<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr owms-version="3.5" cvdr-version="1.0" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>337070_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde van Provinciale Staten 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Flevoland</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-09-09T13:41:15</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad, 2014, 14</dcterms:isFormatOf><dcterms:issued>2012-09-05</dcterms:issued><dcterms:alternative>Reglement van orde van Provinciale Staten 2012</dcterms:alternative><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankenrecht</dcterms:rights><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, art. 143, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, art. 16</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, art. 80</dcterms:source></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-09-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-09-05</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-12-18</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Statenvoorstel 1334657</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuurlijke organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling treedt met terugwerkende kracht inwerking op 05-09-2012. 
Deze regeling vervangt het het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van Provinciale Staten van Flevoland 2011.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Provinciale Staten van Flevoland,</al><al>overwegende dat Provinciale Staten van Flevoland met ingang van 2 maart 2011 op een andere wijze vergaderen dan voorheen;</al><al>overwegende dat deze andere vergaderwijze gevolgen  heeft voor het bestaande Reglement van orde voor de vergaderingen en  andere werkzaamheden van Provinciale Staten 2011;</al><al>gelet op artikel 143, eerste lid , artikel 16 en artikel 80 van de Provinciewet;</al><al>BESLUITEN:</al><al>Vast te stellen de volgende verordening:</al><al>Reglement van orde van Provinciale Staten 2012</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a)"><al>	panoramaronde	:	commissie als  bedoeld in artikel 80 van de Provinciewet bedoeld omalle deelnemers in  het besluitvormingsproces over adequate informatie te laten  beschikken(beeldvorming);</al></li><li nr="b)"><al>	opinieronde	:	commissie als bedoeld in artikel 80 van de Provinciewet bedoeld om de oordeelsvorming te faciliteren;</al></li><li nr="c)"><al>	besluitvormingsronde 	:	een  statenvergadering als bedoeld in artikel 17 van de Provinciewet bedoeld  om formele besluiten te nemen;</al></li><li nr="d)"><al>	portefeuillehouder	:	een lid van  het college van gedeputeerde staten dat in het bijzonder met een  onderwerp is belast of de commissaris van de Koningin;</al></li><li nr="e)"><al>	burgerlid	:	een door de fractie  voorgedragen lid, niet zijnde statenlid, die het woord mag voeren namens  de fractie tijdens de panorama- en opinierondes.</al></li><li nr="f)"><al>	amendement	:	voorstel tot wijziging  van een ontwerpverordening of ontwerp-beslissing, geschikt om daarin  direct te worden opgenomen;</al></li><li nr="g)"><al>	motie	:	korte en gemotiveerde  verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens, verzoek of  opdracht wordt uitgesproken, gekoppeld aan een agendapunt;</al></li><li nr="h)"><al>	motie vreemd aan de	:	korte en  gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor orde van de dag		een  oordeel, wens, verzoek of opdracht wordt uitgesproken die los van een  agendapunt wordt ingediend;</al></li><li nr="i)"><al>	voorstel van orde	:	voorstel betreffende de orde van de vergadering;</al></li><li nr="j)"><al>	initiatiefvoorstel	:	een voorstel  voor een verordening of een ander voorstel ingediend door een statenlid  in de besluitvormingsronde;</al></li><li nr="k)"><al>	interpellatie	:	vragen van inlichtingen aan een portefeuillehouder of de commissaris van de Koningin;</al></li><li nr="l)"><al>	voorzitter	:	de voorzitter van provinciale staten of diens vervanger;</al></li><li nr="m)"><al>	griffier	:	griffier van provinciale staten of diens vervanger;</al></li><li nr="n)"><al>	secretaris	:	de secretaris van het college van gedeputeerde staten;</al></li><li nr="o)"><al>	burgerinitiatief	:	een voorstel van  een kiesgerechtigde ingezetene van de provincie, gericht op  besluitvorming  door provinciale staten;</al></li><li nr="p)"><al>	e-petitie	:	een via de  elektronische weg door een ingezetene van de provincie Flevoland  ingediend verzoek gericht aan Provinciale Staten van Flevoland.</al></li><li nr="q)"><al>	statendag	:	de dag waarop leden van  provinciale staten/burgerleden bijeenkomen voor vergaderingen in het  kader van het besluitvormingsproces.</al><al></al><al>
     </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2. Het presidium</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Provinciale staten hebben een presidium.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Het presidium bestaat uit de  voorzitter van provinciale staten, de door en uit provinciale staten te  benoemen plaatsvervangend voorzitter en de voorzitters van de panorama-  en  opinieronden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	Het presidium wordt terzijde gestaan door de griffier.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>	De voorzitter van provinciale staten is tevens voorzitter van het presidium.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>	De plaatsvervangend voorzitter van provinciale staten kan tevens voorzitter  zijn van de panorama- en opinieronden</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>	Het presidium vergadert zo vaak als nodig. De vergaderingen zijn niet openbaar.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>	De besluiten van het presidium zijn openbaar.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>	Provinciale staten stellen met  inachtneming van het bepaalde in dit artikel bij Verordening  nadere  regels omtrent de taken, werkwijze en ondersteuning van het Presidium<sup>1</sup>.</al></lid><lid><lidnr>1</lidnr><al> Verordening op de taken, werkwijze en ondersteuning van het presidium van provinciale staten van Flevoland 2011</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3. Het seniorenconvent</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Het seniorenconvent bestaat uit de  commissaris van de Koningin en de voorzitters van de in provinciale  staten vertegenwoordigde fracties.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Het seniorenconvent kan indien  daartoe politiek of anderszins aanleiding bestaat bijeen worden geroepen  op verzoek van de voorzitter van provinciale staten en/of één van de  voorzitters van de in provinciale staten vertegenwoordigde fracties.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	De vergaderingen van het seniorenconvent zijn niet openbaar.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>	In het seniorenconvent worden geen  zaken besproken die behoren tot het takenpakket van het presidium,  tenzij het gaat om zaken van politiek gewicht die door het presidium ter  consultatie aan het seniorenconvent worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>	De griffier ondersteunt het seniorenconvent.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK II. TOELATING VAN DE LEDEN VAN PROVINCIALE STATEN; FRACTIES</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4. Onderzoek geloofsbrieven</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Het onderzoek van de geloofsbrieven  en de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden van  provinciale staten geschiedt door één of meer commissies, elk bestaande  uit ten minste drie leden, daartoe steeds door de voorzitter te  benoemen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Deze commissie brengt na gedaan  onderzoek van de geloofsbrieven, van de andere bij de Kieswet vereiste  stukken en van de bezwaarschriften, die mochten zijn ingekomen,  schriftelijk of mondeling verslag uit aan de vergadering van provinciale  staten en doen daarbij een voorstel tot het nemen van een besluit. De  geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken worden ter  provinciale griffie gedeponeerd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	Omtrent de geschillen, die aangaande de geloofsbrieven of de verkiezing zelf rijzen, wordt gehandeld overeenkomstig de Kieswet.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>	De leden, tot wier toelating door  provinciale staten is besloten, nemen zitting na het afleggen van de eed  of belofte, bij artikel 14 van de Provinciewet gevorderd.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>	Burgerleden leggen net als leden  van provinciale staten de eed of belofte af voorafgaand aan het moment  waarop zij voor het eerst als burgerlid participeren in een ronde.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5. Fracties</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Leden van provinciale staten kunnen  zich verenigen tot een groep, fractie genaamd. Zij doen hiervan  mededeling aan de voorzitter van provinciale staten  onder vermelding  van :
    </al><lijst><li nr="a)"><al>	de namen van de leden van de fractie en van degenen die als voorzitter en diens plaatsvervanger optreden;</al></li><li nr="b)"><al>	de naam van de fractie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Indien ėėn lid zich als een fractie beschouwt doet dit lid hiervan mededeling aan de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	Per fractie worden maximaal twee burgerleden benoemd.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5a. Burgerleden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Burgerleden dienen tijdens de  laatste verkiezingen van provinciale staten geplaatst te zijn op de  kandidatenlijst van een krachtens die verkiezingen in provinciale staten  vertegenwoordigde politieke partij. . Op voordracht van de fractie  benoemen Provinciale Staten een burgerlid. Provinciale Staten kunnen op  voordracht van de fractie een burgerlid ontslaan. De artikelen 10, 11,  12, 13 en 15 van de Provinciewet zijn op hen van overeenkomstige  toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Burgerleden leggen net als leden  van provinciale staten de eed of belofte af voorafgaand aan het moment  waarop zij voor het eerst als burgerlid participeren in een ronde.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6. Zittingsduur en vacatures</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	De zittingsperiode van een lid van  provinciale staten/burgerlid eindigt in ieder geval aan het einde van de  zittingsperiode van provinciale staten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Een lid van provinciale staten kan  te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling  aan provinciale staten. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke  mededeling in of zoveel eerder als een opvolger is benoemd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	Een burgerlid kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan provinciale staten.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>	Indien door overlijden of ontslag  van een lid van provinciale staten een vacature ontstaat, beslissen  provinciale staten zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>	Indien een fractie blijkens een  schriftelijke verklaring aan de voorzitter van provinciale staten niet  langer vertegenwoordigd is in provinciale staten vervalt het  lidmaatschap van het burgerlid dat op voordracht van die fractie is  benoemd, van rechtswege.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK III. STATENDAG</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7. Vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	De statendag bestaat in ieder geval  uit een besluitvormingsronde en op basis van de agenda vinden tevens  panorama- en opinieronden plaats die parallel georganiseerd kunnen  worden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	De vergaderingen van provinciale  staten, de panoramaronden en de opinieronden vinden in principe plaats  een keer in de drie weken op woensdag in het provinciehuis.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	Zo mogelijk deelt de voorzitter van  provinciale staten elk jaar in overleg met het presidium aan de leden  de dagen mee waarop naar verwachting dat jaar de vergaderingen van  provinciale staten zullen worden gehouden.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>	Een panorama- of opinieronde wordt ook uitgeschreven:
    </al><lijst><li nr="a)"><al>	wanneer de voorzitter dat nodig oordeelt of</al></li><li nr="b)"><al>	wanneer er door tenminste drie leden schriftelijk met opgaaf van redenen om is gevraagd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>	De voorzitter van provinciale  staten kan in bijzondere gevallen een andere dag en/of aanvangsuur  bepalen of een andere vergaderplaats voor de besluitvormingsronde  aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende  situatie tevoren overleg in het presidium.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>	De voorzitter van de panoramaronde  en opinieronde kan in bijzondere gevallen een andere dag en/of  aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats voor de panoramaronde  en opinieronde aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van  een spoedeisende situatie tevoren overleg in het presidium.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>	Indien op grond van artikel 17 van  de Provinciewet een in dat artikel genoemd aantal leden om een  besluitvormingsronde van provinciale staten vraagt, wordt deze gehouden  binnen drie weken nadat dit verzoek is ontvangen.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8. Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De voorzitter van provinciale staten  zendt de stukken voor de statendag uiterlijk tien dagen van tevoren aan  de leden van provinciale staten/burgerleden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	De stukken voor de statendag bevatten:
    </al><lijst><li nr="a)"><al>	een aanduiding van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering;</al></li><li nr="b)"><al>	een voorlopige agenda voor de panoramaronden;</al></li><li nr="c)"><al>	een voorlopige agenda en stukken voor de opinieronden;</al></li><li nr="d)"><al>	een voorlopige agenda en stukken voor de besluitvormingsronde.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	Wanneer het bijeenroepen van de  diverse ronden een spoedeisend karakter heeft, kan door de voorzitter  van provinciale staten worden afgeweken van de termijn, genoemd in het  eerste lid.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9. Ter inzage leggen van documenten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	De stukken van de statendag worden  gelijktijdig met het verzenden geplaatst op de provinciale website en  voor een ieder in het provinciehuis ter inzage gelegd. Hierbij kan ook  achterliggende informatie worden gevoegd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het provinciehuis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	Indien voor stukken op grond van  artikel 25, eerste of tweede lid of artikel 91, eerste of tweede lid van  de Provinciewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in  afwijking van het bepaalde in het eerste lid onder berusting van de  griffier en verleent de griffier de leden van provinciale staten inzage.  Indien nodig worden de geheime stukken in een beveiligde digitale  omgeving beschikbaar gesteld.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10. Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	De vergaderingen worden door  aankondiging in één of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen en  door plaatsing op de provinciale website ter openbare kennis gebracht,  tenzij sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 7, zesde en  zevende lid, in welk geval een in overeenstemming met het spoedeisend  karakter van de vergadering voor de handliggende wijze van bekendmaking  plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	De openbare kennisgeving vermeldt:
    </al><lijst><li nr="a)"><al>	de datum, aanvangstijd en plaats per agendapunt in de specifieke ronde;</al></li><li nr="b)"><al>	de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien.</al></li><li nr="c)"><al>	de mogelijkheid om gebruik te maken van het spreekrecht.</al><al></al><al>
         </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11. Besloten vergaderingen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering als bedoeld in artikel 23 (voor wat  betreft de besluitvormingsronde) of  artikel 80 lid 5 juncto artikel 91  (voor wat betreft de panorama- en opinieronde) van de Provinciewet zijn  de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing, voor  zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van  de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12. Notulen besloten vergadering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	De notulen van een besloten  vergadering worden niet rondgedeeld, maar liggen voor de statenleden ter  inzage bij de griffier of worden in een digitaal afgeschermde en  beveiligde omgeving beschikbaar gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Deze notulen worden zo spoedig  mogelijk ter vaststelling aangeboden. Indien er opmerkingen bij de  notulen zijn worden de notulen in beslotenheid vastgesteld. Tijdens de  vergadering nemen provinciale staten een beslissing over het al dan niet  openbaar maken van deze notulen. De vastgestelde notulen worden door de  voorzitter en de griffier ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	De leden 1 en 2 zijn van overeenkomstige toepassing op de verslagen van besloten opinieronden.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13. Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslissen provinciale  staten overeenkomstig artikel 25, lid 1 van de Provinciewet of omtrent  de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden.  Provinciale staten kunnen de geheimhouding opheffen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14. Opheffen geheimhouding</titel></kop><al>Indien provinciale staten op grond van artikel 25, derde en vierde  lid, of artikel 55, twee en derde lid, of artikel 91, tweede lid van de  Provinciewet, voornemens zijn de geheimhouding op te heffen wordt indien  het bestuursorgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd dit verzoekt, in  een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd  over de opheffing van die geheimhouding.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15. Aanwezigheid ambtenaren en/of notulist bij besloten vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Provinciale staten kunnen besluiten  dat in een vergadering met gesloten deuren ambtenaren en/of een  notulist aanwezig mogen zijn. In dat geval worden van het verhandelde  overeenkomstig artikel 12 notulen gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Hebben provinciale staten besloten  dat een notulist niet aanwezig mag zijn dan maakt de griffier de  notulen. In dat geval wordt in plaats van een woordelijk verslag een  beknopte weergave van het gesprokene in de notulen opgenomen.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16. Publieke tribune</titel></kop><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend  op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen van provinciale  staten bijwonen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17. Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de statenvergadering geluid-  dan wel beeldregistraties willen maken vragen hiervoor toestemming aan  de griffier.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18. Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens  de vergadering het hinderlijk gebruik van mobiele telefoons of andere  communicatiemiddelen, dat inbreuk kan maken op de orde van de  vergadering, niet toegestaan.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19. Handhaving orde</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Een spreker mag in zijn rede niet  worden gestoord, tenzij de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het  opvolgen van dit reglement te herinneren. De voorzitter kan interrupties  toelaten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Indien een lid zich beledigende  uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het onderwerp in behandeling, een  spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde  verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien het  desbetreffende lid hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter -  onverminderd het bepaalde in artikel 26, derde lid van de Provinciewet -  hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het  aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20. Schorsing of sluiting beraadslaging</titel></kop><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een  door hem te bepalen tijd schorsen en - wanneer na de heropening de orde  opnieuw wordt verstoord- de vergadering sluiten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel> HOOFDSTUK IV. DE PANORAMARONDE</titel></kop><artikel><kop><titel> Artikel 21. Toepasselijkheid Provinciewet</titel></kop><al>Bijeenkomsten in de panoramaronde worden gelijkgesteld met  vergaderingen van een commissie als bedoeld in artikel 80 van de  Provinciewet.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22. Doel</titel></kop><al>De panoramaronde heeft tot doel het informeel uit kunnen wisselen van  informatie tussen de deelnemers aan het besluitvormingsproces  voorafgaand aan de oordeelsvorming en besluitvorming.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23. Agenda</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Een verzoek tot  informatie-uitwisseling kan op voorstel van provinciale staten zelf, een  fractie, het college van gedeputeerde staten, het presidium, de  griffie, een organisatie of instelling of een burger, worden aangemeld  voor de panoramaronde.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het in het eerste lid bedoelde  verzoek wordt bij de griffie ingediend, die vervolgens het presidium  adviseert over de agendering.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	Het presidium stelt de  conceptagenda vast voor de panoramaronde. Onderwerpen worden door het  presidium themagewijs geagendeerd voor een panoramaronde.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>	De leden van de panoramaronde stellen de agenda definitief vast.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>	De behandeling van de onderwerpen geschiedt in de volgorde die de agenda aangeeft.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>	Er kunnen meerdere panoramarondes tegelijk plaatsvinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 24. Deelname</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Aan de panoramaronde kunnen alle statenleden en burgerleden deelnemen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	De panoramaronde kent geen vaste samenstelling.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	Het aantal deelnemers aan de panoramaronde staat vrij en kan per fractie verschillen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>	Leden van het college van  gedeputeerde staten,burgers, organisaties en instellingen kunnen  door  het presidium uitgenodigd worden voor deelname aan de panoramaronde.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>	Deelnemers aan de ronde kunnen beslissen dat rondegriffier, ambtenaren of derden kunnen deelnemen aan de beraadslagingen. </al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 24a. Spreekrecht burgers</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Tijdens de panoramaronde aanwezige  burgers kunnen gezamenlijk gedurende maximaal 20 minuten het woord  voeren over geagendeerde onderwerpen, tenzij zij dit al over hetzelfde  onderwerp in een eerdere panoramaronde hebben gedaan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Het woord kan niet gevoerd worden over:
    </al><lijst><li nr="a)"><al>	een besluit van het provinciebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan;</al></li><li nr="b)"><al>	benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen.</al></li><li nr="c)"><al>	een gedraging waarover een klacht ex artikel 9.1  van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	Degene die van het spreekrecht als  bedoeld in het eerste lid gebruik wil maken, kan dit bij het presidium  of bij aanvang van de bijeenkomst, bij de voorzitter melden onder  vermelding van het onderwerp waarover hij het woord wil voeren.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>	De voorzitter doet bij aanvang van  de panoramaronde mededeling van de ingediende verzoeken als bedoeld in  het derde lid en verleent het woord bij aanvang van de behandeling van  het betreffende onderwerp, zulks in volgorde van aanmelding. De  voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van  de orde van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>	Elke spreker krijgt maximaal vijf  minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over  de sprekers als er meer dan vier sprekers zijn. De voorzitter kan in  bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>	De spreker voert het woord, nadat  de voorzitter dit hem heeft verleend. De voorzitter of een lid doet een  voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 25. Aanwezigheid griffier/griffiemedewerker bij panoramaronde</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	De panoramaronde wordt ondersteund door een door de griffier aan te wijzen griffiemedewerker.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	De griffier kan bij de panoramaronde aanwezig zijn.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 26. Presentielijst</titel></kop><al>Voorafgaand aan de panoramaronde tekent iedere deelnemer de presentielijst.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 27. Voorzitterschap</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	De panoramaronden worden voorgezeten door een uit provinciale staten benoemde voorzitter die tevens lid is van het presidium.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	De voorzitter is belast met:
    </al><lijst><li nr="a)"><al>	het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b)"><al>	het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c)"><al>	het doen naleven van dit reglement</al></li><li nr="d)"><al>	hetgeen dit reglement hem verder opdraagt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	Provinciale staten kunnen de voorzitter ontslaan.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 28. Vergaderorde</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	De orde gedurende een onderwerp wordt bepaald door de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	De voorzitter stelt alle aanwezige statenleden en burgerleden in de gelegenheid informatie uit te wisselen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	De voorzitter zorgt er voor dat  tijdens de panoramaronden geen politieke standpunten worden ingenomen,  politieke vragen worden gesteld of wordt gediscussieerd tussen de  statenleden, de burgerleden, collegeleden en genodigden.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 29. Verslaglegging</titel></kop><al>Van een panoramaronde wordt geen schriftelijk verslag gemaakt. Wel  kan het presidium besluiten dat er een digitale opname in beeld en  geluid wordt gemaakt die aan de leden beschikbaar wordt gesteld.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK V. DE OPINIERONDE</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 30. Toepasselijkheid Provinciewet</titel></kop><al>Vergaderingen in de opinieronde worden gelijkgesteld met  vergaderingen van een commissie als bedoeld in artikel 80 van de  Provinciewet.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 31. Doel</titel></kop><al>De opinieronde heeft tot doel:</al><lijst><li nr="a)"><al>	het uitbrengen van advies aan provinciale staten over een voorstel of onderwerp;</al></li><li nr="b)"><al>	het uitbrengen van advies aan provinciale staten uit eigener beweging;</al></li><li nr="c)"><al>	het uitspreken van een gevoelen aan het college van gedeputeerde staten over een bepaald onderwerp.</al><al></al><al>
     </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 32. Agenda</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een voorstel of onderwerp kan op  verzoek van (een lid van) provinciale staten, enkele fracties, een  individuele fractie, een burger<sup>2</sup>  of het college van gedeputeerde staten worden aangemeld voor de opinieronde.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Het in het eerste lid bedoelde  verzoek wordt bij de griffie ingediend, die vervolgens het presidium  adviseert over de agendering.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	Het presidium stelt de concept-agenda vast voor de opinieronde.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>	De agenda wordt door de leden van de opinieronde vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>	Bij het vaststellen van de  concept-agenda clustert het presidium de onderwerpen per thema zodat die  in één opinieronde aan de orde kunnen komen.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>	Het presidium is gerechtigd, ook na  verzending van de agenda in bijzondere gevallen onderwerpen aan de  agenda toe te voegen of af te voeren.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>	De behandeling van de onderwerpen gebeurt in de volgorde die de agenda aangeeft.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>	Er kunnen meerdere opinierondes tegelijk plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Op grond van de Verordening burgerinitiatief Flevoland</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 33. Deelname</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	De deelnemers in de opinieronde kunnen zowel statenleden als burgerleden zijn.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	De opinieronde bestaat uit maximaal  twee staten- en/of burgerleden per fractie, waarvan  maximaal één  staten- of burgerlid als woordvoerder per agendapunt, waardoor het  maximale aantal woordvoerders in de opinieronde gelijk is aan het aantal  fracties in provinciale staten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	In bijzondere gevallen kan door het  presidium worden voorgesteld meerdere woordvoerders per agendapunt per  fractie toe te laten.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>	De samenstelling van de opinieronde  kan per agendapunt verschillend zijn, omdat de fractie per onderwerp  een ander statenlid dan wel burgerlid als woordvoerder kan aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>	Portefeuillehouders kunnen worden uitgenodigd om deel te nemen aan de opinieronde.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>	Indien een fractie van mening is  dat het gewenst is dat behalve de portefeuillehouder ook andere leden  van het college van gedeputeerde staten deelnemen aan de opinieronden,  geeft zij hiervan uiterlijk 2 x 24 uur voor aanvang van de ronden  schriftelijk of telefonisch kennis aan de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>	De woordvoerders van de fracties  die deelnemen aan de opinieronde, kunnen bij het vaststellen van de  agenda besluiten ook derden aan de beraadslaging te laten deelnemen.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>	De fractie waar de voorzitter van de opinieronde uit afkomstig is, heeft naast de voorzitter een reguliere afvaardiging.</al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al>	Deelnemers aan de ronde kunnen beslissen dat rondegriffier, ambtenaren en derden kunnen deelnemen aan de beraadslagingen.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 34. Presentielijst</titel></kop><al>Voor aanvang van de opinieronde tekent iedere deelnemer de presentielijst.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 35. Spreekrecht burgers</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Tijdens de opinieronde aanwezige  burgers kunnen gezamenlijk gedurende maximaal 20 minuten het woord  voeren over geagendeerde onderwerpen, tenzij zij dit al over hetzelfde  onderwerp in een panoramaronde hebben gedaan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Het woord kan niet gevoerd worden over:
    </al><lijst><li nr="a)"><al>	een besluit van het provinciebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan;</al></li><li nr="b)"><al>	benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen.</al></li><li nr="c)"><al>	een gedraging waarover een klacht ex artikel 9.1  van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	Degene die van het spreekrecht als  bedoeld in het eerste lid gebruik wil maken, kan dit bij het presidium  of bij aanvang van de bijeenkomst, bij de voorzitter melden onder  vermelding van het onderwerp waarover hij het woord wil voeren.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>	De voorzitter doet bij aanvang van  de vergadering mededeling van de ingediende verzoeken als bedoeld in het  derde lid en verleent het woord bij aanvang van de behandeling van het  betreffende onderwerp, voordat de leden en de voorzitter in eerste  termijn daarover het woord hebben gevoerd, zulks in volgorde van  aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in  het belang is van de orde van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>	Elke spreker krijgt maximaal vijf  minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over  de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan in  bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>	De spreker voert het woord, nadat  de voorzitter dit hem heeft verleend. De voorzitter of een lid doet een  voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>	Onverminderd het bepaalde in het  eerste lid, kunnen burgers ook een verzoek indienen het woord te voeren  over niet op de agenda staand onderwerp. Dit wordt opgevat als een  verzoek tot informatie-uitwisseling en geagendeerd in de panoramaronde.  Voorstellen hiervoor worden via de griffie voorgelegd aan het presidium  die vervolgens de conceptagenda voor de panoramaronde vaststelt.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 36. Voorzitterschap</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>	De opinieronden worden voorgezeten door een uit provinciale staten benoemde voorzitter die tevens lid is van het presidium.</al></li><li nr="2."><al>	De voorzitter is belast met:
    </al><lijst><li nr="a)"><al>	het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b)"><al>	het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c)"><al>	het doen naleven van dit reglement;</al></li></lijst></li><li nr="d)"><al>	hetgeen dit reglement hem verder opdraagt.</al></li><li nr="3."><al>	De voorzitter heeft geen stemrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 37. Aanwezigheid griffier/griffiemedewerker bij opinieronde</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	De opinieronde wordt ondersteund door een door de griffier aan te wijzen griffiemedewerker.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	De griffier kan bij de opinieronde aanwezig zijn.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 38. Vergaderorde</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	De orde gedurende een onderwerp wordt bepaald door de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	De voorzitter kan een voorstel doen over de spreektijd van de deelnemers aan de opinieronde.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	Het debat verloopt in maximaal twee termijnen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>	Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>	Portefeuillehouders kunnen - indien  zij zijn uitgenodigd voor de opinieronde – deelnemen aan de discussie  die tijdens het in het derde lid bedoelde debat wordt gevoerd.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>	Na afronding van een agendapunt  wordt een pauze van maximaal twee minuten ingelast in verband met de in  artikel 33, derde lid genoemde mogelijkheid van wisseling van  woordvoerderschap.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>	Statenvoorstellen die ter  bespreking in de opinieronde  zijn voorgelegd worden dezelfde avond  geagendeerd voor besluitvorming in de besluitvormingsronde als alle  aanwezige fracties hiermee unaniem akkoord zijn. Na het sluiten van de  beraadslaging en voordat provinciale staten tot stemming overgaan, heeft  ieder statenlid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren.  In alle andere gevallen wordt gekozen voor behandeling in de  besluitvormingsronde op een latere statendag.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>	Voor het tot stand komen van een  besluit omtrent de orde wordt de volstrekte meerderheid van stemmen  vereist voor hen die een stem hebben uitgebracht. Daarbij brengt iedere  fractie maximaal één stem uit.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 39. Spreekregels</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een lid, de voorzitter, de  commissaris van de Koningin of een gedeputeerde spreken vanaf hun plaats  of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Bij bijzondere gelegenheden kan de  voorzitter bepalen dat de in het eerste lid genoemde personen vanaf een  andere plaats spreken.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 40. Volgorde sprekers</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Een lid, de commissaris van de  Koningin of een gedeputeerde voeren het woord na het aan de voorzitter  gevraagd en van hem verkregen te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer het woord wordt gevraagd over de orde van de vergadering.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 41. Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen dat kort kan worden toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	Over een voorstel van orde beslist de opinieronde terstond.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 42. Verslagen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Van een onderwerp in de opinieronde wordt een samenvattend verslag gemaakt waarin opgenomen:
    </al><lijst><li nr="a)"><al>	de namen van de voorzitter, de  griffier, de griffiemedewerker, de commissaris van de Koningin, de  gedeputeerden, de secretaris en de ter vergadering aanwezige leden,  alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben,  afzonderlijk wordt vermeld welke leden afwezig waren;</al></li><li nr="b)"><al>	een vermelding van de zaken die aan de orde geweest zijn;</al></li><li nr="c)"><al>	een zakelijke samenvatting van  het gesprokene met vermelding van de namen van de fracties die het woord voerden;</al></li><li nr="d)"><al>	een samenvatting van het advies of  de conclusie van de beraadslaging aan provinciale staten onder  vermelding van de namen van de fracties die mededeling hebben gedaan van  hun goed- of afkeuring;</al></li><li nr="e)"><al>	bij het desbetreffende agendapunt  de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie op grond van het  bepaalde in artikel 33 door de leden van de opinieronden is toegestaan  deel te nemen aan de beraadslagingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Het ontwerp-verslag wordt toegezonden aan de statenleden, burgerleden en collegeleden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	Het verslag wordt vastgesteld in de besluitvormingsronde. De vastgestelde versie wordt geplaatst op de provinciale website.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>	Het verslag wordt opgesteld onder de zorg van de griffier.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>	De vastgestelde verslagen worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 43. Beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	De opinieronde kan op voorstel van  de voorzitter of een lid beslissen over één of meer onderdelen van een  onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Op voorstel van een lid of de  voorzitter kan de opinieronde beslissen de beraadslaging voor een door  hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de  gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen  worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 44. Advies/conclusie beraadslagingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Wanneer de voorzitter vaststelt dat  een onderwerp of voorstel voldoende is besproken, sluit hij de  beraadslaging, tenzij de opinieronde anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Nadat de beraadslaging is gesloten,  beslist de opinieronde of er een advies/conclusie van de  beraadslagingen aan provinciale staten wordt uitgebracht.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	Indien de opinieronde een  advies/conclusie van de beraadslagingen aan de provinciale staten   uitbrengt beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de  inhoud van het advies/ conclusie van de beraadslagingen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>	In het advies/conclusie van de beraadslagingen worden de standpunten van alle fracties opgenomen.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel> HOOFDSTUK VI. DE BESLUITVORMINGSRONDE</titel></kop><artikel><kop><titel> Paragraaf 1. Algemene bepalingen</titel></kop><al> </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 45. Toepasselijkheid Provinciewet</titel></kop><al>De besluitvormingsronde is een vergadering van provinciale staten in de zin van artikel 17 van de Provinciewet.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 46. Doel</titel></kop><al>De besluitvormingsronde heeft tot doel het nemen van formele besluiten door provinciale staten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Paragraaf 2. Voorbereidingen</titel></kop><al> </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 47. Agenda</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Het presidium stelt de concept-agenda voor de besluitvormingsronde op.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Deze concept-agenda bestaat uit een vast deel en een onder voorbehoud deel.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	Mede op basis van de behandeling in  de opinieronden stellen provinciale staten bij aanvang  van de  vergadering de agenda vast. Provinciale staten kunnen een onderwerp aan  de agenda toevoegen of afvoeren :
    </al><lijst><li nr="a)"><al>	op voorstel van een lid van provinciale staten;</al></li><li nr="b)"><al>	op voorstel van de voorzitter</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>	In de besluitvormingsronde worden  voorstellen en onderwerpen geagendeerd op voorstel van het college van  gedeputeerde staten, op voorstel van provinciale staten zelf of p  initiatief van burgers<sup>3</sup>.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>	Voorstellen die door het college  van gedeputeerde staten ter besluitvorming zijn aangeboden, worden eerst  besproken in de opinieronde.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>	Wanneer provinciale staten een  onderwerp onvoldoende voor openbare beraadslaging voorbereid achten,  kunnen zij het onderwerp terug verwijzen naar de opinieronde of aan het  college van gedeputeerde staten nadere inlichtingen of advies vragen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Op grond van de Verordening burgerinitiatief Flevoland</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Paragraaf 3. Orde  van de vergadering</titel></kop><al> </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 48. Presentielijst</titel></kop><al>Ieder ter vergadering komend lid zet zijn handtekening op de  presentielijst. Indien een statenlid de vergadering vóór het einde  daarvan verlaat, meldt hij dit aan de griffier. Aan het einde van elke  vergadering wordt die lijst door de voorzitter gesloten en door hem en  de griffier door ondertekening vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 49. Zitplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	De leden van provinciale staten nemen de hun door de voorzitter aangewezen plaats in.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	De plaatsing geschiedt  fractiegewijs. Zij wordt bij iedere nieuwe zittingsperiode van  provinciale staten op voorstel van het presidium opnieuw geregeld.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	De griffier der Staten neemt ter linkerzijde van de voorzitter plaats.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>	De leden van het college van  gedeputeerde staten, nemen voorzover zij in verband met de behandeling  van één of meer agendapunten ter vergadering zijn uitgenodigd, plaats  aan een daartoe aangewezen plek. </al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 50. Voorzitter besluitvormingsronde</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	De voorzitter van provinciale staten is voorzitter van de besluitvormingsronde.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	De voorzitter is belast met :
    </al><lijst><li nr="a)"><al>	het schriftelijk oproepen van de statenleden tot de besluitvormingsronde;</al></li><li nr="b)"><al>	het leiden van de besluitvormingsronde;</al></li><li nr="c)"><al>	het handhaven van de orde;</al></li><li nr="d)"><al>	het doen naleven van de wet en het reglement van orde;</al></li><li nr="e)"><al>	hetgeen de wet of dit reglement hem verder nog opdraagt;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	Hij verleent het woord, formuleert  de in de besluitvormingsronde te nemen beslissingen en deelt de uitslag  van de stemmingen mede met vermelding van het aantal voor en tegen  uitgebrachte stemmen en van het aantal onthoudingen</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 51. Plaatsvervangend voorzitter provinciale staten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Provinciale staten benoemen een plaatsvervangend voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Indien provinciale staten  overeenkomstig het bepaalde in artikel 75 van de Provinciewet gebruik  hebben gemaakt van de mogelijkheid een ander dan het langstzittende lid  van provinciale staten te belasten met de waarneming van het  voorzitterschap bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter van  provinciale staten kunnen zij te allen tijde het ter zake genomen  besluit herroepen.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 52. Aanwezigheid griffier bij besluitvormingsronde</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	De griffier van provinciale staten is bij de besluitvormingsronde aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Bij verhindering of ontstentenis  wordt de griffier vervangen door de adjunct-griffier en bij diens  afwezigheid door een daartoe door provinciale staten aangewezen  ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	De griffier kan, indien hij daartoe  door de voorzitter wordt uitgenodigd, in de besluitvormings-ronde aan  de beraadslagingen deelnemen.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 53. Opening vergadering</titel></kop><al>De voorzitter opent de vergadering zodra de medegedeelde aanvangstijd  is bereikt en volgens de presentielijst meer dan de helft van het  aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 54. Quorum</titel></kop><al>Wanneer een half uur na het tijdstip, waarop de opening van de  vergadering is vastgesteld, nog niet meer dan de helft der zitting  hebbende leden aanwezig is, laat de voorzitter de namen der afwezige  leden voorlezen. De vergadering wordt daarna door de voorzitter tot een  nader tijdstip uitgesteld.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 55. Orde van behandeling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	De behandeling van de onderwerpen geschiedt in de volgorde, die de agenda aangeeft.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Provinciale staten kunnen besluiten  van de in het eerste lid bedoelde volgorde af te wijken of onderwerpen  van de agenda af te voeren.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 56. Ingekomen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Bij provinciale staten ingekomen  stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van gedeputeerde staten  aan provinciale staten, worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt  aan  de statenleden toegezonden, ter inzage gelegd en geplaatst op de  provinciale website.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Het Presidium kan beslissen bij  provinciale staten ingekomen stukken niet op de lijst van ingekomen  stukken te plaatsen. Dit geldt voor stukken waarvan duidelijk is dat  deze ter kennisneming zijn gezonden en waarvan de leden reeds kennis  hebben kunnen nemen en voor stukken die onbegrijpelijk en/of beledigend  zijn.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	Als de afzender van een ingekomen  stuk een natuurlijk persoon is, wordt het ingekomen stuk geanonimiseerd  op de provinciale website geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>	Na de vaststelling van de notulen  van de vorige vergadering en de verslagen van de opinieronden stellen  provinciale staten op voorstel van de voorzitter de wijze van afdoening  van de ingekomen stukken vast.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 57. Spreekregels</titel></kop><al>De leden spreken van hun plaats of het spreekgestoelte en richten zich tot de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 58. Volgorde sprekers</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een lid voert slechts het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	De voorzitter verleent het woord.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	Indien een lid van het college die  in het bijzonder is belast met het in behandeling zijnde onderwerp het  woord verlangt, verleent de voorzitter dit niet dan nadat de spreker die  aan het woord is zijn rede heeft beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>	De volgorde kan worden verbroken wanneer een lid het woord vraagt:
    </al><lijst><li nr="a)"><al>	over een persoonlijk feit;</al></li><li nr="b)"><al>	over de vaststelling van het te beslissen vraagpunt;</al></li><li nr="c)"><al>	om een voorstel van orde te doen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>	Over een persoonlijk feit verleent de voorzitter het woord niet dan nadat het feit voorlopig zal zijn aangeduid.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>	De voorzitter kan met instemming  der vergadering voor het bepalen van de volgorde der sprekers afwijken  van de volgorde van aanmelding.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 59. Spreektijd</titel></kop><al>Provinciale staten kunnen op voorstel van een statenlid, het  presidium of van de voorzitter regels stellen over de spreektijd van de  statenleden en de overige aanwezigen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 60. Aantal spreekbeurten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	De beraadslaging geschiedt in ten hoogste twee spreektermijnen, tenzij provinciale staten anders beslissen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	Een lid mag in een spreektermijn niet meer dan eenmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp, onderdeel of artikel.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>	Het derde lid is niet van toepassing op:
    </al><lijst><li nr="a)"><al>	de gedeputeerde of een lid van het presidium, die in het bijzonder is belast met het in behandeling zijnde onderwerp;</al></li><li nr="b)"><al>	de rapporteur van een commissie, statenronde of statenwerkgroep;</al></li><li nr="c)"><al>het statenlid dat een  (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend,  voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>	Bij de bepaling hoeveel malen een  lid over hetzelfde onderwerp, onderdeel of artikel het woord gevoerd  heeft wordt niet meegerekend het spreken over een persoonlijk feit of  over een voorstel van orde en evenmin het spreken ter toelichting van  een motie of van een amendement.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 61. Beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Provinciale staten kunnen op  voorstel van de voorzitter of van een statenlid beslissen over één of  meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te  beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Amendementen, sub-amendementen en  voorstellen tot splitsing worden behandeld bij de beraadslaging over het  onderdeel of artikel waarop zij betrekking hebben.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	Indien op hetzelfde onderwerp of  voorstel dan wel op hetzelfde onderdeel of artikel daarvan meer dan één  amendement, sub-amendement of voorstel tot splitsing wordt ingediend,  bepaalt de voorzitter, zo nodig na overleg met de vergadering, de  volgorde waarin zij in behandeling zullen komen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>	Provinciale staten kunnen echter beslissen dat afzonderlijke beraadslaging over onderdelen of artikelen niet zal plaatshebben.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>	Op voorstel van één der leden, van  een gedeputeerde of van hemzelf kan de voorzitter, na raadpleging der  vergadering, de beraadslagingen voor een door hem te bepalen tijd  schorsen teneinde gedeputeerde staten of de leden de gelegenheid tot  onderling nader beraad te geven. De beraadslagingen worden hervat nadat  de schorsingsperiode verstreken is.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 62. Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Provinciale staten kunnen beslissen  dat anderen dan de in de vergadering aanwezige statenleden,  gedeputeerden of de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Een beslissing daartoe wordt op  voorstel van de voorzitter of een statenlid genomen voordat met de  beraadslaging over het desbetreffende onderwerp of voorstel een aanvang  wordt genomen.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 63. Stemverklaring</titel></kop><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat tot stemming wordt  overgegaan heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te  motiveren.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 64. Eindbeslissing</titel></kop><al>Na de beraadslaging en eventuele beslissing over de onderdelen of  artikelen wordt over het voorstel in zijn geheel, zoals het dan luidt,  een eindbeslissing genomen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Paragraaf 4. Stemmingen</titel></kop><al><vet>Algemeen</vet></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 65.</titel></kop><al>De voorzitter kondigt een te houden stemming duidelijk aan. De leden stemmen vanaf de hen toegewezen zitplaats.</al><al><vet>Stemming over zaken</vet></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 66. Stemming over zaken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Nadat de beraadslaging is gesloten of indien niemand het woord verlangt, formuleert de voorzitter het te beslissen vraagpunt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Indien geen stemming wordt gevraagd, stelt de voorzitter dat het besluit zonder hoofdelijke stemming is aangenomen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	In de vergadering aanwezige leden kunnen echter aantekening vragen dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd. </al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 67. Hoofdelijke stemming</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Tenzij de voorzitter of één der  leden stemming bij hoofdelijke oproeping vraagt, geschiedt stemming over  zaken bij handopsteking of elektronisch.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Voor de hoofdelijke oproeping wordt  door middel van loting door de voorzitter door het lot beslist bij welk  nummer van de presentielijst de stemming een aanvang zal nemen; deze  geschiedt naar volgorde van de presentielijst.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	Stemming bij hoofdelijke oproeping  vindt eveneens plaats wanneer naar het oordeel van de voorzitter of één  of meer leden de uitslag van de stemming bij handopsteking of  elektronisch niet duidelijk is.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>	Behoudens de bepalingen van artikel  28 van de Provinciewet is ieder lid verplicht bij hoofdelijke oproeping  zijn stem uit te brengen en zulks te doen met de woorden "voor" of  “tegen" , zonder enige toevoeging.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>	Indien de vergadering door de  plaatsvervangend voorzitter van provinciale staten wordt voorgezeten  brengt deze als laatste zijn stem uit.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 68 Stemming amendementen en moties</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Indien een amendement op een  aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement en  vervolgens over dat artikel, onderdeel of voorstel, waarop het  betrekking heeft, gestemd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Indien op een amendement een  sub-amendement wordt ingediend, vindt de stemming daarover plaats vóór  de stemming over dat amendement.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	Indien twee of meer amendementen of  sub-amendementen zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde,  waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het  meest verstrekkende het eerst in stemming wordt gebracht.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>	Indien over een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>	Indien twee of meer moties over  hetzelfde onderwerp zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde,  waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel dat de meest  verstrekkende motie het eerst in stemming wordt gebracht.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 69. Vergissing uitbrengen stem</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Heeft een lid zich bij het  uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing herstellen  voordat het volgende lid gestemd heeft, of ingeval van elektronisch  stemmen voordat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend maakt.  Bemerkt het lid zijn vergissing eerst later, dan kan hij na afloop van  de stemming wel aantekening vragen dat hij zich vergist heeft; in de  uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	De voorzitter deelt de uitslag van elke stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 70. Stemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Wanneer een stemming over personen  voor het doen van een benoeming, voordracht of aanbeveling als bedoeld  in artikel 31 van de Provinciewet moet plaatshebben, benoemt de  voorzitter drie leden tot stemopnemers.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Voorafgaande aan de stemming stelt  de voorzitter vast hoeveel leden in de statenzaal aanwezig zijn en zich  op grond van artikel 28 van de Provinciewet niet van stemmen behoeven te  onthouden. Deze leden zijn verplicht elk één stembriefje in te leveren.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	Alvorens de stembriefjes te openen  onderzoeken de stemopnemers of het aantal ingeleverde stembriefjes  gelijk is aan het door de voorzitter overeenkomstig het bepaalde in het  tweede lid vastgestelde aantal leden.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>	Wanneer er verschil is tussen het  aantal ingeleverde stembriefjes en het aantal van de leden, als bedoeld  in het tweede lid, wordt de stemming door de voorzitter ongeldig  verklaard en worden de nog gesloten stembriefjes door de zorg van de  griffier onmiddellijk vernietigd, waarna er een nieuwe stemming wordt  gehouden.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 71. Inhoud stembriefje</titel></kop><al>Bij twijfel over het al dan niet behoorlijk ingevuld zijn van een stembriefje beslissen provinciale staten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 72. Aantal stemmingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Er hebben zoveel stemmingen plaats als personen te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen zijn.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	De vergadering kan op voorstel van de voorzitter of ten minste vier leden beslissen, dat van het vorige lid wordt afgeweken. </al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 73. Aantal herstemmingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Indien niemand bij de eerste  stemming de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede  vrije stemming overgegaan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Wanneer ook bij deze tweede  stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een  derde stemming plaats tussen de twee personen, die bij de tweede  stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede  stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan  wordt bij een tussenstemming uitgemaakt over welke twee personen de  derde stemming zal lopen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	Indien bij de tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 74. Beslissing volgens lot</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Wanneer het lot moet beslissen,  worden de namen van hen, tussen wie de beslissing moet plaatshebben,  door een van de stemopnemers op afzonderlijke, geheel gelijke briefjes  geschreven.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Deze briefjes worden, nadat zij  door de andere stemopnemers zijn gecontroleerd, door een van hen op  gelijke wijze naar binnen gevouwen, in een bus gedaan en omgeschud.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	Vervolgens wordt door de voorzitter  één van die briefjes uit de bus genomen. Degene, wiens naam op dit  briefje voorkomt, is gekozen.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 75. Vernietiging stembriefjes</titel></kop><al>Door de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na af loop van de vergadering vernietigd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 76. Stemming voor verkiezing leden Eerste Kamer der Staten-Generaal</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Bij de stemming voor de verkiezing  van de leden van de Eerste Kamer der Staten-Generaal wordt door de leden  gebruik gemaakt van het daarvoor in de vergaderzaal ingerichte  stemhokje.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Na het uitbrengen van hun stem leveren de leden hun stembiljet in bij de voorzitter.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel> Paragraaf 5 Verslaglegging</titel></kop><al> </al></artikel><artikel><kop><titel> Artikel 77. Notulen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Van het verhandelde in een vergadering worden door de zorg van de griffier notulen opgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Deze notulen behelzen:
    </al><lijst><li nr="a)"><al>	de namen van de voorzitter, de  griffier en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede de namen van de  leden, die met en die zonder kennisgeving afwezig waren;</al></li><li nr="b)"><al>	de vermelding van hetgeen door de vergadering is besloten;</al></li><li nr="c)"><al>	de vermelding van de namen der  fracties of leden, die aantekening hebben verzocht, dat zij geacht  wensen te worden tegen een voordracht te hebben gestemd;</al></li><li nr="d)"><al>	een overzicht van het verloop van  elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemmingen van de namen  der leden, die voor en tegen stemden;</al></li><li nr="e)"><al>	een verslag van het door de voorzitter , de leden en de gedeputeerde(n) gesprokene.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	De opgemaakte notulen worden zo spoedig mogelijk aan de leden toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>	Na het openen van de eerste  vergadering volgende op de verzending, bedoeld in het derde lid, worden  de opgemaakte notulen aan Provinciale Staten ter vaststelling  voorgelegd.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Paragraaf 6. Indienen van voorstellen</titel></kop><al> </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 78. Amendementen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Ieder in de vergadering aanwezig  lid is bevoegd tijdens de beraadslagingen wijzigingen amendementen) in  en splitsing van een aan de orde zijnde voorstel of onderdeel daarvan  voor te stellen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Zulk een wijziging (amendement) of  voorstel tot splitsing moet schriftelijk bij de voorzitter worden  ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter  van het voorgestelde – oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan  worden volstaan.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	Een ingediend amendement of  voorstel tot splitsing wordt zo spoedig mogelijk vermenigvuldigd en aan  de leden rondgedeeld, tenzij de vergadering besluit dat met voorlezing  kan worden volstaan.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>	Er kan alleen beraadslaagd worden  over (sub)amendementen die zijn ingediend door Statenleden, die de  presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>	Het bepaalde in de voorgaande leden  is ook van toepassing op voorstellen tot wijziging van reeds ingediende  amendementen (sub-amendementen).</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>	Indien een lid een door hem  ingediend amendement of gedaan voorstel tot splitsing intrekt, maakt het  niet langer onderwerp van beraadslaging uit.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>	Indien echter een der andere leden een zodanig amendement of voorstel tot splitsing weer opneemt, blijft het in beraadslaging.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel> Artikel 79 Titel</titel></kop><al> Veranderingen in de volgnummers of in de aanhaling van artikelen,  zomede redactieverbeteringen, nodig geworden omdat provinciale staten in  afwijking van een voorstel hebben beslist, kunnen door gedeputeerde  staten worden aangebracht.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 80. Motie met betrekking tot een agendapunt</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Een lid, dat het woord voert kan daarbij moties over het in behandeling zijnde onderwerp indienen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Zulk een motie moet bij indiening  worden voorgelezen en vervolgens schriftelijk en ondertekend bij de  voorzitter worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	Een in behandeling komende motie  wordt zo spoedig mogelijk vermenigvuldigd en aan de leden rondgedeeld,  tenzij de vergadering besluit dat met voorlezing kan worden volstaan.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>	De behandeling van moties vindt  plaats tegelijk met de beraadslaging over het in behandeling zijnde  onderwerp, tenzij de vergadering besluit haar later in behandeling te  nemen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>	Het staat leden van de vergadering  niet vrij om binnen een half jaar een reeds in stemming gebrachte motie  met dezelfde inhoud opnieuw in te dienen met de bedoeling een eerder  genomen statenbesluit te wijzigen. </al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 81. Motie vreemd aan de orde van de dag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>	Een lid kan een motie vreemd aan de orde van de dag indienen.</al></li><li nr="2."><al>	Deze motie moet bij vaststelling  van de agenda mondeling worden aangekondigd en schriftelijk en  ondertekend bij de voorzitter worden ingediend.</al></li><li nr="3."><al>	Een in behandeling komende motie  wordt zo spoedig mogelijk vermenigvuldigd en aan de leden rondgedeeld,  tenzij de vergadering besluit dat met voorlezing kan worden volstaan.</al></li><li nr="4."><al>	De motie wordt behandeld in twee termijnen.</al></li><li nr="5."><al>	Over de motie vreemd aan de orde van de dag wordt beraadslaagd nadat alle andere geagendeerde onderwerpen zijn afgedaan.</al><al></al><al>
     </al></li></lijst><al><vet>Voorstellen van orde</vet></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 82.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>	De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen.</al></li><li nr="2."><al>	Een voorstel van orde kan uitsluitend de werkzaamheden van de vergadering betreffen.</al></li><li nr="3."><al>	Over een voorstel van orde beslissen provinciale staten terstond.</al><al></al><al>
     </al></li></lijst><al><vet>Initiatiefvoorstellen</vet></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 83.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Ieder lid van provinciale staten heeft het recht voorstellen aan provinciale staten te doen, die buiten de agenda vallen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Een voorstel als bedoeld in lid 1 moet schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	Van de indiening van een voorstel als hiervoor bedoeld doet de voorzitter mededeling aan provinciale staten.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>	Het presidium plaatst het voorstel  op de agenda van de eerstvolgende vergadering, tenzij de schriftelijke  oproep hiervoor reeds verzonden is. In dit laatste geval wordt het  voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>	De behandeling van het voorstel  vindt plaats voordat alle op de agenda voorkomende onderwerpen of  voorstellen worden behandeld, tenzij provinciale staten oordelen, dat  het voorstel met het oog op de orde van de vergadering tezamen met een  ander geagendeerd onderwerp of voorstel wordt behandeld of eerst wordt  behandeld in de opinieronde of voor advies naar gedeputeerde staten  wordt gezonden, in welk geval provinciale staten bepalen in welke  vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Paragraaf 7: Vragen en interpellaties</titel></kop><al> </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 84. Mondelinge vragen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Aan het begin van elke  statenvergadering bestaat de mogelijkheid aan de commissaris van de  Koningin, het college van gedeputeerde staten of een lid van dat college  mondelinge vragen te stellen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Mondelinge vragen betreffen actuele onderwerpen die het provinciaal bestuur raken.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	De voorzitter stelt de  vragensteller kort in de gelegenheid om vragen te stellen. Degene tot  wie de vraag zich richt wordt door de voorzitter in de gelegenheid  gesteld om de vragen te beantwoorden.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>	Na de beantwoording stelt de  voorzitter de vragensteller kort in de gelegenheid om te reageren. De  adressant van de vragen wordt tenslotte in de gelegenheid gesteld te  reageren.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>	Voor de toepassing van het bepaalde in de leden  3, 4 en 5 stelt de voorzitter maximaal 15  minuten beschikbaar.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>	Het lid dat vragen wil stellen  maakt dit uiterlijk 4 uur, voorafgaande aan de vergadering aan de  voorzitter kenbaar, geeft hierbij aan op welk onderwerp de vragen  betrekking hebben en - tenzij de vragen betrekking hebben op de taken en  bevoegdheden van de commissaris van de Koningin - welk lid of welke  leden van het college van gedeputeerde staten ter beantwoording van de  vragen voor het bijwonen van de vergadering dient of dienen te worden  uitgenodigd.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>	De voorzitter meldt bij aanvang van  de vergadering dat er mondelinge vragen zijn, alsmede het onderwerp  waarop de vragen betrekking hebben. Hij bepaalt de volgorde waarin de  vragen worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>	De vragen kunnen geen betrekking  hebben op een onderwerp dat blijkens de agenda van de vergadering in  dezelfde vergadering onderwerp van beraadslaging zal zijn.</al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al>	Bij gebruikmaking van dit artikel  worden door de voorzitter geen interrupties toegelaten en kunnen geen  moties worden ingediend.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 85. Schriftelijke vragen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Ieder lid kan aan de commissaris  van de Koningin, het college van gedeputeerde staten of een lid van dat  college schriftelijk vragen stellen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Schriftelijke vragen moeten kort en  duidelijk worden geformuleerd en bij de voorzitter worden ingediend.  Deze draagt er zorg voor dat de vragen, tenzij tegen de vorm of inhoud  daarvan overwegend bezwaar bestaat, zo spoedig mogelijk ter kennis van  de overige leden van provinciale staten, de commissaris van de Koningin  en het college van gedeputeerde staten worden gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	De commissaris van de Koningin  en/of gedeputeerde staten beantwoorden de vragen binnen dertig dagen  nadat zij zijn ingekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijn  kan plaatsvinden, geven de commissaris van de Koningin en/of het college  van gedeputeerde staten de vragensteller en provinciale staten daarvan  tijdig en gemotiveerd bericht. De vragen en antwoorden worden  gelijktijdig met de lijst van ingekomen stukken, bedoeld in artikel 56,  aan de statenleden toegezonden. </al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 86. Interpellaties</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Een statenlid kan provinciale  staten verlof vragen om over een onderwerp dat niet vermeld staat op de  agenda, bedoeld in artikel 47 inlichtingen aan de commissaris van de  Koningin, het college van gedeputeerde staten of een lid van dat college  te vragen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Het verzoek tot het houden van een  interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter  spoedeisende gevallen, ten minste achtenveertig uur voor de aanvang van  de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek  bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover  inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	De voorzitter brengt de inhoud van  het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige statenleden,  de commissaris van de Koningin en het college van gedeputeerde staten.  Bij de behandeling van de ingekomen stukken van de eerstvolgende  vergadering na indiening van het verzoek wordt dit in stemming gebracht.  Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt toegestaan  indien dit door tenminste 1/4e van het aantal aanwezige statenleden  wordt ondersteund. Bij inwilliging van het verzoek beslissen provinciale  staten op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal  worden gehouden.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>	De interpellant voert niet meer dan  tweemaal het woord, de overige statenleden niet meer dan eenmaal,  tenzij provinciale staten hen hiertoe verlof geven.</al><al></al><al>
     </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 87. Recht van onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>	Provinciale staten kunnen op  voorstel van een statenlid een onderzoek instellen naar het door het  college van gedeputeerde staten of de commissaris van de Koningin  gevoerde bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>	Het besluit tot het instellen van  een onderzoek omvat een omschrijving van het onderwerp van onderzoek  alsmede een toelichting. Deze omschrijving kan hangende het onderzoek  door provinciale staten worden gewijzigd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>	Het onderzoek wordt uitgevoerd door  een door provinciale staten bij verordening in te stellen  onderzoekscommissie. Dat kan een commissie ex artikel 80 Provinciewet  zijn of een (enquête)commissie ex artikel 151a Provinciewet. De  commissie heeft ten minste drie leden en bestaat uitsluitend uit leden  van provinciale staten.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>	Bij de samenstelling van een  onderzoekscommissie zorgen provinciale staten voor een evenwichtige  vertegenwoordiging van de in provinciale staten vertegenwoordigde  groeperingen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>	De bevoegdheden en werkzaamheden van een onderzoekscommissie worden niet geschorst door het aftreden van provinciale staten.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>	Provinciale staten benoemen de  leden van die commissie op voordracht van de fracties van de politieke  partijen in provinciale staten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK VII: VOORBEREIDEND ONDERZOEK</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 88. Algemeen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>	Provinciale staten kunnen besluiten een voorstel, een nota of een plan voor onderzoek voor te leggen aan de opinieronde.</al></li><li nr="2."><al>	Stukken, die tevoren in een opinieronde zijn onderzocht, worden terstond in behandeling genomen.</al><al></al><al>
     </al></li></lijst><al><vet>Begrotingsbehandeling</vet></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 89.</titel></kop><al>Op voorstel van het presidium regelen provinciale staten jaarlijks de  wijze waarop de begroting der provinciale inkomsten en uitgaven met de  stukken welke tezamen daarmee aan de orde worden gesteld worden  behandeld.</al><al><vet>Jaarrekening en Jaarverslag</vet></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 90.</titel></kop><al>Op voorstel van het presidium regelen provinciale staten jaarlijks de  wijze waarop de jaarstukken met de stukken welke tezamen daarmee aan de  orde worden gesteld worden behandeld.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK IIX. SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 91. Uitleg reglement</titel></kop><al>Ingeval van twijfel omtrent de toepassing of de uitleg van enige  bepaling van dit reglement, alsmede in gevallen waarin dit reglement  niet voorziet, raadpleegt de voorzitter provinciale staten die een  beslissing nemen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 92. Citeertitel</titel></kop><al>Dit reglement wordt aangehaald als Reglement van orde van Provinciale Staten 2012.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 93. Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit reglement treedt in werking op 5 september 2012 onder  gelijktijdige intrekking van het “Reglement van Orde voor de  vergaderingen en andere werkzaamheden van Provinciale Staten van  Flevoland 2011”</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Vastgesteld in de openbare vergadering van provinciale staten van 5 september 2012</al><al> </al><al>de griffier,	de voorzitter,</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>