<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR338168_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Bezoldigingverordening Vught 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Vught</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-04-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vught</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-55231.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26vrt%3dbezoldigingsverordening%26zkd%3dInDeGeheleText%26dpr%3dAlle%26spd%3d20141006%26epd%3d20141006%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dVught%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=0&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">GVOP</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bezoldigingverordening Vught 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling, artikel 3:1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Uitwerkingsovereenkomst</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-03-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-04-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Nieuwe regeling</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Nieuwe regeling</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Van rechtswege vervallen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Bezoldigingverordening Vught 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Burgemeester en Wethouders van de gemeente Vught;</al><al>handelend in overeenstemming met de Ondernemingsraad;</al><al>gelet op de Gemeentewet en artikel 3:1 van de Collectieve
                        Arbeidsvoorwaardenregeling en Uitwerkingsovereenkomst;</al><al/><al>B E S L U I T E N :</al><al/><al>vast te stellen de navolgende verordening:</al><al/><al><vet>Bezoldigingsverordening 2013 </vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><nr>I</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>CAR/UWO:</vet></al><al> De Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en
                                    Uitwerkingsovereenkomst, geldend voor de medewerker in dienst
                                    van de gemeente Vught;</al></li><li nr="b."><al><vet>medewerker:</vet></al><al> de medewerker en de werknemer naar burgerlijk recht, als
                                    bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder a van de CAR/UWO;</al></li><li nr="c."><al><vet>salaris:</vet></al><al> het salaris, als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder b,
                                    van de CAR/UWO;</al></li><li nr="d."><al><vet>salarisschaal:</vet></al><al> de schaal als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder a,
                                    CAR/UWO, opgenomen in bijlage IIa van die regeling;</al></li><li nr="e."><al><vet>maximumsalaris:</vet></al><al> het hoogste bedrag van een salarisschaal, behorende bij
                                    periodiek 11;</al></li><li nr="f."><al><vet> bezoldiging;</vet></al><al> de bezoldiging als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder c,
                                    van de CAR/UWO</al></li><li nr="g."><al><vet>betrekking:</vet></al><al> de betrekking als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder b,
                                    van CAR/UWO</al></li><li nr="h."><al><vet>conversie:</vet></al><al> de omzetting van de score van een functiewaardering, met behulp
                                    van het functiewaarderingssysteem, naar salarisschalen;</al></li><li nr="i."><al><vet>volledige betrekking:</vet></al><al> de volledige betrekking als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid
                                    onder k, CAR/UWO</al></li><li nr="j."><al><vet>overwerk:</vet></al><al> het overwerk als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder l,
                                    van de CAR/UWO.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>II</nr><label>Salaris</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Recht op salaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het recht op salaris vangt aan met de dag waarop de aanstelling van
                                de medewerker ingaat. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien in het aanstellingsbesluit geen datum van ingang is vermeld,
                                vangt het recht op salaris</al><al> aan met de dag waarop de medewerker feitelijk in dienst is
                                getreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het recht op salaris eindigt, in geval van ontslag, met ingang van
                                de dag waarop het ontslag ingaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bezoldiging wordt per maand uitbetaald. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Gebroken tijdvakken</titel></kop><al>Wanneer het salaris of een toelage moet worden berekend over een
                            gedeelte van een maand, wordt het bedrag per dag vastgesteld door het
                            maandbedrag te delen door het aantal kalenderdagen van die maand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Salaris bij deeltijd</titel></kop><al>Het salaris van de medewerker met een betrekking in deeltijd, wordt
                            vastgesteld op een evenredig deel van het salaris dat voor hem zou
                            gelden bij een volledige betrekking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Salarisbedragen</titel></kop><al>De salarissen van de ambtenaren wier salaris niet bij of krachtens de
                            wet is geregeld, worden vastgesteld op de bedragen volgens de
                            salarisschalen zoals opgenomen in bijlage IIa van de CAR/UWO.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Bepalen salarisschaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders bepalen met inachtneming van de
                                resultaten van een functiewaarderingsonderzoek en aan de hand van de
                                vastgestelde conversietabel de voor de </al><al> medewerker geldende salarisschaal, tenzij zijn wijze van
                                functioneren zich nog daartegen verzet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met
                                betrekking tot de uitvoering van een functiewaarderingsonderzoek en
                                de daarbij te hanteren methode.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien en voor zolang de medewerker zijn betrekking nog niet in alle
                                facetten en voldoende vervult, wordt de medewerker bezoldigd volgens
                                de naast lagere salarisschaal (aanloopschaal) dan die welke voor hem
                                geldt ingevolge het eerste lid (functionele schaal).</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De salarisschaal van de medewerker waarmee een
                                loopbaanontwikkelingstraject is overeengekomen kan, in afwijking van
                                het bepaalde in het eerste lid, gesteld worden op één of meer lagere
                                salarisschalen dan die welke voor hem geldt ingevolge het derde
                                lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Anders dan bij het aanvaarden van passende of gangbare arbeid, dan
                                wel bij wijze van disciplinaire straf, als bedoeld in de CAR/UWO,
                                kan zonder voorafgaand ontslag voor een medewerker geen
                                salarisschaal gaan gelden met een lager maximumsalaris dan dat van
                                de reeds voor hem geldende salarisschaal.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in lid 5 kan de bezoldiging, waaronder de
                                eindejaarsuitkering en de vakantietoelage, op verzoek van de
                                medewerker worden verminderd in het kader van een uitruil van de
                                arbeidsvoorwaarden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Periodieke verhoging van het salaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het salaris van de medewerker wordt, indien zijn functioneren met
                                minimaal een beoordeling "voldoende'' wordt gekwalificeerd, binnen
                                de voor hem geldende salarisschaal periodiek verhoogd tot het naast
                                hogere bedrag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De periodieke verhogingen worden toegekend aan de medewerker die het
                                maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft
                                bereikt, voor de eerste maal met ingang van 1 januari volgend op de
                                datum van de eerste indiensttreding met dien verstande dat de
                                beoordelingsperiode minimaal drie maanden moet bedragen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het tijdstip waarop ingevolge het vorige lid voor de eerste maal een
                                periodieke verhoging wordt toegekend, kan worden vervroegd indien
                                daartoe naar het oordeel van burgemeester en wethouders aanleiding
                                bestaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het toekennen van de eerste periodieke verhoging aan ambtenaren, die
                                in de loop van het kalenderjaar zijn aangesteld of bevorderd, kan
                                pas plaats vinden na een beoordelingsperiode van minimaal drie
                                maanden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In geval van overgang naar een functie, gerangschikt in diezelfde
                                schaal, wordt, voor de vaststelling van het salaris in de nieuwe
                                functie, mede rekening gehouden met de in de verlaten functie
                                verworven hoogte van het salaris.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij overgang naar een andere functie wordt het bedrag, waarmee de
                                tot dusver genoten bezoldiging die in de nieuwe functie te genieten
                                bezoldiging te boven mocht gaan, als een toelage toegekend. Latere
                                verhogingen van de bezoldiging, komen in mindering op het bedrag van
                                de in dit lid bedoelde toelage.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>In geval van bevordering wordt de hoogte van het salaris, zodanig
                                vastgesteld, dat het salaris in de nieuwe schaal te allen tijde
                                uitgaat boven het salaris, dat de medewerker in de verlaten schaal
                                zou hebben genoten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Extra periodieke verhoging van het salaris</titel></kop><al>Aan de medewerker die het maximumsalaris van de voor hem geldende
                            salarisschaal nog niet heeft bereikt, kan een extra periodieke
                            salarisverhoging (twee periodieken) tot een in de salarisschaal genoemd
                            bedrag, niet uitgaande boven het maximumsalaris, worden toegekend indien
                            zijn functioneren met een beoordeling ''zeer goed'' wordt
                            gekwalificeerd. Bij de toepassing van het vorige lid blijft het tijdstip
                            waarop ingevolge artikel 7 een salarisverhoging wordt toegekend
                            onverlet, tenzij anders wordt bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Géén periodieke verhoging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de medewerker die het maximum van de voor hem geldende
                                salarisschaal nog niet heeft bereikt, wordt géén periodieke
                                salarisverhoging in de salarisschaal toegekend indien zijn
                                functioneren met een beoordeling “onvoldoende” of “ruim onvoldoende”
                                wordt gekwalificeerd;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van een beslissing tot toepassing van het eerste lid wordt de
                                medewerker zo spoedig mogelijk, doch in elk geval voor de datum
                                waarop anders de salarisverhoging zou ingaan, schriftelijk
                                mededeling gedaan, onder vermelding van de redenen welke tot de
                                beslissing hebben geleid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien daarvoor redenen aanwezig zijn kan worden bepaald dat de
                                salarisverhoging, welke met toepassing van het eerste lid achterwege
                                is gelaten, al dan niet met terugwerkende kracht alsnog wordt
                                toegekend voor een periode van ten hoogste zes maanden. Die
                                toekenning is verbonden aan de voorwaarde van een nieuwe beoordeling
                                met de kwalificatie "voldoende".</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inschaling in uitloopschaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een medewerker die de maximale honorering behorende bij zijn
                                functionele schaal ontvangt, wordt in de naast hogere salarisschaal
                                ingeschaald (uitloopschaal), met inachtneming van de bepalingen in
                                artikel 11, indien zijn functioneren drie maal met een beoordeling
                                "goed" wordt gekwalificeerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De medewerker heeft na de bevordering naar de uitloopschaal
                                vervolgens nog éénmaal recht op een volgende uitloopperiodiek en wel
                                na tweemaal een beoordeling "goed".</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij een beoordeling met de kwalificatie “zeer goed” wordt het
                                bereiken van de uitloopschaal met één jaar vervroegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Salaris bij bevordering naar hogere schaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de medewerker wordt bevorderd naar een salarisschaal met een
                                hoger maximumsalaris, wordt het salaris in de nieuwe salarisschaal
                                vastgesteld op het eerst hogere bedrag in die salarisschaal, waarmee
                                gerealiseerd wordt dat het verschil tussen het nieuwe salaris en het
                                oude salaris van de medewerker tenminste 75% bedraagt van het
                                verschil tussen het bedrag dat de medewerker laatstelijk genoot en
                                het naast hogere bedrag in die oude salarisschaal, dan wel het naast
                                lagere bedrag in die oude salarisschaal, indien het salaris in de
                                oude salarisschaal reeds overeenkwam met het hoogste bedrag uit die
                                salarisschaal.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover nodig zal de vooruitgang in salaris ten gevolge van de
                                indeling in de schaal met een hoger maximumsalaris nimmer minder
                                bedragen dan het geval zou zijn bij verhoging ingevolge artikel 7 in
                                de salarisschaal waarin de medewerker wordt ingedeeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Toelage bij toekenning ‘module coördinatie’</titel></kop><al>Wanneer aan de medewerker de taken, werkzaamheden en
                            verantwoordelijkheden van de “module coördinatie” uit het
                            functiebeschrijvings- en waarderingssysteem HR21 formeel zijn
                            opgedragen, ontvangt hij daarvoor, ongeacht het niveau van zijn primaire
                            functie, een vergoeding van € 200,- bruto per maand.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>III</nr><label>Gratificaties bij ambtsjubilea</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>ambtsjubilea</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:5:1 lid 1 van de CAR/UWO
                                wordt aan de medewerker die gedurende 12 ½, 25, 40 en 50 jaren een
                                betrekking heeft vervuld bij de gemeente Vught, een gratificatie
                                toegekend die wordt berekend overeenkomstig het bepaalde in de
                                volgende leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De medewerker die gedurende 12 ½ jaar in dienst van de gemeente
                                Vught werkzaam is wordt een gratificatie toegekend, overeenkomende
                                met één vierde van de bezoldiging en van de vakantietoelage waarop
                                hij in de maand van zijn jubileum aanspraak heeft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de medewerker gedurende 25, respectievelijk 40 of 50 jaren
                                een betrekking heeft vervuld in dienst van de gemeente Vught, wordt
                                hem een gratificatie toegekend die het dubbele bedraagt van de
                                gratificatie die ingevolge artikel 3:5:1 lid 1 van de CAR/UWO bij
                                een gelijk aantal dienstjaren wordt uitgekeerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in de leden 2 en 3 heeft de medewerker
                                die reeds eerder op basis van artikel 3:5:1 lid 1 van de CAR/UWO een
                                gratificatie heeft ontvangen slechts aanspraak op een
                                jubilleumgratificatie volgens het tweede of het derde lid, voor
                                zover de som van beide gratificaties het bedrag waarop hij uit
                                hoofde van dit artikel recht zou hebben niet overschrijdt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Aan de medewerker, die wordt ontslagen op grond van reorganisatie,
                                op grond van ziekte bij een arbeidsongeschiktheid van 80 % of meer,
                                of wegens FPU, en die indien het ontslag niet had plaatsgevonden het
                                voor een gratificatie vereiste aantal dienstjaren binnen vijf jaren
                                na de ontslagdatum had kunnen bereiken, wordt een proportionele
                                gratificatie toegekend. De proportionele gratificatie wordt berekend
                                door het bedrag waarop recht zou hebben bestaan indien het vereiste
                                aantal dienstjaren zou zijn vervuld, te vermenigvuldigen met een
                                breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het feitelijk geheel of
                                gedeeltelijk vervulde aantal dienstjaren, naar boven afgerond op
                                hele maanden, en de noemer door het aantal dienstjaren dat vervuld
                                had moeten zijn om voor de gratificatie in aanmerking te komen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De volgens dit artikel berekende bedragen wordt afgerond op een
                                veelvoud van 5 euro en worden netto uitgekeerd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>IV</nr><label> Instrumenten van flexibele beloning</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Individuele gratificatie</titel></kop><al>Indien een medewerker een zéér goede individuele prestatie heeft
                            geleverd, kan aan hem een</al><al>gratificatie als bedoeld in artikel 15:1:28 van de
                            Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente </al><al>Vught, direct na het leveren van de prestatie, worden toegekend: </al><lijst><li nr="a."><al>eenmalige gratificatie van € 250,- netto voor het gedurende
                                    langere tijd leveren van extra inzet én incidentele prestaties
                                    of het leveren van een bijzondere incidentele bijdrage aan
                                    kwaliteitsverbeteringen binnen de organisatie en/of de gewenste
                                    organisatiecultuur.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Arbeidsmarkttoelage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de medewerker kan om redenen van werving of behoud een toelage
                                worden toegekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde toelage wordt toegekend voor een
                                tijdvak dat tevoren is vastgesteld, met inachtneming van een maximum
                                van drie jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoogte van de toelage als bedoeld in het eerste lid bedraagt ten
                                hoogste het maximum van de naasthogere salarisschaal.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De toelage als bedoeld in het eerste lid eindigt op de ingevolge het
                                tweede lid vastgestelde vervaldatum. Wanneer de arbeidsmarktsituatie
                                waarop de toelage is gebaseerd nog steeds bestaat, kan opnieuw een
                                toelage als bedoeld in het eerste lid aan de medewerker worden
                                toegekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij het beëindigen van de toelage wordt géén afbouwregeling
                                toegepast.</al><al>Artikel 16 Nadere regels instrumenten flexibele beloning</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels vaststellen omtrent
                                de toepassing en de hoogte van instrumenten van flexibele beloning
                                als bedoeld in de artikelen 14 en met 15.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>V</nr><label>Overige toelagen en vergoedingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 17 Waarnemingstoelage</label></kop><al>Een waarnemingstoelage wordt toegekend conform hetgeen is geregeld in
                            artikel 3:1:2 van de CAR/UWO.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 18 Overwerkvergoeding</label></kop><al>Aan de medewerker voor wie een salarisschaal geldt met een lager
                            maximumsalaris dan dat van schaal 11, wordt ingeval van overwerk een
                            overwerkvergoeding toegekend conform hetgeen is geregeld in artikel 3:2
                            en artikel 3:2:1 van de CAR/UWO</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 19 Toelage onregelmatige dienst</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de medewerker voor wie een salarisschaal geldt met een lager
                                maximumsalaris dan dat van schaal 11 en voor wie de werktijden zijn
                                vastgesteld conform artikel 3:3 van de CAR/UWO wordt een toelage
                                toegekend op grond van artikel 3:3 van de CAR/UWO.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De toelage als bedoeld in het eerste lid bedraagt per gewerkt uur
                                een percentage van het voor de medewerker geldende salaris per uur
                                en wel:</al><lijst><li nr="a."><al> 20% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 6.00
                                        en 8.00 uur en tussen 18.00 en 22.00 uur;</al></li><li nr="b."><al> 40% voor de uren op zaterdag tussen 6.00 en 22.00 uur;</al></li><li nr="c."><al> 40% voor de uren op maandag tot en met zaterdag tussen 0.00
                                        en 6.00 uur en tussen 22.00 en 24.00 uur;</al></li><li nr="d."><al>65% voor de uren op zondag en op de feestdagen genoemd in
                                        artikel 4:2:1, derde lid, van de CAR/UWO, met dien verstande
                                        dat genoemde percentages worden berekend over ten hoogste
                                        het salaris per uur, dat is afgeleid van het salaris horende
                                        bij het maximum van schaal 6.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de in het vorige lid onder a genoemde morgen- en avonduren
                                wordt de toelage slechts toegekend, indien de arbeid is aangevangen
                                vóór 7.00 uur, respectievelijk is beëindigd na 19.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In bijzondere gevallen kan een regeling worden getroffen die het
                                bepaalde in de vorige leden aanvult of daarvan afwijkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 20 Toelage bereikbaarheids- en beschikbaarheidsdienst</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de medewerker voor wie een salarisschaal geldt met een lager
                                maximumsalaris dan dat van schaal 11 en die buiten de
                                werktijdenregeling als bedoeld in artikel 4:1 en 4:2 van de CAR/UWO
                                ingevolge een schriftelijke aanwijzing van burgemeester en
                                wethouders zich regelmatig of vrij regelmatig bereikbaar en
                                beschikbaar moet houden teneinde bij oproep arbeid te gaan
                                verrichten, wordt een toelage toegekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen nadere regels vast omtrent de
                                hoogte en voorwaarden van de in lid 1 genoemde toelage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 21 Inconveniëntentoelage</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de medewerker aan wie het verrichten van zware, onaangename of
                                gevaarlijke arbeid wordt opgedragen, wordt een toelage toegekend,
                                tenzij en behoudens voor zover met deze bezwarende
                                werkomstandigheden rekening is gehouden bij de vaststelling van het
                                voor hem geldende salaris.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen nadere regels vast ter uitvoering
                                van de in lid 1 genoemde toelage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Afbouw van de toelage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>
                                Aan de medewerker wiens bezoldiging als gevolg van het buiten zijn
                                toedoen beëindigen of verminderen van een toelage, als bedoeld in
                                artikelen 16 tot en met 20, een blijvende verlaging ondergaat, wordt
                                door burgemeester en wethouders een aflopende toelage toegekend,
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al> a die blijvende verlaging ten minste 3% bedraagt van de som
                                        van het salaris en de toelage, als bedoeld in artikel 16,
                                        en</al></li><li nr="b."><al> b de medewerker de toelage – als bedoeld in artikelen 18,
                                        19, 20, 21 en 22 – direct voorafgaande aan het tijdstip van
                                        vorenbedoelde beë ging of vermindering ervan, gedurende
                                        ten</al></li></lijst><al> minste twee jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft
                                genoten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><lijst><li nr=""><al>Deze compensatie kent het volgende verloop:</al></li><li nr="1."><al>het eerste half jaar na de beëindiging of verlaging van de
                                        toelage, ontvangt de ambtenaar 100% van de daling van de
                                        bezoldiging die het gevolg is van het vervallen van de
                                        toelagen;</al></li><li nr="2."><al>het tweede half jaar na de beëindiging of verlaging van de
                                        toelage, ontvangt de ambtenaar 75% van de daling van de
                                        bezoldiging die het gevolg is van het vervallen</al><al> van de toelagen;</al></li><li nr="3."><al>het derde half jaar na de beëindiging of verlaging van de
                                        toelage, ontvangt de ambtenaar 50% van de daling van de
                                        bezoldiging die het gevolg is van het vervallen van de
                                        toelagen;</al></li><li nr="4."><al>het vierde half jaar na de beëindiging of verlaging van de
                                        toelage, ontvangt de ambtenaar 25% van de daling van de
                                        bezoldiging die het gevolg is van het vervallen van de
                                        toelagen.</al></li><li nr="3."><al>De periodes genoemd in lid 2 worden telkens met een half
                                        jaar verlengd als de ambtenaar</al><al> langer dan 10 jaar zonder onderbreking de toelage heeft
                                        ontvangen. </al></li><li nr="4."><al>In afwijking van het bepaalde in lid 1 tot en met 3,
                                        behouden medewerker van 55 jaar en ouder, die langer dan 10
                                        jaar zonder wezenlijke onderbreking (maximaal 2 maanden) de
                                        toelage hebben genoten, hun functiegebonden toelagen.</al></li><li nr="5."><al>De in het 2<sup>e</sup> en 3<sup>e</sup> lid bedoelde
                                        aflopende toelage gaat, wanneer de ambtenaar de leeftijd van
                                        55 jaar bereikt en hij onmiddellijk voor de aanvang van die
                                        toelage gedurende ten minste 10 jaren zonder wezenlijke
                                        onderbreking de functiegebonden toelage heeft genoten, over
                                        in een blijvende toelage.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>VI</nr><label>Overige bepalingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Onvoorziene gevallen</titel></kop><al>Voor gevallen waarin deze verordening niet of niet naar billijkheid
                            voorziet, treffen burgemeester en wethouders een bijzondere
                            regeling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><al>Het jaar 2013 vormt een overgangsjaar en is het laatste jaar waarin het
                            moment van de periodieke salarisverhoging afgeleid is van de
                            indiensttredingdatum van de medewerker. Als overgangsmaatregel is
                            artikel 7, lid 2 over het jaar 2013 niet van toepassing. Vanaf 2014
                            vinden de reguliere salarismaatregelen, genomen op basis van een
                            personeelsbeoordeling, alleen plaats in de maand januari. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>In werking treding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na de
                                    bekendmakingen heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2013 en
                                    kan aangehaald worden als ‘Bezoldigingverordening Vught
                                    2013’.</al></li><li nr="2."><al>Alle voorgaande bezoldigingverordeningen van Vught worden met
                                    dit besluit ingetrokken.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vught, 26 maart 2013 </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Burgemeester en wethouders van Vught</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De burgemeester</ondertekening><ondertekening>R.J. van de Mortel</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De Secretaris</ondertekening><ondertekening>mr. R.P.B.M. Brekelmans </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>