<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR336477_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Handhavingsbeleid veiligheidsregio's industriele veiligheid 2014 - 2018</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Aalburg</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Alphen-Chaam</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Baarle-Nassau</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bergen op Zoom</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Breda</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dongen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Drimmelen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Etten-Leur</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Geertruidenberg</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gilze en Rijen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Goirle</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Halderberge</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hilvarenbeek</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Loon op Zand</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Moerdijk</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oosterhout</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Roosendaal</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rucphen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Waalwijk</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Werkendam</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Woensdrecht</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Woudrichem</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zundert</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.veiligheidsregiomwb.nl/Organisatie/Bekendmakingen.aspx">Publicatieblad Veilgheidsregio Midden- en West-Brabant 2014.03</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Handhavingsbeleid veiligheidsregio's industriele veiligheid 2014 - 2018</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0027466&amp;artikel=31, 48 en 63">Wet veiligheidsregio's, art. 31, 48 en 63</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-07-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-09-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>toezicht en handhaving</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Handhavingsbeleid veiligheidsregio's industriele veiligheid 2014 -
            2018</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Voorwoord</vet></al><al/><al>Sinds 1 oktober 2010 hebben de veiligheidsregio’s een aantal wettelijke
                        taken en bevoegdheden op het gebied van industriële veiligheid. Naast het
                        aanwijzen van inrichtingen die over een bedrijfsbrandweer moeten beschikken
                        hebben deze taken en bevoegdheden betrekking op het houden van toezicht op
                        de naleving van wettelijke verplichtingen en het zonodig sanctioneren van
                        geconstateerde overtredingen. De wettelijke verplichtingen waar het om gaat
                        staan in het Besluit risico’s zware ongevallen 1999 (Brzo), artikel 31 van
                        de Wet veiligheidsregio’s en hoofdstuk 7 van het Besluit veiligheidsregio’s.
                        Vóór de inwerkingtreding van de Wet veiligheidsregio’s voerde de brandweer
                        deze taken uit in opdracht van gemeenten, die toen verantwoordelijk en
                        bevoegd waren voor de uitvoering. </al><al/><al>Toezicht en handhaving genieten de afgelopen jaren een brede belangstelling.
                        Na het incident bij Chemie-Pack Moerdijk in 2011 en de problemen bij Odfjell
                        Terminals Rotterdam in 2012/2013 is de roep van de politiek en de
                        maatschappij om strikter toezicht en strengere handhaving steeds sterker
                        geworden. Uit diverse rapportages, waaronder de rapporten van de
                        Onderzoeksraad voor Veiligheid, blijkt dat er nog veel valt te verbeteren in
                        het toezicht op risicovolle bedrijven.</al><al/><al>Sinds begin 2007 is het Landelijk Expertisecentrum BrandweerBRZO (LEC)
                        actief. Het LEC, dat een samenwerkingsverband is tussen Infopunt Veiligheid
                        van het IFV en de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR), ondersteunt
                        veiligheidsregio’s bij de uitvoering van het Besluit risico’s zware
                        ongevallen 1999 en artikel 31 van de Wet veiligheidsregio’s
                        (bedrijfsbrandweren). Dit doet het LEC door kennis te bundelen en
                        toegankelijk te maken. In 2008 heeft het LEC een aantal producten ontwikkeld
                        waarvan veiligheidsregio’s gebruik kunnen maken. Een van deze producten is
                        een model nota handhavingsbeleid voor industriële veiligheid. Door
                        verschillende ontwikkelingen, zoals veranderde wetgeving, het vaststellen
                        van een landelijke handhavingsstrategie Brzo door het LAT RB en het
                        politieke debat over toezicht en handhaving naar aanleiding van de hiervoor
                        reeds gememoreerde affaires, is herziening van het model noodzakelijk. Ook
                        om een andere reden heeft het LEC geconcludeerd dat het model niet meer
                        voldoet. Gebleken is namelijk dat veiligheidsregio’s het model uit 2008 op
                        verschillende wijzen hebben toegepast. Dit bevordert niet de uniformiteit in
                        optreden en leidt daardoor niet tot een ‘level playing field’ voor
                        bedrijven. Tot slot kan worden opgemerkt dat de veiligheidsregio’s de
                        aanbevelingen van de Onderzoeksraad ter harte nemen en de nodige
                        verbeteringen willen doorvoeren in de handhaving.</al><al/><al>In 2013 heeft een projectteam bestaande uit coördinatoren van
                        BrandweerBRZO-regio’s in opdracht van het LEC het onderhavige
                        beleidsdocument opgesteld. Dit handhavingsbeleid biedt een uniform en
                        consistent kader waarbinnen de veiligheidsregio’s invulling geven aan hun
                        toezichthoudende en handhavende taken. De besturen van de veiligheidsregio’s
                        houden zich aan dit document dat de basis vormt voor de handhaving van de
                        verplichtingen van het Brzo, artikel 31 van de Wet veiligheidsregio’s en
                        hoofdstuk 7 van het Besluit veiligheidsregio’s. </al><al/><al/><al><cursief>Voorzitter coördinerend Brzo-directeuren veiligheidsregio’s
                        </cursief></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><nr>1</nr><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>De veiligheidsregio’s hebben wettelijke taken en verantwoordelijkheden
                            op het gebied van industriële veiligheid. Deze betreffen onder andere
                            het uitvoeren van toezicht op en handhaving van de verplichtingen die
                            zijn gesteld op grond van de Wet veiligheidsregio's (Wvr) en het Besluit
                            risico's zware ongevallen 1999 (Brzo). Ten aanzien van het Brzo hebben
                            ook het bevoegd gezag Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en
                            de Inspectie SZW toezichts- en handhavingstaken.</al><al/><al><onderstreept>Doel</onderstreept></al><al>Met dit document leggen de besturen van de veiligheidsregio’s beleid
                            vast voor de handhaving van de artikelen 31 en 48 van de Wvr en de
                            artikelen van het Brzo die een nadere uitwerking geven aan artikel 48 Wvr<noot id="d18557e165"><noot.nr> 1 </noot.nr><noot.al>Artikel
                                    31 betreft de aanwijzing van inrichtingen die over een
                                    bedrijfsbrandweer moeten beschikken en artikel 48 bevat de
                                    verplichting om veiligheidstechnische gegevens te verschaffen
                                    die het bestuur van de veiligheidsregio nodig heeft voor de
                                    voorbereiding van de rampenbestrijding.</noot.al><noot.al/></noot>. Dit handhavingsbeleid bestaat uit een toezicht- en een
                            sanctiestrategie. De toezichtstrategie geeft aan hoe de
                            veiligheidsregio’s invulling geven aan hun toezichthoudende taak. Uit de
                            sanctiestrategie volgt hoe de besturen van de veiligheidsregio’s
                            reageren op een geconstateerde overtreding. </al><al>Dit handhavingsbeleid biedt de basis voor het maken van transparante
                            keuzes en het stellen van prioriteiten, zodat adequaat met de
                            handhavingstaak kan worden omgegaan. Met handhaving willen de
                            veiligheidsregio’s bereiken dat de naleving van wet- en regelgeving op
                            het gebied van industriële veiligheid wordt bevorderd. Achterliggend
                            doel is beheersing van de risico’s die samenhangen met activiteiten
                            binnen risicovolle bedrijven. Bedrijven dragen de primaire
                            verantwoordelijkheid voor de interne en externe veiligheid en moeten
                            ervoor zorgen dat ze hun bedrijfsprocessen beheersen. Om dat te
                            realiseren zullen bedrijven de maatregelen moeten treffen die nodig zijn
                            om zware ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan te beperken. Het
                            handhavend optreden van de veiligheidsregio’s is gericht op het
                            bevestigen van die verantwoordelijkheid. Met het beschikbare
                            instrumentarium zullen de veiligheidsregio’s ervoor zorgdragen dat de
                            risicovolle bedrijven hun verantwoordelijkheid waar maken. Toepassing
                            van handhavingsinstrumenten is daarbij van wezenlijk belang. Niet alleen
                            voor de geloofwaardigheid van de overheid en van de regels die zij
                            stelt, maar ook vanwege het gegeven dat handhaving een essentieel
                            onderdeel vormt van succesvol veiligheidsbeleid. De veiligheidsregio’s
                            staan een eenduidige en stringente handhaving na die is gericht op het
                            zo volledig mogelijk naleven van de verplichtingen van artikel 48 van de
                            Wet veiligheidsregio’s (Wvr) en het Brzo alsmede artikel 31 van de Wvr
                            en hoofdstuk 7 van het Besluit veiligheidsregio’s (Bvr).</al><al/><al><onderstreept>Aanleiding</onderstreept></al><al>Er zijn verschillende redenen geweest om dit handhavingsbeleid op te
                            stellen. Op de eerste plaats kan worden genoemd de door de LAT-RB
                            opgestelde handhavingstrategie (Landelijke Handhavingstrategie Brzo
                            1999: 2013). LAT-RB staat voor Landelijke Aanpak Toezicht
                            Risicobeheersing Bedrijven. In de LAT-RB zijn de drie
                            handhavingspartners vertegenwoordigd. Deze handhavingstrategie betreft
                            een aanvulling op de Brzo Werkwijzer met uniforme procedures en
                            werkwijzen voor handhaving en een handhavingstrategie. Het is de
                            bedoeling dat de handhavingspartners zich committeren aan toepassing van
                            deze strategie door dit vast te leggen in de bestuurlijke
                            inspectieprogramma’s en aanvullend waar nodig in het eigen toezichts- en
                            handhavingsbeleid. De Landelijke Handhavingstrategie is voor het
                            uitwerken van dit handhavingsbeleid een belangrijk uitgangspunt geweest.
                            Op de tweede plaats is de wens van de politiek en de maatschappij om
                            scherper en meer uniform toezicht een belangrijke drijfveer geweest voor
                            het opstellen van dit handhavingsbeleid. Het ernstige incident bij
                            Chemie-Pack en de problemen rondom de handhaving bij Odfjell Terminals
                            Rotterdam vormden hiervoor de opmaat. </al><al>Het opstellen van handhavingsbeleid is bovendien steeds minder een
                            vrijblijvende aangelegenheid geworden. Voor de handhaving van de
                            omgevingswetgeving zijn in het Besluit omgevingsrecht bijvoorbeeld
                            (kwaliteits)eisen opgenomen waaraan de handhaving dient te voldoen. Kort
                            gezegd houden deze eisen in dat het bevoegd gezag (provincie of
                            gemeente) handhavingsbeleid moet vaststellen, dit moet afstemmen met de
                            handhavingspartners (waaronder de veiligheidsregio) en organisatorische
                            maatregelen moet treffen om de uitvoering van het beleid te waarborgen.
                            Volgens het Besluit omgevingsrecht moet in het handhavingsbeleid, dat is
                            gebaseerd op een analyse van de problemen die zich met betrekking tot de
                            naleving kunnen voordoen, gemotiveerd worden aangegeven welke doelen het
                            bevoegd gezag zichzelf stelt bij de handhaving en welke activiteiten het
                            daartoe zal uitvoeren. Regelmatig moet worden bezien of het beleid moet
                            worden aangepast, bijvoorbeeld naar aanleiding van de evaluatie van het
                            uitvoeringsprogramma dat ieder jaar moet worden opgesteld ter uitwerking
                            van het handhavingsbeleid. Verder is bepaald dat het beleid inzicht moet
                            geven in de prioriteiten die het bevoegd gezag stelt met betrekking tot
                            de handhavingsactiviteiten. In het Besluit omgevingsrecht is ook bepaald
                            dat het handhavingsbeleid moet bestaan uit zowel een toezichtstrategie
                            als een sanctiestrategie. Hoewel het Besluit omgevingsrecht niet van
                            toepassing is op veiligheidsregio’s vormen de kwaliteitseisen uit dat
                            besluit wel voor dit handhavingsbeleid een belangrijk uitgangspunt. Een
                            handhavingspartner van de veiligheidsregio’s (bevoegd gezag Wabo) moet
                            er namelijk wel aan voldoen. Bovendien past het binnen het
                            kwaliteitszorgsysteem dat de veiligheidsregio’s op grond van artikel 23
                            Wvr moeten hanteren. Tot slot kunnen de veiligheidsregio’s niet
                            achterblijven bij de handhavingspartners. Provincies en de Inspectie SZW
                            hebben immers op het gebied van het Brzo ook handhavingsbeleid vastgesteld<noot id="d18557e182"><noot.nr> 2</noot.nr><noot.al>Zie
                                    bijvoorbeeld: Handhavingsbeleid Brzo99 en ARIE, 1 februari 2012
                                    (Inspectie SZW).</noot.al><noot.al/></noot>.<sup/></al><al/><al>De veiligheidsregio’s willen invulling geven aan hun eigen rol en
                            verantwoordelijkheid voor de handhaving. De veiligheidsregio’s streven
                            een verdere professionalisering na van de uitvoering van hun
                            handhavingstaken. Naast het vaststellen van handhavingsbeleid gaat het
                            daarbij om een kwalitatief hoogwaardige uitvoering.</al><al/><al><onderstreept>Wie doet wat</onderstreept></al><al>Het houden van toezicht wordt uitgevoerd door toezichthouders in dienst
                            van de veiligheidsregio’s. Dat zijn ambtenaren (inspectiemedewerkers)
                            die door de besturen van de veiligheidsregio’s op grond van artikel 61
                            van de Wvr zijn aangewezen als toezichthouders. De aangewezen
                            toezichthouders kunnen bij de uitoefening van hun taken gebruik maken
                            van de toezichthoudende bevoegdheden die de Algemene wet bestuursrecht
                            (in titel 5.2) aan hen toekent. Het opmaken van proces-verbaal naar
                            aanleiding van een geconstateerd strafbaar feit geschiedt door
                            buitengewone opsporingsambtenaren. Op basis van het proces-verbaal
                            besluit de officier van justitie om al dan niet tot vervolging van de
                            verdachte over te gaan (zie verder over de strafrechtelijke handhaving
                            paragraaf 4.3).</al><al>Het naar aanleiding van een geconstateerde overtreding vaststellen op
                            welke wijze daarop wordt gereageerd is een verantwoordelijkheid van het
                            bestuur van een veiligheidsregio. Het bestuur heeft deze taak
                            gemandateerd aan de leidinggevende van de inspecteur. Daarbij dient het
                            onderhavige handhavingsbeleid als leidraad. </al><al>Het opleggen van een bestuurlijke sanctie geschiedt door het bestuur van
                            de veiligheidsregio waarbinnen de desbetreffende inrichting is gelegen
                            op grond van artikel 48, tweede lid van de Wvr (bevel tot niet in
                            werking stellen of houden van een inrichting), artikel 63 van de Wvr
                            (last onder bestuursdwang) of artikel 5:32 van de Algemene wet
                            bestuursrecht (last onder dwangsom).</al><al/><al><onderstreept>Afbakening</onderstreept></al><al>Dit beleid is beperkt tot de handhaving van de verplichtingen waarvoor
                            het bestuur van de veiligheidsregio handhavingsbevoegd is. Bij
                            handhaving gaat het om:</al><lijst><li nr="-"><al>houden van toezicht (controleren/inspecteren);</al></li><li nr="-"><al>(dreigen met) toepassing van bestuurlijke sancties.</al></li></lijst><al>Het volgende hoofdstuk bevat een beschrijving van de wettelijke
                            verplichtingen ten aanzien waarvan de veiligheidsregio’s
                            toezichthoudende en handhavende bevoegdheden hebben.</al><al>Overtredingen van een aantal artikelen van het Brzo en van de
                            verplichtingen met betrekking tot bedrijfsbrandweren kan de
                            veiligheidsregio niet alleen bestuurlijk maar ook strafrechtelijk
                            handhaven. In paragraaf 4.3 wordt nader in gegaan op de strafrechtelijke
                            handhaving.</al><al/><al><onderstreept>Jaarlijks uitvoeringsprogramma</onderstreept></al><al>De veiligheidsregio’s werken dit handhavingsbeleid jaarlijks uit in een
                            uitvoeringsprogramma waarin wordt aangegeven welke activiteiten de
                            veiligheidsregio’s in dat komende jaar uitvoeren. Daarbij houden de
                            veiligheidsregio’s rekening met de in dit document gestelde doelen en
                            prioriteiten. De uitvoeringsprogramma’s worden afgestemd met de
                            Regionale Uitvoeringsdiensten die zich bezighouden met het Brzo
                            (Brzo-RUD’s) en de Inspectie SZW. Het uitvoeringsprogramma wordt
                            jaarlijks geëvalueerd om vast te stellen of de in het
                            uitvoeringsprogramma opgenomen activiteiten zijn uitgevoerd en of deze
                            activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de in dit document
                            gestelde doelen.</al><al/><al><onderstreept>Leeswijzer</onderstreept></al><al>Hoofdstuk 2 geeft een algemene beschrijving van de relevante wet- en
                            regelgeving. Daarbij gaat het om de wettelijke verplichtingen waaraan
                            bedrijven moeten voldoen en waarop het toezicht en de handhaving van de
                            veiligheidsregio’s zich richten. </al><al>Hoofdstuk 3 en 4 bevatten de toezicht- en sanctiestrategie die door de
                            veiligheidsregio’s worden toegepast. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de
                            organisatorische aspecten.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>2 Wettelijk kader industriële veiligheid</titel></kop><paragraaf><kop><nr>2.1</nr><titel>Wettelijke grondslag</titel></kop><structuurtekst><al>De bevoegdheden voor toezicht en handhaving zijn gegeven in de artikelen
                            48, 61 en 63 van de Wvr. Op grond van artikel 48 Wvr geldt de
                            verplichting veiligheidstechnische gegevens die nodig zijn voor een
                            adequate voorbereiding van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing,
                            te verstrekken aan het bestuur van de veiligheidsregio. Deze algemene
                            verplichting is nader uitgewerkt in de artikelen 5, tweede, derde en
                            vierde lid, 6, 7, derde lid, 10, eerste lid, 13, 14, 16, vijfde lid, 21,
                            22, eerste en tweede lid, van het Brzo.</al><al/><al><onderstreept>Toezicht op de naleving</onderstreept></al><al>In artikel 61 Wvr is bepaald dat met het toezicht op de naleving van het
                            bij of krachtens artikel 31 en 48 bepaalde zijn belast de door het
                            bestuur van de veiligheidsregio aangewezen ambtenaren<noot id="d18557e255"><noot.nr> 3</noot.nr><noot.al>Het
                                    besluit waarmee de ambtenaren worden aangewezen moet volgens
                                    artikel 61 Wvr worden gepubliceerd in de
                                    Staatscourant.</noot.al></noot>. Voor zover het verplichtingen betreft van artikel 31 Wvr en
                            hoofdstuk 7 van het Bvr zijn deze toezichthouders bevoegd ten aanzien
                            van alle inrichtingen die kunnen worden aangewezen als
                            bedrijfsbrandweerplichtig. Als het gaat om de verplichtingen van artikel
                            48 en het Brzo dan zijn de toezichthouders alleen bevoegd ten aanzien
                            van inrichtingen waarvoor een veiligheidsrapport moet worden opgesteld
                            (VR-plichtige inrichtingen)<noot id="d18557e261"><noot.nr> 4</noot.nr><noot.al>Uit
                                    artikel 61 en artikel 17 van de Wvr vloeit namelijk voort dat de
                                    toezichthouders voor wat betreft artikel 48 (inclusief het Brzo)
                                    alleen kunnen worden aangewezen voor inrichtingen waarvoor een
                                    rampbestrijdingsplan moet worden opgesteld. En dat zijn wel de
                                    VR-plichtige inrichtingen maar niet de
                                    PBZO-inrichtingen.</noot.al><noot.al/></noot>.</al><al/><al><onderstreept>Handhaving</onderstreept></al><al>Artikel 63 Wvr bepaalt dat het bestuur van de veiligheidsregio bevoegd
                            is tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het
                            bepaalde bij of krachtens artikel 31 van de Wvr (bedrijfsbrandweren) en
                            artikel 48 van de Wvr (inclusief Brzo). In plaats van een last onder
                            bestuursdwang kan het bestuur van de veiligheidsregio een last onder
                            dwangsom opleggen (artikel 5:32 Algemene wet bestuursrecht). De
                            handhavingsbevoegdheid ten aanzien van artikel 48 (inclusief Brzo) is
                            beperkt tot inrichtingen waarvoor een rampbestrijdingsplan moet worden
                            opgesteld. Dat betreffen de VR-plichtige inrichtingen. In artikel 63 Wvr
                            is verder aangegeven dat onder de bevoegdheid om een last onder
                            bestuursdwang op te leggen mede de bevoegdheid behoort om een inrichting
                            stil te leggen, gedeeltelijk buiten werking te stellen of te verzegelen
                            dan wel het verzegelen of verwijderen van hetgeen zich in de inrichting
                            bevindt. </al><al/><al><onderstreept>Bevel tot niet in werking stellen of
                            houden</onderstreept></al><al>Een bijzondere handhavingsbevoegdheid is opgenomen in artikel 48, tweede
                            lid Wvr waarin is bepaald dat het bestuur van de veiligheidsregio kan
                            bevelen dat een inrichting waarvoor een rampbestrijdingsplan moet worden
                            opgesteld (VR-plichtige inrichtingen) niet in werking gesteld of
                            gehouden wordt, indien degene die de inrichting in werking zal hebben of
                            heeft, niet aan de verplichting tot informatieverschaffing van het
                            eerste lid heeft voldaan. Omdat de aan het begin van deze paragraaf
                            genoemde artikelen van het Brzo mede zijn gebaseerd op artikel 48 Wvr
                            kan het bevel van het tweede lid van dat artikel ook worden opgelegd als
                            niet is voldaan aan de informatieverplichting van een van die artikelen
                            van het Brzo. Als in een veiligheidsrapport gegevens en beschrijvingen
                            ontbreken die het bestuur van de veiligheidsregio nodig heeft ter
                            voorbereiding van de rampenbestrijding is het bijvoorbeeld mogelijk een
                            bevel uit te vaardigen op grond waarvan de inrichting niet meer in
                            werking mag worden gehouden. Om het bevel te handhaven is het wel nodig
                            om ook een last onder bestuursdwang of dwangsom op te leggen. Daarmee
                            kan bijvoorbeeld worden bepaald dat een dwangsom wordt verbeurd voor
                            iedere dag dat geen gevolg is gegeven aan het bevel tot buiten werking
                            stellen (sluiting) van de inrichting. Het niet opvolgen van het bevel is
                            bovendien strafbaar krachtens artikel 184 Wetboek van Strafrecht.</al><al/><al>De bevelsbevoegdheid vindt haar grondslag in de Seveso- II richtlijn.
                            Ingevolge artikel 17, eerste lid, tweede volzin, van de richtlijn kunnen
                            de exploitatie of de inbedrijfstelling van een inrichting worden
                            verboden, indien de exploitant de krachtens de richtlijn verlangde
                            gegevens niet binnen de daarvoor gestelde termijn heeft ingediend. Het
                            bestuur van de veiligheidsregio zal volgens de wetgever<noot id="d18557e284"><noot.nr> 5</noot.nr><noot.al>Zie de
                                    memorie van toelichting bij de wet tot wijziging van de Wet
                                    milieubeheer, de Wet rampen en zware ongevallen en de
                                    Arbeidsomstandighedenwet ter uitvoering van de EG-richtlijn
                                    betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen
                                    waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken (Seveso II),
                                    Kamerstukken II 1997/98, 25972, nr. 3. Een vergelijkbare passage
                                    is opgenomen in de memorie van toelichting bij de Wet
                                    veiligheidsregio’s (Kamerstukken II 2006/07, 31117, nr.
                                    3).</noot.al><noot.al/></noot> alvorens een niet-inbedrijfstelling te bevelen overleg moeten
                            voeren met de handhavingspartners, met name het bevoegd gezag Wabo. Dit
                            in verband met de nauwe relatie tussen de rampenbestrijding, de
                            voorbereiding daarop en de externe veiligheid. In dit overleg zal aan de
                            orde kunnen komen welke gegevens in het kader van de voorbereiding op de
                            bestrijding van rampen en zware ongevallen ten aanzien van de betrokken
                            inrichting relevant zijn en in hoeverre deze relevante gegevens wel of
                            niet zijn verstrekt.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>2.2</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><structuurtekst><al>Gezien de wettelijke grondslag is dit handhavingsbeleid beperkt tot het
                            toezicht op en de handhaving van: </al><lijst><li nr="-"><al>artikel 31 van de Wvr en hoofdstuk 7 van het Besluit
                                    veiligheidsregio’s (verplichtingen met betrekking tot
                                    bedrijfsbrandweren die gelden voor inrichtingen die zijn of
                                    kunnen worden aangewezen als bedrijfsbrandweerplichtig);</al></li><li nr="-"><al>artikel 48 van de Wvr en de hiervoor genoemde artikelen van het
                                    Brzo, voor zover het gaat om VR-plichtige inrichtingen<noot id="d18557e307"><noot.nr> 6 </noot.nr><noot.al>Op grond van artikel 48 van de Wvr geldt de
                                            verplichting weliswaar voor een ieder maar de handhaving
                                            kan zich alleen richten tot VR-plichtige inrichtingen
                                            (dat volgt uit artikel 63 Wvr). De
                                            handhavingsbevoegdheid strekt zich ook niet uit tot de
                                            in de artikelen 6.2.1 en 6.3.1 Bvr genoemde exploitant
                                            van een burgerluchthaven, de basiscommandant van een
                                            militaire luchthaven en degene die een afvalvoorziening
                                            categorie A drijft. Voor deze luchthavens en
                                            afvalvoorziening moet wel een rampbestrijdingsplan
                                            worden opgesteld. De afvalvoorziening categorie A komt
                                            overigens in Nederland niet voor.</noot.al></noot><sup/> en de verplichting om informatie te verschaffen
                                    die het bestuur van de veiligheidsregio nodig heeft ter
                                    voorbereiding van de rampenbestrijding.</al></li></lijst><al/><al>In de tabel hieronder is aangegeven voor welke wettelijke verplichtingen
                            en ten aanzien van welke inrichtingen de toezichthouders van de
                            veiligheidsregio’s toezichthoudende bevoegdheden hebben en het bestuur
                            van een veiligheidsregio handhavingsbevoegdheden heeft.</al><al/><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="30*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="23*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="23*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="23*"/><tbody><row><entry colname="col1" morerows="1"><al><vet>Categorieën inrichtingen</vet></al></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al><vet>Verplichtingen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Informatieverplichting</al><al>artikel 48 Wvr</al></entry><entry colname="col3"><al>Informatie-verplichtingen Brzo</al></entry><entry colname="col4"><al>Verplichtingen bedrijfsbrandweer-aanwijzing</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VR-plichtige inrichtingen</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry><entry colname="col4"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>PBZO-plichtige inrichtingen</al></entry><entry colname="col2"><al>Nee</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry><entry colname="col4"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>ARIE-plichtige inrichtingen voor zover deze: </al><al>-(nagenoeg) geheel zijn bestemd voor de opslag in
                                                verband met vervoer van gevaarlijke stoffen</al><al>-spoorwegemplacementen betreffen en geen onderdeel
                                                zijn van een inrichting waarop het Brzo van
                                                toepassing is </al></entry><entry colname="col2"><al>Nee</al></entry><entry colname="col3"><al>N.v.t.</al></entry><entry colname="col4"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Inrichtingen waarin kernenergie kan worden
                                                vrijgemaakt of splijtstoffen kunnen worden
                                                bewerkt</al></entry><entry colname="col2"><al>Nee</al></entry><entry colname="col3"><al>N.v.t.</al></entry><entry colname="col4"><al>Ja</al></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>2.3</nr><titel>Te handhaven verplichtingen</titel></kop><structuurtekst><al>De tabel hieronder benoemt de wettelijke artikelen waarvoor de
                            toezichthouders van de veiligheidsregio’s toezichthoudende bevoegdheden
                            hebben en het bestuur van de veiligheidsregio de wettelijke
                            verantwoordelijkheid en bevoegdheid heeft deze te handhaven. Daarbij
                            geeft de tabel aan wie verantwoordelijk is om deze verplichtingen na te
                            leven. Sancties moeten over het algemeen worden gericht tot de
                            overtreder. De overtreder is degene die een voor hem geldende
                            verplichting niet heeft nageleefd. Bij bedrijven kan over het algemeen
                            de directie verantwoordelijk worden gehouden voor de juiste naleving van
                            de wettelijke verplichtingen. Handhavingsbesluiten kunnen dan ook
                            meestal worden gericht tot de directie.</al><al/><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="43*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="15*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="17*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="26*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Verplichting</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Artikel</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Wet/AMvB</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Verantwoordelijk voor de naleving</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Verstrekken nodige inlichtingen voor het uitoefenen
                                                van de aanwijzings-bevoegdheid (in de meeste
                                                gevallen zullen de inlichtingen worden verstrekt
                                                n.a.v. een door de veiligheidsregio gedaan verzoek
                                                op grond van artikel 7.2, lid 1 of 4 of artikel 7.4,
                                                lid 1.</al></entry><entry colname="col2"><al>31, lid 5</al></entry><entry colname="col3"><al>Wvr</al></entry><entry colname="col4"><al>Hoofd of bestuurder v/d inrichting</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bedrijfsbrandweer moet voldoen aan eisen van de
                                                aanwijzing</al></entry><entry colname="col2"><al>31, lid 2</al></entry><entry colname="col3"><al>Wvr</al></entry><entry colname="col4"><al>Hoofd of bestuurder v/d inrichting</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bedrijfsbrandweer moet aanwijzingen opvolgen van
                                                brandweercommandant</al></entry><entry colname="col2"><al>31, lid 7</al></entry><entry colname="col3"><al>Wvr</al></entry><entry colname="col4"><al>Hoofd of bestuurder v/d inrichting</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Voor 1 februari toezenden overzicht
                                                bedrijfsbrandweersterkte</al></entry><entry colname="col2"><al>31, lid 6</al></entry><entry colname="col3"><al>Wvr</al></entry><entry colname="col4"><al>Hoofd of bestuurder v/d inrichting</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Verstrekken van veiligheidstechnische gegevens die
                                                het bestuur van de veiligheidsregio nodig heeft ter
                                                voorbereiding van de rampenbestrijding</al></entry><entry colname="col2"><al>48, lid 1</al></entry><entry colname="col3"><al>Wvr</al></entry><entry colname="col4"><al>Drijver van VR-plichtige inrichting</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>PBZO aanwezig, beoordeling en herziening bij
                                                veranderingen</al></entry><entry colname="col2"><al>5, lid 2 en 4</al><al>2</al></entry><entry colname="col3"><al>Brzo</al><al>Rrzo</al></entry><entry colname="col4"><al>Drijver van VR-plichtige inrichting</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VBS aanwezig en beoordeling en herziening bij
                                                veranderingen</al></entry><entry colname="col2"><al>5, lid 3 en 4 en bijlage II</al><al>3</al></entry><entry colname="col3"><al>Brzo</al><al>Rrzo</al></entry><entry colname="col4"><al>Drijver van VR-plichtige inrichting</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Melden significante wijzigingen</al></entry><entry colname="col2"><al>6</al></entry><entry colname="col3"><al>Brzo</al></entry><entry colname="col4"><al>Drijver van VR-plichtige inrichting</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Uitwisseling gegevens domino-inrichtingen </al></entry><entry colname="col2"><al>7, lid 3</al></entry><entry colname="col3"><al>Brzo</al></entry><entry colname="col4"><al>Drijver van VR-plichtige inrichting</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VR bevat de aangegeven gegevens en
                                                beschrijvingen</al></entry><entry colname="col2"><al>10, lid 1 en bijlage III</al><al>4 - 8</al></entry><entry colname="col3"><al>Brzo</al><al>Rrzo</al></entry><entry colname="col4"><al>Drijver van VR-plichtige inrichting</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bij aanvraag omgevingsvergunning bepaalde gegevens
                                                in VR</al></entry><entry colname="col2"><al>13</al></entry><entry colname="col3"><al>Brzo</al></entry><entry colname="col4"><al>Drijver van VR-plichtige inrichting</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Eens per vijf jaar evalueren en bijwerken VR</al></entry><entry colname="col2"><al>14</al></entry><entry colname="col3"><al>Brzo</al></entry><entry colname="col4"><al>Drijver van VR-plichtige inrichting</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Verstrekken aanvullende inlichtingen</al></entry><entry colname="col2"><al>16, lid 5</al></entry><entry colname="col3"><al>Brzo</al></entry><entry colname="col4"><al>Drijver van VR-plichtige inrichting</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bijhouden stoffenlijst</al></entry><entry colname="col2"><al>21</al><al>13, 14</al></entry><entry colname="col3"><al>Brzo</al><al>Rrzo</al></entry><entry colname="col4"><al>Drijver van VR-plichtige inrichting</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Intern noodplan aanwezig die voldoet aan eisen</al></entry><entry colname="col2"><al>22, lid 1 en 2 en bijlage IV</al></entry><entry colname="col3"><al>Brzo</al></entry><entry colname="col4"><al>Drijver van VR-plichtige inrichting</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><cursief>Opmerking</cursief><cursief>en</cursief>:</al><lijst><li nr="-"><al>de drijver van de inrichting is meestal dezelfde als het hoofd
                                    of de bestuurder van de inrichting; hierbij gaat het in de
                                    meeste gevallen om de directie van het bedrijf die
                                    verantwoordelijk kan worden gehouden voor de naleving van de
                                    wettelijke verplichtingen; bij de Kamer van Koophandel kan
                                    worden nagegaan wie de bestuurder is van het bedrijf
                                    (rechtspersoon) die de inrichting drijft;</al></li><li nr="-"><al>in aanwijsbeschikkingen worden eisen opgenomen waarbij gebruik
                                    wordt gemaakt van standaardvoorschriften;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen van het Brzo kunnen alleen worden gehandhaafd voor
                                    zover deze een verplichting inhouden voor VR-plichtige
                                    inrichtingen informatie te verschaffen die het bestuur van de
                                    veiligheidsregio nodig heeft ter voorbereiding van de
                                    rampenbestrijding.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>2.4</nr><titel>Advisering en signaleringstoezicht</titel></kop><structuurtekst><al>Hoewel de veiligheidsregio’s ten aanzien van de informatieverplichtingen
                            van het Brzo geen toezichthoudende en handhavende bevoegdheden hebben
                            bij inrichtingen die niet VR-plichtig zijn, hebben de veiligheidsregio’s
                            voor die inrichtingen wel een adviserende taak. Dat volgt uit de
                            taakomschrijving van het bestuur van de veiligheidsregio. Volgens
                            artikel 10 van de Wvr is een van de taken van het bestuur van de
                            veiligheidsregio het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van
                            branden, rampen en crises. Medewerkers van veiligheidsregio’s kunnen in
                            dat kader ondersteuning verlenen aan provincies, gemeenten en de
                            Inspectie SZW en bijvoorbeeld adviseren over te treffen
                            veiligheidsmaatregelen binnen een bepaalde inrichting. Dit advies kan
                            het bevoegd gezag Wabo betrekken bij het toepassen van een bestuurlijke
                            sanctie. Medewerkers van de veiligheidsregio kunnen ook assisteren bij
                            een controle door een gemeente, provincie of Inspectie SZW.</al><al/><al>Tijdens een inspectie geconstateerde overtredingen die liggen op het
                            terrein van externe veiligheid (milieu) of arbeidsomstandigheden worden
                            doorgegeven aan het bevoegd gezag Wabo respectievelijk de Inspectie SZW
                            voor verdere afdoening.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>3</nr><titel>Toezichtstrategie</titel></kop><structuurtekst><al>Het houden van toezicht betekent dat er op wordt toegezien dat
                            wettelijke voorschriften worden nageleefd. Deze taak wordt uitgevoerd
                            door toezichthouders/inspecteurs. Dat zijn personen die bij of krachtens
                            een wettelijk voorschrift zijn belast met het houden van toezicht. Voor
                            het toezicht op de in hoofdstuk 2 genoemde wettelijke verplichtingen is
                            het bestuur van de veiligheidsregio bevoegd om de toezichthouders aan te
                            wijzen (zie paragraaf 2.1).</al><al/><al>De toezichtstrategie geeft inzicht in de wijze waarop de
                            veiligheidsregio’s invulling geven aan hun toezichthoudende taken om het
                            in hoofdstuk 1 beschreven doel te bereiken. Daarbij gaat het om de wijze
                            waarop controles (inspecties) worden voorbereid en worden uitgeoefend en
                            de frequentie waarmee controlebezoeken worden afgelegd. </al></structuurtekst><paragraaf><kop><nr>3.1</nr><titel>Toezicht op eisen bedrijfsbrandweeraanwijzing</titel></kop><structuurtekst><al>Voor het toezicht op de verplichtingen voor bedrijfsbrandweren geldt de
                            in deze paragraaf beschreven aanpak. Hierbij gaat het alleen om de
                            activiteiten die plaatsvinden in het kader van toezicht (controle). De
                            fase van de beschikkingverlening waarin activiteiten worden uitgevoerd
                            om te komen tot een bedrijfsbrandweeraanwijzing, zoals het opvragen van
                            een bedrijfsbrandweerrapport, het horen van de directie, het vragen van
                            aanvullende gegevens en het opstellen van de beschikking, valt daar
                            buiten. In die fase kan het overigens wel nodig zijn gebruik te maken
                            van wettelijke sanctiemiddelen. Wanneer bijvoorbeeld geen
                            bedrijfsbrandweerrapport of aanvullende gegevens worden ingediend nadat
                            het bestuur van de veiligheidsregio daarom heeft verzocht, kan met een
                            last onder dwangsom alsnog worden afgedwongen dat het rapport of de
                            informatie wordt geleverd.</al><tussenkop> 3.1.1. Opleveringscontrole</tussenkop><al>Deze controle markeert de overgang van het aanwijzen van de inrichting
                            naar de toezichtfase. Wanneer tijdens deze eerste controle wordt
                            geconstateerd dat de bedrijfsbrandweer niet (volledig) voldoet geeft de
                            veiligheidsregio concrete aanwijzingen en voorlichting. Daarbij wordt in
                            een brief vastgelegd binnen welke termijn het bedrijf welke maatregelen
                            moet treffen om aan de aanwijsbeschikking en de daarin opgenomen eisen
                            te voldoen. De opleveringscontrole is niet primair gericht op
                            sanctionering.</al><tussenkop> 3.1.2 Reguliere controle</tussenkop><al>Deze controle is aan de orde nadat de opleveringscontrole heeft
                            plaatsgevonden. Een inrichting beschikt geheel of gedeeltelijk over een
                            eigen bedrijfsbrandweer. Hierbij wordt een uitgebreide controle
                            gehouden, in de vorm van een audit. Naast de controle op de
                            aanwezigheid, het testen, het inspecteren en het onderhouden van het
                            materieel van de bedrijfsbrandweer, wordt tijdens de controle aandacht
                            besteed aan de organisatie van de bedrijfsbrandweer. Belangrijke
                            aandachtspunten daarbij zijn opleiding en oefening van het
                            bedrijfsbrandweerpersoneel.</al><al/><al>Om ervoor te zorgen dat de noodzakelijke informatie voorhanden is en de
                            relevante medewerkers aanwezig zijn, zullen deze controles over het
                            algemeen vooraf worden aangekondigd. Vooral in het geval van de audits
                            is een vroegtijdige planning van belang omdat de aanwezigheid van
                            meerdere personen binnen de inrichting verlangd is voor de uitvoering
                            van de audit. Indien gewenst zal de paraatheid van de bedrijfsbrandweer
                            wel worden gecontroleerd tijdens een niet aangekondigde inspectie.</al><tussenkop> 3.1.3 Toezicht op de geoefendheid bedrijfsbrandweer</tussenkop><al>Deze controle bestaat uit twee delen:</al><lijst><li nr="1."><al>Beoordelen van de jaarlijkse oefenroosters en –programma’s.</al></li><li nr="2."><al>Bijwonen en beoordelen van bedrijfsbrandweeroefeningen.</al></li></lijst><al/><al><onderstreept>Ad. 1: beoordelen oefenroosters en
                                –programma’s</onderstreept></al><al>In de standaardvoorschriften is bepaald dat een aangewezen inrichting
                            jaarlijks voor 1 februari een oefenrooster en -programma in moet dienen
                            voor het lopende jaar. De inhoudelijke eisen aan het oefenprogramma
                            maken onderscheid tussen:</al><lijst><li nr="-"><al>onderhouden van de kennis en vaardigheden op het vastgestelde
                                    opleidingsniveau;</al></li><li nr="-"><al>onderhouden van kennis en vaardigheden op specifieke
                                    bedrijfsbrandweerelementen, zoals de inrichting, stationaire
                                    voorzieningen en incidentbestrijdingsmiddelen;</al></li><li nr="-"><al>aansluiten van de interne noodorganisatie op de
                                    commandostructuur van de overheidsbrandweer.</al></li></lijst><al/><al><onderstreept>Ad. 2: B</onderstreept><onderstreept>ijwonen en
                                b</onderstreept><onderstreept>eoordelen van
                                bedrijfsbrandweeroefeningen</onderstreept></al><al>De daadwerkelijke beoordeling van het behalen van de oefendoelen en de
                            implementatie van procedures bij de bedrijfsbrandweer vindt plaats
                            tijdens het bijwonen van bedrijfsbrandweeroefeningen. De beoordeling
                            richt zich niet alleen op de bedrijfsbrandweer, maar ook op de
                            bedrijfsonderdelen die een taak verrichten in de
                            bedrijfsnoodorganisatie.</al><al>Het bijwonen en het beoordelen van bedrijfsbrandweeroefeningen worden
                            ten minste eenmaal per jaar uitgevoerd. Van deze frequentie kan worden
                            afgeweken op grond van een systematische evaluatie van de risico’s en de
                            resultaten van eerdere controles. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>3.2</nr><titel> Toezicht op eisen Brzo</titel></kop><structuurtekst><al>Het toezicht is gericht op de verplichtingen om veiligheidstechnische
                            gegevens te verschaffen die het bestuur van de veiligheidsregio nodig
                            heeft ter voorbereiding van de rampenbestrijding. Voor het toezicht is
                            het regionaal bestuurlijk toezichtprogramma van belang. Dat is een
                            programma waarin, voor een periode van vijf jaar, de uitgangspunten voor
                            de uitvoering en de wijze van samenwerking bij het toezicht worden
                            vastgelegd. Zo wordt aangegeven welk instrumentarium wordt ingezet, aan
                            welke eisen de toezichtpartners voldoen en hoe de kwaliteit is geborgd.
                            Het regionaal bestuurlijk toezichtprogramma beschrijft de hoofdlijnen,
                            in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma worden de details opgenomen over
                            de uitvoering van inspecties.</al><al/><al>De Brzo-controle wordt uitgevoerd conform de Nieuwe Inspectie Methodiek
                            Brzo99 (NIM). Tijdens het vooroverleg stelt het controleteam gezamenlijk
                            een inspectieplan op. Onderdelen daarvan zijn de te inspecteren
                            onderwerpen en de samenstelling van het controleteam.</al><al>Tijdens de afsluiting (close-out) van de Brzo-inspectie wordt de te
                            volgen werkwijze van de gezamenlijke rapportage, de afgestemde
                            handhaving en de wijze van aanbieding gecommuniceerd met de directie van
                            de inrichting. </al><al/><al>Na de close-out wordt het gezamenlijk inspectierapport aan het bedrijf
                            toegezonden. Dit geschiedt bij voorkeur binnen 8 weken na afronding van
                            de inspectie. Als tijdens de inspectie echter ernstige overtredingen
                            zijn geconstateerd waarbij direct handhavend optreden is geboden, dan
                            wordt de handhavingsbrief (beschikking) eerder verzonden dan het
                            inspectierapport.</al><al>De handhavingspartners bepalen in gezamenlijkheid wie welke overtreding
                            handhaaft. Overeenkomstig de Landelijke Handhavingstrategie Brzo 1999:
                            2013 van de LAT-RB ligt het primaat voor het opleggen van de sanctie bij
                            de organisatie die verantwoordelijk is voor de door de overtreding
                            bedreigde ‘waarde’. Dat betekent dat het bestuur van de veiligheidsregio
                            handhavend optreedt als het belang van de voorbereiding van de
                            rampenbestrijding in het geding is. Wanneer een overtreding meerdere
                            ‘waarden’ bedreigt, beoordelen de handhavingspartners wat logisch is
                            vanuit de wetgeving en wat het meest effectief is. In dat verband is
                            bijvoorbeeld van belang welke organisatie gegeven de situatie de meest
                            effectieve handhavingsinstrumenten ter beschikking heeft.</al><al/><al>Indien een bedrijf een ondernemingsraad heeft krijgt deze altijd een
                            afschrift van het inspectierapport en ook van eventuele
                            handhavingscorrespondentie.</al><al>Er wordt ook een afschrift gestuurd naar de handhavingspartners, zodat
                            later kan worden aangetoond dat handhavingscorrespondentie daadwerkelijk
                            naar de drijver/werkgever is opgestuurd. </al><al/><al>De hercontrole (na afloop van de hersteltermijn) geschiedt ook zoveel
                            mogelijk gezamenlijk met de handhavingspartners. Het streven is om de
                            gehele handhaving zoveel mogelijk gezamenlijk in te zetten en af te handelen<noot id="d18557e790"><noot.nr> 7 </noot.nr><noot.al>Zie
                                    Landelijke Handhavingstrategie Brzo 1999: 2013 van de LAT-RB
                                    (Landelijke Aanpak Toezicht Risicobeheersing
                                    Bedrijven).</noot.al><noot.al/></noot>. De hercontrole wordt kort (in principe binnen twee weken) na
                            het verstrijken van de hersteltermijn uitgevoerd. Voor verstrijken van
                            de termijn wordt afgestemd welke teamleden de hercontrole uitvoeren.
                            Hierbij wordt ook bekeken of hercontrole van onderdelen door inspecteurs
                            van een andere dienst kan plaatsvinden (signaaltoezicht). </al><al/><al>Alle handhavingcorrespondentie wordt in de Inspectieruimte Brzo
                            gekoppeld aan de inspectiezaak. Pas als alle geconstateerde
                            overtredingen zijn opgeheven kan de zaak in de Inspectieruimte Brzo
                            worden afgesloten.</al><al/><al>Voor zover mogelijk neemt de veiligheidsregio het toezicht op de
                            verplichtingen voor bedrijfsbrandweren (artikel 31 Wvr) mee met de
                            Brzo-inspecties die samen met het bevoegd gezag Wabo en de Inspectie SZW
                            worden uitgevoerd.</al><al/><al>In artikel 24 Brzo is bepaald dat ten minste 1 inspectie per jaar moet
                            plaatsvinden bij een VR-plichtige inrichting. Van die frequentie kan
                            worden afgeweken op grond van een systematische evaluatie van de gevaren
                            van zware ongevallen (artikel 24, lid 6 Brzo).</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>3.3</nr><titel>Signaaltoezicht</titel></kop><structuurtekst><al>Geconstateerde overtredingen van voorschriften waarvoor niet het bestuur
                            van de veiligheidsregio maar het bevoegd gezag Wabo of de Inspectie SZW
                            bevoegd is, worden aan deze organisaties doorgegeven. Dat gebeurt niet
                            alleen telefonisch maar ook per brief. De veiligheidsregio gaat na of
                            opvolging is gegeven na het doorgegeven signaal. Zonodig wordt de
                            betreffende organisatie aangespoord om alsnog actie te ondernemen. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>3.4</nr><titel>Incidenten, klachten en meldingen</titel></kop><structuurtekst><al>Naast het geplande toezicht voeren toezichthouders van de
                            veiligheidsregio ook controles en onderzoeken uit naar aanleiding van
                            een incident, een klacht of een melding. Onderzoeken vinden plaats
                            conform de Nieuwe Onderzoeksmethode (NOM). Op de afhandeling van de
                            bevindingen is de sanctiestrategie van dit handhavingsbeleid van
                            toepassing. Indien nodig wordt bij deze niet reguliere controles
                            afgeweken van de hiervoor in dit hoofdstuk beschreven aanpak.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>4</nr><titel>Sanctiestrategie</titel></kop><structuurtekst><al>Dit hoofdstuk geeft weer op welke wijze de veiligheidsregio’s reageren
                            op geconstateerde overtredingen van de in hoofdstuk 2 weergegeven
                            wettelijke verplichtingen. De reactie is afhankelijk van de ernst van de
                            overtreding waarbij de (potentiële) gevolgen van een overtreding en de
                            omstandigheden waaronder de overtreding is begaan een belangrijke rol
                            spelen.</al></structuurtekst><paragraaf><kop><nr>4.1</nr><titel>Ernstige overtredingen en niet-ernstige overtredingen</titel></kop><structuurtekst><al>De omstandigheden waaronder een overtreding plaatsvindt en de
                            (potentiële) gevolgen daarvan bepalen de wijze waarop de
                            veiligheidsregio’s daartegen optreden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt
                            tussen ernstige overtredingen en niet-ernstige overtredingen.</al><al/><al><onderstreept>Ernstige overtredingen</onderstreept></al><al>Dit betreffen overtredingen:</al><lijst><li nr="-"><al>met aanzienlijke (potentiële) negatieve effecten (niet beheersen
                                    van de risico’s om de gevolgen van zware ongevallen te beperken
                                    waardoor er gevaar is voor de omgeving, ontbreken of niet
                                    functioneren van een line of defence), of</al></li><li nr="-"><al>die belemmerend (kunnen) werken voor het optreden van de
                                    brandweer, of</al></li><li nr="-"><al>die gevaar (kunnen) opleveren voor het brandweerpersoneel,
                                    of</al></li><li nr="-"><al>die door het bedrijf doelbewust (opzettelijk) zijn begaan;
                                    hieronder worden mede begrepen het willens en wetens nalaten van
                                    bepaalde verplichtingen, zoals het onderhoud van
                                    brandbeveiligingsinstallaties of het houden van
                                    bedrijfsbrandweeroefeningen, of</al></li><li nr="-"><al>die het gevolg zijn van calculerend gedrag (eventuele boetes
                                    kosten minder dan het naleven van de verplichting), of</al></li><li nr="-"><al>die opnieuw zijn/worden begaan (recidive).</al></li></lijst><al/><al><onderstreept>Niet-ernstige overtredingen</onderstreept></al><al>Dit zijn overtredingen die niet als ernstig zijn te kwalificeren op
                            basis van de hiervoor genoemde criteria.</al><al>In bijlage 2 zijn voorbeelden opgenomen van overtredingen die als
                            ernstig en als niet-ernstig worden beschouwd. De opsomming in die
                            bijlage is niet limitatief.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>4.2</nr><titel>In te zetten handhavingsmiddelen</titel></kop><structuurtekst><al>In deze paragraaf is uitgewerkt welke handhavingsmiddelen de
                            veiligheidsregio’s toepassen na een geconstateerde overtreding.</al><al/><al><vet>E</vet><vet>rnstige overtreding</vet><vet>: reactie 1</vet></al><al>Na constatering van een ernstige overtreding wordt één van de volgende
                            bestuurlijke sancties toegepast:</al><lijst><li nr="-"><al>een last onder dwangsom;</al></li><li nr="-"><al>een last onder bestuursdwang, of</al></li><li nr="-"><al>een bevel tot niet inwerking stellen of houden van de
                                    inrichting.</al></li></lijst><al/><al><onderstreept>Last onder dwangsom/bestuursdwang</onderstreept></al><al>In de last wordt duidelijk aangegeven wat het bedrijf moet doen of
                            nalaten om de overtreding te beëindigen. Daarbij wordt ook een
                            (begunstigings)termijn gesteld. Gedurende deze termijn krijgt het
                            bedrijf de tijd om de vereiste actie te ondernemen zonder dat een
                            dwangsom wordt verbeurd of de bestuursdwang wordt uitgeoefend. In de
                            gevallen waarbij er sprake is van acuut gevaar en onmiddellijk handelen
                            is vereist om het gevaar af te wenden wordt direct bestuursdwang
                            uitgeoefend zonder voorafgaande last (spoedeisende bestuursdwang).
                            Bijlage 2 bevat een afwegingskader voor de keuze tussen (spoedeisende)
                            bestuursdwang en dwangsom. </al><al/><al><onderstreept>Bevel</onderstreept></al><al>Als artikel 48, eerste lid Wvr of een informatieverplichting van het
                            Brzo is overtreden kan het bestuur van de veiligheidsregio ook bevelen
                            dat de inrichting niet in werking wordt gesteld of gehouden. Van deze
                            bevelsbevoegdheid, die is opgenomen in artikel 48, tweede lid van de
                            Wvr, zal gebruik worden gemaakt als de schending van de
                            informatieverplichting ertoe leidt dat de veiligheidsregio wordt
                            belemmerd in de uitvoering van zijn taak om de rampenbestrijding
                            adequaat voor te bereiden. Dat is bijvoorbeeld het geval als de
                            informatie die in artikel 6.1.3 van het Bvr is opgesomd en nodig is om
                            een rampbestrijdingsplan op te stellen, niet is verstrekt. Voordat een
                            bevel wordt afgegeven voert de betrokken veiligheidsregio eerst overleg
                            met de handhavingspartners, met name het bevoegd gezag Wabo. In dit
                            overleg wordt in elk geval besproken welke gegevens in het kader van de
                            voorbereiding op de bestrijding van rampen en zware ongevallen ten
                            aanzien van de betrokken inrichting relevant zijn en in hoeverre deze
                            relevante gegevens wel of niet zijn verstrekt.</al><al>Als een bevel is opgelegd en dit bevel wordt niet opgevolgd (de
                            inrichting wordt toch in werking gebracht of niet buiten werking
                            gesteld) zal een last onder dwangsom/bestuursdwang worden opgelegd om
                            het bedrijf te dwingen uitvoering te geven aan het bevel. Daarvoor zal
                            echter eerst het bedrijf gelegenheid moeten krijgen een zienswijze in te
                            dienen. Voor het niet opvolgen van het bevel zal bovendien
                            proces-verbaal worden opgemaakt. Dit is namelijk strafbaar krachtens
                            artikel 184 Wetboek van Strafrecht.</al><al/><al><onderstreept>Afstemming over sanctionering</onderstreept></al><al>Wanneer het gaat om een overtreding van het Brzo wordt samen met het
                            bevoegd gezag Wabo en de Inspectie SZW bepaald welke van deze
                            organisaties het sanctiebesluit neemt. Een en ander in overeenstemming
                            met de uitgangspunten die daarover zijn opgenomen in de Landelijke
                            Handhavingstrategie Brzo 1999: 2013 LAT-RB. In de beschrijving hieronder
                            wordt ervan uit gegaan dat het bestuur van een veiligheidsregio de
                            sanctie oplegt.</al><al/><al><onderstreept>Procedure handhavingsbeschikking</onderstreept></al><al>De procedure verloopt als volgt:</al><lijst><li nr="-"><al><cursief>Opstellen zienswijzebrief (hoorbrief)</cursief></al><al>Er wordt een brief opgesteld waarin de bevindingen van de
                                    controle zijn opgenomen en waarin het bedrijf de gelegenheid
                                    krijgt om binnen 2 weken een zienswijze in te dienen (mondeling
                                    of schriftelijk) over de geconstateerde feiten, de belangen en
                                    de voorgenomen bestuurlijke sanctie. Deze brief wordt binnen 8
                                    weken na afronding van de inspectie toegezonden aan het bedrijf.
                                    Het bedrijf de gelegenheid bieden een zienswijze in te dienen is
                                    verplicht op grond van de Algemene wet bestuursrecht. </al><al/></li><li nr="-"><al><cursief>Opstellen
                                        h</cursief><cursief>andhavingsbeschikking</cursief></al><al>De last onder dwangsom, de last onder bestuursdwang of het bevel
                                    wordt binnen 4 weken na binnenkomst van de zienswijze of na
                                    afloop van de zienswijzetermijn (2 weken) naar het bedrijf
                                    gezonden. De last onder dwangsom/bestuursdwang bevat over het
                                    algemeen een begunstigingstermijn waarbinnen de overtreding moet
                                    zijn beëindigd. Omdat de handhavingsbeschikking pas na afloop
                                    van de bezwaartermijn (6 weken) onherroepelijk is, is de
                                    begunstigingstermijn altijd langer dan zes weken, tenzij er
                                    sprake is van een spoedeisende situatie. Bij het bepalen van de
                                    termijn is van belang wat de risico’s zijn bij voortduring van
                                    de overtreding. In principe dient te worden gekozen voor de
                                    kortst mogelijke termijn. Het is echter ook relevant om te
                                    bezien hoeveel tijd het redelijkerwijs kost om de overtreding te
                                    beëindigen (bijvoorbeeld levertijden van leveranciers). De
                                    gestelde termijn dient met andere woorden ook haalbaar te zijn. </al><al/><al>Een bevel tot buitenwerking stellen of houden van een inrichting
                                    bevat ook een termijn waarbinnen het bevel moet worden
                                    opgevolgd. </al><al/><al>In de uitzonderlijke situatie dat bestuursdwang zonder
                                    voorafgaande last wordt toegepast voeren de medewerkers (met
                                    machtiging van het bestuur van de veiligheidsregio direct de
                                    feitelijke handelingen (zoals stillegging) uit. De beschikking
                                    wordt dan achteraf naar het bedrijf gezonden. Hierbij gaat het
                                    om zeer spoedeisende situaties waarbij direct ingrijpen door het
                                    bestuur van de veiligheidsregio noodzakelijk is (zie ook bijlage
                                    3). </al><al/></li><li nr="-"><al><cursief>Hercontrole</cursief></al><al>Na afloop van de begunstigingstermijn
                                    opgenomen in de last onder dwangsom/bestuursdwang voert de
                                    toezichthouder een hercontrole uit. Wanneer blijkt dat de
                                    overtreding is beëindigd: - stopt het handhavingsproces
                                    (intrekken handhavingsbeschikking), of - wordt periodiek
                                    gecontroleerd of de beschikking wordt nageleefd. De
                                    handhavingsbeschikking vervalt niet van rechtswege, ook niet als
                                    de dwangsommen zijn verbeurd tot het maximale te verbeuren
                                    bedrag. Als een last onder dwangsom een jaar van kracht is
                                    geweest zonder dat een dwangsom is verbeurd kan het bedrijf
                                    verzoeken om de handhavingsbeschikking in te trekken. </al><al/><al>Wanneer blijkt dat de overtreding niet is beëindigd brengt de
                                    veiligheidsregio de beschikking ten uitvoer. Bij een last onder
                                    bestuursdwang betekent dat feitelijk uitvoering geven aan de
                                    last (bijvoorbeeld stillegging en verzegeling van een
                                    installatie). Bij een last onder dwangsom is dat het innen van
                                    verbeurde dwangsommen met een invorderingsbeschikking. Wanneer
                                    uitvoering is gegeven aan de last onder bestuursdwang kunnen de
                                    daarmee gemoeide kosten worden verhaald op de overtreder met een
                                    kostenbeschikking. Dit moet dan wel in de last onder
                                    bestuursdwang zijn aangegeven.</al></li></lijst><al/><al>Op de volgende pagina is een schematische weergave opgenomen van reactie
                            1.</al><al/><al><cursief>Schema reactie 1</cursief></al><al/><al><plaatje><illustratie id="i2a355d5a-6c97-4e68-8fa4-148e5230f244" naam="i242935i2a355d5a-6c97-4e68-8fa4-148e5230f244.png" type="foto" breedte="15.7cm" hoogte="11.4cm"/></plaatje></al><al><vet>N</vet><vet>iet-ernstige overtreding</vet><vet>: reactie
                            2</vet></al><al>Er wordt een waarschuwingsbrief opgesteld die naar het bedrijf wordt
                            verzonden. Wanneer het gaat om een overtreding van het Brzo wordt samen
                            met het bevoegd gezag Wabo en de Inspectie SZW bepaald welke van deze
                            organisaties het handhavingstraject in gang zet. Een en ander in
                            overeenstemming met de uitgangspunten die daarover zijn opgenomen in de
                            Landelijke Handhavingstrategie Brzo 1999: 2013 LAT-RB. In de
                            beschrijving hieronder wordt ervan uit gegaan dat het bestuur van een
                            veiligheidsregio handhaaft.</al><al/><al>De procedure verloopt als volgt:</al><lijst><li nr="-"><al><cursief>Opstellen waarschuwingsbrief</cursief></al><al>Deze brief wordt binnen 8 weken na afronding van de inspectie
                                    aan het bedrijf gezonden. In de brief wordt aangegeven wat de
                                    overtreding is en binnen welke (redelijke) termijn deze moet
                                    worden beëindigd. Bij het bepalen van de termijn is van belang
                                    wat de risico’s zijn bij voortduring van de overtreding. In
                                    principe dient te worden gekozen voor de kortst mogelijke
                                    termijn. Het is echter ook relevant om te bezien hoeveel tijd
                                    het redelijkerwijs kost om de overtreding te beëindigen
                                    (bijvoorbeeld levertijden van leveranciers). De gestelde termijn
                                    dient met andere woorden ook haalbaar te zijn. </al><al>De waarschuwingsbrief vermeldt ook dat indien de overtreding
                                    niet binnen de gestelde termijn is beëindigd het bestuur van de
                                    veiligheidsregio een bestuurlijke sanctie oplegt. Met de brief
                                    wordt het bedrijf tevens in de gelegenheid gesteld om binnen
                                    twee weken een zienswijze in te dienen met betrekking tot de
                                    geconstateerde feiten, de belangen en de voorgenomen
                                    bestuurlijke sanctie. </al></li><li nr="-"><al><cursief>Hercontrole</cursief></al><al>Naafloop van de termijn die in de waarschuwingsbrief
                                    is genoemd, wordt een hercontrole uitgevoerd. Als tijdens deze
                                    controle blijkt dat de overtreding nog steeds voortduurt dan
                                    wordt vanaf dat moment de aanpak bij reactie 1 gevolgd,
                                    beginnende met de handhavingsbeschikking (het vragen van een
                                    zienswijze hoeft niet want dat heeft al plaatsgevonden met de
                                    waarschuwingsbrief).</al></li></lijst><al/><al>Hieronder is een schematische weergave opgenomen van reactie 2.</al><al/><al><cursief>Schema reactie 2</cursief></al><al/><al><plaatje><illustratie id="ie9a20889-3ca7-476c-95fd-fda7dcf714ba" naam="i242936ie9a20889-3ca7-476c-95fd-fda7dcf714ba.png" type="foto" breedte="14cm" hoogte="9.2cm"/></plaatje></al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>4.3</nr><titel>Strafrechtelijke aanpak</titel></kop><structuurtekst><al>De artikelen 13, eerste lid, 14, eerste en tweede lid, 16, vijfde lid,
                            en 21, eerste lid, van het Brzo bevatten verplichtingen die op grond van
                            artikel 48 Wvr zijn gesteld en in artikel 25 van het Brzo als strafbaar
                            feit zijn aangemerkt. De verplichtingen met betrekking tot
                            bedrijfsbrandweren zijn strafbaar gesteld in artikel 64, vierde lid van
                            de Wvr.</al><al/><al>In de Landelijke Handhavingstrategie Brzo 1999: 2013 is aangegeven dat
                            bestuursrecht en strafrecht elkaar aanvullen. Handhaving berust op zowel
                            bestuurlijke als strafrechtelijke pijlers<noot id="d18557e1026"><noot.nr> 8 </noot.nr><noot.al>Zie
                                    kabinetsstandpunt inzake 'Bijzondere opsporingsdiensten'
                                    (1999/2000) en 'kaderstellende visie op toezicht'
                                    (2001)</noot.al><noot.al/></noot>.<sup/> Deze pijlers richten zich op twee doelen: afdwingen dat
                            overtredingen worden opgeheven en bestraffen van gepleegde
                            overtredingen. Het uitgangspunt is om eerst zoveel mogelijk via het
                            bestuursrecht op te treden en strafrecht als ultimum remedium in te
                            zetten. Tenzij direct al blijkt dat het bestuursrecht te beperkte
                            mogelijkheden biedt om op te treden. Dan worden beide pijlers
                            complementair ingezet. </al><al/><al>In lijn met de landelijke handhavingsstrategie kiezen de
                            veiligheidsregio’s voor een op elkaar afgestemd bestuurlijk en
                            strafrechtelijk optreden tegen overtredingen. Uit onderstaand
                            stroomschema vloeit voort met welk sanctie-instrumentarium gehandhaafd
                            wordt indien er sprake is van een te handhaven overtreding:</al><lijst><li nr="-"><al>alleen bestuurlijk;</al></li><li nr="-"><al>alleen strafrechtelijk of</al></li><li nr="-"><al>een combinatie van bestuurs- en strafrechtelijk handhaven.</al></li></lijst><al/><al>De keuze voor bestuursrecht en/of strafrecht hangt af van factoren die
                            samenhangen met de overtreding en de overtreder. Uitgangspunt is dat het
                            bestuursrecht (met uitzondering van de bestuurlijke boete) vooral
                            gericht is op herstel, terwijl het strafrecht vooral op straffen is
                            gericht. Indien een overtreding en de gevolgen ervan niet meer ongedaan
                            te maken zijn, is een bestuurlijke herstelactie niet aan de orde en
                            blijft bestraffing over. Wanneer de overtreding en de gevolgen wel
                            ongedaan te maken zijn, hangt het van een aantal aspecten af of het
                            strafrecht ook een rol moet spelen. Deze zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>ernstig gevaar;</al></li><li nr="-"><al>ernstige schade;</al></li><li nr="-"><al>economisch voordeel;</al></li><li nr="-"><al>een malafide, calculerende, recidiverende of belemmerende
                                    dader.</al></li></lijst><al/><al>Recidive en de andere genoemde omstandigheden maken dat naast herstel
                            een zogenaamde ‘tik op de vingers’ op zijn plaats is.</al><al/><al>Het afwegingskader om te komen tot een bestuurlijke en/of
                            strafrechtelijke sanctie is weergegeven in het figuur hieronder.</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i637559cf-0aec-4685-b526-2c5c11abe3b9" naam="i242937i637559cf-0aec-4685-b526-2c5c11abe3b9.png" type="foto" breedte="15.4cm" hoogte="9.3cm"/></plaatje></al><al>Omdat de toezichthouders van de veiligheidsregio’s op dit moment geen
                            opsporingsbevoegdheid hebben zullen deze toezichthouders in de gevallen
                            die volgens het hiervoor genoemde schema leiden tot een strafrechtelijke
                            aanpak, voorlopig aangifte doen bij een opsporingsambtenaar. Dat kan
                            zijn een algemene opsporingsambtenaar (politie of OM) of een
                            buitengewone opsporingsambtenaar in dienst van een Regionale
                            Uitvoeringsdienst (RUD), provincie of gemeente. De veiligheidsregio’s
                            kunnen ook zelf een een BOA aanstellen. Daartoe zal één veiligheidsregio
                            worden aangewezen die één of twee BOA’s aanstelt. Op basis van een
                            opgemaakt proces-verbaal kan het OM besluiten de verdachte te vervolgen. </al><al/><al><vet>Aangifteplicht</vet></al><al>Ambtenaren die in de uitoefening van hun bediening kennis krijgen van
                            bepaalde misdrijven, zijn verplicht daarvan onverwijld aangifte te doen
                            aan de officier van justitie of aan een van zijn hulpofficieren (zie
                            artikel 162 van het Wetboek van strafvordering). Daarbij gaat het onder
                            andere om misdrijven waarmee inbreuk is gemaakt op een regeling waarvan
                            de uitvoering of de zorg voor de naleving aan hen is opgedragen.
                            Aangezien toezichthouders van veiligheidsregio’s de zorg hebben om toe
                            te zien op de naleving van regels op het gebied van industriële
                            veiligheid, zal na een geconstateerde overtreding, die is aan te merken
                            als misdrijf, aangifte moeten worden gedaan. Per geval zal moeten worden
                            vastgesteld of er sprake is van een misdrijf en dus een verplichting om
                            daarvan aangifte te doen<noot id="d18557e1083"><noot.nr> 9 </noot.nr><noot.al>Bij
                                    opzettelijke overtreding van de artikelen 13, eerste lid, 14,
                                    eerste en tweede lid, 16, vijfde lid, en 21, eerste lid, van het
                                    Brzo is er sprake van een misdrijf en zal dus altijd aangifte
                                    moeten worden gedaan (zie artikel 25, eerste lid van het Brzo
                                    j.o. artikel 2 Wet op de economische delicten). Bij overtreding
                                    van de overige strafbaar gestelde artikelen van het Brzo is het
                                    onduidelijk of er wel of niet sprake is van een misdrijf. Op
                                    grond van artikel 2, derde lid van de Wet op de economische
                                    delicten zou bij deze delicten in de voorschriften van het Brzo
                                    moeten zijn aangegeven of er sprake is van een misdrijf of een
                                    overtreding. Dat is echter niet gebeurd. Bij overtreding van
                                    artikel 31 van de Wvr is er nooit sprake van een misdrijf.
                                    Dergelijke feiten worden altijd aangemerkt als overtredingen
                                    (zie artikel 64, zevende lid van die wet). Van deze
                                    overtredingen zijn toezichthouders dus niet verplicht om daarvan
                                    aangifte te doen.</noot.al><noot.al/></noot><sup/>. </al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>5</nr><titel>Organisatie</titel></kop><paragraaf><kop><nr>5.1</nr><titel>Organisatorische aspecten</titel></kop><structuurtekst><al>De veiligheidsregio’s richten hun organisatie zodanig in dat een
                            adequate en behoorlijke uitvoering van dit handhavingsbeleid en het
                            jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma (zie inleiding) gewaarborgd
                            is. Daartoe dragen de veiligheidsregio’s er in ieder geval zorg voor
                            dat:</al><lijst><li nr="-"><al>de personeelsformatie ten behoeve van de handhaving en de bij de
                                    onderscheiden functies behorende taken, bevoegdheden en
                                    verantwoordelijkheden worden vastgelegd;</al></li><li nr="-"><al>de personen die zijn belast met het opstellen van
                                    bedrijfsbrandweeraanwijzingen of het adviseren aan het bevoegd
                                    gezag Wabo over omgevingsvergunningen met betrekking tot een
                                    bepaalde inrichting niet worden belast met:</al><lijst><li nr="1°."><al>het toezicht op de naleving bij die inrichting, en</al></li><li nr="2°."><al>het voorbereiden of uitvoeren van bestuurlijke sancties
                                            met betrekking tot die inrichting;</al></li></lijst></li><li nr="-"><al>een toezichthouder maximaal drie jaar wordt belast met het
                                    uitoefenen van toezicht op dezelfde inrichting;</al></li><li nr="-"><al>een beschrijving van de werkprocessen, de procedures en de
                                    bijbehorende informatievoorziening inzake het toezicht op de
                                    naleving en het voorbereiden, geven en uitvoeren van
                                    bestuurlijke sancties wordt vastgesteld;</al></li><li nr="-"><al>de uit te voeren werkzaamheden plaatsvinden overeenkomstig deze
                                    beschrijving;</al></li><li nr="-"><al>de medewerkers die zijn belast met werkzaamheden in het kader
                                    van de handhaving adequaat zijn opgeleid of zo nodig worden
                                    opgeleid op basis van een opleidingsplan (dit wordt uitgewerkt
                                    in het jaarlijks vast te stellen uitvoeringsprogramma);</al></li><li nr="-"><al>adequate technische, juridische en administratieve voorzieningen
                                    beschikbaar zijn (dit wordt uitgewerkt in het jaarlijks vast te
                                    stellen uitvoeringsprogramma);</al></li><li nr="-"><al>instrumenten en apparaten die bij de handhaving worden gebruikt
                                    in een goede staat van onderhoud verkeren en deze zonodig worden
                                    gekalibreerd;</al></li><li nr="-"><al>de voor het bereiken van het doel van dit handhavingsbeleid en
                                    de voor het uitvoeren van de activiteiten benodigde en
                                    beschikbare financiële en personele middelen inzichtelijk worden
                                    gemaakt en in de begroting worden gewaarborgd;</al></li><li nr="-"><al>de wijze van berekening van de benodigde financiële en personele
                                    middelen inzichtelijk wordt gemaakt;</al></li><li nr="-"><al>voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma voldoende
                                    benodigde financiële en personele middelen beschikbaar zijn en
                                    dat deze middelen zonodig worden aangevuld of het
                                    uitvoeringsprogramma zo nodig wordt aangepast.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>5.2</nr><titel>Monitoring en rapportage</titel></kop><structuurtekst><al>De veiligheidsregio’s bewaken de resultaten en de voortgang van de
                            uitvoering van het uitvoeringsprogramma en het bereiken van het doel van
                            dit handhavingsbeleid (zie hoofdstuk 1). Voorts registreren de
                            veiligheidsregio’s de volgende in het kader van de handhaving verkregen
                            gegevens:</al><lijst><li nr="-"><al>aantal uitgevoerde controles;</al></li><li nr="-"><al>geconstateerde overtredingen;</al></li><li nr="-"><al>aantal opgelegde bestuurlijke sancties;</al></li><li nr="-"><al>aantal processen-verbaal;</al></li><li nr="-"><al>over mogelijke overtredingen ontvangen klachten.</al></li></lijst><al/><al>Het uitvoeringsprogramma wordt jaarlijks geëvalueerd. In het kader van
                            die evaluatie wordt vastgesteld of de in het uitvoeringsprogramma
                            opgenomen activiteiten zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten
                            hebben bijgedragen aan het bereiken van het doel van dit
                            handhavingsbeleid. Het evaluatieverslag wordt aangeboden aan het
                            algemeen bestuur van de veiligheidsregio’s.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>5.3</nr><titel>Samenwerking met andere organisaties</titel></kop><structuurtekst><al>De veiligheidsregio’s voeren inspecties zoveel mogelijk integraal uit
                            waarbij wordt samengewerkt met de Inspectie SZW, het bevoegd gezag Wabo
                            en het bevoegd gezag Waterwet.</al><al/><al>Met betrekking tot de handhaving (sanctionering) vindt afstemming plaats
                            met de andere bevoegde handhavingsorganisaties. Er worden bijvoorbeeld
                            afspraken gemaakt over de uit te voeren nacontroles. Na de controle
                            wordt door het controleteam bovendien afgestemd wie bevoegd is en welke
                            organisatie de meest geëigende handhavingsmiddelen heeft om de
                            overtreding te beëindigen.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel>Handhavingsmogelijkheden Brzo</titel></kop><al>De tabel hieronder is afkomstig uit de landelijke sanctiestrategie. Hierin is
                    weergegeven welke bestuursorganen bevoegd zijn om de verschillende wettelijke
                    verplichtingen van het Brzo te handhaven. Daarbij wordt onderscheid gemaakt
                    tussen bestuurlijke en strafrechtelijke handhaving. Onder bestuurlijke
                    handhaving wordt verstaan het toepassen van een bestuurlijke sanctie
                    (bestuurlijke boete, last onder bestuursdwang/dwangsom). Het houden van toezicht
                    op de naleving van de verplichtingen valt er dus buiten. Ook is aangegeven wat
                    de wettelijke grondslag is voor de bestuurlijke en strafrechtelijke
                    handhaving.</al><al/><al>De organisaties waarom het gaat zijn:</al><lijst><li nr="·"><al>Inspectie SZW (SZW)</al></li><li nr="·"><al>Bevoegd gezag Wm/Wabo (BG)</al></li><li nr="·"><al>Bestuur van de veiligheidsregio’s (VR)</al><al/></li></lijst><table><tgroup cols="10"><colspec colname="col1" colwidth="9*"/><colspec colname="col2" colwidth="28*"/><colspec colname="col3" colwidth="37*"/><colspec colname="col4" colwidth="6*"/><colspec colname="col5" colwidth="1*"/><colspec colname="col6" colwidth="6*"/><colspec colname="col7" colwidth="0*"/><colspec colname="col8" colwidth="6*"/><colspec colname="col9" colwidth="0*"/><colspec colname="col10" colwidth="6*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Artikel Brzo</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Onderwerp</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Wettelijke grondslag </vet></al><al><vet>handhaving</vet></al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al><vet>Handhaven via bestuursrecht (Br) en strafrecht
                                            (Sr)</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al><vet>SZW</vet></al></entry><entry colname="col7" nameend="col8" namest="col7"><al><vet>BG</vet></al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al><vet>VR</vet><vet>*</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>3, tweede lid </al></entry><entry colname="col2" morerows="1"><al>Veiligheid en gezondheid van werknemers</al></entry><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25, derde en vierde
                                        lid Brzo</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Br</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid
                                        Brzo</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Sr</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>5, eerste lid </al></entry><entry colname="col2" morerows="1"><al>Maatregelen treffen om zware ongevallen te voorkomen en de
                                        gevolgen daarvan voor mens en milieu te beperken</al></entry><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25, derde en vierde
                                        lid Brzo</al><al>Artikel 8.40 en 18.1b van de Wm j.o. artikel 5.2 van de
                                        Wabo</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Br</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>+</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid
                                        Brzo</al><al>Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Sr</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>+</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>5, tweede lid</al></entry><entry colname="col2" morerows="1"><al>Preventiebeleid zware ongevallen</al><al>(PBZO)</al></entry><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25, derde en vierde
                                        lid Brzo</al><al>Artikel 8.40 en 18.1b van de Wm j.o. artikel 5.2 van de
                                        Wabo</al><al>Artikel 48 en 63 Wvr</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Br</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>+</al></entry><entry colname="col10"><al>+</al></entry></row><row><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid
                                        Brzo</al><al>Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Sr</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>+</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>5, derde lid </al></entry><entry colname="col2" morerows="1"><al>Veiligheidsbeheerssysteem (VBS) invoeren</al></entry><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25, derde en vierde
                                        lid Brzo</al><al>Artikel 8.40 en 18.1b van de Wm j.o. artikel 5.2 van de
                                        Wabo</al><al>Artikel 48 en 63 Wvr</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Br</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>+</al></entry><entry colname="col10"><al>+</al></entry></row><row><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid
                                        Brzo</al><al>Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Sr</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>+</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>5, vierde lid </al></entry><entry colname="col2" morerows="1"><al>Herzien van het PBZO en VBS</al></entry><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25, derde en vierde
                                        lid Brzo</al><al>Artikel 8.40 en 18.1b van de Wm j.o. artikel 5.2 van de
                                        Wabo</al><al>Artikel 48 en 63 Wvr</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Br</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>+</al></entry><entry colname="col10"><al>+</al></entry></row><row><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid
                                        Brzo</al><al>Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Sr</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>+</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>6, eerste lid </al></entry><entry colname="col2" morerows="1"><al>Significante wijziging melden</al></entry><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25, derde en vierde
                                        lid Brzo</al><al>Artikel 8.40 en 18.1b van de Wm j.o. artikel 5.2 van de
                                        Wabo</al><al>Artikel 48 en 63 Wvr</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Br</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>+</al></entry><entry colname="col10"><al>+</al></entry></row><row><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid
                                        Brzo</al><al>Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Sr</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>+</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>7, derde lid</al></entry><entry colname="col2" morerows="1"><al>Uitwisselen van gegevens tussen inrichtingen met
                                        domino-effecten</al></entry><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25, derde en vierde
                                        lid Brzo</al><al>Artikel 8.40 en 18.1b van de Wm j.o. artikel 5.2 van de
                                        Wabo</al><al>Artikel 48 en 63 Wvr</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Br</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>+</al></entry><entry colname="col10"><al>+</al></entry></row><row><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid
                                        Brzo</al><al>Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Sr</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>+</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>9</al></entry><entry colname="col2" morerows="1"><al>Actueel veiligheidsrapport (VR) moet aanwezig zijn</al></entry><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25, derde en vierde
                                        lid Brzo</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Br</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid
                                        Brzo</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Sr</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>10, eerste lid </al></entry><entry colname="col2" morerows="1"><al>VR moet aangegeven inhoud hebben</al></entry><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25, derde en vierde
                                        lid Brzo</al><al>Artikel 8.40 en 18.1b van de Wm j.o. artikel 5.2 van de
                                        Wabo</al><al>Artikel 48 en 63 Wvr</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Br</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>+</al></entry><entry colname="col10"><al>+</al></entry></row><row><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid
                                        Brzo</al><al>Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Sr</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>+</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>11, eerste lid</al></entry><entry colname="col2" morerows="1"><al>Werkgever moet VR openbaar maken</al></entry><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25, derde en vierde
                                        lid Brzo</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Br</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid
                                        Brzo</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Sr</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="1"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al/></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al/></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al/></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al/></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>13, eerste lid </al></entry><entry colname="col2" morerows="1"><al>Bij vergunningaanvraag VR met gegevens nodig voor
                                        voorbereiding rampenbestrijding</al></entry><entry colname="col3"><al>Artikel 48 en 63 Wvr</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Br</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>+</al></entry></row><row><entry colname="col3"><al>Artikel 48 en 64, zesde lid Wvr, art. 1a, onder 1 Wed en
                                        art. 25, eerste lid Brzo</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Sr</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>+</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>13, tweede lid</al></entry><entry colname="col2" morerows="1"><al>VR completeren voordat (onderdeel) van inrichting in werking
                                        wordt gebracht</al></entry><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25, derde en vierde
                                        lid Brzo</al><al>Artikel 8.40 en 18.1b van de Wm j.o. artikel 5.2 van de
                                        Wabo</al><al>Artikel 48 en 63 Wvr</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Br</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>+</al></entry><entry colname="col10"><al>+</al></entry></row><row><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid
                                        Brzo</al><al>Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Sr</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>+</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>13, derde lid</al></entry><entry colname="col2" morerows="1"><al>VR herzien bij veranderingen inrichting</al></entry><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25, derde en vierde
                                        lid Brzo</al><al>Artikel 8.40 en 18.1b van de Wm j.o. artikel 5.2 van de
                                        Wabo</al><al>Artikel 48 en 63 Wvr</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Br</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>+</al></entry><entry colname="col10"><al>+</al></entry></row><row><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid
                                        Brzo</al><al>Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Sr</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>+</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>14, eerste lid</al></entry><entry colname="col2" morerows="1"><al>VR elke 5 jaar evalueren</al></entry><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25, derde en vierde
                                        lid Brzo</al><al>Artikel 8.40 en 18.1b van de Wm j.o. artikel 5.2 van de
                                        Wabo</al><al>Artikel 48 en 63 Wvr</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Br</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>+</al></entry><entry colname="col10"><al>+</al></entry></row><row><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid
                                        Brzo</al><al>Artikel 48 en 64, zesde lid Wvr, art. 1a, onder 1 Wed en
                                        art. 25, eerste lid Brzo</al><al>Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Sr</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>+</al></entry><entry colname="col10"><al>+</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>14, tweede lid</al></entry><entry colname="col2" morerows="1"><al>Nieuw VR indienen bij nieuwe inzichten of ontwikkelingen en
                                        op verzoek bevoegd gezag</al></entry><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25, derde en vierde
                                        lid Brzo</al><al>Artikel 8.40 en 18.1b van de Wm j.o. artikel 5.2 van de
                                        Wabo</al><al>Artikel 48 en 63 Wvr</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Br</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>+</al></entry><entry colname="col10"><al>+</al></entry></row><row><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid
                                        Brzo</al><al>Artikel 48 en 64, zesde lid Wvr, art. 1a, onder 1 Wed en
                                        art. 25, eerste lid Brzo</al><al>Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Sr</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>+</al></entry><entry colname="col10"><al>+</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>16, vijfde lid </al></entry><entry colname="col2" morerows="1"><al>Voldoen aan verzoek om aanvullende inlichtingen als VR
                                        onvolledig is</al></entry><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25, derde en vierde
                                        lid Brzo</al><al>Artikel 8.40 en 18.1b van de Wm j.o. artikel 5.2 van de
                                        Wabo</al><al>Artikel 48 en 63 Wvr</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Br</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>+</al></entry><entry colname="col10"><al>+</al></entry></row><row><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid
                                        Brzo</al><al>Artikel 48 en 64, zesde lid Wvr, art. 1a, onder 1 Wed en
                                        art. 25, eerste lid Brzo</al><al>Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Sr</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>+</al></entry><entry colname="col10"><al>+</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>17</al></entry><entry colname="col2" morerows="1"><al>VR in zevenvoud indienen; meer exemplaren op verzoek bevoegd
                                        gezag</al></entry><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25, derde en vierde
                                        lid Brzo</al><al>Artikel 8.40 en 18.1b van de Wm j.o. artikel 5.2 van de
                                        Wabo</al><al>Artikel 48 en 63 Wvr</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Br</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>+</al></entry><entry colname="col10"><al>+</al></entry></row><row><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid
                                        Brzo</al><al>Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Sr</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>+</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>21, eerste lid </al></entry><entry colname="col2" morerows="1"><al>Stoffenlijst bijhouden van de gevaarlijke stoffen die
                                        aanwezig zijn</al></entry><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25, derde en vierde
                                        lid Brzo</al><al>Artikel 8.40 en 18.1b van de Wm j.o. artikel 5.2 van de
                                        Wabo</al><al>Artikel 48 en 63 Wvr</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Br</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>+</al></entry><entry colname="col10"><al>+</al></entry></row><row><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid
                                        Brzo</al><al>Artikel 48 en 64, zesde lid Wvr, art. 1a, onder 1 Wed en
                                        art. 25, eerste lid Brzo</al><al>Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Sr</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>+</al></entry><entry colname="col10"><al>+</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>22, eerste lid </al></entry><entry colname="col2" morerows="1"><al>Intern noodplan moet aanwezig zijn met inhoud die in bijlage
                                        IV is opgesomd</al></entry><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25, derde en vierde
                                        lid Brzo</al><al>Artikel 48 en 63 Wvr</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Br</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>+</al></entry></row><row><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid
                                        Brzo</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Sr</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>22, tweede lid </al></entry><entry colname="col2" morerows="1"><al>Intern noodplan eens per drie jaar evalueren en zonodig
                                        herzien</al></entry><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25, derde en vierde
                                        lid Brzo</al><al>Artikel 48 en 63 Wvr</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Br</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>+</al></entry></row><row><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid
                                        Brzo</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Sr</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>22, derde lid</al></entry><entry colname="col2" morerows="1"><al>Overleg met werknemers over noodplan</al></entry><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25, derde en vierde
                                        lid Brzo</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Br</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid
                                        Brzo</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Sr</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>22, vierde lid</al></entry><entry colname="col2" morerows="1"><al>Intern noodplan moet door werkgever openbaar worden
                                        gemaakt</al></entry><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25, derde en vierde
                                        lid Brzo</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Br</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid
                                        Brzo</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Sr</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>23, eerste lid</al></entry><entry colname="col2" morerows="1"><al>Inrichting niet in werking bij onvoldoende maatregelen ter
                                        bescherming van werknemers</al></entry><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 23 en 25, vierde lid
                                        Brzo</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Br</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid
                                        Brzo</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Sr</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>26 – 28 </al></entry><entry colname="col2" morerows="1"><al>Kennisgeving doen, stoffenlijst opstellen en VR indienen
                                        (artikelen niet meer relevant)</al></entry><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25, derde en vierde
                                        lid Brzo</al><al>Artikel 8.40 en 18.1b van de Wm j.o. artikel 5.2 van de
                                        Wabo</al><al>Artikel 48 en 63 Wvr</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Br</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>+</al></entry><entry colname="col10"><al>+</al></entry></row><row><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid
                                        Brzo</al><al>Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Sr</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>+</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>29</al></entry><entry colname="col2" morerows="1"><al>Bij regeling Minister SZW regels stellen over gegevens
                                        verstrekken na zwaar ongeval</al></entry><entry colname="col3"><al>bepaalde artikelen uit de Rrzo op bais hiervan</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Br</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col3"><al>Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid
                                        Brzo</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Sr</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>+</al></entry><entry colname="col8" nameend="col9" namest="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>* Het bestuur van de veiligheidsregio is alleen bevoegd om de verplichtingen die
                    gelden voor VR-plichtige inrichtingen te handhaven.</al><al/></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>2</nr><titel>Voorbeelden van ernstige en niet-ernstige overtredingen</titel></kop><al><onderstreept>Voorbeelden m.b.t. bedrijfsbrandweer</onderstreept></al><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="31*"/><colspec colname="col2" colwidth="47*"/><colspec colname="col3" colwidth="21*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Eisen bedrijfsbrandweer</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Voorbeelden van bevindingen</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Ernstige overtreding</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Bluswatervoorziening</al></entry><entry colname="col2"><al>De pompen voor de bluswatervoorziening leveren onvoldoende
                                        druk om voldoende bluswater te kunnen genereren.</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>I.v.m een “dead-end “ in de ringleiding zijn 2 van de 40
                                        hydranten niet in staat om op ieder punt de
                                        vereiste/vergunde/benodigde capaciteit te leveren.</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Incidentbestrijdings- en -beheersmiddelen<noot id="d18557e2404"><noot.nr> 10</noot.nr><noot.al>Het geheel aan middelen die de bedrijfsbrandweer
                                                ten dienste staan bij de uitoefening van haar taak.
                                                De logistieke en infrastructurele voorzieningen,
                                                passieve middelen/voorzieningen die een rol spelen
                                                in de incidentscenario(’s) en koel– en
                                                blusvoorzieningen (brandbeveiligingssystemen) vormen
                                                hier een onderdeel van. Het betreft zowel mobiele,
                                                als stationaire voorzieningen.</noot.al></noot></al></entry><entry colname="col2"><al>De incidentbestrijdings- en -beheersmiddelen vertonen
                                        gebreken en zijn daardoor niet bedrijfszeker en voor
                                        onmiddellijk gebruik gereed of deze middelen zijn niet goed
                                        bereikbaar. </al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Voor deze middelen is geen onderhouds- en inspectiesysteem
                                        ingevoerd</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Actuele info voor overheidsbrandweer ter voorbereiding op
                                        incident</al></entry><entry colname="col2"><al>De bedrijfseigen aanvalsplannen/inzetplannen worden niet aan
                                        de overheid toegestuurd of de aangeboden informatie is niet
                                        volledig.</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Actuele info voor overheidsbrandweer tijdens incident</al></entry><entry colname="col2"><al>Tijdens een incident is geen of onvoldoende informatie
                                        verstrekt, bijvoorbeeld m.b.t.</al><al>-de aanwezige gebouwen, procesinstallaties, opslageenheden
                                        en leidingrekken en -straten;</al><al>-Actuele gegevens van binnen de installaties en
                                        opslageenheden (insluitsystemen) aanwezige gevaarlijke
                                        stoffen</al><al>-de aanrijroute;</al><al>-de incidentbestrijdings –en beheersmiddelen in en op de
                                        installaties;</al><al>-een actueel intern noodplan.</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Beschermende middelen</al></entry><entry colname="col2"><al>De beschermende middelen zoals gaspakken, chemicaliënpakken,
                                        filterbussen, ademluchtflessen</al><al>zijn niet tijdig gekeurd.</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Tijdig (binnen 6 minuten) basissterkte aanwezig</al></entry><entry colname="col2"><al>Tijdens een oefening is gebleken dat de basissterkte niet
                                        tijdig aanwezig was op de incidentlocatie.</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Uit controle blijkt dat één van de leden van de basissterkte
                                        niet:</al><al>-tijdig medisch is (her)keurd;</al><al>-onvoldoende opgeleid, of</al><al>-niet alle oefeningen heeft gevolgd.</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Door verloop in de organisatie is de bezetting van de
                                        ploegen mogelijk, maar is de organisatie zeer kwetsbaar in
                                        geval van ziekte, bezetting nacht periode, weekeinde en
                                        vakantieperiode.</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Doormelding naar RAC voor registratie incidenten</al></entry><entry colname="col2"><al>Alarmering naar RAC is niet geborgd met noodplan, procedure
                                        of protocol.</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Oefenprogramma</al></entry><entry colname="col2"><al>Er is geen oefenprogramma opgesteld of het opgestelde
                                        oefenprogramma voldoet niet aan de eisen.</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Het oefenprogramma is niet tijdig ingediend.</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gids</al></entry><entry colname="col2"><al>Er is niet voorzien in de gids functie.</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Incident binnen 1 minuut melden aan bemande meldpost en
                                        onmiddellijk melden aan (bedrijfs)brandweer</al></entry><entry colname="col2"><al>Een incident is eerst bestreden door de BHV-organisatie,
                                        toen dit niet succesvol was is na een kwartier de
                                        bedrijfsbrandweer en de overheidsbrandweer gealarmeerd.</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Alarmering is niet in procedure of protocol geborgd.</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kennis/vaardigheid personeel voor bediening middelen</al></entry><entry colname="col2"><al>Gebleken is dat een bedrijfsbrandweermedewerker onvoldoende
                                        kennis van en inzicht heeft in de werking van de aanwezige
                                        incidentbestrijdings– en –beheersmiddelen of onvoldoende
                                        vaardig is in de bediening van deze middelen</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kennisoverdracht naar aannemer die basissterkte
                                        verzorgt</al></entry><entry colname="col2"><al>Door onderbezetting zijn diverse personen ingehuurd om in de
                                        basissterkte te worden opgenomen. De ingehuurde personen
                                        zijn echter niet voldoende geoefend en op de hoogte van de
                                        bedrijfsspecifieke situatie.</al></entry><entry colname="col3"><al> Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Leidinggevenden hebben kennis over structuur
                                        overheidsbrandweer</al></entry><entry colname="col2"><al>De leidinggevenden van het bedrijf (welke een taak hebben in
                                        het COPI) hebben geen inzicht in de structuur van de
                                        overheidsbrandweer.</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Melden beperkte inzetbaarheid</al></entry><entry colname="col2"><al>Melden van uitval technische middelen of van beperkte
                                        inzetbaarheid van de ploeg vindt niet plaats.</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Mobiele middelen doelmatig opgeslagen</al></entry><entry colname="col2"><al>Brandweerauto kan niet uit de garage worden gereden omdat
                                        het voorterrein als parkeerplaats wordt gebruikt.</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Netwerk 2x per jaar spoelen</al></entry><entry colname="col2"><al>Het spoelprogramma is niet uitgevoerd.</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Het spoelprogramma is niet doelmatig, zo is de spoelsnelheid
                                        en spoeltijd niet benoemd. Eveneens wordt de koppelleiding
                                        met het buurbedrijf niet gespoeld.</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Registratie onderhoud, oefeningen en evaluaties in
                                        journaal</al></entry><entry colname="col2"><al>Het journaal van de bedrijfsbrandweer is over veel
                                        verschillende systemen verdeeld. Hoewel de informatie
                                        aanwezig is kon niet alle informatie worden getoond tijdens
                                        de inspectie.</al></entry><entry colname="col3"><al> Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Oefenprogramma indienen voor 1 februari</al></entry><entry colname="col2"><al>Het programma is niet volledig.</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Het programma is in het geheel niet aanwezig Er is niet
                                        voldaan aan het oefenprogramma in het voorgaande jaar.</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Opleidingen</al></entry><entry colname="col2"><al>Een bedrijfsbrandweermedewerker heeft niet aantoonbaar de
                                        voor zijn/haar specifieke functie en taak van toepassing
                                        zijnde opleidingen gevolgd en voltooid.</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Passieve beschermingsmiddelen die als LOD zijn
                                        opgevoerd</al></entry><entry colname="col2"><al>De doorvoeringen van de Opvangbak/tankput zijn niet
                                        afgedicht.</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Fireproofing is niet onderhouden: stukken fireproofing zijn
                                        van de kolom gehaald vanwege een uitbreiding van de
                                        installatie.</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Stationaire middelen functioneel testen</al></entry><entry colname="col2"><al>De jaarlijkse functionele test is niet uitgevoerd.</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Schuimvormend middel</al></entry><entry colname="col2"><al>SVM tank staat in de buitenlucht, in tegenstelling tot de
                                        specificaties behorende bij de schuimsoort.</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Geen of te weinig SVM aanwezig</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Testen motorisch aangedreven middelen</al></entry><entry colname="col2"><al>De Bluswaterpompen worden maandelijks getest i.p.v.
                                        wekelijks</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toelaten bevoegd gezag bij oefeningen</al></entry><entry colname="col2"><al>Het bedrijf wil geen oefeningen uitvoeren onder toezicht van
                                        de inspecteur van de brandweer?</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Verbindingsmiddelen beschikbaar voor bedrijfsbrandweer</al></entry><entry colname="col2"><al>Portofoons zijn niet opgeladen of werken niet,
                                        portofoonbediening is niet bekend, portofoon in combinatie
                                        met gaspak werkt niet.</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Verplaatsen SVM</al></entry><entry colname="col2"><al>Aanhanger met schuim aanwezig maar geen
                                        trekker/haak-armvoertuig.</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Voor 1 februari overzicht sterkte bedrijfsbrandweer
                                        doorgeven</al></entry><entry colname="col2"><al>Er wordt geen overzicht van de bedrijfsbrandweer
                                        doorgegeven.</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Tijdelijke wijziging van bedrijfsbrandweervoorzieningen</al></entry><entry colname="col2"><al>Vanwege uitval of reparatie kan tijdelijk niet aan de
                                        verplichting worden voldaan om de aanwezige
                                        bedrijfsbrandweervoorzieningen voor direct gebruik gereed te
                                        hebben. Dit is niet direct door het bedrijf gemeld
                                        (wijziging tijdelijke bedrijfsbrandweervoorzieningen).</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>De wijziging is direct door het bedrijf gemeld waarbij is
                                        aangegeven welke noodmaatregelen (zoals vervangend
                                        materiaal) zijn genomen om het brandveiligheidniveau te
                                        waarborgen.</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><onderstreept>Voorbeelden m.b.t.
                        </onderstreept><onderstreept>Brzo</onderstreept></al><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="29*"/><colspec colname="col2" colwidth="49*"/><colspec colname="col3" colwidth="23*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Eisen </vet><vet>Brzo</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Voorbeelden van bevindingen</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Ernstige overtreding</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="13"><al>Veiligheidsbeheerssysteem</al></entry><entry colname="col2"><al>Geen VBS aanwezig of er ontbreken elementen die uit oogpunt
                                        van risicobeheersing van groot belang zijn.</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>VBS niet herzien na een doorgevoerde verandering binnen de
                                        inrichting.</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Het in bedrijf hebben van apparatuur en processen met
                                        gevaarlijke stoffen, waarvan de risico’s niet zijn
                                        geïdentificeerd.</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Het in bedrijf hebben van gevaarlijke apparatuur, waaraan
                                        wijzigingen zijn uitgevoerd, die niet in overeenstemming
                                        zijn met het ontwerp van de apparatuur, en die de veiligheid
                                        in gevaar brengen.</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Het in afwezigheid van een adequaat beheerssysteem
                                        overbruggen dan wel buiten werking stellen van noodzakelijke
                                        beveiligingen.</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Het in bedrijf hebben van apparatuur en processen met
                                        gevaarlijke stoffen, zonder adequate borging: een (minimaal)
                                        redelijk functionerend VBS met het ontbreken of onvolledig
                                        zijn van de VBS elementen b, c, d, e, of f.</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Het in bedrijf hebben van apparatuur en processen met
                                        gevaarlijke stoffen, zonder adequate borging: een redelijk
                                        functionerend VBS met het ontbreken of onvolledig zijn van
                                        de VBS elementen g, of h.</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Ontbreken van risico-identificatie en evaluatie.</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Documentatie m.b.t. veiligheidskritische installaties en
                                        processen niet op orde.</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Ondeskundig personeel waardoor de veiligheid van
                                        bedrijfsprocessen in het geding is.</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Achterstallig onderhoud veiligheidskritische
                                        installaties.</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>De PDCA cyclus in het VBS als geheel of in essentiële
                                        elementen werkt niet.</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Ontbreken (uitvoering) onderhoudsbeleid veiligheidskritische
                                        (technische) maatregelen.</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Onvoldoende borging onderhoudsbeleid.</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Veiligheidsrapport</al></entry><entry colname="col2"><al>Veiligheidsrapport niet actueel. Tijdens inspectie blijkt de
                                        feitelijke situatie anders te zijn dan beschreven in het
                                        VR.</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Stoffenlijst</al></entry><entry colname="col2"><al>Geen stoffenlijst aanwezig of niet direct toegankelijk (ook
                                        ’s nachts, in het weekend en bij computerstoring).</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>De aanwezige stoffenlijst voldoet niet aan artikel 14 Rrzo
                                        of is niet helemaal compleet.</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Er is niet geborgd en procedureel vastgelegd wie de lijst
                                        aan de hulpdiensten overhandigt.</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Noodplan</al></entry><entry colname="col2"><al>Noodplan niet actueel of niet volledig (bijlage IV).</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Geen noodplan aanwezig of niet direct toegankelijk.</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>3</nr><titel>Afwegingskader voor keuze bestuursdwang of dwangsom</titel></kop><al><onderstreept>Last onder bestuursdwang</onderstreept></al><al>Onder last onder bestuursdwang wordt verstaan: de herstelsanctie,
                    inhoudende:</al><lijst><li nr="-"><al>een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en</al></li><li nr="-"><al>de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen
                            ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt
                            uitgevoerd.</al></li></lijst><al/><al>Bestuursdwang is bij uitstek een herstelsanctie waarmee de gevolgen van een
                    begane overtreding ongedaan worden gemaakt. Indien een verplichting om iets te
                    doen niet is nagekomen, dan kan de veiligheidsregio met bestuursdwang de
                    handeling alsnog verrichten (op kosten van de overtreder). Bestuursdwang kan
                    echter ook worden gebruikt om een herhaling van een overtreding te voorkomen of
                    het voortduren van de overtreding tegen te gaan. Bij dat laatste kan worden
                    gedacht aan het sluiten en verzegelen van een installatie die niet voldoet aan
                    de veiligheidsvoorschriften.</al><al/><al><onderstreept>Last onder dwangsom</onderstreept></al><al>Onder last onder dwangsom wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende:</al><lijst><li nr="-"><al>een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en</al></li><li nr="-"><al>de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet of niet
                            tijdig wordt uitgevoerd.</al></li></lijst><al/><al>Een last onder dwangsom is vooral geschikt om een herhaling van een overtreding
                    te voorkomen en om een einde te doen maken aan het voortduren van een
                    overtreding. Daarbij functioneert de dwangsom als financiële prikkel om het
                    verboden gedrag niet te herhalen of om deze te beëindigen. De dwangsom kan
                    echter ook worden gebruikt om de gevolgen van een overtreding ongedaan te maken.
                    De financiële prikkel zal de overtreder ertoe moeten brengen om iets te
                    doen.</al><al/><al><onderstreept>Samenloop</onderstreept></al><al>Bestuursdwang en dwangsom mogen niet tegelijkertijd worden toegepast voor
                    dezelfde overtreding (art. 5:6 Awb). Wel mogen ze na elkaar worden toegepast.
                    Wanneer in eerste instantie een dwangsom is opgelegd en later blijkt dat dit
                    geen effect sorteert, kan de last onder dwangsom worden ingetrokken en een last
                    onder bestuursdwang worden opgelegd. Uiteraard is het ook niet toegestaan om
                    voor dezelfde overtreding tegelijkertijd meerdere lasten onder dwangsom of
                    lasten onder bestuursdwang van kracht te laten zijn.</al><al/><al><onderstreept>Welk middel?</onderstreept></al><al>In principe is het bestuursorgaan (bestuur veiligheidsregio) vrij in de keuze
                    tussen een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom. Wel hangt het
                    van de situatie af welk middel het meest geschikt is. Zo heeft het toepassen van
                    bestuursdwang als kenmerk dat onmiddellijk de illegale situatie wordt hersteld.
                    Nadeel van bestuursdwang is dat de veiligheidsregio dit zelf moet uitvoeren en
                    daarmee ook primair de kosten daarvan draagt (behoudens de mogelijkheid om de
                    kosten te verhalen op draagkrachtige overtreders).</al><al/><al>Het karakter van een dwangsom is meer indirect; de overtreder verbeurt een
                    bedrag wanneer hij niet voldoet aan de voorwaarden. Hierbij moet de financiële
                    prikkel het werk doen. De wet schrijft wel voor dat voor het opleggen van een
                    last onder dwangsom niet wordt gekozen indien het belang dat het betrokken
                    voorschrift beoogt te beschermen zich daartegen verzet (art. 5:32 lid 2Awb).
                    Hiermee wordt bijvoorbeeld gedoeld op een situatie waar de veiligheidsbelangen
                    ernstig worden geschaad en op korte termijn herstel plaats dient te vinden. Dan
                    is bestuursdwang een beter instrument om toe te passen. </al><al/><al>De veiligheidsregio’s maken in beginsel (de meeste situaties) gebruik van het
                    opleggen van een last onder dwangsom. Alleen wanneer het belang van de
                    veiligheid of de rampenbestrijding meer gebaat is bij het toepassen van
                    bestuursdwang is dat anders. De ervaring leert dat het inzetten van een dwangsom
                    een zeer effectief middel is om overtredingen ongedaan te maken. Tot innen van
                    een dwangsom komt het maar zelden, meestal is voor die tijd de overtreding
                    ongedaan gemaakt.</al><al/><al><onderstreept>Spoedeisende bestuursdwang</onderstreept></al><al>Bij een calamiteit of een directe (ernstige) bedreiging van de belangen van de
                    veiligheid of rampenbestrijding kan de veiligheidsregio direct optreden. Op het
                    moment dat ernstige overtredingen worden geconstateerd door een toezichthouder
                    moet een afweging worden gemaakt. Wanneer er sprake is van een zodanige
                    gevaarlijke of bedreigende situatie waarbij de belangen van de veiligheid of
                    rampenbestrijding ernstig in het gedrang komen, zullen de werkzaamheden of een
                    installatie direct worden stilgelegd. Dit is ter beoordeling van de
                    toezichthouder ter plaatse en hangt geheel af van de omstandigheden. Het
                    stilleggen van werkzaamheden of een installatie is in feite het uitvoeren van
                    bestuursdwang, een sanctie dus. Dit kan alleen in zeer spoedeisende situaties
                    waarin de bedreiging voor de veiligheidsbelangen of rampenbestrijding dermate
                    ernstig is dat direct opgetreden moet worden. </al><al/><al>De mogelijkheid om direct op te treden is vastgelegd in artikel 5:31, lid 2 Awb.
                    De bedoeling van de wetgever is dat deze bevoegdheid met gepaste
                    terughoudendheid wordt gebruikt. Het artikel schept de mogelijkheid direct op te
                    treden, zonder dit besluit van te voren op schrift te stellen en zonder een
                    termijn te gunnen. Hierbij geldt dat alleen díe maatregelen worden uitgevoerd
                    die echt urgent nodig zijn. Wat kan wachten, kan via de normale procedure worden
                    gerealiseerd. Ook wordt aan de overtreder de mogelijkheid geboden de maatregelen
                    zelf uit te voeren, met daarbij de mededeling dat wanneer de overtreder niet
                    direct maatregelen treft, de veiligheidsregio de overtreding zal herstellen en
                    de kosten daarvan zal verhalen op de overtreder.</al><al/><al>In een stappenplan:</al><lijst><li nr="1."><al>Geef aan dat het bedrijf in overtreding is en dat onmiddellijk
                            maatregelen moeten worden genomen om de belangen van de veiligheid of
                            rampbestrijding veilig te stellen. Omschrijf duidelijk welke maatregelen
                            moeten worden genomen. Dit kan zijn het stilleggen van bepaalde
                            werkzaamheden of een installatie, daarnaast kunnen nog andere
                            maatregelen urgent nodig zijn.</al></li><li nr="2."><al>Stel het bedrijf voor de keuze om die maatregelen meteen zelf uit te
                            (laten) voeren, anders doet de veiligheidsregio dit. Geef daarbij aan
                            dat de kosten van de maatregelen zullen worden verhaald op het bedrijf
                            (de overtreder).</al></li><li nr="3."><al>Meld dat na het toepassen van de bestuursdwang daarvan achteraf zo
                            spoedig mogelijk het bestuursdwangbesluit op schrift wordt gesteld en
                            wordt toegestuurd. Tegen dit besluit kan bezwaar en beroep worden
                            ingediend.</al><al/></li></lijst><al>Niet moet worden vergeten dat <onderstreept>alleen in zeer spoedeisende
                        gevallen</onderstreept> deze bevoegdheden bestaan. In veel redelijk
                    spoedeisende gevallen kan namelijk nog de normale procedure worden gevolgd,
                    zonder of met een zeer korte begunstigingstermijn. Ook is van belang dat de
                    toezichthouder, voordat hij spoedeisende bestuursdwang toepast, ruggenspraak
                    heeft gehad met zijn manager. Ook kan het verstandig zijn af te stemmen met (een
                    lid van) het bestuur.</al><al/><al>In de landelijke sanctiestrategie Brzo worden de volgende voorbeelden genoemd
                    van overtredingen die een onmiddellijk gevaar opleveren en met bestuursdwang
                    zullen worden aangepakt:</al><lijst><li nr="-"><al>Ontbreken van veiligheidskritische (technische) maatregelen, of het
                            onvoldoende functioneren van veiligheidskritische (technische)
                            maatregelen.</al></li><li nr="-"><al>Bewust gevaarzettend gedrag.</al></li><li nr="-"><al>Het bedrijven van processen terwijl de voor de beveiliging daarvan
                            noodzakelijke apparatuur (strippers, fakkelsystemen, gasdetectoren,
                            brandalarm- en -blussystemen) niet bedrijfsvaardig is. </al></li><li nr="-"><al>Het in bedrijf hebben van apparatuur &amp; processen met gevaarlijke
                            stoffen , waarvan de risico’s niet zijn geïdentificeerd. </al></li><li nr="-"><al>Het in bedrijf hebben van gevaarlijke apparatuur, waaraan wijzigingen
                            zijn uitgevoerd, die niet in overeenstemming zijn met het ontwerp van de
                            apparatuur, en die de veiligheid in gevaar brengen.</al></li><li nr="-"><al>Het in afwezigheid van een adequaat beheerssysteem overbruggen dan wel
                            buiten werking stellen van noodzakelijke beveiligingen.</al></li><li nr="-"><al>Het werken met brandgevaarlijke stoffen, dampen en gassen, die met de
                            omgevingslucht brandgevaarlijke mengsels kunnen vormen, waarbij niet
                            wordt voldaan aan de ATEX regelgeving.</al></li></lijst><al/></bijlage><bijlage><kop><label>Inhoudsopgave</label></kop><al>1 Inleiding </al><al>2 Wettelijk kader industriële veiligheid </al><al>2.1 Wettelijke grondslag </al><al>2.2 Reikwijdte </al><al>2.3 Te handhaven verplichtingen </al><al>2.4 Advisering en signaleringstoezicht </al><al>3 Toezichtstrategie </al><al>3.1 Toezicht op eisen bedrijfsbrandweeraanwijzing </al><al>3.1.1. Opleveringscontrole </al><al>3.1.2 Reguliere controle </al><al>3.1.3 Toezicht op de geoefendheid bedrijfsbrandweer </al><al>3.2 Toezicht op eisen Brzo </al><al>3.3 Signaaltoezicht </al><al>3.4 Incidenten, klachten en meldingen </al><al>4 Sanctiestrategie </al><al>4.1 Ernstige overtredingen en niet-ernstige overtredingen </al><al>4.2 In te zetten handhavingsmiddelen </al><al>4.3 Strafrechtelijke aanpak </al><al>5 Organisatie </al><al>5.1 Organisatorische aspecten </al><al>5.2 Monitoring en rapportage </al><al>5.3 Samenwerking met andere organisaties  </al></bijlage></regeling></body></cvdr>