<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR337239_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregel Wet Maatregelen Bestrijding Voetbalvandalisme en Ernstige Overlast</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hulst</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-03-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hulst</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/">Elektronisch Gemeenteblad, d.d. 10-09-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregel aanpak overlast</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukXI/Artikel172a">Gemeentewet, art. 172a en 172b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/Hoofdstuk4/Titel43/Artikel481">Algemene wet bestuursrecht, art. 4:81</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">burgemeester</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-09-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-09-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Besluit burgemeester d.d. 02-09-2014</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      
      Beleidsregel
      Wet Maatregelen Bestrijding Voetb
      alvandalisme en Ernstige Overlast (Wet MBVEO)
    
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De burgemeester van Hulst,</al>
          <al>overwegende dat voor de toepassing van artikel 172a en artikel 172b
                        Gemeentewet een beleidsregel noodzakelijk is wat betreft de bevoegdheden bij
                        herhaaldelijke groepsgerelateerde en/of individuele overlast; </al>
          <al>gehoord de diverse beraadslagingen in de basisteamdriehoek; </al>
          <al>gelet op de artikelen 172a en 172b van de Gemeentewet en 4:81 Algemene Wet
                        bestuursrecht; </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>1. Inleiding</label>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>Op 1 september 2010 is de Wet Maatregelen Bestrijding
                                Voetbalvandalisme en Ernstige Overlast (ook wel genoemd Voetbalwet)
                                in werking getreden. Deze wet geeft de burgemeester extra
                                bevoegdheden om ordeverstorend gedrag van individuen en groepen
                                tegen te gaan. Deze bevoegdheden staan in de artikelen 172a en 172b
                                van de Gemeentewet. De aanvullende bevoegdheden richten zich op het
                                vroegtijdig kunnen stoppen, het preventief ingrijpen en het
                                doorbreken van ordeverstorend gedrag van een individu of een groep.
                                Ook de Officier van Justitie heeft met deze wet nieuwe bevoegdheden
                                gekregen. Op grond van artikel 509hh van het Wetboek van
                                Strafvordering kan hij/zij vier soorten gedragsaanwijzingen geven,
                                te weten een straat- of gebiedsverbod, een contactverbod, een
                                meldingsplicht of de aanwijzing zich te laten begeleiden door de
                                hulpverlening. </al>
            <al>Toepassing van de Wet MBVEO vraagt dat de burgemeester een
                                beleidsregel opstelt waarin is opgenomen hoe en in welke situaties
                                de burgemeester de nieuwe bevoegdheden gaat toepassen. In deze
                                beleidsregel wordt aangegeven op welke wijze de Voetbalwet binnen de
                                Gemeente Hulst wordt uitgevoerd. Allereerst zal een algemene
                                toelichting gegeven worden van de bevoegdheden die de burgemeester
                                heeft op grond van de Gemeentewet. Vervolgens worden de voorwaarden
                                voor toepassing van de bevoegdheden en de context van de gedragingen
                                besproken. Tenslotte zal er beschreven worden in hoeverre er
                                invulling gegeven kan worden aan de verschillende bevoegdheden.
                            </al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>2.Algemene toelichting</label>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>2.1 Aanleiding</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Het veiligheidsgevoel van de burger wordt in belangrijke mate
                                    beïnvloed door lokale leefomstandigheden en de directe
                                    leefomgeving. Bestrijding van overlast is daarmee primair een
                                    lokale aangelegenheid. Gemeenten hebben de regierol bij het
                                    vormgeven van het veiligheidsbeleid. Bij herhaaldelijke vormen
                                    van ordeverstorend gedrag bleken de bestuurlijke en
                                    strafrechtelijke instrumenten niet altijd voldoende toereikend
                                    te zijn om een overlastgevende situatie of geweld te beëindigen.
                                    Door de Wet MBVEO krijgen de burgemeester en de officier van
                                    justitie dan ook extra bevoegdheden voor het handhaven van de
                                    openbare orde, respectievelijk de vervolging van strafbare
                                    feiten, in relatie tot ernstige structurele overlast van groepen
                                    en individuen. De bevoegdheden richten zich op het (vroegtijdig
                                    en direct) doorbreken van het overlastgevend gedrag. Zij kunnen
                                    op basis van deze wet (preventieve) maatregelen treffen bij
                                    ordeverstorend gedrag in bepaalde wijken of gebieden waar de
                                    openbare orde onder druk staat, of ten behoeve van het ordelijk
                                    verloop van evenementen. De wet is een aanvulling op de al
                                    bestaande instrumenten waarover burgemeesters en officieren van
                                    justitie beschikken bijvoorbeeld op basis van de Gemeentewet, de
                                    Politiewet 2012, de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) of
                                    het Wetboek van Strafrecht (WvSr). </al>
              <al>Artikel 172a Gemeentewet doorkruist niet wat bij de
                                    gemeentelijke verordening is bepaald. Dit betekent dat de
                                    huidige instrumenten tegen overlast en baldadigheid uit de APV
                                    blijven bestaan, zoals gebiedsontzettingen. Ook de inzet op
                                    grond van samenscholing en ongeregeldheden en de maatregelen
                                    tegen overlast en baldadigheid waaronder openlijk drankgebruik
                                    blijven onverminderd van kracht. De bevoegdheden op grond van de
                                    Gemeentewet worden ingezet op het moment dat de maatregelen op
                                    grond van de APV geen effect sorteren of niet toereikend worden
                                    geacht, gelet op de ervaringen of het karakter van de
                                    problematiek en er ernstige vrees bestaat voor een verdere
                                    verstoring van de openbare orde.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>2.2 De bevoegdheden op grond van 172a en 172b
                                    Gemeentewet</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Op grond van artikel 172a eerste lid Gemeentewet kan de
                                    burgemeester aan een persoon die herhaaldelijk individueel of
                                    groepsgewijs de openbare orde heeft verstoord óf bij
                                    groepsgewijze verstoring van de openbare orde een leidende rol
                                    heeft gehad, bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de
                                    openbare orde de volgende maatregelen opleggen:</al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>
                    <onderstreept>G</onderstreept>
                    <onderstreept>ebiedsverbod;</onderstreept>
                                            De persoon aan wie een gebiedsverbod is opgelegd mag
                                            zich niet bevinden in (de omgeving van) een of meer
                                            bepaalde objecten binnen de gemeente, dan wel in een of
                                            meer bepaalde delen van de gemeente. </al></li>
                <li nr="2."><al>
                    <onderstreept>Groepsverbod:</onderstreept> Een
                                            groepsverbod houdt in dat een openbare ordeverstoorder
                                            zich niet zonder redelijk doel met meer dan drie
                                            personen in groepsverband mag ophouden in een bepaald
                                            deel of bepaalde delen van de gemeente of een voor het
                                            publiek toegankelijke plaats. Een groepsverbod is een
                                            niet voor een ieder geldend samenscholingsverbod als
                                            bedoeld in de APV, maar een individueel bevel dat
                                            ongewenste groepsvorming in een bepaald gebied
                                            tegengaat.</al></li>
                <li nr="3."><al>
                    <onderstreept>Meldingsplicht:</onderstreept> Een persoon
                                            aan wie een meldingsplicht is opgelegd moet zich op
                                            bepaalde tijdstippen melden op een bepaalde plaats, al
                                            dan niet in een andere gemeente. De meldingsplicht kan
                                            worden opgelegd als zelfstandige maatregel of in
                                            combinatie met een gebieds- of groepsverbod. In het
                                            laatste geval gelden zwaardere motiveringseisen. </al></li>
              </lijst>
              <al>Ingevolge artikel 172b Gemeentewet is de burgemeester bevoegd om
                                    aan een persoon die het gezag uitoefent over een minderjarige
                                    die de leeftijd van 12 jaren nog niet heeft bereikt en
                                    herhaaldelijk groepsgewijs de openbare orde verstoort en bij
                                    ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde een
                                    bevel te geven dat de minderjarige </al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>zich in bepaalde delen van de gemeente niet ophoudt,
                                            zonder begeleiding van diepersoon die gezag over hem of
                                            haar uitoefent;</al></li>
                <li nr="2."><al>zich tussen 20.00 uur ’s avonds en 06.00 uur ’s ochtends
                                            niet bevindt op voor hetpubliek toegankelijke plaatsen,
                                            tenzij de minderjarige wordt begeleid door de persoondie
                                            het gezag over hem of haar uitoefent.</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>2.3 Voorwaarden bevoegdheden burgemeester</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>De burgemeester kan de bevoegdheden van art. 172a Gemeentewet
                                    inzetten als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: </al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Er moet sprake zijn van herhaaldelijke verstoring van de
                                            openbare orde</al></li>
                <li nr="2."><al>Er moet ernstige vrees zijn voor verdere verstoring van
                                            de openbare orde</al></li>
              </lijst>
              <al>Daarnaast moet de overlast worden gepleegd door: </al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Leden van een groep ordeverstoorders; of</al></li>
                <li nr="2."><al>Een individuele ordeverstoorder; of</al></li>
                <li nr="3."><al>Een persoon die bij groepsgewijze overlast een leidende
                                            rol had. </al><lijst>
                    <li nr="·"><al>
                        <cursief>Herhaaldelijke verstoring</cursief>
                      </al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
              <al>Volgens de toepassing van de bevoegdheden van art. 172a en 172b
                                    moet er sprake zijn van een herhaaldelijke verstoring van de
                                    openbare orde. Dit geldt niet indien iemand bij een
                                    groepsgewijze verstoring van de openbare orde een leidende rol
                                    heeft gehad. Herhaaldelijk houdt in principe in dat de
                                    betreffende persoon <onderstreept>meer dan één
                                        keer</onderstreept> de openbare orde heeft verstoord.
                                    Wanneer hier sprake van is hangt af van de omstandigheden van
                                    het geval, waaronder de aard en de ernst van de verstoring van
                                    de openbare orde. Er moet <onderstreept>een
                                        patroon</onderstreept> zitten in het ordeverstorende gedrag
                                    van een individu of groep. Daarnaast houdt de term in dat de
                                    gedragingen plaatsgevonden moeten hebben <onderstreept>binnen
                                        een afzienbare tijd.</onderstreept> Of er sprake is van een
                                    afzienbare tijd is afhankelijk van de context waarin de
                                    gedragingen hebben plaatsgevonden. Bij evenementen die op
                                    jaarlijkse basis plaatsvinden is een afzienbare tijd van 13
                                    maanden redelijk, terwijl overlast door 12-minners in een
                                    afzienbare tijd van 6 maanden redelijk is. Dit zal per geval
                                    moeten worden beoordeeld. Het is niet noodzakelijk dat de
                                    eerdere openbare orde verstoringen telkens in dezelfde gemeente
                                    moet hebben plaatsgevonden. Ordeverstorend gedrag in meerdere
                                    gemeenten kan ook wijzen op een patroon van herhaling, zeker als
                                    dit plaatsvindt tijdens of rondom voetbalwedstrijden en
                                    evenementen. Evenmin is vereist dat de ordeverstoorder
                                    woonachtig is in de gemeente waar de verstoring van de openbare
                                    orde heeft plaatsgevonden (en waar dus een burgemeestersbevel
                                    wordt uitgevaardigd). In ieder geval zijn ordeverstorende
                                    gedragingen van langer dan 13 maanden geleden niet te
                                    kwalificeren als herhaaldelijk en blijft handhaving op grond van
                                    de APV mogelijk, zoals het inzetten van de
                                    gebiedsontzeggingen.</al>
              <al>·<cursief>Ordeverstorende
                                        gedraginge</cursief><cursief>n:</cursief></al>
              <al>Een wettelijke definitie van het begrip ‘verstoring van de
                                    openbare orde’ bestaat (nog) niet. Of er sprake is van een
                                    verstoring van de openbare orde en daarmee ordeverstorend gedrag
                                    hangt af van de specifieke omstandigheden van het geval en de
                                    intensiteit van de gedragingen. Het gaat om een afwijking van de
                                    normale gang van zaken in de publieke ruimte. Ordeverstorende
                                    gedragingen zijn in ieder geval strafbare gedragingen en
                                    overtredingen van de APV. De ordeverstoorder krijgt een
                                    proces-verbaal voor deze gedragingen. Daarnaast kunnen ook
                                    structurele ordeverstorende gedragingen die niet direct
                                    strafbaar zijn gesteld onder deze begripsbeschrijving vallen.
                                    Dit moet blijken uit een registratie van toezichthouders in de
                                    publieke ruimte. Voorbeelden van ordeverstorende gedragingen
                                    zijn:</al>
              <lijst>
                <li nr="-"><al>het hinderlijk en zonder redelijk doel rondhangen;</al></li>
                <li nr="-"><al>naroepen;</al></li>
                <li nr="-"><al>bespugen;</al></li>
                <li nr="-"><al>intimiderend overkomen;</al></li>
                <li nr="-"><al>wildplassen;</al></li>
                <li nr="-"><al>plakken en kladden;</al></li>
                <li nr="-"><al>hinderlijk drankgebruik;</al></li>
                <li nr="-"><al>vernieling van goederen;</al></li>
                <li nr="-"><al>ingooien van ruiten;</al></li>
                <li nr="-"><al>het aanbrengen van graffiti;</al></li>
                <li nr="-"><al>openbare dronkenschap;</al></li>
                <li nr="-"><al>schelden;</al></li>
                <li nr="-"><al>vernielingen;</al></li>
                <li nr="-"><al>wangedrag bij wet Mulder feiten.</al></li>
                <li nr="-"><al>alle misdrijven tegen de openbare orde, zoals op basis
                                            van artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht</al></li>
              </lijst>
              <al>Hierbij wordt opgemerkt dat voor jeugdoverlast en de groep
                                    12-minners in het bijzonder bij een groepsgewijze verstoring van
                                    de openbare orde een zwaardere afweging dient te worden gemaakt
                                    bij de beoordeling of het kindgedrag als overlastgevend kan
                                    worden aangemerkt. Joelen, stoeien en belletje trekken worden in
                                    beginsel niet als overlastgevend aangemerkt. Daarnaast dienen
                                    jongeren (tot 18 jaar, zijnde de door het Zeeuwse
                                    Veiligheidshuis gehanteerde norm) zich ten minste twee maal
                                    schuldig te hebben gemaakt aan overlast gerelateerde (strafbare)
                                    feiten wil er sprake zijn van een “overlastgevende” jongere. De
                                    wet Mulder feiten worden alleen dan meegenomen indien deze
                                    overtredingen een onevenredige druk leggen op de openbare orde
                                    in een, door de lokale driehoek vastgesteld, overlastgebied.
                                    Denk hierbij aan het op de stoep rijden met een scooter,
                                    hinderlijk parkeergedrag en dergelijke.</al>
              <al>·<cursief>Ernstige vrees</cursief></al>
              <al>Volgens de wetgever is de belangrijkste beperking om de
                                    bevoegdheid te gebruiken gelegen in de eis dat er sprake moet
                                    zijn van ‘ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare
                                    orde’. Dit houdt in dat er <onderstreept>duidelijke
                                        aanwijzingen</onderstreept> moeten zijn dat de
                                    ordeverstoorder zijn gedrag zal voortzetten als niet wordt
                                    ingegrepen. Voorbeeld van een aanwijzing is het feit dat een
                                    persoon reeds in het verleden betrokken is geweest bij ernstige
                                    ordeverstoringen, maar ook verklaringen van betrokkenen,
                                    signalen of verwachtingen en overige voorzienbare
                                    omstandigheden, waaruit blijkt dat die persoon zijn of haar
                                    ordeverstorend gedrag niet op eigen initiatief of met ‘zachte’
                                    drang zal stoppen. Deze artikelen zijn niet bedoeld om
                                    onmiddellijk een eind te maken aan concrete ordeverstoringen,
                                    maar erop gericht een einde te maken aan structurele vormen van
                                    (groepsgebonden) overlast. </al>
              <al>·<cursief>Groepsgerelateerde gedragingen en leidende
                                        rol</cursief></al>
              <al>Er is sprake van een groep bij drie of meer personen waar de
                                    overlastgever onderdeel vanuit maakt. Als een persoon bij
                                    groepsgerelateerde overlast een leidende rol heeft gehad, kan
                                    direct – na de eerste overtreding – een bestuurlijke maatregel
                                    worden opgelegd. Het is moeilijk een leidende rol te typeren.
                                    Aansluiting kan worden gezocht bij de rechterlijke uitspraken
                                    over openlijke geweldpleging in vereniging waar de leider niet
                                    zelf ordeverstorende gedragingen pleegt, maar ‘actief’,
                                    medestanders mobiliseert, voorop loopt, faciliteert, oproept
                                    (via sms, internet of anderszins) of op intimiderende wijze een
                                    bijdrage levert aan in groepsverband plegen van ordeverstoring
                                    (zie arrest Gerechtshof Amsterdam 30 juli 2009, parketnummer:
                                    21-004032-07). </al>
              <al>Van een leidende rol kan dus sprake zijn indien de persoon
                                    anderen aanzet tot ongewenst gedrag die de openbare orde
                                    verstoord. Deze persoon neemt dus niet altijd zelf rechtstreeks
                                    deel aan de ordeverstorende gedragingen, maar neemt wel het
                                    initiatief en zet anderen aan tot het plegen van handelingen
                                    waardoor de orde wordt verstoord. Het gedrag kan zich uiten in
                                    concrete gedragingen zoals het benaderen van anderen, het leggen
                                    van contact tussen leden van de groep, het initiatief nemen, een
                                    vertrouwensrelatie en/of gezag hebben. Ook kan de leidinggevende
                                    rol worden afgeleid uit verklaringen van getuigen of leden van
                                    de groep. Het aantonen van een leidende rol is afhankelijk van
                                    de concrete casus. Naast de te treffen maatregelen van de
                                    burgemeester kan de ordeverstorende leider worden vervolgd. </al>
              <al>·<cursief>Voorwaarden</cursief><cursief>uit de
                                        Algemene wet bestuursrecht </cursief></al>
              <al>De door de burgemeester op te leggen maatregel is een
                                    beschikking in de zin van artikel 1:3 lid 2 Awb en dient te
                                    voldoen aan de vereisten van zorgvuldige voorbereiding,
                                    belangenafweging en horen (indien vereiste spoed zich daartegen
                                    niet verzet). Het besluit dient deugdelijk gemotiveerd te zijn
                                    en er moet voor betrokkene geen onzekerheid bestaan ten aanzien
                                    van wat er van hem verwacht wordt. </al>
              <al>·<cursief>Proportionaliteit en subsidiariteit </cursief></al>
              <al>Op basis van het proportionaliteitsbeginsel mag de beperking van
                                    de bewegingsvrijheid niet verder gaan dan noodzakelijk voor het
                                    doel: de voorkoming van verdere verstoring van de openbare orde.
                                    De duur van het verbod wordt bepaald door de frequentie, aard en
                                    ernst van de overlast, alsmede de achtergrond van de dader; het
                                    gebied waarvoor een verbod geldt mag niet groter zijn dan
                                    noodzakelijk en geen inbreuk maken op bepaalde (grond)rechten of
                                    mogelijkheden (gezinsleven, uitoefening van de godsdienst of
                                    levensovertuiging; voorzien in levensonderhoud of
                                    scholing).</al>
              <al>In verband met het subsidiariteitsbeginsel moeten er eerst
                                    minder ingrijpende maatregelen worden ingezet en moet in de
                                    beschikking gemotiveerd worden aangegeven waarom het
                                    burgemeestersbevel wordt geprefereerd boven andere
                                    interventiemogelijkheden. </al>
              <al>·<cursief>Samenloopregeling</cursief></al>
              <al>Artikel 172a, derde lid Gemeentewet, geeft de samenloopregeling
                                    aan. Deze houdt in dat indien de OvJ een gebiedsverbod als
                                    gedragsaanwijzing heeft gegeven, de burgemeester geen gebieds-
                                    of groepsverbod oplegt voor hetzelfde gebied. De burgemeester en
                                    de OvJ zullen in de praktijk overleggen in de lokale driehoek. </al>
              <al>·<cursief>Geen mandaat</cursief></al>
              <al>Een op grond van artikel 172a en 172b Gemeentewet gegeven
                                    besluit wordt genomen door de burgemeester. De burgemeester kan
                                    deze bevoegdheid niet mandateren, aldus artikel 177, tweede lid,
                                    van de Gemeentewet. Hetzelfde geldt voor het besluit tot
                                    verlening, wijziging of intrekking van het besluit en het
                                    besluit tot het verlenen van een ontheffing. </al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>3.Context van de gedragingen</label>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>De bevoegdheden van de Wet MBVEO kunnen in verschillende situaties
                                worden ingezet. De context van de gedragingen speelt een rol bij de
                                vraag welke bevoegdheid precies dient te worden ingezet. Hieronder
                                worden de verschillende toepassingsgebieden genoemd. Per
                                toepassingsgebied wordt, in algemene zin, aangegeven van welke
                                bevoegdheden gebruik kan worden gemaakt. </al>
          </structuurtekst>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>3.1 Overlast in bepaalde wijken</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Gelet op de reikwijdte van de bevoegdheden, zoals
                                    groepsgerelateerde en individuele overlast zijn de maatregelen
                                    goed toepasbaar bij de bestrijding van onder andere
                                    straatdealers/drugsrunners,
                                    drugsverslaafden/alcoholisten/zwervers en veel-plegers welke in
                                    bepaalde gebieden in de gemeente een onaanvaardbare druk leggen
                                    op de openbare orde en veiligheid. Indien er sprake is van
                                    overlast veroorzaakt door jeugd(groepen) wordt een andere
                                    afweging gemaakt. </al>
              <al>
                <onderstreept>Drugsrunners of straatdealers</onderstreept>
                                    hebben door hun (dealers)activiteiten een aanzuigende werking op
                                    allerlei vormen van criminaliteit in de openbare ruimte. Vaak
                                    gaat het om een bepaald gebied, waarbij door de aanzuigende
                                    werking in dat gebied een onaanvaardbaar openbaar orde probleem
                                    ontstaat. Deze personen zijn veelvuldig op de openbare weg
                                    aanwezig om, ofwel te handelen, ofwel klanten door te geleiden
                                    naar een drugshandelaar. Het alleen aanwezig zijn op de openbare
                                    weg levert in veel gevallen geen strafbaar feit op, maar
                                    veroorzaakt veel overlast en levert bij buurtbewoners of aldaar
                                    aanwezigen, gevoelens van onveiligheid op. Het veiligheidsgevoel
                                    wordt vergroot, als deze personen uit het straatbeeld
                                    verdwijnen.</al>
              <al>Wat betreft <onderstreept>zwervers en
                                        alcoholisten</onderstreept> is het feit dat een groepje zich
                                    verzameld - om al dan niet met elkaar alcoholische
                                    versnaperingen te nuttigen - in beginsel niet overlastgevend. De
                                    groep als geheel of het individu moet zich overlastgevend
                                    gedragen en dat gebeurt bij deze ordeverstoorders, vaak door een
                                    combinatie van ordeverstorende gedragingen, zoals het
                                    intimideren van voorbijgangers, geluidsoverlast, vervuiling en
                                    wildplassen. Bij de groep
                                        <onderstreept>veelplegers</onderstreept> gaat het om het
                                    feit dat zij veelvuldig actief zijn, al dan niet in eenzelfde
                                    gebied en (gedrags)interventies niet hebben geleid tot het
                                    stopzetten van hun overlastgevende gedragingen.</al>
              <al>In beginsel zal aan een persoon, die herhaaldelijk individueel
                                    ordeverstorende gedragingen pleegt, een gebiedsverbod worden
                                    opgelegd. Indien bijzondere omstandigheden van het geval dat
                                    noodzakelijk maken, zoals de handhaafbaarheid van het opgelegde
                                    verbod, kan direct een meldingsplicht worden opgelegd. </al>
              <al>Indien een persoon herhaaldelijk ordeverstorend gedrag vertoont
                                    en het merendeel van de gedragingen in groepsverband heeft
                                    plaatsgevonden, zal aan de persoon een groepsverbod worden
                                    opgelegd. </al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>3.2 Overlast rond evenementen</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>In deze beleidsregel wordt voor het begrip ‘evenement’
                                    aangesloten bij de begripsomschrijving in artikel 2:21 van de
                                    APV, met dien verstande dat deze beleidsregel uitdrukkelijk ook
                                    van toepassing wordt verklaard op betogingen, samenkomsten en
                                    vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. </al>
              <al>Deze beleidsregel is daarmee ook van toepassing op betogingen,
                                    samenkomsten en vergaderingen ingevolge de Wet openbare
                                    manifestaties die gelet op hun aard een aantrekkende werking
                                    hebben op overlastgevende personen. </al>
              <al>De beleidsregel wordt in het land ook toegepast in gemeenten
                                    waar sprake is van betaald voetbal en/of voetbalwedstrijden
                                    waarbij regelmatig sprake is van ernstige ongeregeldheden door
                                    bijvoorbeeld voetbalhooligans. </al>
              <al>Vooralsnog is van deze problematiek in Zeeland geen sprake en is
                                    die specifieke aanpak niet in deze beleidsregel opgenomen. De
                                    Zeeuwse gemeenten kennen door het toeristische karakter en het
                                    organiseren van grote en veel kleinere evenementen die in
                                    diverse evenementenkalenders bekend worden gemaakt een
                                    gevarieerd en goed georganiseerd totaalaanbod. De jaarlijks
                                    honderdduizenden bezoekers aan Zeeland en de goede bezetting en
                                    bezoekersaantallen van de grote evenementen bevestigen dit beeld
                                    en zorgen vaak voor een feestelijke sfeer (vooral gedurende de
                                    zomerperiode). Om dit beeld zo te houden is het belangrijk dat
                                    preventief wordt opgetreden tegen relschoppers die het voor een
                                    grote groep welwillende bezoekers bederven.</al>
              <al>De landelijke incidenten rondom voetbalwedstrijden,
                                    bevrijdingsfestivals, oud en nieuw vieringen en met name bij het
                                    evenement op het strand van Hoek van Holland op 22 augustus 2009
                                    leren dat steeds vaker bepaalde groepen personen evenementen
                                    bezoeken met het kennelijke doel de openbare orde te verstoren
                                    of te bedreigen. Evenementen waarbij tegelijkertijd grote
                                    groepen personen in de stad of dorpen bijeenkomen,
                                    rechtvaardigen extra maatregelen ter voorkoming van
                                    wanordelijkheden. Dit betekent dat naast een goede voorbereiding
                                    het mede van belang is dat gerichte inzet plaatsvindt op
                                    bepaalde groepen/personen ter bescherming van de openbare orde
                                    en het woon- en leefklimaat. De bevoegdheden op grond van
                                    artikel 172a Gemeentewet kunnen aanvullende maatregelen bij
                                    evenementen inhouden.</al>
              <al>Indien een persoon binnen 13 maanden herhaaldelijk
                                    ordeverstorend gedrag vertoont tijdens evenementen (of tijdens
                                    gebeurtenissen als jaarwisseling, EK/WK, etc.) kan een
                                    gebiedsverbod worden opgelegd voor de duur van drie maanden,
                                    waarbinnen het verboden is om zich op een ander te bepalen
                                    plaats te begeven. De plaats waar het ordeverstorende gedrag
                                    heeft plaatsgevonden is niet bepalend voor het gebied waarvoor
                                    het verbod wordt opgelegd. Zo kan het verbod, gelet op de
                                    evenementenkalender, voor meerdere gebieden tegelijkertijd in de
                                    stad gelden. </al>
              <al>Bij B en C evenementen, waaronder ook grootschalige
                                    samenkomsten, niet zijnde evenementen, vallen die gelet op hun
                                    aard een aantrekkende werking hebben op ordeverstorende personen
                                    kan naast een gebiedsverbod ook direct een meldingsplicht worden
                                    opgelegd voor de duur van het evenement, dan wel maximaal voor
                                    de duur van drie maanden. Dit kan ook opgelegd worden tijdens
                                    vergelijkbare evenementen die vermeld zijn op de kalender.
                                    Daarnaast kan de burgemeester indien de feiten en/of
                                    omstandigheden dat noodzakelijk maken bij evenementen een
                                    groepsverbod opleggen voor de duur van een evenement, dan wel
                                    maximaal drie maanden. </al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>3.3 Voetbal gerelateerde overlast</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>De gemeenten die Betaald Voetbal Organisaties (BVO) binnen hun
                                    gebiedsgrenzen hebben nemen een dergelijk artikel op in de
                                    beleidsregel. Ondanks dat we in Zeeland geen BVO hebben kan het
                                    aanstichten van voetbalvandalisme en/-criminaliteit ook de
                                    Zeeuwse gemeenten raken. Steeds vaker wijken de zogenaamde
                                    ‘harde kern en meelopers’ uit naar evenementen die in andere
                                    steden of zelfs provincies plaatsvinden. De rellen op het strand
                                    van Hoek van Holland zijn hiervan het meest bekende en recente
                                    voorbeeld. In het recente verleden verscheen een dergelijk
                                    gewelddadige en overlastgevende groep bij evenementen in
                                    Renesse. Daar werden zij herkend door de politie en hen kenbaar
                                    gemaakt dat zij niet langer welkom zijn in deze evenementen.
                                    Deze ontwikkeling maakt dat het fenomeen ‘voetbalvandalisme’
                                    moelijker voorspel- en grijpbaar is geworden en niet meer alleen
                                    toe te schrijven is naar alleen gemeenten die een BVO hebben. </al>
              <al>Bij de groep <onderstreept>voetbalsupporters</onderstreept> gaat
                                    het derhalve om die personen die veelal in een groep bij Zeeuwse
                                    evenementen de openbare orde kunnen verstoren of dreigen te
                                    verstoren. Het gaat om die gevallen waarbij aannemelijk is,
                                    gelet op de reeds ervaren overlast, dat het ordeverstorende
                                    gedrag aanhoudt. </al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>3.4 Jeugdoverlast</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Jongeren verdienen een tweede kans. Van jongeren is in ieder
                                    geval sprake indien de persoon of de personen de leeftijd van 18
                                    jaar nog niet hebben bereikt. Wat betreft de aanpak van jeugd of
                                    jeugdgroepen is het noodzakelijk dat het inzetten van een
                                    maatregel een onderdeel moet vormen van een geïntegreerde
                                    persoonsgebonden aanpak (bijvoorbeeld het PGA casusoverleg en
                                    het Hulpverlening Casus Overleg in het Zeeuws Veiligheidshuis). </al>
              <al>Bevoegdheden specifiek bij jeugdoverlast zullen pas worden
                                    ingezet indien deze geïntegreerde persoonsgerichte aanpak van
                                    minder vergaande middelen én de hulpverlening zijn ingezet. Pas
                                    als jongeren deze kans nog niet hebben aangegrepen om hun gedrag
                                    te verbeteren is een harde aanpak wat nog rest. Om die reden is
                                    voor jeugdigen een apart handhavingsarrangement opgenomen. </al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>3.5 Overlast door ex-partners</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Het komt geregeld voor dat ex-partners voor de deur staan waarna
                                    het escaleert. Alhoewel de aandacht van een ex-partner is
                                    gericht op een specifiek persoon of meerdere personen binnen een
                                    gezin legt dit soort incidenten grote druk op de buurt en het
                                    veiligheidsgevoel van de buurtbewoners. </al>
              <al>Het OM kan in geval van verdenking van een strafbaar feit door
                                    de ex-partner een gedragsaanwijzing opleggen. Hiervoor gelden
                                    dezelfde voorwaarden als voor een bevel door de burgemeester.
                                    Daarnaast heeft het OM in het kader van het strafrecht de
                                    mogelijkheid een gebiedsverbod te vragen bij de rechter indien
                                    de ex-partner zich schuldig maakt aan een strafbaar feit. </al>
              <al>Er was tot nu toe geen instrument aanwezig om in hierboven
                                    beschreven gevallen in te zetten. Met de komst van deze wet kan
                                    indien een persoon herhaaldelijk ordeverstorend gedrag vertoont
                                    door de burgemeester een gebiedsverbod worden opgelegd voor de
                                    duur van drie maanden. </al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>4. Toepassing van de bevoegdheden bij overlast</label>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>De bevoegdheden van de Wet MBVEO houden een beperking in van de
                                bewegingsvrijheid van het individu, hetgeen betekent het recht om
                                zich zonder inmenging van de overheid te verplaatsen
                                (vrijheidsbeperking). Een juiste toepassing van de bevoegdheden moet
                                daarom zijn gewaarborgd. In deze beleidsregel geeft de burgemeester
                                aan op welke wijze hij van de aanvullende bevoegdheden gebruik zal
                                maken. Dit laat onverlet dat de burgemeester een
                                afwijkingsbevoegdheid heeft indien dit door de bijzondere
                                omstandigheden gelet op de openbare orde noodzakelijk is. </al>
          </structuurtekst>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>4.1 Ordeverstorende gedragingen in groepsverband</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Indien een persoon herhaaldelijk ordeverstorend gedrag vertoont
                                    en het merendeel van de gedragingen in groepsverband heeft
                                    plaatsgevonden, zal aan de persoon een groepsverbod worden
                                    opgelegd. Als een persoon bij groepsgerelateerde overlast een
                                    leidende rol heeft gehad, kan direct – na een eerste
                                    ordeverstorende gedraging – een groepsverbod worden opgelegd. </al>
              <al>Indien bijzondere omstandigheden van het geval dat noodzakelijk
                                    maken, zoals de geografische ligging van het gebied, de
                                    bestaande druk op de openbare orde of de ernst van de
                                    gedragingen kan direct een gebiedsverbod worden opgelegd. </al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>4.2 Ordeverstorende gedragingen door het individu</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Indien een persoon herhaaldelijk individueel ordeverstorende
                                    gedragingen pleegt, zal aan die persoon een gebiedsverbod worden
                                    opgelegd. </al>
              <al>Indien bijzondere omstandigheden van het geval dat noodzakelijk
                                    maken, zoals de handhaafbaarheid van het opgelegde verbod kan
                                    direct een meldingsplicht worden opgelegd. Hierbij wordt gedacht
                                    aan B of C evenementen. </al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>4.3 Overtreding opgelegd bevel</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Bij een eerste overtreding van het groepsverbod kan:</al>
              <lijst>
                <li nr="·"><al>Het verbod worden verlengd met drie maanden indien de
                                            overtreding niet gepaard gaat met ordeverstorende
                                            gedragingen en/of kan het gebied waarvoor het
                                            groepsverbod geldt ten nadele van betrokkene worden
                                            uitgebreid.</al></li>
                <li nr="·"><al>Een gebiedsverbod worden opgelegd indien de overtreding
                                            van het groepsverbod gepaard gaat met ordeverstorende
                                            gedragingen.</al></li>
              </lijst>
              <al>Bij een tweede overtreding van een groepsverbod zonder
                                    ordeverstorende gedragingen wordt er een gebiedsverbod opgelegd
                                    voor de duur van drie maanden. Bij een tweede overtreding gaat
                                    de politie over tot aanhouding op grond van artikel 184 Sr en
                                    gaat het OM over tot vervolging mits de richtlijnen van het OM
                                    in bijlage 4 in acht zijn genomen.</al>
              <al>Bij een eerste overtreding van het gebiedsverbod kan: </al>
              <lijst>
                <li nr="·"><al>Het verbod worden verlengd met drie maanden indien geen
                                            sprake is van ordeverstorende handelingen of kan het
                                            gebied worden uitgebreid. </al></li>
                <li nr="·"><al>Er een meldingsplicht worden opgelegd indien naast de
                                            overtreding sprake is van ordeverstorende handelingen.
                                        </al></li>
              </lijst>
              <al>Bij een tweede overtreding gaat de politie over tot aanhouding
                                    op grond van artikel 184 Sr en gaat het OM over tot vervolging
                                    op deze grond mits de richtlijnen van het OM in bijlage 4 in
                                    acht zijn genomen. </al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>4.4 Verlengingsmogelijkheden bij groepsgerelateerde en
                                    individuele overlast</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>De maatregelen kunnen voor de duur van drie maanden worden
                                    opgelegd. De maatregelen kunnen worden verlengd of ten nadelen
                                    van betrokkene worden uitgebreide indien uit nieuwe feiten en
                                    omstandigheden blijkt dat er hernieuwde vrees is voor het
                                    verstoren van de openbare orde. Nieuwe feiten en omstandigheden
                                    zijn onder andere het overtreden van de opgelegde maatregel.
                                    Deze ernstige (hernieuwde) vrees kan ook worden afgeleid uit
                                    ordeverstorende gedragingen in andere gebieden dan het gebied
                                    waar het verbod voor geldt. Indien de maatregel wordt verlengd
                                    terwijl de termijn van een eerder opgelegde maatregel nog niet
                                    is verstreken gaat de nieuwe maatregel pas in na afloop van de
                                    termijn van de eerder opgelegde maatregel. Gedurende de looptijd
                                    van een maatregel kan slechts één keer een maatregel worden
                                    verlengd. Indien er sprake is van een ordeverstorende gedraging
                                    binnen drie jaar nadat een maatregel is verstreken kan direct
                                    een stap in het handhavingsarrangement (zie bijlage 1) worden
                                    overgeslagen. Wanneer later bekend geworden feiten en/of
                                    omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties
                                    aanwezig zijn dat herhaling is uitgesloten, kan de bestuurlijke
                                    maatregel worden opgeheven. </al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>4.5 Recidive 12-minners</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Indien een minderjarige die de leeftijd van 12 jaar nog niet
                                    heeft bereikt binnen een termijn van 6 maanden na het
                                    verstrijken van de maatregel herhaaldelijk
                                        <onderstreept>groepsgewijs de openbare orde
                                        verstoord</onderstreept> is sprake van herhaaldelijke
                                    overlast en wordt aan het ouderlijk gezag van de minderjarige
                                    een bevel opgelegd, waarbij de minderjarige zich gedurende een
                                    periode van drie maanden niet tussen 20.00 en 06.00 mag begeven
                                    op voor het publiek toegankelijke plaatsen zonder begeleiding
                                    van het ouderlijke gezag. De maatregel wordt alleen dan opgelegd
                                    indien minder vergaande middelen én de hulpverlening als
                                    integrale persoonsgebonden aanpak zijn ingezet (bijvoorbeeld het
                                    Justitieel Casusoverleg en het Hulpverlening casus overleg in
                                    het Zeeuws Veiligheidshuis). Indien het bevel wordt overtreden
                                    zal de maatregel voor de resterende duur worden uitgebreid met
                                    het bevel dat de minderjarige zich te allen tijde niet zonder
                                    het ouderlijke gezag in een nader te bepalen gebied mag begeven. </al>
              <al>Indien de minderjarige die de leeftijd van 12 jaar nog niet
                                    heeft bereikt binnen 6 maanden na het verstrijken van de
                                    maatregel opnieuw overlastgevend gedrag vertoont zal wederom een
                                    maatregel worden opgelegd. In dat geval zal aan de persoon die
                                    het gezag over de minderjarige uitoefent: </al>
              <lijst>
                <li nr="-"><al>Het bevel worden gegeven dat de minderjarige in een
                                            nader aan te wijzen gebied zich niet mag ophouden zonder
                                            begeleiding van de persoon die gezag over hem heeft,
                                            én</al></li>
                <li nr="-"><al>Het bevel worden gegeven dat de minderjarige tussen
                                            20.00 en 06.00 uur niet zonder begeleiding mag komen op
                                            het voor publiek toegankelijke plaatsen. Indien de
                                            persoon inmiddels de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt
                                            kan bij een volgende overtreding binnen 6 maanden na het
                                            aflopen van de maatregel direct een gebiedsverbod worden
                                            opgelegd voor de periode van 3 maanden, dan wel de
                                            eerste stap uit het handhavingsarrangement worden
                                            overgeslagen. Wanneer later bekend geworden feiten en
                                            omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende
                                            garanties aanwezig zijn dat herhaling is uitgesloten,
                                            kan de bestuurlijke maatregel worden opgeheven. </al></li>
              </lijst>
              <al>
                <vet>Besluit vast te stellen: </vet>
              </al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Beleidsregel aanpak overlast</label>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Groepsverbod</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>
                <vet>1</vet>. Een overlastgever krijgt het bevel zich niet op te
                                houden in of in de omgeving van één of meer bepaalde objecten binnen
                                de gemeente, dan wel in één of meer bepaalde delen van de gemeente
                                met meer dan drie personen.</al>
              <al>
                <vet>2</vet>. Het groepsverbod wordt in beginsel opgelegd voor het
                                gebied waar de overlast heeft plaatsgevonden. Indien het, gelet op
                                de druk op openbare orde in een bepaald gebied noodzakelijk wordt
                                geacht, wordt ook dit gebied aangewezen.</al>
              <al>
                <vet>3</vet>. Het groepsverbod wordt opgelegd voor de duur van drie
                                maanden.</al>
              <al>
                <vet>4</vet>. De maatregel wordt uitgebreid ten nadele van
                                betrokkene of verlengd indien nieuwe</al>
              <al>feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven. In beginsel wordt
                                een</al>
              <al>groepsverbod verlengd indien de maatregel voor de eerste keer wordt
                                overtreden. De</al>
              <al>maatregel kan worden ingetrokken indien uit nieuwe feiten en
                                omstandigheden er</al>
              <al>voldoende garanties aanwezig zijn dat herhaling is uitgesloten.</al>
              <al>
                <vet>5</vet>. Indien sprake is van een persoon onder de 18 jaren
                                wordt een groepsverbod alleen</al>
              <al>opgelegd indien minder vergaande middelen én de hulpverlening als
                                integrale</al>
              <al>persoongebonden aanpak zijn ingezet.</al>
              <al>
                <vet>6</vet>. De termijn kan drie keer worden verlengd voor telkens
                                drie maanden.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Gebiedsverbod</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>
                <vet>7</vet>. Een overlastgever krijgt het bevel zich niet te
                                bevinden in of in de omgeving van één of meer bepaalde objecten
                                binnen de gemeente, dan wel in één of meer bepaalde delen van de
                                gemeente. Indien dit noodzakelijk is wordt een looproute
                                aangegeven.</al>
              <al>
                <vet>8</vet>. Het gebiedsverbod wordt in beginsel opgelegd voor het
                                gebied waar de overlast heeft plaatsgevonden. Indien het, gelet op
                                de druk op openbare orde in een bepaald gebied noodzakelijk wordt
                                geacht, kan ook dat gebied worden aangewezen.</al>
              <al>
                <vet>9</vet>. Het gebiedsverbod wordt opgelegd voor de duur van drie
                                maanden.</al>
              <al>
                <vet>10</vet>. De maatregel kan worden uitgebreid ten nadele
                                van betrokkene of verlengd indien nieuwe feiten en omstandigheden
                                daartoe aanleiding geven. De maatregel kan worden ingetrokken indien
                                uit nieuwe feiten en omstandigheden er voldoende garanties aanwezig
                                zijn dat herhaling is uitgesloten.</al>
              <al>
                <vet>11</vet>. Indien sprake is van een persoon onder de 18 jaren
                                wordt een groepsverbod alleen</al>
              <al>opgelegd indien minder vergaande middelen én de hulpverlening als
                                integrale</al>
              <al>persoonsgerichte aanpak zijn ingezet.</al>
              <al>
                <vet>12</vet>. De termijn kan drie keer worden verlengd voor telkens
                                drie maanden.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Meldingsplicht door de burgemeester van Hulst</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>
                <vet>13</vet>. Aan de persoon die voor de tweede maal een
                                gebiedsverbod overtreedt, een</al>
              <al>persoon bij de eerste overtreding van het gebiedsverbod een leidende
                                rol heeft gehad, of bij een B of een C evenement kan een
                                meldingsplicht worden opgelegd. Detijdstippen en plaats worden
                                nader, per individueel geval, bepaald.</al>
              <al>
                <vet>14</vet>. De meldingsplicht wordt opgelegd voor drie maanden,
                                dan wel de duur van hetevenement.</al>
              <al>
                <vet>15</vet>. De meldingsplicht wordt zoveel mogelijk opgelegd in
                                de gemeente waar betrokkene woonachtig is, tenzij de aard van de
                                omstandigheden zich hier tegen verzet. Hiervan is onder meer sprake
                                indien de burgemeester van de plaats waar de persoon woonachtig is
                                geen toestemming heeft gegeven voor de melding. </al>
              <al>
                <vet>16</vet>. De burgemeester legt niet eerder een meldingsplicht
                                op dan er vooraf afstemming heeft plaatsgevonden met de teamchef van
                                de lokale politie.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Intergemeentelijke meldingsplicht (verzoek andere
                                gemeenten)</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>
                <vet>17</vet>. De burgemeester geeft niet eerder toestemming aan de
                                burgemeester van de verzoekende gemeente, om een ordeverstoorder in
                                de gemeente Hulst zich te laten melden, voordat de politie over het
                                ingediende een positief advies heeft gegeven. De toestemming kan
                                mondeling worden gegeven.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Begeleidingsplicht minderjarige tot 12 jaar</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>
                <vet>18</vet>. Een persoon die gezag uitoefent over een minderjarige
                                die de leeftijd van 12 jaar nog niet heeft bereikt en herhaaldelijk
                                groepsgewijs overlast pleegt krijgt een bevel opgelegd dat de
                                minderjarige zich niet mag ophouden tussen 20.00 uur ’s avonds en
                                06:00 uur ’s ochtends zonder zijn begeleiding. De maatregel wordt
                                slechts opgelegd indien de integrale persoonsgerichte aanpak is
                                ingezet of deze is geweigerd.</al>
              <al>
                <vet>19</vet>. De begeleidingsplicht wordt in beginsel opgelegd voor
                                de avonduren. Indien dit noodzakelijk wordt geacht, kan het bevel
                                worden uitgebreid met het bevel dat de minderjarige zich op een
                                aangewezen gebied niet zonder begeleiding mag begeven. </al>
              <al>
                <vet>20</vet>. De begeleidingsplicht wordt opgelegd voor de duur van
                                drie maanden en kan niet worden verlengd.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Dossiervorming en verslaglegging</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>
                <vet>21</vet>. Voor het opleggen van een maatregel levert de politie
                                een deeldossier aan bij de burgemeester van de gemeente Hulst. Dit
                                dossier dient in ieder geval te bevatten:</al>
              <lijst>
                <li nr="-"><al>Het verzoek tot het nemen van een bestuurlijke
                                        maatregel;</al></li>
                <li nr="-"><al>De contactgegevens van de behandelend politieambtenaar;</al></li>
                <li nr="-"><al>De contactgegevens van de ordeverstoorder en bevat ten
                                        minste de naam, leeftijd, woonplaats adres) en
                                        telefoonnummer en indien nodig de gegevens van de persoon
                                        die het gezag over de minderjarige uitoefent; </al></li>
                <li nr="-"><al>De registraties van minimaal twee ordeverstorende
                                        gedragingen; </al></li>
                <li nr="-"><al>De registraties (of sfeerrapportages) en eventuele
                                        informatie waaruit de vrees voor de verstoring van de
                                        openbare orde blijkt; </al></li>
                <li nr="-"><al>Een duidelijke omschrijving van het gebied waarvoor het
                                        verbod geldt en indien van toepassing de tijdstippen van het
                                        gebied waarvoor het verbod geldt en indien van toepassing de
                                        tijdstippen en plaats voor een meldingsplicht;</al></li>
                <li nr="-"><al>Indien sprake is van een verzoek tot verlening van de
                                        maatregel, de registraties waaruit de hernieuwde vrees voor
                                        de verstoring van de openbare orde aannemelijk blijkt. </al></li>
              </lijst>
              <al>Indien er sprake is van een 12-minner, wordt het dossier voorzien
                                van een gemeentelijke oplegnotitie. Door overige betrokken
                                instanties (zoals hulpverlening, casusregisseur Zeeuws
                                Veiligheidshuis, etc.) wordt het dossier aangevuld met de volgende
                                registraties: </al>
              <lijst>
                <li nr="-"><al>Indien er sprake is van groepsgerelateerde overlast,
                                        mutaties waaruit blijkt dat deze persoon onderdeel uitmaakt
                                        van de (BEKE)groep (dit is een classificatiesysteem voor
                                        jeugdgroepen waarbij een onderverdeling is gemaakt tussen
                                        hinderlijke-, overlastgevende- of criminele groepen) en
                                        sfeerrapportages;</al></li>
                <li nr="-"><al>Aanvullende informatie over de maatregelen die reeds zijn
                                        genomen en welke hulpverlening al dan niet is opgezet ten
                                        behoeve van deze persoon, zoals jeugdzorg, casusoverleg
                                        Zeeuws Veiligheidshuis, etc.</al></li>
              </lijst>
              <al>De verantwoordelijkheid en regie voor het samenstellen van ieder
                                dossier berust bij de burgemeester.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Zienswijzen</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>
                <vet>22</vet>. De betrokkene aan wie mogelijk een maatregel wordt
                                opgelegd wordt in degelegenheid gesteld zijn zienswijze schriftelijk
                                kenbaar te maken binnen 3 dagen naontvangst van het voornemen.
                                Indien sprake is van een minderjarige wordt ten minstede ouders of
                                voogd van de minderjarige uitgenodigd voor een
                                zienswijzengesprek.</al>
              <al>Gelet op artikel 4:11 Algemene wet bestuursrecht wordt van de
                                mogelijkheid tot hethoren van belanghebbende afgeweken indien de
                                vereiste spoed zich hiertegen verzeten het beoogde doel niet wordt
                                bereikt indien de belanghebbende van tevoren inkennis is gesteld.
                                Dit kan het geval zijn bij evenementen.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Bekendmaking besluit</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>
                <vet>23</vet>. Het besluit wordt aan de betrokkene aangetekend per
                                post toegezonden.</al>
              <al>Omstandigheden kunnen met zich mee brengen dat het verstandig wordt
                                geacht demaatregel in persoon uit te reiken (geen postadres). Indien
                                sprake is van eenminderjarige wordt het besluit ten minste aan de
                                ouders of voogd van de minderjarigeuitgereikt.</al>
              <al>Het verbod treedt in werking op het moment dat het besluit de
                                betrokkene heeft bereikt. De gedragingen en aanwijzingen waarop de
                                beschikking is gebaseerd worden in het besluit opgenomen. Bij een
                                meldingsplicht worden ook de tijden en de plaats waar de betrokkene
                                zich moet melden vermeld. Bij de meldingsplicht wordt een kopie van
                                het besluit afgegeven op de locatie waar de betrokkene zich moet
                                melden. </al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Informatieplicht</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>
                <vet>24</vet>. De burgemeester informeert het Openbaar Ministerie
                                als een maatregel wordtvoorbereid en opgelegd. Het Openbaar
                                Ministerie informeert de burgemeester als een gedragsaanwijzing
                                wordt opgelegd.</al>
              <al>In de driehoek wordt één keer per jaar gerapporteerd over het aantal
                                opgelegdemaatregelen door de burgemeester en de (hoofd)officier. Ook
                                wordt gerapporteerdover de eventuele bezwaarschriften en de
                                uitkomsten daarvan.</al>
              <al>
                <vet>25</vet>. De burgemeester informeert de instantie die de
                                bestuurlijke maatregel tegen eenbetrokkene heeft verzocht binnen 5
                                werkdagen over het voorgenomen besluit.</al>
              <al>
                <vet>26</vet>. Indien een andere instantie dan de politie overweegt
                                een maatregel te verzoekentegen een persoon, dient de politie
                                geconsulteerd te worden op haalbaarheid enhandhaafbaarheid.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Relatie burgemeester en Officier van Justitie</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>
                <vet>27</vet>. Op grond van artikel 509hh Wetboek van Strafvordering
                                is de Officier van Justitie (OvJ) bevoegd een gedragsaanwijzing te
                                geven indien tegen betrokkene tegen wie ernstige bezwaren bestaan in
                                geval van verdenking van een strafbaar feit waardoor de openbare
                                orde ernstig wordt verstoord en waarbij grote vrees bestaat voor
                                herhaling. Dit betekent dat indien sprake is van ordeverstorend
                                gedrag, zijnde een strafbaar feit en vervolging is ingesteld de OvJ
                                als eerste bevoegd is een maatregel te treffen. Indien sprake is van
                                ordeverstorend gedrag, niet zijnde een strafbaar feit, treedt de
                                burgemeester op. Indien de OvJ besluit geen gedragsaanwijzing te
                                geven (zoals een meldingsplicht, gebiedsverbod of groepsverbod) of
                                in zijn geheel geen maatregel treft, beoordeelt de burgemeester of
                                hij gelet op de bescherming van de openbare orde en het woon- en
                                leefklimaat een maatregel oplegt. Gedegen afstemming tussen beide is
                                hiervoor noodzakelijk.</al>
              <al>Bijlagen</al>
              <al>De volgende bijlagen maken integraal onderdeel uit van deze
                                beleidsregel: </al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Bijlage 1: Handhavingsarrangement maatregelen bij
                                        herhaaldelijke overlast</al></li>
                <li nr="2."><al>Bijlage 2: Handhavingsarrangement maatregelen bij
                                        herhaaldelijke jeugdoverlast</al></li>
                <li nr="3."><al>Bijlage 3: Handhavingsarrangement maatregelen voor
                                        12-minners </al></li>
                <li nr="4."><al>Richtlijnen van het OM </al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Inwerkingtreding</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na de openbare
                                bekendmaking.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Citeertitel</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>De beleidsregel wordt aangehaald als: <vet>Beleidsregel aanpak
                                    overlast.</vet></al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus vastgesteld op 2 september 2014,</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>
          De burgemeester van Hulst,
        </ondertekening>
        <ondertekening>
           J.F. Mulder
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <al>
          <vet>Bijlage 1: Handhavingsarrangement maatregelen bij herhaaldelijke
                                overlast</vet>
        </al>
        <table>
          <tgroup cols="5">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="8*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="20*"/>
            <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="13*"/>
            <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="40*"/>
            <colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="19*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Constatering </al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Politie</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>Burgemeester</al>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al>Openbaar Ministerie</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Stap 1.</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Bij constatering herhaaldelijke ordeverstorende
                                                  gedragingen in 13 maanden</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Politie legt dossier over aan bgm</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>
                    <vet>ordeverstorende gedragingen merendeel in
                                                  groepsverband gepleegd:</vet>
                  </al>
                  <al>·groepsverbod voor 3 maanden</al>
                  <al>
                    <vet>merendeel ordeverstorende gedragingen
                                                  individuele gepleegd: </vet>
                  </al>
                  <al>·gebiedsverbod voor 3 maanden</al>
                  <al>
                    <vet>bij evenementen en/of grootschalige
                                                  samenkomsten (al dan niet leidende rol):</vet>
                  </al>
                  <al>·gebiedsverbod voor 3 maanden</al>
                  <al>
                    <vet>Indien sprake is van B en C evenement kan
                                                  tevens </vet>direct een meldingsplicht voor de
                                                  duur van het risico evenement worden
                                                  opgelegd.</al>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Stap 2.</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Bij <vet>1</vet><vet><sup>ste</sup></vet><vet>
                                                  overtreding </vet>opgelegde maatregel</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Politie legt dossier over aan bgm</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>
                    <vet>overtreden groepsverbod:</vet>
                  </al>
                  <al>·alleen overtreding: verlenging 3 maanden </al>
                  <al>·overtreding met ordeverstorend gedrag: naast
                                                  het geldende groepsverbod een gebiedsverbod 3
                                                  maanden.</al>
                  <al>
                    <vet>overtreden gebiedsverbod:</vet>
                  </al>
                  <al>·alleen overtreding: verlenging voor de duur van
                                                  3 maanden en/of uitbreiding gebied </al>
                  <al>·overtreding met ordeverstorend gedrag:
                                                  meldingsplicht voor de duur van 3 maanden.</al>
                  <al>
                    <vet>overtreding meldingsplicht:</vet>
                  </al>
                  <al>·verlening duur van maatregel met drie maanden
                                                  (met mogelijkheid om vaker te laten melden).</al>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Stap 3. </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Bij <vet>2</vet><vet><sup>de</sup></vet><vet> en
                                                  volgende overtreding </vet>opgelegde
                                                  maatregel</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Politie legt dossier over aan OM</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>In overleg met OvJ verlengen maatregel voor de
                                                  duur van 3 maanden. Alleen geen actie bij
                                                  vervolging waarbij gedragsaanwijzing
                                                  (meldingsplicht, groepsverbod, gebiedsverbod) kan
                                                  worden opgelegd door OvJ.</al>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al>Vervolging o.g.v. art. 184 Wsr.</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1">
                  <al>Bij opnieuw constateren ordeverstorende
                                                  gedraging binnen 3 jaar na verstrijken
                                                  maatregel</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>
                    <vet>Eerste stap handhavingsarrangement wordt
                                                  overgeslagen</vet>
                  </al>
                  <al>De bij stap 2 aangegeven 3 maanden wordt dan 6
                                                  maanden. </al>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>Bijlage 2: Handhavingsarrangement maatregelen bij herhaaldelijke
                                jeugd overlast</al>
        <table>
          <tgroup cols="5">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="8*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="20*"/>
            <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="13*"/>
            <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="40*"/>
            <colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="20*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Constatering </al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Politie</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>Burgemeester</al>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al>Openbaar Ministerie</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Stap 1.</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Bij constatering meerdere ordeverstorende
                                                  gedragingen binnen afzienbare periode, dan wel bij
                                                  evenementen binnen een periode van 13 maanden</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Politie legt dossier over aan bgm</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>
                    <vet>ordeverstorende gedragingen merendeel in
                                                  groepsverband gepleegd:</vet>
                  </al>
                  <al>·groepsverbod voor 3 maanden</al>
                  <al>
                    <vet>merendeel ordeverstorende gedragingen
                                                  individueel gepleegd:</vet>
                  </al>
                  <al>·gebiedsverbod voor 3 maanden</al>
                  <al>mits</al>
                  <al>de hulpverlening is gestart, dan wel is
                                                  aangeboden. En tenminste één ordeverstorende
                                                  handeling na het opstarten van de hulpverlening,
                                                  dan wel het aanbieden daarvan heeft
                                                  plaatsgehad.</al>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Stap 2.</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Bij <vet>1</vet><vet><sup>ste</sup></vet><vet>
                                                  overtreding </vet>opgelegde maatregel</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Politie legt dossier over aan bgm</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>
                    <vet>overtreden groepsverbod:</vet>
                  </al>
                  <al>·alleen overtreding: verlenging 3 maanden.</al>
                  <al>tenzij jeugdige meedoet aan de
                                                  hulpverlening*.</al>
                  <al>·overtreding met ordeverstorend gedrag: naast
                                                  het geldende groepsverbod een gebiedsverbod 3
                                                  maanden.</al>
                  <al>tenzij de maatregel een hulpverleningstraject*
                                                  in de weg staat.</al>
                  <al>
                    <vet>overtreden gebiedsverbod:</vet>
                  </al>
                  <al>·alleen overtreding: verlenging voor de duur van
                                                  3 maanden en/of uitbreiding gebied;</al>
                  <al>tenzij jeugdige meedoet aan de
                                                  hulpverlening*.</al>
                  <al>·overtreding met ordeverstorend gedrag: naast
                                                  het geldende gebiedsverbod een meldingsplicht voor
                                                  de duur van 3 maanden.</al>
                  <al>tenzij de maatregel een hulpverleningstraject*
                                                  in de weg staat.</al>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Stap 3. </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Bij <vet>2</vet><vet><sup>de
                                                  </sup></vet><vet>overtreding </vet>opgelegde
                                                  maatregel</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Politie legt dossier over aan OM</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>In overleg met OvJ verlengen maatregel voor de
                                                  duur van 3 maanden. Geen actie bij vervolging
                                                  waarbij gedragsaanwijzing (meldingsplicht,
                                                  groepsverbod, gebiedsverbod) kan worden opgelegd
                                                  door OvJ.</al>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al>Vervolging o.g.v. art. 184 Wsr.</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1">
                  <al>Bij opnieuw constateren ordeverstorende
                                                  gedraging binnen 18 maanden na verstrijken
                                                  maatregel</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>Eerste stap handhavingsarrangement wordt
                                                  overgeslagen</al>
                  <al>De bij stap 2 aangegeven 3 maanden wordt dan 6
                                                  maanden.</al>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>
          <vet>Bijlage 3: Handhavingsarrangement maatregelen bij minderjarige
                                    die de leeftijd van 12 jaar nog niet heeft bereikt</vet>
        </al>
        <table>
          <tgroup cols="5">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="8*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="20*"/>
            <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="13*"/>
            <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="40*"/>
            <colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="20*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Constatering </al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Politie</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>Burgemeester</al>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al>Openbaar Ministerie</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Stap 1.</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Bij constatering 2<sup>de</sup> groepsgewijze
                                                  ordeverstorende gedragingen binnen 6 maanden</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Politie legt dossier over aan bgm</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>De burgemeester legt aan de persoon die het
                                                  gezag over de minderjarige uitoefent het bevel op
                                                  dat de minderjarige zich in de avonduren (tussen
                                                  20.00 uur en 06.00 uur) niet op openbare plaatsen
                                                  zonder zijn of haar begeleiding mag begeven voor
                                                  de duur van 3 maanden.</al>
                  <al>mits</al>
                  <al>de hulpverlening is gestart, dan wel is
                                                  aangeboden. En ten minste één ordeverstorende
                                                  handeling na het opstarten van de hulpverlening,
                                                  dan wel het aanbieden daarvan heeft
                                                  plaatsgehad.</al>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Stap 2.</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Bij <vet>1</vet><vet><sup>ste</sup></vet><vet>
                                                  overtreding </vet>opgelegde maatregel</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Politie legt dossier over aan bgm</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>Maatregel wordt verzwaard voor de resterende
                                                  tijd met het bevel dat de minderjarige zich niet
                                                  mag begeven in een nader aan te wijzen gebied
                                                  zonder begeleiding van de persoon die het gezag
                                                  over hem of haar heeft.</al>
                  <al>tenzij de ouders meedoen aan de hulpverlening,
                                                  dan wel alsnog de hulpverlening aanvaarden.</al>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Stap 3. </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>Bij <vet>2</vet><vet><sup> de</sup></vet><vet>
                                                  overtreding </vet>opgelegde maatregel</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Politie legt dossier over aan OM</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al>Vervolging o.g.v. art. 184 Wsr (van persoon die
                                                  gezag over minderjarige heeft).</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1">
                  <al>Bij opnieuw constateren ordeverstorende
                                                  gedraging binnen 6 maanden na verstrijken
                                                  maatregel</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>
                    <vet>Nog geen 12 jaar</vet>
                  </al>
                  <al>Politie legt dossier over aan OM en Rvk</al>
                  <al>
                    <vet>Persoon inmiddels 12 jaar</vet>
                  </al>
                  <al>Politie legt dossier over aan bgm</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>Bgm en OvJ hebben overleg over
                                                  vervolgtraject</al>
                  <al>Het handhavingsarrangement voor de jeugd wordt
                                                  van toepassing waarbij direct een gebieds- of
                                                  groepsverbod van 3 maanden wordt opgelegd. </al>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>
          <vet>Bijlage 4: Instructie vervolging OM</vet>
        </al>
        <al>Of het OM tot vervolging zal overgaan op grond van art. 184 WvSr
                                wordt per zaak beoordeeld.</al>
        <al>Onderstaande criteria dienen hierbij als richtlijn.</al>
        <al>Bij drugsrunners en straatdealers:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>sfeerverbaal over de buurt moet aanwezig zijn (inzoomen op
                                        drugs[runner]overlast in de wijk)</al></li>
          <li nr="-"><al>Strafrechtelijke en bestuurlijke aanpak moeten onvoldoende
                                        hebben opgeleverd (gebiedsgerichte aanpak)</al></li>
          <li nr="-"><al>Individuele antecedenten moeten er zijn, bestaande uit:</al><lijst>
              <li nr="o"><al>2 keer veroordeling/ overtreding 184 WvSr voor
                                                drugsgerelateerd (overtreding of misdrijf) delict
                                                over afgelopen 4 jaar</al></li>
              <li nr="o"><al>2 keer in het afgelopen jaar (na veroordeling)
                                                mutaties in het politiesysteem betreffende
                                                drugsgerelateerde delicten.</al></li>
            </lijst></li>
        </lijst>
        <al>Zwervers, alcoholisten:</al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>indien uit de mutaties onvoldoende duidelijk wordt wat de
                                        ernstige en herhaaldelijke overlast is in de buurt, is een
                                        sfeerverbaal noodzakelijk (inzoomen op drankgebruik en
                                        zwervers).</al></li>
          <li nr="·"><al>strafrechtelijke en bestuurlijke aanpak van het probleem
                                        moeten niet voldoende hebben opgeleverd (gebiedsgerichte
                                        aanpak)</al></li>
          <li nr="·"><al>de individuele hulpverlening bij deze persoon heeft de
                                        situatie niet verbeterd.</al></li>
          <li nr="·"><al>4 veroordelingen afgelopen 4 jaar (overtredingen)</al></li>
          <li nr="·"><al>2 mutaties het afgelopen jaar betreffende drank/zwerver</al></li>
        </lijst>
        <al>Jeugd:</al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>sfeerverbaal over de buurt waaruit blijkt dat het een
                                        wijk/buurt betreft waar sprake is van stelselmatige ernstige
                                        overlast, tenzij er zodanige mutaties aanwezig zijn waaruit
                                        deze signalen duidelijk naar voren komen. </al></li>
          <li nr="·"><al>er moet vastgesteld worden dat het gaat om een
                                        overlastgevende persoon; de jeugdige moet zich in elk geval
                                        2 afzonderlijke keren zich schuldig hebben gemaakt aan
                                        overlast gerelateerde (strafbare) feiten (in de afgelopen 13
                                        maanden) in een bepaald gebied/wijk.</al></li>
          <li nr="·"><al>de afweging moet gemaakt zijn of handhaving op grond van APV
                                        zinvol is of niet tot het gewenste resultaat heeft
                                        geleid.</al></li>
          <li nr="·"><al>Hulpverlening is aangeboden en/of opgestart en heeft het
                                        overlastgevende/ strafbare gedrag niet doen ophouden.</al></li>
        </lijst>
        <al>Veelplegers:</al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>indien uit de mutaties onvoldoende duidelijk wordt wat de
                                        ernstige en herhaaldelijke overlast is in de buurt, is een
                                        sfeerverbaal noodzakelijk.</al></li>
          <li nr="·"><al>er moet vastgesteld worden dat het gaat om een
                                        overlastgevende persoon; de veelpleger moet zich in elk
                                        geval 2 afzonderlijke keren (in de afgelopen 13 maanden)
                                        hebben schuldig gemaakt aan overlast gerelateerde strafbare
                                        feiten in een bepaald gebied/wijk.</al></li>
          <li nr="·"><al>eerdere/andere (gedrags)interventies hebben niet geleid tot
                                        het stop zetten van overlastgevende gedragingen.</al></li>
        </lijst>
        <al>Hooligans:</al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>als er een eerdere persoonsgerichte aanpak heeft plaatsgehad
                                        op grond van een andere aandachtsgroep, bijv. jeugd, zijn de
                                        resultaten daarvan in het dossier neergelegd.</al></li>
          <li nr="·"><al>duidelijk moet worden dat betrokkene zijn ordeverstorend
                                        gedrag zal voortzetten als niet wordt ingegrepen en dat deze
                                        aanwijzingen kunnen zijn gelegen in het gedrag van
                                        betrokkene in de afgelopen periode.</al></li>
          <li nr="·"><al>indien er ernstige bezwaren bestaan tegen de verdachte
                                        (bijv. bij verdenking van een misdrijf waarop VH is
                                        toegelaten) en aanleiding bestaat voor een gedragsaanwijzing
                                        door de OvJ, volgt bespreking van de persoon in een
                                        casusoverleg waarbij gemeente, politie en OM zijn
                                        vertegenwoordigd.</al></li>
        </lijst>
        <al>12-minners: </al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>sfeerverbaal over de buurt waaruit blijkt dat het een
                                        wijk/buurt betreft waar sprake is van stelselmatige ernstige
                                        overlast en wat hiervan de gevolgen zijn voor de omgeving.
                                        Indien er zodanige mutaties aanwezig zijn waaruit deze
                                        signalen duidelijk naar voren komen kan het sfeerverbaal
                                        achterwege gelaten worden.</al></li>
          <li nr="·"><al>er moet vastgesteld worden dat het gaat om een
                                        overlastgevende persoon; de 12minner moet zich in elk geval
                                        2 afzonderlijke keren (in de afgelopen 13 maanden)
                                            <cursief>groepsgewijs</cursief> hebben schuldig gemaakt
                                        aan overlast gerelateerde strafbare feiten in een bepaald
                                        gebied/wijk.</al></li>
          <li nr="·"><al>Kindgedrag zoals joelen, stoeien en belletje trekken worden
                                        in beginsel niet als overlastgevend beschouwd.</al></li>
          <li nr="·"><al>Hulpverlening is aangeboden en/of opgestart en heeft het
                                        overlastgevende/ strafbare gedrag niet doen ophouden.</al></li>
          <li nr="·"><al>Er is contact gezocht met ouders en hen is verzocht in te
                                        grijpen. Dit heeft niet tot het gewenste resultaat
                                        geleid.</al></li>
        </lijst>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>