<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR337237_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde algemeen bestuur Vechtstromen 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Vechtstromen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Vechtstromen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Waterschapsblad, 09-09-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde algemeen bestuur Vechtstromen 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Reglement voor het Waterschap Vechtstromen, art. 8</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-07-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-09-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-11-08</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B2014/u183</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Het Reglement van orde voor de vergade­ringen van het algemeen bestuur van het waterschap Velt en Vecht 2009 en het Reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur 2009 van waterschap Regge en Dinkel worden ingetrokken</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Kenmerk: B2014/u183</al><al/><al>Het algemeen bestuur van het waterschap Vechtstromen;</al><al>gezien het advies d.d. 27 mei 2014, kenmerk B2014/u183;</al><al>gelet op artikel 8 van het Reglement voor het Waterschap Vechtstromen;</al><al/><al><vet>BESLUIT</vet></al><al/><al>vast te stellen het Reglement van orde voor de vergaderingen van het
                        algemeen bestuur van waterschap Vechtstromen:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit reglement wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>voorzitter: de voorzitter van het algemeen bestuur of diens
                                    plaatsvervanger; </al></li><li nr="b."><al>secretaris: de secretaris-directeur of diens plaatsvervanger;
                                </al></li><li nr="c."><al>fractievertegenwoordiger: persoon die bij de laatste
                                    verkiezingen op de kandidatenlijst voorkwam danwel als
                                    reservekandidaat is benoemd door de Kamer van Koophandel, de
                                    Vereniging van Bos- en natuureigenaren danwel LTO-Noord;</al></li><li nr="d."><al>amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of
                                    ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te
                                    worden opgenomen; </al></li><li nr="e."><al>subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig
                                    amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen
                                    in het amendement, waarop het betrekking heeft;</al></li><li nr="f."><al>motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp
                                    waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;</al></li><li nr="g."><al>voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                                    vergadering; </al></li><li nr="h."><al>initiatiefvoorstel: een voorstel tot het nemen van een
                                    beslissingen zonder dat daaraan een ontwerpbesluit van het
                                    dagelijks bestuur ten grondslag ligt;</al></li><li nr="i."><al>interpellatie: vraag om inlichtingen of verantwoording in een
                                    vergadering van het algemeen bestuur over enig punt van algemeen
                                    waterschapsbelang;</al></li><li nr="j."><al>interruptie: korte directe onderbreking van een spreker voor het
                                    plaatsen van een opmerking of het stellen van een vraag. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><al>De voorzitter is belast met: </al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering; </al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde; </al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van het reglement van orde; </al></li><li nr="d."><al>hetgeen de Waterschapswet, het Waterschapsbesluit of dit
                                    reglement hem verder opdraagt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De secretaris is in elke vergadering van het algemeen bestuur
                                aanwezig. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris kan, indien daartoe door de voorzitter uitgenodigd,
                                aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Fractievoorzittersoverleg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur heeft een fractievoorzittersoverleg, bestaande
                                uit de voorzitter en de voorzitters van de fracties. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het fractievoorzittersoverleg kan gevraagd of ongevraagd bij
                                gevoelige en vertrouwelijke zaken dienen als klankbord voor de
                                voorzitter . </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Commissies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur besluit tot de instelling van een of meer vaste
                                commissies voor advies. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan bijzondere of tijdelijke commissies
                                instellen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het besluit tot instelling van een commissie worden
                                samenstelling, taak en werkwijze geregeld. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt voor de vergaderingen van de commissies
                                een reglement van orde vast. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Gedragscode</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt een gedragscode vast voor de leden van
                                het algemeen bestuur en de fractievertegenwoordigers.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na het afleggen van de eed of belofte ondertekenen de leden en
                                fractievertegenwoordigers een verklaring dat zij de gedragscode
                                zullen naleven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Toelating van nieuwe leden; benoeming leden dagelijks bestuur;
                            fracties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij elke benoeming van nieuwe leden van het algemeen bestuur stelt
                                het algemeen bestuur op voordracht van de voorzitter een commissie
                                in, bestaande uit drie leden van het algemeen bestuur, die de
                                geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw
                                benoemde leden en het proces-verbaal van het stembureau onderzoekt.
                                De commissie wordt bijgestaan door de secretaris of een door deze
                                aan te wijzen ambtenaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag
                                uit aan het algemeen bestuur en doet daarbij een voorstel voor een
                                besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een
                                minderheidsstandpunt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur beslist terstond over de toelating, tenzij
                                wegens onvolledigheid of onduidelijkheid van de stukken tot
                                verdaging wordt besloten. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na een verkiezing als bedoeld in paragraaf 2 van hoofdstuk 4 van de
                                Waterschapswet roept de voorzitter de toegelaten leden van het
                                algemeen bestuur op om in de eerste vergadering van het algemeen
                                bestuur in nieuwe samenstelling, de voorgeschreven eed of verklaring
                                en belofte af te leggen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter
                                een nieuw benoemd lid van het algemeen bestuur op voor de
                                vergadering van het algemeen bestuur waarin zijn geloofsbrieven
                                worden onderzocht, en over diens toelating wordt beslist, om de
                                voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Verkiezing en benoeming leden dagelijks bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verkiezing van de leden van het dagelijks bestuur vindt direct
                                plaats na het afleggen van de eed of verklaring en belofte, bedoeld
                                in artikel 6, vierde lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt - op een daartoe strekkend voorstel van
                                het dagelijks bestuur - vast met in achtneming van het bepaalde in
                                de Waterschapswet en het Reglement uit hoeveel leden het dagelijks
                                bestuur bestaat. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De fractievoorzitter meldt de naam van zijn kandidaat of de namen
                                van zijn kandidaten aan de voorzitter, die daarvan mededeling doet
                                aan het algemeen bestuur. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de verkiezing van de leden van het dagelijks bestuur vinden
                                eerst de stemmingen plaats voor het aantal zetels voor de categorie
                                ingezetenen en vervolgens voor de zetel of zetels voor de
                                categorieën landbouw, natuurterreinen en bedrijven gezamenlijk.
                                Indien er evenveel kandidaten zijn als door de desbetreffende
                                categorieën te vervullen plaatsen, worden alle kandidaten als
                                benoemd door het algemeen bestuur verklaard. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Bij de benoeming van een lid van het dagelijks bestuur van buiten
                                de kring van het algemeen bestuur wordt overeenkomstig artikel 6,
                                eerste lid, een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat
                                voldoet aan de eisen van de Waterschapswet. De werkwijze van deze
                                commissie is overeenkomstig artikel 6, tweede lid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Fracties</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De leden van het algemeen bestuur die door het stembureau op
                                    dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, alsmede de
                                    leden van het algemeen bestuur die zijn benoemd overeenkomstig
                                    artikel 14, eerste, tweede en derde lid, van de Waterschapswet
                                    worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd.
                                    Is onder een lijst slechts één lid verkozen respectievelijk voor
                                    een categorie van belanghebbenden slechts één lid benoemd, dan
                                    wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd.</al></li><li nr="2."><al>De fractie voert in het algemeen bestuur als naam de aanduiding
                                    die boven de kandidatenlijst was geplaatst, respectievelijk de
                                    naam “Landbouw”, ”Natuurterreinen” of “Bedrijven”.</al></li><li nr="3."><al>De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als
                                    diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk
                                    doorgegeven aan de voorzitter. Zolang deze namen nog niet zijn
                                    doorgegeven worden voor de categorie Ingezetenen de
                                    lijsttrekkers geacht voorzitter te zijn en voor respectievelijk
                                    de categorieën “Landbouw”, “Natuurterreinen” en “Bedrijven” de
                                    oudste in leeftijd.</al></li><li nr="4."><lijst><li nr="a."><al>Indien: </al><lijst><li nr="-"><al>één of meer leden van een fractie als
                                                  zelfstandige fractie gaan optreden;</al></li><li nr="-"><al>twee of meer fracties als één fractie gaan
                                                  optreden;</al></li><li nr="-"><al>één of meer leden van een fractie zich
                                                  aansluiten bij een andere fractie;</al></li></lijst><al>wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk
                                            mededeling gedaan aan de voorzitter, onder vermelding
                                            van de naam waarmee de nieuwe fractie wil worden
                                            aangeduid.</al></li><li nr="b."><al>Met de onder a beschreven veranderde situatie wordt
                                            rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende
                                            vergadering van het algemeen bestuur na de mededeling
                                            daarvan.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het algemeen bestuur beslist of en zo ja op welke wijze de
                                    fracties door het waterschap worden ondersteund.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vergaderplanning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt voor de aanvang van het nieuwe
                                    kalenderjaar een vergaderplanning voor dat jaar vast, waarin ook
                                    dag, plaats en uur van de vergaderingen zijn opgenomen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en
                                    aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen, en
                                    deelt dit onverwijld mee aan de leden van het algemeen bestuur.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval de voorzitter of het dagelijks bestuur dat nodig
                                    oordelen of één vijfde van het aantal zitting hebbende leden
                                    schriftelijk, met opgave van redenen, om een vergadering
                                    verzoekt, wordt deze vergadering binnen veertien dagen belegd.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een vergadering
                                    de leden van het algemeen bestuur een oproep onder vermelding
                                    van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 37, eerste en tweede lid, van de
                                    Waterschapswet bedoelde stukken, worden tenminste zeven dagen
                                    voor de vergadering aan de leden van het algemeen bestuur
                                    verzonden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van
                                    de oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een
                                    vergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt met de
                                    daarbij behorende stukken aan de leden van het algemeen bestuur
                                    verzonden, en op de website van het waterschap geplaatst. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Openbaar maken van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De oproep, de voorlopige agenda en de stukken, die ter
                                    toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda
                                    dienen, worden gelijktijdig met het verzenden aan de leden van
                                    het algemeen bestuur op de website van het waterschap geplaatst.
                                    Indien na het verzenden van de oproep stukken op de website
                                    worden geplaatst, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden
                                    van het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op de vertrouwelijke
                                    agenda en de stukken die ter toelichting dienen van onderwerpen
                                    of voorstellen op de agenda van een besloten vergadering.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien omtrent stukken op grond van artikel 37, eerste of tweede
                                    lid, van de Waterschapswet geheimhouding is opgelegd, blijven
                                    deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting
                                    van de secretaris en verleent deze de leden van het algemeen
                                    bestuur inzage.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van het
                                    algemeen bestuur de presentielijst. De secretaris draagt zorg
                                    voor het bijhouden van de presentielijst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een lid van het algemeen bestuur later ter vergadering
                                    komt dan wel voortijdig de vergadering verlaat, meldt deze dit
                                    aan de secretaris, die hiervan aantekening maakt op de
                                    presentielijst onder vermelding van het tijdstip. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan het einde van elke vergadering wordt de presentielijst door
                                    de voorzitter en de secretaris door ondertekening vastgesteld.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Zitplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter, de leden en de secretaris hebben een vaste
                                    zitplaats, door de voorzitter bij aanvang van iedere nieuwe
                                    zittingsperiode van het algemeen bestuur aangewezen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling
                                    herzien. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur,
                                    indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden
                                    van het algemeen bestuur blijkens de presentielijst aanwezig is.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na
                                    voorlezing van de namen der afwezige leden, een nieuwe datum en
                                    uur voor vergadering op een termijn van minstens zeven dagen.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt het algemeen bestuur de
                                    agenda vast. Op voorstel van een lid van het algemeen bestuur of
                                    de voorzitter kan het algemeen bestuur bij de vaststelling van
                                    de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda
                                    afvoeren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer het algemeen bestuur een onderwerp onvoldoende voor de
                                    openbare beraadslaging voorbereid acht, kan het het onderwerp
                                    verwijzen naar een commissie of aan het dagelijks bestuur nadere
                                    inlichtingen of advies vragen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op voorstel van een lid van het algemeen bestuur of van de
                                    voorzitter kan het algemeen bestuur de volgorde van behandeling
                                    van de agendapunten wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Verslag en besluitenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De secretaris draagt zorg voor een woordelijk verslag en de
                                    besluitenlijst van de vergadering. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het conceptverslag van de voorgaande vergadering wordt, zo
                                    mogelijk, aan de leden van het algemeen bestuur toegezonden
                                    gelijktijdig met de oproep. Het conceptverslag wordt
                                    gelijktijdig toegezonden aan de overige personen die het woord
                                    gevoerd hebben. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter en de leden van het algemeen bestuur hebben het
                                    recht een voorstel tot verandering aan het algemeen bestuur te
                                    doen, indien het conceptverslag onjuistheden bevat of niet
                                    duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verslag bevat ten minste: </al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de secretaris, de leden van
                                            het algemeen- en dagelijks bestuur alsmede -indien van
                                            toepassing- de aantekening dat zij afwezig waren, en van
                                            overige personen die het woord gevoerd hebben; </al></li><li nr="b."><al>een woordelijke weergave van hetgeen ter vergadering
                                            gezegd is;</al></li><li nr="c."><al>de tekst van de ter vergadering ingediende
                                            initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties,
                                            amendementen en subamendementen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verslag wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld,
                                    waarna dit door de voorzitter en de secretaris wordt
                                    ondertekend. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk na de vergadering
                                    opgesteld. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming
                                    zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst openbaar
                                    gemaakt door plaatsing op de website van het waterschap.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Ingekomen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het algemeen bestuur ingekomen stukken, waaronder
                                    schriftelijke mededelingen van het dagelijks bestuur aan het
                                    algemeen bestuur, worden op een lijst geplaatst. Deze lijst
                                    wordt aan de leden van het algemeen bestuur toegezonden en op de
                                    website geplaatst. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ter vergadering stelt het algemeen bestuur, op voorstel van het
                                    dagelijks bestuur, de wijze van afdoening van de ingekomen
                                    stukken vast. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Hamerstukken</titel></kop><al>Stukken die zijn geagendeerd als hamerstukken worden zonder
                                beraadslaging en stemming vastgesteld, tenzij minimaal een fractie
                                verzoekt om beraadslaging. In dat geval wordt in dezelfde
                                vergadering over het stuk beraadslaagd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de beraadslagingen treedt per onderwerp steeds één
                                    woordvoerder per fractie op.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan op voorstel van de voorzitter of een
                                    lid van het algemeen bestuur beslissen om over één of meer
                                    onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te
                                    beraadslagen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op verzoek van een lid van het algemeen bestuur of op voorstel
                                    van de voorzitter kan het algemeen bestuur besluiten de
                                    beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen
                                    teneinde het dagelijks bestuur of de leden de gelegenheid te
                                    geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden
                                    hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door derden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan bepalen dat anderen dan de in de
                                    vergadering aanwezige leden van het algemeen bestuur deelnemen
                                    aan de beraadslaging. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of
                                    één der leden van het algemeen bestuur genomen alvorens met de
                                    beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt
                                    een aanvang wordt genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                                    hoogste twee termijnen, tenzij het algemeen bestuur anders
                                    beslist. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid van het algemeen bestuur mag in een termijn niet meer
                                    dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of
                                    voorstel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het derde lid is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>de rapporteur van een commissie; </al></li><li nr="b."><al>het lid van het algemeen bestuur dat een
                                            (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel
                                            heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die
                                            motie of dat voorstel; </al></li><li nr="c."><al>het lid van het dagelijks bestuur, dat in het bijzonder
                                            belast is met het in behandeling zijnde onderwerp:</al></li><li nr="d."><al>het spreken over een voorstel van orde. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al>Op voorstel van de voorzitter of een lid van het algemeen bestuur
                                kan het algemeen bestuur voor daarbij te bepalen onderwerpen de
                                spreektijd per fractie vaststellen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij </al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen
                                            van dit reglement te herinneren; </al></li><li nr="b."><al>een lid van het algemeen bestuur een interruptie
                                            plaatst. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder
                                            verdere interrupties zijn betoog zal afronden. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
                                    uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                    onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan
                                    wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter
                                    tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan
                                    geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de
                                    vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige
                                    onderwerp het woord ontzeggen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan voorstellen om een aanwezige bij de
                                    vergadering die door zijn gedragingen de geregelde gang van
                                    zaken belemmert, de toegang tot de vergadering te ontzeggen.
                                    Voor de eerste maal voor de vergadering waarin het besluit wordt
                                    genomen, en bij herhaling voor een bepaalde tijd, doch niet
                                    langer dan drie opeenvolgende vergaderingen. Over dit voorstel
                                    wordt niet beraadslaagd. Bij aanvaarding van het voorstel moet
                                    de betreffende persoon de vergadering onmiddellijk verlaten. Zo
                                    nodig doet de voorzitter hem verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                    een door hem te bepalen tijd schorsen en, indien na de
                                    heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering
                                    sluiten. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Einde beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is besproken, sluit hij de beraadslaging, tenzij het
                                    algemeen bestuur anders beslist. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat het algemeen
                                    bestuur tot stemming overgaat, heeft ieder lid van het algemeen
                                    bestuur het recht zijn stemgedrag te motiveren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voordat de stemming over een voorstel, amendement of
                                    subamendement plaatsvindt, formuleert de voorzitter de te nemen
                                    beslissing. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Procedures bij stemmingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Algemene bepalingen over stemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen
                                    stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt,
                                    stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is
                                    aangenomen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de vergadering aanwezige leden van het algemeen bestuur
                                    kunnen aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen
                                    worden te hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 38a
                                    van de Waterschapswet van stemming te hebben onthouden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien door een of meer leden van het algemeen bestuur stemming
                                    wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Besluitvorming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van het algemeen bestuur heeft één stem.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het
                                    aantal zitting hebbende leden dat zich niet van deelneming aan
                                    de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het tweede lid is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>ingeval opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over
                                            een benoeming, voordracht of aanbeveling waarover in een
                                            vorige vergadering een stemming op grond van dat lid
                                            niet geldig was.</al></li><li nr="b."><al>voor zover het betreft onderwerpen die voor een daaraan
                                            voorafgaande niet geopende vergadering waren
                                            geagendeerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij een schriftelijke stemming wordt onder het uitbrengen van
                                    een stem verstaan het inleveren van een behoorlijk ingevuld
                                    stembriefje.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming wordt
                                    de volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben
                                    uitgebracht, zover niet anders bepaald.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede,
                                    met vermelding van het aantal onthoudingen op grond van artikel
                                    38a van de Waterschapswet, het aantal voor en tegen uitgebrachte
                                    stemmen en, in geval van schriftelijke stemming, het aantal niet
                                    behoorlijk ingevulde stembriefjes. Hij doet daarbij tevens
                                    mededeling van het genomen besluit. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Stakende stemmen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of voor
                                    de tweede maal over hetzelfde voorstel, is het voorstel
                                    verworpen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de stemmen staken in een niet-voltallige vergadering,
                                    wordt het nemen van een besluit uitgesteld tot een volgende
                                    vergadering waarin de beraadslagingen worden heropend. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder een voltallige vergadering wordt voor de toepassing van
                                    dit artikel verstaan een vergadering waarin alle zitting
                                    hebbende leden van het algemeen bestuur, voor zover zij zich
                                    niet van stemmen moeten onthouden, een stem hebben
                                    uitgebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Stemming over zaken, bij handopsteken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stemming vindt plaats bij handopsteking, tenzij de voorzitter of
                                    één der leden van het algemeen bestuur hoofdelijke stemming
                                    verlangt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter verzoekt eerst de leden van het algemeen bestuur
                                    die zich op grond van artikel 38a van de Waterschapswet moeten
                                    onthouden van stemming een hand op te steken, en dit toe te
                                    lichten; vervolgens verzoekt hij de leden van het algemeen
                                    bestuur die voor zijn een hand op te steken; daarna verzoekt hij
                                    de leden van het algemeen bestuur die tegen zijn een hand op te
                                    steken. Wanneer de uitslag naar het oordeel van de voorzitter of
                                    slechts één lid van het algemeen bestuur niet duidelijk is,
                                    geschiedt alsnog stemming bij hoofdelijke oproeping. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid kan stemming bij handopsteking
                                    ook plaatsvinden met gebruik van stemkastjes.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Hoofdelijke stemming over zaken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alvorens tot hoofdelijke stemming over te gaan, deelt de
                                    voorzitter mede bij welk lid van het algemeen bestuur de
                                    hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt door de
                                    voorzitter bij loting een volgnummer van de presentielijst
                                    aangewezen; bij het daar genoemde lid van het algemeen bestuur
                                    begint de hoofdelijke stemming</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter of de secretaris roept de leden van het algemeen
                                    bestuur naar de volgorde van de presentielijst bij naam op hun
                                    stem uit te brengen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid
                                    van het algemeen bestuur dat zich niet van deelneming aan de
                                    stemming op grond van artikel 38a van de Waterschapswet moet
                                    onthouden verplicht zijn stem uit te brengen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden van het algemeen bestuur brengen hun stem uit door het
                                    woord „voor” of „tegen” uit te spreken, zonder enige toevoeging.
                                </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Heeft een lid van het algemeen bestuur zich bij het uitbrengen
                                    van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog
                                    herstellen voordat het volgende lid van het algemeen bestuur
                                    gestemd heeft. Bemerkt het lid van het algemeen bestuur zijn
                                    vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag
                                    van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat
                                    hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit
                                    echter geen verandering. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Stemming over amendementen en moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend,
                                    wordt eerst over dat amendement gestemd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt
                                    eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het
                                    amendement. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een
                                    aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de
                                    volgorde waarin hierover zal worden gestemd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend,
                                    wordt eerst over de motie en vervolgens over het voorstel
                                    gestemd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Stemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer een stemming over personen voor het doen van een
                                    benoeming, het opstellen van een voordracht of een aanbeveling
                                    moet plaatshebben, benoemt de voorzitter drie leden van het
                                    algemeen bestuur tot stemcommissie voor de betreffende
                                    vergadering. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder ter vergadering aanwezig lid van het algemeen bestuur dat
                                    zich niet op grond van artikel 38a van de Waterschapswet van
                                    stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te
                                    leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te
                                    benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. Het algemeen bestuur
                                    kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde
                                    stemmingen worden samengevat op één briefje. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De stemcommissie onderzoekt of het aantal ingeleverde
                                    stembriefjes gelijk is aan het aantal leden van het algemeen
                                    bestuur dat ingevolge het tweede lid verplicht is een
                                    stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn
                                    worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt
                                    een nieuwe stemming gehouden. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in
                                    artikel 38c van de Waterschapswet worden geacht geen stem te
                                    hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk ingevuld
                                    stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk
                                    ingevuld stembriefje wordt verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>een blanco ingevuld stembriefje; </al></li><li nr="b."><al>een ondertekend stembriefje; </al></li><li nr="c."><al>een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld,
                                            tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;
                                        </al></li><li nr="d."><al>een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt
                                            gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De stemcommissie beoordeelt of een stembriefje behoorlijk is
                                    ingevuld. In geval van twijfel over de inhoud van een
                                    stembriefje beslist het algemeen bestuur, op voorstel van de
                                    stemcommissie. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De stemcommissie telt de correct uitgebrachte voor- en
                                    tegenstemmen, en bepaalt de uitslag van de stemming.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Onder de zorg van de secretaris worden de stembriefjes
                                    onmiddellijk na de vergadering vernietigd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Herstemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid
                                    heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte
                                    meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen
                                    twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op
                                    zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste
                                    stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een
                                    tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde
                                    stemming zal plaatshebben. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen
                                    staken, beslist het lot. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Beslissing door het lot</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen
                                    wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op
                                    afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze briefjes worden, nadat zij door de stemcommissie zijn
                                    gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal
                                    gedeponeerd en omgeschud.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de
                                    stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is
                                    gekozen. </al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Rechten van leden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Amendementen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van het algemeen bestuur kan tot het sluiten van de
                                beraadslagingen amendementen indienen. Een amendement kan het
                                voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer
                                onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal
                                plaatsvinden. Er kan alleen beraadslaagd worden over amendementen
                                die ingediend zijn door leden van het algemeen bestuur die de
                                presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder lid van het algemeen bestuur dat in de vergadering aanwezig
                                is, is bevoegd op het amendement dat door een lid van het algemeen
                                bestuur is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement).
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen
                                te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend,
                                tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van
                                het voorgestelde -oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan
                                worden volstaan. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is
                                mogelijk, totdat de besluitvorming door het algemeen bestuur heeft
                                plaatsgevonden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van het algemeen bestuur kan ter vergadering een motie
                                indienen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden
                                schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of
                                voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of
                                voorstel plaats. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen
                                onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende
                                onderwerpen zijn behandeld. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk totdat de
                                besluitvorming door het algemeen bestuur heeft plaatsgevonden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid van het algemeen bestuur kunnen tijdens
                                de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan
                                worden toegelicht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                betreffen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist het algemeen bestuur terstond.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Initiatiefvoorstellen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van het algemeen bestuur kan een initiatiefvoorstel
                                indienen. Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te
                                kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende
                                vergadering, tenzij de oproep hiervoor reeds verzonden is. In dit
                                laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende
                                vergadering geplaatst. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda
                                voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij het
                                algemeen bestuur oordeelt dat: </al><lijst><li nr="a."><al>het voorstel met het oog op de orde van de vergadering
                                        tezamen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp
                                        dient te worden behandeld; </al></li><li nr="b."><al>het voorstel eerst dient te worden behandeld in één van de
                                        vaste adviescommissies; </al></li><li nr="c."><al>het voorstel voor advies naar het dagelijks bestuur dient te
                                        worden gezonden. In dit geval bepaalt het algemeen bestuur
                                        in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd
                                        wordt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan voorwaarden stellen aan de indiening en
                                behandeling van een voorstel. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op een spoedeisend initiatiefvoorstel, inhoudende het ontslag van
                                een lid van het dagelijks bestuur, zijn de bepalingen in dit artikel
                                niet van toepassing. Een dergelijk voorstel wordt terstond aan de
                                agenda toegevoegd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Interpellatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van het algemeen bestuur kan een verzoek tot het houden
                                van een interpellatie indienen. Het verzoek tot het houden van een
                                interpellatie wordt, ten minste 48 uur voor de aanvang van de
                                vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. In naar zijn
                                oordeel spoedeisende gevallen kan de voorzitter toestaan dat van
                                deze termijn wordt afgeweken. Het verzoek bevat een duidelijke
                                omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd
                                alsmede de te stellen vragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk
                                ter kennis van de overige leden van het algemeen- en dagelijks
                                bestuur. Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende
                                vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in
                                stemming gebracht. Het algemeen bestuur bepaalt op welk tijdstip
                                tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige
                                leden van het algemeen bestuur en de leden van het dagelijks bestuur
                                niet meer dan eenmaal, tenzij het algemeen bestuur hen hiervoor
                                toestemming geeft. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Schriftelijke vragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van het algemeen bestuur kan schriftelijke vragen stellen.
                                Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De
                                vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen
                                wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt
                                verlangd. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden
                                per omgaande aan de indiener teruggestuurd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vragen worden bij de secretaris ingediend. Deze draagt er zorg
                                voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige
                                leden van het algemeen bestuur en de voorzitter worden gebracht.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
                                ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen.
                                Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende algemeen
                                bestuursvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen
                                kan plaatsvinden, stelt het dagelijks bestuur of de voorzitter de
                                vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn
                                aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit
                                bericht wordt behandeld als een antwoord. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vragen, en de antwoorden van het verantwoordelijke lid van het
                                dagelijks bestuur worden door tussenkomst van de secretaris aan de
                                leden van het algemeen bestuur toegezonden. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
                                eerstvolgende algemeen bestuursvergadering en bij mondelinge
                                beantwoording in dezelfde algemeen bestuursvergadering, na de
                                behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere
                                inlichtingen vragen omtrent het door de voorzitter of door het
                                dagelijks bestuur gegeven antwoord, tenzij het algemeen bestuur
                                anders beslist. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Vragenhalfuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van het algemeen bestuur kan vragen stellen tijdens het
                                vragenhalfuur. Het lid van het algemeen bestuur dat tijdens het
                                vragenhalfuur vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het
                                onderwerp ten minste 24 uur voor aanvang van de vergadering bij de
                                voorzitter. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het
                                vragenhalfuur aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet
                                voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de
                                bestuursvergadering op diezelfde dag aan de orde komt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter plaatst het vragenhalfuur op de agenda en bepaalt de
                                volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenhalfuur
                                aan de orde worden gesteld. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan per onderwerp de spreektijd bepalen voor de
                                vragensteller, voor de leden van het dagelijks bestuur, voor de
                                voorzitter, en voor de overige leden van het algemeen bestuur. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één
                                of meer vragen aan het dagelijks bestuur of de voorzitter te stellen
                                en een toelichting daarop te geven. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Na de beantwoording door het dagelijks bestuur of de voorzitter
                                krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen
                                te stellen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van het algemeen
                                bestuur het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij
                                aan het dagelijks bestuur vragen te stellen over hetzelfde
                                onderwerp. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend en
                                worden geen interrupties toegestaan. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Lidmaatschap van andere organisaties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Verslag en verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van het algemeen bestuur, de voorzitter of de secretaris,
                                die in opdracht van het algemeen bestuur zitting heeft in het
                                bestuur van een andere rechtspersoon, heeft de plicht om in elke
                                vergadering verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur
                                als bedoeld aan de orde zijn. Door het algemeen bestuur gewenste
                                bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de
                                desbetreffende vaste adviescommissie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder lid van het algemeen bestuur kan aan een persoon als bedoeld
                                in het eerste lid vragen stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer een lid van het algemeen bestuur een persoon als bedoeld in
                                het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze
                                van functioneren als zodanig, besluit het algemeen bestuur over het
                                toestaan daarvan. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Algemeen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                                overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig
                                zijn met het besloten karakter van de vergadering. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Fractievertegenwoordigers hebben als toehoorder toegang tot een
                                besloten vergadering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verslag van een besloten vergadering wordt niet openbaar
                                gemaakt, maar uitsluitend ter beschikking gesteld aan de leden van
                                het algemeen bestuur .</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering
                                ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt het
                                algemeen bestuur een besluit over het al dan niet openbaar maken van
                                dit verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de
                                secretaris ondertekend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist het algemeen bestuur
                            overeenkomstig artikel 37, derde en vierde lid, van de Waterschapswet of
                            omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal
                            gelden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Het algemeen bestuur kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Dit
                            bestuur kan deze beslissing nemen in een vergadering die blijkens de
                            presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende
                            leden is bezocht. Indien het algemeen bestuur voornemens is de
                            geheimhouding op te heffen, wordt, indien daarom wordt verzocht door het
                            orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met
                            het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VII</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op
                            de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>Spreekrecht toehoorders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter stelt toehoorders bij de aanvang van een openbare
                                vergadering gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten in de
                                gelegenheid het woord te voeren over de geagendeerde onderwerpen.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het woord kan niet gevoerd worden: </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>over een besluit van het bestuur waartegen bezwaar of beroep op de
                                rechter openstaat of heeft opengestaan; </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                personen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit
                                uiterlijk een half uur voor het begin van de vergadering bij de
                                secretaris, onder vermelding van zijn naam en het punt waarover hij
                                het woord wil voeren. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                                voorzitter kan van de volgorde afwijken indien dit in het belang is
                                van de orde van de vergadering. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter
                                verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan
                                zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen
                                afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
                                verleend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>Mobiele telefoons en andere communicatiemiddelen</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, dient het
                            geluid van mobiele telefoons en andere communicatiemiddelen te zijn
                            uitgeschakeld.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VIII</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr><titel>Uitleg reglement</titel></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent
                            de toepassing van het reglement, beslist de voorzitter. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>Het Reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur
                            van het waterschap Velt en Vecht 2009 en het Reglement van orde voor de
                            vergaderingen van het algemeen bestuur 2009 van waterschap Regge en
                            Dinkel worden ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit reglement treedt in werking op de eerste dag na die van haar
                            bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit reglement wordt aangehaald als het Reglement van orde algemeen
                            bestuur Vechtstromen 2014.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van 2 juli 2014 te Almelo.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Het algemeen bestuur van het waterschap Vechtstromen,</ondertekening><ondertekening>dr. S.M.M. Kuks, watergraaf drs. O. Dijkstra, secretaris</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al/><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING </vet></al><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><al>De voorzitter is voorzitter van het algemeen bestuur en van het dagelijks
                        bestuur (artikel 94 Waterschapswet). De regeling bij verhindering staat in
                        artikel 51a van de Waterschapswet (het Reglement voor het Waterschap
                        Vechtstromen voorziet niet in de aanwijzing van een plaatsvervangend
                        voorzitter). De voorzitter heeft het recht op grond van artikel 94, tweede
                        lid, van de Waterschapswet in de vergaderingen van het algemeen bestuur aan
                        de beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder andere voor
                        de handhaving van de orde in de vergadering. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De secretaris</titel></kop><al>Het algemeen bestuur benoemt een secretaris (artikel 53 Waterschapswet). De
                        secretaris is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan het
                        algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. Hij is in principe
                        in elke vergadering van het algemeen en dagelijks bestuur aanwezig. De
                        Waterschapswet bepaalt dat het dagelijks bestuur de vervanging van de
                        secretaris regelt (artikel 55a Waterschapswet). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Fractievoorzittersoverleg</titel></kop><al>Ter voorbereiding van de behandeling van gevoelige of vertrouwelijke
                        kwesties kan de voorzitter zijn oor te luister leggen bij de
                        fractievoorzitters. Zij zullen hem gevraagd of ongevraagd hun mening geven
                        over de meest wenselijke aanpak.</al><al>De voorzitter beslist vervolgens naar eigen inzicht. Het
                        fractievoorzittersoverleg is derhalve geen instituut op zichzelf, maar
                        veeleer een gelegenheidsgezelschap met een beperkte taakstelling.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Commissies</titel></kop><al>Dit artikel biedt de kapstok voor het instellen van commissies. Het is aan
                        het algemeen bestuur te besluiten of en zo ja op welke wijze de
                        besluitvorming over voorstellen aan het algemeen bestuur wordt voorbereid.
                        Onderscheid wordt gemaakt tussen het instellingsbesluit en het besluit tot
                        vaststelling van een reglement van orde voor de vergaderingen van de
                        commissies. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Gedragscode</titel></kop><al>Op grond van artikel 33, derde lid van de Waterschapswet stelt het algemeen
                        bestuur een gedragscode vast voor de leden van het algemeen bestuur, het
                        dagelijks bestuur en de voorzitter. In de gedragscode kan het algemeen
                        bestuur afspraken vastleggen over het optreden als bestuurder. Integriteit
                        maakt hiervan een belangrijk onderdeel uit. Ondertekening van een verklaring
                        benadrukt het belang dat aan correct gedrag van openbaar bestuurders wordt
                        gehecht, al is de gedragscode juridisch niet bindend.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Toelating van nieuwe leden; benoeming lid van het dagelijks bestuur;
                            fracties</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging</titel></kop><al>Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het stembureau aan de benoemde
                        kennis van zijn benoeming (artikel 2.95 Waterschapsbesluit). De benoemde
                        geeft schriftelijk aan of hij de benoeming aanneemt (artikel 2.96
                        Waterschapsbesluit). Tegelijk met de mededeling dat hij zijn benoeming
                        aanneemt worden aan het algemeen bestuur stukken overlegd waaruit blijkt dat
                        de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van het algemeen bestuur
                        toegelaten te worden. </al><al>Dit omvat de volgende stukken: </al><lijst><li nr="-"><al>een ondertekende verklaring met een opgave van de andere functies
                                dan het lidmaatschap van het algemeen bestuur die hij bekleedt, en
                            </al></li><li nr="-"><al>een uittreksel uit de GBA met zijn woonplaats, geboorteplaats en
                                –datum (indien voor het eerst gekozen). </al></li></lijst><al>Het onderzoek van de geloofsbrieven moet in een openbare vergadering
                        gebeuren. Dit onderzoek wordt voorbereid door een door het algemeen bestuur
                        te benoemen commissie onderzoek geloofsbrieven. Bij het onderzoek zal ook de
                        vraag worden betrokken of sprake is van incompatibiliteiten en niet
                        toegestane nevenfuncties. De commissie onderzoek geloofsbrieven brengt
                        verslag uit aan het algemeen bestuur; dit kan zowel mondeling als
                        schriftelijk. Ingevolge artikel 24 van de Waterschapswet beslist het
                        algemeen bestuur over de toelating van zijn leden. De formulering van het
                        eerste lid benadrukt derhalve dat het algemeen bestuur en niet de voorzitter
                        een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht
                        nadat de voorzitter van het stembureau nieuwe leden kennis heeft gegeven van
                        hun benoeming. Het onderzoek van het proces verbaal (onderzoek naar het
                        verloop van de verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt in de
                        eerste samenkomst van het nieuwe algemeen bestuur na verkiezingen. Het
                        onderzoek van de geloofsbrief strekt zich niet uit tot de geldigheid van de
                        kandidatenlijsten en van de lijstverbindingen.</al><al>Er is een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe
                        algemeen bestuur of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na een
                        verkiezing dienen de algemeen bestuursleden in de eerste vergadering van het
                        algemeen bestuur in nieuwe samenstelling de eed of verklaring en belofte af
                        te leggen. De voorzitter zal hen hiervoor oproepen. Bij tussentijdse
                        vacaturevervulling kan de eed of verklaring en belofte aansluitend aan de
                        beslissing van het algemeen bestuur over de toelating van het betrokken lid
                        plaatsvinden. De tekst van de eed of verklaring en belofte die een lid van
                        het algemeen bestuur bij het aanvaarden van het lidmaatschap van het
                        algemeen bestuur moet afleggen, is in artikel 50 van de Waterschapswet
                        vastgelegd. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Verkiezing en benoeming leden dagelijks bestuur</titel></kop><al>In artikel 10 van het Reglement voor het Waterschap Vechtstromen is bepaald
                        dat na de verkiezingen de leden van het dagelijks bestuur worden benoemd in
                        de eerste vergadering van het algemeen bestuur in de nieuwe samenstelling.
                        Uiteraard moet eerst een besluit worden genomen over de omvang van het
                        dagelijks bestuur met inachtneming van het bepaalde in het
                        waterschapsreglement. Vervolgens vinden verkiezingen plaats tussen door de
                        fracties voorgedragen kandidaten. Vanuit de gedachte dat de meerderheid van
                        het algemeen bestuur bestaat uit gekozen vertegenwoordigers van de categorie
                        ingezetenen, is er voor gekozen eerst de dagelijks bestuursleden uit die
                        categorie te doen benoemen. Het vijfde lid geeft invulling aan een leemte in
                        de Waterschapswet. De Waterschapswet geeft wel aan welke formele eisen
                        gesteld worden aan een lid van het dagelijks bestuur, maar niet op welk
                        moment deze getoetst worden. De formele eisen voor een lid van het dagelijks
                        bestuur zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het
                        lidmaatschap van het algemeen bestuur (artikelen 31 en 45
                        Waterschapswet).Het ligt voor de hand om voor het benoemen van lid van het
                        dagelijks bestuur van buiten de kring van het algemeen bestuur ook een
                        commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Fracties</titel></kop><al>De Waterschapswet kent het begrip niet, maar gaat onder andere in artikel 14
                        wel uit van het bestaan van in het algemeen bestuur vertegenwoordigde
                        categorieën van belanghebbenden. En voor de categorie ingezetenen hebben
                        verkiezingen plaatsgevonden waaraan geregistreerde belangengroeperingen
                        konden deelnemen. In navolging van vertegenwoordigende lichamen van algemeen
                        bestuur ligt het in de rede ook bij waterschapsbesturen te spreken van
                        fracties. Bij de aanvang van de eerste zitting van het nieuwe algemeen
                        bestuur na de verkiezingen, worden de leden die op dezelfde lijst hebben
                        gestaan, als één fractie beschouwd. De fractie gebruikt in de vergadering
                        van het algemeen bestuur de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst
                        hadden staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in het algemeen
                        bestuur en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Ook de
                        door de koepels aangewezen leden worden als fracties beschouwd. </al><al>In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden het algemeen
                        bestuur verlaten. Het beëindigen van de zitting in het algemeen bestuur kan
                        verschillende oorzaken hebben. Leden kunnen ongeneeslijk ziek zijn, een
                        conflict met hun fractie hebben, te weinig tijd hebben voor het
                        waterschapswerk en zo zijn er nog vele redenen denkbaar. In een dergelijk
                        geval vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie plaats.
                        Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mede. </al><al>Het is ook mogelijk dat een lid van het algemeen bestuur zijn lidmaatschap
                        niet opzegt maar uit een fractie stapt. Hij kan als zelfstandige fractie
                        verdergaan of zich aansluiten bij een bestaande fractie van de categorie
                        ingezetenen. Uitgangspunt van ons kiesstelsel is dat volksvertegenwoordigers
                        op persoonlijke titel worden verkozen (een kandidaat wordt door de
                        voorzitter van het stembureau benoemd). De Waterschapswet/
                        Waterschapsbesluit kent bij de verkiezingen deelnemende
                        belangengroeperingen, maar een zetel “hoort” niet bij een
                        belangengroepering, maar is verbonden aan de “volksvertegenwoordiger” die
                        daardoor ook de mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te veranderen
                        of zelfstandig verder te gaan. Het algemeen bestuur heeft geen zeggenschap
                        over wijzigingen in de samenstelling, fusies en splitsingen van fracties en
                        de naamvoering. Een mededeling aan de voorzitter van het algemeen bestuur is
                        voldoende. Het algemeen bestuur is gehouden met ingang van de eerstvolgende
                        vergadering nadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden met de
                        nieuwe situatie. </al><al>Het provinciaal reglement bepaalt het aantal vertegenwoordigers van de
                        geborgde belangen; het is dus formeel niet mogelijk dat een gekozen
                        vertegenwoordiger van de categorie ingezetenen lid wordt van een fractie
                        samengesteld uit benoemde vertegenwoordigers en omgekeerd dat benoemde
                        vertegenwoordigers lid worden van een fractie uit de categorie
                        ingezetenen.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Tijd van vergaderen; voorbereidingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Oproep</titel></kop><al>De voorzitter nodigt de leden van het algemeen bestuur uit voor de
                        vergadering. Het eerste lid bepaalt dat de voorzitter ten minste zeven dagen
                        vóór een vergadering de leden een oproep stuurt, waarin de vergadering wordt
                        aangekondigd. Deze aankondiging vermeldt de dag, tijdstip en plaats van de
                        vergadering. Het tweede lid stelt verplicht dat de voorlopige agenda en de
                        daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 37, eerste en
                        tweede lid, van de Waterschapswet bedoelde stukken, eveneens ten minste
                        zeven dagen voor de vergadering worden toegezonden. Dat in beide leden
                        dezelfde uiterste termijn wordt genoemd, betekent niet dat alle genoemde
                        stukken dan ook tegelijkertijd moeten worden verzonden. Het is mogelijk dat
                        de oproep eerder wordt verzonden dan de stukken (andersom ligt niet voor de
                        hand, maar is in beginsel wel mogelijk). De in artikel 37, eerste en tweede
                        lid, bedoelde stukken zijn stukken ten aanzien waarvan geheimhouding is
                        opgelegd. Hier wordt melding van gemaakt op de stukken. De stukken en oproep
                        worden bij voorkeur (maar niet verplicht) per e-mail verstuurd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Openbaar maken van stukken</titel></kop><al>In dit artikel gaat het, naast om de geheime stukken, om de zogenaamde
                        “achterliggende” stukken waarvan vaak in het algemeen bestuursvoorstellen
                        melding wordt gemaakt (ambtelijke adviezen, toelichtende nota's, etc.).
                        Uiteraard dienen alle geïnteresseerden de mogelijkheid te hebben om deze
                        stukken desgewenst in te zien. Hiervoor hebben ze wel voldoende tijd nodig.
                        Daarom worden alle stukken gelijktijdig met het verzenden van de oproep op
                        de website van het waterschap geplaatst. De stukken met betrekking tot
                        voorstellen aan het algemeen bestuur die worden behandeld in een besloten
                        vergadering van het algemeen bestuur, worden bij de secretaris ter inzage
                        gelegd voor de leden van het algemeen bestuur. </al></divisie><divisie><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>De verplichting tot het hebben van een presentielijst vloeit indirect voort
                        uit artikel 38b en 38c Waterschapswet. De handtekeningen op de
                        presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen, dat het
                        vergaderquorum aanwezig is. De lijst kan niet dienen om het stemquorum vast
                        te stellen (het stemquorum dient steeds voorafgaand aan een stemming te
                        worden gecontroleerd). De ondertekening door voorzitter en secretaris dient
                        te waarborgen dat de lijst volledig is en het vergaderquorum steeds aanwezig
                        was. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Zitplaatsen</titel></kop><al>Voor ordentelijke vergaderingen is het van belang dat een ieder zijn vaste
                        zitplaats heeft. De voorzitter kan de indeling herzien, indien daartoe
                        aanleiding bestaat. Ook andere personen kunnen uitgenodigd worden om ter
                        vergadering aanwezig te zijn. De voorzitter is de aangewezen persoon om voor
                        een zitplaats voor hen te zorgen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><al>De vergadering kan beginnen, indien meer dan de helft van het aantal zitting
                        hebbende algemeen bestuursleden aanwezig is en de presentielijst heeft
                        getekend. Ingeval een vergadering niet kan worden geopend, kan ingevolge
                        artikel 38b, tweede lid, onder b, van de Waterschapswet in een volgende
                        vergadering besluitvorming plaatsvinden zonder quorum. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Agenda</titel></kop><al>De agenda wordt opgesteld door het dagelijks bestuur.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Verslag en besluitenlijst</titel></kop><al>Dit artikel regelt de verslagleggende taak van de secretaris en de wijze
                        waarop het verslag wordt vastgesteld. Het conceptverslag wordt
                        tegelijkertijd met de schriftelijke oproep verstuurd aan de leden en overige
                        personen die het woord gevoerd hebben. Het is aan het algemeen bestuur om te
                        beslissen of een voorgestelde wijziging of aanvulling geaccepteerd wordt.
                        Een afwijzing van een dergelijk voorstel is niet vatbaar voor beroep. Dit
                        artikel verplicht tevens tot het zo spoedig mogelijk opstellen van een
                        besluitenlijst, om zo spoedig mogelijk bekendheid te kunnen geven aan de
                        door het algemeen bestuur genomen besluiten. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Ingekomen stukken</titel></kop><al>Omtrent de ingekomen stukken worden alleen voorstellen gedaan en besluiten
                        genomen van procedurele aard, bijvoorbeeld ter kennisneming, steunen,
                        afwijzen, in behandeling nemen, doorsturen naar een commissie, ter afdoening
                        in handen stellen van het dagelijks bestuur etc. Inhoudelijke discussie over
                        de stukken kan de voorzitter buiten de orde verklaren. Wanneer een ingekomen
                        stuk leidt tot inhoudelijke discussie en besluitvorming, dient dit op de
                        gebruikelijke wijze te worden voorbereid. De schriftelijke mededelingen van
                        het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur zijn ook een ingekomen stuk.
                        De wijze van afdoening wordt ter vergadering aan de orde gesteld. Het
                        algemeen bestuur stelt op voorstel van het dagelijks bestuur de wijze van
                        afdoening van de ingekomen stukken vast. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Hamerstukken</titel></kop><al>Bij het opstellen van de agenda voor de vergadering van het algemeen bestuur
                        bepaalt het dagelijks tevens welke voorstellen als hamerstuk worden
                        geagendeerd. Als een fractie het niet eens is met deze inschatting, wordt
                        over het betreffende voorstel in de vergadering beraadslaagd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><al>Teneinde de vergaderduur niet te zeer te verlengen wordt over een voorstel
                        dat in onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel
                        beraadslaagd. In het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen.
                        Het tweede lid voorziet in de mogelijkheid de vergadering te schorsen voor
                        nader onderling beraad. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Deelname aan beraadslaging door derden</titel></kop><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 39
                        Waterschapswet geregelde verschoningsrecht van leden van het algemeen
                        bestuur en anderen die deelnemen aan de vergadering (zij kunnen niet in
                        rechte worden vervolgd of aangesproken op hetgeen zij in de vergadering van
                        het algemeen bestuur hebben gezegd). De voorzitter heeft het recht (het
                        woord te voeren en) deel te nemen aan de beraadslagingen op grond van
                        artikel 94 de Waterschapswet. In het tweede lid wordt het begrip
                        “beslissing” gebruikt. Het gaat hier namelijk niet om het besluitbegrip in
                        de zin van de Algemene wet bestuursrecht. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Spreektermijnen</titel></kop><al>Indien het algemeen bestuur van mening is, dat na de tweede termijn verdere
                        beraadslaging nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk besluiten. Het tweede
                        lid benadrukt dat de voorzitter elke spreektermijn afsluit. Dit behoeft
                        overigens niets te veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder
                        antwoordt na de inbreng van de algemeen bestuursleden in de eerste en tweede
                        termijn. Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te
                        worden. Een verzoek van een lid na afloop van de tweede termijn om nog een
                        korte reactie te geven, dient de voorzitter niet te honoreren. De
                        beraadslaging over een motie vindt niet plaats in afzonderlijke termijnen,
                        maar gelijktijdig met de beraadslaging over het betreffende, aan de orde
                        zijnde onderwerp. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al>Het artikel strekt ertoe te benadrukken dat het algemeen bestuur ook uit
                        eigen initiatief regels kan stellen over de spreektijd van de leden. De
                        voorzitter hoeft dit niet voor te stellen. De voorzitter kan in het kader
                        van zijn taak tot het handhaven van de orde tijdens de vergadering wel
                        wijzigingen voorstellen in de omvang van de spreektijd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><al>Het eerste lid verzekert dat leden van het algemeen bestuur vrijelijk kunnen
                        spreken. Wel zijn interrupties toegestaan voor zover de voorzitter bij een
                        overvloed aan interrupties of in het belang van de voortgang van de
                        beraadslagingen niet bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere
                        interrupties afrondt. Om te bevorderen dat leden van het algemeen bestuur
                        zich niet belemmerd voelen om hun mening te uiten, is in artikel 39
                        Waterschapswet bepaald dat zij niet in rechte te vervolgd kunnen worden, aan
                        te spreken zijn of verplicht zijn getuigenis af te leggen over hetgeen zij
                        in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. </al><al>Indien een lid van het algemeen bestuur door zijn optreden de orde
                        verstoort, kan de voorzitter hem op grond van het tweede lid van dit artikel
                        tot de orde roepen en eventueel het woord ontzeggen voor de verdere
                        behandeling van het betreffende onderwerp.</al><al>Indien nodig kan de voorzitter erop aansturen dat het betreffende lid van
                        het algemeen bestuur uit de vergadering wordt verwijderd. Hij doet dit door
                        een voorstel van die strekking aan het algemeen bestuur voor te leggen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Einde beraadslaging</titel></kop><al>De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een
                        onderwerp voldoende is toegelicht, tenzij het algemeen bestuur anders
                        beslist. De voorzitter formuleert daarna de te nemen eindbeslissing. Indien
                        geen stemming wordt gevraagd, is het voorstel aangenomen. Stemverklaringen
                        zullen kort moeten zijn en mogen niet het karakter krijgen van een derde
                        termijn, als laatste reactie op de vorige spreker. De stemverklaringen
                        worden gegeven vóór de voorzitter de wijze van stemming aan de orde stelt.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Procedures bij stemmingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Algemene bepalingen over stemming</titel></kop><al>Indien een lid te kennen geeft stemming te wensen, moet de stemming
                        plaatsvinden. Als regel zal stemmen bij handopsteking toereikend zijn. Maar
                        een lid kan ook vragen om hoofdelijke stemming. Het algemeen bestuur heeft
                        niet de bevoegdheid hiervan af te wijken. Vraagt niemand stemming, dan wordt
                        het voorstel geacht te zijn aangenomen.</al><al>De regeling in het tweede lid kan enkel toepassing krijgen, indien de
                        uitkomst van de stemming tevoren duidelijk is en slechts enkele leden zouden
                        tegenstemmen. Een lid van het algemeen bestuur kan zich alleen onthouden van
                        stemming op grond van artikel 38a Waterschapswet. In alle andere gevallen is
                        een lid van het algemeen bestuur verplicht stelling in te nemen en te
                        stemmen. Stemmingen zijn in principe ook openbaar. Een lid van het algemeen
                        bestuur als gekozen of benoemde vertegenwoordiger van zijn categorie van
                        belanghebbenden dient duidelijk te zijn in zijn of haar rol. Door de
                        openbaarheid is het voor de achterban (kiezers of benoemende koepels)
                        duidelijk hoe ze vertegenwoordigd worden. </al><al>Uit de Winsum-uitspraak (Raad van State, 7 augustus 2002) is het hoger
                        beroep op artikel 28 Gemeentewet (overeenkomend met artikel 38a
                        Waterschapswet) afgewezen, maar heeft de Afdeling wel geconcludeerd dat het
                        genomen besluit in strijd is met artikel 2:4 van de Algemene wet
                        bestuursrecht omdat de schijn van belangenverstrengeling onvoldoende was
                        vermeden. Naar aanleiding van deze uitspraak zijn er vragen gerezen over de
                        mogelijke gevolgen voor stemprocedures en de verantwoordelijkheden in
                        vertegenwoordigende lichamen. In deze uitspraak geeft de Afdeling het
                        rechtsbeginsel, neergelegd in artikel 2:4 Awb, voorrang boven hetgeen in
                        artikel 28 Gemeentewet is bepaald. Voorop dient te staan dat de beslissing
                        over stemonthouding dient voorbehouden te blijven aan het individuele lid
                        van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur kan slechts waarschuwen dat
                        het te nemen besluit wel eens aanvechtbaar zou kunnen zijn in een
                        bezwaarschriftprocedure of bij de bestuursrechter of in het kader van een
                        spontane vernietiging (artikel 156 Waterschapswet) als individuele leden van
                        het algemeen bestuur door hun handelen de schijn van belangenverstrengeling
                        kunnen wekken. </al><al>Het is mogelijk in de gedragscode als bedoeld in artikel 33, derde lid,
                        Waterschapswet hierover iets op te nemen, ook al is de gedragscode in
                        juridische zin niet bindend. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Stakende stemmen</titel></kop><al>Indien bij het staken van stemmen de vergadering voltallig is, wordt het
                        voorstel geacht te zijn verworpen. Is de vergadering niet voltallig, dan
                        wordt het nemen van het besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als
                        ook dan de stemmen staken, wordt het voorstel geacht niet te zijn
                        aangenomen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Stemming over personen</titel></kop><al>Over de benoeming, voordracht of aanbeveling van personen, dient de stemming
                        schriftelijk te geschieden door middel van gesloten en ongetekende
                        stembriefjes. Op deze wijze is geheimhouding gewaarborgd. Het reglement van
                        orde gaat uit van een stemming door middel van een behoorlijk ingevuld
                        stembriefjes. Een blanco stembriefje wordt niet aangemerkt als een
                        behoorlijk ingevuld stembriefje. In geval van een schriftelijke stemming
                        wordt dan ook geen rekening gehouden met blanco stembriefjes. Een blanco of
                        verkeerd ingevuld stembriefje telt wel mee bij de bepaling van het quorum.
                        Bij twijfel beoordeelt het algemeen bestuur uiteindelijk of een stembriefje
                        behoorlijk is ingevuld. </al><al>Bij een benoeming stelt het algemeen bestuur een specifiek persoon aan in
                        een bepaald ambt (lid van het dagelijks bestuur, secretaris, ombudsman etc).
                        Op het stembiljet kan de naam van de te benoemen persoon met daarachter de
                        opties “voor” en “tegen” worden vermeld. Onder voordracht wordt verstaan het
                        als kandidaat voorstellen van een persoon voor een bepaald ambt. Een
                        voordracht is voor het algemeen bestuur bindend, op de stembiljetten dienen
                        de namen van de voorgedragen perso(o)n(en) te worden vermeld met daarachter
                        de opties “voor” en “tegen”. Bij een aanbeveling wordt voorgesteld om
                        bepaalde personen voor een bepaald ambt voor te dragen, het algemeen bestuur
                        mag van de aanbevelingen afwijken. Het betreft hier een zogenaamde vrije
                        stemming. Op de stembiljetten kunnen de namen van de aanbevolen personen te
                        worden vermeld met daarachter de opties “voor” en “tegen” én een vrije
                        ruimte waar een kandidaat van eigen keuze kan worden ingevuld. </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Rechten van leden</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Amendementen</titel></kop><al>De definitie van amendement is opgenomen in artikel 1. Door het recht van
                        amendement kan de regelgevende taak van het algemeen bestuur reëel inhoud
                        krijgen. Ook kleine fracties en individuele leden van het algemeen bestuur
                        moeten in staat gesteld worden (sub)amendementen in te dienen. Daarom is
                        niet bepaald dat een amendement door een aantal andere leden inhoudelijk
                        moet worden ondersteund. Voor wat betreft de stemming over amendementen
                        wordt verwezen naar artikel PM.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Moties</titel></kop><al>In het eerste artikel van dit reglement is de definitie van het begrip motie
                        gegeven. Het kan gaan om het uitspreken van een wens (van inhoudelijke,
                        politiek-bestuurlijke, procedurele aard), het uitspreken van instemming dan
                        wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen of om het doen van een verzoek.
                        Een motie betreft dus niet een concreet besluit dat op rechtsgevolg is
                        gericht; een motie heeft geen juridische, maar een politiek-bestuurlijke
                        betekenis. Daarom is het dagelijks bestuur formeel niet aan een motie
                        gebonden of tot uitvoering ervan verplicht. Wel kan het naast zich
                        neerleggen van een motie door het dagelijks bestuur leiden tot een
                        vertrouwensbreuk tussen algemeen en dagelijks bestuur en uiteindelijk leiden
                        tot ontslagbesluiten van één of meer leden van het dagelijks bestuur (m.u.v.
                        de voorzitter), indien deze niet uit eigen beweging ontslag nemen. Voor wat
                        betreft de besluitvormingsprocedure omtrent een motie wordt opgemerkt, dat
                        over een motie een apart besluit wordt genomen. Voor de beraadslaging over
                        een motie over een aanhangig onderwerp geldt, dat deze niet plaatsvindt in
                        afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het
                        onderwerp, waarop de motie betrekking heeft. Een besluit over een motie over
                        een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt aan het einde van de
                        vergadering plaats. Anders dan bij amendementen is hier bepaald dat de motie
                        door drie andere leden moet worden ondersteund. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><al>De voorzitter legt aan het algemeen bestuur ter beslissing voor of er
                        inderdaad sprake is van een voorstel van orde. Over een voorstel van orde
                        wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door het algemeen bestuur. Bij
                        staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen. </al><al>Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering
                        voor een pauze. Indien het gaat om een niet geagendeerd voorstel, dient de
                        procedure van een initiatiefvoorstel gevolgd te worden (artikel PM). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Initiatiefvoorstellen</titel></kop><al>Het is de taak van het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur de nodige
                        voorstellen te doen. Maar leden van het algemeen bestuur moeten ook zelf een
                        voorstel voor een ontwerp-verordening of ontwerpbeslissing ter behandeling
                        bij het algemeen bestuur kunnen indienen als het dagelijks bestuur niet of
                        naar het oordeel van één of meer leden niet tijdig zelf met voorstellen
                        komt. Hiervoor is het recht van initiatief toegekend. Het algemeen bestuur
                        beslist bij de vaststelling van de agenda of een initiatiefvoorstel op de
                        agenda blijft staan. Het vierde lid biedt de mogelijkheid nadere regels te
                        stellen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Interpellatie</titel></kop><al>Het interpellatierecht ligt in het verlengde van het mondelinge vragenrecht.
                        Het gaat om een recht van een lid van het algemeen bestuur om tijdens een
                        vergadering over een niet geagendeerd onderwerp inlichtingen aan het
                        dagelijks bestuur of de voorzitter te vragen. Daarvoor is verlof van het
                        algemeen bestuur nodig. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Schriftelijke vragen</titel></kop><al>Het vragenrecht geeft aan de leden van het algemeen bestuur het recht
                        informatie te vragen over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het
                        dagelijks bestuur of de voorzitter behoren. Het karakter van deze vragen is
                        primair van informatieve strekking. Op grond van deze bepaling kan een lid
                        van het algemeen bestuur schriftelijke vragen stellen aan het dagelijks
                        bestuur of de voorzitter, al naar gelang wie verantwoordelijk is. De
                        verantwoordelijke portefeuillehouder dient voor schriftelijke beantwoording
                        zorg te dragen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Vragenhalfuur</titel></kop><al>Dit artikel voorziet in de mogelijkheid van een vragenhalfuur. Een rondvraag
                        is minder gangbaar. </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Lidmaatschap van andere organisaties</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Verslag en verantwoording</titel></kop><al>Leden van het algemeen bestuur (of in voorkomende gevallen de voorzitter,
                        een lid van het dagelijks bestuur of de secretaris), die in opdracht van het
                        algemeen bestuur zitting hebben in het bestuur van een andere rechtspersoon,
                        verrichten aldaar hun taak zowel als leden van dat bestuur en als
                        vertegenwoordiger van en in naam van het waterschap. Voor de wijze, waarop
                        zij in het bestuur van de andere rechtspersoon functioneren, zijn zij
                        verantwoording verschuldigd aan het algemeen bestuur, die hen heeft
                        aangewezen. In het eerste lid van dit artikel is een regeling getroffen voor
                        mondelinge verslaglegging (uiteraard kan ook een ander moment worden
                        gekozen). En wordt aangegeven dat bespreking in een commissie kan
                        plaatsvinden. </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Dit artikel bepaalt dat de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige
                        toepassing zijn op een vergadering achter gesloten deuren. Hierbij kan onder
                        meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van
                        stukken, het recht van amendement, het recht van motie, het maken van het
                        verslag. De bepalingen van het reglement zijn echter niet van toepassing
                        voor zover dit strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Zo
                        zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor openbaar
                        gebruik gemaakt kunnen worden. Ten aanzien van de stukken die betrekking
                        hebben op een besloten vergadering en het behandelde zal het algemeen
                        bestuur moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld in artikel 37 van de
                        Waterschapswet wordt opgelegd dan wel opgeheven. In artikel 35 van de
                        Waterschapswet zijn procedurevoorschriften opgenomen voor “het sluiten van
                        de deuren”, de wijze waarop een vergadering een besloten vergadering
                        wordt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Verslag</titel></kop><al>In dit artikel wordt uitwerking gegeven aan artikel 35, vierde lid, van de
                        Waterschapswet. In overeenstemming met artikel 18 is de secretaris
                        verantwoordelijk voor het verslag van het algemeen bestuursvergadering. Dit
                        geldt ook voor het verslag van een besloten vergadering. Dit verslag ligt
                        bij hem ter inzage. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikelen</label><nr>45 en 46</nr><titel>Geheimhouding en opheffing daarvan</titel></kop><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van
                        rechtswege onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de
                        procedure volgens artikel 37 van de Waterschapswet noodzakelijk. Het
                        dagelijks bestuur, de voorzitter of een commissie kunnen ook geheimhouding
                        opleggen. Deze vervalt indien het algemeen bestuur deze in de eerstvolgende
                        vergadering niet bekrachtigt in een vergadering waar een quorum aanwezig
                        was. Het algemeen bestuur kan de geheimhouding niet onverhoeds opheffen,
                        maar eerst nadat daarover in een besloten vergadering is beraadslaagd. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>