                            te maken, of</al></li><li nr="b."><al>de leerling door een structurele lichamelijke,
                                            verstandelijke of zintuiglijke handicap niet zelfstandig
                                            van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan
                                            maken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt,
                                    komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één
                                    begeleider voor bekostiging in aanmerking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van
                                    aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school
                                    zoals bedoeld onder artikel 9 bezoekt, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de
                                            artikelen 10 of 11 en de leerling met gebruikmaking van
                                            openbaar vervoer naar school of terug, meer dan
                                            anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast
                                            vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar
                                            vervoer kan worden teruggebracht;</al></li><li nr="b."><al>aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de
                                            artikelen 10 of 11 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij
                                            de leerling naar het oordeel van het college al dan niet
                                            onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per
                                            fiets;</al></li><li nr="c."><al>aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in
                                            artikel 10 en 11 en sprake is van het speciaal
                                            basisonderwijs of speciaal onderwijs en indien met de
                                            begeleiding van de leerling tussen woning en school en
                                            vice versa (inclusief eventuele wachttijd) naar
                                            objectieve maatstaven gemeten meer dan 3 uur per dag is
                                            gemoeid;</al></li><li nr="d."><al>aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in
                                            artikel 11 en door de ouders genoegzaam wordt aangetoond
                                            dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen
                                            onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het
                                            gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk
                                            is; of</al></li><li nr="e."><al>de leerling, naar het oordeel van het college, gelet op
                                            zijn structurele lichamelijke, verstandelijke of
                                            zintuiglijke handicap niet in staat is – ook niet onder
                                            begeleiding –van openbaar vervoer gebruik te maken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien begeleiding in het aangepast vervoer vereist is, vergoedt
                                    het college geen andere kosten dan de vervoerskosten welke
                                    verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het
                                    aangepast vervoer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het
                                    college de ouders op aanvraag toestaan één of meer leerlingen
                                    zelf te vervoeren of te laten vervoeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is
                                    verleend, bekostigt het college aan de ouders die een leerling
                                    zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren:</al><lijst><li nr="a."><al>een bedrag op basis van de kosten van het openbaar
                                            vervoer, indien aanspraak zou bestaan op bekostiging op
                                            basis van de kosten van het openbaar vervoer, behoudens
                                            het bepaalde in het vijfde lid; of</al></li><li nr="b."><al>een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de
                                            auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland, indien
                                            aanspraak zou bestaan op een voorziening in de vorm van
                                            aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde
                                            lid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is
                                    verleend, bekostigt het college aan de ouders die meer dan een
                                    leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een
                                    bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto
                                    afgeleid van de Reisregeling binnenland, behoudens het bepaalde
                                    in het vierde lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door
                                    andere ouders die van gemeentewege voor het vervoer van een of
                                    meer leerlingen bekostiging ontvangen, afgeleid van de
                                    Reisregeling binnenland, wordt door het college een bekostiging
                                    verstrekt voor de meerkosten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening en het
                                    college desgewenst toestaat, dan wel van oordeel is, dat de
                                    leerling gebruik kan maken van het vervoer per fiets, bekostigt
                                    het college aan de ouders een bedrag op basis van een
                                    kilometervergoeding voor de fiets, afgeleid van de Reisregeling
                                    binnenland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Drempelbedrag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de ouders van een leerling die een school voor
                                    basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs, zoals
                                    bedoeld in de Wet op het primair onderwijs bezoekt, van wie het
                                    inkomen tezamen meer bedraagt dan € 24.300,- wordt slechts
                                    bekostiging verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van
                                    die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in
                                    artikel 10 bepaalde afstand te boven gaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te
                                    kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, betalen
                                    de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of
                                    een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling
                                    per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten
                                    van het openbaar vervoer over de in artikel 10 bepaalde afstand,
                                    indien het inkomen van de ouders meer bedraagt dan €
                                    24.300,-.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede
                                    lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die bij gebruik
                                    van de OV-chipkaart of een andere binnen de gemeente geldende
                                    OV-betaalmogelijkheid voor de in artikel 10 bepaalde afstand
                                    redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid
                                    van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. Bij het
                                    bepalen van de kosten wordt rekening gehouden met de kortingen
                                    die voor de leerling binnen het systeem kunnen gelden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bedrag van € 24.300,- genoemd in het eerste en tweede lid,
                                    wordt met ingang van 1 januari 2014 jaarlijks aangepast aan de
                                    wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van
                                    volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het
                                    voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van €
                                    450,-. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het
                                    eerste en tweede lid genoemde bedrag van € 24.300,-.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het drempelbedrag beperkt zich tot maximaal één kind per
                                    gezin.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Deze bepaling is niet van toepassing op leerlingen die wegens
                                    hun structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke
                                    handicap op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen,
                                    dan wel vanwege een zodanige handicap niet zelfstandig van
                                    openbaar vervoer gebruik kunnen maken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Financiële draagkracht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde
                                        toegankelijke school voor basisonderwijs (zoals bedoeld in
                                        de Wet op het primair onderwijs) meer dan 20 km bedraagt,
                                        wordt de vastgestelde bekostiging verminderd met een van de
                                        financiële draagkracht van de ouders afhankelijk
                                        bedrag.</al></li><li nr="2."><al>In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe
                                        te kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen,
                                        en de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde
                                        toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan 20 km
                                        bedraagt, betalen de ouders een van de financiële
                                        draagkracht afhankelijke bijdrage tot ten hoogste het bedrag
                                        van de kosten van het vervoer.</al></li><li nr="3."><al>De hoogte van het bedrag als bedoeld in het eerste lid en de
                                        bijdrage als bedoeld in het tweede lid worden berekend per
                                        gezin en zijn afhankelijk van de hoogte van het inkomen van
                                        de ouders. Zij bedragen:</al></li></lijst><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="47*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="53*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><cursief>Inkomen in euro’s</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>Eigen bijdragen in euro’s</cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>0-32.500 </al></entry><entry colname="col2"><al>Nihil</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>32.500-39.000</al></entry><entry colname="col2"><al>130</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>39.000-45.000</al></entry><entry colname="col2"><al>545</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>45.000-51.000</al></entry><entry colname="col2"><al>1015</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>51.000-58.000</al></entry><entry colname="col2"><al>1485</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>58.000-64.000</al></entry><entry colname="col2"><al>1955</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>64.000 en verder</al></entry><entry colname="col2"><al>Voor elke extra € 5.000: € 480 erbij </al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="4."><al>De inkomensbedragen, genoemd in het derde lid, worden met
                                        ingang van 1 januari 2014 jaarlijks aangepast aan de
                                        wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van
                                        volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van 1
                                        januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond
                                        op een veelvoud van € 500,-.</al></li><li nr="5."><al>De bedragen van de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid,
                                        worden met ingang van 1 januari 2014 jaarlijks aangepast aan
                                        de wijziging die het consumentenprijsindexcijfer van de
                                        reeks alle huishoudens op het onderdeel vervoersdiensten
                                        heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het
                                        voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud
                                        van € 5,-.</al></li><li nr="6."><al>Deze bepaling is niet van toepassing op leerlingen die
                                        wegens hun structurele lichamelijke, verstandelijke of
                                        zintuiglijke handicap op ander vervoer dan openbaar vervoer
                                        zijn aangewezen, dan wel vanwege een zodanige handicap niet
                                        zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen maken.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor
                                voortgezet onderwijs</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Algemene bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van
                                    scholen voor voortgezet onderwijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder school:</al><lijst><li nr="a."><al>een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de
                                            Wet op het voortgezet onderwijs; of</al></li><li nr="b."><al>een school voor speciaal en voortgezet speciaal
                                            onderwijs of een school voor voortgezet speciaal
                                            onderwijs als bedoeld in de Wet op de
                                            expertisecentra.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag voor
                                    leerlingenvervoer eventuele (vervoers)adviezen van deskundigen
                                    die voor de beoordeling van die aanvraag van belang zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per
                                    fiets</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1 Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een
                                    school zoals bedoeld onder artikel 16 bezoekt bekostiging op
                                    basis van de kosten van het openbaar vervoer van de leerling,
                                    indien de leerling door een structurele lichamelijke,
                                    verstandelijke of zintuiglijke handicap niet zelfstandig van het
                                    openbaar vervoer gebruik kan maken en indien de afstand van de
                                    woning naar de dichtstbijzijnde voor hem toegankelijke school
                                    meer dan zes km bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid verstrekt het college de ouders
                                    bekostiging op basis van vervoer per fiets indien de leerling
                                    naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding,
                                    gebruik kan maken van het vervoer per fiets.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per
                                    fiets ten behoeve van een begeleider</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een
                                    school zoals bedoeld onder artikel 16 bezoekt bekostiging op
                                    basis van de kosten van het openbaar vervoer of vervoer per
                                    fiets van de leerling en een begeleider, indien aanspraak
                                    bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 17 en door de
                                    ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond
                                    dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar
                                    vervoer of de fiets gebruik te maken; </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt,
                                    komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één
                                    begeleider voor bekostiging in aanmerking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van
                                    aangepast vervoeraan de ouders van de leerling die een
                                    school zoals bedoeld onder artikel 16 bezoekt, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in
                                            artikel 17 en 18 en de leerling met gebruikmaking van
                                            openbaar vervoer naar school of terug, meer dan
                                            anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast
                                            vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar
                                            vervoer kan worden teruggebracht;</al></li><li nr="b."><al>aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in
                                            artikel 17 en 18 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij
                                            de leerling naar het oordeel van het college al dan niet
                                            onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per
                                            fiets;</al></li><li nr="c."><al>aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in
                                            artikel 17 en 18 en met de begeleiding van de leerling
                                            tussen woning en school en vice versa (inclusief
                                            eventuele wachttijd) naar objectieve maatstaven gemeten
                                            meer dan 3 uur per dag is gemoeid;</al></li><li nr="d."><al>aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in
                                            artikel 18 en door de ouders ten behoeve van het college
                                            genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de
                                            leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel
                                            tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een
                                            andere oplossing niet mogelijk is; of</al></li><li nr="e."><al>de leerling, naar het oordeel van het college, gelet op
                                            zijn structurele lichamelijke, verstandelijke of
                                            zintuiglijke handicap niet in staat is – ook niet onder
                                            begeleiding – van openbaar vervoer gebruik te
                                            maken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien begeleiding in het aangepaste vervoer vereist is,
                                    vergoedt het college geen andere kosten dan de vervoerskosten
                                    welke verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het
                                    aangepaste vervoer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het
                                    college de ouders op aanvraag toestaan één of meer leerlingen
                                    zelf te vervoeren of te laten vervoeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is
                                    verleend, bekostigt het college aan de ouders die een leerling
                                    zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren:</al><lijst><li nr="a."><al>een bedrag op basis van de kosten van het openbaar
                                            vervoer, indien aanspraak zou bestaan op bekostiging op
                                            basis van de kosten van het openbaar vervoer, behoudens
                                            het bepaalde in het vijfde lid;</al></li><li nr="b."><al>een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de
                                            auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland, indien
                                            aanspraak zou bestaan op een voorziening in de vorm van
                                            aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde
                                            lid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is
                                    verleend, bekostigt het college aan de ouders die meer dan een
                                    leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een
                                    bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto
                                    afgeleid van de Reisregeling binnenland, behoudens het bepaalde
                                    in het vierde lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door
                                    andere ouders die van gemeentewege voor het vervoer van een of
                                    meer leerlingen bekostiging ontvangen, afgeleid van de
                                    Reisregeling binnenland, wordt door het college geen bekostiging
                                    verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening en het
                                    college desgewenst toestaat, dan wel van oordeel is, dat de
                                    leerling gebruik kan maken van het vervoer per fiets, bekostigt
                                    het college aan de ouders een bedrag op basis van een
                                    kilometervergoeding voor de fiets, afgeleid van de Reisregeling
                                    binnenland.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Bepalingen omtrent weekeinde- en vakantievervoer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Toekenning vervoersvoorziening voor het weekeinde en de
                                    vakantie aan in de gemeente wonende ouders</titel></kop><al>Met inachtneming van artikel 3 kent het college desgewenst een
                                vervoersvoorziening voor het weekeinde- en vakantievervoer toe aan
                                de in de gemeente wonende ouders van de leerling die, met het oog op
                                het volgen van voor hem passend (voortgezet) speciaal onderwijs in
                                een internaat of pleeggezin verblijft, volgens het bepaalde in deze
                                paragraaf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Vervoersvoorziening voor weekeinde en vakantie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kent aan de ouders een vervoersvoorziening toe voor
                                    het weekeindevervoer van de leerling voor de, eenmaal per
                                    weekeinde gemaakte, reis van het internaat of het pleeggezin
                                    waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en
                                    terug, voor zover de weekeinden niet vallen binnen de in het
                                    tweede lid bedoelde schoolvakanties.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kent aan de ouders een vervoersvoorziening toe voor
                                    het vakantievervoer van de leerling voor de, eenmaal per
                                    schoolvakantie van twee dagen of meer, gemaakte reis van het
                                    internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de
                                    woning van de ouders en terug, voor zover de vakantie voorkomt
                                    in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Paragraaf 2 en 3 van deze verordening zijn van overeenkomstige
                                    toepassing, met uitzondering van artikel 12, eerste lid, aanhef
                                    en onder a, en artikel 19, eerste lid, aanhef en onder a.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Beslissing college in gevallen waarin de regeling niet
                                    voorziet</titel></kop><al>In gevallen, de uitvoering van het leerlingenvervoer betreffende,
                                waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Afwijken van bepalingen</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen, het vervoer voor onderwijs
                                aangaande, ten gunste van de ouders afwijken van de bepalingen in
                                deze verordening, zonodig na advies te hebben gevraagd aan
                                deskundigen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze regeling wordt aangehaald als ‘Verordening
                                    leerlingenvervoer gemeente Dalfsen’.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ‘Verordening leerlingenvervoer gemeente Dalfsen 2009’, in
                                    werking getreden 1 mei 2009, wordt bij de inwerkingtreding van
                                    deze regeling ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze regeling treedt acht dagen na publicatie in werking. </al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Dalfsen in zijn (openbare)
                        vergadering van 20 oktober 2014.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter, de griffier, </ondertekening><ondertekening>drs. H.C.P. Noten drs. J. Leegwater</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Algemene toelichting verordening leerlingenvervoer</label></kop><al><vet>INLEIDING</vet></al><al>Het vervoer van een leerling naar school is de verantwoording van de ouder.
                    Sommige ouders hebben ondersteuning nodig om hun taak te volbrengen. De wetgever
                    heeft deze noodzaak voor ondersteuning erkend. Bijvoorbeeld wanneer een leerling
                    lichamelijke beperkingen heeft en daardoor niet in staat is om zelfstandig naar
                    school te gaan.</al><al>De wetgever heeft de gemeenteraad verplicht een regeling vast te stellen voor
                    het leerlingenvervoer. In artikel 4, eerste lid, van de Wet op het primair
                    onderwijs (WPO), artikel 4, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs
                    (WVO) en artikel 4, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra (WEC), heet het
                    ‘de bekostiging van de door het college noodzakelijk te achten vervoerskosten
                    ten behoeve van het schoolbezoek’. Het gaat hierbij zowel om scholen voor
                    basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en
                    regulier voortgezet onderwijs die zijn aangesloten bij samenwerkingsverbanden
                    primair of voortgezet onderwijs, als om instellingen voor cluster 1 en cluster
                    2. De verordening volgt de indeling van de samenwerkingsverbanden passend
                    onderwijs: primair onderwijs en voortgezet onderwijs.</al><al>Ieder kind heeft recht op passend onderwijs. In sommige gevallen is de afstand
                    naar de school groot, of kan het kind wegens zijn structurele handicap niet
                    zelfstandig naar school. Ouders kunnen dan een beroep doen op de verordening
                    leerlingenvervoer. Uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor het
                    schoolbezoek van de leerling bij de ouders blijft.</al><al><cursief>Vervoersvoorziening</cursief></al><al>In de verordening wordt het begrip ‘vervoersvoorziening’ gehanteerd. Dat houdt
                    in dat er niet altijd sprake is van een kostendekkende betaling. Zo is ook een
                    voorziening mogelijk in de vorm aangepast vervoer, dat de gemeente verzorgt of
                    doet verzorgen. Het college bepaalt in welke vorm de voorziening wordt
                    verstrekt. Het vervoer dient echter te allen tijde passend te zijn. </al><al>Uitgangspunt van de regeling is bekostiging van het openbaar vervoer en/of
                        fiets<cursief>.</cursief> Wanneer de leerling door zijn structurele handicap
                    geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer en/of fiets, zelfs niet met
                    begeleiding, komt hij in aanmerking voor aangepast vervoer.</al><al>Als ouders aangeven hun kind zelf te willen vervoeren dienen ze hiervoor
                    toestemming te vragen aan het college. De bekostiging van het vervoer is
                    vervolgens gebaseerd op de vervoersvoorziening waar de ouders voor in aanmerking
                    komen. Het college kan toestemming weigeren op grond van de kosten.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr></kop></divisie><divisie><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Toelichting vindt alleen plaats bij begrippen die niet duidelijk zijn. </al><al><cursief>Ad b</cursief><cursief>. </cursief><cursief>afstand</cursief></al><al>De afstand dient consequent te worden gemeten. Er wordt voor elke afstand
                        eenzelfde, professionele routeplanner gehanteerd. De route hoeft overigens
                        niet in alle gevallen toegankelijk te zijn voor gemotoriseerd verkeer,
                        volgens een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van
                        State (ABRvS) 12 juni 1995, nr. R03.93.5575). Ook kan de route – en daarmee
                        de afstand – op de heenweg verschillen van die van de terugweg, volgens een
                        uitspraak van de ABRvS (27 december 1989, nr. R03.88.7309). </al><al><cursief>Ad g. </cursief><cursief>inkomen</cursief></al><al>Als peiljaar voor het inkomen moet op grond van de WPO (artikel 4, zevende
                        lid) worden aangemerkt het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het
                        kalenderjaar waarin het schooljaar waarvoor bekostiging van de
                        vervoerskosten wordt gevraagd, begint.</al><al><cursief>Ad h. </cursief><cursief>leerling</cursief></al><al>Voor basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs geldt dat kinderen
                        de leeftijd van vier jaar moeten hebben bereikt om als leerling te worden
                        toegelaten (artikel 39, eerste lid, van de WPO). In het derde lid van
                        artikel 39 van de WPO is bepaald dat kinderen vanaf drie jaar en tien
                        maanden ten hoogste vijf dagen (schoolgewenningsdagen) de basisschool mogen
                        bezoeken. Deze kinderen zijn echter geen leerlingen in de zin van de wet, en
                        de ouders kunnen dan ook geen aanspraak maken op een
                        vervoersvoorziening.</al><al>Voor het (voortgezet) speciaal en voortgezet onderwijs geldt dat ouders van
                        leerlingen die zijn toegelaten tot scholen voor (voortgezet) speciaal
                        onderwijs of voortgezet onderwijs aanspraak kunnen maken op een
                        vervoersvoorziening indien wordt voldaan aan de voorwaarden van de
                        gemeentelijke verordening leerlingenvervoer. De leeftijd van de leerling is
                        hierbij niet van belang.</al><al>Een belangrijke uitzondering vormen leerlingen die rijdende scholen bezoeken
                        voor kinderen van kermisexploitanten of van circusmedewerkers (Titel B van
                        het Besluit trekkende bevolking WPO). Ouders van leerlingen die deze scholen
                        bezoeken kunnen geen aanspraak maken op een vervoersvoorziening. De kosten
                        voor noodzakelijk vervoer van deze leerlingen voor het schoolbezoek vormen
                        onderdeel van de materiële instandhouding van die scholen.</al><al><cursief>Ad i</cursief><cursief>.</cursief><cursief> ondersteuningsplan</cursief></al><al>Het ondersteuningsplan speelt in het passend onderwijs een belangrijke rol.
                        Het plan dient te verwezenlijken dat leerlingen een ononderbroken
                        ontwikkelingsproces kunnen doormaken, en dat leerlingen die extra
                        ondersteuning behoeven een zo passend mogelijke plaats in het onderwijs
                        krijgen. Ook wordt het basisondersteuningsniveau aangegeven, dat voor elke
                        school geldt. </al><al>Het ondersteuningsplan omvat onder meer de procedure en criteria voor de
                        verdeling, besteding en toewijzing van de ondersteuningsmiddelen en –
                        voorzieningen aan de scholen. Ook moeten de procedure en de criteria voor de
                        plaatsing van leerlingen op speciale scholen voor basisonderwijs in het
                        samenwerkingsverband en op scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs in
                        het plan worden opgenomen, evenals de procedure en criteria voor terug- of
                        overplaatsing naar reguliere scholen.</al><al>Het samenwerkingsverband stelt het ondersteuningsplan vast, maar de gemeente
                        heeft een belangrijke rol: over het concept van het plan dient eerst op
                        overeenstemming gericht overleg (OOGO) te hebben plaatsgevonden met het
                        college van de gemeenten die binnen het gebied van het samenwerkingsverband
                        zijn gelegen (artikel 18a, negende lid, van de WPO en artikel 17a, negende
                        lid, van de WVO).</al><al><cursief>Ad j.</cursief><cursief> opdc</cursief></al><al>Een orthopedagogisch-didactisch centrum kan worden aangemerkt als ‘school’,
                        wanneer het gaat om het geven van onderwijs.</al><al><cursief>Ad k.</cursief><cursief> openbaar vervoer</cursief></al><al>Bij de definiëring van het begrip ‘openbaar vervoer’ is aangesloten bij de
                        begripsomschrijving zoals deze is vastgelegd in artikel 1 van de Wet
                        personenvervoer 2000, met uitzondering van de zinsnede ‘volgens een
                        dienstregeling’; zodoende kan ook de regiotaxi desgewenst als een vorm van
                        openbaar vervoer worden beschouwd. In de verordening is de
                        begripsomschrijving uitgebreid met ‘veerdienst’.</al><al><cursief>Ad l.</cursief><cursief> opstapplaats</cursief></al><al>Eén van de mogelijkheden om het vervoer efficiënter en daardoor goedkoper te
                        organiseren, is het instellen van centrale opstapplaatsen, van waar de
                        leerlingen met de taxi of bus worden vervoerd. Met een dergelijk systeem
                        worden de leerlingen niet thuis voor de deur opgehaald, maar dienen zij
                        zich, al dan niet onder begeleiding van de ouders, te begeven naar de door
                        de gemeente aangewezen opstapplaats. Een reistijd naar de opstapplaats van
                        dertig minuten achtte deABRvS alleszins redelijk (26 februari
                        1992, nr. R03.89.0419/83-107).</al><al><cursief>Ad m.</cursief><cursief> ouders</cursief></al><al>De omschrijving volgt de begripsbepalingen van de WPO en de WEC. Ook
                        pleegouders zijn aan te merken als verzorgers en vallen daarmee onder het
                        begrip ‘ouders’.</al><al><cursief>Ad o. </cursief><cursief>reistijd</cursief></al><al>De omschrijving van het begrip ‘reistijd’ is van belang om de tijd die een
                        leerling met het openbaar vervoer onderweg is te kunnen vergelijken met de
                        tijd die nodig is om diezelfde leerling met aangepast vervoer naar en van
                        school te vervoeren. Immers, wanneer de leerling met gebruikmaking van
                        openbaar vervoer naar school of terug meer dan anderhalf uur onderweg is en
                        de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per
                        openbaar vervoer kan worden teruggebracht, komt de leerling in aanmerking
                        voor aangepast vervoer (artikel 12, eerste lid, aanhef en onder a, en
                        artikel 19, eerste lid, aanhef en onder a).</al><al>De praktijk leert dat leerlingen, ongeacht de manier waarop zij de afstand
                        naar school overbruggen, zo’n tien minuten voor de aanvang van de lessen op
                        het schoolplein aankomen. Het ligt voor de hand deze tijd uit te sluiten van
                        de reistijd. De eventuele wachttijd voor het openbaar vervoer aan het einde
                        van de schooldag wordt wel meegerekend. Wanneer een leerling met aangepast
                        vervoer wordt vervoerd, is er tijd nodig de school te verlaten en in de
                        taxi(bus) te stappen. Het is in dit geval dan ook redelijk enige tijd (tien
                        minuten) op te tellen bij de berekende duur van de rit. Deze periode vond
                        ook deABRvS redelijk (5 oktober 1990, nr. R03.90.6236/86538).</al><al><cursief>Ad p.</cursief><cursief> samenwerkingsverband</cursief></al><al><cursief>Onder </cursief><cursief>1°</cursief>: Een samenwerkingsverband
                        primair onderwijs omvat volgens artikel 18a van de WPO alle binnen een
                        bepaald aaneengesloten gebied gelegen vestigingen van basisscholen, speciale
                        scholen voor basisonderwijs, scholen voor speciaal onderwijs en scholen voor
                        speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voor zover daaraan speciaal
                        onderwijs wordt verzorgd, behorend tot cluster 3 en cluster 4. Een
                        uitzondering vormen vestigingen van scholen waarvoor het bestuur is
                        aangesloten bij een landelijk samenwerkingsverband. Scholen voor speciaal
                        onderwijs of scholen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs,
                        behorend tot cluster 3 en cluster 4, die geen vestigingen hebben in het
                        gebied van het samenwerkingsverband, kunnen toch deelnemen aan dit
                        samenwerkingsverband.</al><al>Instellingen behorend tot cluster 1 en cluster 2 behoren niet tot het
                        samenwerkingsverband.</al><al><cursief>Onder </cursief><cursief>2°</cursief>: Een samenwerkingsverband
                        voortgezet onderwijs omvat volgens artikel 17a van de WVO alle binnen een
                        bepaald aaneengesloten gebied gelegen vestigingen van scholen voor
                        voortgezet onderwijs, scholen voor voortgezet speciaal onderwijs en scholen
                        voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voor zover daaraan
                        voortgezet speciaal onderwijs wordt verzorgd, behorend tot cluster 3 en
                        cluster 4. Een uitzondering vormen vestigingen van scholen waarvoor het
                        bestuur is aangesloten bij een landelijk samenwerkingsverband. </al><al>Scholen voor voortgezet speciaal onderwijs of scholen voor speciaal en
                        voortgezet speciaal onderwijs, behorend tot cluster 3 en cluster 4, die geen
                        vestigingen hebben in het gebied van het samenwerkingsverband, kunnen toch
                        deelnemen aan dit samenwerkingsverband.</al><al>Instellingen behorend tot cluster 1 en cluster 2 behoren niet tot het
                        samenwerkingsverband.</al><al><cursief>Ad q.</cursief><cursief> school</cursief></al><al><cursief>Speciaal onderwijs:</cursief> In de WEC gaat het om onderwijs aan
                        dove kinderen of slechthorende kinderen, kinderen met ernstige
                        spraakmoeilijkheden, visueel gehandicapte kinderen, lichamelijk gehandicapte
                        kinderen, langdurig zieke kinderen, zeer moeilijk lerende kinderen, zeer
                        moeilijk opvoedbare kinderen, meervoudig gehandicapte kinderen en kinderen
                        in scholen verbonden aan pedologische instituten.</al><al>De WEC onderscheidt de volgende clusters:</al><al>Cluster 1: onderwijs aan visueel gehandicapte kinderen dan wel meervoudig
                        gehandicapte kinderen met deze handicap, </al><al>Cluster 2: onderwijs aan dove kinderen, slechthorende kinderen en kinderen
                        met ernstigespraakmoeilijkheden dan wel meervoudig gehandicapte kinderen met
                        een van deze handicaps, </al><al>Cluster 3: onderwijs aan langdurig zieke kinderen met een lichamelijke
                        handicap, lichamelijk gehandicapte kinderen en zeer moeilijk lerende
                        kinderen dan wel meervoudig gehandicapte kinderen met een van deze handicaps
                        en </al><al>Cluster 4: onderwijs aan langdurig zieke kinderen anders dan met een
                        lichamelijke handicap, zeer moeilijk opvoedbare kinderen en kinderen in
                        scholen verbonden aan pedologische instituten.</al><al>Het onderwijs van cluster 1 en cluster 2 wordt gegeven in instellingen. Deze
                        instellingen vallen ook onder het begrip ‘school’.</al><al><cursief>Voortgezet onderwijs:</cursief> In de WVO gaat het om scholen voor
                        voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo), hoger algemeen vormend
                        onderwijs (havo), voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) en
                        praktijkonderwijs (pro). Leerwegondersteunend onderwijs is geen aparte
                        schoolsoort, maar betreft extra ondersteuning aan leerlingen in het
                        vmbo.</al><al><cursief>Ad r.</cursief><cursief> stage</cursief></al><al>Een stage kan deel uitmaken van het onderwijsprogramma van scholen voor
                        voortgezet onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs. In het
                        arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel van het voortgezet speciaal onderwijs
                        is voor leerlingen vanaf 14 jaar minstens één stage op ten hoogste vier
                        dagen per week zelfs verplicht (artikel 17, eerste lid, van de WEC).</al><al>Wanneer de stage is opgenomen in de schoolgids is het stageadres aan te
                        merken als ‘school’.</al><al><cursief>Ad s.</cursief><cursief> toegankelijke school</cursief></al><al>Leerlingen kunnen op grond van hun lichamelijke of geestelijke toestand zijn
                        aangewezen op een bepaalde school. In de WPO is bepaald dat het
                        samenwerkingsverband primair onderwijs beoordeelt of een leerling
                        toelaatbaar is tot een speciale school voor basisonderwijs in het
                        samenwerkingsverband of tot het speciaal onderwijs van cluster 3 en cluster
                        4 (artikel 18a, zesde lid, van de WPO). Het samenwerkingsverband laat zich
                        daarbij adviseren door deskundigen.</al><al>De WVO kent een dergelijke bepaling: het samenwerkingsverband voortgezet
                        onderwijs beoordeelt of een leerling toelaatbaar is tot het voortgezet
                        speciaal onderwijs (artikel 17a, zesde lid, van de WVO). Ook hier geldt dat
                        het samenwerkingsverband zich daarbij laat adviseren door deskundigen.</al><al>Vooralsnog bepaalt de regionale verwijzingscommissie de toelaatbaarheid tot
                        het praktijkonderwijs (artikel 10g van de WVO) en beslist of een leerling op
                        leerwegondersteunend onderwijs is aangewezen (artikel 10e van de WVO). Met
                        ingang van 1 augustus 2015 wordt het praktijkonderwijs en het
                        leerwegondersteunend onderwijs in het passend onderwijs geïntegreerd; dan
                        beslist het samenwerkingsverband of een leerling toelaatbaar is tot het
                        praktijkonderwijs of is aangewezen op leerwegondersteunend onderwijs. </al><al>Voor instellingen voor cluster 1 en cluster 2 geldt een afwijkende
                        procedure. In de WEC is bepaald dat de commissie van onderzoek beoordeelt of
                        een leerling in aanmerking komt voor het onderwijs op de instelling óf op
                        begeleiding vanuit de instelling, waarbij de leerling dan is ingeschreven op
                        een andere school (artikel 41, tweede lid, van de WEC).</al><al><cursief>Ad </cursief><cursief>t. </cursief><cursief>vervoer</cursief></al><al>Het vervoer vindt plaats in aansluiting op het begin en einde van de
                        schooldag, zoals aangegeven in de schoolgids. Alleen wanneer de
                        leerplichtige leerling door een structurele handicap slechts een deel van
                        het onderwijsprogramma kan volgen, kan in een voorkomend geval tijdens de
                        schooltijd vervoerd worden. Sociale omstandigheden, lichamelijke problemen
                        van tijdelijke aard of leeftijd zijn geen grond voor het vervoer tijdens
                        schooltijd.</al><al>Met afwijkende roosters, zoals deze voorkomen in het voortgezet onderwijs,
                        kan in beginsel geen rekening gehouden worden. De vervoerskosten zouden dan
                        te hoog oplopen. Soms zijn, in overleg met leerlingen, ouders en de school,
                        bepaalde vervoersarrangementen en -combinaties mogelijk, waarbij dan de
                        leerlingen beurtelings een bepaalde tijd moeten wachten op het vervoer.</al><al><cursief>Ad u.</cursief><cursief> vervoersvoorziening</cursief></al><al>De wet bepaalt dat de gemeenten het vervoer zelf kunnen verzorgen, dan wel
                        doen verzorgen. In de begripsbepaling ‘vervoersvoorziening’ is dit nader
                        uitgewerkt.</al><al><cursief>Ad v.</cursief><cursief>woning</cursief></al><al>Onder ‘woning’ wordt in de verordening verstaan: de plaats waar de leerling
                        structureel en feitelijk verblijft. Hierbij is het niet relevant in welke
                        gemeente de ouders en/of het kind staan ingeschreven.</al><al>Wanneer de leerling tijdelijk in een andere gemeente verblijft, bijvoorbeeld
                        in verband met noodzakelijke opvang, dient een aanvraag voor een
                        vervoersvoorziening bij die gemeente ingediend te worden. Vakantie van de
                        ouders geldt overigens niet als reden voor noodzakelijke opvang van de
                        leerling elders.</al><al>Het adres waar kinderen een bepaalde tijd vóór aanvang en/of na afloop van
                        de schooldag worden opgevangen (de buitenschoolse opvang) valt in beginsel
                        niet onder het begrip ‘woning’.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>De door het college noodzakelijk te achten
                            vervoersvoorziening</titel></kop><al>Ook als het college het vervoer zelf verzorgt of laat verzorgen, kan het van
                        ouders aan wie slechts een gedeeltelijke bekostiging van de vervoerskosten
                        toekomt, verlangen een eigen bijdrage te betalen voor het vervoer van hun
                        leerlingen (artikel 2, tweede lid). De hoogte van deze eigen bijdrage, die
                        slechts van toepassing is op ouders van leerlingen die scholen voor
                        basisonderwijs of speciale scholen voor basisonderwijs bezoeken, is
                        afhankelijk van het inkomen van de ouders en de afstand tussen de woning en
                        de te bezoeken school (zie artikelen 14 en 15). Indien de ouders weigeren de
                        bijdrage te betalen of nalatig hierin zijn leidt dit tot het vervallen van
                        de aanspraak op de bekostiging dan wel, indien gebruik wordt gemaakt van
                        bijvoorbeeld een taxi (busje), tot stopzetting van het vervoer. </al><al>In het tweede lid van artikel 2 komt ook tot uitdrukking dat het
                        drempelbedrag en de bijdrage afhankelijk van het inkomen nooit hoger kunnen
                        zijn dan de werkelijke kosten van vervoer. </al><al>De verantwoordelijkheid voor het schoolbezoek blijft ingevolge de
                        Leerplichtwet in alle gevallen bij de ouders liggen. In het derde lid van
                        artikel 2 is deze verantwoordelijkheid nog eens expliciet vastgelegd. Deze
                        verantwoordelijkheid kan door de ouders niet op- of overgedragen worden aan
                        de gemeente. De wettelijke regeling, noch de gemeentelijke verordening
                        beperkt deze verantwoordelijkheid van de ouders.</al><al>Het vierde lid van artikel 2 bepaalt dat een leerling die meerderjarig en
                        handelingsbekwaam is zelf een aanvraag voor leerlingenvervoer kan indienen,
                        in plaats van de ouders/verzorgers. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke
                            school</titel></kop><al>Als toegankelijke school is aan te merken de school van de verlangde
                        godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school.
                        Daar komt een tweede criterium bij, namelijk de school van de soort waarop
                        de leerling is aangewezen op grond van zijn lichamelijke of geestelijke
                        toestand. In de verordening is dit verankerd in artikel 3.</al><al>Als dichtstbijzijnde school kan worden aangemerkt de school die naar afstand
                        het dichtstbij gelegen is, gemeten langs de kortste voor de leerling
                        voldoende (meest) begaanbare, veilige weg.</al><al>Wanneer een leerling een verder verwijderde school bezoekt, blijft de
                        aanspraak in principe beperkt tot de kosten naar de dichtstbij gelegen
                        school. Het college is echter niet verplicht in dat geval deze kosten te
                        vergoeden. Het college kan besluiten om in het geheel geen bekostiging te
                        verstrekken, als vervoer aanwezig is waarvan de kosten voor de gemeente
                        gelijk blijven, ongeacht het feit of de leerling van dat vervoer gebruik
                        maakt. Bijvoorbeeld in het geval de gemeente busjes laat rijden naar de
                        dichtstbij gelegen school.</al><al>Het spreekt voor zich dat op een voor de leerling geschikte school wel
                        ruimte voor de leerling moet zijn en dat de leerling moet zijn/worden
                        toegelaten. Indien de dichtstbijzijnde school vol is, wordt een
                        vervoersvoorziening toegekend naar de eerstvolgende dichtstbijzijnde,
                        toegankelijke school. De aanspraak op vervoer naar deze verder weg gelegen
                        school blijft bestaan, zolang er een wachtlijst is voor de dichtstbijzijnde
                        school.</al><al><cursief>Nevenvestigingen</cursief></al><al>Als een school die een leerling bezoekt meer dan een locatie heeft, rijst de
                        vraag of slechts de hoofdvestiging dan wel alle onderwijslocaties als school
                        in de zin van de verordening moeten worden beschouwd. Aansluitend bij de
                        regelgeving inzake de huisvesting en materiele instandhouding geldt dat de
                        feitelijke locatie die door de leerling wordt bezocht kan worden aangemerkt
                        als ‘school’.</al><al><cursief>Symbiose</cursief></al><al>Wanneer een leerling van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs
                        gedurende ten minste 180 minuten per week onderwijs volgt op een
                        basisschool, een speciale school voor basisonderwijs of een school voor
                        voortgezet onderwijs, is er sprake van symbiose (artikel 24 van de WEC en
                        Titel IV van het Onderwijskundig besluit WEC). Daarvoor moet wel een
                        overeenkomst tussen de scholen gesloten zijn. De leerling volgt in dat geval
                        onderwijs op twee verschillende locaties. Komt de leerling in aanmerking
                        voor een vervoersvoorziening naar de school waar hij staat ingeschreven, dan
                        bestaat er in beginsel ook aanspraak op leerlingenvervoer naar de school
                        waar een symbiose-overeenkomst mee gesloten is, voor zover deze reis voldoet
                        aan de voorwaarden van de verordening. Het gaat dan om vervoer in
                        aansluiting op het begin en einde van de schooldag.</al><al><cursief>Verklaring van bezwaar</cursief></al><al>Ouders van een leerling die een school bezoekt die op grote afstand is
                        gelegen, terwijl zich dichterbij passende scholen bevinden, dienen
                        schriftelijk te verklaren dat zij overwegende bezwaren hebben tegen het
                        openbaar onderwijs dan wel tegen de richting van de dichterbij gelegen
                        bijzondere scholen. Het college is niet gerechtigd de bezwaren van ouders
                        tegen een bepaalde richting inhoudelijk te verifiëren. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Toekenning vervoersvoorziening</titel></kop><al>Het college bepaalt bij de toekenning van de vervoersvoorziening de wijze en
                        het tijdstip van de verstrekking dan wel de uitbetaling, alsmede de
                        tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Aanvraagprocedure</titel></kop><al>Ouders dienen voor een vervoersvoorziening een aanvraag in bij het college.
                        De gemeente stelt hiervoor een aanvraagformulier beschikbaar. </al><al>Overleggen gegevens ten behoeve van de aanvraag</al><al>Ouders moeten relevante gegevens overleggen. De gegevens dienen juist en
                        volledig te zijn. Het college bepaalt of dat daadwerkelijk het geval
                        is.</al><al>Ouders worden dan in de gelegenheid gesteld om gegevens aan te vullen of te
                        verbeteren. In een voorkomend geval wordt aan de aanvrager bekend gemaakt
                        dat de aanvraag niet in behandeling wordt genomen.</al><al>Datum van aanvraag voor het nieuwe schooljaar</al><al>In de verordening wordt geen datum genoemd waarvóór een aanvraag die het
                        eerstvolgende schooljaar betreft moet zijn ingediend. Het vaststellen van
                        een datum zou er toe kunnen leiden dat aanvragen die later worden ingediend
                        als onrechtmatig worden beoordeeld. Er kunnen echter gegronde redenen zijn
                        voor het laat indienen van een aanvraag, bijvoorbeeld wanneer het nog niet
                        vaststaat of een leerling op een bepaalde school wordt toegelaten.</al><al>De gemeente kan bij de voorlichting de ouders uiteraard wijzen op het belang
                        van het indienen van een aanvraag zodra bekend is welke school de leerling
                        gaat bezoeken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Doorgeven van wijzigingen</titel></kop><al> Ouders zijn verplicht wijzigingen die van directe invloed zijn op de
                        toegekende vervoersvoorziening door te geven aan het college. Ouders dienen
                        dit zo snel mogelijk te doen. Van invloed op de vervoersvoorziening zijn
                        onder andere:</al><lijst><li nr="-"><al>wijziging in het woonadres van de leerling, bijvoorbeeld door
                                verhuizing;</al></li><li nr="-"><al>verandering van school (bijvoorbeeld van speciaal onderwijs naar
                                voortgezet speciaal onderwijs);</al></li><li nr="-"><al>wijziging van het adres van de school;</al></li><li nr="-"><al>wijziging van de schooltijden;</al></li><li nr="-"><al>verandering van de reistijd, bijvoorbeeld door een wijziging in het
                                openbaar vervoer;</al></li><li nr="-"><al>wijziging in de gezinssituatie, in verband met het al dan niet
                                kunnen begeleiden van leerlingen.</al></li></lijst><al>Als de wijziging daartoe aanleiding geeft trekt het college de
                        verstrekte vervoersvoorziening in, en kent het college al dan niet opnieuw
                        een vervoersvoorziening toe (artikel 6, tweede lid). Van ouders van
                        leerlingen die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor
                        basisonderwijs bezoeken kan in bepaalde gevallen, afhankelijk van het
                        inkomen, een bijdrage worden gevraagd; zie artikelen 14 en 15. Deze bijdrage
                        kan worden verrekend met de eventuele bekostiging. Een wijziging in het
                        inkomen van deze ouders heeft in principe geen invloed op de bekostiging van
                        de vervoerskosten voor datzelfde jaar. Indien echter sprake is van een
                        structurele daling in het inkomen van de ouders kan het college,
                        vooruitlopend op een komend schooljaar, de bekostiging aanpassen. Het
                        college kan, zonder dat ouders iets hebben doorgegeven, zelf wijzigingen
                        constateren die van invloed kunnen zijn op de vervoersvoorziening. Daarbij
                        kan blijken dat ouders ten onrechte bekostiging (hebben) ontvangen. Artikel
                        6, vierde lid, biedt in dergelijke situaties een kapstok om de ten onrechte
                        betaalde bekostiging terug te vorderen of in mindering te brengen bij
                        eventueel nieuw te verstrekken bekostiging. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Peildatum leeftijd leerling</titel></kop><al>In artikel 11 is het leeftijdscriterium in het
                        basisonderwijs als een van de – wettelijk toegestane – volumebeperkende
                        middelen opgenomen om al dan niet in aanmerking te komen voor vervoer onder
                        begeleiding. Dan verdient het aanbeveling een peildatum van de leeftijd van
                        de leerling te kiezen. Om administratieve lasten te beperken is een
                        peildatum gewenst die geldt voor het gehele schooljaar. Aangezien 1 augustus
                        de wettelijke start is van het schooljaar, is deze datum als peildatum
                        gekozen. De bepaling houdt in dat indien de leerling op 1 augustus van een
                        bepaald schooljaar acht jaar is, hij in het kader van de verordening het
                        gehele schooljaar als acht jaar wordt aangemerkt, ook al wordt de leerling
                        halverwege het schooljaar negen jaar. Er hoeft dan ook maar één beschikking
                        voor het gehele schooljaar te worden afgegeven. Het recht op
                        leerlingenvervoer staat overigens in geen relatie tot een bepaalde
                        leeftijdgrens. Toelating en inschrijving bij een school volstaat.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Andere vergoedingen</titel></kop><al>Als kan worden aangetoond dat een aanvrager van leerlingenvervoer via een
                        andere weg (bijvoorbeeld via de werkgever) vergoeding ontvangt voor de
                        kosten van het vervoer naar school, mag de gemeente die vergoeding aftrekken
                        van de bekostiging die de aanvrager zou hebben gekregen op basis van de
                        verordening leerlingenvervoer. Ook is het mogelijk deze vergoeding als
                        bijdrage in rekening te brengen, wanneer het om aangepast vervoer gaat dat
                        de gemeente verzorgt of doet verzorgen. Het bovenstaande geldt echter niet
                        voor vergoedingen die – op aanvraag – aan ouders van schoolgaande kinderen
                        in het voortgezet onderwijs worden verstrekt op basis van de Wet
                        tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten. Deze vergoeding is
                        opgebouwd uit verschillende componenten, zoals lesgeld, en is zeker niet
                        uitsluitend bestemd voor reiskosten. Daarom wordt deze vergoeding niet
                        verrekend met de vervoersvoorziening. </al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr></kop></divisie><divisie><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor
                            primair onderwijs</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Algemene bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen
                            voor primair onderwijs</titel></kop><al>Paragraaf 2betreft leerlingen van scholen die zijn aangesloten bij een
                        samenwerkingsverband primair onderwijs, en leerlingen van instellingen voor
                        cluster 1 en cluster 2 die primair onderwijs volgen. </al><al><cursief>Dichtstbijzijnde speciale school voor basisonderwijs in het
                            samenwerkingsverband </cursief></al><al>Het derde lid van artikel 9 is een aanvulling op artikel 3. Voor alle
                        onderwijssoorten geldt de hoofdregel van artikel 3, eerste lid: een
                        vervoersvoorziening wordt toegekend naar de dichtstbijzijnde voor de
                        leerling toegankelijke school. Volgens artikel 4, vijfde lid, van de WPO
                        moet echter, wanneer het gaat om speciale scholen voor basisonderwijs, het
                        vervoer naar de dichtstbijzijnde school in het samenwerkingsverband worden
                        bekostigd. Dat hoeft niet per se de dichtstbijzijnde toegankelijke school
                        van zijn soort te zijn. Het is mogelijk dat er een speciale school voor
                        basisonderwijs buiten het samenwerkingsverband, maar dichterbij de woning is
                        gelegen. Na invoering van het passend onderwijs beoordeelt het
                        samenwerkingsverband of leerlingen toelaatbaar zijn tot het onderwijs aan
                        speciale scholen voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband (artikel
                        18a, zesde lid, aanhef en onder c, van de WPO). Een
                        ‘toelaatbaarheidsverklaring’ voor een speciale school voor basisonderwijs,
                        afgegeven door het samenwerkingsverband aan een leerling, geldt alleen
                        binnen dat samenwerkingsverband (artikel 40, achtste lid, van de WPO). Een
                        ander samenwerkingsverband kan immers gekozen hebben voor een hoger of lager
                        niveau van basisondersteuningsvoorzieningen, die op elke school aanwezig
                        zijn. In het derde lid van artikel 9 wordt gesproken van de basisschool
                        waarvan de leerling afkomstig is. Dit is op grond van artikel 3 de
                        dichtstbijzijnde toegankelijke basisschool. In dat geval is artikel 9 van
                        toepassing. Daarnaast geldt, als gevolg van de verwijzing naar artikel 3,
                        bij toepassing van artikel 9, derde lid, aanhef en onderdeel b, ook hier het
                        vereiste van schriftelijke instemming van de ouders. </al><al><cursief>Adviezen van deskundigen</cursief></al><al>Om te kunnen beoordelen of een leerling in aanmerking
                        komt voor een vervoersvoorziening en, als dat het geval is, voor welk type
                        voorziening de leerling dan in aanmerking komt, is in een aantal gevallen
                        advies van deskundigen ter zake nodig. Het zal dan veelal gaan om de vraag
                        of een leerling door zijn handicap in het geheel niet van openbaar vervoer
                        gebruik kan maken, of alleen onder begeleiding daarvan gebruik kan maken, of
                        wellicht – al dan niet onder begeleiding – naar school kan fietsen. Adviezen
                        kunnen worden gegeven door: </al><al>- de commissie voor de begeleiding, ingesteld door een of meer scholen voor
                        (voortgezet) speciaal onderwijs van cluster 3 en cluster 4;</al><al> - de commissie van onderzoek, ingesteld door een of meer instellingen van
                        cluster 1 en cluster 2;</al><al> - de ambulante begeleider van de leerling; </al><al>- de directeur van de school; </al><al>- het samenwerkingsverband.</al><al> Wanneer de specifieke handicap van de leerling daarom vraagt kan advies
                        worden ingewonnen van deskundigen als de huisarts van de leerling, de
                        jeugdgezondheidsdienst, de geneeskundige dienst, een sociaal-medische
                        adviesdienst, een medicus gespecialiseerd in de betreffende handicap, een
                        orthopedagoog, kinderpsycholoog en dergelijke. Een onafhankelijk onderzoek
                        is soms noodzakelijk. De kosten hiervan komen voor rekening van de gemeente.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per
                            fiets</titel></kop><al>In artikel 10 zijn de minimumvoorwaarden vastgelegd waaronder ouders van
                        leerlingen die scholen bezoeken die onder paragraaf 2 vallen, aanspraak
                        kunnen maken op bekostiging van de vervoerkosten. Hierbij geldt als
                        uitgangspunt: bekostiging van de kosten van openbaar vervoer dan wel de
                        kosten van het vervoer per fiets. </al><al><cursief>Afstandscriterium</cursief></al><al>Artikel 4, achtste lid, van de WPO en artikel 4, zevende lid, van de WEC
                        stellen dat de gemeentelijke regeling kan bepalen dat geen aanspraak op
                        bekostiging bestaat op grond van de afstand. Artikel 4, zevende lid, van de
                        WPO stelt een afstand van zes kilometer als bovengrens. Deze afstand wordt
                        in de verordening als criterium aangehouden. De afstand moet per route,
                        zowel voor de heen- als voor de terugweg, worden bepaald. Een combinatie van
                        afstandscriterium en leeftijdscriterium is op grond van de wet niet mogelijk
                        (artikel 4, achtste en negende lid, van de WPO en artikel 4, zevende en
                        achtste lid, van de WEC). Met andere woorden: een voor de hand liggend
                        onderscheid in afstand tussen jongere en oudere kinderen is niet toegestaan. </al><al><cursief>Kosten openbaar vervoer</cursief></al><al> De gemeente bekostigt de goedkoopst mogelijke wijze van openbaar vervoer.
                        Het gaat hierbij om de kosten die met de OV-chipkaart (of eventueel een
                        andere, binnen de gemeente of regio geldende betaalmogelijkheid) worden
                        gemaakt, rekening houdend met kortingen die voor de leerling binnen het
                        systeem kunnen gelden. </al><al><cursief>Fietsvergoeding</cursief></al><al>Het tweede lid van artikel 10 bepaalt dat een fietsvergoeding kan worden
                        verstrekt. Het college dient dan van oordeel te zijn dat de leerling, al dan
                        niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets. Hierbij
                        worden dan factoren als leeftijd, eventuele handicap, de veiligheid van de
                        route en de afstand in overweging genomen. De hoogte van deze
                        kilometervergoeding is afgeleid van de Reisregeling binnenland. Het is
                        mogelijk een fietsvergoeding voor de zomermaanden te verstrekken en een
                        andere vervoersvoorziening voor de overige maanden toe te kennen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets
                            ten behoeve van een begeleider</titel></kop><al>In een aantal gevallen zal blijken dat het voor een leerling niet mogelijk
                        is zelfstandig met het openbaar vervoer te reizen. </al><al><cursief>Leerling is jonger dan negen jaar</cursief></al><al>Als de leerling jonger dan negen jaar is en de ouders kunnen aantonen dat
                        het kind niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik te
                        maken, komen de ouders in aanmerking voor de bekostiging van de
                        vervoerskosten voor een begeleider. Hierbij kan men denken aan de volgende
                        situaties: - de leerling moet een of meerdere malen overstappen; - de route
                        van het uitstappunt van de bus naar de school kent gevaarlijke punten. In
                        dit verband is artikel 7 van belang. Indien de leerling op 1 augustus van
                        het schooljaar acht jaar is, geldt voor het hele schooljaar dat de leerling
                        als acht jaar wordt aangemerkt, ook al wordt de leerling in de loop van het
                        schooljaar negen jaar. De grens van negen jaar is gebaseerd op onderzoek
                        (2001). Over het algemeen, zo bleek, kan een kind van negen jaar zonder
                        begeleiding alleen met de fiets over straat.</al><al><cursief>Structurele handicap</cursief></al><al>Ouders van leerlingen die door hun structurele handicap niet zelfstandig met
                        het openbaar vervoer kunnen reizen, komen in aanmerking voor bekostiging van
                        de vervoerskosten voor de leerling én een begeleider, ongeacht de afstand
                        van de woning naar de school. Het gaat om de vraag of de leerling, door zijn
                        handicap, al dan niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan
                        maken. Er zijn situaties denkbaar waarbij een leerling met een bepaalde
                        structurele handicap wel degelijk zelfstandig met het openbaar vervoer kan
                        reizen. Een gewenningsperiode zal dan meestal noodzakelijk zijn, waarbij de
                        leerling de gelegenheid krijgt de weg te leren kennen, om leert gaan met de
                        OV-chipkaart en dergelijke. Bij de aanvraag dienen ouders verklaringen van
                        deskundigen te overleggen. Het college kan ook advies van onafhankelijke
                        deskundigen inwinnen. Zie de toelichting op artikel 9. Wanneer er sprake is
                        van een tijdelijke handicap (bijvoorbeeld een gebroken been) valt het
                        vervoer van de leerling onder de verantwoordelijkheid van de ouders. Echter,
                        wanneer de leerling een groot gedeelte van het schooljaar in verband met –
                        bijvoorbeeld - herstel van een operatie en/of revalidatie niet of niet
                        zelfstandig met het openbaar vervoer kan reizen, kunnen ouders een aanvraag
                        voor een vervoersvoorziening indienen. Als criterium kan een termijn van
                        drie maanden worden aangehouden. Toen de Wet Rea nog van kracht was werd ook
                        een termijn van drie maanden aangehouden vóórdat er sprake kon zijn van
                        eenvervoersvergoeding. </al><al><cursief>Begeleiding</cursief></al><al>Begeleiding in het vervoer is primair een taak van de ouders. Als zij niet
                        in staat zijn hun kind te begeleiden, dienen zij zelf voor een oplossing te
                        zorgen Zo kan ook een familielid, een kennis, een oppas, een van de buren,
                        een ouder van een andere leerling of een klassenassistent de leerling
                        begeleiden. Salariskosten worden niet vergoed. Voor medische begeleiding
                        tijdens het vervoer is de gemeente niet verantwoordelijk. Met de begeleiding
                        van een jongere leerling door een oudere leerling moet uiteraard heel
                        omzichtig worden omgegaan. Een en ander hangt af van factoren als leeftijd,
                        verkeerssituaties en dergelijke. Wie de leerling ook begeleidt, de
                        bekostiging vindt plaats aan de ouders van de leerling. Als een begeleider
                        meer dan een leerling tegelijk begeleidt, wordt de begeleider slechts één
                        maal bekostigd. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer</titel></kop><al>Een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer dient in principe
                        slechts in uitzonderingsgevallen te worden versterkt. Deze uitzonderingen
                        zijn in artikel 12 vastgelegd. </al><al><cursief>Eerste lid, onderdeel a: Reistijd met openbaar vervoer is meer dan
                            anderhalf uur en kan met aangepast vervoer tot 50% of minder worden
                            teruggebracht</cursief></al><al>Bij een reisduur tot anderhalf uur met het openbaar vervoer komt de vrijheid
                        van de ouders om voor een bepaalde school te kiezen niet in de knel, zo
                        oordeelde de ABRvS. Van belang is hier de omschrijving van het begrip
                        reistijd; zie ook de toelichting op artikel 1. De praktijk leert dat
                        leerlingen, ongeacht de manier waarop zij de afstand naar school
                        overbruggen, zo’n tien minuten vóór de aanvang van de lessen op het
                        schoolplein aankomen. Het ligt voor de hand deze tijd uit te sluiten van de
                        reistijd. De eventuele wachttijd voor het openbaar vervoer aan het einde van
                        de schooldag wordt wel meegerekend. Wanneer een leerling met aangepast
                        vervoer wordt vervoerd, is er tijd nodig de school te verlaten en in de
                        taxi(bus) te stappen. Het is in dit geval dan ook redelijk enige tijd (tien
                        minuten) op te tellen bij de berekende duur van de rit. Zo oordeelde ook
                        deABRvS (5 oktober 1990, nr. R03.90.6236/86538). Het kan voorkomen
                        dat voor de heenreis (woning-school) de reistijd van anderhalf uur met het
                        openbaar vervoer overschreden wordt, terwijl dit voor de terugreis niet het
                        geval is (of vice versa). In een dergelijk geval wordt er voor de heenreis
                        aangepast vervoer toegekend, en voor de terugreis bekostiging op basis van
                        openbaar vervoer. Overigens kunnen ouders, als zij op basis van het
                        criterium reistijd aanspraak op aangepast vervoer maken, niet van het
                        college eisen dat de totale reistijd ook daadwerkelijk tot 50% of minder
                        wordt teruggebracht.</al><al><cursief>Eerste lid, onderdeel b: Openbaar vervoer ontbreekt</cursief></al><al> Soms rijdt het openbaar vervoer in het geheel niet of rijdt zo weinig
                        frequent dat leerlingen daar geen gebruik van kunnen maken. Overigens biedt
                        dit onderdeel b, het college de mogelijkheid om te beoordelen of de leerling
                        in staat mag worden geacht met de fiets naar school te gaan (zie ook de
                        toelichting op artikel 10). </al><al><cursief>Eerste lid, onder c</cursief><cursief>: met begeleiding leerling van het speciaal
                            basisonderwijs</cursief><cursief> en speciaal onderwijs</cursief><cursief> en vice versa (inclusief eventuele wachttijd) naar objectieve
                            maatstaven gemeten meer dan 3 uur per dag is gemoeid.</cursief></al><al>Het gaat om de vraag in welke mate begeleiding door ouders wordt
                        verwacht. Uit jurisprudentie blijkt dat van ouders tot vijf uur begeleiding
                        per dag mag worden verwacht. In de gemeente Dalfsen is dit beperkt tot drie
                        uur per dag. </al><al><cursief>Eerste lid, onderdeel d</cursief><cursief>: Begeleiding van de leerling in het openbaar vervoer is niet
                            mogelijk</cursief></al><al>De ouders dienen aan te tonen dat het hun onmogelijk is
                        hun kind in het openbaar vervoer te begeleiden. Van ouders wordt ook
                        verwacht dat zij allereerst zelf een oplossing zoeken voor het (laten)
                        begeleiden van hun kinderen, wanneer dit nodig is (zie toelichting op
                        artikel 11, onder het kopje ‘Begeleiding’) </al><al><cursief>Eerste lid, onderdeel e</cursief><cursief>: Leerling kan door zijn
                            handicap niet van het openbaar vervoer gebruik maken</cursief>. </al><al>Het gaat om de vraag of de leerling, door zijn handicap, al dan niet
                        zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan maken (zie ook de
                        toelichting op artikel 11, onder het kopje ‘Structurele handicap’). </al><al><cursief>Tweede lid: Kosten van de begeleiding</cursief></al><al>Zie voor vergoeding kosten de toelichting op artikel 11, onder het kopje
                        ‘Begeleiding’. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer</titel></kop><al>Artikel 13 geeft nadere regels voor de bekostiging van het eigen vervoer.
                        Hiervan is sprake wanneer ouders de leerlingen zelf naar school vervoeren of
                        laten vervoeren met een eigen vervoermiddel (auto, bromfiets, etc.), of
                        wanneer een leerling gebruikmaakt van de fiets. Als ouders de leerling zelf
                        wensen te (laten) vervoeren, is toestemming van het college noodzakelijk.
                        Een belangrijke maatstaf voor toestemming kan zijn dat de bekostiging van
                        het vervoer door de ouders voor de gemeente goedkoper is. De bekostiging van
                        het eigen vervoer is gerelateerd aan de voorziening waar de ouders in
                        principe op basis van de bepalingen in de verordening voor in aanmerking
                        komen: </al><al><cursief>a. o</cursief><cursief>penbaar vervoer</cursief></al><al>Als ouders aanspraak maken op bekostiging op basis van de kosten van
                        openbaar vervoer en zij de leerling, met toestemming van het college, zelf
                        vervoeren, dan keert het college bekostiging uit op basis van de kosten van
                        het openbaar vervoer. Het college gaat na wat voor de te overbruggen afstand
                        betaald zou moeten worden, wanneer de leerling gebruik zou maken van het
                        openbaar vervoer. Hierbij wordt het meest goedkope tarief als uitgangspunt
                        genomen.</al><al><cursief>b. a</cursief><cursief>angepast vervoer</cursief></al><al>Als ouders in aanmerking komen voor een vervoersvoorziening in de vorm van
                        aangepast vervoer en zij met toestemming van het college de leerling zelf
                        vervoeren, wordt een vergoeding per kilometer verstrekt. De hoogte van deze
                        kilometervergoeding is afgeleid van de Reisregeling binnenland.</al><al><cursief>c. o</cursief><cursief>uders vervoeren meer dan één leerling</cursief></al><al>Artikel 13, derde lid, bepaalt dat ouders aanspraak maken op bekostiging op
                        basis van een kilometervergoeding als zij – na toestemming van het college –
                        meer dan één leerling tegelijk vervoeren. Dit geldt ook wanneer ouders in
                        principe slechts aanspraak maken op bekostiging op basis van de kosten van
                        openbaar vervoer. De kilometervergoeding geldt voor de auto, en wordt niet
                        per leerling verstrekt. Wanneer ouders toestemming vragen meerdere kinderen
                        met een eigen busje te vervoeren, kan het college bij wijze van uitzondering
                        op grond van artikel 23 (de zogenaamde hardheidsclausule) een andere
                        bekostiging vaststellen. Dit vervoer kan goedkoper zijn dan aangepast
                        vervoer per leerling. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Drempelbedrag</titel></kop><al>- Artikel 14, lid 1 t/m 4:</al><al>Artikel 4, zevende lid, van de WPO biedt gemeenten de mogelijkheid een
                        drempelbedrag bij ouders in rekening te brengen. Ouders zijn
                        verantwoordelijk voor een deel van de kosten van het vervoer, de zogenaamde
                        drempel. Het drempelbedrag houdt in dat de kosten van het openbaar vervoer
                        tot aan deze kilometergrens voor rekening van de ouders komen. Het bedrag
                        wordt per leerling in rekening gebracht. Als een leerling slechts voor een
                        deel van het schooljaar een vervoersvoorziening wordt toegekend, wordt het
                        drempelbedrag naar evenredigheid in rekening gebracht. Dit geldt ook wanneer
                        alleen voor de heen- of terugreis een vervoersvoorziening wordt toegekend,
                        of voor enkele dagen per week.</al><al><cursief>Hoogte drempelbedrag</cursief></al><al>De gemeente is voor de berekening van de hoogte daarvan gebonden aan de wet.
                        Het gaat om de kosten van het openbaar vervoer die zouden worden gemaakt om
                        de afstand tot aan de door de gemeente vastgestelde kilometergrens te
                        overbruggen. Ook wanneer de leerling gebruikmaakt van aangepast vervoer
                        dienen de ouders de kosten van de kilometergrens te dragen. </al><al><cursief>Inkomen</cursief></al><al>Als de gemeente zelf geen inzage kan verkrijgen in de inkomensgegevens
                        kunnen aanvragers een kopie van de belastingaanslag sturen om het inkomen
                        aan te tonen. Ouders kunnen ook een IB 60-formulier opvragen bij de
                        belastingdienst.</al><al>Als het gezamenlijk inkomen van het peiljaar nog niet bekend is, kan het
                        derde jaar voorafgaande aan het desbetreffende schooljaar als voorlopig
                        uitgangspunt worden gehanteerd. In een later stadium, als het inkomen van
                        het peiljaar wel bekend is, kan een definitieve berekening worden
                        gemaakt.</al><al>Wanneer het inkomen van de betrokken ouders in de periode die ligt tussen
                        het peiljaar en het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend op een
                        structurele wijze is gedaald, is het redelijk om in het voordeel van de
                        ouders een later peiljaar te kiezen door gebruik te maken van de
                        afwijkingsmogelijkheid van artikel 23. Om te bepalen in welk geval het
                        redelijk is van de peildatum af te wijken, kan artikel 6.12 van de Wet
                        studiefinanciering als richtsnoer dienen.</al><al>-Artikel 14, lid 5</al><al> Wanneer aan meerdere kinderen van een gezin een vervoersvoorziening is
                        toegekend en daarbij het inkomen van de ouders relatief laag is, kan het
                        drempelbedrag een grote financiële belasting betekenen. Het drempelbedrag
                        wordt dan ook maximaal één keer per gezin geheven. </al><al>- Artikel 14, lid 6</al><al>Een uitzondering geldt voor leerlingen die wegens hun structurele handicap
                        op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, of vanwege een
                        zodanige handicap niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen
                        maken. Aan hun ouders mag geen drempelbedrag gevraagd worden. Voor deze
                        leerlingen geldt ook geen kilometergrens als voorwaarde voor een
                        vervoersvoorziening.</al><al>Aan ouders van leerlingen die een school voor (voortgezet) speciaal
                        onderwijs bezoeken kan geen drempelbedrag worden opgelegd, aangezien de WEC
                        deze mogelijkheid niet biedt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Financiële draagkracht</titel></kop><al> Artikel 4, elfde lid, van de WPO biedt gemeenten de mogelijkheid een
                        bijdrage te vragen wanneer de afstand tot de dichtstbijzijnde toegankelijke
                        school meer is dan 20 kilometer. Deze bijdrage kan alleen worden gevraagd
                        voor het regulier basisonderwijs. De bijdrage is afhankelijk van de
                        financiële draagkracht van de ouders en wordt naast het drempelbedrag in
                        rekening gebracht. Er wordt geen bijdrage gevraagd wanneer het gaat om
                        leerlingen die wegens hun structurele handicap op ander vervoer dan openbaar
                        vervoer zijn aangewezen, of vanwege een zodanige handicap niet zelfstandig
                        van openbaar vervoer gebruik kunnen maken. De draagkrachtafhankelijke
                        bijdrage wordt per gezin geheven, in tegenstelling tot het drempelbedrag dat
                        per leerling in rekening wordt gebracht. In artikel 15 is gekozen voor een
                        systeem waarin met een aantal inkomensblokken wordt gewerkt, waaraan een
                        vooraf vastgestelde draagkrachtafhankelijke ouderlijke bijdrage is
                        gekoppeld. Zowel de bedragen van de inkomensblokken als van de verschuldigde
                        bijdrage worden geïndexeerd vastgesteld op een wijze die aansluit bij
                        artikel 4 van de WPO. Voor het aantonen van het inkomen, hoe om te gaan met
                        een structurele daling van het inkomen, een aanvraag door pleegouders en de
                        invordering wordt verwezen naar de betreffende kopjes van de toelichting op
                        artikel 14. </al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr></kop></divisie><divisie><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor
                            voortgezet onderwijs</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Algemene bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen
                            voor voortgezet onderwijs</titel></kop><al>Paragraaf 3betreft leerlingen van scholen die zijn
                        aangesloten bij een samenwerkingsverband voortgezet onderwijs, en leerlingen
                        van instellingen voor cluster 1 en cluster 2 die voortgezet onderwijs
                        volgen. Volgens artikel 4, het vierde lid, van de WEC en artikel 4, eerste
                        lid, van de WVO komen leerlingen slechts voor een vervoersvoorziening in
                        aanmerking als zij wegens hun handicap op ander vervoer dan openbaar vervoer
                        zijn aangewezen, dan wel vanwege hun handicap niet zelfstandig van openbaar
                        vervoer gebruik kunnen maken. </al><al><cursief>Adviezen van deskundigen</cursief></al><al>Artikel 16, tweede lid,is identiek aan artikel 9, vierde
                        lid. Zie voor een toelichting daarom de toelichting op artikel 9 onder het
                        kopje ‘Adviezen van deskundigen’.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per
                            fiets</titel></kop><al>Met de invoering van het passend onderwijs per 1 augustus 2014 hoeft niet
                        meer het openbaar vervoer voor leerlingen die het voortgezet speciaal
                        onderwijs volgen, te worden vergoed. Dit kan dan ook komen te vervallen. In
                        verband met bevordering zelfredzaamheid kiezen wij ervoor om de vergoeding
                        openbaar vervoer voor leerlingen die het voortgezet speciaal onderwijs
                        volgen ongewijzigd voort te zetten. </al><al>Artikel 17 is identiek aan artikel 10, dat geldt voor leerlingen van scholen
                        voor primair onderwijs. Zie voor een toelichting op artikel 17 daarom de
                        toelichting op artikel 10. Wanneer daar ‘artikel 10’ staat dient er in dit
                        geval ‘artikel 17’ te worden gelezen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer met begeleiding en
                            vervoer per fiets</titel></kop><al>Ouders van leerlingen die door hun structurele handicap niet zelfstandig met
                        het openbaar vervoer kunnen reizen, komen in aanmerking voor bekostiging van
                        de vervoerskosten voor de leerling én een begeleider, ongeacht de afstand
                        van de woning naar de school. </al><al><cursief>Structurele handicap</cursief></al><al>De vraag of een leerling al dan niet als gehandicapt valt aan te merken is
                        hierbij niet van belang. Het gaat om de vraag of de leerling, door zijn
                        handicap, al dan niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan
                        maken. Zie voor verdere toelichting de toelichting op artikel 11 onder het
                        kopje ‘Structurele handicap’<cursief>.</cursief></al><al><cursief>Begeleiding</cursief></al><al>Begeleiding in het vervoer is primair een taak van de ouders. Als zij niet
                        in staat zijn hun kind te begeleiden, dienen zij zelf voor een oplossing te
                        zorgen Zo kan ook een familielid, een kennis, een oppas, een van de buren,
                        een ouder van een andere leerling of een klassenassistent de leerling
                        begeleiden. Zie voor verdere toelichting de toelichting op artikel 11 onder
                        het kopje ‘Begeleiding’. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19 </nr><titel>Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer</titel></kop><al>Een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer dient in principe
                        slechts in uitzonderingsgevallen te worden versterkt. Deze uitzonderingen
                        zijn in artikel 19vastgelegd. Artikel 19 is identiek aan artikel 12, dat
                        geldt voor leerlingen van scholen voor primair onderwijs. Zie voor een
                        toelichting op artikel 19 daarom de toelichting op artikel 12. Wanneer daar
                        ‘artikel 12’ staat dient er in dit geval ‘artikel 19’ te worden
                        gelezen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20 </nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer</titel></kop><al>Artikel 20 is identiek aan artikel 13, dat geldt voor leerlingen van scholen
                        voor primair onderwijs. Zie voor een toelichting op artikel 20 daarom de
                        toelichting op artikel 13. Wanneer daar ‘artikel 13’ staat dient er in dit
                        geval ‘artikel 20’ te worden gelezen. </al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr></kop></divisie><divisie><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Bepalingen omtrent weekeinde- en vakantievervoer</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Toekenning vervoersvoorziening voor het weekeinde en de vakantie aan
                            in de gemeente wonende ouders</titel></kop><al>Een vervoersvoorziening voor het weekeinde en de vakantie wordt alleen
                        verstrekt als het verblijf van de leerling in een internaat of een
                        pleeggezin noodzakelijk is met het oog op het volgen van passend
                        (voortgezet) speciaal onderwijs. Zo is het bepaald in art 4 WEC.</al><al>Er wordt geen vervoersvoorziening verstrekt als de leerling om medische of
                        sociale redenen in een internaat of pleeggezin verblijft, en daar in de
                        buurt een school bezoekt. De gemeente dient na te gaan op welke gronden een
                        leerling op een internaat of bij een pleeggezin is geplaatst.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Vervoersvoorziening voor weekeinde en vakantie</titel></kop><al>Een vervoersvoorziening kan worden toegekend voor de reizen van het
                        internaat of pleeggezin naar de woning van de ouders en terug in het
                        weekeinde en in de vakanties. </al><al>Alleen de leerlingen van het voortgezet speciaal onderwijs komen in
                        aanmerking voor een vervoersvoorziening voor het weekeinde en de vakantie,
                        die wegens hun structurele handicap op ander vervoer dan openbaar vervoer
                        zijn aangewezen, dan wel niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik
                        kunnen maken.</al><al>Voor de toekenning is bekostiging van de kosten van openbaar vervoer het
                        uitgangspunt.</al><al>Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast
                        vervoer als:</al><lijst><li nr="a."><al>openbaar vervoer ontbreekt of begeleiding in het openbaar vervoer
                                niet mogelijk is;</al></li><li nr="b."><al>de leerling handicap niet in staat is - ook niet onder begeleiding -
                                van het openbaar vervoer gebruik te maken.</al></li></lijst><al>Aangepast vervoer wordt in dit geval niet verstrekt als de leerling met
                        gebruikmaking van openbaar vervoer meer dan anderhalf uur onderweg is.</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr></kop></divisie><divisie><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Beslissing college in gevallen waarin de regeling niet
                            voorziet</titel></kop><al> In de verordening zijn de hoofdlijnen voor de bekostiging
                        van het leerlingenvervoer vastgelegd. Er kunnen zich echter concrete
                        gevallen voordoen waarin de verordening niet voorziet. Te denken valt
                        hierbij aan gemeenschappelijke afspraken met andere gemeenten, combinaties
                        van openbaar vervoer met aangepast vervoer, varianten in het gebruik van
                        eigen vervoer etc. Artikel 23 bepaalt dat het college in dergelijke
                        situaties beslist. Redelijkheid is hierbij het uitgangspunt. Bij de
                        besluitvorming dient in de geest van de wet en de verordening gehandeld te
                        worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Afwijken van bepalingen</titel></kop><al>Met deze bepaling wordt aangesloten bij artikel 4, twaalfde lid, van de WPO,
                        artikel 4, tiende lid, van de WEC en artikel 4, zevende lid, van de
                        WVO.</al><al>Van een afwijking in voor ouders gunstige zin kan bijvoorbeeld sprake zijn
                        bij toekenning van een vervoersvoorziening naar een verder weg gelegen
                        school. De ouders dienen aan te tonen dat er sprake is van onbillijkheden
                        van overwegende aard. De toepassing ervan is niet aan enige beperking
                        gebonden. Met alle feiten en omstandigheden kan rekening worden gehouden,
                        zoals bijvoorbeeld medische, pedagogische en sociale factoren.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>In artikel 25 wordt geen tijdstip vermeld waarop de oude verordening wordt
                        ingetrokken. Dat is ook niet nodig. De datum waarop de oude verordening
                        vervalt, is de datum waarop de nieuwe verordening in werking treedt. </al></divisie></nota-toelichting><bijlage><kop><label>Inhoudsopgave</label></kop><al>HOOFDSTUK 1 </al><al>Paragraaf 1 Algemene bepalingen </al><al>Artikel 1. Begripsomschrijving </al><al>Artikel 2. De door het college noodzakelijk te achten
                                    vervoersvoorziening </al><al>Artikel 3. Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde
                                    toegankelijke school </al><al>Artikel 4. Toekenning vervoersvoorziening </al><al>Artikel 5. Aanvraagprocedure </al><al>Artikel 6. Doorgeven van wijzigingen </al><al>Artikel 7. Peildatum leeftijd leerling </al><al>Artikel 8. Andere vergoedingen </al><al>HOOFDSTUK 2 </al><al>Paragraaf 2 Bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van
                                scholen voor primair onderwijs </al><al>Artikel 9. Algemene bepalingen omtrent het vervoer van
                                    leerlingen van scholen voor primair onderwijs </al><al>Artikel 10. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en
                                    vervoer per fiets </al><al>Artikel 11. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of
                                    vervoer per fiets ten behoeve van een begeleider </al><al>Artikel 12. Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast
                                    vervoer </al><al>Artikel 13. Bekostiging op basis van de kosten van eigen
                                    vervoer </al><al>Artikel 14. Drempelbedrag </al><al>Artikel 15. Financiële draagkracht </al><al>HOOFDSTUK 3 </al><al>Paragraaf 3 Bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van
                                scholen voor voortgezet onderwijs </al><al>Artikel 16. Algemene bepalingen omtrent het vervoer van
                                    leerlingen van scholen voor voortgezet onderwijs </al><al>Artikel 17. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en
                                    vervoer per fiets </al><al>Artikel 18. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of
                                    vervoer per fiets ten behoeve van een begeleider </al><al>Artikel 19 Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast
                                    vervoer </al><al>Artikel 20. Bekostiging op basis van de kosten van eigen
                                    vervoer </al><al>HOOFDSTUK 4 </al><al>Paragraaf 4 Bepalingen omtrent weekeinde- en vakantievervoer
                            </al><al>Artikel 21. Toekenning vervoersvoorziening voor het weekeinde
                                    en de vakantie aan in de gemeente wonende ouders </al><al>Artikel 22. Vervoersvoorziening voor weekeinde en vakantie
                                </al><al>HOOFDSTUK 5 </al><al>Paragraaf 5 Slotbepalingen </al><al>Artikel 23. Beslissing college in gevallen waarin de regeling
                                    niet voorziet </al><al>Artikel 24. Afwijken van bepalingen </al><al>Artikel 25 Slotbepaling </al><al/><al>Algemene toelichting verordening leerlingenvervoer </al><al>Artikelsgewijze toelichting </al><al>HOOFDSTUK 1 </al><al>Paragraaf 1 Algemene bepalingen </al><al>Artikel 1. Begripsomschrijving </al><al>Artikel 2. De door het college noodzakelijk te achten
                                    vervoersvoorziening </al><al>Artikel 3. Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde
                                    toegankelijke school </al><al>Artikel 4. Toekenning vervoersvoorziening </al><al>Artikel 5. Aanvraagprocedure </al><al>Artikel 6. Doorgeven van wijzigingen </al><al>Artikel 7 Peildatum leeftijd leerling </al><al>Artikel 8 Andere vergoedingen </al><al>HOOFDSTUK 2 </al><al>Paragraaf 2 Bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van
                                scholen voor primair onderwijs </al><al>Artikel 9. Algemene bepalingen omtrent het vervoer van
                                    leerlingen van scholen voor primair onderwijs </al><al>Artikel 10 Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en
                                    vervoer per fiets </al><al>Artikel 11 Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of
                                    vervoer per fiets ten behoeve van een begeleider </al><al>Artikel 12 Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast
                                    vervoer </al><al>Artikel 13. Bekostiging op basis van de kosten van eigen
                                    vervoer </al><al>Artikel 14 Drempelbedrag </al><al>Artikel 15. Financiële draagkracht </al><al>HOOFDSTUK 3 </al><al>Paragraaf 3 Bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van
                                scholen voor voortgezet onderwijs </al><al>Artikel 16. Algemene bepalingen omtrent het vervoer van
                                    leerlingen van scholen voor voortgezet onderwijs </al><al>Artikel 17. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en
                                    vervoer per fiets </al><al>Artikel 18. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer
                                    met begeleiding en vervoer per fiets </al><al>HOOFDSTUK 4 </al><al>Paragraaf 4 Bepalingen omtrent weekeinde- en vakantievervoer
                            </al><al>Artikel 21 Toekenning vervoersvoorziening voor het weekeinde
                                    en de vakantie aan in de gemeente wonende ouders </al><al>Artikel 22 Vervoersvoorziening voor weekeinde en vakantie
                                </al><al>HOOFDSTUK 5 </al><al>Paragraaf 5 Slotbepalingen </al><al>Artikel 23. Beslissing college in gevallen waarin de regeling
                                    niet voorziet </al><al>Artikel 24 Afwijken van bepalingen </al><al>Artikel 25. Intrekking oude regeling </al></bijlage></regeling></body></cvdr>