<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR336667_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde raadsadviescommissie</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Roerdalen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Roerdalen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Trompetter, 09-05-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde raadsadviescommissie</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 82</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-04-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-05-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014/04/24/09B</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door het <extref doc="1.1:CVDR433957_1">Reglement van orde raadsadviescommissie 2017</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van orde raadsadviescommissie</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Roerdalen heeft; </al><al/><al>gezien het voorstel van het raadspresidium van14 april 2014;</al><al/><al>gelet op het bepaalde in artikel 82 van de Gemeentewet;</al><al/><al>het volgende besluit genomen:</al><al/><al><vet>Besluit</vet></al><al/><al>vast te stellen het Reglement van orde raadsadviescommissie, versie 14 april
                        2014; </al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al><vet>Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</cursief></al><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>raadscommissie: de raadsadviescommissie;</al></li><li nr="a."><al>lid: lid van de raadscommissie;</al></li><li nr="b."><al>voorzitter: voorzitter van de raadscommissie of diens
                                plaatsvervanger;</al></li><li nr="c."><al>commissiegriffier: secretaris van de raadscommissie of diens
                                plaatsvervanger;</al></li><li nr="d."><al>griffier: griffier van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="e."><al>vergadering: vergadering van de raadscommissie.</al></li></lijst><al/><al><vet>Hoofdstuk 2. Instelling, taken en samenstelling</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 2. Instelling raadscommissie</cursief></al><al>De raad stelt een raadscommissie in die de besluitvorming in de gemeenteraad
                        voorbereid</al><al/><al><cursief>Artikel 3. Taken</cursief></al><al>De raadscommissie heeft de volgende taken:</al><lijst><li nr="a."><al>het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of onderwerp
                                mede ter voorbereiding van de behandeling in de raad;</al></li><li nr="b."><al>het uitbrengen van advies en het doen van voorstellen aan de raad
                                uit eigener beweging;</al></li><li nr="c."><al>het voeren van overleg met het college of de burgemeester over in
                                ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte
                                inlichtingen en het gevoerde bestuur.</al><al/></li></lijst><al><cursief>Artikel 4. Samenstelling </cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Het presidium benoemt op voordracht van de raadsfracties leden, niet
                                zijnde raadsleden, voor de raadscommissie;</al></li><li nr="2."><al>Per raadsfractie kunnen maximaal 6 leden, niet zijnde raadsleden,
                                worden benoemd;</al></li><li nr="3."><al>De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van
                                overeenkomstige toepassing op een lid van een raadscommissie, niet
                                zijnde een raadslid.</al></li><li nr="4."><al>Een raadslid, niet zijnde de voorzitter van de raadscommissie, kan
                                tijdens de vergaderingen van de raadscommissie optreden als lid van
                                de raadscommissie;</al></li><li nr="5."><al>In de vergaderingen van de raadscommissie is elke fractie met
                                maximaal 2 leden vertegenwoordigd.</al></li><li nr="6."><al>Van het ontslag van commissieleden, niet zijnde raadsleden, doen
                                raadsfracties, via de griffie, mededeling aan het
                                raadspresidium.</al><al/></li></lijst><al><cursief>Artikel 5. Voorzitter </cursief></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter wordt door de raad uit zijn midden benoemd.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter is geen lid van de raadscommissie.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van dit reglement;</al></li><li nr="d."><al>hetgeen dit reglement hem verder opdraagt.</al><al/></li></lijst></li></lijst><al><cursief>Artikel 6. Zittingsduur en vacatures</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>De zittingsperiode van een lid en de voorzitter eindigt in ieder
                                geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.</al></li><li nr="2."><al>Een lid houdt op lid te zijn van de raadscommissie indien niet meer
                                wordt voldaan aan de in artikel 4, vierde lid, gestelde eisen.</al></li><li nr="3."><al>De raadsfractie die een lid voordraagt voor benoeming kan een lid
                                eveneens ontslaan.</al></li><li nr="4."><al>De raad kan de voorzitter ontslaan.</al></li><li nr="5."><al>Een lid en de voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Het
                                ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel
                                eerder als zijn opvolger is benoemd.</al></li><li nr="6."><al>Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, wordt zo
                                spoedig mogelijk beslist over de vervulling daarvan met inachtneming
                                van artikel 4 en 5.</al></li><li nr="7."><al>Indien een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad,
                                vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die
                                fractie is benoemd, van rechtswege.</al><al/></li></lijst><al><cursief>Artikel 7. Griffie</cursief></al><al>Ter ondersteuning van de raadscommissie is bij iedere vergadering een
                        medewerker van de griffie als commissiegriffier aanwezig. </al><al/><al><vet><onderstreept>Hoofdstuk 3. Aanwezigheid college,
                                burgemeester</onderstreept><onderstreept>, wethouders
                                </onderstreept><onderstreept>en secretaris</onderstreept></vet></al><al/><al><cursief>Artikel 8. College, burgemeester, wethouders en
                            secretaris</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester en de wethouders hebben toegang tot de vergadering
                                en kunnen aan de beraadslagingen deelnemen.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter kan de burgemeester, één of meer wethouders en de
                                secretaris uitnodigen in de vergadering aanwezig te zijn en ten
                                aanzien van een of meerdere agendapunten aan de beraadslagingen deel
                                te nemen.</al><al/></li></lijst><al><vet>Hoofdstuk 4. Vergaderingen</vet></al><al/><al><onderstreept>Paragraaf 1.Tijdstip van vergaderen en
                            voorbereidingen</onderstreept></al><al/><al><cursief>Artikel 9. Tijdstip van vergaderen</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>De vergaderingen van de raadscommissie vangen aan om 19.30 uur en
                                vinden plaats</al><al> in een vergaderruimte in het gemeentehuis.</al></li><li nr="2."><al>Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het nodig
                                oordeelt of indien tenminste twee fracties schriftelijk met opgaaf
                                van redenen daarom verzoeken.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een ander aanvangsuur
                                bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover
                                overleg met de griffie.</al><al/></li></lijst><al><cursief>Artikel 10. Oproep</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter zendt tenminste tien dagen voor een vergadering de
                                leden een oproep onder vermelding van de dag, het tijdstip en de
                                plaats van de vergadering.</al></li><li nr="2."><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de
                                Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de</al><al> oproep aan de leden verzonden.</al></li><li nr="3."><al>Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in
                                artikel 11, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde
                                voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48
                                uur voor aanvang van de vergadering aan de leden gezonden.</al><al/></li></lijst><al><cursief>Artikel 11. De agenda</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Voordat de oproep wordt verzonden, stelt de voorzitter
                                inoverleg met de griffier de voorlopige agenda van de
                                vergadering vast.</al></li><li nr="2."><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de
                                oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een
                                aanvullende agenda opstellen.</al></li><li nr="3."><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda
                                vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda
                                toevoegen of van de agenda afvoeren.</al></li><li nr="4."><al>Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor
                                de beraadslaging voorbereid acht, kan zij aan het college of de
                                burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. De raadscommissie
                                bepaalt in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw
                                geagendeerd wordt.</al></li><li nr="5."><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie de
                                volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.</al><al/></li></lijst><al><cursief>Artikel 12. Ter inzage leggen van stukken</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de
                                agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de
                                schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage
                                gelegd. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken
                                ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de
                                leden en zo mogelijk in een openbare kennisgeving.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kunnen stukken ook op
                                elektronische wijze aan een ieder ter beschikking worden
                                gesteld.</al></li><li nr="3."><al>Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede lid,
                                van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken
                                in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffie(r)
                                en verleent de griffie(r) een lid inzage.</al><al/></li></lijst><al><cursief>Artikel 13. Openbare kennisgeving</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>De vergadering wordt door aankondiging in een huis-aan-huisblad en
                                door plaatsing op de gemeentelijke website ter openbare kennis
                                gebracht.</al></li><li nr="2."><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de
                                        daarbij behorende stukken kan inzien;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als
                                        bedoeld in artikel 16.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Daarnaast worden de bij de voorlopige agenda behorende stukken,
                                indien digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente
                                geplaatst.</al><al/></li></lijst><al><cursief><onderstreept>Paragraaf 2. Orde der
                            vergadering</onderstreept></cursief></al><al/><al><cursief>Artikel 14. Presentielijst</cursief></al><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid onmiddellijk de
                        presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de
                        voorzitter en de commissiegriffier door ondertekening vastgesteld.</al><al/><al><cursief>Artikel 15. Opening vergadering; quorum</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien
                                meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig
                                is.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste
                                aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder verwijzing
                                naar dit artikel, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag
                                en uur van de volgende vergadering, op een tijdstip dat ten minste
                                vierentwintig uur na het bezorgen van de schriftelijke oproep is
                                gelegen.</al></li><li nr="3."><al>Op de volgende, verschoven vergadering, zoals bedoeld in het tweede
                                lid, geldt het vereiste van de aanwezigheid van meer dan de helft
                                van het aantal zitting hebbende leden niet. De raadscommissie kan
                                echter over andere aangelegenheden alleen beraadslagen of besluiten,
                                indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal
                                zitting hebbende leden aanwezig is.</al><al/></li></lijst><al><cursief>Artikel 16. Spreekrecht burgers</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Aanwezige burgers, vertegenwoordigers van instellingen of bedrijven
                                kunnen telkens per agendapunt het woord voeren.</al></li><li nr="2."><al>Het woord kan niet gevoerd worden over:</al><lijst><li nr="a."><al>benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                        personen;</al></li><li nr="b."><al>een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten
                                minste 24 uur vóór de aanvang van de vergadering aan de griffie. Hij
                                vermeldt daarbij zijn naam, adres en het agendapunt c.q. de
                                agendapunten waarover hij het woord wil voeren.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                                voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is
                                van de orde van de vergadering.</al></li><li nr="5."><al>Elke spreker mag per agendapunt in 2 termijnen het woord voeren
                                waarbij de maximale spreektijd per spreker 5 minuten per termijn
                                bedraagt.</al></li><li nr="6."><al>De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
                                verleend. De voorzitter of een lid kan een voorstel doen voor de
                                behandeling van de inbreng van de burger.</al></li><li nr="7."><al>De voorzitter van de raadscommissie kan besluiten af te wijken van
                                hetgeen in de leden 5 en 6 is bepaald.</al><al/></li></lijst><al><cursief>Artikel 17. Verslaglegging</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Het concept verslag van de voorgaande vergadering(en) wordt, zo
                                mogelijk, aan de leden toegezonden gelijktijdig met de schriftelijke
                                oproep. Het concept verslag wordt gelijktijdig aan de overige
                                personen die het woord gevoerd hebben, toegezonden.</al></li><li nr="2."><al>Bij het begin van de vergadering wordt, zo mogelijk, het verslag van
                                de vorige vergadering(en) vastgesteld<cursief>.</cursief></al></li><li nr="3."><al>De leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders hebben het
                                recht, een voorstel tot wijziging van het concept verslag aan de
                                raadscommissie te doen, indien het concept ver- slag onjuistheden
                                bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Een
                                voorstel tot verandering dient voor aanvang van de vergadering
                                schriftelijk bij de commissiegriffier te worden ingediend.</al></li><li nr="4."><al>Het verslag houdt in:</al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, commissiegriffier en de ter
                                        vergadering aanwezige leden alsmede voor zover aanwezig de
                                        namen van burgemeester en wethouders, alsmede van de overige
                                        personen die het woord gevoerd hebben.</al></li><li nr="b."><al>een vermelding van de agendapunten met de besluiten die ten
                                        aanzien van deze punten zijn genomen alsmede een vermelding
                                        van de door de burgemeester en de wethouders gedane
                                        toezeggingen.</al></li><li nr="c."><al>een samengevatte zakelijke weergave van het gesprokene ter
                                        vergadering.</al></li><li nr="d."><al>indien ten aanzien van een voorstel niet unaniem wordt
                                        geadviseerd, een korte vermelding van de standpunten per
                                        fractie.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Een geluidsopname maakt onderdeel uit van de verslaglegging en wordt
                                in het archief van de gemeente bewaard. De bedoelde geluidsopname
                                wordt op verzoek voor een lid van de commissie in het gemeentehuis
                                afgespeeld.</al></li><li nr="6."><al>Het conceptverslag wordt opgesteld onder de verantwoordelijkheid van
                                de griffier.</al></li><li nr="7."><al>Het verslag wordt door de voorzitter en de commissiegriffier
                                ondertekend.</al><al/></li></lijst><al><cursief>Artikel 18. Ingekomen stukken</cursief></al><al>De ingekomen stukken, geadresseerd aan de raadscommissie, worden behandeld
                        conform de door de raad vastgestelde “Procedure ingekomen stukken
                        raadscommissie”.</al><al/><al><cursief>Artikel 19. Aantal spreektermijnen</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                                hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders
                                beslist.</al></li><li nr="2."><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></li><li nr="3."><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren
                                over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></li><li nr="4."><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of
                                voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken
                                over een voorstel van orde.</al><al/></li></lijst><al><cursief>Artikel 20. Spreektijd</cursief></al><al>Een lid kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden en de overige
                        aanwezigen.</al><al/><al><cursief>Artikel 21. Voorstellen van orde</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling
                                een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.</al></li><li nr="2."><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                betreffen.</al></li><li nr="3."><al>Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie terstond.</al><al/></li></lijst><al><cursief>Artikel 22. Handhaving orde; schorsing</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van
                                        dit reglement te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de
                                        spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal
                                        afronden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien een spreker zich in beledigende of onbetamelijke
                                uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, zijn
                                plicht tot geheimhouding schendt, dan wel anderszins de orde
                                verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien
                                de spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem
                                gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het
                                aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een
                                door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de
                                orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter kan de raadscommissie voorstellen aan een lid dat door
                                zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere
                                verblijf in de vergadering te ontzeggen.</al></li><li nr="5."><al>Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan
                                verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de
                                voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het
                                lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de
                                vergadering worden ontzegd.</al><al/></li></lijst><al><cursief>Artikel 23. Beraadslaging</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid
                                beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel
                                afzonderlijk te beraadslagen.</al></li><li nr="2."><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te
                                schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven
                                tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat
                                de schorsingsperiode verstreken is.</al><al/></li></lijst><al><cursief>Artikel 24. Deelname aan de beraadslaging door
                        anderen</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de
                                beraadslaging.</al></li><li nr="2."><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een
                                lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de
                                orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.</al><al/></li></lijst><al><cursief>Artikel 25. Advies</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel
                                voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                raadscommissie anders beslist.</al></li><li nr="2."><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie of er
                                een advies aan de raad wordt uitgebracht.</al></li><li nr="3."><al>Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt, beslissen
                                de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud van het
                                advies.</al></li><li nr="4."><al>In het advies worden de standpunten van alle fracties opgenomen
                                tenzij er sprake is van een unaniem advies.</al><al/></li></lijst><al><vet>Hoofdstuk 5. Besloten vergadering</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 26. Algemeen</cursief></al><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                        overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn met
                        het besloten karakter van de vergadering.</al><al/><al><cursief>Artikel 27. Verslaglegging </cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Het concept verslag van een besloten vergadering wordt niet
                                rondgedeeld, maar ligt uitsluitend voor de leden ter inzage bij
                                de</al><al> griffie(r).</al></li><li nr="2."><al>Het concept verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten
                                vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering
                                neemt de raadscommissie een beslissing over het al dan niet openbaar
                                maken van dit verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de
                                voorzitter en een commissiegriffier ondertekend.</al><al/></li></lijst><al><cursief>Artikel 28. Geheimhouding</cursief></al><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie
                        overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de
                        inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De
                        raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Artikel 22 van
                        de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing op dit reglement.</al><al/><al><cursief>Artikel 29. Opheffing geheimhouding</cursief></al><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de
                        Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover,
                        indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt,
                        in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 6. Toehoorders en pers</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 30. Toehoorders en pers</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen
                                bijwonen.</al></li><li nr="2."><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde
                                van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die
                                bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten
                                hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen.</al><al/></li></lijst><al><cursief>Artikel 31. Geluid- en beeldregistraties</cursief></al><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel
                        beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en
                        gedragen zich naar zijn aanwijzingen.</al><al/><al><cursief>Artikel 32. Verbod gebruik mobiele telefoons</cursief></al><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                        vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele telefoons
                        of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de orde van de
                        vergadering zonder toestemming van de voorzitter niet toegestaan.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 7. Slotbepalingen</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 33. Uitleg reglement</cursief></al><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de
                        toepassing van het reglement, beslist de raadscommissie op voorstel van de
                        voorzitter.</al><al/><al><cursief>Artikel 34. Citeertitel</cursief></al><al>Dit reglement wordt aangehaald als “Reglement van orde
                        raadsadviescommissie”. </al><al/><al><cursief>Artikel 35. Inwerkingtreding </cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Dit reglement treedt in werking op de dag volgende op die van de
                                bekendmaking van dit besluit.</al></li><li nr="2."><al>Op dat tijdstip vervalt het reglement van orde raadscommissies,
                                vastgesteld bij raadsbesluit van 15 april 2010.</al><al/></li></lijst></tekst></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeenteraad van
                        Roerdalen op 24 april 2014</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier De voorzitter </ondertekening><ondertekening>R.J.J. Notermans mr. M.D. de Boer-Beerta</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al/><al><vet>Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</cursief></al><al>Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in dit reglement
                    moet worden herhaald, is in deze bepaling een aantal begrippen eenmalig
                    gedefinieerd.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 2. Instelling, taken en samenstelling</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 2. Instelling raadscommissie</cursief></al><al>In dit artikel wordt melding gemaakt van de instelling van de raadscommissie die
                    belast is met de voorbereiding van de besluitvorming in de gemeenteraad. </al><al/><al><cursief>Artikel 3. Taken</cursief></al><al>De taken van de raadscommissie zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van de
                    Gemeentewet. De raadscommissie bereidt de besluitvorming van de raad voor en
                    overlegt met het college of de burgemeester. De taak om de besluitvorming van de
                    raad voor te bereiden komt tot uitdrukking in de taak advies uit te brengen over
                    een voorstel of onderwerp. De raadscommissie kan ook uit eigener beweging advies
                    aan de raad uitbrengen, ook dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming
                    in de raad. De taken van de raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van
                    de raad, die van kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan. </al><al/><al>De raadscommissie bepaalt evenals de raad zijn eigen agenda. Dit betekent dat
                    niet het college maar (de voorzitter van) de raadscommissie bepaalt of een
                    voorstel aan de raadscommissie wordt voorgelegd alvorens het in de raad wordt
                    besproken. Hierover kan uiteraard overleg plaatsvinden in het presidium (o.a.
                    bestaande uit de fractievoorzitters). </al><al>Het aanvankelijke onderscheid tussen de raadscommissies Middelen, Grondzaken en
                    Bewonerszaken wordt formeel opgeheven, terwijl de insteek blijft om bij de
                    planning van de commissievergaderingen, zulks mede afhankelijk van de aard en
                    omvang van de te behandelen onderwerpen, rekening zal worden gehouden met een
                    thematische samenstelling.</al><al/><al><cursief>Artikel 4. Samenstelling</cursief></al><al>Artikel 82, derde lid, van de Gemeentewet bepaalt dat de raad moet zorgen voor
                    een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde
                    politieke groeperingen. Er is gekozen om per raadsfractie maximaal 2 leden
                    zitting te laten nemen in vergaderingen van de raadscommissie. Dat kunnen twee
                    raadsleden zijn, een raadslid en een commissielid (niet zijnde raadslid), of
                    twee commissieleden (niet zijnde raadsleden). </al><al/><al>Raadsleden kunnen uit oogpunt van hun raadslidmaatschap worden ingezet als lid
                    van de raads-commissie. Dat wil zeggen voor zover hij niet optreedt als
                    voorzitter (of plaatsvervangend voorzitter) van de raadscommissie. </al><al>Het presidium benoemt daarnaast op voordracht van de raadsfracties personen,
                    niet zijnde raadsleden, als lid van de raadscommissie. Het staat fracties vrij
                    om maximaal 6 niet-raadsleden voor benoeming als lid van de raadscommissie aan
                    het raadspresidium voor te dragen. Dat betekent dat de raadsfracties de
                    mogelijkheid hebben om een “pool” te vormen van potentiële commissieleden die de
                    fractie kunnen vertegenwoordigen bij vergaderingen van de raadscommissie. Dit
                    biedt fracties de nodige flexibiliteit. </al><al>Het is overigens niet mogelijk om gedurende een vergadering van de
                    raadscommissie (bijv. per agendapunt) de vertegenwoordiging van de fractie te
                    wijzigen. </al><al/><al>Op grond van het tweede lid moeten leden, evenals raadsleden, tevens voldoen aan
                    hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet. Dit
                    betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige
                    verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken, geen
                    functie als bedoeld in artikel 13 mogen vervullen en niet in strijd mogen
                    handelen met artikel 15. </al><al/><al><cursief>Artikel 5. Voorzitter</cursief></al><al>Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter van
                    een raadscommissie raadslid moet zijn. Om die reden bepaalt artikel 5, eerste
                    lid, dat de raad de voorzitter “uit zijn midden” benoemt. Om praktische redenen
                    en om redenen van continuïteit is het zaak enkele plaatsvervangende voorzitters
                    te benoemen. Deze plaatsvervangende voorzitters worden eveneens door de raad
                    “uit hun midden” benoemd. Omtrent de invulling van het voorzitterschap tijdens
                    de commissievergaderingen kunnen functionele afspraken worden gemaakt tussen de
                    door de raad benoemde voorzitter en plaatsvervangend voorzitters.</al><al/><al>Op basis van het tweede lid, zijn de voorzitter en zijn plaatsvervangers geen
                    lid van de raadscommissie. Hiervoor is bewust gekozen omdat de voorzitter zich
                    op deze wijze kan concentreren op zijn taak als (technisch) voorzitter en zijn
                    tijd en energie kan richten op een goed verloop van de vergadering. Hij hoeft
                    zich niet te bekommeren om de inbreng van zijn fractie in de raadscommissie. </al><al/><al>Voor alle duidelijkheid wordt opgemerkt dat de door de raad benoemde voorzitter
                    evenals zijn plaatsvervangers buiten beschouwing blijven bij de bepaling van de
                    personele samenstelling van de commissie ex artikel 4 van dit reglement.</al><al/><al><cursief>Artikel 6. Zittingsduur en vacatures</cursief></al><al>De zittingsperiode van de leden, de voorzitter en plaatsvervangend voorzitters
                    is even lang als de zittingsperiode van de raadsleden, in principe dus vier
                    jaar. De benoeming eindigt derhalve van rechtswege. Op grond van het tweede lid
                    eindigt het lidmaatschap van de raadscommissie eveneens van rechtswege indien
                    een lid niet meer voldoet aan de in artikel 4, tweede lid, gestelde eisen en
                    indien een lid is benoemd op voordracht van een fractie die blijkens een
                    schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet meer
                    vertegenwoordigd is in de raad (lid 7). </al><al/><al>Het presidium kan een lid van de raadscommissie, niet zijnde raadslid, op
                    voorstel van de fractie die het lid heeft voorgedragen, ontslaan. Deze situatie
                    kan zich voordoen in geval van een splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe
                    fractie heeft dan overigens op grond van artikel 4, eerste lid, recht op eigen
                    leden. </al><al>De raad kan de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van een raadscommissie
                    ontslaan, bijvoorbeeld indien deze niet meer het vertrouwen van de meerderheid
                    van de raad bezit. Het vijfde en zesde lid voorzien in de situatie van
                    tussentijdse vacature, hetzij door ontslag hetzij door overlijden. </al><al/><al><cursief>Artikel 7. Griffie</cursief></al><al>De raadscommissie wordt ondersteund door een medewerker van de griffie. Een
                    medewerker van de griffie is altijd bij de vergaderingen van de raadscommissie
                    aanwezig, de zgn. commissiegriffier (in principe de griffier of raadsadviseur).
                    In principe neemt hij geen deel aan de beraadslagingen, zij het dat de
                    raadscommissie op grond van artikel 24 van dit reglement altijd de mogelijkheid
                    heeft om anderen aan de beraadslagingen deel te laten nemen.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 3. Aanwezigheid college, burgemeester, wethouders en
                        secretaris</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 8. College, burgemeester, wethouders en
                    secretaris</cursief></al><al>De burgemeester en de wethouders hebben, hoewel zij geen lid zijn van de
                    raadscommissie (artikel 82, tweede lid), toegang tot de vergadering van de
                    raadscommissie en kunnen deelnemen aan de beraadslagingen. </al><al>Daar hun aanwezigheid niet vanzelfsprekend is, kan de voorzitter de
                    burgemeester, wethouders alsmede de gemeentesecretaris uitnodigen om bij de
                    vergadering van de raadscommissie aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen
                    deel te nemen. </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 4: Vergaderingen</vet></al><al/><al><cursief><onderstreept>Paragraaf 1. Tijdstip van vergaderen en
                            voorbereidingen</onderstreept></cursief></al><al><cursief>Artikel 9. Tijdstip van vergaderen</cursief></al><al>In dit artikel is in lid 1 het tijdstip en de plaats van vergadering opgenomen.
                    De raadscommissie vergadert verder als de voorzitter het nodig oordeelt of
                    indien ten minste twee fracties hierom vragen. Indien de raadscommissie een
                    hoorzitting wil houden, kan de voorzitter gebruik maken van het derde lid.
                    Bepaald is dat de voorzitter hierover overleg voert met de griffie. </al><al/><al>Over de openbaarheid van de vergaderingen bevat dit reglement geen bepaling,
                    aangezien artikel 82, vijfde lid, hierin voorziet. In deze bepaling wordt
                    artikel 23 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing verklaard op vergaderingen
                    van de raadscommissie. Dit betekent dat de vergaderingen van de raadscommissie
                    in de regel in het openbaar plaatsvinden. </al><al>Op verzoek van een vijfde van het aantal leden van de raadscommissie of de
                    voorzitter kan de raadscommissie beslissen om achter gesloten deuren te
                    vergaderen. Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag
                    opgemaakt, dat niet openbaar is tenzij de raadscommissie anders beslist.</al><al/><al><cursief>Artikel 10. Oproep</cursief></al><al>De leden van de raadscommissie ontvangen digitaal een oproep inclusief de agenda
                    en vergaderstukken van een vergadering tenminste 10 dagen voor die vergadering.
                    Indien in spoedeisende gevallen een aanvullende agenda wordt vastgesteld
                    bedraagt deze termijn minimaal 48 uur voor een vergadering. De stukken ten
                    aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd worden niet toegezonden, maar kunnen
                    bij de griffie worden ingezien (artikel 12, lid 3). De politieke fracties
                    ontvangen voor de commissieleden, niet zijnde raadsleden, 2 vergadersets van de
                    commissievergadering op papier, terwijl raadsleden, voor zover niet wordt
                    deelgenomen aan papierloos vergaderen, persoonlijk een papieren vergaderset
                    ontvangen.</al><al/><al><cursief>Artikel 11. De agenda</cursief></al><al>Voordat de oproep wordt verzonden, stelt de voorzitter inoverleg met
                    een medewerker van de griffie de voorlopige agenda van de vergadering vast.
                    Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie echter haar eigen agenda. De agenderende
                    rol van de raadscommissie komt tot uitdrukking in het derde, vierde en vijfde
                    lid. Dit betekent onder andere dat een raadscommissie kan bepalen dat een
                    onderwerp of voorstel onvoldoende voorbereid is en voor inlichtingen of advies
                    aan het college wordt gezonden. De raadscommissie bepaalt vervolgens in welke
                    vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt en niet het
                    college. Uiteraard zal hierover wel overleg gevoerd moeten worden met het
                    college of de secretaris. </al><al/><al><cursief>Artikel 12. Ter inzage leggen van stukken</cursief></al><al>Naast de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, worden, stukken die
                    ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda staan, op een
                    vaste plaats voor een ieder ter inzage gelegd. In de openbare kennisgeving wordt
                    vermeld waar de stukken liggen. Originele stukken moeten uiteraard bij de
                    gemeente blijven berusten. Stukken ten aanzien waarvan geheimhouding wordt
                    opgelegd kunnen worden ingezien bij de griffie.</al><al/><al><cursief>Artikel 13. Openbare kennisgeving</cursief></al><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet moet de voorzitter van
                    de raadscommissie tegelijkertijd met de schriftelijke oproep de dag, het
                    tijdstip en de plaats van de vergadering ter openbare kennis brengen. De
                    voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met de
                    schriftelijke oproep en op een bij openbare kennisgeving aan te geven plaats ter
                    inzage gelegd. Deze bepaling geeft hier een regeling voor. Bij de herziening van
                    deze verordening en van het reglement van orde voor de raad is tevens de
                    verplichting opgenomen de agenda en stukken ook op internet te plaatsen. Vanuit
                    het oogpunt van service aan de burger is dit een voor de hand liggende regeling
                    die, doordat alle gemeenten beschikking hebben over een website, ook praktisch
                    uitvoerbaar is. Dit is echter niet verplicht op grond van de Gemeentewet;
                    gemeenten kunnen ervoor kiezen het derde lid niet over te nemen.</al><al/><al><cursief><onderstreept>Paragraaf 2. Orde der
                        vergadering</onderstreept></cursief></al><al/><al><cursief>Artikel 14. Presentielijst</cursief></al><al>De presentielijst en de ondertekening door de voorzitter en een medewerker van
                    de griffie zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum
                    aanwezig is. Daarnaast is de presentielijst van belang om de vergoedingen voor
                    de leden van een raadscommissie te kunnen vaststellen.</al><al/><al><cursief>Artikel 15. Opening vergadering: quorum</cursief></al><al>Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de
                    raadscommissie ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Artikel 15
                    voorziet hierin. Indien meer dan de helft van het maximaal aantal zitting
                    hebbende leden (= aantal raadsfracties x 2 commissie-leden, gedeeld door 2, + 1)
                    aanwezig is en de presentielijst heeft getekend, kan worden vergaderd. </al><al>Het derde lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien het
                    quorum niet aanwezig is, anders zou de afwezigheid van leden van de
                    raadscommissie de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard staat
                    op het moment dat de voorzitter bepaalt op welke datum en tijdstip, nog niet
                    vast op welk moment de schriftelijke oproep uitgaat. Indien er enkele dagen
                    tussen de twee vergaderingen zit, mag er vanuit worden gegaan dat het mogelijk
                    is om 24 uur van tevoren een schriftelijke oproep te versturen. Overigens ligt
                    het in de rede dat de voorzitter overlegt met de raadscommissie over de datum
                    van een nieuwe vergadering. </al><al/><al><cursief>Artikel 16. Spreekrecht burgers</cursief></al><al>Spreekrecht van burgers kan bijdragen aan het vergroten van de betrokkenheid van
                    de burgers bij het lokaal bestuur, één van doelstellingen van de vernieuwing van
                    het lokaal bestuur. Deze bepaling biedt de grondslag voor dit spreekrecht.</al><al/><al>Het spreekrecht is beperkt gehouden tot geagendeerde onderwerpen, omdat burgers
                    op die manier een doeltreffende bijdrage kunnen leveren aan de beraadslagingen
                    van een raadscommis-sie. Doordat het spreekrecht betrekking heeft op
                    geagendeerde onderwerpen, kan een burger alleen inspreken over onderwerpen die
                    de raadscommissie aangaan. </al><al/><al>In het tweede lid zijn twee onderwerpen opgenomen, waar het spreekrecht niet
                    voor geldt. Benoemingen, keuzen, voordrachten en aanbevelingen van personen zijn
                    uitgesloten van het spreekrecht van burgers. Omdat inspraak over de benoemingen,
                    keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen – de belangen van –
                    kandidaten al dan niet in de uitoefening van hun ambt of functie kan schaden,
                    kunnen burgers hierover geen uitlatingen doen. Verder kunnen burgers zich ook
                    niet uitlaten over onderwerpen, waar zij op grond van artikel 9:1 Algemene wet
                    bestuursrecht een klacht over kunnen indienen. Deze procedure gaat voor het
                    spreekrecht van burgers.</al><al/><al>Burgers die gebruik willen maken van het spreekrecht dienen zich ten minste 24
                    uur vóór de vergadering te melden bij de griffie. Dit zal worden vermeld bij de
                    publicatie van de commissie-agenda in Ambtsberichten en op de Website. Verder is
                    gekozen voor een ruime vorm van spreekrecht. Burgers krijgen de gelegenheid in
                    twee termijnen het woord te voeren zodat er daadwerkelijk gelegenheid is tot
                    gedachtewisseling met de commissieleden.</al><al/><al><cursief>Artikel 17. Verslaglegging</cursief></al><al>De commissievergaderingen worden in de vorm van een verslag vastgelegd. </al><al>Dit wordt zo mogelijk tegelijk met de schriftelijk oproep verstuurd aan de leden
                    en overige personen die het woord gevoerd hebben. De voorzitter, de leden, de
                    burgemeester en de wethouders hebben het recht een voorstel tot wijziging te
                    doen. Een voorstel tot wijziging kan bij de griffie worden ingediend. Het recht
                    om aanpassing voor te stellen komt ook toe aan de voorzitter, een lid of
                    wethouder dat c.q. die bij de desbetreffende vergadering niet aanwezig was. Het
                    is aan de raadscommissie om te beslissen of een voorgestelde wijziging of
                    aanvulling geaccepteerd wordt, aangezien de raadscommissie het verslag
                    vaststelt. Een afwijzing van een dergelijk voorstel is niet vatbaar voor beroep
                    (aldus de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State). Na vaststelling van het
                    verslag wordt deze ondertekend door de voorzitter en een medewerker van de
                    griffie (commissiegriffier). De combinatie van het verslag en de geluidsopname
                    maakt deel uit van de verslaglegging van de vergaderingen. </al><al/><al><cursief>Artikel 18. Ingekomen stukken</cursief></al><al>Ten behoeve van de behandeling van de (aan de commissie gerichte) ingekomen
                    stukken is de door de raad vastgestelde “Procedure ingekomen stukken
                    raadscommissie” opgesteld. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen
                    naar de betreffende procedure. </al><al/><al><cursief>Artikel 19. Aantal spreektermijnen</cursief></al><al>Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. </al><al>Een spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. Dit hoeft overigens niets
                    te veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng
                    van de commissieleden in de eerste en tweede termijn. Een verzoek van een
                    commissielid om na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te
                    geven, dient de voorzitter niet te honoreren. Indien de commissie van mening is,
                    dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan zij daartoe
                    uitdrukkelijk besluiten.</al><al/><al><cursief>Artikel 20. Spreektijd</cursief></al><al>Dit artikel strekt ertoe te benadrukken dat een raadscommissie op eigen
                    initiatief regels kan stellen over de spreektijd van de leden. Hetzelfde geldt
                    voor de spreektijd van overige sprekers. </al><al>De voorzitter hoeft dit niet voor te stellen. De voorzitter kan in het kader van
                    zijn taak om de orde tijdens de vergadering te handhaven wel voorstellen de
                    spreektijd te beperken. </al><al/><al><cursief>Artikel 21. Voorstellen van orde</cursief></al><al>Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen. De
                    beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de
                    betreffende raadscommissie. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder
                    beraadslaging, besloten door een raadscommissie. Bij het staken van de stemmen
                    is het voorstel niet aangenomen. Artikel 32, vierde lid van de Gemeentewet is
                    hierop niet van toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het
                    schorsen van de vergadering voor een (overleg)pauze.</al><al/><al><cursief>Artikel 22. Handhaving orde; schorsing</cursief></al><al>Het eerste lid verzekert dat leden van een raadscommissie vrijelijk kunnen
                    spreken. </al><al>Wel zijn interrupties uiteraard toegestaan voor zover de voorzitter bij een
                    overvloed aan interrupties of in het belang van de voortgang van de
                    beraadslagingen niet bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere
                    interrupties afrondt. </al><al/><al>Om te bevorderen dat leden van de raadscommissie zich niet belemmerd voelen om
                    hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet bovendien
                    dat artikel 22 van overeenkomstige toepassing is op leden van raadscommissies.
                    Hierdoor zijn leden van de raadscommissie niet in rechte te vervolgen, aan te
                    spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij in de vergadering
                    zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel raadsleden als
                    niet-raadsleden.</al><al/><al>Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de
                    voorzitter </al><al>tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige onderwerp
                    het </al><al>woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering schorsen en bij
                    herhaling van de verstoring van de orde, kan hij de vergadering sluiten. In het
                    uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en hem uit de
                    vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn gedrag kan
                    hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden worden ontzegd.
                    Het vierde lid sluit aan bij artikel 26, derde lid, van de Gemeentewet, dat een
                    dergelijke regeling geeft ten aanzien van raadsleden. </al><al/><al>Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed-
                    of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. </al><al>Verder wordt verwezen naar de casus waarbij een raadslid in een
                    commissievergadering openlijk citeerde uit documenten, waarop geheimhouding
                    rustte. Het raadslid was zich bewust van de schending van de
                    geheimhoudingsplicht, maar constateerde dat hij vrijelijk kon citeren uit de
                    bewuste documenten omdat hij bescherming genoot conform het bepaalde in artikel
                    22 Gemeentewet.</al><al>De VNG vindt dit een ongewenste situatie en inmiddels heeft de Staatssecretaris
                    van Binnen-landse Zaken hierop gereageerd door bij brief van 12 januari 2010 de
                    aanbeveling te doen deze ongewenste situatie te voorkomen door e.e.a. te regelen
                    in onderhavig artikel van het reglement van orde. </al><al>Voor wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen
                    naar artikel 30 van dit reglement.</al><al/><al><cursief>Artikel 23. Beraadslaging</cursief></al><al>Om de duur van vergaderingen te beperken wordt over een voorstel dat in
                    onderdelen of artikelen is verdeeld in principe in zijn geheel beraadslaagd. In
                    het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen. Zowel de voorzitter
                    als de leden hebben het recht om voor te stellen een voorstel gesplitst te
                    behandelen. </al><al>Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de tweede
                    termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct tot
                    stemming overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een derde termijn toegevoegd
                    (zie artikel 19, lid 1).</al><al/><al><cursief>Artikel 24. Deelneming aan de beraadslaging door anderen</cursief></al><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet
                    geregelde verschoningsrecht, dat in artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet
                    van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en
                    andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het gaat in deze bepaling
                    om anderen dan de leden, de voorzitter, de burgemeester, de wethouders en de
                    secretaris. Deze hebben op grond van artikel 8 van dit reglement reeds het recht
                    om aan de beraadslagingen deel te nemen. Uiteraard hebben deze andere sprekers
                    niet dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker heeft onder meer geen
                    recht om een voorstel te doen tot wijziging van het verslag, een voorstel over
                    de spreektijd of over de orde van de vergadering.</al><al>Het gaat in dit artikel om de ambtenaar of de burger in zijn hoedanigheid van
                    materiedeskundige, dan wel om een vertegenwoordiger van een maatschappelijke
                    organisatie of instelling. In deze bepaling wordt overigens niet de burger
                    bedoeld die opkomt voor zijn individueel belang. </al><al/><al><cursief>Artikel 25. Advies</cursief></al><al>De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een onderwerp
                    voldoende is toege-licht, tenzij een raadscommissie anders beslist. Een
                    raadscommissie neemt geen beslissingen, maar bereidt de besluitvorming in de
                    raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Wel kan een
                    raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. De leden
                    beslissen over het advies. Ten behoeve van het debat in de raad en om recht te
                    doen aan de mening van alle fracties, inclusief minderheidsstandpunten, worden
                    de standpunten van alle fracties opgenomen tenzij er sprake is van een unaniem
                    advies. </al><al>Het ligt voor de hand dat indien een lid het niet eens is met het
                    fractiestandpunt, hier afzonderlijk melding van wordt gemaakt in het advies aan
                    de raad.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 5. Besloten vergadering</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 26. Algemeen</cursief></al><al>Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht
                    worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het
                    vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van dit reglement zijn
                    echter niet van toepassing, voorzover de toepassing van die bepalingen strijdig
                    is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen
                    beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten
                    aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het
                    behandelde zal een raadscommissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld
                    in artikel 86 van de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven.</al><al/><al><cursief>Artikel 27. Verslaglegging</cursief></al><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet is artikel 23 van
                    overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de Gemeentewet
                    schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk verslag wordt
                    opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad en in casu dus een
                    raadscommissie anders beslist. In aanvulling hierop bepaalt dit artikel dat het
                    verslag van een besloten vergadering ter inzage ligt bij de griffie(r). De
                    raadscommissie beslist over het openbaar maken van dit verslag. </al><al/><al><cursief>Artikel 28. Geheimhouding</cursief></al><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege
                    onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens
                    artikel 86 van de Gemeentewet nodig. Niet alleen een raadscommissie kan
                    geheimhouding opleggen, ook de voorzitter van een raadscommissie, het college en
                    de burgemeester kunnen geheimhouding aan een raadscommissie opleggen. Overigens
                    kan een raadscommissie ook geheimhouding opleggen aan de raad of het college ten
                    aanzien van stukken die zij aan de raad of het college overlegt (artikel 25,
                    tweede lid, en artikel 55, tweede lid, van de Gemeentewet). </al><al>De geheimhouding geldt ten aanzien van een ieder die aanwezig is bij een
                    besloten vergadering of die kennis draagt van stukken ten aanzien waarvan
                    geheimhouding geldt. De geheimhouding geldt totdat het orgaan dat de
                    geheimhouding heeft opgelegd of de raad, haar opheft.</al><al/><al><cursief>Artikel 29. Opheffing geheimhouding</cursief></al><al>Zoals uit de toelichting op artikel 28 blijkt kan de raad de geheimhouding die
                    een raadscommissie aan de raad oplegt, opheffen. In deze bepaling is een
                    overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan het principe van
                    hoor en wederhoor.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 6. Toehoorders en pers</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 30. Toehoorders en pers</cursief></al><al>Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de voorzitter
                    van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij
                    volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor raadscommissies
                    ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Derhalve wordt dit geregeld
                    in het derde lid van artikel 30.</al><al/><al><cursief>Artikel 31. Geluid- en beeldregistraties</cursief></al><al>Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn,
                    kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is
                    uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft.</al><al/><al><cursief>Artikel 32. Verbod gebruik mobiele telefoons</cursief></al><al>Artikel 32 heeft betrekking op het mobiele telefoonverkeer. Het afgaan van
                    mobiele telefoons werkt verstorend tijdens de vergadering. Dit laat echter
                    onverlet, dat indien zwaarwegende redenen dit noodzakelijk maken, de voorzitter
                    aanwezigen toestemming kan geven hun mobiele telefoon wel stand-by te laten
                    staan.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 7. Slotbepalingen</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 33. Uitleg reglement</cursief></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><al><cursief>Artikel 34. Citeertitel</cursief></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><al><cursief>Artikel 35. Slotbepaling</cursief></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><al/><al><vet> Procedure ingekomen stukken</vet></al><al>(behorende bij artikel 18: ingekomen stukken Reglement van orde
                    raadscommissie)</al><al/><al>Onderhavige procedure beschrijft het behandelingsproces van aan de
                    raadscommissie geadresseerde poststukken. Het betreft post afkomstig van
                    verschillende afzenders (burgers, maatschappelijke instellingen,
                    belangenorganisaties, verenigingen, bedrijven, overheden, etc.), waarvan de
                    inhoud in termen van aard, omvang en importantie divers is. De procedure
                    ingekomen stukken raadscommissie draagt zorg voor een efficiënte en effectieve
                    behandeling.</al><al/><al>Alle ingekomen poststukken geadresseerd aan de raadscommissie worden digitaal
                    ontvangen en vervolgens door de griffie digitaal doorgeleid naar de
                    commissieleden. De ingekomen poststukken worden op een lijst vermeld met een
                    nummeraanduiding, welke wekelijks digitaal door de griffie aan de commissie-,
                    raads- en collegeleden ter beschikking wordt gesteld.</al><al/><al>De ingekomen poststukken worden digitaal verwerkt op de postkamer. Deze worden
                    vervolgens digitaal naar de griffie verstuurd. De griffie neemt de stukken in
                    behandeling en leidt deze ter kennisname digitaal door naar de commissie- en
                    raadsleden. Ter kennisname wordt een digitaal afschift naar de secretaris
                    gestuurd.</al><al>Na verzending aan de commissie- en raadsleden wordt het poststuk
                    gearchiveerd.</al><al>Voor zover sprake is van bij het poststuk gevoegde bijlagen die niet of
                    nauwelijks te scannen zijn, zal hiervan melding worden gemaakt en kunt u deze
                    bijlage indien wenselijk inzien bij de griffie en/of opvragen via de griffie bij
                    het archief.</al><al/><al>Poststukken gericht aan de raadscommissie, betreffende vakbladen, brochures,
                    folders, etc., worden ter inzage gelegd in de leeskamer van het gemeentehuis.
                    Hiervan vindt doorgaans geen registratie plaats.</al><al/><al>In gevallen waarin onderhavige regeling niet voorziet treedt de griffie(r) in
                    overleg met de burgemeester.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>