<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR33666_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening gemeente Groningen 2002 (ROEZ, hoofdstuk 5)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Groningen (Gr)</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Groningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2010, 81</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening gemeente Groningen 2002 (ROEZ, hoofdstuk 5)</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-10-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-11-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>GR 10.2370502</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Algemene subsidieverordening 2002 (ROEZ)</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Het betreft de wijzigingen in afdelingen 1 en 4.</al><al>(toegevoegd is de nieuwe afdeling 10, subsidie Groene Daken)</al><al>Hoofdstuk 1 Algemeen deel</al><al>Hoofdstuk 2 Subsidies Onderwijs Cultuur Sport Welzijn</al><al>Hoofdstuk 3 Subsidies Sociale Zaken en Werk</al><al>Hoofdstuk 4 Subsidies Milieudienst</al><al>Hoofdstuk 6 Subsidies Hulpverleningsdienst</al><al>Hoofdstuk 7 Subsidies diversen</al><al>Voor het eerst vastgesteld bij raadsbesluit van 18 december 2002.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE GRONINGEN 2002</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al><vet>Hoofdstuk 5 Subsidies Ruimtelijke Ordening en Economische Zaken
                        </vet></al><al/><al/><al>DE RAAD VAN DE GEMEENTE GRONINGEN;</al><al>(bijlage raadsverslag nr. 168);</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 november
                        2002;</al><al/><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al/><al>HEEFT BESLOTEN:</al><al/><al>De Algemene Subsidieverordening gemeente Groningen 2002 (hoofdstuk 5, dienst
                        Ruimtelijke Ordening en Economische Zaken) vast te stellen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Stimuleringsfonds Wonen en Monumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1, van hoofdstuk 1, van deze verordening
                                wordt voor de toepassing van deze afdeling verstaan onder:</al><al/><al/><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="28*"/><colspec colname="col3" colwidth="2*"/><colspec colname="col4" colwidth="66*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>actiegebieden</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>door de raad aangewezen gebieden, waarbinnen
                                                  subsidie kan worden verstrekt ten behoeve van
                                                  cascoherstel van woningen of woonschepen en ten
                                                  behoeve van de restauratie van rijks- en
                                                  gemeentelijke monumenten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>bijkomende kosten</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>kosten die in direct verband met financiering
                                                  moeten worden gemaakt (zoals: financieringskosten
                                                  en notariskosten);</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>bouwtechnische gebreken</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>bouwtechnische negatieve afwijking van het
                                                  programma van eisen en aanbevelingen voor
                                                  integrale cascoverbetering;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>eigenaar</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>-natuurlijke of andere rechtspersoon die voor
                                                  100% het juridische en het economische eigendom
                                                  bezit van het onroerend goed.</al><al>-vereniging van eigenaren;</al><al>-de erfpachter, de opstaller;</al><al>-de houder van een appartementsrecht als bedoeld
                                                  in artikel 875a van het Burgerlijk Wetboek;</al><al>-degene aan wie een rechtspersoon deelnemings-
                                                  of lidmaatschapsrechten heeft verleend, die recht
                                                  geven op het gebruik van een woning;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>eigenaar-bewoner</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>die eigenaar die zelf de gehele of nagenoeg
                                                  gehele woning of woonschip bewoont;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2"><al>geldgever</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting
                                                  Nederlandse Gemeenten te Hoevelaken, Waarmee de
                                                  gemeente een samenwerkingsovereenkomst heeft
                                                  gesloten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry colname="col2"><al>geldnemer</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>natuurlijke of rechtspersonen, waaronder
                                                  eigenaren van woningen, woonschepen of monumenten,
                                                  verenigingen van eigenaren van gebouwen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.</al></entry><entry colname="col2"><al>kanjers</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>grote monumentale, dikwijls hun oorspronkelijke
                                                  functie verliezende gebouwen, die voorkomen op de
                                                  op 20 november 1996 door de raad vastgestelde
                                                  lijst van 'Kanjers';</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i.</al></entry><entry colname="col2"><al>monument</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>een beschermd gemeentelijk monument als bedoeld
                                                  in de Monumentenverordening gemeente Groningen of
                                                  een beschermd rijksmonument als bedoeld in de
                                                  monumentenwet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>j.</al></entry><entry colname="col2"><al>programma van eisen en aanbevelingen voor
                                                  integrale cascoverbetering </al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>het minimum eisenpakket voor de integrale
                                                  verbetering van het casco van woningen zoals
                                                  vastgesteld door het college;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>k.</al></entry><entry colname="col2"><al>programma van eisen meerjarig onderhoud</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>het minimum eisenpakket voor het onderhoud van
                                                  het casco na verbetering zoals vastgesteld door
                                                  het college;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>l.</al></entry><entry colname="col2"><al>voorzieningen</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>maatregelen, welke betrekking hebben op het
                                                  integraal opheffen van cascogebreken
                                                  (grootonderhoud);</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>m.</al></entry><entry colname="col2"><al>woning</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>woongebouw of afzonderlijk gedeelte van een
                                                  gebouw bestemd tot zelfstandige bewoning;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>n.</al></entry><entry colname="col2"><al>woonschip</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>woonark of woonschip welke geschikt of bestemd
                                                  is om het gehele jaar te worden bewoond.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Te subsidiëren activiteit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan subsidie verlenen voor activiteiten in het
                                    belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>verbetering en onderhoud van woningen van eigenaren,
                                            niet zijnde een toegelaten instellingen als bedoeld in
                                            artikel 70 van de Woningwet;</al></li><li nr="b."><al>verbetering en onderhoud van woonschepen door
                                            eigenaren;</al></li><li nr="c."><al>restauratie van Rijks-, gemeentelijke monumenten of
                                            kanjers anders dan regulier onderhoud;</al></li><li nr="d."><al>bevordering eigen woning bezit ten behoeve van nader te
                                            definiëren doelgroepen;</al></li><li nr="e."><al>het bevorderen van het treffen van maatregelen in
                                            woningen, zoals bedoeld bij Dubo, EPA en
                                            Politiekeurmerk;</al></li><li nr="f."><al>het bevorderen van activiteiten die in het belang zijn
                                            voor het beleidsveld “Wonen” van de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt een programma vast waarin de doelen voor de
                                    looptijd van het programma worden vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr/><al><vet>Toelichting</vet></al><al><cursief>Voor het begrip subsidie wordt verweze</cursief><cursief>n
                                    naar artikel 4.21 Algemene wet bestuursrecht en artikel 1,
                                    hoofdstuk 1 van deze verordening. Uit met name de toelichting op
                                    dit artikel blijkt dat leningen onder gunstige voorwaarden of
                                    garantiestellingen ook onder het begrip subsidies
                                    vallen.</cursief></al><al><vet>Bij lid 2: Het programma van het college voor verdeling van
                                de leningen treedt niet in werking dan nadat het besluit tot
                                vaststelling van dit programma is bekend gemaakt doormiddel van
                                publicatie.</vet></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Grondslag van de subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een subsidie in de vorm van een lening of
                                    garantstelling verstrekken voor maximaal 100% van de kosten van
                                    de in artikel 2 genoemde activiteiten te vermeerderen met de
                                    bijkomende kosten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor kosten in de zin van het vorige lid wordt in elk geval
                                    verstaan kosten voor:</al><lijst><li nr="a."><al>onderhoud, restauratie en verbetering van woningen en
                                            woonschepen;</al></li><li nr="b."><al>restauratie van monumenten en kanjers;</al></li><li nr="c."><al>het in eigendom krijgen van een woning;</al></li><li nr="d."><al>het voldoen aan Dubo/EPA/Politiekeurmerk eisen aan
                                            woning of woonomgeving;</al></li><li nr="e."><al>de uitvoering van de activiteit ten behoeve van het
                                            beleidsveld wonen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het programma bepaalt het college per programma onderdeel de
                                    voorwaarden waaronder de leningen verstrekt zullen worden.</al></lid><lid><lidnr/><al><vet>Toelichting lid 2</vet></al><al><cursief>De voorwaarden, waaronder de subsidie wordt verstrekt, zijn
                                    onder andere de looptijd van de lening en de hoogte van de
                                    rente. Uit de lenings- of garantievoorwaarden volgen de
                                    eventuele financiële voordelen voor de aanvrager. Soms kan het
                                    voordeel voor de aanvrager alleen zitten in de
                                    toelatingsvoorwaarden voor de lening.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het door de raad ter beschikking gestelde bedrag wordt volgens
                                    de in het lopende programma opgenomen verdeelsleutel over en
                                    voor zover noodzakelijk binnen de verschillende
                                    programma-onderdelen verdeeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer voor enig kalenderjaar het totaal bedrag van de
                                    aanvragen het bedrag per programmaonderdeel als bedoeld in lid 1
                                    van dit artikel overschrijdt, worden ten laste van dit laatste
                                    bedrag de aanvragen gehonoreerd op basis van de volgorde waarin
                                    de subsidie-aanvragen bij de gemeente zijn binnengekomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan in haar programma bepalen dat er op grond van
                                    andere criteria een rangorde wordt bepaald.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aanvragen die door overschrijding van het plafond niet voor een
                                    lening in aanmerking komen worden in het volgende jaar behandeld
                                    als aanvragen ingekomen op de eerst mogelijke datum van dat
                                    jaar.</al></lid><lid><lidnr/><al><vet>Toelichting lid 4</vet></al><al><cursief>Het kan dan voorkomen dat in het volgend jaar er een nieuw
                                    programma van kracht is. Als in dit programma de activiteiten
                                    niet meer ondersteund worden dan kan dat betekenen dat een
                                    aanvrager niet meer voor een lening in aanmerking
                                    komt.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De subsidie-aanvraag</titel></kop><al>Subsidie-aanvragen voor activiteiten als bedoeld in deze afdeling
                                gaan naast de gegevens op grond van hoofdstuk 1, artikel 11
                                vergezeld van:</al><lijst><li nr="a."><al>alle bescheiden die redelijkerwijs nodig zijn voor een goede
                                        beoordeling van zijn aanvraag. Indien van toepassing is dat
                                        in elk geval:</al><lijst><li nr="-"><al>een ingevuld en van gevraagde bijlagen voorzien
                                                aanvraagformulier SVN(Stichting Stimuleringsfonds
                                                Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten);</al></li><li nr="-"><al>prijsopgaven van architecten;</al></li><li nr="-"><al>gespecificeerde opgaven van betrokken aannemers of
                                                uitvoerders.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Het college kan in haar programma bij de te onderscheiden
                                        programmaonderdelen nadere eisen stellen aan de aanvraag.
                                    </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Nadere verplichtingen</titel></kop><al>In aanvulling op hoofdstuk 1, afdeling 3.3, van deze verordening
                                geldt dat college in haar programma per programma onderdeel nadere
                                verplichtingen kan opnemen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aanvullende weigeringsgronden</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 14, hoofdstuk 1 van deze verordening kan
                                het college een subsidieaanvraag weigeren of intrekken indien het
                                college in haar programma per programma onderdeel aanvullende
                                weigeringsgronden heeft opgesteld.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Verbetering van door eigenaren bewoonde woonschepen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1, van hoofdstuk 1, van deze verordening
                                wordt voor de toepassing van deze afdeling verstaan onder:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="29*"/><colspec colname="col3" colwidth="2*"/><colspec colname="col4" colwidth="65*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>eigenaar</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>-natuurlijke of andere rechtspersoon die voor
                                                  100% het juridische en het economische eigendom
                                                  bezit van het onroerend goed;</al><al>-vereniging van eigenaren;</al><al>-de erfpachter, de opstaller;</al><al>-de houder van een appartementsrecht als bedoeld
                                                  in artikel 875a van het Burgerlijk Wetboek;</al><al>-degene aan wie een rechtspersoon deelnemings-
                                                  of lidmaatschapsrechten heeft verleend, die recht
                                                  geven op het gebruik van een woning;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>eigenaar-bewoner</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>die eigenaar die zelf de gehele of nagenoeg het
                                                  hele woonschip bewoont;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>haven- of kanaalvakken</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>door de raad aangewezen gebieden, waarbinnen
                                                  subsidie kan worden toegekend en verstrekt voor
                                                  maatregelen ten aanzien van beperkt cascoherstel
                                                  voor woonschepen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>voorzieningen</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>maatregelen, welke betrekking hebben op het
                                                  integraal opheffen van casco-gebreken
                                                  (grootonderhoud);</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>woonschip</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>woonark of woonschip welke geschikt of bestemd
                                                  is om het gehele jaar door de eigenaar te worden
                                                  bewoond (zelf bewoond).</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Te subsidiëren activiteit</titel></kop><al>Het college kan subsidie verlenen aan eigenaar-bewoners voor het
                                opheffen van bouwtechnische gebreken aan het casco van door henzelf
                                bewoonde woonschepen. In dat kader kan het college aan de
                                eigenaar-bewoner van een woonschip subsidie verlenen ter
                                tegemoetkoming in de naar het oordeel van het college noodzakelijke
                                kosten voor het treffen van voorzieningen tot opheffing van gebreken
                                aan het casco van dat woonschip;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Grondslag van de subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor aanvragen van eigenaar-bewoners van woonschepen bedraagt de
                                    bijdrage 70% van de naar het oordeel van het college
                                    noodzakelijke kosten tot een maximum van € 3176,-- waarbij:</al><lijst><li nr="a."><al>de bijdrage volledig wordt uitbetaald na gereedmelding
                                            en daaropvolgende definitieve vaststelling van de
                                            subsidie;</al></li><li nr="b."><al>het college bevoegd is normbedragen per
                                            verbeteronderdeel vast te stellen en zonodig te wijzigen
                                            binnen het onder dit artikel genoemde maximum.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot de voorwaarden verbonden aan de in deze
                                    afdeling vermelde subsidie kan het college nadere regels
                                    stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor elk kalenderjaar is voor het subsidiëren van de in deze
                                    afdeling genoemde activiteit(en) het bedrag beschikbaar zoals
                                    dat in de begroting voor het betreffende jaar is
                                    vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer voor enig kalenderjaar het totaalbedrag van de aanvragen
                                    het bedrag als bedoeld in lid 1 van dit artikel overschrijdt,
                                    worden ten laste van dit bedrag de aanvragen toegekend op basis
                                    van de volgorde waarop de subsidie-aanvragen bij de gemeente
                                    zijn binnengekomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Subsidie-aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidieaanvragen voor activiteiten als bedoeld in deze afdeling
                                    gaan naast de gegevens als bedoeld in deze verordening onder
                                    hoofdstuk 1, artikel 11, vergezeld van een afschrift van:</al><lijst><li nr="a."><al>een uittreksel uit het bevolkingsregister;</al></li><li nr="b."><al>eigendomsbewijs;</al></li><li nr="c."><al>ligplaatsvergunning;</al></li><li nr="d."><al>een gespecificeerde begroting van de kosten uitgesplitst
                                            in lonen en materiaalkosten per te treffen
                                            voorziening</al></li><li nr="e."><al>indien gelijktijdig met het treffen van de voorzieningen
                                            ook niet-gesubsidieerde voorzieningen worden getroffen:
                                            een uitsplitsing van de gesubsidieerde en
                                            niet-gesubsidieerde kosten;</al></li><li nr="f."><al>alle overige bescheiden en gegevens die nodig zijn voor
                                            een juiste beoordeling van de aanvraag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvragen kunnen het gehele jaar door worden ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Nadere verplichtingen</titel></kop><al>Het college verleent slechts subsidie voor activiteiten als bedoeld
                                in deze paragraaf indien:</al><lijst><li nr="a."><al>uit het technisch rapport als bedoeld in artikel 4, lid 1,
                                        sub c van deze afdeling blijkt dat het woonschip technische
                                        gebreken vertoont;</al></li><li nr="b."><al>de kosten van de voorzieningen in redelijke verhouding staan
                                        tot het te bereiken kwaliteitsniveau en de waarde van het
                                        woonschip;</al></li><li nr="c."><al>het woonschip ligt binnen een door de raad aangewezen haven-
                                        of kanaalvak.</al></li><li nr="d."><al>binnen een termijn van een half jaar na het besluit tot
                                        subsidieverlening met de werkzaamheden wordt begonnen;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aanvullende weigeringsgronden</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 14, van deze verordening weigert het
                                college een subsidie-aanvraag indien:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het verrichten van de activiteiten de noodzakelijke
                                        vergunningen ontbreken;</al></li><li nr="b."><al>reeds een begin met de werkzaamheden is gemaakt zonder
                                        schriftelijke toestemming van het college;in die
                                        activiteiten op een naar het oordeel van het college
                                        toereikende wijze anders kan worden voorzien.</al></li><li nr="c."><al>er kamerverhuur plaatsvindt;</al></li><li nr="d."><al>het woonschip niet ouder is dan 25 jaar;</al></li><li nr="e."><al>de eigenaar van een woonschip geen hellingrapport of hierop
                                        betrekking hebbende rekeningen kan overleggen welke jonger
                                        dan vier jaar zijn.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Specifieke en processubsidies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1, van hoofdstuk 1, van deze verordening
                                wordt voor de toepassing van deze afdeling verstaan onder:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="29*"/><colspec colname="col3" colwidth="2*"/><colspec colname="col4" colwidth="65*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>bouwtechnische gebreken</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>negatieve afwijking van het programma van eisen
                                                  en aanbevelingen voor integrale
                                                  cascoverbetering;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>bouwen</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>het vernieuwen of veranderen van een onroerende
                                                  zaak tot woonruimte, waarbij de bestemming van de
                                                  onroerende zaak gewijzigd;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>complex</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>samenstel van woningen en bedrijven die deel
                                                  uitmaken van dezelfde bouwkundige eenheid;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>eigenaar</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>-natuurlijke of andere rechtspersoon die voor
                                                  100% het juridische en het economische eigendom
                                                  bezit van het onroerend goed;</al><al>-vereniging van eigenaren;</al><al>-de erfpachter, de opstaller;</al><al>-de houder van een appartementsrecht als bedoeld
                                                  in artikel 875a van het Burgerlijk Wetboek;</al><al>-degene aan wie een rechtspersoon deelnemings-
                                                  of lidmaatschapsrechten heeft verleend, die recht
                                                  geven op het gebruik van een woning;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>eigenaar-bewoner</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>die eigenaar die zelf de gehele of nagenoeg
                                                  gehele woning bewoont;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2"><al>programma van eisen en aanbevelingen voor
                                                  integrale cascoverbetering</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>het minimum eisenpakket voor de integrale
                                                  verbetering van het casco van woningen zoals
                                                  vastgesteld door het college;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry colname="col2"><al>voorzieningen</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>maatregelen, welke betrekking hebben op het
                                                  integraal opheffen van casco-gebreken
                                                  (grootonderhoud);</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.</al></entry><entry colname="col2"><al>woning</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>woongebouw of afzonderlijk gedeelte van een
                                                  gebouw bestemd tot zelfstandige bewoning.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Te subsidiëren activiteit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan subsidie verlenen voor het realiseren van
                                    (vervangende) nieuwbouw, aanpassing van woongebouwen, en aankoop
                                    en verbouw door verhuurders ten behoeve van de uitbreiding van
                                    de woningvoorraad waaronder ook:</al><lijst><li nr="a."><al>de tekorten van het verwerven, slopen en bouwrijp maken
                                            ten behoeve van het bouwen van woningen;</al></li><li nr="b."><al>de tekorten in aanpassing van woongebouwen ten behoeve
                                            van nieuwe doelgroepen (bijvoorbeeld liftaanbouw of
                                            aftopping);</al></li><li nr="c."><al>de tekorten bij het bouwen van woningen verband houdende
                                            met duurzaam bouwen;</al></li><li nr="d."><al>stimuleringsbijdragen voor zonneboilers en andere
                                            methoden voor het opwekken van duurzame energie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan tevens subsidie verlenen in het kader van:</al><lijst><li nr="a."><al>het exploiteren van stichtingen die ten doel hebben het
                                            stimuleren van particuliere woningverbetering en
                                            planmatig onderhoud;</al></li><li nr="b."><al>het activeren van Verenigingen van Eigenaren (VVE);</al></li><li nr="c."><al>het afsluiten van een meerjarenonderhoudscontract door
                                            eigenaar-bewoners of particuliere verhuurders van
                                            VVE-;</al></li><li nr="d."><al>bewonersondersteuning met betrekking tot het stimuleren
                                            van particuliere woningverbetering;</al></li><li nr="e."><al>het laten maken van bouwtechnische rapporten.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Grondslag van de subsidie</titel></kop><al>De subsidie voor activiteiten als bedoeld in het vorige artikel
                                bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>bij (vervangende) nieuwbouw: zoveel als door de raad per
                                        project en per woning wordt vastgesteld;</al></li><li nr="b."><al>bij aanpassing van bestaande woongebouwen: het bedrag zoals
                                        door het college op 21 december 1993, nr. 21, of bij latere
                                        wijzigingen is vastgesteld in de subsidieregels
                                        liftplaatsing bij bestaande woongebouwen;</al></li><li nr="c."><al>voor de in artikel 1 lid 2 sub b genoemde activiteit €
                                        114,-- per Vereniging van Eigenaren;</al></li><li nr="d."><al>voor de in artikel 1 lid 2 sub c genoemde activiteit €
                                        227,-- per appartementsrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor elk kalenderjaar is voor het subsidiëren van de
                                    activiteit(en) het bedrag beschikbaar zoals dat in de begroting
                                    voor het betreffende jaar is vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in hun jaarprogramma prioriteitsgebieden
                                    aanwijzen waarbinnen subsidieaanvragen voor activiteiten zoals
                                    bedoeld in artikel 2, lid 2, onder c en d van deze afdeling,
                                    voorrang genieten boven subsidieaanvragen voor dezelfde
                                    activiteiten in andere gebieden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer voor enig kalenderjaar het totaalbedrag van de aanvragen
                                    het bedrag als bedoeld in lid 1 van dit artikel overschrijdt,
                                    worden ten laste van dit bedrag de aanvragen allereerst
                                    toegekend ten behoeve van aanvragen vanuit de
                                    prioriteitsgebieden zoals genoemd in het vorige lid en daarna op
                                    basis van de volgorde waarin de overige subsidie-aanvragen bij
                                    de gemeente zijn binnengekomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Subsidie-aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidie-aanvragen voor activiteiten als bedoeld in deze
                                    afdeling gaan naast de gegevens als bedoeld in artikel 11,
                                    hoofdstuk 1 van deze verordening, voor zover van toepassing,
                                    vergezeld van de volgende documenten:</al><lijst><li nr="a."><al> een volledige exploitatie-opzet;</al></li><li nr="b."><al> een grondkostenberekening conform de gemeentelijke
                                            grondexploitatieberekening ofwel een afschrift van de
                                            aankoopakte;</al></li><li nr="c."><al> een opgave van de kosten van de voorzieningen en
                                            bijkomende kosten;</al></li><li nr="d."><al> de huur- of (geschatte) verkoopprijs;</al></li><li nr="e."><al> een opgave van de lengte van de exploitatie en de
                                            restwaarde na afloop van de termijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag voor de in artikel 2, lid 2, sub b genoemde
                                    activiteit moet daarnaast worden vergezeld van de volgende
                                    documenten.</al><lijst><li nr="a."><al> kopie van de splitsingsakte;</al></li><li nr="b."><al> kopie van de 1<sup>e</sup> activeringsvergadering;</al></li><li nr="c."><al> kopie van de notulen van de laatst gehouden
                                            vergadering;</al></li><li nr="d."><al> lijst van de eigenaren;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een aanvraag voor de in artikel 2, lid 2, sub d genoemde
                                    activiteit moet daarnaast worden vergezeld van een kopie van een
                                    meerjarenonderhoudscontract op te stellen door een door de
                                    gemeente erkende deskundige.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aanvragen kunnen het gehele jaar worden ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Nadere verplichtingen</titel></kop><al>Het meerjarenonderhoudscontract zoals bedoeld in artikel 5, lid 3
                                van deze afdeling dient te voldoen aan de volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>de contractperiode voor een meerjarenonderhoudsplan dient
                                        minimaal 10 jaar te zijn; de onderhoudstoestand van het
                                        appartementencomplex dient na afloop van de contractperiode
                                        te voldoen aan de voorwaarden zoals die zijn gesteld in het
                                        gemeentelijke programma van eisen en aanbevelingen voor
                                        cascoherstel van bestaande woningen;</al></li><li nr="b."><al>aangegeven dient te worden welk bedrag de
                                        appartementseigenaren jaarlijks moeten storten in een
                                        onderhoudsfonds;</al></li><li nr="c."><al>er moet een rechtsgeldig besluit van de vereniging worden
                                        overgelegd waarin de verplichte jaarlijkse storting door de
                                        appartementseigenaren in het onderhoudsfonds is
                                        geregeld;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aanvullende weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In aanvulling op artikel 14 van deze verordening weigert het
                                    college een subsidie-aanvraag indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd
                                            plaatsvindt buiten een door de raad aangewezen
                                            stadsvernieuwingsgebied;</al></li><li nr="b."><al>in een periode van tien jaar voorafgaand aan de aanvraag
                                            voor dezelfde activiteit subsidie is verleend;</al></li><li nr="c."><al>voor het verrichten van de activiteiten de noodzakelijke
                                            vergunningen ontbreken;</al></li><li nr="d."><al>reeds een begin met de werkzaamheden is gemaakt zonder
                                            schriftelijke toestemming van het college;</al></li><li nr="e."><al>in die activiteiten op een naar het oordeel van het
                                            college toereikende wijze anders kan worden
                                            voorzien.</al></li><li nr="f."><al>zij niet instemmen met het plan voor vervangende
                                            nieuwbouw.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidie wordt bij functiewijziging slechts verleend
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het bebouwen van de locatie een verbetering van de
                                            stedenbouwkundige structuur betekent;</al></li><li nr="b."><al>de stichtingskosten van de te bouwen woningen op het
                                            moment van aanvraag maximaal € 250.000,-- per woning bedragen.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Monumenten en monumentale waarden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1, van hoofdstuk 1, van deze verordening
                                wordt voor de toepassing van deze afdeling verstaan onder:</al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="29*"/><colspec colname="col3" colwidth="2*"/><colspec colname="col4" colwidth="65*"/><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>beeldbepalend pand</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>een pand dat niet als monument is beschermd maar
                                                  naar het oordeel van het gemeentebestuur
                                                  straatbeeldondersteunende kwaliteiten heeft;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>eigenaar</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>-Natuurlijke of andere rechtspersoon die voor
                                                  100% het juridische en het economische eigendom
                                                  bezit van het onroerend goed;</al><al>-Vereniging van eigenaren;</al><al>-De erfpachter, de opstaller;</al><al>-De houder van een appartementsrecht als bedoeld
                                                  in artikel 875a van het Burgerlijk Wetboek;</al><al>-Degene aan wie een rechtspersoon deelnemings-
                                                  of lidmaatschapsrechten heeft verleend, die recht
                                                  geven op het gebruik van een woning;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>kanjers</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>grote monumentale, dikwijls hun oorspronkelijke
                                                  functie verliezende gebouwen, die voorkomen op de
                                                  op 20 november 1996 door de raad vastgestelde
                                                  lijst van 'Kanjers';</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>monument</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>een beschermd gemeentelijk monument als bedoeld
                                                  in de Monumentenverordening gemeente
                                                  Groningen.</al><al>Een beschermd rijksmonument als bedoeld in de
                                                  monumentenwet, dan wel panden waaromtrent de
                                                  minister het voornemen tot plaatsing op de
                                                  monumentenlijst kenbaar heeft gemaakt;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>monumentale waarden</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>al dan niet zichtbare cultuur-historische zaken
                                                  zoals bijvoorbeeld archeologische,
                                                  architectuur-historische,
                                                  stedenbouwkundig-historische en
                                                  historisch-geografische waarden;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2"><al>objecten</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>onroerende zaken en roerende zaken zoals
                                                  historische orgels, bruggen, uurwerken, siervazen,
                                                  alsmede daarmee vergelijkbare zaken;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry colname="col2"><al>voorzieningen</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>maatregelen, welke betrekking hebben op het
                                                  integraal opheffen van casco-gebreken
                                                  (grootonderhoud).</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Te subsidiëren activiteit</titel></kop><al>Het college kan, naast de steun die op grond van afdelingen 2, 3 en
                                4 verleend kan worden, subsidie verlenen voor het treffen van
                                voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van
                                monumenten en monumentale waarden. In dat kader kan het college
                                subsidie verlenen voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het restaureren van gemeentelijke monumenten en van
                                        rijksmonumenten, waarvoor de eigenaar aantoonbaar geen
                                        fiscale aftrek van onderhoudskosten heeft;</al></li><li nr="b."><al>het herstel van historisch waardevolle onderdelen van panden
                                        in het kader van de regeling 'Beter Verbeteren' zoals door
                                        de raad op 6 december 1995 onder nr. 6 vastgesteld bij nota
                                        'Van ethiek naar strategie'. De regeling kan betrekking
                                        hebben op rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en
                                        andere historisch waardevolle panden waarvan historisch
                                        waardevolle onderdelen worden hersteld;</al></li><li nr="c."><al>het restaureren en revitaliseren van 'Kanjers' waarbij de
                                        subsidie kan worden verleend ten behoeve van cascoherstel,
                                        herstel van historisch waardevolle onderdelen dan wel, in
                                        bijzondere gevallen, aanpassingen ten behoeve van een nieuwe
                                        functie;</al></li><li nr="d."><al>het restaureren van monumentale panden/objecten waarbij een
                                        groot instandhoudingsbelang onvoldoende blijkt te zijn
                                        verzekerd door juridische regelgeving;</al></li><li nr="e."><al>instandhouding van monumentale objecten in de openbare
                                        ruimte;</al></li><li nr="f."><al>bouwhistorisch- en archeologisch onderzoek/beheer;</al></li><li nr="g."><al>voorlichting en promotionele activiteiten met betrekking tot
                                        monumentenzorg en archeologie;</al></li><li nr="h."><al>activiteiten van instellingen zonder winstoogmerk op het
                                        gebied van monumentenzorg en archeologie</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Grondslag van de subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze afdeling is van toepassing op subsidies die niet meer dan €
                                    20.000,-- per pand bedragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de omstandigheden zodanig zijn dat het ter bescherming
                                    van het pand noodzakelijk is om deze afdeling bij de toekenning
                                    van een subsidie toe te passen kan het college van het vorige
                                    lid genoemde bedrag afwijken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidie wordt zodanig vastgesteld dat het maximaal 40% van
                                    de door het college vast te stellen subsidiabele kosten
                                    bedraagt. De subsidiabele kosten worden door het college bepaald
                                    aan de hand van de 'Leidraad subsidiabele kosten' van de
                                    Rijksdienst voor de Monumentenzorg.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan eigenaren van panden als bedoeld in artikel 2, sub a, b, c
                                    en d van deze afdeling, kan het college subsidie verlenen in de
                                    kosten van financiering van restauratie en onderhoud, dan wel
                                    bijdragen a fonds perdu beschikbaar stellen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Zonodig kan het college aan de eigenaren van de in artikel 2,
                                    sub a, b, c en d van deze afdeling genoemde monumentale
                                    bouwwerken gemeentegarantie verlenen op door hen af te sluiten
                                    geldleningen bij een bank, die hiertoe met de gemeente Groningen
                                    een overeenkomst heeft gesloten.</al><al>In afwijking van lid 1 bedraagt de subsidie in het kader van de
                                    regeling 'Beter Verbeteren' maximaal € 2.500,-- per pand.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Aan eigenaren van panden die een onderhoudscontract hebben
                                    afgesloten met de Monumentenwacht, Pand Garant, Stichting
                                    Stadsherstel of een vergelijkbare algemeen erkende instelling,
                                    kan nader door het college vast te stellen subsidie in het kader
                                    van onderhoudsstimulering beschikbaar worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Tevens kan het college subsidie verlenen aan anderen, dan
                                    bedoeld zijn in de leden 3, 4 en 7.</al></lid><lid><lidnr/><al><vet>Toelichting</vet></al><al><cursief>Lid 1 Voor projecten die voor een hogere bijdrage van de
                                    gemeente in aanmerking komen, kan de regeling van afdeling 1 van
                                    dit hoofdstuk “Stimuleringsfonds Wonen en Monumenten” worden
                                    toegepast.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor elk kalenderjaar is voor het subsidiëren van de
                                    activiteit(en) het bedrag beschikbaar zoals dat in de begroting
                                    voor het betreffende kalenderjaar in het verdeelbesluit
                                    Stadsvernieuwingsfonds door de raad is vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer voor enig kalenderjaar het totaal bedrag van de
                                    aanvragen het bedrag als bedoeld in lid 1 van dit artikel
                                    overschrijdt, worden ten laste van dit laatste bedrag de
                                    aanvragen gehonoreerd op basis van de volgorde waarin de
                                    subsidie-aanvragen bij de gemeente zijn binnengekomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De subsidie-aanvraag</titel></kop><lid><lidnr/><al>Subsidie-aanvragen voor activiteiten als bedoeld in deze
                                    afdeling gaan naast de gegevens op grond van hoofdstuk 1,
                                    artikel 11 vergezeld van de volgende documenten:</al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een volledig ingevuld aanvraagformulier vergezeld van,
                                            voor zover van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>een tekening van de bestaande toestand en nieuwe
                                                  toestand schaal 1:100;</al></li><li nr="b."><al>een bestek of werkomschrijving per onderdeel van
                                                  de toe te passen constructie, materialen,
                                                  afwerkingen en kleuren;</al></li><li nr="c."><al>een uitgebreide werkomschrijving van het te
                                                  verbeteren onderdeel;</al></li><li nr="d."><al>een aannemersbegroting;</al></li><li nr="e."><al>een berekening van het architectenhonorarium,
                                                  honorarium van adviseur, kosten van toezicht en
                                                  kosten van bouwhistorisch onderzoek;</al></li><li nr="f."><al>bij samenloop met andere regelingen een kopie
                                                  van het aanvraagformulier van de betreffende
                                                  regeling;</al></li><li nr="g."><al> een taxatierapport van een beëdigd makelaar van
                                                  de waarde vóór en de waarde van het pand na de
                                                  verbetering;</al></li><li nr="h."><al> een meerjarenonderhoudsplan van een op dit
                                                  gebied erkende instantie, waarmee men kan aantonen
                                                  dat men voornemens is na het treffen van de
                                                  voorzieningen het pand 15 jaar lang goed te
                                                  onderhouden;</al></li><li nr="i."><al> een beschikking van de Belastingdienst over
                                                  aftrekbare kosten.</al></li><li nr="j."><al> een gespecificeerde begroting van de kosten
                                                  uitgesplitst in lonen en materiaalkosten per te
                                                  treffen voorziening, ingedeeld volgens de door de
                                                  dienst Ruimtelijke Ordening en Economische Zaken
                                                  vereiste elementenclassificatie, zodanig dat de
                                                  kosten per woning te herleiden zijn;</al></li><li nr="k."><al> een bestek met voorwaarden en tekeningen van de
                                                  bestaande en de te maken toestand van de woning
                                                  (schaal 1:100), zodanig dat de werkzaamheden per
                                                  woning te herleiden zijn;</al></li><li nr="l."><al> in geval van integraal cascoherstel: de naam en
                                                  het adres van de aannemer, alsmede het
                                                  inschrijvingsnummer van deze aannemer bij de Kamer
                                                  van Koophandel en het Sociaal Fonds
                                                  Bouwnijverheid;</al></li><li nr="m."><al>indien gelijktijdig met het treffen van de
                                                  voorzieningen ook niet-gesubsidieerde
                                                  voorzieningen worden getroffen: een uitsplitsing
                                                  van de gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde
                                                  kosten;</al></li><li nr="n."><al> een uittreksel uit het bevolkingsregister;</al></li><li nr="o."><al> alle overige bescheiden en gegevens die nodig
                                                  zijn voor een juiste beoordeling van de
                                                  aanvraag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag voor een subsidie voor een activiteit als
                                            bedoeld in artikel 2 dient voor 31 maart van het
                                            betreffende kalenderjaar te worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in lid 2 kunnen aanvragen
                                            voor subsidie in het kader van de regeling 'Beter
                                            Verbeteren' het gehele jaar door worden ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Nadere verplichtingen</titel></kop><al>In aanvulling op hoofdstuk 1, afdeling 3.3, van deze verordening
                                    geldt het volgende:</al><lijst><li nr="1."><al>De subsidiebijdrage wordt toegekend onder de voorwaarde
                                            dat:</al><lijst><li nr="a."><al>het restauratieplan door een terzake deskundige
                                                  architect is ontworpen die tevens met de
                                                  begeleiding van de uitvoering van het plan wordt
                                                  belast;</al></li><li nr="b."><al>binnen drie maanden na de toekenning met het
                                                  treffen van de voorzieningen een aanvang is
                                                  gemaakt;</al></li><li nr="c."><al>de voorzieningen zijn getroffen binnen twee
                                                  jaren na de toekenning. Het college kan een andere
                                                  termijn toestaan;</al></li><li nr="d."><al>bij het treffen van de voorzieningen niet wordt
                                                  gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 3
                                                  van het Vestigingsbesluit Bouwnijverheidsbedrijven
                                                  1958.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De subsidiebijdrage wordt toegekend onder de voorwaarde
                                            dat de aanvrager, indien hij binnen 15 jaar na gereed
                                            zijn het eigendom overdraagt aan een derde, de
                                            verplichtingen en voorwaarden verbonden aan het verlenen
                                            van de bijdrage aan deze derde mee overdraagt.</al></li><li nr="3."><al>De aanvang van de werkzaamheden dient tenminste 14 dagen
                                            tevoren op een door het college beschikbaar gesteld
                                            formulier bij de dienst Ruimtelijke Ordening en
                                            Economische Zaken te worden gemeld.</al></li><li nr="4."><al>In geval van artikel 3, lid 5 van deze afdeling dient
                                            het college een afschrift van de door de
                                            Monumentenwacht, Pand Garant, Stichting Stadsherstel of
                                            een vergelijkbare algemeen erkende instelling op te
                                            stellen rapporten te ontvangen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aanvullende weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In aanvulling op artikel 14, hoofdstuk 1 van deze verordening
                                    kan het college een subsidieaanvraag weigeren of intrekken
                                    indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd
                                            plaatsvindt buiten een door de raad aangewezen
                                            stadsvernieuwingsgebied;</al></li><li nr="b."><al>in een periode van tien jaar voorafgaand aan de aanvraag
                                            voor dezelfde activiteit subsidie is verleend;</al></li><li nr="c."><al>voor het verrichten van de activiteiten de noodzakelijke
                                            vergunningen ontbreken;</al></li><li nr="d."><al>reeds een begin met de werkzaamheden is gemaakt zonder
                                            schriftelijke toestemming van het college;</al></li><li nr="e."><al>in die activiteiten op een naar het oordeel van het
                                            college toereikende wijze anders kan worden
                                            voorzien;</al></li><li nr="f."><al> met het treffen van de voorzieningen is begonnen
                                            voordat de subsidieaanvrager van de gemeente een
                                            subsidieverleningsbeschikking heeft ontvangen;</al></li><li nr="g."><al> het pand of object vóór of tijdens de restauratie wordt
                                            verkocht of anderszins wordt overgedragen;</al></li><li nr="h."><al> de restauratie-/verbouwplannen na verlening van de
                                            subsidie worden gewijzigd;</al></li><li nr="i."><al> de te subsidiëren werkzaamheden niet binnen twee jaar
                                            of binnen een door het college toegestane andere termijn
                                            na verlening van de subsidie zijn gereedgemeld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan vastgestelde en uitbetaalde subsidie intrekken
                                    of wijzigen en daarna terugvorderen indien binnen tien jaar na
                                    gereedmelding een eigendomsoverdracht plaatsvindt en de
                                    taxatiewaarde na verbetering verminderd met de som van de eigen
                                    bijdrage in de verbeterkosten en de taxatiewaarde vóór
                                    verbetering een positief saldo oplevert.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Bevoorschotting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In daarvoor naar het oordeel van het college in aanmerking
                                    komende gevallen kan op verzoek van de aanvrager, indien
                                    tenminste 50% van de werkzaamheden is verricht en door het
                                    college akkoord is bevonden, een voorschot op de subsidie worden
                                    verstrekt van 50%.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In daarvoor naar het oordeel van het college in aanmerking
                                    komende gevallen kan op verzoek van de aanvrager een voorschot
                                    bij de aanvang van de werkzaamheden worden verstrekt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Monumentale houtopstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1, van hoofdstuk 1, van deze verordening
                                wordt voor de toepassing van deze afdeling verstaan onder:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="2*"/><colspec colname="col2" colwidth="31*"/><colspec colname="col3" colwidth="2*"/><colspec colname="col4" colwidth="65*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>monumentale houtopstand</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>houtopstand als bedoeld in artikel 4.3.1, lid 1,
                                                  onder d. van de Algemene Plaatselijke Verordening
                                                  gemeente Groningen 2005.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Te subsidiëren activiteit</titel></kop><al>Het college kan subsidie verlenen voor het treffen van maatregelen
                                die noodzakelijk zijn voor instandhouding van monumentale
                                houtopstand. In dat kader kan het college subsidie verlenen voor het
                                treffen van maatregelen voor de instandhouding van monumentale
                                houtopstand op particulier terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Grondslag van de subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidie bedraagt maximaal 50% van de door het college vast
                                    te stellen subsidiabele kosten met een maximum van €
                                    1000,--.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan degene, die krachtens zakelijk recht bevoegd is over de
                                    monumentale houtopstand te beschikken kan het college subsidie
                                    verlenen in de kosten van financiering van maatregelen voor
                                    onderhoud aan deze houtopstand.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor elk kalenderjaar is voor het subsidiëren van de
                                    activiteiten een bedrag beschikbaar van € 10.000,--, dat
                                    beschikbaar komt uit het boomverzorgingsbudget van de directie
                                    Stadsbeheer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer voor enig kalenderjaar het totaalbedrag van de aanvragen
                                    het bedrag als bedoeld in lid 1 van dit artikel overschrijdt,
                                    worden ten laste van dit bedrag de aanvragen gehonoreerd op
                                    basis van de volgorde, waarin de subsidieaanvragen bij de
                                    gemeente zijn binnengekomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidie kan eenmaal in de 15 jaar worden verstrekt aan de
                                    zakelijk gerechtigde van het adres, dat op de lijst van de
                                    monumentale bomen wordt vermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De subsidieaanvraag</titel></kop><al>Subsidieaanvragen voor activiteiten als bedoeld in deze afdeling
                                gaan naast de gegevens als bedoeld in artikel 11, hoofdstuk 1, van
                                deze verordening, voor zover van toepassing, vergezeld van de
                                volgende documenten:</al><lijst><li nr="a."><al>vermelding van de monumentale houtopstand waarvoor subsidie
                                        wordt aangevraagd verduidelijkt door een tekening of
                                        foto;</al></li><li nr="b."><al>een overzicht van de te treffen maatregelen;</al></li><li nr="c."><al>een gespecificeerde offerte van een erkend
                                        boomverzorgingsbedrijf.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Nadere verplichtingen</titel></kop><al>In aanvulling op hoofdstuk 1, afdeling 3.3, van deze verordening,
                                voor zover van toepassing, geldt het volgende:</al><lijst><li nr="a."><al>De subsidiebijdrage wordt toegekend onder de voorwaarde
                                        dat:</al><lijst><li nr="-"><al>de werkzaamheden door een erkend
                                                boomverzorgingsbedrijf worden uitgevoerd;</al></li><li nr="-"><al>de werkzaamheden binnen zes maanden na de toekenning
                                                zijn uitgevoerd.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Het uitvoeren van de werkzaamheden dient tenminste 7 dagen
                                        tevoren bij de directie Stadsbeheer, afdeling Wijkbeheer
                                        gemeld te zijn.</al></li><li nr="c."><al>De subsidie wordt uitbetaald nadat het college is gebleken
                                        dat:</al><lijst><li nr="-"><al>de maatregelen naar behoren zijn uitgevoerd;</al></li><li nr="-"><al>een betalingsbewijs aan het boomverzorgingsbedrijf
                                                is overlegd.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aanvullende weigeringsgronden</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 14, hoofdstuk 1 van deze verordening kan
                                het college een subsidieaanvraag weigeren of intrekken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd plaatsvindt
                                        buiten een door de raad aangewezen
                                        stadsvernieuwingsgebied;</al></li><li nr="b."><al>in een periode van tien jaar voorafgaand aan de aanvraag
                                        voor dezelfde activiteit subsidie is verleend;</al></li><li nr="c."><al>voor het verrichten van de activiteiten de noodzakelijke
                                        vergunningen ontbreken;</al></li><li nr="d."><al>reeds een begin met de werkzaamheden is gemaakt zonder
                                        schriftelijke toestemming van het college;</al></li><li nr="e."><al>in die activiteiten op een naar het oordeel van het college
                                        toereikende wijze anders kan worden voorzien;</al></li><li nr="f."><al>met het treffen van de maatregelen is begonnen voor de
                                        subsidieaanvrager van de gemeente een
                                        subsidieverleningbeschikking heeft ontvangen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Steun aan midden- en kleinbedrijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1, van hoofdstuk 1, van deze verordening
                                wordt voor de toepassing van deze afdeling verstaan onder:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="28*"/><colspec colname="col3" colwidth="2*"/><colspec colname="col4" colwidth="66*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>actiegebieden</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>(delen van) aandachtsgebieden waarbinnen
                                                  subsidie kan worden verleend voor maatregelen ten
                                                  aanzien van woningen en bedrijven als bedoeld in
                                                  deze afdeling;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>bedrijfsobject</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>gebouwen bestemd voor uitoefening van een
                                                  bedrijf</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>Bedrijfsresultaat</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>het saldo van baten en lasten uit de gewone
                                                  bedrijfsvoering;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>Complex</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>samenstel van woningen en bedrijven die deel
                                                  uitmaken van dezelfde bouwkundige eenheid;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>Detailhandel</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>het bedrijfsmatig verkopen van zaken en diensten
                                                  aan de uiteindelijke gebruiker, de consument;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2"><al>eigenaar</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>-natuurlijke of andere rechtspersoon die voor
                                                  100% het juridische en het economische eigendom
                                                  bezit van het onroerend goed;</al><al>-vereniging van eigenaren;</al><al>-de erfpachter, de opstaller;</al><al>-de houder van een appartementsrecht als bedoeld
                                                  in artikel 875a van het Burgerlijk Wetboek;</al><al>-degene aan wie een rechtspersoon deelnemings-
                                                  of lidmaatschapsrechten heeft verleend, die recht
                                                  geven op het gebruik van een woning.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry colname="col2"><al>kosten</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>de door het college vast te stellen, direct met
                                                  de activiteit waarvoor subsidie wordt verleend
                                                  samenhangende kosten, inclusief BTW;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.</al></entry><entry colname="col2"><al>onderneming</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>een onderneming die buiten het
                                                  stadsvernieuwingsgebied is gevestigd en die zijn
                                                  omzet geheel of grotendeels in het
                                                  stadsvernieuwingsgebied realiseert en een
                                                  vestiging van een bedrijf dat zijn hoofdzetel
                                                  elders heeft;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i.</al></entry><entry colname="col2"><al>stadsvernieuwing</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>hetgeen hieronder in de Wet op de stads- en
                                                  dorpsvernieuwing wordt verstaan;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>j.</al></entry><entry colname="col2"><al>stadsvernieuwingsgebied</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>een door de raad aangewezen gebied waarop dit
                                                  hoofdstuk van toepassing is;</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Te subsidiëren activiteit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan subsidie verlenen voor het verplaatsen,
                                    voortzetten of beëindigen anders dan door overdracht, van de
                                    onderneming om zo een gewenste ruimtelijk-economische structuur
                                    te realiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Subsidie ten behoeve van voortzetting ter plaatse, wordt
                                    verleend in:</al><lijst><li nr="a."><al>de kosten van voorzieningen welke aard- en nagelvast
                                            worden aangebracht;</al></li><li nr="b."><al>de kosten wegens het vervangen van onderdelen van de
                                            inrichting, welke niet passend zijn te maken voor het
                                            verbouwde bedrijfspand;</al></li><li nr="c."><al>huisvestingslasten van tijdelijke huisvesting;</al></li><li nr="d."><al>winstdaling die het gevolg is van het uitvoeren van
                                            stadsvernieuwing in de omgeving van de onderneming;</al></li><li nr="e."><al>stagnatieschade als gevolg van verbouw- en
                                            herinrichtingactiviteiten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Subsidie ten behoeve van verplaatsing wordt verleend in:</al><lijst><li nr="a."><al>de kosten van verbouw van het bedrijfspand waarnaar de
                                            onderneming verplaatst wordt;</al></li><li nr="b."><al>de kosten van inrichting van het onder a bedoelde
                                            bedrijfspand;</al></li><li nr="c."><al>de kosten van verhuizing;</al></li><li nr="d."><al>de kosten van huisvesting.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Subsidie ten behoeve van bedrijfsbeëindiging wordt verleend
                                    in:</al><lijst><li nr="a."><al>de kosten die rechtstreeks samenhangen met het
                                            beëindigen van de onderneming;</al></li><li nr="b."><al>winstdaling die het gevolg is van het beëindigen van de
                                            onderneming;</al></li><li nr="c."><al>tot de onder a bedoelde kosten worden niet gerekend
                                            afvloeingskosten van personeel van de onderneming;</al></li><li nr="d."><al>de subsidie wordt verstrekt onder de voorwaarde
                                            dat:</al><al> de ondernemer na bedrijfsbeëindiging niet opnieuw
                                            binnen de gemeente een bedrijf gaat uitoefenen en de
                                            ondernemer voorkomt dat in het betreffende bedrijfspand
                                            een bedrijf wordt gevestigd welke wat de aard betreft
                                            niet overeenkomt met de voor dat vernieuwingsgebied
                                            vastgestelde ruimtelijk-economische structuur;</al></li><li nr="e."><al>de ondernemer moet zich verbinden de ontvangen subsidie
                                            terstond als onverschuldigd betaald te restitueren,
                                            indien de in sub d genoemde voorwaarden niet zijn
                                            nagekomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan subsidie verlenen voor het wegwerken van de
                                    onrendabele top die ontstaat bij het tot stand brengen van
                                    collectieve bedrijfsruimte of voor het renoveren van
                                    bedrijfsruimte bij complexgewijze renovatie van woningen en
                                    bedrijfsruimten (objectsubsidie).</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan voor de kosten van een advies, uitgebracht door
                                    een door hen erkende instantie over de levensvatbaarheid van een
                                    onderneming subsidie verlenen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college kan voor andere, nader door het college vast te
                                    stellen activiteiten, dan in dit artikel genoemd, subsidie
                                    verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Grondslag van de subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidie bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>35% van de kosten van verbouw, tot een maximum van €
                                            45.379,--;</al></li><li nr="b."><al>35% van de kosten van herinrichting, tot een maximum van
                                            € 45.379,--;</al></li><li nr="c."><al>100% van de huisvestingslasten van tijdelijke
                                            huisvestings- en verhuiskosten tot een maximum van €
                                            4.538,--;</al></li><li nr="d."><al>35% van de hogere huisvestingslasten gedurende een
                                            periode van drie jaren die het gevolg zijn van
                                            verplaatsing, voorzover deze lasten geen gevolg zijn van
                                            wezenlijke veranderingen in aard en omvang van de
                                            bedrijfsactiviteiten;</al></li><li nr="e."><al>€ 454,-- per week gedurende de periode dat de verbouwing
                                            plaatsvindt tot ten hoogste zes weken;</al></li><li nr="f."><al>met betrekking tot het vorige artikel onder lid 5 geldt
                                            dat per aanvraag maximaal € 341,--/m² (verkoop
                                            vloeroppervlak) kan worden bijgedragen, met dien
                                            verstande dat de subsidie in totaal ten hoogste 50% van
                                            de bouwkosten bedraagt;</al></li><li nr="g."><al>met betrekking tot het vorige artikel onder lid 6 geldt
                                            een maximum van € 1.135,--.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De totale subsidie die op grond van deze afdeling verleend
                                    wordt, bedraagt, behoudens voor objectsubsidie op basis van het
                                    vorige artikel onder lid 5, ten hoogste </al><al> € 45.379,-- per aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Subsidie wordt niet verleend voor dat gedeelte waarmee de
                                    vloeroppervlak wordt vergroot.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor elk kalenderjaar is voor het subsidiëren van de
                                    activiteit(en) het bedrag beschikbaar zoals dat in de begroting
                                    voor het betreffende jaar is vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer voor enig kalenderjaar het totaalbedrag van de aanvragen
                                    het bedrag als bedoeld in lid 1 van dit artikel overschrijdt,
                                    worden ten laste van dit bedrag de aanvragen toegekend op basis
                                    van de volgorde waarin de subsidie-aanvragen bij de gemeente
                                    zijn binnengekomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Subsidie-aanvraag</titel></kop><al>Subsidie-aanvragen voor activiteiten als bedoeld in deze afdeling
                                gaan naast de gegevens als bedoeld in hoofdstuk 1, artikel 11 van
                                deze verordening, vergezeld van:</al><lijst><li nr="a."><al>een gespecificeerde begroting van de kosten uitgesplitst in
                                        lonen en materiaalkosten per te treffen voorziening,
                                        ingedeeld volgens de door de dienst Ruimtelijke Ordening en
                                        Economische Zaken vereiste elementenclassificatie, zodanig
                                        dat de kosten te herleiden zijn;</al></li><li nr="b."><al>de aannemingsovereenkomst(en) (volgens het door de dienst
                                        Ruimtelijke Ordening en Economische Zaken goedgekeurde
                                        model);</al></li><li nr="c."><al>een schriftelijke opgave van de architect betreffende het
                                        honorarium;</al></li><li nr="d."><al>een schriftelijke opgave van de adviseurs betreffende hun
                                        honorarium;</al></li><li nr="e."><al>een uittreksel uit het bevolkingsregister;</al></li><li nr="f."><al>een advies, uitgebracht door een door het college erkende
                                        instantie, over de levensvatbaarheid van de onderneming. De
                                        kosten van dit advies kunnen worden vergoed.</al></li><li nr="g."><al>alle overige bescheiden en gegevens die nodig zijn voor een
                                        juiste beoordeling van de aanvraag;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Nadere verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verleent slechts subsidie voor activiteiten als
                                    bedoeld in deze afdeling indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de voortzetting ter plaatste, bedrijfsverplaatsing,
                                            bedrijfsbeindiging of objectsubsidie de verwezenlijking
                                            van de door de raad gewenste ruimtelijk-economische
                                            structuur ten goede komt;</al></li><li nr="b."><al>de onderneming die voortgezet of verplaatst wordt,
                                            levensvatbaar is;</al></li><li nr="c."><al>de onderneming gedurende een periode van één jaar
                                            voorafgaand aan de aanvraag onafgebroken in hetzelfde
                                            bedrijfsgebouw uitgeoefend is;</al></li><li nr="d."><al>de onderneming plaatsvindt in een gebouw dat geheel of
                                            grotendeels bestemd is voor bedrijfsmatige activiteiten
                                            en als zodanig wordt gebruikt;</al></li><li nr="e."><al>de onderneming gedurende vijf jaar voorafgaand aan de
                                            aanvraag geen subsidie heeft ontvangen op grond van deze
                                            afdeling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het bedrijfspand waarvoor subsidie is verleend binnen
                                    vijf jaar na de vaststelling van de subsidie wordt vervreemd,
                                    meldt de eigenaar dit terstond aan het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aanvullende weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In aanvulling op hoofdstuk 1, artikel 14, van deze verordening
                                    weigert het college een subsidie-aanvraag indien een ondernemer
                                    één of meer van de volgende bedrijven uitoefent:</al><lijst><li nr="a."><al>bemiddeling op het gebied van de handel in roerende en
                                            onroerende zaken, dienstverlening en
                                            arbeidsbemiddeling;</al></li><li nr="b."><al>dienstverlening op het gebied van accountancy,
                                            boekhouden of administratie;</al></li><li nr="c."><al>advisering en dienstverlening, op het gebied van
                                            techniek, bouwkunde, industriële eigendom, reclame,
                                            informatie, incasso, taxatie, alsmede op juridisch,
                                            economisch of fiscaal gebied;</al></li><li nr="d."><al>exploitatie van schoonheidsinstituten of pedicure-,
                                            bad-, heilgymnastiek- of massage-inrichtingen;</al></li><li nr="e."><al>dienstverlening op het gebied van onderwijs,
                                            opleidingen, vertaling of rij-instructie;</al></li><li nr="f."><al>een ondernemer een bedrijf uitoefent dat ook als vrij
                                            beroep kan worden uitgeoefend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Subsidie wordt eveneens niet verleend als bij de onderneming
                                    waarin detailhandel wordt uitgeoefend meer dan 25 personen
                                    werkzaam zijn, of bij andere niet-detailhandels ondernemingen
                                    meer dan 50 personen of de onderneming niet als fiscale eenheid
                                    kan worden aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ingeval zich de situatie van artikel 6, lid 2
                                    van deze afdeling voordoet, de subsidie intrekken dan wel op een
                                    lager bedrag vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Inkomenssuppletie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de winst van een ondernemer in het boekjaar waarin hij
                                    zijn aanvraag indient naar schatting lager is dan de gemiddelde
                                    winst over de laatste drie jaar, voorafgaand aan het jaar van de
                                    aanvraag, en tevens lager is dan € 14.612,--, kan
                                    inkomenssuppletie worden toegekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De suppletie kan ten hoogste gedurende twee opeenvolgende jaren
                                    worden verleend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan, indien het stadsvernieuwingsproces daartoe
                                    aanleiding geeft, de in lid 2 genoemde termijn verlengen tot
                                    vier jaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen het in lid 1 genoemde
                                    bedrag verhogen tot maximaal</al><al>€ 22.690,--.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De suppletie op grond van lid 1 bedraagt het verschil tussen de
                                    winst van de ondernemer in het boekjaar van zijn aanvraag dan
                                    wel het daaropvolgende boekjaar en zijn in het eerste lid
                                    bedoelde gemiddelde winst, tot een maximum van € 14.612,-- per
                                    jaar.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Alvorens toepassing te geven aan de leden 1 tot en met 5 wordt
                                    eerst nagegaan of de ondernemer inkomenssuppletie kan krijgen op
                                    grond van het Besluit Zelfstandigen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Verhuis- en herinrichtingsbijdragen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1, van hoofdstuk 1, van deze verordening
                                wordt voor de toepassing van deze afdeling verstaan onder:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="29*"/><colspec colname="col3" colwidth="2*"/><colspec colname="col4" colwidth="65*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>Kamerverhuurpand</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>een pand dat kamersgewijs wordt verhuurd als
                                                  bedoeld in de Huisvestingsverordening van de
                                                  gemeente Groningen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>Programma van eisen en aanbevelingen voor
                                                  integrale cascoverbetering</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>het minimum eisenpakket voor de integrale
                                                  verbetering van het casco van woningen zoals
                                                  vastgesteld door het college.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Te subsidiëren activiteit</titel></kop><al>Het college kan hoofdhuurders, in door de raad aangewezen
                                stadsvernieuwingsgebieden of -projecten, die de woning het laatst
                                hebben bewoond en aan welke woningen voorzieningen worden getroffen
                                of welke woningen worden gesloopt, subsidie verlenen voor de
                                verhuis- en herinrichtingskosten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Grondslag van de subsidie</titel></kop><al>De hoogte van de subsidie bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>in geval van sloop € 2.269,--;</al></li><li nr="b."><al>bij verhuizing zonder terugkeer € 2.269,--;</al></li><li nr="c."><al>bij verkrijging met terugkeer € 2.723,--.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor elk kalenderjaar is voor het subsidiëren van de
                                    activiteit(en) het bedrag beschikbaar zoals dat in de begroting
                                    voor het betreffende jaar is vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer voor enig kalenderjaar het totaalbedrag van de aanvragen
                                    het bedrag als bedoeld in lid 1 van dit artikel overschrijdt,
                                    worden ten laste van dit bedrag de aanvragen toegekend op basis
                                    van de volgorde waarin de subsidie-aanvragen bij de gemeente
                                    zijn binnengekomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Subsidie-aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een subsidie-aanvraag gaat naast de gegevens op grond van
                                    hoofdstuk 1, artikel 11 van deze verordening vergezeld van de
                                    volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>het huurcontract (voor onbepaalde tijd);</al></li><li nr="b."><al>een bewijs waaruit blijkt welk bedrag aan huur
                                            verschuldigd is;</al></li><li nr="c."><al>een bewijs van inschrijving van de Dienst Informatie en
                                            Administratie waaruit blijkt dat de aanvrager minimaal
                                            één jaar in het bevolkingsregister in de betreffende
                                            woning staat ingeschreven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidie-aanvraag kan door de huurder worden gedaan één maand
                                    voorafgaande aan de verhuizing tot maximaal drie maanden na de
                                    ontruiming of de start van het treffen van voorzieningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Nadere verplichtingen</titel></kop><al>Het college kannen subsidie verlenen voor activiteiten als bedoeld
                                in deze afdeling indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de huurder gedurende een tijdvak van ten minste één jaar
                                        onmiddellijk voorafgaand aan de subsidieaanvraag
                                        onafgebroken de woning heeft bewoond; en;</al></li><li nr="b."><al>aan de woning ingrijpende voorzieningen worden getroffen
                                        waardoor het redelijkerwijs noodzakelijk is dat de huurder
                                        verhuist naar een andere woning of de aard van de
                                        voorzieningen het noodzakelijk maakt, dat de huurder kosten
                                        maakt voor herinrichting, of de woning wordt gesloopt;</al></li><li nr="c."><al>de onder b. bedoelde voorzieningen moeten voldoen aan het
                                        programma van eisen en aanbevelingen voor integrale
                                        cascoverbetering.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aanvullende weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In aanvulling op hoofdstuk 1, artikel 14, van deze verordening
                                    weigert het college de subsidie-aanvraag, indien voor dezelfde
                                    woning reeds eerder in de voorgaande vijf jaar subsidie in de
                                    verhuis- en herinrichtingskosten werd verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidie wordt niet verleend aan huurders van
                                    kamerverhuurpanden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Overige</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Activiteiten</titel></kop><al>Het college kan subsidie verlenen als bijdrage van de kosten
                                van:</al><lijst><li nr="a."><al>economische actieplannen die de ruimtelijk economische
                                        structuur en bedrijvigheid in een bepaald gebied ten goede
                                        komen, na raadpleging van de raadscommissie;</al></li><li nr="b."><al>ruimtelijk en economisch onderzoek ten behoeve van
                                        stadsvernieuwingsgebieden;</al></li><li nr="c."><al>procesbijdragen ten behoeve van het functioneren van
                                        ondernemerscollectieven;</al></li><li nr="d."><al>overige activiteiten die zij in het belang achten voor de
                                        verdere ontwikkeling van de stad Groningen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Grondslag van de subsidie</titel></kop><al>De subsidie voor de in artikel 1 van deze afdeling genoemde
                                activiteiten bedraagt maximaal 100% van de naar het oordeel van het
                                college noodzakelijke kosten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor elk kalenderjaar is voor het subsidiëren van de
                                    activiteiten het bedrag beschikbaar zoals dat in de begroting
                                    voor het betreffende jaar is vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer voor enig kalenderjaar het totaalbedrag van de aanvragen
                                    het bedrag als bedoeld in lid 1 van dit artikel overschrijdt,
                                    wordt dit bedrag op de onderstaande wijze verdeeld:</al><lijst><li nr="a."><al>als eerste wordt toegekend de aanvraag van een
                                            subsidie-ontvanger aan wie in het voorafgaande
                                            kalenderjaar voor dezelfde activiteiten subsidie is
                                            verleend en die aantoont de activiteiten in het
                                            kalenderjaar waarvoor subsidie wordt gevraagd, te kunnen
                                            verzorgen;</al></li><li nr="b."><al>voorzover de toepassing van het hiervoor onder a
                                            bepaalde zou leiden tot een overschrijding van het onder
                                            1 bedoelde bedrag, wordt het beschikbare naar
                                            evenredigheid over de onder a bedoelde aanvragers
                                            verdeeld;</al></li><li nr="c."><al>voorzover na de toepassing van het bepaalde onder a nog
                                            een deel van het bedrag als bedoeld in lid 1 resteert,
                                            worden ten laste van dit bedrag de aanvragen toegekend
                                            op basis van de volgorde waarin subsidie-aanvragen bij
                                            de gemeente zijn binnengekomen.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Woningbouwaccelerator</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1 van hoofdstuk 1 van deze verordening
                                    wordt voor de toepassing van deze afdeling verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>rekenrente : het op het moment van de ontvangst van de
                                            subsidieaanvraag geldende Euribor
                                            6-maands-rentetarief;</al></li><li nr="2."><al>renteverlies : het per wooneenheid geleden verlies,
                                            gerekend over de totale vrij op naam prijs gedurende een
                                            periode van maximaal 26 weken na gereedmelding tegen het
                                            op basis van de rekenrente vastgestelde bedrag;</al></li><li nr="3."><al>de minimisverklaring : verklaring waarin de
                                            subsidieontvanger aangeeft dat met de subsidieverlening
                                            op grond van dit hoofdstuk een bedrag van € 200.000,--
                                            aan elke vorm van overheidssteun over een periode van
                                            drie jaar voorafgaande aan de ondertekening van deze
                                            verklaring, niet wordt overschreden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Te subsidiëren activiteit</titel></kop><al>Het college kan subsidie verlenen ten behoeve van het versnellen van
                                de woningbouwproductie in de gemeente Groningen. De subsidie wordt
                                verleend in de vorm van een betaling van door ontwikkelaars van
                                woningbouwprojecten te lijden renteverlies ten gevolge van
                                niet-gerealiseerde verkoop van nieuw te ontwikkelen woningen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Grondslag van de subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidie wordt verleend aan alle ontwikkelaars van projecten
                                    met nieuwbouwwoningen in de koopsector in de gemeente
                                    Groningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidie houdt een betaling in van opgetreden renteverlies
                                    van bij oplevering niet-verkochte woningen. De subsidie wordt
                                    verleend ingeval gedurende een periode van maximaal 26 weken na
                                    gereedmelding van 20% meer, maar nog geen 40% meer dan het
                                    startpercentage, zoals aangegeven, conform artikel 4 lid 1 sub
                                    c, van het in de aanvraag opgegeven aantal ontwikkelde woningen
                                    is verkocht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien gedurende de 26 weken als bedoeld in het vorige lid een
                                    woning alsnog wordt verkocht, wordt voor die betreffende woning
                                    over de resterende periode geen subsidie toegekend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Per aanvraag bedraagt het maximaal te subsidiëren bedrag €
                                    100.000,--.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Uitbetaling van de subsidie vindt plaats na de
                                    subsidievaststelling als bedoeld in afdeling 4.2.5 van de
                                    Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Nadere voorwaarden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verleent onder de volgende voorwaarden de gevraagde
                                    subsidie:</al><lijst><li nr="a."><al>de subsidieontvanger dient op het moment van de aanvraag
                                            te beschikken over de noodzakelijke vergunningen voor de
                                            door hem op te richten woningen;</al></li><li nr="b."><al>de subsidieontvanger verplicht zich om binnen 8 weken na
                                            dagtekening van de subsidiebeschikking te beginnen met
                                            de verkoop van de te ontwikkelen woningen;</al></li><li nr="c."><al>met het bouwen van de in de aanvraag opgegeven woningen
                                            wordt begonnen zodra tenminste 50% van het opgegeven
                                            aantal woningen is verkocht (startpercentage). Het
                                            college kan een lager startpercentage vaststellen;</al></li><li nr="d."><al>na afloop van de 26 weken als bedoeld in artikel 3 lid 2
                                            dienen niet-verkochte woningen te worden verhuurd;</al></li><li nr="e."><al>de koopprijs voor een woning waarvoor subsidie wordt
                                            aangevraagd, mag maximaal € 300.000,-- vrij op naam
                                            bedragen. Ingeval de subsidieontvanger het voornemen
                                            heeft om duurdere woningen op te richten, zal de
                                            subsidie zich uitstrekken tot het renteverlies over
                                            maximaal het bedrag dat is genoemd in de vorige
                                            volzin;</al></li><li nr="f."><al>de te bouwen woningen dienen te voldoen aan de normen
                                            zoals verwoord in de nota Groninger Woon Kwaliteit
                                            basispakket 1 (kwaliteitskeur woningbouw);</al></li><li nr="g."><al>de subsidieontvanger dient het college maandelijks op de
                                            hoogte te stellen van de voortgang van bouw en verkoop
                                            van de woningen die in de aanvraag zijn vermeld;</al></li><li nr="h."><al>- de subsidieontvanger dient bij de aanvraag om subsidie
                                            een ondertekende minimis-verklaring over te leggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college heeft de bevoegdheid om nadere voorwaarden op te
                                    leggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Aanvullende intrekkings- en weigeringsgronden.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In aanvulling op hoofdstuk 1, artikel 14 van deze verordening
                                    kan het college een subsidiebeschikking intrekken of weigeren te
                                    verlenen indien de subsidieontvanger niet voldoet aan de
                                    voorwaarden zoals genoemd in artikel 4.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval 26 weken nadat met de verkoop van woningen een aanvang
                                    is gemaakt nog niet het conform artikel 4 lid 1 sub c in de
                                    subsidieverlening aangegeven startpercentage van de te
                                    ontwikkelen woningen is verkocht, kan het college de
                                    subsidiebeschikking intrekken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Subsidieaanvraag.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst in behandeling
                                    genomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag om subsidie als bedoeld in deze afdeling dient te
                                    worden gedaan door middel van een hiertoe vastgesteld
                                    aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval het bedrag dat voor de uitvoering van deze regeling is
                                    bestemd, gereserveerd is middels subsidiebeschikkingen, kan een
                                    aanvraag om subsidie op een wachtlijst worden geplaatst. Zodra
                                    echter 70% van de woningen die in de aanvraag zijn opgegeven
                                    verkocht is danwel wanneer een begin is gemaakt met het bouwen
                                    van deze woningen, komt plaatsing op deze wachtlijst te
                                    vervallen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aanvragen kunnen tot uiterlijk 1 december 2009 worden
                                    ingediend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De subsidieontvanger vermeldt in de aanvraag om subsidie de vrij
                                    op naam prijs van de te ontwikkelen woningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Subsidieplafond.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het toekennen van subsidies zoals omschreven in deze
                                    afdeling is een bedrag begroot van € 600.000,--.Dit bedrag is
                                    beschikbaar voor aanvragen die zijn ingediend vóór 1 december
                                    2009.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van het bedrag dat voor de uitvoering van deze regeling bestemd
                                    is, wordt minimaal € 200.000,-- gereserveerd voor projecten met
                                    grondgebonden woningen. Indien uit de binnengekomen
                                    subsidieaanvragen blijkt dat deze reservering niet noodzakelijk
                                    is, kan dit eenderde deel als bedoeld in de vorige volzin worden
                                    aangewend voor projecten met appartementen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Groene daken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1, van hoofdstuk 1, van deze verordening
                                wordt voor toepassing van deze afdeling verstaan onder:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colwidth="17*"/><colspec colname="col3" colwidth="3*"/><colspec colname="col4" colwidth="76*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>bijgebouw</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand
                                                  gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden
                                                  van het hoofdgebouw en dat ondergeschikt is aan
                                                  het hoofdgebouw</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>dakconstructie</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>samenstelling van balken (hout of staal), regels
                                                  en bebording die sterk genoeg is om de
                                                  dakbedekking van een gebouw te dragen en de wind-
                                                  /regen-/ en sneeuwbelasting op te vangen. De
                                                  dakconstructie moet zodanig zijn dat deze
                                                  beloopbaar is voor onderhoud en inspectie;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>gebouw</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke,
                                                  overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden
                                                  omsloten ruimte vormt;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>groene daken</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>i.daken, met een vegetatiepakket, dat is
                                                  opgebouwd uit een wortelkerende laag, een
                                                  drainagelaag, een substraatlaag en een
                                                  vegetatielaag met droogteresistente soorten, en
                                                  die geen gebruiksfunctie hebben. De daken zijn
                                                  alleen voor onderhoud toegankelijk. De belasting
                                                  ligt tussen de 20 en 200 kg/m<sup>2</sup>;</al><al>ii.daken , met een vegetatiepakket maar zonder
                                                  een duidelijk apart te onderscheiden drainagelaag
                                                  en substraatlaag.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>plat dak</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>dak met een hellingshoek ten opzichte van de
                                                  horizontaal van kleiner dan of gelijk aan 3
                                                  graden. Dit komt overeen met een
                                                  hellingspercentage van ca. 5%.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Te subsidiëren activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan subsidie verlenen voor de aanleg van groene
                                    daken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Grondslag</titel></kop><al>Aan de aanvrager kan subsidie worden verleend voor de kosten voor
                                het aanleggen van groene daken op een plat dak op gebouwen:</al><lijst><li nr="a."><al>De subsidie bedraagt € 30,- per m² voor oppervlakken van 6
                                        tot 100 m² van het type zoals beschreven onder Artikel 1. d.
                                        i. De subsidie bedraagt € 15,- per m² voor oppervlakken van
                                        6 tot 100 m² van het type zoals beschreven onder Artikel 1.
                                        d. ii;</al></li><li nr="b."><al>De subsidie bedraagt € 20,- per m² voor oppervlakken van 100
                                        tot 250 m² van het type zoals beschreven onder Artikel 1. d.
                                        i. De subsidie bedraagt € 10,- per m² voor oppervlakken van
                                        100 tot 250 m² van het type zoals beschreven onder Artikel
                                        1. d. ii;</al></li><li nr="c."><al>De subsidie bedraagt € 10,- per m² voor oppervlakken van 250
                                        tot 1000 m<sup>2</sup>van het type zoals beschreven onder
                                        Artikel 1. d. i. De subsidie bedraagt € 5,- per m² voor
                                        oppervlakken van 250 tot 1000 m<sup>2</sup><sup/>van het
                                        type zoals beschreven onder Artikel 1. d. ii;</al></li><li nr="d."><al>De subsidie wordt verleend aan:</al><lijst><li nr="°"><al>Eigenaren van gebouwen of bijgebouwen in de Gemeente
                                        Groningen;</al></li><li nr="°"><al>Huurders van gebouwen of bijgebouwen in de Gemeente
                                        Groningen met akkoord van de eigenaar.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vaststellen subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor elk kalenderjaar is voor het subsidiëren van de in deze
                                    afdeling genoemde activiteit(en) het bedrag beschikbaar zoals
                                    dat in de begroting voor het betreffende jaar is
                                    vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer voor enig kalenderjaar het totaalbedrag van de aanvragen
                                    het bedrag als bedoeld in lid 1 van dit artikel overschrijdt,
                                    worden ten laste van dit bedrag de aanvragen toegekend op basis
                                    van de volgorde waarop de subsidie-aanvragen bij de gemeente
                                    zijn binnengekomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Subsidie-aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de aanvraag worden de volgende gegevens overlegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een gespecificeerde begroting van de kosten of een
                                            offerte van de kosten</al></li><li nr="c."><al>een situatietekening op schaal</al></li><li nr="d."><al>een foto van het bestaande dak;</al></li><li nr="e."><al>een bouwvergunning of een monumentenvergunning indien
                                            vereist</al></li><li nr="f."><al>schriftelijke toestemming van de eigenaar ingeval van
                                            een aanvraag door een huurder</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><al><vet>Toelichting</vet></al><al><cursief>Ad c uitgangspunt is een schaal van 1:1000.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Nadere verplichtingen</titel></kop><al>De oppervlakte van het groene dak moet minimaal 6 m<sup>2</sup>
                                zijn;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vaststelling van de subsidie</titel></kop><al>De vaststelling van de subsidie kan lager worden vastgesteld naar
                                rato van het gerealiseerde aantal m<sup>2</sup>, indien de
                                werkzaamheden niet geheel zijn uitgevoerd;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Aanvullende weigeringsgronden</titel></kop><al>Het college kan de subsidie weigeren indien blijkt dat:</al><lijst><li nr="a."><al>is begonnen met het werk voordat op de aanvraag is
                                        beslist;</al></li><li nr="b."><al>niet binnen 12 maanden na de datum van verlening van de
                                        subsidie de werkzaamheden zijn uitgevoerd.</al></li><li nr="c."><al>de aanvraag om vaststelling van de subsidie moet binnen 2
                                        maanden na het gereedkomen van het werk worden
                                        ingediend.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening/><ondertekening>Gedaan te Groningen in de openbare raadsvergadering van 18 december
                        2002.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De griffier, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>D.H. Vrieling. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>J. Wallage.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>